Bestemmingsplan Velp-Zuid locatie Sophiastraat 51-IJsselstraat 63-65 te Velp Bijlagen bij toelichting (23.38).pdf
Tekst van het document
2. 3. 4. 5.
Toelichting Alle inheemse vogelsoorten in Nederland vallen onder de Vogelrichtlijn. De Vogelrichtlijn is een richtlijn vanuit de Europese Unie uit 1979 en heeft betrekking op de instandhouding van alle natuurlijk in het wild levende vogelsoorten op het Europese grondgebied van de Lidstaten waarop het Verdrag van toepassing is. De lijst met soorten is niet limitatief.
Tabel IV. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn
1. 2. 3. 4. 5.
Het is verboden in het wild levende dieren van deze soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze dieren te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten uit de Habitatrichtlijn of het Verdrag van Bern in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Toelichting Het gaat bij artikel 3.5 over in het wild levende dieren van verschillende soortgroepen. In de wet wordt voor vogelsoorten uit bijlage II van het verdrag van Bern geen uitzondering gemaakt. Van de vogelsoorten die in Nederland voorkomen is hieronder een selectie gemaakt. Van de overige soortengroepen zijn alle soorten genoemd. Soorten Planten
drijvende waterweegbree, groenknolorchis, kruipend moerasscherm, zomerschroeforchis
Zoogdieren
bever, hamster, hazelmuis, lynx, Noordse woelmuis, otter, wolf, wilde kat
Walvisachtigen
bruinvis, bultrug, butskop (hille), dwergpotvis, dwergvinvis, gestreepte dolfijn, gewone dolfijn, gewone spitsdolfijn, gewone vinvis, griend, grijze dolfijn, kleine zwaardwalvis, narwal, Noordse vinvis, orka, potvis, spitsdolfijn van Gray, tuimelaar, walrus witflankdolfijn, witsnuitdolfijn, witte dolfijn
Vleermuizen
Bechsteins vleermuis, bosvleermuis, Brandts vleermuis, franjestaart, gewone baardvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis, grote hoefijzerneus, grote rosse vleermuis, ingekorven vleermuis, kleine dwergvleermuis, kleine hoefijzerneus, laatvlieger, meervleermuis, mopsvleermuis, Noordse vleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis, tweekleurige vleermuis, vale vleermuis, watervleermuis
Amfibieën
boomkikker, geelbuikvuurpad, heikikker, kamsalamander, knoflookpad, poelkikker, rugstreeppad, vroedmeesterpad
Reptielen
dikkopschildpad, gladde slang, Kemps’ zeeschildpad, lederschildpad, muurhagedis, soepschildpad, zandhagedis
Vissen
houting, steur
Vlinders
apollovlinder, boszandoog, donker pimpernelblauwtje, grote vuurvlinder, moerasparelmoervlinder, monarchvlinder, pimpernelblauwtje, teunisbloempijlstaart, tijmblauwtje, zilverstreephooibeestje
Libellen
bronslibel, gaffellibel, gevlekte witsnuitlibel, groene glazenmaker, mercuurwaterjuffer, Noordse winterjuffer, oostelijke witsnuitlibel, rivierrombout, sierlijke witsnuitlibel
Insecten
brede geelrandwaterroofkever, gestreepte waterroofkever, heldenbok, juchtleerkever, oeveraas, vermiljoenkever
Overig
Bataafse stroommossel, platte schijfhoren
Rapport 15454.001 versie D2
Artikel 3.5. In het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn appelvink, baardman, beflijster, bergeend, bergfluiter, bijeneter, blauwborst, blauwe kiekendief, boerenzwaluw, bontbekplevier, bonte strandloper, bonte vliegenvanger, boomklever, boomkruiper, boompieper, boomvalk, bosrietzanger bosruiter, bosuil, braamsluiper, brandgans, bruine kiekendief, buizerd, casarca, Cetti’s zanger, draaihals, duinpieper, dwergmeeuw, dwergstern, Engelse kwikstaart, Europese kanarie, fitis, fluiter, geelgors, gekraagde roodstaart, gele kwikstaart, geoorde fuut, glanskop, goudhaan, grasmus, graspieper, graszanger, grauwe kiekendief, grauwe klauwier, grauwe vliegenvanger, griel, groene specht, groenling, grote bonte specht, grote gele kwikstaart, grote karekiet, grote stern, grote zilverreiger, havik, heggenmus, hop, huiszwaluw, ijsvogel, kerkuil, klapekster, klein waterhoen, kleine barmsijs, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine plevier, kleine zilverreiger, kleinst waterhoen, kluut, kneu, koolmees, koereiger, kraanvogel, krekelzanger, kortsnavelboomkruiper, kruisbek, kuifmees, kwak, kwartelkoning, lepelaar, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, Noordse stern, oehoe, oeverloper, oeverpieper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paapje, pestvogel,
pimpelmees, poelruiter, porseleinhoen, purperreiger, putter, ransuil, rietgors, rietzanger, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, roodhalsfuut, rouwkwikstaart, sijs, slangenarend, slechtvalk, smelleken, snor, sperwer, spotvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, steltkluut, strandplevier, taigaboomkruiper, tapuit, tjiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, velduil, visarend, visdief, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal, winterkoning, witbandkruisbek, witte kwikstaart, witwangstern, nachtzwaluw, woudaap, zeearend, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwarte stern, zwarte wouw, zwartkop, zwartkopmeeuw
Vogels
Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. 2. 3.
