Bijlage 1 - Dienstverleningsovereenkomst Wet Inburgering 2021 Doesburg - Rheden
Tekst van het document
GEMEENTE RHEDEN / GEMEENTE DOESBURG DIENSTVERLENINGSVEREENKOMST “DIVERSE TAKEN WET INBURGERING 2021”
Opdrachtgever
College van Burgemeester en Wethouders van Doesburg Philippus Gastelaarsstraat 2 Postbus 100, 6980 AC Doesburg
Opdrachtnemer
College van Burgemeester en Wethouders van Rheden Hoofdstraat 3 Postbus 9110, 6994 JZ De Steeg
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Kerngegevens
Versie 1, datum 21-12-2021.
Contractduur
1 januari 2022 tot en met 31 december 2022, met een optie tot verlenging.
Betreft
De uitvoering van diverse taken in het kader van de Wet Inburgering 2021.
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------Deze overeenkomst zal worden uitgevoerd conform bovenstaande gegevens en de hierna volgende artikelen en bijlagen.
Opdrachtgever:
Opdrachtnemer:
Datum:
Datum:
Handtekening: Gemeente Doesburg te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester,
Handtekening: Gemeente Rheden te dezen krachtens artikel 171 van de Gemeentewet rechtsgeldig vertegenwoordigd door haar burgemeester,
…………………………………………………. Mevr. drs. L.W.C.M. van der Meijs
………………………………………. De heer drs. C.F. van Eert
1
Overwegende dat: Opdrachtgever het verzoek heeft gedaan om verschillende taken van de wet inburgering 2021 te laten uitvoeren door opdrachtnemer. Partijen, gezien het bovenstaande, een overeenkomst wensen te sluiten waarin de afspraken staan met betrekking tot de prestaties die zullen worden geleverd, de kosten die in rekening zullen worden gebracht en de voorwaarden waaronder tot de dienstverlening wordt overgegaan. Verklaren het volgende te zijn overeengekomen: Artikel 1 Algemene bepalingen. 1. Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing. Tevens zijn van toepassing alle gedurende de contractduur vigerende wettelijke bepalingen en gemeentelijke regelgeving die betrekking heeft op de uitvoering van de werkzaamheden op het gebied van de wet inburgering. 2. Tussentijdse afwijkingen c.q. aanvullingen op het bepaalde in deze overeenkomst zijn slechts geldig indien en voor zover zij schriftelijk zijn overeengekomen of bevestigd. Artikel 2 Begripsbepalingen. 1.
In deze overeenkomst wordt verstaan onder: a. asielstatushouder: de inburgeringsplichtige, bedoeld in artikel 13 eerste lid van de Wet inburgering 2021; b. Besluit: het Besluit inburgering 2021; c. brede intake: de brede intake, bedoeld in artikel 14 Wet inburgering 2021; d. Opdrachtgever: de gemeente Doesburg; of het college van burgemeester en wethouders van Doesburg als het gaat om de uitoefening van bevoegdheden en plichten op grond van de Algemene wet bestuursrecht, de wet of het Besluit; e. Opdrachtnemer: de gemeente Rheden of het college van burgemeester en wethouders van Doesburg als het gaat om de uitoefening van bevoegdheden en plichten op grond van de Algemene wet bestuursrecht de wet of het Besluit; f. gezinsmigranten en overige migranten: inburgeringsplichtigen, bedoeld in artikel 19 van de Wet inburgering 2021; g. inburgeringsplichtige: de inwoner die volgens artikel 3 van de Wet inburgering 2021 inburgeringsplichtig is; h. MAP: de Module Arbeidsmarkt en Participatie, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder b van de Wet inburgering 2021; i. PIP: het Persoonlijk plan Inburgering en Participatie, bedoeld in artikel 15 van de Wet inburgering 2021; j. PVT: het Participatieverklaringstraject, bedoeld in artikel 6, eerste lid onder a van de Wet inburgering 2021; k. wet: de Wet inburgering 2021 zoals die luidt op 1 januari 2022.
