CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Dr. Schaepmanstraat e.o. (21.48)

Raadsvergadering 19 oktober 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 'Velp-Zuid 2016, locatie Dr. Schaepmanstraat e.o.' (21.48)22.743 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o.

2 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Toelichting

3 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

4 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 Inleiding

Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. hoofdstuk

inhoud

1 Inleiding

In de inleiding gaat het onder meer over de aanleiding van het bestemmingsplan

2 Gewenste situatie

Hier wordt het plangebied aan de hand van diverse aspecten de huidige stand van zaken beschreven en een beschrijving van de gewenste situatie gegeven.

3 Beleidskaders

Hier staat binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld.

4 Haalbaarheid

Hier vindt de toets plaats aan beleid en regelgeving

5 Juridische aspecten

Beschreven staat de procedure die een bestemmingsplan doorloopt, en een toelichting op de regels van het bestemmingsplan

6 Economische uitvoerbaarheid

Toegelicht staat of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is

7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Dit hoofdstuk beschrijft hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan

1.1

Algemeen In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen vastgelegd. Een bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Uit het samenspel van de verbeelding en de regels blijkt wat het bestemmingsplan juridisch toelaat. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft en wat de mogelijkheden zijn. Het digitale plan is bij een verschil ten opzichte van de papieren versie leidend. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status, echter is deze wel relevant voor de onderbouwing van de gemaakte keuze en de interpretatie van het bestemmingsplan. Gemeenten zijn volgens de Wet ruimtelijke ordening verplicht om voor hun hele grondgebied bestemmingsplannen vast te stellen. Het bestemmingsplan is bindend voor zowel overheid als burgers en 5

Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

bedrijven. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet, voorzien op 1 januari 2022, worden vastgestelde bestemmingsplannen van rechtswege (tijdelijk) onderdeel van het omgevingsplan.

1.2

Aanleiding bestemmingsplan Aan het gemeentebestuur is door Vivare verzocht om medewerking te verlenen aan een herontwikkeling van een deel van Velp-Zuid, bij de Dr. Schaepmanstraat te Velp. Hier staan nu 35 woningen. Vivare wil deze slopen en hier 38 grondgebonden woningen bouwen, en daarbij ook het openbaar gebied aanpassen door de Doctor Schaepmanstraat te verleggen, parkeerplaatsen en groen aan te leggen. Dit maakt onderdeel uit van het grotere project van Vivare, genaamd Herstructurering Velp-Zuid. Het college van Burgemeester en Wethouders heeft aangegeven de door Vivare beoogde herontwikkeling bij de Dr. Schaepmanstraat een voorstelbare ontwikkeling te vinden voor deze locatie. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

1.3

Doelstelling Het bestemmingsplan heeft het doel om voor de beschreven ontwikkeling het juridisch-planologische kader te bieden. De locatie is bestemd voor woningbouw, met de daarbij behorende voorzieningen. Met dit bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij recent tot stand gekomen bestemmingsplannen binnen de gemeente, om de uniformiteit van bestemmingen en regelgeving te bevorderen. Ook is gebruik gemaakt van de laatste digitale randvoorwaarden.

1.4

Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in Velp-Zuid. De ligging van het plangebied is op onderstaande kaart globaal aangegeven .

6 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Globale ligging plangebied (blauw omcirkeld) Door de nabijheid van de Waterstraat aan de zuidkant is die straat van belang voor de ontsluiting. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een gebied bij de Dr. Schaepmanstraat te Velp, kadastraal bekend als Velp sectie G, nrs. 2573, 3175, 2772, 2773, 3180, 3177, 3178, 3179, 2577, 3121, 2581, 2582 (of delen daarvan). De huidige adressen van de te slopen woningen zijn: Dr. Schaepmanstraat 24-52 (even nummers) en 17-43 (oneven nummers), Groen van Prinstererstraat 1 en 2, Thorbeckestraat 1 en 2 en Charlottestraat 17. Op onderstaande afbeelding is een indicatie van de plangrenzen weergegeven:

7 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Indicatie ligging plangebied

1.5

Geldende bestemmingsplannen Het geldende bestemmingsplan op deze locatie is bestemmingsplan 'Velp 2016, Woongebieden-Zuid', vastgesteld door de gemeenteraad op 30 mei 2017. Het plan is in werking getreden en, na uitspraak van de Raad van State op 28 maart 2019, grotendeels onherroepelijk. De uitspraak had geen betrekking op voorliggende locatie. In het bestemmingsplan 'Velp 2016, Woongebieden-Zuid' heeft de locatie de bestemming Wonen, Tuin en Verkeer. Binnen de bestemming Wonen zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen hoofdgebouwen mogen worden gebouwd. Het bouwvlak van de te realiseren woningen komt niet overeen met de huidige vastgelegde bouwvlakken. Het plan van Vivare past daarmee niet binnen de toegelaten mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt. Naast de bestemmingen 'Wonen', 'Tuin' en 'Verkeer' is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' van toepassing . Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar

8 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

voorkomende bestemmingen mede bestemd voor gronden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Op basis hiervan is voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm een onderzoeksrapport naar de archeologische waarden van de gronden nodig. Verder is in het geldende bestemmingsplan aan de noord- en aan de zuidkant een gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven', blauw omlijnd in onderstaande afbeelding. Dit regelt dat bij bouwen of andere werkzaamheden die dieper gaan dan 30 cm onderzocht moet worden of er niet-gesprongen explosieven zijn waar rekening mee moet worden gehouden.

