Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Dr. Schaepmanstraat e.o. (21.48)
Tekst van het document
•
geen voortuinen
•
verbijzondering op bijzondere plekken, bijvoorbeeld hoeken.
Kenmerken openbare ruimte •
smalle profielen met langsparkeren
•
nauwelijks groen
•
geen voortuinen, stenig karakter
•
gebakken klinkers.
De volgende spelregels worden specifiek gegeven voor de Doctor Schaepmanstraat. Spelregels bebouwing •
Bouwvolume: twee lagen met kap, koppen kunnen verbijzonderd worden door bijv. kap op te tillen.
•
Uitbreidingsmogelijkheden: aan achterzijde over twee lagen, vernieuwen van kap, toevoegen erkers voorzijde van woning.
•
Rooilijn: mag verspringen door toevoegen van erkers op begane grond.
•
Tuinen: voortuin circa 2 meter en achtertuin minimaal 9 meter.
•
Gevel: uniform voor hele straat of per straatdeel kiezen voor verbijzonderen van gevel om meer variatie in straatbeeld toe te voegen, balans zoeken tussen variatie/samenhang, één strategie voor buurt kiezen.
•
Kleur- en materiaalgebruik: toevoegen van materialen in gevel is toegestaan, mits ondergeschikt aan basismateriaal, bijvoorbeeld door gevel deels te keimen of houten erkers toe te voegen.
Spelregels openbare ruimte •
Type straat: basisprofiel 4.
•
Materiaal: bruin gebakken klinkers voor straat en tegels voor voetpaden.
•
Parkeren: enkelzijdig en dubbelzijdig langsparkeren, haaksparkeren ook mogelijk (minimale wegbreedte 11 meter)
8
•
Verlichting: lichtmast met paaltop.
•
Groen: bomen toevoegen in straatbeeld.
•
Spelen en ontmoeten: minimaal drie plekken, inrichten voor verschillende doelgroepen.
•
Erfafscheiding: groene hagen en/of hekwerken.
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
9
Velp
rond 1960
10
2. Huidige context Het plangebied kent momenteel 35 woningen in
kan wel gewoon doorfietsen. Het profiel bestaat uit
verschillende typologieën (twee-kappers en korte
een smalle rijbaan van 4 meter met meestal langs- of
rijen in 1 en 2 bouwlagen met kap) aan de Doctor
haaksparkeren. De voetpaden hebben een breedte
Schaepmanstraat, tussen de Charlottestraat in het
van ongeveer 1,5 meter en zijn dus redelijk smal. Door
noorden en de Titus Brandsmastraat in het zuiden.
de verkeerstructuur voelt het plangebied erg opgebroken en is de structuur verwarrend door vreemde
Historie
bochten en straten die niet met elkaar verbonden zijn.
De woningen zijn grotendeels gebouwd rond 1928-
Parkeerplaatsen zijn over het algemeen klein en het
1930 door woningvereniging ‘Ons Belang’ als een
totale aantal is ondermaats ten opzicht van het aantal
sterk samenhangend buurtje in de tuindorp-stijl. De
woningen.
meest zuidelijk woningen zijn na de oorlog gebouwd en kennen een andere uitstraling en bouwmassa.
Groen en speelplekken Er zijn geen groenplekken aan de Doctor Schaep-
Verkeer en parkeren
manstraat. Er zijn enkele kleine speelplekken in de
De Doctor Schaepmanstraat is geen doorgaande
zijstraten en een grotere speelplek op het hernieuwde
straat meer; de parallel gelegen IJsselstraat heeft de
Van Kolplein. Er zijn ook enkele moestuinen op
functie van doorgaande verbinding voor de auto. De
achtergebieden te vinden. Door de verkeerstructuur
huidige verkeerstructuur in het plangebied wordt
bestaat er tamelijk wat snippergroen in de straten
twee keer doorgebroken voor de auto, maar de fiets
met hier en daar een boom.
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
11
Bouwstijlen en bouwjaren De woningen in de Doctor Schaepmanstraat zijn in
De bebouwing in het zuiden van het deelgebied
verschillende tijdsperioden gebouwd, maar de
grenst aan de Titus Brandsmastraat en de Troel-
meeste woningen komen uit de jaren ‘20-’30. De
strastraat. Deze straten hebben een typische naoor-
tweekappers met een de lage goot zijn onderdeel van
logse strokenbouw structuur. Hier heeft de bebou-
een planmatige tuindorp-achtige opzet in Velp-zuid.
wing een hoge goot (op ongeveer 6 meter) en weinig
Dit plan behelsde het gebied rond het Van Kolplein,
verbijzonderingen, op enkele metselwerkdetails na.