Artikel 3 Aanvang en duur van de overeenkomst. 1. Deze overeenkomst gaat in op 1 januari 2022 voor de duur van 1 jaar, met daarbij een optie tot verlenging met de duur van steeds 1 jaar. 2. Uiterlijk 2 maanden voor de einddatum van de overeenkomst dient opdrachtgever en/of opdrachtnemer schriftelijk kenbaar te maken of de overeenkomst wordt gewijzigd, beëindigd door opzegging of met 1 jaar wordt verlengd.
2
Artikel 4 Dienstverlening. 1. Opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het uitvoerend personeel om de taken omtrent de wet inburgering uit te voeren. Onder de taken vallen de in artikel 6 t/m 13, met uitzondering van artikel 9, genoemde taken. Artikel 5 Kwaliteit dienstverlening. 1. Opdrachtnemer voert de door of namens hem te verlenen taken op doelmatige, doeltreffende en kwalitatief verantwoorde wijze uit. Hierbij gelden de volgende kernpunten: a. b. c. d. e. f.
De termijnen zoals genoemd in de wet en het besluit zijn van toepassing op deze overeenkomst. De inburgeringsplichtige start zo snel als mogelijk met het inburgeringstraject (tijdige start). De inburgeringsplichtige rondt het inburgeringstraject binnen de termijn van drie jaar af (snelheid). Voor iedere inburgeringsplichtige is een passend traject vastgesteld (maatwerk). De inburgeringsplichtige combineert zoveel mogelijk activiteiten gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij (dualiteit). De kwaliteit van het aanbod aan de inburgeringsplichtige wordt continu gewaarborgd (kwaliteit).
2. Opdrachtnemer dient personeel in te zetten dat in staat is de taken uit te voeren waarbij het handelend personeel: ruime kennis heeft van de Wet Inburgering 2021, participatiewet en andere verwante wet- en regelgeving met begrip heeft van de samenhang tussen diverse leefgebieden; goede communicatieve vaardigheden bezit en kan schakelen met verschillende netwerkpartners en de inburgeringsplichtige. 3. Opdrachtnemer beslist op ingebrekestellingen. Indien opdrachtnemer ingebrekestellingen ontvangt en niet binnen twee weken daarna een beschikking/beslissing op bezwaar heeft genomen, verbeurt opdrachtnemer de dwangsommen. 4. Opdrachtnemer handelt de klachten van inburgeringsplichtigen over gedragingen (handelen/nalaten) namens opdrachtgever af . Opdrachtnemer informeert opdrachtgever actief over ingediende klachten en de afhandeling hiervan.
