Bijlage 1_Beschrijving Leihuis 18-04-23
Tekst van het document
Beschrijving van Priesnitzlaan 1, 6957 DD Laag-Soeren Voormalig landhuis ‘t Leihuis Datum beschrijving: 18 april 2023 Auteur: Mascha van damme Bezoekdatum: 26 september 2022 (exterieur en interieur) Architect: A.C. Roest (1875-1952) Ontwerpjaar: 1908 Bouwjaar: 1909 Stedenbouwkundige context Het Veluwse buurschap Laag-Soeren valt onder de gemeente Rheden en ligt in een bosrijke streek te midden van uitgestrekte, heuvelachtige heidevelden waar al eeuwen geleden bossen werden aangelegd. ‘t Leihuis werd in 1909 gebouwd tussen Dieren en Laag-Soeren even ten westen van de Dierensche Hoogte, een strak ontgonnen heidegebied, vlak bij en parallel aan de weg van Dieren naar Harderwijk, de huidige Harderwijkerweg. Het landhuis werd destijds ontsloten door een onverharde weg, de Priesnitzlaan, die vanaf de Harderwijkerweg voor ’t Leihuis langs liep. ‘Leihuis werd aan de voorzijde ontsloten via een toegang met pijlers en een halfcirkelvormige oprijlaan. Vandaar liep de lange Priesnitzlaan door via het Priesnitzmonument tot landgoed Laag-Soeren. Achter ’t Leihuis werd een tuin- c.q. parkaanleg aangelegd met een kronkelend padenpatroon.
Links: uitsnede topografische kaart ca. 1933 (Topotijdreis) met het padenpatroon achter ’t Leihuis. Rechts de actuele hoogtekaart, waarop hier nauwelijks iets van is terug te zien (AHN).
Tegenwoordig is de ontsluiting van het perceel van ’t Leihuis vanaf de noordzijde van het perceel. Het pand lag oorspronkelijk op een verhoging in het landschap, dat met een talud overging naar de lager gelegen tuin. Het hoogteverschil is sinds de verbouwing van 1988 opgelost door verschillende bakstenen trappen met drie treden dichter bij het huis om het toegankelijker te maken voor minder validen. De rest van de tuin is geëgaliseerd en aan de voorzijde open. In het gazon staan drie vlaggenmasten en een drietredig ornament uit 1988. De achtertuin heeft een groot rechthoekig plantenvak met een pad van bruine bakstenen rondom. De tuin van het landhuis grenst aan de achterzijde aan de bosrand van de Dierense Hoogte, dat sinds 1930 deel uitmaakt van Nationaal Park De Veluwezoom, het oudste nationale park in Nederland. Van de vroegere landschappelijke aanleg is niets meer terug te zien. Al op een situatietekening uit 1988 was deze aanleg niet meer herkenbaar. In de huidige situatie staat ’t Leihuis aan een halfronde verharding van betonklinkers, dat dienst doet als opzit en parkeerterrein. De tuin is sober, het landhuis wordt inmiddels aan weerszijden en aan de achterzijde omsloten door hoog opgaande bomen en een gazon aan de voorzijde.
Architectonische verschijningsvorm Exterieur Het landhuis kreeg een architectonische uitstraling in eclectische stijl met deels gepleisterde gevels en zichtbare baksteendetails, een samengesteld schilddak gedekt met leien, twee inpandige veranda’s en een serre. De rondingen bij de serre en de veranda’s, die op de blauwdruk van de plattegrond te zien zijn, zijn nooit gerealiseerd. Op een zeker moment zijn de schoorstenen verwijderd, deze staan in 1988 nog op tekening aangegeven. ’t Leihuis is gebouwd op een vierkante plattegrond van één bouwlaag en een zolderverdieping. Het woonhuis heeft een kruismotief in de plattegrond, vier haaks op elkaar staande wolfsdaken met leien gedekt. De daken hebben allen een overstek, windveren en pirons op de nokeinden. Waar de daken bijeen komen een gemetselde schoorsteen met profilerend pleisterwerk en kleine inkepingen. De Het overstek heeft zichtbare houten dakbalken en in de windveren profilerend houtwerk. De wolfsdaken lopen verder in de aanbouwen, waaronder de veranda’s, en verder heeft het dak vier dakkapellen met licht getoogde dakranden. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk tot aan de onderzijde van de bovenlichten ramen, die zijn voorzien van bakstenen hanenkammen. De rest van de gevels zijn witgepleisterd. Aan de voorzijde van de woning een bakstenen verhoging, schuinoplopend en met drie treden.