Uitsnede geldende bestemmingsplan

9 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

10 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 Gewenste situatie

2.1

Huidige situatie en planbeschrijving Vivare wil op de locatie 35 woningen slopen en 38 grondgebonden woningen terugbouwen, en het openbaar gebied herinrichting. Binnen het in werking zijnde bestemmingsplan 'Velp 2016, Woongebieden-Zuid' is dit niet toegestaan. Een herziening van het bestemmingsplan is noodzakelijk. Voorliggend bestemmingsplan dient daartoe als planologisch kader. Doel van de ruimtelijke vernieuwing is om de woonkwaliteit te verbeteren, meer groen en kwaliteit in de openbare ruimte te krijgen en de parkeerdruk te verlagen. De meeste woningen in de Doctor Schaepmanstraat zijn in de jaren '20 en '30 gebouwd. De tweekappers met een de lage goot zijn onderdeel van een planmatige tuindorp-achtige opzet in Velp-zuid. Dit plan behelsde het gebied rond het Van Kolplein, Schaepmanstraat en omgeving. Hoewel het als een tuindorp-achtige opzet is ontworpen met korte straatjes en veel geaccentueerde hoeken, mist het aan voortuinen en heeft het veelal een stenig karakter. Ook de achtertuinen zijn soms erg ondiep.

11 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

In de nieuwe situatie krijgt de Doctor Schaepmanstraat een recht verloop en krijgt de straat een groene uitstraling. De straat krijgt een breder profiel met haaksparkeerplekken en meer ruimte voor bomen, voortuinen en parkeren. Op de kruisingen met de Charlottestraat en de Troelstrastraat worden groene verblijfsplekken gerealiseerd. Zo komt er meer ‘lucht’ in de straat en worden meerdere problemen tegelijk opgelost, zoals het parkeerplaatsentekort en het tekort aan verblijfskwaliteit. Groen in de straat gaat bovendien hittestress tegen en daardoor is de straat beter klimaatbestendig. Alle woningen krijgen een voortuin van circa 1,5 tot 12 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

2,0 meter met een lage haag als erfgrens. Ook dit privé-groen doet mee in het vergroenen van de Doctor Schaepmanstraat. De huidige tweekappers en driekappers verdwijnen en worden vervangen door rijwoningen. Een deel van deze woningen kan levensloopbestendig worden, met een slaapkamer en badkamer op de begane grond. Beeldkwaliteit Aanvullend op het welstandsbeleid is er een beeldkwaliteitplan opgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan kan gelijktijdig met het bestemmingsplan, als aanvulling op de welstandsnota, door de gemeenteraad worden vastgesteld zodat het plan juridisch rechtskracht heeft. Hierin is onder meer aandacht besteed aan het bouwvolume, rooilijn, tuinen, gevel, kleur- en materiaalgebruik en inrichting openbare ruimte. Verwezen wordt naar Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan van de toelichting.

2.2

Beschrijving bestemmingsplan

2.2.1 Systematiek Onderhavig bestemmingsplan betreft maatwerk. Ten aanzien van de systematiek is aansluiting gezocht met de nota's: Nota Standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015; Nota Milieuzonering Rheden 2015; Nota Parkeernormen Rheden 2015. De regels van het in werking zijnde bestemmingsplan 'Velp 2016, Woongebieden-Zuid' dienen als basis voor onderhavig plan. Het aantal woningen; type woningen; bouwhoogtes en regelingen voor bijgebouwen zijn juridisch vastgelegd. Binnen de woonbestemming zijn mogelijkheden voor beroep of bedrijfsactiviteiten aan huis opgenomen. Bij de woningen is een gebied aangegeven waar tuinen gerealiseerd kunnen worden met de bijbehorende regelingen voor erf- en perceelafscheidingen. Naast tuinen is ook openbaar groen van belang, met daarbij aandacht voor waterberging. Tevens zijn ruimtes voor ontsluitingswegen en parkeren bestemd. Maatvoering Bouw- en goothoogte In de actualisatieplannen voor de dorpen in de gemeente Rheden, waar 'Velp 2016, Woongebieden-Zuid' deelvan uitmaakt, is gewerkt met bouw- en goothoogtes. Derhalve is in onderhavig plan tevens gewerkt met bouw- en goothoogtes. Op deze wijze is het schetsontwerp specifiek vastgelegd in het bestemmingsplan, gebaseerd op het ontwerp van de woningen. Een deel van de woningen wordt uitgevoerd in 1 laag met kap en een deel in 2 lagen met kap.

Aantal woningen In de bestemming Wonen is het aantal toegelaten woningen in een bouwvlak aangegeven. Aldus ligt de ruimte die geboden wordt om nieuwe woningen te bouwen in het bestemmingsplan vast. Zo kan op een goede wijze invulling worden gegeven aan de toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking die op grond van het Bro moet worden gedaan als -in een op te stellen bestemmingsplan- nieuwe stedelijke ontwikkelingen aan de orde zijn. Ook is dit van belang voor de woningbouwprogrammering. 13 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Parkeernormen Gezien de regelgeving met betrekking tot het vervallen van de stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening, zijn de parkeernormen thans vastgelegd in het bestemmingsplan. Ook deze zijn bezien op hun actualiteit en vloeien voort uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015. Binnen de relevante bestemmingen is het gebruik gekoppeld aan parkeernormen. Deze normen, waaraan moet worden voldaan, zijn opgenomen in een bijlage bij de regels.

2.2.2 Toedeling bestemmingen en aanduidingen In onderstaande paragraaf zijn de bestemmingen uit onderhavig plangebied toegelicht. Bestemming Wonen De bestemming Wonen is gelegd om ter plaatse een woning met daarbij behorende bijgebouwen te realiseren. Hier is behalve de activiteit wonen, geen andere activiteit, uitgezonderd een beroep of bedrijf aan huis toegestaan. Voor het uitoefenen van een beroep of bedrijf aan huis door de bewoner gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.12 beroep aan huis. De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In de lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis - opgenomen als Bijlage 1 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huisbij de regels van dit plan - is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, derhalve ook bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis, in de Bijlage 2 Parkeernormen voorwaarden zijn gesteld. In deze bijlage zijn onder andere bruikbaarheidsvereisten en de normen per functie vastgelegd.