Artikel 6. Brede intake 1. Opdrachtnemer voert het proces van de brede intake uit voor opdrachtgever. In dit kader gelden de volgende bepalingen: 2. Opdrachtnemer neemt bij de inburgeringsplichtige een brede intake af. Met de informatie uit deze brede intake verkrijgt opdrachtnemer een beeld van de startpositie en de ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige. Opdrachtnemer geeft in samenspraak met de inburgeringsplichtige, en op basis van de uitkomsten van de brede intake, invulling aan het inburgeringstraject. 3. De brede intake wordt zo vroeg mogelijk afgenomen, bij voorkeur zodra de inburgeringsplichtige door opdrachtgever is doorgegeven aan opdrachtnemer. 4. De brede intake bestaat in ieder geval uit: a. een onderzoek naar het onderwijsniveau en de werkervaring van de inburgeringsplichtige; b. een onderzoek naar de persoonlijke omstandigheden van de inburgeringsplichtige, waaronder de fysieke en mentale gezondheid; c. voor zover van toepassing: een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet kinderopvang, of de vroegschoolse educatie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; en 3
d. een leerbaarheidstoets. 5. Opdrachtnemer brengt met de brede intake in ieder geval in kaart: a. het taalniveau van de inburgeringsplichtige; b. de mogelijkheden tot (arbeids)participatie; c. de mate van zelfredzaamheid; en d. de wensen van de inburgeringsplichtige over inburgering en arbeidsparticipatie. 6. Opdrachtnemer legt de uitkomsten van de brede intake schriftelijk vast. Artikel 7. PIP 1. Opdrachtnemer voert het proces van het PIP uit voor opdrachtgever. In dit kader gelden de volgende bepalingen: 2. Opdrachtnemer stelt na afronding van de brede intake en op basis van de hieruit verkregen informatie het PIP op. Dit gebeurt zoveel mogelijk in samenspraak met de inburgeringsplichtige. Opdrachtnemer nodigt de inburgeringsplichtige na afronding van de brede intake uit voor een gesprek hierover. In ieder geval worden in dat gesprek de volgende onderwerpen besproken: a. de uitkomsten van de brede intake; b. de persoonlijke einddoelen van de inburgeringsplichtige in het inburgeringstraject; c. welke leerroute als passend wordt gezien en waarom; d. de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject; e. de verwachtingen van de inburgeringsplichtige over het traject; f. de rol van opdrachtnemer bij dit traject; en g.
voor gezinsmigranten en overige migranten: het aanbod aan passend en kwalitatief goed inburgeringsonderwijs waarmee de migrant de leerroute kan volgen en voltooien. 3. In het PIP staat wat de inburgeringsplichtige moet doen om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Het PIP geeft een compleet beeld van de rechten en plichten van de inburgeringsplichtige gedurende het inburgeringstraject. Opdrachtnemer stemt het plan af op de persoonlijke situatie, ontwikkelbehoeften en capaciteiten van de inburgeringsplichtige. 4. Het PIP betreft een beschikking . Opdrachtnemer is gemandateerd om deze beschikking af te geven namens opdrachtgever. Hierin staat vermeld: a. wat de vastgestelde leerroute is (en voor de asielstatushouder ook de intensiteit hiervan); b. welke afspraken er zijn gemaakt over (arbeids)participatie; c. welke ondersteuning en begeleiding de inburgeringsplichtige bij de leerroute krijgt en van welke organisatie(s); d. welke afspraken er zijn gemaakt over vroeg- en voorschoolse educatie; e. welke onderdelen het PVT en de MAP bevatten en de intensiteit hiervan; f. de duur van het inburgeringstraject en het aantal voortgangsgesprekken dat de gemeente met de inburgeringsplichtige heeft gedurende het traject; en g. wanneer de inburgeringsplichtige in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering: een verwijzing naar de relevante beschikking(en) op grond van de Participatiewet.