De noordoostelijke voorgevel heeft in het middendeel op de begane grond een driedelig venster met bovenlichten en aan weerszijden wit-groene luiken. Dit middelste venster heeft aan de bovenzijde een ingekerfde latei met gegolfde vormen. Links van het centrale venster een enkelruits venster met luik en daarboven een verdiept gevelveld, die de symmetrie van de voorgevel met de voordeur aan de andere zijde moet waarborgen. Rechts in de middenrisaliet een deur met roedeverdeling en daarboven twee kleine vensters. In de zolderverdieping twee verticale achtruits ramen, elk met een luik. Links van de middenrisaliet een halfopen veranda met laag muurtje en enkele vierkante houten vinken op hardstenen poeren. Achter de veranda een dubbele enkelruits deur met halve luiken. Rechts van de middenrisaliet de voormalige serre met drie verbonden enkelruits ramen met twee luiken. In de topgevel op de zolderverdieping, zijn twee verticale venster met achtruits ramen met elk een luik opgenomen. De dakkapellen hebben vierkante negenruits ramen. De rechter, zuidelijke zijgevel is aan de voorzijde ingedeeld met een kruisvenster met luiken voor de onderste ramen. Dan volgt de aanbouw die aansluit net boven de middenstijl van de vensters en net onder de dakrand. Achter de aanbouw is de voormalige keukendeur dichtgezet met schoon metselwerk.
In de topgevel dezelfde zoldervensters in de topgevel als aan de voorzijde. De linker, zuidelijke zijgevel is voorzien van twee kruisvensters op de begane grond met luiken voor de onderste ramen en dezelfde vensters in de topgevel als aan de voorzijde. Haaks op de gevel achter het eerste kruisvenster is in 1988 een muurtje gebouwd, dat de symmetrische tegenhanger vormt van de aanbouw aan de noordelijke zijgevel. De achtergevel is ingedeeld met centraal twee grote kruisvensters met luiken voor de onderste ramen. In de topgevel zijn de vier vierkante negenruits vensters van het trappenhuis opgenomen, horizontaal gescheiden door een waterlijst. In het noordelijke deel, de gevel van de voormalige keuken vier staande zesruits vensters op rij op ooghoogte en de zuidelijke vleugel een veranda met een gemetselde balustrade en terugliggende openslaande deuren naar de ruimte erachter.
Interieur Alle woon- en leefvertrekken bevonden zich op de begane grond. Hoewel de hoofdentree uit het midden in de voorgevel is geplaatst kreeg het landhuis een vrijwel symmetrische plattegrond met een gang rondom de centraal gesitueerde huiskamer aan de voorzijde. Vrijwel alle vertrekken op de begane grond zijn voorzien van de originele paneeldeuren en omlijstingen, met uitzondering van de voormalige keuken. Alle ramen op de begane grond zijn voorzien van achterzetbeglazing. De hoofdentree is nog steeds via de oorspronkelijke voordeur en de vestibule naar de gang, die de verschillende ruimtes ontsluit. De vestibule is van de gang gescheiden door een brede, originele deur met een grote ruit en laag drie kleine vierkante ruitjes. De gang heeft nog grotendeels oorspronkelijk tegelwerk op de vloer. De vloer is betegeld met rode en witte plavuizen in schaakbordpatroon en een rode en grijze band langs de wanden. De voormalige huiskamer aan de voorzijde, waar de gang zich als het ware omheen vouwt, is nog goed herkenbaar als voorname, hoge ruimte met een balken plafond van moer- en kinderbinten. Aan de linkerzijde is de inglenook, een uit Engeland overgewaaide haardruimte waar men knus kon zitten in een semi-afgescheiden en lagere ruimte rond een natuurstenen schouw en originele houten inbouwkasten aan weerszijden. De vloer van de kamer is voorzien van visgraatparket.