Schaepmanstraat en omgeving. Hoewel het als een
Hier hebben de woningen wel voortuinen, ofschoon
tuindorp-achtige opzet is ontworpen met korte
vaak verhard.
straatjes en veel geaccentueerde hoeken, mist het aan voortuinen en heeft het veelal een stenig karak-
Enkele tweekappers in het zuiden van het plangebied
ter. Ook de achtertuinen zijn soms erg ondiep.
hebben geen typische bouwstijl, maar lijken een overgang tussen de tuindorp-achtige stijl en de
De bebouwing aan het Van Kolplein en omgeving is in
naoorlogse strokenbouw. Deze woningen hebben een
de periode 2013-2015 vervangen door nieuwbouw.
hoge goot aan de voorzijde van de woning en een
De architectuur is een eigentijdse vertaling van de
deels lage goot aan de achterzijde. Tevens hebben ze
oorspronkelijke tuindorp architectuur, waarbij de
een gemetselde uitbouw met zadeldak op de hoek
stedenbouwkundig structuur is behouden.
van de achterzijde. Voor een deel blijven deze woningen behouden.
Nieuwbouw op het Van Kolplein: geïnspireerd op de tuindorp-architectuur
12
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
13
Karakteristieken voor-oorlogse woningen (tuindorp)
Uitzondering: kop met voormalige winkelruimte
14
Uitzondering: kop bij een wegasverspringing
Karakteristieken tuindorp
Karakteristieken naoorlogse woningen
De woningen met lage goot en oranje kap zijn zeer
De woningen aan het zuidelijke deel van de Doctor
beeldbepalend voor de Doctor Schaepmanstraat. Het
Schaepmanstraat en de woningen in de naastgelegen
gaat hier om tweekappers of korte rijtjes van drie
zijstraten hebben een ander uiterlijk dan de tuindorp-
woningen. De woningen hebben allemaal hetzelfde
achtige woningen. De woningen hebben twee bouw-
uiterlijk: één bouwlaag met kap parallel aan de straat
lagen en een kap, parallel aan de straat en afgedekt
en afgedekt met rode pannen. Opvallend zijn de
met rode pan. Er zijn geen dakkapellen en de alge-
houten bakgoten en geschakelde dakkapellen die
mene architectuur is sober te noemen op enkele
zorgen voor een horizontaal karakter in de straat. De
metselwerkdetails na. De woningen in de Troel-
korte straatjes worden vaak ruimtelijk beëindigd door
strastraat hebben een (witte) luifel boven de voordeur,
een speciale woninghoek, zoals een (voormalig)
metselwerkdetails onder goot en kleine sprongen in
winkelpand of vooruitgeschoven woning. Voordeuren
de gevel. Ook hebben deze woningen vogelnestkas-
zijn bijna overal te vinden aan de zijkant van de
ten in de kopgevel.
woning. Verder zijn er invloeden van de Amsterdamse school in de vorm van metselwerkdetails en tuinmuurtjes met ronde beëindiging.
Karakteristieken naoorlogse woningen
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
15
Stedenbouwkundig plan, schaal 1:1000
S Groen van Prinstererstraat
3
Dokter Schaepmanstraat
7
8
Thorbeckestraat
2
6
6
tina Albe2r
2
straat
t
sstraa
Agne
tra Troels
12
1 laag met kap, beuk 6,5 m. 1 laag met kap, beuk 6,0 m. 2 lagen met kap, beuk 5,1 m. Verkaveling Dr. Schaepmanstraat met verschillende woningtypen. De inrichting van de buitenruimte en de verkeerstechnische uitwerking zijn indicatief en worden later, in overleg met de buurt, verder uitgewerkt. 16
3. Het stedenbouwkundig plan Lucht in de straat
worden straathoeken groener en overzichtelijk en
Conform het Stedenbouwkundig programma van
worden harde erfafscheidingen direct aan de stoep
Eisen uit 2010 krijgt de Doctor Schaepmanstraat een
vermeden.