Het gaat met name om een verwijzing naar de toekenningsbeschikking van de uitkering voor levensonderhoud en het financieel ontzorgen (voor asielstatushouders) en om de verwijzing naar de beschikking waarin de arbeids- en re-integratieverplichtingen van de inburgeringsplichtige staan vermeld. 5. Opdrachtnemer stelt het PIP vast uiterlijk binnen tien weken na inschrijving van de inburgeringsplichtige in de basisregistratie personen (BRP) van de gemeente waar hij of zij is gehuisvest of wordt gehuisvest na verblijf in het azc. Opdrachtnemer stuurt de inburgeringsplichtige en opdrachtgever het PIP daarna zo snel mogelijk toe. 6. Wanneer de inburgeringsplichtige voor wie de leerroute al is vastgesteld verhuist naar een andere gemeente, stelt die gemeente het PIP opnieuw vast binnen tien weken na de 4
inschrijving van de inburgeringsplichtige in het BRP van die andere gemeente. De leerroute die daarbij wordt vastgesteld, is gelijk aan de leerroute zoals die door de gemeente van vertrek is vastgesteld. 7. Indien de inburgeringsplichtige in bezwaar en/of beroep gaat voert opdrachtnemer verweer en gaat naar de desbetreffende zittingen van de bezwaarschriftencommissie van opdrachtgever of de rechter. De inzet valt buiten het afgesproken tarief en wordt op uurbasis gefactureerd. Opdrachtnemer informeert opdrachtgever te allen tijde over de procedure en voortgang. Artikel 8. Leerroutes 1. Opdrachtnemer bepaalt in samenspraak met de inburgeringsplichtige welke leerroute de inburgeringsplichtige moet volgen om aan de inburgeringsplicht te voldoen, namelijk a. de B1-route, uitgevoerd door NewBees of Sagenn; b. de onderwijsroute, uitgevoerd door Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN); of c. de zelfredzaamheidsroute (Z-route), uitgevoerd door Newbees. 2. Opdrachtnemer stelt de leerroute vast op basis van: a. de uitkomst van de leerbaarheidstoets; en b. alle overige informatie die tijdens de brede intake is verkregen. Artikel 9. MAP 1. De MAP is voor de inburgeringsplichtigen integraal onderdeel van de leerroutes. Opdrachtnemer faciliteert de doorverwijzing voor de gezins- en overige migranten naar de MAP-aanbieder.
De regionaal aanbestede taalaanbieders voeren dit onderdeel namens opdrachtgever uit. Het doel van deze module is dat de inburgeringsplichtige: a. kennismaakt met de Nederlandse arbeidsmarkt; b. inzicht krijgt in de eigen competenties en arbeidskansen; c. een concrete beroepswens kan formuleren; d. beroeps- en werknemerscompetenties aanleert; e. leert hoe hij of zij een netwerk opbouwt; f. praktische ervaring opdoet op de (lokale) arbeidsmarkt; en g. werk vindt. 2. Opdrachtnemer legt de afspraken over de invulling van de MAP schriftelijk vast in het PIP van de inburgeringsplichtige. 3. De inburgeringsplichtige besteedt ten minste veertig uren van de MAP aan het opdoen van praktische ervaring op de arbeidsmarkt. Aanbieder van de MAP organiseert dit aanbod. 4. De MAP wordt afgesloten met een eindgesprek tussen de inburgeringsplichtige en Opdrachtnemer. Besproken worden: de opgedane kennis, vaardigheden en praktijkervaring van de inburgeringsplichtige. 5. Opdrachtnemer beoordeelt op basis van dit gesprek of de inburgeringsplichtige voldoet aan de doelstelling en gestelde urennorm van de MAP. Opdrachtnemer houdt bij deze beoordeling rekening met de capaciteiten en vermogens van de inburgeringsplichtige. Artikel 10. Voortgang inburgering 1. Opdrachtnemer monitort de voortgang en voert de voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige namens opdrachtgever.
In dit kader gelden de volgende bepalingen: 2. Opdrachtnemer volgt de vorderingen van de inburgeringsplichtige tijdens het inburgeringstraject en houdt in de gaten of het traject nog passend is. Opdrachtnemer voert hiervoor periodiek voortgangsgesprekken met de inburgeringsplichtige zolang het inburgeringstraject loopt. Het aantal gesprekken gedurende het inburgeringstraject wordt afgestemd op het niveau van de inburgeringsplichtige (maatwerk). 5
3. Gedurende de eerste twaalf maanden na aanvang van de inburgeringstermijn vinden minimaal twee voortgangsgesprekken plaats. 4. Ter voorbereiding op deze gesprekken wint opdrachtnemer informatie in bij de organisaties die bij het traject betrokken zijn, bij cursusinstellingen, werkgevers en andere personen. 5. Tijdens het gesprek komen de afspraken uit het PIP aan bod. Met de inburgeringsplichtige wordt besproken of de onderdelen nog aansluiten bij de capaciteiten, de behoeften en de persoonlijke situatie van de inburgeringsplichtige. Het gaat daarbij om: a. de afgesproken leerroute; b. de ondersteuning en begeleiding tijdens het inburgeringstraject; c. de intensiteit van de verschillende onderdelen van het traject; d. de participatie-activiteiten; e. de vorderingen en inzet van de inburgeringsplichtige; en f. voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt: of het taalniveau van deze leerroute voldoende aansluit. 6. Opdrachtnemer kan een andere leerroute vaststellen als sinds de start van de inburgeringstermijn, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid van de wet, nog geen anderhalf jaar verstreken is. In bijzondere omstandigheden die de inburgeringsplichtige betreffen kan van deze termijn worden afgeweken. 7.