Wat voldoende is, wordt op basis van deze bijlage bepaald bij de beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning dan wel bij een functiewijziging. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden buiten het bouwvlak. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde. Dit volgt uit de begripsbepaling van 'bijgebouw' zoals neergelegd in artikel 1.16 bijgebouw. Ook is er een regeling met betrekking tot kamerbewoning. Dit wordt in beperkte mate toegelaten. Bij een woning mogen maximaal 2 kamers verhuurd worden aan personen die niet tot het huishouden behoren (waaronder niet begrepen bed-en breakfast). Kamerverhuur aan meerdere personen is niet toegestaan. Dit volgt uit de begripsbepaling van 1.56 woning. Met deze regeling krijgt het bepaalde in de APV ook ruimtelijk zijn beslag en wordt dit voorzien van een duidelijk kader.

14 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Buiten het bouwvlak binnen de bestemming 'Wonen' zijn bijgebouwen toegestaan. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspercentage van het bouwperceel en een maximale goot- en bouwhoogte. Onder voorwaarden mogen de (vrijstaande) bijbehorende bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van de uitoefening van een beroep of een bedrijfsactiviteiten aan huis. Bestemming Tuin De bestemming Tuin is toegekend aan perceelsgedeelten (bij woningen) waarvoor bebouwing met gebouwen/overkappingen vanwege de ruimtelijke uitstraling aldaar uitdrukkelijk niet gewenst wordt gevonden. Door de bestemming Tuin wordt nadrukkelijker in beeld gebracht dat de betreffende gronden vrij van gebouwen dienen te blijven. Opgemerkt wordt dat inherent aan het gebruik als tuin is dat daarin mag worden geparkeerd, uitgezonderd de aangegeven zone 'Overige zone stedenbouwkundig waardevol" Bestemming Groen Doordat het openbare gebied niet meer dezelfde bestemming krijgt als de aangrenzende gronden zoals in het geldende bestemmingsplan ontstaat de mogelijkheid om groenvoorzieningen apart te bestemmen. Daar waar sprake is van structureel groen worden deze functies in het voorliggende plan afzonderlijk bestemd. Hierdoor wordt het structurele karakter beter geborgd. Overigens zijn doorsnijdende voetpaden rechtstreeks mogelijk. Bestemming Verkeer Wegen zijn ondergebracht in de bestemming Verkeer.

Daarmee is de voorgestelde verkeersstructuur uitgangspunt. Binnen deze bestemming mag worden geparkeerd. Ook binnen deze bestemming is groen en water mogelijk, echter hier vindt geen borging plaats van deze functies.

15 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

16 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Hoofdstuk 3 Beleidskaders

In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.

3.1

Rijk Kader Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte Het ruimtelijke beleid is op rijksniveau verwoord in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 in werking is getreden. In de SVIR zijn diverse beleidsnota's geactualiseerd en geïntegreerd, waaronder de nota Ruimte uit 2006 en de nota Mobiliteit. In de SVIR schetst het rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn). De hoofddoelen van het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid voor de periode 2020 - 2028 zijn: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van het land; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid, waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daartoe worden 12 nationale belangen geformuleerd. Provincies en gemeenten worden meer verantwoordelijk. Voor een aantal onderwerpen is geconcludeerd dat het rijk zijn bevoegdheid tot het stellen van algemene regels zou moeten inzetten. In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd en is de ladder voor duurzame verstedelijking daarin als procesvereiste opgenomen. In de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient aangegeven te worden dat voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; b. indien uit de beschrijving blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; 17

Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

c.

indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld.

Aanpassingen Ladder voor duurzame verstedelijking Met ingang van 1 juli 2017 wordt het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd in verband met de aanpassing van de ladder voor duurzame verstedelijking. De belangrijkste wijzigingen zijn: een vereenvoudiging door het loslaten van de afzonderlijke 'treden' en, het vervangen van het begrip 'actuele regionale behoefte' door behoefte. Zowel voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen binnen als buiten bestaand stedelijk gebied moet de behoefte worden beschreven. het doorschuiven van de toepassing van de Ladder naar het uitwerkings- of wijzigingsplan. Uitgangspunt voor de wijziging is dat met het oog op een zorgvuldig ruimtegebruik, een nieuwe stedelijke ontwikkeling in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dat nadrukkelijk te worden gemotiveerd in de toelichting. Barro In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is vastgesteld welke nationale belangen moeten worden betrokken bij het vaststellen van een bestemmingsplan. Nationaal Natuurnetwerk De uitwerking van de het Nationaal Natuurnetwerk, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, welke in onderhavig plangebied van belang zou kunnen zijn, vindt plaats via de provincie. Dit aspect komt in hoofdstuk 3.2 aan de orde.

Conclusie De geformuleerde nationale belangen zijn evenals het gestelde in het Barro, niet van toepassing. Onderhavig bestemmingsplan is niet in strijd met deze rijkskaders.

3.2

Provincie Op provinciaal niveau worden hier enige voor het plangebied relevante documenten aangehaald. Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gelderland zoals die op 9 juli 2014 door provinciale staten is vastgesteld bestaat uit een visiedocument en een verdiepingsdocument. De hierop gebaseerde Omgevingsverordening Gelderland is op 24 september 2014 door provinciale staten vastgesteld. De verordening is 16 oktober 2014 gepubliceerd en daags daarna in werking getreden. Op dezelfde dag trad ook de Omgevingsvisie in werking. De Omgevingsvisie wordt regelmatig geactualiseerd. Voor onderhavig plan is gebruikt gemaakt van de op 28 juni 2017 vastgestelde versie.