recht verloop en krijgt de straat een groene uitstra-
Alle woningen krijgen een voortuin van circa 1,5 tot
ling. De straat krijgt een breder profiel met haakspar-
2,0 meter met een lage haag als erfgrens. Ook dit
keerplekken en meer ruimte voor bomen, voortuinen
privé-groen doet mee in het vergroenen van de
en parkeren. Op de kruisingen met de Charlottestraat
Doctor Schaepmanstraat.
en de Troelstrastraat worden groene verblijfsplekken gerealiseerd. Zo komt er meer ‘lucht’ in de straat en
Van tweekappers naar rijtjes
worden meerdere problemen tegelijk opgelost, zoals
De huidige tweekappers en driekappers verdwijnen
het parkeerplaatsentekort en het tekort aan verblijfs-
en worden vervangen door rijwoningen. De typerende
kwaliteit. Groen in de straat gaat bovendien hit-
lage goot blijft echter gehandhaafd ten noorden van
testress tegen en daardoor is de straat beter klimaat-
de Thorbeckestraat. Een deel van deze woningen kan
bestendig.
levensloopbestendig worden, met een slaapkamer en badkamer op de begane grond. Ten zuiden van de
Alle kruisingen met dwarsstraten krijgen een groene
Thorbeckestraat zijn eengezinswoningen gedacht in
uitstraling door middel van plantvakken in de open-
2 lagen met kap.
bare ruimte, direct naast de hoekwoningen. Hierdoor
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
17
Verkeer
De openbare ruimte
Op dit moment wordt de Dr. Schaepmanstraat twee
De bestaande bomen blijven grotendeels behouden.
keer onderbroken voor autoverkeer. Middels een
Deze bomen krijgen wat meer ruimte dan in de
fietsdoorsteek kan langzaam verkeer wel door. Dit
huidige situatie en zorgen dat het nieuwe straatbeeld
gaat gepaard met een verspringing van de rijbaan
direct groen aanvoelt. Er komen twee groene ver-
(bajonetstructuur). Hierdoor maakt de straat een
blijfsplekken in de straat, waar ruimte is voor flinke
versnipperde en rommelige indruk. Door de Dr.
nieuwe bomen. De plek bij de Charlottestraat biedt
Schaepmanstraat recht te trekken ontstaat rust in het
tevens ruimte voor een speelplek voor kinderen tot
straatprofel.
een jaar of 12. Ook is er ruimte voor een picknicktafel of een bankje, als ontmoetingsplek voor de buurt.
De daadwerkelijke inrichting zal straks in overleg met omwonenden worden bepaald. Voorkomen van doorgaand verkeer is daarbij uitgangspunt. De wijze waarop dat vormgegeven wordt is nog punt van overleg. In dit beeldkwaliteitsplan wordt als referentie uitgegaan van een “knip”, met een fietsverbinding bij de kruising Dr. Schaepmanstraat en Charlottestraat.
Nieuwe situatie kruising Albertina Agnesstraat en Dr. Schaepmanstraat, met ruimte voor een groene plek met boom op de hoek.
18
Profiel 2
Principeprofielen openbare ruimte Profiel 1
2,0 1,5 1,0
5,6
5,4
1,5 2,0
Profiel 1: Doctor Schaepmanstraat met haakparkeren
2,0 1,5
10,0
3,0
1,5
14,5 - 17,0
1,5 achterpad
Profiel 2: speelplaats op hoek van Dr. Schaepmanstraat, Charlottestraat en Groen van Prinstererstraat
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
19
Parkeren
S Groen van Prinstererstraat
3
Dokter Schaepmanstraat
7
8
Thorbeckestraat
2
6
6
tina Albe2r
2
straat
tra Troels
12
Nieuwe parkeerplaats: 39 Bestaande parkeerplaats: 9 Privé parkeerplaats: 6
20
t
sstraa
Agne
Parkeren In het nieuwe plan komen meer parkeerplaatsen dan in de bestaande situatie (54 ten opzicht van 38 in de bestaande situatie). Op deze manier voldoet de nieuwbouw aan de gemeentelijke parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning. Aan de Doctor Schaepmanstraat zullen haaksparkeerplaatsen komen en enkele bestaande plekken in de zijstraten zullen behouden blijven. Op de hoek met de Titus Brandsmastraat komt een nieuwe parkeerkoffer. Alle nieuwe parkeerplaatsen zullen groen worden ingepast in het straatprofiel door middel van een plantvak of haag. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden. Enkele kavels hebben een parkeerplaats op eigen terrein. Deze kavels krijgen een heg zodat de auto zo veel mogelijk uit het zicht staat.