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, vlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdieren, amfibieen en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soorten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvulling op het landelijke. Soorten Dieren
Planten
Zoogdieren
aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat*
Amfibieën
Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker*, middelste groene kikker*, vinpootsalamander, vuursalamander
Reptielen
adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang
Vissen
beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal
vlinders
aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinparelmoervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, kommavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spiegeldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan
Libellen
beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer
Overige soorten
Europese rivierkreeft, vliegend hert
akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, glad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, stijve wolfsmelk, kleine wolfsmelk, kluwenklokje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonnedauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubvaren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, steenbraam
Rapport 15454.001 versie D2
Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opgenomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming Artikel 4.1
De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden bestaande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Artikel 4.2
1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. 3. Gedeputeerde staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
Artikel 4.3 lid 1 en 2
Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.
Artikel 4.4 lid 1
De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer
Artikel 4.5
Gedeputeerde staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplanting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels.
Rapport 15454.001 versie D2
Bijlage 2
Verklarende woordenlijst
Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.
Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.
Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.
Rapport 15454.001 versie D2
Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie.
Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.
Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.
Rapport 15454.001 versie D2
Product: Datum aanvraag: Adres:
Advies Wnb 21 oktober 2021 Sophiastraat 51, Velp
Omschrijving adviesvraag: Toetsing van het conceptbestemmingsplan, onderdeel stikstof
Documenten: Bestemmingsplan Velp Zuid, Sophiastraat 51 – IJsselstraat 63-65 Gemeente Rheden toelichting, Kubiek Ruimtelijk Advies, NL.IMRO.0275.BPVZ26-ON01, 15 juli 2021
Advies Datum 4 november 2021
Beschrijving project De ontwikkeling bestaat uit de transformatie van twee bedrijfswoningen in een reguliere woning en twee appartementen en de bouw van twee patiowoningen. Er is géén stikstofdepositieonderzoek aangeleverd.
Pagina 1 van 2 Zaaknummer ODRA21AV1359 Behandeld door R.C. van Cooten
Locatie plangebied De dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (Rijntakken en Veluwe) liggen beide op ongeveer 1,4 kilometer van het plangebied. Gebiedsbescherming (stikstofdepositie) In het concept bestemmingsplan is een paragraaf besteed aan het aspect stikstof. Aangegeven wordt dat het aanleveren van een depositie niet noodzakelijk wordt geacht, door de afstand tot Natura 2000-gebieden en de aard van het project. Aanlegfase Per 1 juli 2021 is de wetgeving ten aanzien van de stikstofdepositie afkomstig van emissie bij de bouw veranderd. Hiermee vervalt mogelijke vergunningsplicht voor de aanlegfase van een project. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Om deze reden zullen wij projecten niet meer beoordelen op de hoogte van de depositie in aanlegfase. Gebruiksfase De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van een project. Dit betekent dat nog steeds een natuurvergunning nodig kan zijn voor de stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door verkeersgeneratie of installaties horend bij een ruimtelijke ontwikkeling. De te realiseren nieuwbouw wordt vanwege wetgeving niet op het gasnet aangesloten. Er is daarom geen sprake van NOx emissies door gasstook voor
Omgevingsdienst Regio Arnhem Eusebiusbuitensingel 53 6828 HZ Arnhem Postbus 3066 6802 DB Arnhem T 026 – 377 16 00 E postbus@odra.nl www.odregioarnhem.nl
Omgevingsdienst Regio Arnhem is een samenwerkingsverband van de gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort en Zevenaar en provincie Gelderland.
KvK 57137528 IBAN NL92BNGH0285158813 BTW NL 8524.52.998.B.01
verwarming en warmwatervoorziening. Verkeersgeneratie dient wel meegenomen te worden. Hoewel de afstand tot N2000 gebieden relatief groot is en de omvang van het project de verwachting schept dat er geen vergunningplicht geldt, hebben wij toch een berekening gemaakt met AERIUS Calculator. De verkeersbewegingen die horen bij de te bouwen woningen (landelijke kengetallen) zijn overschat om met meer zekerheid uitspraken te kunnen doen over de toekomstige depositie. Daarnaast zijn de verkeersbewegingen afkomstig van de te transformeren bedrijfswoningen (waarmee eventueel interne saldering zou kunnen plaatsvinden) weggelaten, zodat er een worst-case-scenario ontstaat. Per woning is gerekend met 10 verkeersbewegingen per etmaal. Deze zijn gemodelleerd van de projectlocatie via de Sophiastraat naar de President Kennedylaan. Hier gaat het verkeer op in het ‘heersende verkeersbeeld’. Het AERIUS-bestand met de berekening is toegevoegd als bijlage. Het rekenresultaat van de berekening geeft geen depositiewaarden boven 0.00 mol/ha/jaar op beschermde gebieden. Conclusie Hoewel een stikstofdepositieonderzoek ontbreekt, is op voorhand een significant effect op de beschermde gebieden uit te sluiten. Er geldt geen vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.