Op basis van de uitkomst van een voortgangsgesprek kan opdrachtnemer voor de inburgeringsplichtige die de B1-route volgt, bepalen dat de mondelinge en schriftelijke vaardigheden in de Nederlandse taal geheel of gedeeltelijk op het niveau A2 worden geëxamineerd. Dit kan alleen wanneer de inburgeringsplichtige: a. ten minste zeshonderd uren taalles heeft gevolgd bij een instelling die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in artikel 32 van de wet; en b. zich gedurende deze taallessen voldoende heeft ingespannen. Hierover wordt informatie opgevraagd bij de cursusinstelling die de taallessen verzorgt voordat een besluit wordt genomen. 8. Opdrachtnemer maakt een verslag van ieder voortgangsgesprek en deelt dit met de inburgeringsplichtige. 9. Op basis van de uitkomst van deze gesprekken past opdrachtnemer zo nodig (onderdelen van) het PIP aan en stelt dan het PIP opnieuw per beschikking vast. Artikel 11. Handhaving 1. De inburgeringsplichtige is verplicht om: a. na de oproep te verschijnen bij de brede intake en hieraan mee te werken; en b. de afspraken in het PIP na te komen, waaronder deelname aan voortgangsgesprekken en aan activiteiten in het kader van de MAP en het PVT. 2. De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel te nemen aan de taallessen en andere activiteiten van de gevolgde leerroute. Artikel 12. Handhaving verplichtingen bij de brede intake 1.
Opdrachtnemer voert de handhaving voor de brede intake uit voor opdrachtgever. Opdrachtnemer volgt de bepalingen, zoals genoemd in artikel 22 en artikel 26 lid a Wet Inburgering 2021. In dit kader gelden de volgende bepalingen: 2. Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste oproep voor de brede intake niet verschijnt of onvoldoende meewerkt, geeft opdrachtgever een schriftelijke waarschuwing. Opdrachtnemer wijst daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige als hij of zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als hij of zij op een andere manier onvoldoende meewerkt aan de brede intake. 3. Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt aan het PIP gesprek, legt opdrachtnemer de inburgeringsplichtige een boete op. 6
4.
5. 6. 7.
8.
9.
De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel 26 lid a Wet Inburgering 2021 juncto artikel 7.1.1. van het Besluit. Voordat opdrachtnemer een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de inburgeringsplichtige niet komt of onvoldoende meewerkt aan het PIP gesprek. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt de gemeente hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze op het niet verschijnen of onvoldoende meewerken binnen 7 dagen per brief en/of per mail kenbaar te maken. Opdrachtnemer stemt alvorens het overgaan tot het opleggen van een boete af met opdrachtgever. Opdrachtnemer legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. Opdrachtnemer legt een lagere boete op dan vastgesteld in artikel 22 lid 1 de Wet Inburgering als op basis van de reactie van de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is. In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt opdrachtnemer de inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 4 weken alsnog te verschijnen of mee te werken. Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet voldoet, legt opdrachtnemer weer een boete op met inachtneming van artikel 26 lid c juncto artikel 7.1.1 van het Besluit.
Indien de inburgeringsplichtige in bezwaar en/of beroep gaat voert opdrachtnemer verweer en gaat naar de desbetreffende zittingen van de bezwaarschriftencommissie van opdrachtgever of de rechter. De inzet valt buiten het afgesproken tarief en wordt op uurbasis gefactureerd. Opdrachtnemer informeert opdrachtgever te allen tijde over de procedure en voortgang.
Artikel 13. Handhaving tijdens het inburgeringstraject 1. Opdrachtnemer voert de handhaving tijdens het inburgeringstraject uit voor opdrachtgever. Opdrachtnemer volgt de bepalingen zoals genoemd in artikel 23 en artikel 26 lid c Wet Inburgering 2021. In dit kader gelden de volgende bepalingen: 2. Opdrachtnemer legt een boete op aan de inburgeringsplichtige, namens opdrachtgever, als hij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt aan de activiteiten van de gekozen leerroute. 3. Voordat opdrachtnemer een boete oplegt, wordt onderzocht waarom de afspraken in het PIP of de afspraken over de activiteiten bij de gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit gesprek, biedt opdrachtnemer hem of haar de gelegenheid zijn of haar zienswijze op het voorgenomen besluit binnen 7 dagen kenbaar te maken. 4. Op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel zijn of haar schriftelijke zienswijze bepaalt de gemeente de mate van verwijtbaarheid. Als er sprake is van opzet, van grove schuld, van normale verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid stemt de gemeente de hoogte van de boete daarop af met inachtneming van artikel 7.1 van het Besluit. 5.
Opdrachtgever legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat iedere verwijtbaarheid ontbreekt. 6. Opdrachtnemer stemt alvorens het overgaan tot beboeten af met opdrachtgever. 7. Opdrachtgever verrekend de boete in termijnen verrekend op de participatiewet uitkering. 8. Indien de inburgeringsplichtige in bezwaar en/of beroep gaat voert opdrachtnemer verweer en gaat naar de desbetreffende zittingen van de bezwaarschriftencommissie van opdrachtgever of de rechter. De inzet valt buiten het afgesproken tarief en wordt op uurbasis 7
gefactureerd. Opdrachtnemer informeert opdrachtgever te allen tijde over de procedure en voortgang. Artikel 14 Tarieven van dienstverlening. 1. Voor het jaar 2022 bedragen de door opdrachtgever aan opdrachtnemer verschuldigde kosten een totaalbedrag van €22.171,39. Een nadere toelichting is opgenomen in bijlage 2. Jaarlijks worden in november de financiën voor het volgende jaar overeengekomen. 2. De kadernota van opdrachtgever is leidend in de bepaling of het bedrag wordt geïndexeerd. 3. De kosten worden jaarlijks bepaald volgens de uitgangspunten opgenomen in bijlage 2. Artikel 15 Facturering en afrekening. 1. Opdrachtnemer zal jaarlijks in januari aan opdrachtgever vooraf factureren. 2. De factuur van opdrachtnemer die in rekening gebracht kan worden bij opdrachtgever wordt binnen 30 dagen na ontvangst van de factuur voldaan. 3. Indien opdrachtnemer zijn verbintenissen voortvloeiend uit de overeenkomst niet geheel of niet behoorlijk is nagekomen, heeft opdrachtgever het recht de betaling op te schorten. Artikel 16 Informatievoorziening. 1. Opdrachtnemer zal per kwartaal rapporteren aan opdrachtgever. Opdrachtgever en opdrachtnemer stellen gezamenlijk een rapportageformat op. 2. De verstrekking van informatie betreffende personen vindt plaats conform de regelgeving van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Artikel 17 Overleg en evaluatie. 1.