18 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

In de Omgevingsvisie benoemt de provincie als hoofddoelen: Een duurzame economische structuur, waarbij niet meer moet worden gedacht in de termen van 'groei' maar meer in termen van 'beheer en ontwikkeling van het bestaande'. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving; hierbinnen staat het waarborgen en verder ontwikkelen van een goede kwaliteit en beleving van natuur en landschap, een gezonde en veilige leefomgeving en een robuust bodemen watersysteem centraal. Het onderdeel Visie is opgebouwd rond de invalshoeken Divers Gelderland, Dynamisch Gelderland en Mooi Gelderland. Daarin worden de hoofddoelen vertaald in ambities. Per ambitie is de aanpak op hoofdlijnen beschreven. Voor een goed begrip is het nodig om de invalshoeken in samenhang te beschouwen. De nadere invulling van de hoofdlijnen vindt plaats in door gedeputeerde staten vast te stellen uitvoeringsprogramma's. In het onderdeel Verdieping worden de regio's en thema's nader beschouwd. Beschreven worden onder andere de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik, het wonen, kantoren, detailhandel, bedrijventerreinen, demografische ontwikkeling, energietransitie, vrijetijds economie, land- en tuinbouw, mobiliteit, cultuur en erfgoed, natuur en landschap alsook water en ondergrond. De gemeente Rheden maakt hierin onderdeel uit van de regio Arnhem-Nijmegen.

Belangrijkste opgaven voor deze regio zijn: versterking van de basiseconomie en de topsectoren; versterking van het stedelijk kerngebied; realisatie van een aantrekkelijk regionaal vestigingsklimaat voor wonen en werken; behouden en verbeteren van de leefbaarheid in steden en omringende kernen; verbeteren van de interne en externe bereikbaarheid; behouden en benutten van de gebiedskwaliteiten.

Ten opzichte van de vorige visie valt voor het landelijke gebied op dat de woningbouwcontouren rond de dorpen zijn vervallen. Ook hiervoor wordt nu bij de afweging de ladder voor duurzaam ruimtegebruik gebruikt. In de Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De verordening is voor de gemeente bindend. Voor onderhavig bestemmingsplan is het volgende onderwerp(en) uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing: 19 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

nieuwe woonlocaties. Over 'wonen' wordt gesteld dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in de vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Regionale woonagenda's successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. De huishoudensgroei tot 2030 uit het regionale woningmarktonderzoek Arnhem-Nijmegen (2019) van Companen is het richtsnoer voor de woningbouwontwikkeling in de subregio. In subregionaal verband (de subregio Arnhem en omstreken, bestaande uit de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Overbetuwe, Renkum, Rozendaal en Rheden) bestaat (oktober 2016) tot 2025 nog een behoefte aan 9.098 woningen. De provincie heeft inmiddels ingestemd met de door de subregio voorgestelde planhorizon tot 2025 en het bijbehorende aantal op basis van Primos. Bij het wonen wordt niet alleen gekeken naar de kwantitatieve vraag maar ook naar de kwalitatieve vraag. Vraag en aanbod van typen woningen en verschillende prijsklassen moet op elkaar worden afgestemd. De bevolking verandert van samenstelling: meer kleine huishoudens en meer ouderen. Met name voor de huurwoningen zorgt dat voor een grotere vraag naar appartementen en wordt de vraag naar grondgebonden eengezinswoningen kleiner.

In de koopsector is de behoefte verspreid over de verschillende segmenten naar typologie en prijsklasse. Binnen de provinciale kaders zijn op regionaal niveau afspraken gemaakt. In het regionale structuurplan van het voormalige Knooppunt Arnhem-Nijmegen wordt niet verder ingezoomd op het dorp en de voorgenomen ontwikkeling. Met de subregionale woonagenda worden de woningbouwplannen uit de regio op elkaar afgestemd en zijn de bijbehorende ambities vastgelegd. De regio werkt samen aan voldoende beschikbare, passende en kwalitatief goede woningen voor nu en straks, in leefbare wijken en dorpen. In de periode 2017-2027 wordt er in de gemeenten van de subregio Arnhem gestreefd naar het toevoegen van circa 13.500 woningen. Met de toevoeging van 3 rijwoningen wordt een bijdrage geleverd aan de behoefte aan nieuwe woningen in deze periode. Met de ontwikkeling wordt de woningvoorraad verder verduurzaamd en wordt bijgedragen aan een energieneutrale gebouwde omgeving in 2050. Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling in lijn is met de Subregionale woonagenda Arnhem e.o. 2017-2027. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn thematische kaarten, waarop per thema een gebiedsindeling is weergegeven. Het landelijke Nationaal Natuurnetwerk (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, EHS) is binnen de provincie beschermd.

Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groen Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn 20 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapelementen zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. Daarnaast worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal Landschap. In paragraaf 4.8 worden deze aspecten nader behandeld. Bodembescherming Uit de Omgevingsverordening Gelderland blijkt dat het plangebied niet in of in de nabijheid van een grondwaterbeschermingsgebied; waterwingebied; koude warmteopslagvrije zones of boringsvrije zones grondwater is gelegen. Wel is het plangebied gelegen in een intrekgebied voor grondwater. In een intrekgebied mogen geen bestemmingen gelegd worden die de winning van fossiele energie zoals aardgas, aardolie, schaliegas en steenkoolgas, mogelijk maakt. Op onderstaande afbeelding uit de provinciale verordening die beschikbaar is op www.gelderland.nl/drinkwater is een en ander weergegeven.

3.3

Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. In de Keur geeft het waterschap regels ten aanzien van waterkeringen en 21

Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

oppervlaktewateren. In de Legger geeft het waterschap de gewenste staat van de watergangen en waterkeringen aan. Onderhavig deel van de gemeente is gelegen binnen het beheersgebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 (van kracht sinds begin 2016) geeft het waterschap haar doelen aan. Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. De visie voor de lange termijn zoals die in 2013 is opgenomen in de Watervisie 2030 is vertaald in het Waterbeheerplan 2016-2021. Beoordeling Het plangebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied. Of een bestemmingsplan het belang van het waterschap raakt, wordt door het waterschap getoetst. Conclusie In de Waterbeheerplannen van het waterschap Rijn en IJssel zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen. Uit het vooroverleg blijkt dat het Waterschap geen op- of aanmerkingen heeft op onderhavig bestemmingsplan.