Referentie: groene inpassing van parkeervakken
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
21
Ensemble 1: ‘lage goot’
Ensemble 2: ‘hoge goot’
22
4. Beeldkwaliteit In het stedenbouwkundig plan is rust in de straat
Het ensembles kent een sterk samenhangend beeld
gebracht door het rechttrekken van straatprofielen en
en is als eenheid ontworpen. De architectuur is
het toevoegen van groen. Ook in de beeldkwaliteit
eenvoudig maar hoogwaardig en mooi gedetailleerd
wordt gezocht naar rust en samenhang. Aangezien er
met bijzondere (metselwerk)details. Niet het individu-
veel soorten architectuur uit verschillende bouwjaren
ele woonhuis, maar de rij vormt daarin als bouwblok
zijn terug te vinden in een paar straten, is een zekere
de kleinste eenheid. De gevel van het bouwblok vormt
vorm van samenhang in architectuur voor deelgebied
een zorgvuldig ontworpen compositie, waarbij
5 gewenst. De straat vormt een eenheid in sfeer en
gebruik wordt gemaakt van kenmerken of thema’s uit
architectuur. Binnen deze eenheid vindt er wel variatie
de omgeving die op eigentijdse wijze zijn vertaald.
plaats in bijvoorbeeld goothoogte.
Ook tussen de ensembles is sprake van samenhang, bijvoorbeeld door de materialisering en detaillering op
Ensembles
elkaar af te stemmen.
Binnen het deelgebied worden er twee ensembles onderscheiden; een groep van drie rijtjes met een
Lange gevels breken
lage goot en groep van vier rijtjes met een hoge goot.
Bij lange rijen dient de lengte van de gevel gebroken
Hierbij wordt voor de architectuur van het ensemble
te worden. Dit kan op verschillende manieren, bijvoor-
‘lage goot’ verwezen naar de tuindorp architectuur
beeld door middel van een kleine sprong in de
van de rest van de Dr. Schaepmanstraat en het Van
gevellijn of details die meer plasticiteit in de gevel
Kolplein. Voor het andere ensemble wordt een link
brengen. Ook kan een dakbouw, eventueel in combi-
gezocht met de tuinwijk-architectuur van het zuiden
natie met een nokverdraaiing, een mooie manier zijn
van de Dr. Schaepmanstraat en de Troelstrastraat.
om de lengte van de rij te breken (zie pagina 24).
Vogelvlucht
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
23
Kappen Net zoals bij alle andere woningen in de omgeving van deelplan 5, zullen de woningen uitgevoerd worden met een zadeldak met de nok evenwijdig aan de straat. Mansarde- of schilddaken zijn niet toegestaan. Voor ensemble 1 geldt een goot- van 3 meter en een nokhoogte van 9 meter. Voor ensemble 2 geldt een goot- van 6 meter en een nokhoogte van 10 meter. Ten behoeve van een afwisselend straatbeeld is het wenselijk om incidenteel een nokverdraaiing of dakopbouw toe te passen. De gootlijn wordt daarmee doorbroken, met een maximale lengte avn 1/3 van het bouwblok.
Materialisering, gevelcompositie en detaillering Een rood/oranje/bruine baksteen is het
Referentie: nokverdraaiing of dakopbouw als accent
hoofdmateriaal van de nieuwe bebouwing, passend bij de te slopen bebouwing en bij de bebouwing rondom het Van Kolplein. Per ensemble wordt één baksteen als hoofdmateriaal gekozen, waarbij de ensembles op elkaar worden afgestemd. Het dak wordt in beide ensembles uitgevoerd met een rood-oranje matte keramische pan. De tuindorp-stijl kenmerkt zich door metselwerk gevels met een regelmatige ritmering, maar ook door een subtiele accentuering met baksteendetails. De bebouwing rond het Van Kolplein laat duidelijk zien dat het plaatsen van metselwerkverbijzonderingen de woning meer
Referentie: kleur baksteen en metselwerkdetails
karakter geeft. Tevens kunnen bepaalde onderdelen van de woning, zoals raam- of deuropeningen, er meer uitspringen met het toepassen van metselwerkdetails. Dit kan nog versterkt worden door bij wijze van accenten te spelen met andere kleuren baksteen, wit gekeimde delen of andere materialen zoals beton en hout.