Bij12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2020, januari 2021
Datum 4 november 2021 Pagina 2 van 2 Zaaknummer ODRA21AV1359
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
ODRA Sophiastraat 51, 6882 NJ Velp Bestemmingsplan Sophiestraat/IJsselstraat Stikstofdepositieberekening
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RkZup3ziqibu 18 mei 2022, 11:21 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Bestemmingsplan Sophiastraat/IJsselstraat - Beoogd
Resultaten
Emissie NH3 0,2 kg/j
Hoogste depositie Hexagon Bestemmingsplan Sophiastraat/IJsselstraat - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) 0,00 ha Gekarteerd oppervlak met afname (ha) 0,00 ha Grootste toename van depositie 0,00 mol/ha/j Grootste afname van depositie 0,00 mol/ha/j
RkZup3ziqibu (18 mei 2022)
Emissie NOx 3,5 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
Bestemmingsplan Sophiastraat/IJsselstraat (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen Verkeersnetwerk
RkZup3ziqibu (18 mei 2022)
Emissie NH3 0,2 kg/j
Emissie NOx 3,5 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RkZup3ziqibu (18 mei 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bestemmingsplan Sophiastraat/IJsselstraat" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RkZup3ziqibu (18 mei 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.5_20220328_855771c674 Database versie 2021.0.5_855771c674 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RkZup3ziqibu (18 mei 2022)
6/6
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
ODRA Sophiastraat 51, 6882 NJ Velp Sophiastraat Nieuwbouw woningen
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
Ryrmmd5KHKG7 12 mei 2023, 12:56 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Bouwfase - Beoogd Bouwfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
Ryrmmd5KHKG7 (12 mei 2023)
2023 -
0,4 kg/j
15,7 kg/j
2/6
Projectberekening
Bouwfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Bron 1 Verkeersnetwerk
Ryrmmd5KHKG7 (12 mei 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
0,4 kg/j 33,7 g/j
14,6 kg/j 1,1 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Ryrmmd5KHKG7 (12 mei 2023)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Bouwfase " (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
Ryrmmd5KHKG7 (12 mei 2023)
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol N/ha/jr)
-
-
5/6
Projectberekening
Bouwfase , Rekenjaar 2023 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte Naam
Grondverzet Fundering Overige mobiele werktuigen 2
Bron 1 X:195336,05 Y:444803,75 0,10 ha
NOₓ NH₃
Stageklasse
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
Brandstofverbruik
750 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
400 l/j
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja
400 l/j
Max. snelheid
15 u/j
35 l/j
Stof Emissie
NOₓ
15 u/j
25 l/j
NOₓ NH₃
Wegverkeer X:195467,98 Y:444874,56 328,38 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
Draaiuren AdBlue verbruik
NH₃
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte Verkeer
14,6 kg/j 0,4 kg/j
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
15 u/j
20 l/j
NOₓ NH₃
8,7 kg/j 0,2 kg/j 1,8 kg/j 96,0 g/j 4,1 kg/j 96,0 g/j
Links Rechts NOₓ 1,1 kg/j Type scherm - NO₂ 0,3 kg/j Hoogte - NH₃ 33,7 g/j Afstand tot de weg - -
Voertuigbewegingen
8,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal 2,0 p/etmaal 0,0 p/etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2022.1_20230405_989cfb3815 Database versie 2022.1_989cfb3815 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/ Ryrmmd5KHKG7 (12 mei 2023)
6/6
Rapport Verkennend bodemonderzoek NEN 5740/ Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5897 Sophiastraat 51/IJsselstraat 63 Velp
Projectnummer:
21081
Datum:
28 mei 2021
Rapport Verkennend bodemonderzoek NEN 5740/ Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5897 Sophiastraat 51/IJsselstraat 63 Velp
Opdrachtgever: Kwa Maritane BV De heer J. Rudolphie Zwarteweg 1 8181 PD Heerde
Projectnummer: 21081 Datum:
28 mei 2021
Status:
Definitief
Opgesteld door:
Paraaf:
Goedgekeurd door:
F. H. de Vries
ing. G. van Dijk
1 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Paraaf:
Inhoud 1 Inleiding .................................................................................................................................. 3 2 Inventarisatie ........................................................................................................................... 5 2.1 Historisch gebruik. ............................................................................................................... 5 2.2 Huidig gebruik ..................................................................................................................... 9 2.3 Toekomstig gebruik ............................................................................................................. 9 2.4 Geohydrologische gegevens .............................................................................................. 10 2.5. Onderzoeksstrategie .......................................................................................................... 10 3 Uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek ........................................................................ 12 4 Resultaten veldonderzoek ..................................................................................................... 16 5 Resultaten laboratoriumonderzoek .......................................................................................
19 5.1 Toetsingskader ................................................................................................................... 19 5.2 Analyseresultaten ............................................................................................................... 19 6 Conclusie............................................................................................................................... 24 6.1 Toetsing van de onderzoekshypothese............................................................................... 26 6.2 Toetsing van de onderzoekshypothese............................................................................... 27 6.3 Aanbeveling ....................................................................................................................... 28 7 Zorgvuldigheid onderzoek .................................................................................................... 29
Bijlagen 1. Topografisch en kadastraal overzicht 2. Situatietekening 3. Monsternemingsformulieren (grond en grondwater) 4. Boorbeschrijvingen 5. Toegepaste methoden/normen veldwerk en laboratoriumonderzoek 6. Analyseresultaten + toetsing 7. Foto’s 8. Bodeminformatie