3.4

Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.

3.4.1 Vastgesteld beleid Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. In deze nota is het integraal erfgoedbeleid over de jaren 2017-2021 vastgelegd waarin niet alleen de zorg voor monumenten maar ook de zorg voor archeologie, het historisch landschap en het immaterieel erfgoed centraal staat, alles in nadrukkelijke relatie tot het ruimtelijk beleid van de gemeente. Om de bijzondere identiteit van Rheden te behouden, is in de nota de volgende visie geformuleerd: "Het cultuurhistorisch erfgoed is van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. In het verleden wordt de basis gezocht voor de toekomst. Het doel van het erfgoedbeleid is dan ook het in goede staat doorgeven van het cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Dit doel wordt nagestreefd door het behoud van het erfgoed als onlosmakelijk onderdeel in het ruimtelijk beleid te integreren en door erfgoed als inspiratiebron, motor en toetssteen in een vroegtijdig stadium te betrekken bij het ruimtelijke beleid en andere relevante beleidsvelden. Waar nieuwe ontwikkelingen daarom vragen, zal worden ingezet op functieverandering en herbestemming met behoud van de belangrijkste historische 22 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

karakteristieken. Voor erfgoed dat volgens het Erfgoedplan essentieel is voor de ruimtelijke identiteit van de gemeente wordt de hoogste prioriteit gegeven aan instandhouding. Waar instandhouding van erfgoed niet mogelijk of om zwaarwegende redenen niet wenselijk blijkt, zal dit in ieder geval niet ongekend verloren gaan. De gemeente zal een platform bieden voor het verzamelen van het immateriële erfgoed. Het beleid wordt praktisch en gemakkelijk hanteerbaar vormgegeven met een minimum aan regels en binnen de al aanwezige wettelijke kaders. Bij de uitvoering van het beleid staat het belang van het erfgoed en de eigen verantwoordelijkheid van de eigenaar daarvan centraal en wordt waar mogelijk de samenwerking gezocht met andere partners en beleidsvelden." De visie is voor de dragende delen van het erfgoed: het historisch landschap, de archeologie, de historische stedenbouw en het immateriële erfgoed aan de hand van drie thema's nader uitgewerkt in beleidsvoornemens voor de periode 2012-2016. Nagestreefd wordt voor ieder van deze onderdelen: behoud en ontwikkeling van het erfgoed; de vermeerderen en delen van kennis over erfgoed; promotie en beleving. Een overzicht van de voornemens is opgenomen in de bij de nota opgenomen uitvoeringsagenda.

Het betreft de voornemens binnen de huidige personele en financiële capaciteit alsmede een aantal voornemens dat extra capaciteit zal vragen. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoord. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals-) vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt.

Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstand is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Geluidhinder 23 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

De Wet Geluidhinder stelt regels aan de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door gezoneerde wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige functies in nieuwe situaties. Op welke wijze burgemeester en wethouders in verschillende omstandigheden invulling geven aan hun bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen dan de voorkeurswaarden, heeft het college op 27 april 2015 vastgelegd in de Nota Hogere waarden wet geluidhinder Rheden 2015. Een benodigde hogere grenswaarde moet zijn verleend voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld. Bodemkwaliteit De nota Bodembeheer en de achterliggende bodemkwaliteitskaart zijn op 31 mei 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Op de kaart is de mate van diffuse bodemverontreiniging aangegeven. Deze diffuse bodemverontreiniging is niet toe te wijzen aan een specifieke bron zoals een tankstation of een smederij. In de nota Bodembeheer is vastgelegd hoe met deze diffuse bodemverontreiniging dient te worden omgegaan. De wijze waarop met bodemverontreiniging wordt omgegaan bij het opstellen van bestemmingsplannen is door de gemeenteraad op 26 mei 2015, vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Deze werkwijze is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gegeven bestemmingen.

Niet-gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente is in 2014 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. Een verfijning van dit onderzoek is in voorbereiding. De resultaten voor het plangebied zijn in beeld gebracht. De wijze waarop met de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven wordt omgegaan is vastgelegd in de Nota Standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Verkeer In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Onderhavig plangebied is gelegen aan een gebiedsontsluitingswegen. Dit zijn de wegen binnen de bebouwde kom waar een snelheidslimiet van 50 km geldt en die hoofd- zakelijk een doorstroom karakter hebben. Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. Landschapsontwikkelingsplan (LOP) Rheden Rozendaal De gemeente Rheden en Rozendaal hebben gezamenlijk een landschapsontwikkelingsplan een landschap met dynamiek (LOP) opgesteld. Het LOP bestaat uit vier delen: inventarisatie en analyse; scenario's en landschapsvisie; uitvoeringsprogramma; communicatieproces.

24 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

De landschapsvisie beschrijft hoe de gemeente met het landschap om wil gaan. Het landschap waarin gewerkt, gewoond en gerecreëerd wordt. Het LOP heeft als algemeen doel de kwaliteit van het landschap en de identiteit van de dorpen in de gemeente te behouden en te versterken. Een belangrijk uitgangspunt is het behouden van het landelijke en open karakter tussen de dorpen en het behouden van de zichtlijnen tussen kernen en het landelijk gebied. Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. De dorpenroute tussen Velp en Dieren is een belangrijke verbindingsas die zich kenmerkt door een ligging tussen bossen en open landbouwgebieden. Markant zijn de linten met bomen die haaks op de dorpenroute zijn gesitueerd. Bomenlanen die vanaf de Veluwe richting IJssel voeren, vormen het bindende element - het raamwerk - in het geheel. Om deze karakteristiek optimaal in stand te houden geldt als uitgangspunt dat langs deze dorpenroute geen rijen met laanbomen worden geplant. De tussen De Steeg en Ellecom gelegen Middachterallee vormt hierop een uitzondering. Water Het huidige Gemeentelijke Rioleringsplan (GRP) heeft een planperiode van 2014 tot en met 2017.