Referentie: metselwerkdetails
24
Koppen van bouwblokken Bijzondere aandacht dient uit te gaan naar de kopgevels van de hoekwoningen. De bestaande tweekappers hebben de voordeur aan de kopse kant, maar door het toepassen van openbare plantvakken aan de zijkant van woningen verschuift de woningoriëntatie meer naar de straatkant. De voordeuren zijn dus ook aan de straatkant te vinden. Niet alle kopgevels zijn even prominent. De woning op de hoek met de speelplaats krijgt een bijzondere (mogelijk opgetrokken) hoek als verwijzing naar het oorspronkelijke winkeltje op deze straathoek. Door de vele zijstraten zijn er tamelijk veel kopgevels aanwezig. Voor een open verschijningsvorm en een vergrootte sociale veiligheid zullen er raamopeningen op de kopgevels komen. Voorkeur heeft hierbij om zowel op de begane grond als op verdieping raamopeningen te plaatsen, waarbij de begane grond tenminste vereist is. Bijzondere (opgetilde) hoek Openbare kopgevel met raamopeningen
Referentie: verbijzondering van de kopgevel met raamopeningen met een opvallende omkadering
(tenminste op begane grond) Geen verbijzonderingen vereist
Kopgevels
Bijzondere kopgevel op hoek van de speelplaats
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
25
Erfafscheidingen Voor de uitstraling van het gebied is ook de vormgeving van de erfscheidingen essentieel. In dit beeldkwaliteitplan worden daarom uitspraken gedaan over alle erfscheidingen die grenzen aan openbaar gebied. De erfscheidingen staan op grond van de woningen. Alle woningen hebben een voortuin van 1,5 tot 2 meter diep en krijgen een ‘achterom’, zodat afvalcontainers aan de achterkant van de woning kunnen worden gezet. De erfscheidingen krijgen een invulling met groen. Aan de Doctor Schaepmanstraat is dit een groene, lage haag (circa 80 cm). Alle woningen hebben dezelfde soort haag (soort n.t.b.). Aan de achterkant van de woningen wordt langs de achtertuin, vanaf de nok van de woning, een hoge, groene erfscheiding geplaatst (maximaal 2,0 meter), bijvoorbeeld een hekwerk begroeid met hedera.
Erfafscheidingen
Bijzondere aandacht vragen de zijerfscheidingen Lage haag, ca 80 cm. hoog
grenzend aan de groene plekken rechts van de Schaepmanstraat. Hier is een meer robuuste,
Scherm begroeid met hedera, max. 2 m. hoog
gebouwde erfscheiding voorgeschreven in de vorm
Combinatie van tuinmuur en begroeid scherm, max 2 m. hoog
groene erfscheiding.
van een combinatie van een (lage) tuinmuur en een
Bij de speelplek op de hoek met de Charlottestraat is een lage haag geplaatst om de speelplek af te schermen van de straat.
Referentie: hoge haag
26
Referentie: lage haag
Referentie: combinatie muur en haag
Dakkapellen Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap en daarmee ondergeschikt aan het dakvlak. De plaatsing van de dakkapel is afgestemd op de indeling van de voorgevel. Rond de dakkapel is het dakvlak zichtbaar. De vormgeving, de indeling, de maatvoering en de materialisatie moet worden afgestemd op de rest van het woningontwerp. Daarvoor dient een ontwerp voor een dakkapel aangeleverd te worden. Het schakelen van twee of meerdere dakkapellen is mogelijk.
Duurzaamheid In het plan worden extra maatregelen genomen op het gebied van duurzaamheid, klimaat en ecologie.
Referentie: geschakelde dakkapel
Naast het toevoegen van extra groen en nieuwe bomen kan er nog meer groen worden toegevoegd om hittestress tegen te gaan. •
Bergingen in achtertuinen worden voorzien van een sedumdak.
•
Er wordt natuurinclusief gebouwd door nestgelegenheden in het gebouw te integreren, bijvoorbeeld door nestkasten in te metselen in de kopgevel van woningen.
•
Regenwater wordt opgevangen in regentonnen. Hiermee kunnen bewoners zelf hun planten bewateren.