2 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
1 Inleiding De heer J. Rudolphie van Kwa Maritane BV uit Arnhem heeft op 03 april 2021 opdracht verleend tot het instellen van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740/NEN 5897 ter plaatse van de locatie aan Sophiastraat 51/IJsselstraat 63 in Velp. Voor de ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. De inrichting van de locatie is weergegeven in bijlage 2. De aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is herontwikkeling van de locatie. Doel van het onderzoek is het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigende stoffen. Het vooronderzoek is uitgevoerd volgens de Nederlandse Norm NEN 5725:2017 (strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek). Bij het verzamelen van de beschikbare informatie is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de werkwijze zoals beschreven in de NEN5725. Op basis van deze norm bepaalt de aanleiding van het onderzoek de minimale onderzoeksaspecten. In onderstaande tabel zijn deze onderzoeksaspecten per aanleiding weergegeven. In de huidige situatie is sprake van aanleiding A (bodemonderzoek). onderzoeksaspecten Locatie gegevens Bodemopbouw en geohydrologie
Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval
Eigendomssituatie Hoogteligging Bodemopbouw Antropogene lagen in de bodem Geohydrologie Geval van Ernstige bodemverontreiniging Kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken Voormalig Huidig Toekomst Asbestverdacht
Aanleidingen tot vooronderzoek A B C D E F O O X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
O X
X X
X X
X X
X X
O X X
X
X X
X X O X
X
G
X X X X X
X
X X X X X Terreinverkenning X = Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd O = Optioneel
3 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Aanleiding tot vooronderzoek A Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek B Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nul- en eindsituatie onderzoek C Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van de ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie D Opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring E Opstellen of actualiseren van een bodemkwaliteitskaart F Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond G Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s
Ten behoeve van dit vooronderzoek hebben wij de volgende bronnen geraadpleegd: Onderdeel Historisch, huidig en toekomstig gebruik Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calamiteiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek Locatiegegevens van internet: historisch topografisch kaartmateriaal basisregistratie grootschalige topografie kadastrale gegevens Google streetview Provinciale bodeminformatie Asbest Bodemopbouw Geo(hydro)logie Bodemkwaliteitskaart Terreininspectie
Bron Opdrachtgever Gemeente Rheden, contactpersoon de heer J. Winkelhorst / opdrachtgever
www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl maps.google.nl www.bodemloket maps.bodemdata.nl Asbestdakenkaart Gelderland www.dinoloket.nl Nota Bodembeheer gemeente Rheden Actualisatie Bodembeleid regio Arnhem Uitgevoerd voorafgaand aan veldwerk op 12-04-2021 door erkend monsternemer de heer A. de Graaf van Boluwa Eco Systems BV
In de volgende hoofdstukken zal achtereenvolgens worden ingegaan op de verrichte veld- en laboratoriumwerkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. In hoofdstuk 6 worden de bevindingen geïnterpreteerd en conclusies getrokken over de actuele kwaliteit van de grond en het grondwater op de locatie.
4 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
2 Inventarisatie De onderzoekslocatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Velp. Het te onderzoeken terrein is kadastraal bekend als de gemeente Velp, sectie H nummers 2876, 1400 en 3788. x-coördinaat = 195.341 en y-coördinaat = 444.803. 2.1 Historisch gebruik. Algemeen: De onderzoekslocatie omvat de locaties Sophiastraat 51 en IJsselstraat 63. De locaties maken sinds 1975 deel uit van hetzelfde terrein. Voor 1900 bestond het gebied uit bouwland. Op de locatie aan de Sophiastraat zijn in 1932 drie wooneenheden naast elkaar gebouwd. Op nummer 51 was destijds een winkel aanwezig. Waarschijnlijk betrof dit een tabakswinkel. Op basis van de Hinderwetgegevens was vanaf 1951 op dit adres een technische oliehandel gevestigd. Het achtergelegen terrein/binnenterrein was destijds in gebruik als tuin/bouwland. In 1961 is een Hinderwetvergunning verkregen voor het oprichten en in werking houden van een herstelinrichting voor motorvoertuigen. De winkel werd toen gebruikt voor de verkoop van benzine en onderhoudsproducten. In later jaren is de winkel gebruikt als woonhuis en deels als kantoor. Het gedeelte achter de woning was in gebruik als werkplaats. De overige twee wooneenheden zijn altijd in gebruik geweest als wonen met tuin. Op de locatie IJsselstraat 63 is 1934 bebouwing aanwezig. Op de locatie bevond zich een dubbel woonhuis.
In het achterhuis was in de periode 1963 – 1965 sprake van een koperslagerij. Nadien is in het pand in gebruik geweest als bakkerij een bakkerij met in het voorhuis de winkel. In 1975 is de locatie verbouwd tot een autoshowroom en magazijn en samengevoegd bij het autobedrijf op de locatie Sophiastraat 51. De bedrijfsactiviteiten zijn enkel jaren geleden beëindigd en inmiddels wordt de locatie verhuurd. Topotijdreis: 1900
1950
5 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
1980
2015
Vergunningen locatie en aangrenzende percelen: Adres Sophiastraat 51
Informatie Op basis van de Hinderwetgegevens was in 1951 op dit adres een technische oliehandel gevestigd op naam van G. van Weerdhof/Driessen. In 1961 is een Hinderwetvergunning verstrekt aan Purfina voor de oprichting van een benzine-installatie. Uit de Hinderwetvergunning van 1967 blijkt dat G. Weerdhof te boek stond als exploitant. Naast het brandstofservicestation stond op dit adres ook de activiteit autobedrijf te boek (J. Blok). Op dit adres stond bij De Kamer van Koophandel in de periode 1963-1965 een koperwarenfabriek ingeschreven (Luxe Metaalwarenfabriek Ketting B.V) Het pand is in 1975 verbouwd tot magazijn en showroom voor automobielen (aanvrager was Johan Blok). Hiervoor bleek achterin het pand een bakkerij te zijn gevestigd. In 1963 is een aanvraag ingediend voor de bouw van een loods, voor stalling van vrachtwagens, met smeerkuil ten behoeve van een transportbedrijf (J. Riggeling) In 1976 heeft de PGEM een elektrisch onderstation gerealiseerd, bij het omzettingsproces gebruik makend van transformatorolie.