De kamer aan de andere kant van de vestibule, de voormalige eetkamer in de rechter voorhoek, is nog voorzien van een marmeren schouw en inbouwkasten. De gang ontsloot het trappenhuis met oorspronkelijk aan weerszijden een slaapkamer en een iets verdiepte badkamer onder de trap. De grootste interne wijziging in 1989 heeft zich voorgedaan rond het trappenhuis, waar een oorspronkelijke slaapkamer is weggebroken om plaats te maken voor een open receptie met zicht op de vernieuwde trap naar de zolderverdieping. Bijzonder is de gemetselde schouwpartij in de gang. Onder de trap is nog een kleine, half verdiepte ruimte aanwezig. Hier was ooit de badkamer, maar deze ruimte is nu in gebruik als berging, waarin een kluis is aangebracht. De vloer heeft hetzelfde tegelpatroon als de gang en drie natuurstenen treden. Aan de rechterkant kwam de gang uit op een dienkamer en keuken in de rechter achterhoek. Na het verwijderen van de dienkamer is de gangvloer hier voorzien van parketstroken. Mogelijk is (een deel van) de oorspronkelijke vloer eronder nog aanwezig. De voormalige keuken aan de achterzijde is nu ingericht als vergaderruimte met een glazen wand min of meer op de plaats waar ooit de afscheiding van de dienkamer was. De keukendeur met zijraam en bovenlicht in de zijgevel zijn dichtgezet.
Het smalle, staande raam ernaast is doorgebroken tot de grond en vormt de doorgang tot de aanbouw. Onder de voormalige keuken, nu vergaderruimte, is nog een kelder aanwezig met troggewelven, nu alleen nog toegankelijk via het aanbouw. In de linker achterhoek (ZW) was een slaapkamer met toegang naar de veranda aan de achterzijde. Deze voormalige slaapkamers hebben ook nog de originele hoekschouw, paneeldeuren en omlijsting. In vrijwel alle vertrekken op de begane grond zijn voorzien van de originele paneeldeuren en omlijstingen, met uitzondering van de voormalige keuken. De zolderverdieping was zo goed als symmetrisch ingedeeld. In de verder vrijwel open zolder waren ruimtes ingericht als logeerkamer, bodenkamer en een toilet dat te bereiken was via het bordes van de monumentale trapopgang. Met de verbouwing tot kantoor is de zolderverdieping ingedeeld in verschillende kantoorruimtes aan de voorzijde. Waarschijnlijk is dit ook het moment geweest waarop de kap aan de binnenzijde is geïsoleerd.
Cultuurhistorische context In 1846 gekocht door de Amsterdamse koopman Jut van Breukelerwaard (1786-1874), die halverwege de 19e eeuw genezing vond in een Duits kuuroord voor zijn reuma, een landgoed net ten noorden van Laag-Soeren en niet ver van de Soerensche beek en de watermolen. Hij stichtte er het eerste kuuroord van Nederland; een ‘inrigting voor koudwater-geneeskunde’ en bouwde er in 1868 een badhuis genaamd Bethesda. De behandeling was gebaseerd op de nieuwe genezingsmethode van de Oostenrijker Vincent Priesnitz (1799-1851). Omstreeks 1850 liet Jut van Breukelerwaard, even ten noorden van de latere locatie van ’t Leihuis, richting Laag-Soeren het Priesnitzmonument oprichten ter herinnering aan onder meer deze watergeneeskundige Priesnitz. Beide gebouwen staan langs de later naar de watergeneeskundige vernoemde Priesnitzlaan. Laag-Soeren werd nadien ontsloten door het Apeldoorns Kanaal (zuidelijke deel, van Apeldoorn tot Dieren, aangelegd tussen 1858 en 1865) en de Nederlandsche Lokaal Spoorweg (1878) . Dat maakte de omgeving toegankelijk voor nieuwe bewoners en welgestelden, die hier buiten-, zomer- en landhuizen stichtten. In de omgeving stonden al enige vrijstaande landhuizen, zoals De Nachtegaal en Vlashegge. Architect Roest ontwierp ’t Leihuis in 1908 als landhuis in opdracht van de heer Pfeiffer uit Leiden.