Referentie: dakkapel ondergeschikt aan dakvlak
Referentie: sedumdaken op bergingen
Referentie: nestkasten in nieuwbouw Van Kolplein
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
27
Referenties voor de nieuwe speelplek
28
Streefbeeld openbare ruimte Speciale aandacht gaat in het plan uit naar inrichting
De nieuwe speelplek wordt meer dan alleen een
van de openbare ruimte. De straatprofielen worden
grasveld met een bankje: het kan voor de hele buurt
opnieuw ingericht en de ondergrondse infra wordt
betekenis bieden als het een hoogwaardige uitstraling
vervangen. Doel is om de groene ruimtes in de straat
krijgt met voldoende (natuurlijke) speelmogelijkheden
duurzaam en gebruiksvriendelijk in te richten.
en zitplaatsen voor ouders en senioren. Doordat de
Er wordt gestreefd naar een hoogwaardige openbare
speelplek aan twee kanten grenst aan zij- en achter-
ruimte. Er is veel ruimte voor plantvakken rondom
kanten is de verlichting en het ontwerp van de plek
parkeervakken en tegen de kopgevels van woningen.
extra belangrijk met het oog op sociale veiligheid.
Verwacht wordt dat er een inrichtingsplan wordt
Aantrekkelijkheid, zichtbaarheid en toegankelijkheid
opgesteld waar de openbare ruimte integraal is
zijn belangrijk bij het verder ontwerpen van de
ontworpen. De inrichting wordt in samenspraak met
speelplek om ongewenste situaties te voorkomen.
de buurt vormgegeven.
Visualisatie van de nieuwe speelplek
Beeldkwaliteitplan deelgebied 5 Velp-zuid
29
Het Zand 17, 3811 GB Amersfoort T: +31 33 470 1188 E: info@svp-svp.nl
94 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)
Bijlage 2
Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling
95 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Het voornemen Een deel van de Dr. Schaepmanstraat te Velp wordt herontwikkeld. Hier staan nu 35 woningen. Woningbouwvereniging Vivare wil deze slopen en hier 38 grondgebonden woningen bouwen en daarbij ook het openbaar gebied aanpassen door de Doctor Schaepmanstraat te verleggen, parkeerplaatsen en groen aan te leggen. Dit maakt onderdeel uit van het grotere project van Vivare, genaamd Herstructurering Velp-Zuid. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
Criteria De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten.
Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten.
Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: ‘D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’.
De beoogde ontwikkeling behelst de bouw van 38 woningen. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig.
Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten
worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit.
Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen.
Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000gebied en ligt op ruime afstand (ca.880 meter en circa 2300 meter) van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen (De Veluwe resp. De Rijntakken). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO
Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten.
Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn.
De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn;
3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; 4. Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a.
de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen
b.
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.
Beoordeling 1.
Fysieke kenmerken van het plan/project Het plan heeft betrekking op de bouw van 38 grondgebonden woningen en de aanleg van een weg. Op de locatie zijn nu 35 grondgebonden woningen en een weg gesitueerd.
2.
Plaats van het project Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu al in gebruik is als woongebied en gaat gebruikt worden als woongebied.
Screening per milieuaspect Bodem Door Kruse Groep is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740, NEN 5707 en NTA5755. In het kader van de omgevingsvergunning is nader onderzoek nodig. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan.
Water Roelofs heeft een geohydrologisch onderzoek uitgevoerd en onderzocht op welke manier hemelwater in de nieuwe situatie kan worden afgevoerd of geïnfiltreerd. In de bestaande situatie ligt er een gemengd rioolstelsel waarop vuilwater en hemelwater samen worden afgevoerd. Het beleid is erop gericht dat bij nieuwbouw of herbouw geen nieuwe verharde oppervlakken meer mogen worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel. In de nieuwe situatie wordt het Hemelwater wat valt op verhard oppervlak daarom op een alternatieve manier afgevoerd naar de bodem of naar het oppervlaktewater.
Voor de daken van de nieuwe woningen wordt ervan uitgegaan dat het Hemelwater infiltreert in de ondergrond. Omdat aan de straatkant van de woningen geen ruimte is voor infiltratie, worden de regenpijpen van de voorzijde van de woningen onder de woning door naar achteren geleid. In de achtertuin wordt onder het terras bij de woning een krattenveld aangelegd, waarop de regenpijpen van voor- en achterzijde worden aangesloten.