IJsselstraat 63 IJsselstraat 63 IJsselstraat 71 Sophiastraat 67a
Brandstoftanks locatie en aangrenzende percelen: Onder de inrit aan de Sophiastraat hebben twee ondergrondse opslagtanks voor diesel en benzine gelegen. Deze tanks zijn in 1986 verwijderd. Bij de verwijdering zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Onder de voormalige locatie voor de opslag van gevaarlijke afvalstoffen (KCA) is nog een ondergrondse tank voor afgewerkte olie aanwezig. Deze is niet meer in gebruik en afgevuld met zand door een gecertificeerd bedrijf. Adres Sophiastraat 51
Inhoud in m³ 6
Sophiastraat 51 Sophiastraat 51 Merwedestraat 2a
6 5 3 3
Soort inhoud
Status tank
Normale benzine Super benzine HBO Diesel Benzine
In 1986 verwijderd In 1986 verwijderd Inwendig gereinigd en gevuld met zand (KIWA, 12 april 1994) Verwijderd ten tijde van nieuwbouw Verwijderd in 1990
Overig: Op de locatie is westelijk van de werkplaats Sophiastraat 51 een wasplaats met een olie/benzineafscheider aanwezig. Rond 2003 is een nieuwe olieafscheider geplaatst. 6 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Calamiteiten: In 1993 is op de parkeerplaats/binnenplaats van de locatie een auto uitgebrand. Hierbij is bluswater verontreinigd met olie in de bodem terecht gekomen. De verontreinigde grond is op basis van zintuiglijke waarnemingen afgegraven en in containers in depot gezet. Uit de analyseresultaten bleek dat de grond licht verontreinigd was. Asbestdakenkaart: Op basis van de asbestdakenkaart is de bebouwing op de locatie en de nabije omgeving niet voorzien van asbesthoudende dakbedekking.
Er zijn geen aanwijzingen dat er mogelijk asbest in de bodem aanwezig is. Het gebied is niet verdacht op aanwezigheid van asbest in de grond. Nota Bodembeheer: Uit de Nota Bodembeheer blijkt dat de locatie is gelegen in een bodemkwaliteitszone waarvan de gemiddelde kwaliteit van de bovengrond voldoet aan klasse Industrie. De ondergrond voldoet aan de kwaliteitsklasse Achtergrondwaarde. De Nota Bodemheer is op de onderzoekslocatie echter niet van toepassing aangezien het een van bodemverontreiniging verdachte locatie betreft. PFAS Op basis van het “Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecies” blijkt, dat vooralsnog heel Nederland (voornamelijk de bovengrond) als “verdacht” gebied wordt gekenmerkt met betrekking tot de parametergroep PFAS. Verwacht wordt, dat er verspreid over de onderzoekslocatie gelijke gehalten van PFAS voorkomen. PFAS komt diffuus in Nederland voor. Dit betekent echter niet dat alle locaties per definitie verdacht zijn op PFAS boven de toetsnorm. Uit het vooronderzoek blijkt dat atmosferische depositie de enige (beperkte) bron van PFAS-verontreiniging op de locatie kan zijn. Van atmosferische depositie is bekend dat dit tot beperkt verhoogde PFAS-gehaltes in bodem en water kan leiden. 7 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Bodemloket: Activiteit Koperwarenfabriek Smeeroliën- en vettengroothandel Autowasserij Autoreparatiebedrijf Benzinepomppinstallatie Benzinetank (ondergronds) Benzinepompinstallatie HBO-tank
van 1963 1963 1959 1956 1956 1905 1905 1905
tot 1965 1965 onbekend huidig huidig onbekend onbekend onbekend
Rapporten: Type Verkennend onderzoek NEN5740
Auteur Fugro Milieu
nummer 82020418
datum 25-11-2002
Bodemonderzoeken locatie en aangrenzende percelen (gemeente Rheden): Naam/adres Soort onderzoek
Autobedrijf Joh. Blok/Sophiastraat 51 (deel van het perceel) Verkennend bodemonderzoek (Fugro, 82020418)
25 november 2002 RapportAA027502201 code
Verontreinigings-situatie
Werkplaats (achter 51): Naast het oliedrukvat voor de hefbrug is een sterke verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Rond de werkplaats is de bovengrond matig verontreinigd met koper, lood en/of zink. Het grondwater ten oosten van de werkplaats is licht verontreinigd met chroom en per. Wasplaats: De bovengrond ten westen van de wasplaats is sterk verontreinigd met zink, matig verontreinigd met PAK en loo den licht verontreinigd met zware metalen en minerale olie. Ten oosten van de wasplaats is de bovengrond licht verontreinigd met minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met per. Opslag gevaarlijk afval + ondergrondse opslagtank afgewerkte olie: De bovengrond ten oosten van de voormalige ondergrondse opslagtank is matig tot sterk verontreinigd met koper, lood, zin ken PAK. Het grondwater is matig verontreinigd met koper en per. Voormalige ondergrondse diesel en benzinetanks: In de ondergrond ter plaatse van de voormalige tanks is licht verontreinigd met vluchtige minerale olie. Het grondwater is licht verontreinigd met minerale olie. Geadviseerd wordt een nader onderzoek uit te voeren. In 2003 blijkt een deel van de verontreinigde grond gesaneerd te zijn. Een plan van aanpak en/of een evaluatieverslag is niet bekend bij de gemeente Rheden.
Naam/adres Soort onderzoek
Verontreinigingssituatie grond
Verontreinigings- situatie grondwater
Merwedesteraat 2a Rapport 22 okt. 1997 Diverse onderzoeken, onder meer: RapportAA027500529 Indicatief onderzoek (Tauw, R3604810.H01) code AA027500534 Nader onderzoek (Fugro, 82010179) AA027500535 Saneringsplan (Fugro, 82010179) AA027500538 Saneringsevaluatie (UDM, UDM/07-04-0057-02) Ter plaatse van een eertijds aanwezige ondergrondse opslagtank voor vloeibare brandstoffen is de ondergrond sterk verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromatische koolwaterstoffen. Tevens is de bodem verontreinigd met lood en PAK. Er is een geval van ernstige bodemverontreiniging aangetoond. De sanering is gefaseerd uitgevoerd (3 fases). Er is restverontreiniging ach-tergebleven in Merwedestraat, waarop nazorg van toepassing is. Er gelden gebruiksbeperkingen ter plaatse van de achtergebleven verontreiniging. Er mag geen grondwater worden opgepompt op of nabij de achtergebleven ver-ontreiniging. Tevens mag er niet gegraven worden in de achtergebleven ver-ontreiniging zonder toestemming van het bevoegd gezag. Wanneer zich de situatie voordoet waarbij de verontreiniging toegankelijk is zal de verontreiniging alsnog moeten worden verwijderd. Ter plaatse van de tanklocatie is het grondwater sterk verontreinigd met minerale olie en benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xylenen.
8 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Naam/adres Soort onderzoek
Sophiastraat 47 Verkennend onderzoek (Econsultancy, 06102546)
Verontreinigingssituatie grond
Bovengrond: licht verontreinigd met lood, zink en PAK Ondergrond (tot 1,4 m-mv): licht verontreinigd met koper, lood, zink en PAK
Verontreinigings- situatie grondwater
Niet verontreinigd
Rapportcode
22 feb. 2008 AA027501996
De beschikbare bodeminformatie is bijgevoegd in bijlage 8. 2.2 Huidig gebruik Op het terrein is een bedrijf gespecialiseerd in elektrische hulpmiddelen voor steunkousen gevestigd. Het buitenterrein is grotendeels voorzien van een laag gebroken puin. De onderzoekslocatie betreft het gehele perceel en heeft een oppervlakte van 1.216 m². Voor de ligging van de onderzoekslocatie wordt verwezen naar bijlage 1. De inrichting van de locatie is weergegeven in bijlage 2. 2.3 Toekomstig gebruik Het terrein wordt herontwikkeld t.b.v. woningbouw.
9 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
2.4 Geohydrologische gegevens De geohydrologische lithologie rond de locatie in Velp is volgens DINO loket als volgt:
Het freatisch grondwater bevindt zich op gemiddeld op ca. 3,30 m-mv. De locatie is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.5. Onderzoeksstrategie Conclusie vooronderzoek: Uit het voorgaande bodemonderzoek blijkt dat op de locatie diverse verdachte deellocaties aanwezig zijn. Daarnaast zijn op het overig terrein heterogeen verdeeld licht tot sterk verhoogde gehalten worden aangetroffen. Invloeden van nabijgelegen locaties op de bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie worden niet verwacht. Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 De onderzoeksstrategie voor het terrein is gebaseerd op verkennend bodemonderzoek zoals beschreven in de NEN-5740 voor een verdachte locatie. Deellocatie
Strategie
Verdachte stoffen
Voormalige ondergrondse tanks op voorterrein
Oppervlakte (m²) Ca. 25 m²
VEP-OO
Minerale olie, vluchtige aromaten
Voormalige reparatie en onderhoudswerkplaats
Ca. 80 m²
VEP
Olie-waterafscheider zuidelijk van de wasplaats
<10 m²
VEP-OO
Minerale olie, vluchtige aromaten, zware metalen Minerale olie, vluchtige aromaten en zware metalen
10 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Deellocatie
Oppervlakte (m²) Ca. 30 m²
Strategie
Verdachte stoffen
VEP
Voormalige opslagruimte voor o.a. afgewerkte olie, accu’s en KCA westelijk van de wasplaats Gesaneerde ondergrondse tank onder opslagruimte
Ca. 10 m²
VEP
Ca. 10 m²
VEP-OO
Minerale olie, vluchtige aromaten, zware metalen Minerale olie, vluchtige aromaten, zware metalen Minerale olie
Overig terrein
Ca. 1200 m²
VED-HE-NL
Zware metalen, PAK, minerale olie
Wasplaats westelijk van de werkplaats
VED-HE-NL: Onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste niet lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde stof op schaal van monsterneming. VEP: Onderzoeksstrategie voor verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern. VEP-OO: Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met één of meerdere ondergrondse opslagtanks.
De relevante resultaten van het zintuiglijk en chemisch onderzoek van de bovengenoemde onderzoekspunten zijn mede in dit rapport opgenomen om een totaalbeeld te krijgen van de locatie. Verkennend bodemonderzoek asbest NEN 5897 Het buitenterrein is grotendeels voorzien van een gebroken puin/puinverharding. Deze is aangebracht voor 2005 en wordt daarmee als verdacht op asbest worden beschouwd. Voor de onderzoeksstrategie wordt uitgegaan van een open halfverharding conform paragraaf 6.5.2 zoals is beschreven in de NEN 5897. De relevante resultaten van het zintuiglijk en chemisch onderzoek van de bovengenoemde onderzoekspunten zijn mede in dit rapport opgenomen om een totaalbeeld te krijgen van de locatie.
11 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
3 Uitgevoerd veld- en laboratoriumonderzoek Ten behoeve van het onderzoek is een programma voor veld- en laboratoriumonderzoek opgesteld. Het veldwerk, de analyses en de voorbehandeling zijn uitgevoerd conform de geldende NEN- normen [zie bijlage 5.2]. De veldwerkzaamheden zijn op 12-04-2021, 13-042021, 23-04-2021 en 07-05-2021. uitgevoerd door erkend monsternemer de heer A. de Graaf van Boluwa Eco Systems BV en hebben bestaan uit: [zie voor de situatie van de boringen bijlage 2]. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) -
het verrichten van 22 boringen variabel van 0 – 4,80 m beneden maaiveld [-m.v.] het zintuiglijk beoordelen van de uit de boringen vrijkomende grond op bodemkundige eigenschappen en op eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken; het nemen van grondmonsters; het plaatsen van 4 peilbuizen; het doorpompen van de geplaatste peilbuizen; het nemen van grondwatermonsters uit de doorgepompte peilbuizen, minimaal een week na plaatsing;
De boringen zijn waar mogelijk was gecombineerd met de inspectiegaten t.b.v. het asbestonderzoek. Uit het materiaal van de boringen B01 t/m B22 zijn van de verschillende bodemlagen mengmonsters samengesteld. De mengmonsters met de verschillende analyses zijn: AnalyseTraject Deelmonsters monster (m -mv) Voormalige ondergrondse tanks op voorterrein MM1 0,08 - 0,50 B01 (0,08 - 0,50) B01 (0,20 - 0,40) B02 (0,08 - 0,50) B02 (0,20 - 0,40) B03 (0,08 - 0,50) B03 (0,20 - 0,40) MM2 2,85 - 3,35 B01 (2,85 - 3,35) B01 (3,00 - 3,20) B02 (2,85 - 3,35) B02 (3,00 - 3,20) B03 (2,85 - 3,35) B03 (3,00 - 3,20) Voormalige reparatie en onderhoudswerkplaats MM3 0,03 - 0,50 B04 (0,03 - 0,50) B04 (0,15 - 0,35) B05 (0,03 - 0,50) B05 (0,15 - 0,35) B06 (0,15 - 0,35) B06 (0,15 - 0,50) Olie/waterafscheider MM4 3,10 - 3,60 B07 (3,10 - 3,60) B08 (3,10 - 3,60) B09/G09 (3,10 3,60)
Analysepakket
olie/arom, Pakket lutum en organische stof
olie/arom, Pakket lutum en organische stof
Aromaten (incl. naftaleen), Standaardpakket incl. lu/os
Aromaten (incl. naftaleen), Standaardpakket incl. lu/os
12 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Analysemonster Wasplaats MM5
Traject (m -mv)
Deelmonsters
0,35 – 0,90
B10 (0,35 – 0,85) B11 (0,40 – 0,90) B12 (0,35 – 0,85) Voormalige opslagruimte afgewerkte olie, accu’s, KCA MM6 0,20 – 0,90 B13 (0,40 – 0,90) B14 (0,20 – 0,70) Gesaneerde ondergrondse tank onder opslagruimte MM7 3,10 – 3,60 B10 (3,10 – 3,60) B13 (3,10 – 3,60) B14 (3,10 – 3,60) Overig terrein MM8 0,05 - 0,50 B15 (0,15 - 0,50) B16 (0,10 - 0,50) B17 (0,05 - 0,50) MM9 0,40 - 1,00 B18/G18 (0,40 0,90) B19/G19 (0,50 1,00) B20/G20 (0,50 1,00) B21/G21 (0,50 1,00) B22/G22 (0,50 1,00) MM10 1,00 - 2,00 B16 (1,00 - 1,50) B16 (1,50 - 2,00) B21/G21 (1,00 1,50) B21/G21 (1,50 2,00)
Analysepakket
Aromaten (incl. naftaleen), Standaardpakket incl. lu/os
Standaardpakket incl. lu/os
Min.olie GC (C10-C40)
Standaardpakket incl. lu/os
Standaardpakket incl. lu/os
Standaardpakket incl. lu/os
Uit de boringen B01, B04, B07 en B10 zijn grondwatermonsters genomen en geanalyseerd, deze grondwatermonsters met analyses zijn: AnalyseFilterdiepte (m -mv) Analysepakket monster Voormalige ondergrondse tanks op voorterrein B01-1-1 2,70 – 4,70 olie/arom. Voormalige reparatie en onderhoudswerkplaats B04-1-1 3,80 – 4,80 Standaard pakket Olie-waterafscheider B07-1-1 3,80 – 4,80 Standaard pakket Wasplaats gecombineerd voormalige opslagruimte afgewerkte olie, KCA /gesaneerde ondergrondse tank B10-1-1 3,80 - 4,80 Standaard pakket
Het grondwater ter plaatse van het overig terrein is gecombineerd met de grondwatermonsters uit de peilbuizen bij de boringen B04, B07 en B10. zie bijlage 6 voor de analyse uitslagen van dit rapport. De bemonstering en analyse zijn uitgevoerd conform het protocol voor verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5740 onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (nr. ECSIK-20249). Tijdens het onderzoek is gelet op afwijkingen die duiden op de aanwezigheid van 13 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
milieuvreemde en/of schadelijke stoffen. Per boring is een profielbeschrijving gemaakt, deze zijn vermeld in de bijlage 4.
Verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5897) Het terrein is verdeeld in 2 deellocaties. Deze zijn in 2 richtingen opgedeeld in stroken van 1,5 meter breed. Het maaiveld is visueel geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbest. Naast de visuele inspectie van het maaiveld zijn handmatig 7 inspectiegaten van minimaal 0,30 m x 0,30 m gegraven tot 0,50 m-mv. De gaten zijn weergegeven op de situatietekening (zie bijlage 2). Het veldwerkrapport is als bijlage 3 aan deze rapportage toegevoegd. In bijlage 4 zijn tevens de boorstaten van de inspectiegaten opgenomen. Het uitgegraven puin met puin is visueel geïnspecteerd. Bij de visuele inspectie is gebruik gemaakt van een hark met een tandafstand van 2 centimeter. De ligging van de inspectiegaten is weergegeven op de overzichtstekening in bijlage 2. De afmetingen van de gaten zijn in de onderstaande tabel weergegeven: Gat
Lengte (meters)
Breedte (meters)
Diepte totaal (meters)
B09/G09
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord tot 3,30)
B18/G18
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord tot 0,90)
B19/G19
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord tot 1,00)
B20/G20
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord tot 1,00)
B21/G21
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord tot 2,00)
B22/G22
0,30
0,30
0,50 (doorgeboord tot 1,00)
G23
0,30
0,30
0,50
MM1A
MM2A
Zintuiglijke waarnemingen: - Op het maaiveld en in de inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen; Laboratoriumonderzoek: Analysemonster MM1A
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
B09/G09 (0,00 0,50) B18/G18 (0,00 0,30) B19/G19 (0,00 0,50)
Asbest NEN5898 (25 kg)
14 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Analysemonster MM2A
Traject (m -mv) 0,00 - 0,50
Deelmonsters
Analysepakket
B20/G20 (0,00 0,50) B21/G21 (0,00 0,50) B22/G22 (0,00 0,50) G23 (0,00 - 0,50)
Asbest NEN5898 (25 kg)
zie bijlage 6 voor de analyse-uitslagen van dit rapport. De bemonstering en analyse zijn uitgevoerd conform het protocol voor verkennend bodemonderzoek volgens de NEN 5707/5897, onder certificaat van de BRL SIKB 2000 (nr. EC-SIK-20249). Tijdens het onderzoek is gelet op afwijkingen, die duiden op de aanwezigheid van milieuvreemde en/of schadelijke stoffen. Per inspectiegat is een profielbeschrijving gemaakt, deze zijn vermeld in de bijlage 4.
15 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
4 Resultaten veldonderzoek De resultaten van de bodemkundige beoordeling van de boringen zijn weergegeven in de vorm van boorprofielen met beschrijving. [bijlage 4] De boringen zijn verspreid over de locatie genomen. De bodemopbouw bestaat globaal uit:
De boringen tot 2,0 m-mv worden in trajecten van ten hoogste 0,5 m bemonsterd, of anders, afhankelijk van de bodemgesteldheid en/of de veldwaarnemingen. De genomen grondmonsters met de dieptes van de diverse boringen zijn terug te vinden in de boorstaten. De boringen worden verdeeld over de onderzoekslocatie waarbij tijdens het onderzoek naar aanleiding van de aangetroffen bevindingen de strategie aangepast kan worden. Tijdens het veldonderzoek zijn bij de boringen/inspectiegaten de volgende zintuiglijke waarnemingen gedaan: Boring B01
Diepte boring (m -mv) 4,70
Traject (m -mv) 0,00 - 0,08 0,08 - 0,80 0,80 - 2,10
Grondsoort
2,10 - 3,20 3,20 - 4,70
Zand Zand
Zand Zand
16 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Waargenomen bijzonderheden Klinker geen olie-water reactie zwak sintelhoudend, geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie
Boring B02
B03
B04
B05
B06
B07
B08
B09/G09
B10
B11
Diepte boring (m -mv) 3,35
3,35
4,80
1,00
1,00
4,80
3,60
3,60
4,80
1,00
Traject (m -mv) 0,00 - 0,08 0,08 - 0,60 0,60 - 1,10 1,10 - 1,60
Grondsoort
1,60 - 2,20
Zand
2,20 - 3,35 0,00 - 0,08 0,08 - 0,20 0,20 - 0,70 0,70 - 1,10 1,10 - 1,80
Zand
1,80 - 2,20
Zand
2,20 - 3,35 0,00 - 0,03 0,03 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 3,00 3,00 - 3,30 3,30 - 3,50 3,50 - 4,80 0,00 - 0,03 0,03 - 0,50 0,50 - 0,80 0,80 - 1,00 0,00 - 0,04 0,04 - 0,15 0,15 - 0,50 0,50 - 0,80 0,80 - 1,00 0,00 - 0,50 0,50 - 1,20 1,20 - 2,40 2,40 - 3,30 3,30 - 3,50 3,50 - 4,80 0,00 - 0,50 0,50 - 1,20 1,20 - 2,70 2,70 - 3,30 3,30 - 3,60 0,00 - 0,50 0,50 - 1,20 1,20 - 2,70 2,70 - 3,30 3,30 - 3,60 0,00 - 0,35 0,35 - 1,50
Zand
1,50 - 2,40 2,40 - 3,30 3,30 - 3,50 3,50 - 4,80 0,00 - 0,30 0,30 - 0,40 0,40 - 1,00
Zand Zand Zand Zand
Zand Zand Zand
Zand Zand Zand Zand
Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand
Zand Zand
17 Boluwa Eco Systems BV, projectnummer 21081.
Waargenomen bijzonderheden Klinker geen olie-water reactie geen olie-water reactie zwak roesthoudend, geen olie-water reactie matig leemhoudend, geen olie-water reactie geen olie-water reactie Klinker matig baksteenhoudend geen olie-water reactie geen olie-water reactie zwak roesthoudend, geen olie-water reactie matig leemhoudend, geen olie-water reactie geen olie-water reactie Grind geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Grind zwak puinhoudend, geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Tegel geen olie-water reactie zwak puinhoudend, geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Gebr puin geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Gebr puin geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Gebr puin geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Gebr puin zwak sintelhoudend, geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie Gebr puin geen olie-water reactie zwak sintelhoudend, geen olie-water reactie