Bestuursovereenkomst hvv 2024
Tekst van het document
BESTUURSOVEREENKOMST WOONRUIMTEVERDELING 2024 TER UITVOERING VAN DE REGIONAAL AFGESTEMDE HUISVESTINGSVERORDENING IN DE GROENEMETROPOOL REGIO ARNHEM-NIJMEGEN OP BASIS VAN DE HUISVESTINGSWET 2014
ONDERGETEKENDEN: 1. De gemeente Arnhem, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze P.H.M. Smeulders, wethouder, verder ‘de gemeente’, 2. De gemeente Berg en Dal, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze A.R.M. ten Westeneind, wethouder, verder ‘de gemeente’, 3. De gemeente Beuningen, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze P. Cobussen, wethouder, verder ‘de gemeente’, 4. De gemeente Doesburg, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze, B. van Veldhuizen – van Oort, wethouder, verder ‘de gemeente’, 5. De gemeente Druten, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze W. Brink, wethouder, verder ‘de gemeente’, 6. De gemeente Duiven, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze J. Goossen, wethouder, verder ‘de gemeente’, 7. De gemeente Heumen, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze V. Arts, wethouder, verder ‘de gemeente’, 8. De gemeente Lingewaard, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze J.H.A.P. Sluiter, wethouder, verder ‘de gemeente’, 9. De gemeente Montferland, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze G.J.M. Nijland, wethouder, verder ‘de gemeente’, 10.
De gemeente Nijmegen, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze G. Visser, wethouder, verder ‘de gemeente’, 11. De gemeente Overbetuwe, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze D. Horsthuis –Tangelder, wethouder, verder ‘ de gemeente’, 12. De gemeente Renkum, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze D. van Bentem, wethouder, verder ‘de gemeente’, 13. De gemeente Rheden, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze G. Hofstede, wethouder, verder ‘de gemeente’, 14. De gemeente Rozendaal, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze S. Warmerdam, wethouder, verder ‘de gemeente’, 15. De gemeente Westervoort, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze H. Sluiter, wethouder, verder ‘de gemeente’, 16. De gemeente Wijchen, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze G.W.R. Gerrits, wethouder, verder ‘de gemeente’, 1
17. De gemeente Zevenaar, ten dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de burgemeester, namens deze A. van Orden, wethouder, verder ‘de gemeente’, Ondergetekenden hierna individueel “ de Gemeente “ en gezamenlijk “Partijen” NEMEN IN OVERWEGING a. Op grond van artikel 4 van de Huisvestingswet 2014 hebben de raden van de aan deze bestuursovereenkomst deelnemende gemeenten een regionaal afgestemde Huisvestingsverordening 2024 vastgesteld, die op 31 december 2027 vervalt. b. In 2020 hebben Partijen een bestuursovereenkomst gesloten waarin zij hebben verklaard de uitvoering van de Huisvestingsverordening zo uniform en efficiënt mogelijk te regelen en de inzet van hun krachtens de Huisvestingswet 2014 gegeven bevoegdheden maximaal op elkaar af te stemmen. c. Op grond van artikel 6.3 van deze overeenkomst eindigt deze overeenkomst na expiratie van de regionaal afgestemde Huisvestingsverordening 2020 en wordt verlengd indien Partijen een voortzetting op basis van een nieuwe huisvestingsverordening noodzakelijk vinden. d. Partijen wensen deze samenwerking op het gebied van woonruimteverdeling te verlengen en maken daarover nieuwe afspraken. e. Op grond van artikel 6 van de Huisvestingswet 2014 hebben Partijen een regionaal afgestemde Huisvestingsverordening 2024 opgesteld die ter vaststelling wordt voorgelegd aan de raden van de aan deze bestuursovereenkomst deelnemende gemeenten. f.
Artikel 10 lid 7 van de Huisvestingsverordening 2024 bepaalt dat noodurgentieverklaringen geldig zijn voor het verkrijgen van woonruimte in de gehele woningmarktregio Arnhem-Nijmegen. Dit maakt het mogelijk dat de verstrekking van noodurgentieverklaringen en de afdoening van hiertegen ingediende bezwaarschriften en beroepschriften centraal door één van de aan deze bestuursovereenkomst deelnemende gemeenten kan worden uitgevoerd. g. Artikel 10 lid 3 van de Huisvestingsverordening 2024 bepaalt dat mantelzorgurgentieverklaringen geldig zijn voor het verkrijgen van woonruimte in de gemeente waar de mantelzorgurgentie wordt verleend of ontvangen. Op dit onderdeel wenst een deel van de partijen meer regionale afstemming, te effectueren via gelijkluidende beleidsregels. KOMEN ALS VOLGT OVEREEN 1. Doel bestuurlijke samenwerking 1.1 Het doel van de bestuurlijke samenwerking is zorg te dragen voor een regionaal uniforme en transparante wijze van woonruimteverdeling met een lage drempel 2
voor woningzoekenden, op een wijze zoals die plaatsvond onder de Huisvestingsverordening 2020. 1.2 Partijen spreken uit dat het van groot belang is voor woningzoekenden en woningcorporaties dat de uitvoering van de woonruimteverdeling op grond van de gelijkluidende Huisvestingsverordening 2024 binnen de woningmarktregio ArnhemNijmegen eenduidig, rechtmatig en kosten-efficiënt is georganiseerd ter bestrijding van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte. 1.3 Partijen constateren, dat de instelling van één urgentiecommissie voor de verstrekking van noodurgentieverklaringen, die geldig zijn in de gehele woningmarktregio, en een centrale afdoening van hiertegen ingediende bezwaarschriften en beroepschriften, bijdraagt aan een geharmoniseerde uitvoering van de afgestemde Huisvestingsverordening 2024. 2. Uniform noodurgentiebeleid en mantelzorgurgentiebeleid 2.1 Partijen komen overeen ter uitvoering van de regionaal afgestemde Huisvestingsverordening 2024 hetzelfde noodurgentiebeleid te voeren. 2.2 De volgende partijen komen overeen ter uitvoering van de regionaal afgestemde Huisvestingsverordening 2024 tevens hetzelfde mantelzorgurgentiebeleid te voeren: de gemeenten Berg en Dal, Beuningen, Doesburg, Duiven, Heumen, Nijmegen, Rheden, Rozendaal, Westervoort, en Zevenaar.
2.3 De regionale afhandeling van mantelzorgurgentie wordt na 1 jaar door alle partijen geëvalueerd. 3. Contactgemeente 3.1 De gemeente Arnhem fungeert als contactgemeente. Dit houdt in dat de gemeente Arnhem zorgdraagt voor het instellen van de in lid 4.1 genoemde urgentiecommissie en voor een centrale afdoening van hiertegen ingediende bezwaarschriften en beroepschriften. 3.2 De gemeente Arnhem sluit als contactgemeente met de woningcorporaties dan wel met een door de corporaties gecontracteerde derde dienstverlenende partij een contract over de integrale bekostiging van de werkzaamheden van de regionale urgentiecommissie.
4. Urgentiecommissie 4.1 Partijen komen overeen ter uitvoering van de regionaal afgestemde Huisvestingsverordening 2024 een urgentiecommissie in te stellen. 4.2 De urgentiecommissie zal functioneren in overeenstemming met het door het college van Arnhem vastgestelde reglement (bijlage 1). 3
4.3 De contactgemeente draagt zorg voor een jaarlijkse verslaglegging van de activiteiten van de urgentiecommissie aan alle partijen. 5. Mandaat 5.1 Partijen komen overeen hun bevoegdheden tot het verlenen c.q. intrekken van een huisvestingsvergunning, het verstrekken van urgenties en het afhandelen van beroep en bezwaar te mandateren met het oog op een efficiënte, transparante en regionaal uniforme uitvoering van de woonruimteverdeling. 5.2 Partijen nemen daartoe een mandateringsbesluit waarin dit wordt geformaliseerd. 6. Kostenverdeling 6.1 Partijen vergoeden in 2024 naar rato van inwonertal aan de gemeente Arnhem de kosten van de afdoening van bezwaarschriften en beroepschriften en de overige bestuurskosten die in verband met de verstrekking van urgentieverklaringen zijn gemaakt. De gemeente Arnhem dient aan Partijen daartoe een declaratie in. 6.2 Partijen komen overeen om met ingang van 2025 naast de kosten van de afdoening van beroep en bezwaar tegen beslissingen van de urgentiecommissie, tevens de kosten van de urgentiecommissie en het secretariaat van de urgentiecommissie voor hun rekening te nemen. 6.3 Met ingang van 2025 vergoeden partijen daarom naar rato van inwonertal de kosten van de afdoening van bezwaarschriften en beroepschriften, en de kosten van de regionale urgentiecommissie en het secretariaat van die commissie.
Daartoe worden in 2024 door partijen de begrotingstechnische voorbereidingen getroffen. De gemeente Arnhem dient aan Partijen daartoe met ingang van 2025 een aangepaste declaratie in. 7. Duur Overeenkomst 7.1 Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag na ondertekening door alle partijen. 7.2 Deze Overeenkomst eindigt op 1 januari 2028. Voor de gemeente Montferland eindigt deze overeenkomst op 1 januari 2025. 7.3 Rechtsgevolgen welke voortvloeien uit deze overeenkomst en die naar hun aard geacht worden door te werken of eventueel ontstaan na beëindiging van deze overeenkomst, worden afgehandeld overeenkomstig het bepaalde in deze overeenkomst. 8. Wijziging overeenkomst 8.1 Een partij die een wijziging van deze Overeenkomst wenst meldt dat schriftelijk met een motivering aan de andere partijen. 8.2 Na overeenstemming wordt de gewenste wijziging schriftelijk vastgelegd en ondertekend door alle Partijen. 4
8.3 Partijen treden met elkaar in overleg indien zich onvoorziene omstandigheden voordoen welke van dien aard zijn, dat ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet mag worden verwacht. Zij zullen in goed overleg zo nodig de overeenkomst aan deze omstandigheden aanpassen met inachtneming van de geest en het doel van de oorspronkelijke afspraken. 9. Geschillen en geschilbeslechting 9.1 Op deze overeenkomst is het Nederlands recht van toepassing. 9.2 Partijen verplichten zich om, indien er geschillen ontstaan omtrent de uitleg van deze Overeenkomst of over de uitvoering daarvan, met elkaar in overleg te treden, waarbij getracht wordt geschillen in der minne te beslechten, zo nodig met inzet van mediation. 9.3 Eerst wanneer het in lid 9.2 bedoelde overleg, al dan niet met behulp van mediation, niet heeft geleid tot een minnelijke regeling van het geschil kan sprake zijn van een blijvend geschil. 9.4 Blijvende geschillen in verband met deze Overeenkomst worden beslecht door de bevoegde rechter te Arnhem. 10. Vrijwaring aansprakelijkheid Deze Overeenkomst leidt buiten de afspraken neergelegd in deze Overeenkomst niet tot onderlinge financiële verplichtingen en/of handelingen.
Aldus overeengekomen en ondertekend op ……………….. 1. de gemeente Arnhem,
P.H.M. Smeulders 2. de gemeente Berg en Dal,
A.R.M. ten Westeneind 3. de gemeente Beuningen,
5
afdwingbare
P. Cobussen 4. de gemeente Doesburg,
B. van Veldhuizen – van Oort 5. de gemeente Druten,
W. Brink 6. de gemeente Duiven,
J. Goossen 7. de gemeente Heumen,
V. Arts. 8. de gemeente Lingewaard,
J.H.A.P. Sluiter 9. de gemeente Montferland,
G.J.M. Nijland. 10. de gemeente Nijmegen,
G. Visser 11. de gemeente Overbetuwe,
D. Horsthuis Tangelder
6
12. de gemeente Renkum,
D. van Bentem 13. de gemeente Rheden,
G. Hofstede 14. de gemeente Rozendaal,
S. Warmerdam 15. de gemeente Westervoort,
H. Sluiter 16. de gemeente Wijchen,
G.W.R. Gerrits 17. de gemeente Zevenaar, A. van Orden
7