Met dit GRP voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met Waterschap Rijn en IJssel het rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, zijn geborgd in het GRP. Omgaan met hemelwater en grondwater is geregeld in de gemeentelijke verordening Afvoer hemelwater en grondwater 2015. Klimaatadaptatie In juni 2016 is het gemeentelijk klimaatbeleid 'De Rhedense Klimaataanpak 2016-2020' vastgesteld. Klimaatadaptatie vormt een belangrijk onderdeel van dit beleid. Hieronder wordt verstaan het zodanig inrichten en beheren van openbare ruimte dat effecten van klimaatverandering hierin opgevangen kunnen worden zonder dat dit tot ernstige overlast of schade leidt. Het gaat hierbij om de effecten zoals meer en extremere buiten, langere perioden van droogte en hitte en de stijging van de zeespiegel en de daarna gerelateerde stijging van de rivierstanden. Directe gevolgen uiten zich onder andere in meer overlast van water op straat, erosie, bodemdaling, een toenemende kans op natuurbranden en afname van biodiversiteit. Dit beleid sluit aan op eerder genoemd beleid ten aanzien natuur, groen en water.

duurzaamheid De gemeente heeft in 2013 'Het Groene akkoord: de nieuwe uitdaging in duurzaam bouwen' ondertekend. Ook heeft de gemeente vastgelegd GPR (Gemeentelijke praktijkrichtlijnen) toe te passen in woningbouwproject. - nieuw te bouwen woningen dienen derhalve energiezuinig te zijn en gebruik te maken van duurzame energiesystemen; 25 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

- het gebruik van minder milieubelastende materialen is gewenst; - duurzaamheidspresentaties moeten inzichtelijk zijn; - het plan moet in aansluiting zijn met de klimaatopgave en de structuurvisie voor het dorp Velp waarin wordt gezocht naar extra ruimte voor waterafvoer op de lange termijn. Wonen In september 2020 heeft de raad de Woonvisie 2020-2026, “Samen wonen in Rheden” vastgesteld. Daarin ligt de focus op een woning die bij de bewoner past en behaaglijk is, ongeacht leeftijd of inkomen. Geconstateerd wordt dat bouwen voor de behoefte de inzet is. Daarnaast zal worden ingezet op de aanpak van de bestaande voorraad door middel van woningverbetering en herstructurering om te zorgen voor een meer toekomstbestendige woningvoorraad. Er is sprake van woningnood in Nederland en ook in de gemeente Rheden. De verwachting is dat dit tekort nog gaat toenemen. In de regio Arnhem-Nijmegen is een woondeal opgesteld samen met het Rijk, de provincie Gelderland en de regiogemeenten. Doel van de woondeal is versnelling van de woningbouw. Voor 2027 willen we in Rheden in ieder geval 550 extra woningen toevoegen om het woningtekort terug te dringen. Ten aanzien van de kwalitatieve behoefte wordt geconcludeerd dat er behoefte is aan huurwoningen, zowel middeldure huurwoningen en vrije sector huur in kwetsbare wijken als sociale huurwoningen in meer draagkrachtige wijken.

Dit om de steeds groter wordende verschillen tussen wijken tegen te gaan. Binnen Rheden zijn er op zich voldoende sociale huurwoningen maar er is een kwaliteitsslag nodig van eengezinswoningen naar (levensloopgeschikte) appartementen aangezien de doelgroep voor sociale huur verandert. Voor koopwoningen zoeken we een evenwichtige mix van verschillende prijsklassen. Het accent voor alle toevoegingen aan de woningvoorraad zal binnen de gemeente moeten liggen op levensloopgeschikte woningen. Op die manier kunnen senioren doorstromen naar een meer passende woning en komen ook doorstromers en uiteindelijk starters, vanwege de verhuisketens die daarbij op gang komen, aan een woning. Op 21 februari 2017 is de Verordening sociale woningbouw gemeente Rheden vastgesteld en op 1 maart 2017 in werking getreden. Op basis van deze verordening kunnen eisen gesteld worden aan het aandeel goedkope, sociale huurwoningen. In deze verordening is onder andere vastgelegd dat sociale huurwoningen gedurende een termijn van ten minste tien jaar na ingebruikname voor de doelgroep beschikbaar blijven. Daarnaast is het begrip sociale huurwoning vastgelegd. De verordening is verwerkt in dit bestemmingsplan en daarmee juridisch voor onderhavige locatie vastgelegd.

Kamerverhuur Het kunnen gebruiken van een pand voor kamerverhuur is in de APV gekoppeld aan een exploitatievergunning als het meer dan 2 kamers betreft. Het kunnen gebruiken van een pand voor kamerverhuur is in de APV gekoppeld aan een 26 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

exploitatievergunning als het meer dan 2 kamers betreft. In de op 22 augustus 2017 door burgemeester en wethouders vastgestelde Beleidsnota Exploitatie kamerverhuurpanden, vergunningverlening, toezicht en handhaving is vastgelegd onder welke voorwaarden zij vergunning verlenen. Grondgebonden woningen komen niet in aanmerking voor een vergunning als deze in het geheel voor kamerverhuur worden aangewend. Wordt kamerverhuur gecombineerd met een zelfstandig huishouden of in het geval dat geen sprake van een grondgebonden woning, dan wordt een onderscheid gemaakt tussen overwegend monofunctionele woonwijk en een functioneel gemengde wijk. Dit onderscheid vloeit voort uit de constatering dat in zijn algemeenheid kan gesteld worden dat aan het bewonen van kamers een andere ruimtelijke uitstraling is verbonden dan de bewoning door een huishouden. Gezien de leeftijdssamenstelling en het levensritme van de bewoners en een mogelijke toename van de parkeerdruk wordt gekozen voor een zeer restrictieve benadering voor nieuwe kamerverhuur in een rustige woonwijk. Kamerverhuur kan daar slechts worden toegestaan indien dit op zo'n ondergeschikte schaal is, dat de ruimtelijke uitstraling van de woonbuurt hierdoor niet wijzigt. Incidenteel bestaat ruimte voor enige kamerverhuur.

Ter invulling van het ondergeschikte, incidentele karakter is gekozen voor een norm van 1% van het aantal woningen in een rustige woonwijk. Om ongewenste klontering van deze 1% te voorkomen is het gewenst om een afstandsmaat te hanteren tussen de panden waar kamerverhuur plaatsvindt. Een onderlinge afstand van 50 m wordt daarbij acceptabel geacht. In de nota wordt voorts geconstateerd dat in functioneel gemengde wijken de komst van kamerbewoners met hun eigen ruimtelijke uitstraling minder impact heeft. Dit blijkt ook uit het gegeven dat thans geen overlast wordt gemeld ten gevolge van kamerbewoning die met name in deze wijken is geconstateerd. Kamerbewoning kan in deze wijken zelfs bijdragen aan de levendigheid en dynamiek die dergelijke gebieden eigen zijn. Dit leidt derhalve tot de conclusie dat thans geen behoefte bestaat aan beheersmaatregelen in functioneel gemengde wijken. Zodat in die gemengde gebieden (nog steeds met uitzondering van het in zijn geheel gebruiken van grondgebonden woningen voor kamerverhuur) een ruimer beleid is geformuleerd. Gesteld is dat in het bestemmingsplan wordt aangewezen in welk gebied sprake is van een gemengde wijk. In dit bestemmingsplan wordt het ruimtelijk relevante onderscheid tussen een rustige woonwijk en een functioneel gemengde woonwijk vastgelegd. In hoofdstuk 4 wordt dit bij de beschrijving van de bestemming Wonen nader verklaard.

3.4.2 Structuurvisie Met de ontwerpstructuurvisie voor het dorp Velp heeft in de zomer van 2017 ter inzage gelegen. Op 31 oktober 2017 heeft de gemeenteraad deze structuurvisie vastgesteld. De structuurvisie is voor zover relevant vertaald in onderhavig bestemmingsplan. Onder andere is in de structuurvisie genoemd dat de gemeente het beleid heeft voor grondgebonden woningen; meer gemeleerde plekken; opnemen sociale woningbouw bij nieuwlocaties ; bij nieuwbouw grip houden op de bouwhoogte. De voorheen geldende structuurvisie uit 2006 Een droom om in te wonen heeft een tijdshorizon tot 2020 en een doorkijk naar 2030. Ook deze aandachtspunten bij concrete 27 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

ontwikkelingen zijn stedenbouwkundige kwaliteit van de dorpen, de architectonische kwaliteit van gebouwen, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en duurzaamheid blijven van belang.

28 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 Haalbaarheid

Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, beleid van de gemeente en van andere overheden (zie hoofdstuk 3) en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de beoogde ontwikkelingen die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Hier wordt de afweging beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen, wordt ingegaan op het opgestelde rapport

4.1

Bodem kader Daar waar het bestemmingsplan mogelijkheden bieden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden op een locatie die verdacht wordt van de aanwezigheid van een (ernstige) bodemverontreiniging, dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Bodemonderzoeken die als onderbouwing dienen voor een bestemmingsplanherziening, mogen niet ouder zijn dan 5 jaar. beoordeling achtergrondverontreiniging en al bekende informatie bodem In al lang bewoonde gebieden is bijna altijd een vorm van bodemverontreiniging aanwezig. Een duidelijke oorzaak van deze achtergrondverontreiniging is niet aan te wijzen. Uit onderzoek naar de mate van achtergrondverontreiniging is gebleken dat binnen de gemeente Rheden een aantal gebieden zijn met een onderling verschillende achtergrondverontreiniging. Deelgebied 5 valt in de volgende bodemkwaliteitsklassen: bovengrond (0 - 1,0 m-mv) -> kwaliteitsklasse Industrie/ Stedelijk wonen ondergrond (1,0 – 2,0 m-mv) -> kwaliteitsklasse Landbouw/ Natuur.

bodemonderzoek Door Kruse Groep is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd conform NEN 5740, NEN 5707 en NTA5755. Dit onderzoek is als Bijlage 3 Bodemonderzoek bij de plantoelichting gevoegd. Voorafgaande aan het bodemonderzoek heeft een standaard vooronderzoek plaatsgevonden op basis van norm NEN 5725. Op basis van het vooronderzoek is 1 verdachte deellocatie aan te merken: een asbesthoudend stortgat onder een schuur aan de Dr. Schaepmanstraat 24 (deellocatie A). De bovengrond van de onderzoekslocatie wordt beschouwd als verdacht voor zware metalen, minerale olie, PAK en asbest. De ondergrond en het grondwater zijn niet verdacht. Uit het onderzoek blijkt onder meer dat volgens de analyseresultaten er sprake is van grondverontreiniging, doch geen sprake van een ernstig geval van 29 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

bodemverontreiniging. Sanering in de huidige situatie is niet noodzakelijk, aangezien de sterke koperverontreiniging zich in de ondergrond bevindt (geen blootstellingsrisico’s). Wat asbest betreft is het asbesthoudend stortmateriaal onder de schuur visueel in inspectiegat A5 niet aangetroffen. De verdachte laag in inspectiegat A5 is niet asbesthoudend. De omvang van de restverontreiniging beperkt zich vermoedelijk langs de fundering van noordgevel van de schuur en bedraagt vermoedelijk 2 tot 5 m3. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegat A3 is lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Het gewogen asbestgehalte in inspectiegat A3 wordt geheel bepaald door de asbesthoudende grove fractie. Om het terreindeel geschikt te maken voor toekomstig gebruik dient de restverontreiniging te worden gesaneerd. Voorafgaande aan de sanering dient een BUS-melding te worden opgesteld, dat voorgelegd dient te worden aan het bevoegd gezag (provincie Gelderland). conclusie In het kader van de omgevingsvergunning is nader onderzoek nodig. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan.

4.2

Milieuzonering kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding, afstand, tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. beoordeling Het plangebied is gelegen binnen een stedelijk gebied, waar geen milieubelastende bedrijven of inrichtingen aanwezig zijn. Een onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.

4.3

Luchtkwaliteit

kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen 30 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

(artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. beoordeling De ontwikkeling valt onder de AMvB Niet in betekende mate. Derhalve is onderzoek voor dit aspect niet noodzakelijk. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.

4.4

Geluid kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien 31

Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'. De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. beoordeling Het plangebied ligt niet binnen wettelijke geluidzones van wegen of spoorwegen. Akoestisch onderzoek is niet nodig op grond van de Wgh De intensiteit van omliggende wegen met 30 km/uur-regime is niet dusdanig dat onderzoek nodig is in het kader van het bestemmingsplan. conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.

4.5

Water kader Het aspect water is van groot belang binnen de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en water(over)last voorkomen worden en kan ook de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Daarom is het noodzakelijk dat gebiedseigen water zo lang mogelijk in het gebied zelf blijft. Dit gebeurt door middel van het afkoppelen van het schone hemelwater (regen) wat op verhardingen valt zoals bijvoorbeeld de daken. Het beleid omtrent lozing van hemelwater is aangegeven in de 'Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015' en het Activiteitenbesluit. Slechts indien geen voorziening op het eigen terrein mogelijk is, kan van deze verplichting ontheffing worden verleend. Dan kan, na instemming van de eigenaar (waterschap) bijvoorbeeld hemelwater geloosd worden op een vijver. Een andere mogelijkheid is dat, na instemming van de gemeente, het hemelwater wordt geloosd op ons gescheiden rioolstelsel indien dit aanwezig is. beoordeling infiltratie Een geohydrologisch onderzoek is noodzakelijk. Er dient onderzoek uitgevoerd te worden naar de bodemgesteldheid in relatie tot de infiltratie van hemelwater. De infiltratie mag geen nadelige gevolgen hebben voor de waterhuishouding in omgeving. Het onderzoek en plan moeten worden voorgelegd aan de gemeente. Het is van belang dat het hemelwater op eigen terrein verwerkt wordt.

Dit in verband met het verbod om hemelwater, zowel vanaf de daken van gebouwen als vanaf de terreinverhardingen, te lozen op de (druk)riolering of de openbare weg. Het

32 Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

hemelwater van daken en verharding wordt niet geloosd op de riolering, maar op eigen terrein verwerkt. Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde, binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het geohydrologisch onderzoek heeft aangetoond dat infiltratie van hemelwater kan worden uitgevoerd. Het (huishoudelijk) afvalwater dient aangesloten te worden op het gemeentelijke riool. Het “geohydrologisch onderzoek Velp-zuid “van 7 januari 2021 kenmerk N01-D01-41133203-lwf (zie Bijlage 4 Geohydrologisch onderzoek ) is akkoord bevonden en de eisen daarin zijn van toepassing op dit bouwplan

4.6

Niet gesprongen explosieven kader In opdracht van de gemeente is in 2016 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. De resultaten voor het plangebied zijn in beeld gebracht. De wijze waarop met de mogelijke aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven wordt omgegaan is vastgelegd in Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015. beoordeling Vrijwel het gehele deelgebied ligt in van explosieven verdacht gebied. Ten behoeve van het bestemmingsplan is onderzoek naar explosieven is nodig. Aangezien de woningen die nu gesloopt gaan worden eind jaren ’50 van de vorige eeuw pas zijn gebouwd, is al een groot deel van het verdachte gebied, naoorlogs geroerd. De gebieden die naoorlogs geroerd zijn kunnen als niet langer verdacht worden beschouwd. Een logische stap voor de ontwikkelaar zou daarom zijn om te starten met het laten opstellen van een Projectgebonden Risico Analyse. Bij een dergelijke analyse wordt een bureaustudie gedaan naar waar (en hoe diep) de grond na de oorlog geroerd is. Daarnaast worden de voorgenomen werkzaamheden in relatie tot de te verwachten explosieven bekeken. Het resulteert in een conclusie of, en zo ja, waar nog sprake is van verdacht gebied en hoe en wanneer het eventuele explosieven onderzoek kan plaatsvinden.

T&A Survey heeft een risicoanalyse Explosieven uitgevoerd (zie Bijlage 5 Explosievenonderzoek ). De uitvoering van de Risicoanalyse Explosieven (verder “Risicoanalyse”) bestaat uit twee fasen. De eerste fase bestaat uit het verzamelen van de benodigde informatie door de onderzoeker: de identificatie van het toekomstige gebruik (geplande werkzaamheden) van het projectgebied (in overleg met de opdrachtgever), het inventariseren van het historisch feitenmateriaal en het vaststellen van de locatiespecifieke omstandigheden. In de tweede fase wordt deze informatie nader geanalyseerd en verwerkt. Hierbij is aan de hand van het toekomstige gebruik van het projectgebied bepaald welke handelingen een risico vormen m.b.t. de mogelijk aanwezige explosieven. Dit resulteert in conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de geplande werkzaamheden in relatie tot de risico’s in verband met mogelijk aanwezige explosieven. conclusie Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan. 33

Bestemmingsplan V elp-Zuid 2016, locatie dr. Schaepmanstraat e.o. (vastgesteld)

4.7

Externe veiligheid Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=1d26ef53-5431-430d-94ed-3a406f314799