Wat deze opdrachtgever bij architect Roest deed uitkomen is vooralsnog onduidelijk. Het bestek waarmee de bouw aan een aannemer kon worden aanbesteed dateert van 22 april 1909. In 1988 heeft de gemeente toestemming verleend om de functie van het landhuis te wijzigen naar kantoor. Het pand werd verbouwd en uitgebreid naar ontwerp van ir. K. Holzel uit Valkenswaard. De bakstenen berging en de muur van de patio naast de noordwestelijke zijgevel werden vervangen door een nieuwe aanbouw tegen de gevel. Het betrof een rechthoekig, plat afgedekt volume, te bereiken via een eigen voor- en achterdeur en via de zijgevel van ’t Leihuis, waar een raam plaatsmaakte voor een doorgang. De oorspronkelijke keukendeur in de zijgevel van het landhuis werd verwijderd en dichtgezet. Haaks op de zuidelijke zijgevel is in 1988 een muurtje gebouwd, dat de symmetrische tegenhanger vormt van de aanbouw aan de noordelijke zijgevel. Waardering Het pand heeft een beeldbepalende ligging aan de Harderwijkerweg en is een kenmerkend voorbeeld van een vroeg-twintigste-eeuws landhuis. De landhuis maakt onderdeel uit van de groep landhuizen, buitenplaatsen en zomerhuizen, die in deze periode rond Laag-Soeren werden gebouwd vanwege de schoonheid van de omgeving en de goede bereikbaarheid.
De architectonische opzet en uitstraling van het pand in eclectische landhuisstijl met een rijke detaillering is kenmerken voor de functie en de bouwtijd en is vrijwel gaaf. In het interieur is de hoofdstructuur op de begane nog vrijwel geheel aanwezig. Er zijn veel interieurelementen bewaard gebleven, waaronder natuurstenen schouwen, houten vloeren, tegelvoeren, houten inbouwkasten, hang- en sluitwerk, (tussen)deuren en omlijstingen. Alle vertrekken voorzien zijn van de originele paneeldeuren en omlijstingen. Het gebouw voldoet aan de eerste twee (basis)criteria voor plaatsing als gemeentelijk monument, en de criteria 3b, 4a, 4b, 4d, 5c en 5d.
Bronnen Gelders Archief Toegang: 3308 3308 - Bouwvergunningen Gemeente Rheden, 1951-1994 Inventarisnummer: 5248 - Serie bouwvergunningen; 1988 Broekhoven Sabine, Chris Kolman, Ben Olde Meierink, Ronald Stenvert, Marc Tenten, Monumenten in Nederland – Gelderland, Utrecht/Zeist 2000 Jacobus Craandijk, Nieuwe wandelingen door Nederland(1888) Steenhuis-Meurs, Gebiedspaspoort Buitengebied Laag-Soeren, maart 2020 https://amsterdamse-school.nl/ https://mijngelderland.nl/inhoud/verhalen/het-badhuis-in-laag-soeren#!#customCarouselDetail
Fotobladen
‘t Leihuis gefotografeerd vlak na oplevering in 1909 (bron: Gelders Archief).
Links de voorzijde van ’t Leihuis (bron: GA 8095) en rechts een deel van de achterzijde (bron: GA 8094), vlak na de bouw in 1909.
De bouwtekeningen van ’t Leihuis uit 1908 (bron: NL-AhGldA_2503-01_2166-458-0006).
Verbouwingstekeningen uit 1988.
Boven de voorzijde, onder de achterzijde van ’t Leihuis. De achtertuin bestaat uit een rechthoekig vak met lage aanplant, omzoomd door een bakstenen pad dat de overgang vormt naar het bos.
De entree met vestibule en betegelde gang en gemetselde schouw. De gang loopt door om de voormalige woonkamer.
De voormalige woonkamer met balkenplafond, inglenook met inbouwkasten. Rechts de schouw in de voormalige eetkamer rechtsvoor.
Zicht op het bos van Nationaal Park De Veluwezoom achter ’t Leihuis.