Opdrachtgever en opdrachtnemer voeren op managementniveau overleg zo vaak als zij dit nodig achten, met minimaal één overleg per kwartaal. 2. Het in lid 1 genoemde overleg zal plaatsvinden op basis van een vaste agenda en met verslaglegging. 3. Opdrachtnemer wijst een contactpersoon en een vervangend contactpersoon aan, die bevoegd zijn overleg te voeren en nadere schriftelijke afspraken te maken met opdrachtgever over de wijze waarop deze overeenkomst wordt uitgevoerd. Artikel 18 Samenwerking. 1. Opdrachtnemer werkt samen met de betrokken afdelingen van opdrachtgever voor zover opdrachtgever dit noodzakelijk vindt. Opdrachtnemer en opdrachtgever stellen gezamenlijk een lijst van contactpersonen bij opdrachtnemer, opdrachtgever en Vluchtelingenwerk op. Artikel 19 Overmacht. 1. Indien opdrachtnemer door of ten gevolge van overmacht de afgesproken dienstverlening niet conform de afgesproken specificaties kan leveren dient hij opdrachtgever zo spoedig mogelijk, onder overlegging van de nodige bewijsstukken, hiervan op de hoogte te stellen. 2. Onder overmacht wordt in deze overeenkomst verstaan: omstandigheden die de nakoming van de overeenkomst verhinderen en die niet aan de partij zijn toe te rekenen, indien zij niet zijn te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komen. 3.
Tot overmacht wordt in ieder geval niet gerekend gebrek aan personeel, stakingen, ziekte van personeel, liquiditeits- c.q. solvabiliteitsproblemen en het niet of niet tijdig nakomen door een derde van verplichtingen die deze jegens opdrachtnemer op zich genomen heeft, tenzij opdrachtnemer aantoont dat het niet of niet tijdig nakomen van die verplichtingen te wijten is aan overmacht en het overeengekomen, in aanmerking genomen het moment
8
waarop het bestaan van overmacht hem bekend werd, redelijkerwijze niet van hem kon worden verlangd. 4. Opdrachtgever en opdrachtnemer zullen met elkaar in overleg treden over de levering van de dienstverlening en de kwaliteit hiervan indien opdrachtnemer heeft aangetoond dat door of ten gevolge van overmacht de dienstverlening niet conform de afgesproken afspraken kan worden of wordt geleverd. Artikel 20 Geschillen. 1. Indien zich een geschil mocht voordoen betreffende de totstandkoming, de uitleg of uitvoering van deze overeenkomst, alsmede elk ander geschil ter zake of in verband met de levering van de dienstverlening, hetzij juridisch, hetzij feitelijk, zullen de partijen verplicht zijn te trachten dit geschil in onderling overleg te beslechten. Mochten zij hierin niet slagen dan zal het geschil aan de bevoegde rechter worden voorgelegd. 2. Een geschil wordt geacht aanwezig te zijn indien een van de partijen zulks in een aangetekende brief aan de andere partij kenbaar maakt. Desondanks zullen partijen er alles aan doen om te voorkomen dat tegen gevolgen van een dergelijk geschil de voortgang van de uitvoering van deze overeenkomst wordt belemmerd. Artikel 21 Ontbindingsvoorschriften. 1.
De partijen hebben het recht deze overeenkomst door middel van een aangetekende brief met opgaaf van reden zonder rechterlijke tussenkomst geheel, of gedeeltelijk, te ontbinden, indien de andere partij na schriftelijke ingebrekestelling : a. in gebreke blijft aan zijn verplichtingen uit deze overeenkomst te voldoen; b. voortdurend en/of herhaaldelijk zijn verplichtingen niet nakomt, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt ( artikel 6:265, lid 2, Burgerlijk Wetboek); c. indien een van de partijen ten gevolge van overmacht voor een langere periode dan 2 maanden een of meerdere verplichtingen op grond van deze overeenkomst niet kan nakomen. 2. Opdrachtgever heeft het recht deze overeenkomst zonder aanmaning, ingebrekestelling en rechterlijke tussenkomst, door middel van een aangetekend schrijven met opgaaf van redenen, geheel, of gedeeltelijk te ontbinden indien: a. op een aanmerkelijk deel van het vermogen van de opdrachtnemer beslag wordt gelegd; b. de opdrachtnemer één of meerdere van zijn rechten en/of verplichtingen uit deze overeenkomst overdraagt aan derden zonder voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de opdrachtgever; c. de andere partij wordt ontbonden dan wel opgeheven. 3.
De overeenkomst wordt ontbonden indien wet- of regelgeving de inkooprelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer onmogelijk maakt. 4. Een beëindiging, ongeacht of deze is gegrond op dit artikel of op elders in de overeenkomst bepaalde, heeft nimmer betrekking op verplichtingen voortvloeiende uit de overeenkomst die naar hun aard bestemd zijn om ook na ontbinding van de overeenkomst voort te duren. Tot deze verplichtingen behoren onder meer: vrijwaring voor schending van intellectuele (eigendoms)rechten, geheimhouding en geschillenbeslechting, toepasselijk recht en domiciliekeuze. 5. Indien deze overeenkomst op grond van het bepaalde in artikel 3 of dit artikel wordt opgezegd of ontbonden of op welke andere wijze dan ook eindigt, geldt het navolgende: a. opdrachtnemer zal in overleg met opdrachtgever al datgene doen wat redelijkerwijs van hem gevergd kan worden teneinde de continuïteit van de door hem ten behoeve van opdrachtgever uitgevoerde werkzaamheden te waarborgen tot aan het moment van beëindiging door opzegging of anderszins; 9
b. opdrachtnemer draagt alle schriftelijke of anderszins vastgelegde informatie, alsmede alle kennis betreffende die werkzaamheden, op nader overeen te komen wijze over aan opdrachtgever. 6. De mogelijkheden tot ontbinding van deze overeenkomst laten onverlet de bevoegdheid van partijen tot het nemen van maatregelen tot het behoud van hun rechten of tot verhaal van hun vorderingen welke zij nuttig of nodig oordelen. De daaruit voortvloeiende kosten zijn, mits in redelijkheid en terecht gemaakt, voor rekening van de partij ten laste van wie de maatregelen worden genomen. Artikel 22 Overige bepalingen. 1. Aan deze overeenkomst kunnen eerst rechten worden ontleend nadat beide partijen beschikken over een door beide partijen getekend exemplaar. 2. Indien één of meerdere bepalingen van deze overeenkomst niet mochten zijn, of nietig worden verklaard, zullen de overige bepalingen van kracht blijven. Partijen zullen over de omstreden bepaling(en) overleg plegen teneinde een zodanige vervangende regeling te treffen dat de strekking van deze overeenkomst behouden blijft. 3. Alle documenten die naar aanleiding van de uitvoering van de opdracht in overleg worden opgesteld door opdrachtgever en opdrachtnemer maken, na schriftelijke goedkeuring door beide partijen, deel uit van deze overeenkomst. 4. Onderaanneming is alleen toegestaan na schriftelijke goedkeuring door de opdrachtgever. 5.
Opdrachtnemer is verplicht om bij beëindiging van deze overeenkomst tijdig en zonder kosten de lopende zaken en administratie over te dragen aan opdrachtgever danwel aan (een) andere opdrachtnemer(s), die na beëindiging van deze overeenkomst de in het kader van deze overeenkomst geheel of gedeeltelijk gaat uitvoeren. 6. De uitbesteding van genoemde taken valt onder maatschappelijke diensten (CPV-code: 85310000-5)
Aldus opgemaakt en ondertekend in tweevoud. Ondertekening door partijen: Gemeente Rheden
Gemeente Doesburg
Vertegenwoordigd door burgemeester
Vertegenwoordigd door burgemeester
De heer drs. C.F. van Eert
Mevrouw drs. L.W.C.M. van der Meijs
Ondertekend te: De Steeg
Ondertekend te: Doesburg
Datum:
Datum:
10