Archeologie Voor onderhavig plangebied is in september 2020 door Laagland Archeologie een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd aan de Dr. Schaepmanstraat (deelgebied 5) te Velp. Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge kans voor resten vanaf het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Aanvullend is een verkennend booronderzoek uitgevoerd.
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans groot dat het plangebied archeologische sporen bevat. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt nader archeologisch onderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek.
Momenteel staan er nog woningen op de locatie waar een proefsleuvenonderzoek nodig is. Op de gronden wordt in het bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 2' gelegd. Dat betekent dat archeologisch vooronderzoek verplicht is. Het proefsleuvenonderzoek wordt zodoende uitgesteld naar de fase van vergunningverlening.
Cultuur en landschap Laagland Archeologie heeft voor het plan een cultuurhistorische analyse gemaakt. Het plangebied ligt binnen de huidige bebouwde kom van Velp. Landschappelijk wordt het plangebied gekenmerkt door aflopende stuwwallen, helling afspoelingen en (ten dele verspoelde) dekzanden. Het plangebied maakt onderdeel uit van de woonwijk Velp-Zuid. De huidige woonwijk is gebouwd in tussen 1900 en 1930. In het plangebied zijn geen monumentale waarde aanwezig. Ten behoeve van de uitgevoerde cultuurhistorische analyse zijn er geen bezwaren voor sloop- en renovatie van het voorgestelde plangebied. Laagland Archeologie adviseert het plangebied vrij te geven voor betreft het aspect behoud van de cultuurhistorische waarden.
Natuur Ecochore natuurtechniek heeft onderzoek in het kader van gebiedsbescherming en soortenbescherming uitgevoerd.
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. De Veluwe ligt op een afstand van circa 880 meter en de Rijntakken op circa 2300 meter. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000 gebieden. Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO.
Soortenbescherming Verspreid over de projectwoningen zijn nestlocaties van huismus en gierzwaluw aangetroffen. Alle nesten bevinden zich onder de dakpannen van de woningen. Indien de betreffende woningen worden gesloopt, zullen de nestlocaties worden aangetast. Door de aanwezigheid van nestlocaties van huismussen en gierzwaluwen, dienen vóór de sloop van de projectwoningen mitigerende maatregelen getroffen te worden én een ontheffing van artikel 3.1 lid 2 en 4 te worden aangevraagd vóórdat de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Indien de fysieke werkzaamheden als sloop van de gebouwen en tuinen, binnen het broedseizoen worden uitgevoerd (globaal genomen binnen de periode 15 maart-15 juli), kunnen maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat door de werkzaamheden broedende vogels worden verstoord of nesten worden vernield doordat diverse soorten als broedvogel in het gebied aanwezig kunnen zijn. Dit dient door een ecoloog te worden beoordeeld.
Verspreid binnen het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen aangetroffen van verschillende soorten vleermuizen. Voor deze vleermuissoort is in het kader van de Wet Natuurbescherming een ontheffing van artikel 3.5 lid 2 en 4 noodzakelijk voor het verwijderen of aantasten van de vaste verblijfplaatsen. Eveneens zullen ruim voor de uitvoering mitigerende maatregelen moeten worden getroffen en dienen permanente voorzieningen te worden aangebracht tijdens de nieuwbouw. Deze maatregelen dienen in een ecologisch werkprotocol te worden uitgewerkt. Dit protocol kan als projectplan ter onderbouwing van de ontheffingsaanvraag worden gebruikt. Voor de overige vleermuissoorten zijn geen maatregelen noodzakelijk.
Van overige soorten zijn geen nadere onderzoeken of ontheffing noodzakelijk voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden.
Stikstofdepositie Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase blijkt dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j maar lager dan 0,05 mol/ha/j. Het gaat hierbij om een depositie op de Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’ en ‘Rijntakken’. Doordat er sprake is van een tijdelijke stikstofdepositie die kleiner is aan 0,05 mol/ha/j voor een periode korter dan twee jaar, geldt landelijk de lijn dat deze geringe en tijdelijke depositie op voorhand niet leidt tot significante negatieve effecten voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Het vorenstaande betekent in dit geval dat de geringe stikstofdepositie niet leidt tot een vergunningsplicht voor het aspect stikstof.
Uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de gebruiksfase blijkt dat in de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig.