Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2016 locatie Florijnweg 8 te Velp Toelichting (21.32)
Tekst van het document
Toelichting
Velp
Rheden
De Steeg
Ellecom
Dieren
Spankeren
Laag-Soeren
Landelijk gebied
Bestemmingsplan
Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2016 locatie Florijnweg 8 Velp
Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2016 locatie Florijnweg 8 Velp
2 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Haalbaarheid en afweging
Het rijksbelang Het provinciale belang Het waterschapsbelang Onderzoeken
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Beleidskaders
Rijk Provincie Waterschap Gemeente
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Beschrijving van het plangebied
De locatie Gewenste situatie Afweging
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding
Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Doelstelling Aanpak Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
5 7 7 8 8 8 8 10 11 11 12 13 15 15 16 18 19 23 23 23 23 24
Juridische aspecten
41
Algemeen Procedure bestemmingsplan Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan Handhaving
41 41 42 48 48
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
49
3 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak Vooroverleg Zienswijzen
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Advies VGGM
Bijlage 2
Rapport Stikstofdepositie
Bijlage 3
Rapport stikstof aanlegfase
Bijlage 4
Rapport Stikstof gebruiksfase
4 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
51 51 51 52
Toelichting
5 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
6 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Inleiding
Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. hoofdstuk
inhoud
1 Inleiding
Kort wordt ingegaan op de aanleiding en de besluitvorming die vooraf ging aan het bestemmingsplan
2 Beschrijving van het plangebied
Hier wordt het plangebied aan de hand van diverse aspecten de huidige stand van zaken beschreven
3 Beleidskaders
Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld
4 Haalbaarheid en afweging
Hier vindt de toets plaats aan beleid en regelgeving
5 Juridische aspecten
Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan, een aantal verschillen ten opzichte van het geldende bestemmingsplan komen aan bod
6 Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan
1.1
Algemeen In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen vastgelegd. Een bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Uit het samenspel van de verbeelding en de regels blijkt wat het bestemmingsplan juridisch toelaat. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft en wat de mogelijkheden zijn. Het digitale plan is bij een verschil ten opzichte van de papieren versie leidend. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status, echter is deze wel relevant voor de onderbouwing van de gemaakte keuze en de interpretatie van het bestemmingsplan. 7
Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
1.2
Aanleiding bestemmingsplan Er is een initiatief binnen gekomen bij de gemeente van Famostar Emergency Lighting B.V. om het bedrijfsgebouw aan de Florijnweg 8 te Velp uit te breiden. Dit is noodzakelijk in verband met de groei van het bedrijf en de logistieke bedrijfsvoering. De uitbreiding is ten behoeve van magazijnruimte, het huidige magazijn is niet meer toereikend en levert logistieke problemen op. Het bedrijf is een categorie 2 bedrijf en vervaardigd elektrische lampen en verlichtingsapparaten. Op grond van het vigerende bestemmingsplan is het uitbreiden van de bestaande bedrijfsbebouwing met een aanbouw op de naastgelegen kavel niet mogelijk. De regels van het bestemmingsplan en het hiervoor geldende beeldkwaliteitsplan laten alleen bebouwing van een vrijstaand nieuw gebouw toe. Het werken in twee afzonderlijke gebouwen maakt de bedrijfsvoering moeilijk en is daarom niet wenselijk. Het is na overleg gelukt om een invulling van de locatie te maken, die de kwaliteit biedt die op hoofdlijnen past bij de ruimtelijke ambities van bedrijvenpark De Beemd. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van een bouwvlak tussen de bestaande bouwvlakken, zodat de uitbreiding van het bedrijfsgebouw planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.3
Doelstelling Dit bestemmingsplan wil de beoogde ontwikkeling, de uitbreiding van het bedrijfsgebouw aan de Florijnweg 8 te Velp, planologisch mogelijk maken.
1.4
Aanpak Met de initiatiefnemer is een intentieovereenkomst gesloten. In de intentieovereenkomst zijn de voorwaarden opgenomen waaraan de initiatiefnemer moet voldoen om de bestemmingsplanherziening mogelijk te maken. Deze voorwaarden bevatten onder andere de uit te voeren onderzoeken. Er is nader onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor het vaststellen van onderhavig bestemminsplan. De onderzoeken zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen.
1.5
Ligging plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Florijnweg 8 te Velp en het naastgelegen perceel. Het bedrijventerrein De Beemd ligt in het zuidwesten van de gemeente Rheden. De locatie is op de volgende afbeelding weergegeven. Het uit te breiden bedrijfsgebouw met daarnaast het perceel waar het bedrijf wil uitbreiden.
8 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Luchtfoto met indicatie ligging plangebied De ligging van het bedrijventerrein en de locatie ten opzicht van Velp en Rheden is op de volgende afbeelding weergegeven.
Ligging plangebied ten opzichte van Velp en Rheden
9 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
1.6
Geldend bestemmingsplan Voor de gronden in het plangebied geldt het vigerende bestemmingsplan Velp-De Beemd 2016, vastgesteld door de gemeenteraad op 30 mei 2017. Hierin heeft het perceel de bestemming Bedrijventerrein. Een uitsnede uit het vigerende bestemmingsplan met daarop de locatie van het plangebied is hieronder globaal afgebeeld.
Uitsnede vigerend plangebied met de locatie Het initiatief past niet in het bestemmingsplan, omdat er sprake is van bouwen van een uitbreiding van een hoofdgebouw buiten het bouwvlak. Om medewerking te kunnen verlenen aan het initiatief is herziening van het bestemmingsplan nodig.
10 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plangebied
2.1
De locatie Het plan heeft betrekking op de kadastrale percelen VELP, sectie C nummers 1905 en 1966, gelegen aan de Florijnweg 8 en het naastgelegen perceel te Velp.
Uitsnede kadastrale kaart van de locatie op het perceel nummer 1905 is nu het bedrijf gevestigd. Er staat bedrijfsbebouwing met parkeervoorzieningen en het perceel wordt ontsloten middels een inrit aan Florijnweg aan de westzijde van het perceel. Het naastgelegen perceel nummer 1966 ligt al jaren braak en is niet in gebruik.
11 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
2.2
Gewenste situatie Het mogelijk maken van de uitbreiding van de bestaande bedrijfsruimte aan de Florijnweg 8 te Velp op de naastgelegen kavel met een soortgelijk volume en hoogte als de huidige bedrijfsbebouwing ten behoeve van magazijnruimte. De aan te bouwen hoofdmassa krijgt een bouwhoogte van 12 meter. Er komt een tweede inrit aan de Florijnweg bij het magazijn voor het laden en lossen, tevens worden extra parkeerplaatsen toegevoegd zodat het totaal aantal parkeerplaatsen uitkomt op 50. Het plan voorziet in de realisatie van een inpandige fietsenstalling.
Schets van de gewenste uitbreiding (Buro Duck, 28 januari 2020)
Plattegrond van de gewenste situatie (Buro Duck, 28 januari 2020) 12 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
2.3
Afweging Stedenbouwkundig De wens om een aanbouw/uitbreiding te realiseren is strijdig met het geldende bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan. Die laten alleen bebouwing van een vrijstaand nieuw gebouw toe. Werken in twee afzonderlijke gebouwen maakt de bedrijfsvoering moeilijk en is niet wenselijk. Binnen het bestaande gebouw van Famostar zijn assemblage en logistiek gevestigd op de begane grond, waarbij logistiek aan de buitenzijde van het gebouw gevestigd is voor gemakkelijke logistiek van in/uitgaande goederen. Omdat het bedrijf een ontwikkeling in groei van omzet en personeel doormaakt, is het magazijn te krap geworden. De aanbouw/uitbreiding is bedoeld om de opslag en logistieke capaciteit en ruimte uit te breiden. Het is het meest effectief om de bestaande logistieke ruimte uit te breiden, waarmee een geïntegreerde grotere logistieke afdeling wordt verkregen. Dit is het beste te realiseren via een aanbouw. Als de uitbreiding zou worden vormgeven door middel van een apart gebouw, zou dat leiden tot veelvuldige bewegingen tussen de beide gebouwen en het heen en weer rijden met heftrucks. Dit is zeer riskant met hoogwaardige elektronische apparatuur over oneffen terrein tussen gebouwen. Daarbij is het inefficiënt en niet duurzaam vanwege deuren die aan twee kanten continue open en dicht moeten.
Het is na overleg gelukt om een invulling van de locatie te maken, die de kwaliteit biedt die op hoofdlijnen past bij de ruimtelijke ambities van bedrijvenpark De Beemd. Stedenbouwkundig kan worden ingestemd met de schetsuitwerking model 3B zoals voorgesteld door Buro Duck, d.d. 28 januari 2020 (zie de schets en de plattegrond in voorgaande paragraaf). De nieuwbouw kent een hoogte van 12 meter, opdat deze qua hoogte aansluit bij de bestaande massa. Beide hoofdvolumes worden gekoppeld door een tussenlid dat in zijn situering ten opzichte van de voorste bouwgrens van de hoofdmassa's ca. 5 meter is teruggelegen, een breedte kent van ca. 8 meter, een hoogte heeft van 4,50m à 4,80m en anders wordt gematerialiseerd. Hiermee wordt de ondergeschiktheid van het tussenlid ten opzichte van de hoofdmassa's en daarmee het ruimtelijke 'loskoppelen' van de hoofdmassa's in voldoende mate tot uitdrukking. Gesteld wordt dat er in voldoende mate aansluiting wordt gevonden bij de kwalitatieve uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan. Hierbij heeft het de voorkeur de aan te bouwen hoofdmassa uit te voeren met een bouwhoogte van 12 meter. Architectonisch toont de nieuwbouw in het schetsplan veel gelijkenissen met de bestaande bebouwing.
Aangezien het één bedrijf betreft is architectonische verwantschap gewenst, hoewel het niet ondenkbaar is dat de uitvoering in bijvoorbeeld kleurgebruik afwijkt van het bestaande, doch in dezelfde 'kleurfamilie'. De architectonische uitwerking is nader ter beoordeling bij de welstandstoets. De architectuur wordt te zijner tijd beoordeeld in het kader van de te verlenen omgevingsvergunning.
13 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
14 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Beleidskaders
In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling van de haalbaarheid in Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op specifiek beleid.
3.1
Rijk Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang.
Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het rijk zoals zorgdragen voor duurzaam economisch groeipotentieel. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is vastgelegd welke nationale belangen moeten worden betrokken bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en enkele malen gewijzigd/aangevuld, voor het 15
Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
laatst op 27 mei 2020. Planspecifiek Gezien de aard en omvang van onderhavig plan zijn er geen raakvlakken met het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. Besluit ruimtelijke ordening In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Planspecifiek Onder bestaand stedelijk gebied wordt conform artikel 1.1.1 eerste lid onder h van het Bro verstaan: het bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. Het plangebied ligt ten zuidoosten van Velp waar een bedrijventerrein is en bedrijven te vinden zijn. Het plangebied kan dan ook aangemerkt worden als bestaand stedelijk gebied. Voor ontwikkelingen in de vorm van een terrein is in beginsel geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m2 bedraagt. De gewenste totale toevoeging op basis van het schetsplan is 1.182m2. Het betref hier een nieuwe stedelijke ontwikkeling, omdat onderhavig plan ook meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Onderhavig plan maakt het namelijk mogelijk dat een tussenlid wordt gerealiseerd tussen beide bouwmassa's. Per saldo het neemt het aantal vierkante meters toe. Dat er een behoefte is blijkt uit het feit dat er een concreet bouwplan ligt om de verdere ontwikkeling en uitbreiding van het bedrijf mogelijk te maken. Geconcludeerd wordt dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.
3.2
Provincie Op provinciaal niveau worden hier enige voor het plangebied relevante documenten aangehaald. Allereerst de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland.
16 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
De Omgevingsvisie Gaaf Nederland is vastgesteld op 19 december 2018. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De provincie Gelderland legt bij de uitoefening van haar taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – wordt daaraan richting gegeven. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland bevat thematische visieschetsen. De schetsen zijn een grove schets van in het oog springende bestaande en nieuwe initiatieven, kansen, mogelijkheden en ontwikkelingen. De ambities die hieruit volgen zijn: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer. 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur. 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. 6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Hierbij gelden de volgende ambities: Gelderland wil de concurrerende positie binnen het internationale stedelijke netwerk van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken.
Om onderscheidend te blijven, willen ze in 2050 maximaal profijt halen uit de unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten; In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. Gelderland is koploper in Nederland. Onderhavig plan is te kleinschalig om een betekenisvolle bijdrage te kunnen leveren aan deze ambities, maar ligt wel in lijn met de Omgevingsvisie. In d e Omgevingsverordening Gelderland is het ruimtelijke beleid zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, deels verankerd. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Deze verordening is bindend voor de gemeente. Met een omgevingsverordening stelt de provincie regels aan bestemmingsplannen van gemeenten. De provincie Gelderland heeft op 24 september 2014 de Omgevingsverordening vastgesteld, die vervolgens op 18 oktober 2014 in werking is getreden. Deze Omgevingsverordening is partieel gewijzigd. Voor de beoordeling van het onderhavige bestemmingsplan is getoetst aan de geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland december 2018.
De provincie beschikt over een palet van instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De Omgevingsverordening is er een van. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van 17 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en bodem. De verwachting is dat de omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Planspecifiek Bij de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland horen verschillende kaarten waarop de voor de beoogde ontwikkeling relevante bepalingen staan aangegeven. Bij het plangebied horen de volgende bepalingen: Artikel 2.24 (eenmalige uitbreiding glastuinbouw) Artikel 2.25 (tijdelijk verbod nieuwvesting glastuinbouw) Artikel 2.26 (tijdelijk verbod uitbreiding bestaande glastuinbouw) Artikel 2.27 (tijdelijk verbod hervestiging glastuinbouw)
Bovenstaande bepalingen zijn verder niet van toepassing voor de beoogde ontwikkeling. Voor het planologisch mogelijk maken van bedrijventerreinen zijn in afdeling 2.2 van de omgevingsverordening regels opgenomen. Dit betreffen regels voor nieuwe bedrijventerreinen en uitbreiding van bedrijventerreinen. Onderhavig plan voorziet de uitbreiding van een bestaand bedrijf op een bestaand bedrijventerrein, waarbij geen uitbreiding van het bedrijventerrein plaatsvindt. Deze regels zijn dan ook niet van toepassing en vormen geen belemmering voor onderhavig plan. Vanuit de Omgevingsverordening komen verder geen voor het plangebied relevante thema's naar voren. Geconcludeerd kan worden dat de verordening geen belemmering vormt voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.
3.3
Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. In de Keur geeft het waterschap regels ten aanzien van waterkeringen en oppervlaktewateren. In de Legger geeft het waterschap de gewenste staat van de watergangen en waterkeringen aan. Onderhavig deel van de gemeente is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Rijn en IJssel. In het Waterbeheerplan 2016-2021 geeft het waterschap haar doelen aan. Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. In paragraaf 4.4.8 wordt hier nader op ingegaan.
18 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
3.4
Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.
3.4.1 Vastgesteld beleid Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen die uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. In de visie is het cultuurhistorische erfgoed is van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast willen wij ons erfgoed inzetten als (hulp)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeentebrede beleidsdoelstellingen. De visie is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's: behoud en ontwikkeling; kennis vermeerderen en delen; promotie en beleving.
Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed - instandhouding - is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeentebrede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoordt. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals-) vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten 19 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen. De archeologische bepalingen uit dat bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. Milieuzonering In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 die op 26 mei 2015 door de gemeenteraad is vastgesteld, is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. De hoofdlijn is als volgt. Ten aanzien van dit aspect wordt de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering gehanteerd. In nieuwe situaties wordt getoetst aan de richtafstanden. Afwijken van die afstanden is mogelijk mits gemotiveerd (met een onderzoek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening worden ook bestaande situaties beoordeeld. Bestaande bedrijven worden in principe zo bestemd dat zij minimaal kunnen blijven functioneren. Tenzij sprake is van een milieuknelpunt en bedrijfsbeëindiging is gewaarborgd. Bodemkwaliteit De nota Bodembeheer en de achterliggende bodemkwaliteitskaart zijn op 31 mei 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Op de bodemkwaliteitskaart is de mate van diffuse bodemverontreiniging aangegeven. Deze diffuse bodemverontreiniging is niet toe te wijzen aan een specifieke bron zoals een tankstation of een smederij. In de nota Bodembeheer is vastgelegd hoe met deze diffuse bodemverontreiniging dient te worden omgegaan.
De wijze waarop met bodemverontreiniging wordt omgegaan bij het opstellen van bestemmingsplannen is door de gemeenteraad op 26 mei 2015, vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Deze werkwijze is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de gegeven bestemmingen. Niet gesprongen explosieven In opdracht van de gemeente is in 2014 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. De wijze waarop met met de mogelijke aanwezigheid wordt omgegaan is vastgelegd in de Nota Standaardplanmethodiek dorpen Rheden 2015. Geluidhinder De Wet geluidhinder stelt regels aan de geluidsbelasting die wordt veroorzaakt door gezoneerde wegen, spoorwegen en industrieterreinen op geluidgevoelige functies in nieuwe situaties. Hoe burgemeester en wethouders in verschillende omstandigheden invulling geven aan hun bevoegdheid om hogere waarden vast te stellen dan de voorkeurswaarde, heeft het college op 27 april 2015 vastgelegd in de Nota Hogere waarden wet geluidhinder Rheden 2015. Een benodigde hogere grenswaarde moet zijn verleend voordat een bestemmingsplan wordt vastgesteld. Verkeer In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan (VCP) Velp 2008 wordt een wegcategorisering beschreven. Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag.
Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. 20 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Overigens geldt op de wegen in De Beemd een parkeerverbodszone. Het bestemmingsplan kent hiervoor geen specifieke regeling. Groen In het gemeentelijke Groenstructuurplan uit 2002 en de Beleidsnota Bomen uit 2005 is de leidraad dat de groene kenmerken en karakteristieken in de dorpen en deelgebieden worden versterkt. Klimaatadaptatie In juni 2016 is het gemeentelijke klimaatbeleid De Rhedense klimaataanpak 2016-2020 vastgesteld. Klimaatadaptatie vormt een belangrijk onderdeel van dit beleid. Hieronder wordt verstaan het zodanig inrichten en beheren van de openbare ruimte dat effecten van klimaatverandering hierin opgevangen kunnen worden zonder dat dit tot ernstige overlast of schade leidt. Het gaat hierbij om de effecten zoals meer en extremere buien, langere perioden van droogte en hitte en de stijging van de zeespiegel en de daaraan gerelateerde stijging van de rivierstanden. Directe gevolgen uiten zich onder andere in meer overlast van water op straat, erosie, bodemdaling, een toenemende kans op natuurbranden en afname van biodiversiteit. Dit beleid sluit aan op eerder genoemd beleid ten aanzien van natuur, groen en water. Water Het huidige Watertakenplan Olburgen (WTPO) heeft een planperiode van 2018 tot en met 2022. Het is opgesteld met de gemeenten Bronckhorst, Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel en geldtvoor het gehele grondgebied van de gemeente Rheden.
Met het WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer. In dit plan heeft de gemeente samen met de genoemde partners het rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, is geborgd in het WTPO. Omgaan met hemelwater en grondwater is geregeld in de in oktober 2015 vastgestelde gemeentelijke verordening Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015. Economische activiteiten In de visie Een actuele economische beleidsnota van en voor de gemeente Rheden (vastgesteld door de gemeenteraad in maart 2016) wordt aangegeven dat het voor de gemeente van groot belang is dat de economie vitaal blijft voor haar inwoners en het bedrijfsleven. De visie geeft onder andere aan dat ingezet moet worden op het behouden en versterken van de bedrijvigheid en daarmee de werkgelegenheid. De Rhedense bedrijventerreinen zijn voor de werkgelegenheid belangrijke gebieden. Om de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen te verhogen en knelpunten in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen is revitalisering noodzakelijk.
Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader 21 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
waaraan een omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefomgeving groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat. De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden. Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen. Voor het bedrijventerrein De Beemd heeft de gemeenteraad op 25 mei 1999 een beeldkwaliteitsplan opgesteld, Beeldwaliteitsplan Bedrijventerrein De Beemd. Het beeldkwaliteitsplan geeft meer gedetailleerde richtlijnen en handvatten. Structuurvisie Voor het dorp Velp is de structuurvisie Velp vastgesteld op 31 oktober 2017. Voor het bedrijventerrein De Beemd is in deze visie geen beleid geformuleerd en wordt ook niet ingezoomd op het plangebied.
22 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid en afweging
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte.
4.1
Het rijksbelang Geconcludeerd kan worden dat in onderhavig bestemmingsplan geen onderwerpen aan de orde zijn zoals bedoeld in het Barro. De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Een toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom achterwege blijven. Het onderhavige bestemmingsplan wordt passend geacht binnen de kaders van het rijksbeleid.
4.2
Het provinciale belang Geconcludeerd kan worden dat de aard van het bestemmingsplan zodanig is dat het provinciale beleid, anders dan vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, niet aan de orde is. Gelezen de Omgevingsverordening Gelderland zijn er geen onderwerpen die nadere toelichting of toetsing beoeven. Daarnaast is volledigheidshalve getoetst het plangebied betrekking heeft op het Gelders Natuurnetwerk of de Groene Ontwikkelingzone zoals bedoeld in de Omgevingsverordening Gelderland, hetgeen niet het geval is gebleken.
4.3
Het waterschapsbelang In de Waterbeheerplannen van het waterschap Rijn en IJssel zijn geen projecten beschreven die nopen tot een regeling in onderhavig plangebied. Of een bestemmingsplan het belang van het waterschap raakt, wordt door het waterschap getoetst. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen.
23 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
4.4
Onderzoeken Hier wordt de afweging beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk bij nieuwe ontwikkelingen, wordt ingegaan op het opgestelde rapport.
4.4.1 Milieuzonering kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Van het omgevingstype gemengd gebied is sprake in een gebied met een variatie aan functies. In de directe nabijheid zijn bijvoorbeeld winkels, horeca en bedrijven aanwezig.
Ook gebieden die direct liggen langs de hoofdinfrastructuur behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. In een dergelijk gebied bestaat al een hogere milieubelasting zodat de richtafstanden voor een rustige woonwijk daarvoor niet gebruikt hoeven te worden. Zij worden met één afstandsstap verlaagd.
24 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
In de Nota Milieuzonering Rheden 2015 is vastgelegd hoe de gemeente omgaat met milieuzonering. Deze nota is gebruikt bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van inrichtingen in onderhavig plangebied en bij de indeling van de lijsten met toe te laten functies binnen de gegeven bestemmingen. beoordeling Het plangebied kan worden gekarakteriseerd als een bedrijventerrein. Voor het perceel is het bestemmingsplan Velp- De Beemd 2016 van toepassing. Hier zijn alleen toegelaten bedrijven vanaf categorie 3.1 t/m 4.1. Het bedrijf is een categorie 2 bedrijf. In het vigerende bestemmingsplan staat het bedrijf genoemd in bijlage 2 (In aanvulling op het bepaalde onder 1 tot en met 4 tevens zijn toegestaan bedrijfsactiviteiten voor zover vermeld in Bijlage 2 Lijst specifieke bedrijven en uitsluitend ter plaatse van het aangegeven adres). Famostar staat genoemd in deze bijlage voor het adres Florijnweg 8. De uitbreiding vindt plaats op het adres Florijnweg 8. conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.2 Bodemverontreiniging kader Daar waar het nieuwe bestemmingsplan directe mogelijkheden voor functiewijziging of uitbreidingsmogelijkheden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden biedt en die verdacht wordt van de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging, dient bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Er is in het voorliggende plan geen sprake van directe mogelijkheden voor functiewijziging of uitbreidingsmogelijkheden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden en die tevens verdacht wordt van de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging. In het kader van dit bestemmingsplan is dan ook geen bodemonderzoek nodig. beoordeling Er is in het voorliggende plan geen sprake van directe mogelijkheden voor functiewijziging of uitbreidingsmogelijkheden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden en die tevens verdacht wordt van de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging. In het kader van dit bestemmingsplan is dan ook geen bodemonderzoek nodig. conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.3 Ongesprongen explosieven kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de 25 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van ongesprongen explosieven. beoordeling Onderhavige locatie is niet gelegen in een (voorlopige) veiligheidszone – niet gesprongen explosieven. Een onderzoek naar dit aspect is derhalve niet noodzakelijk. conclusie Het aspect ongesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.4 Geluid kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Onder voorwaarden kan een ontheffing van de voorkeursgrenswaarde worden verleend ('hogere waarde'). Maatregelen om de geluidsbelasting aan de gevel terug te dringen moeten dan onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van landschappelijke, stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige of financiële aard. Bij een geluidsbelasting boven de maximale ontheffingswaarde zijn geluidsgevoelige bestemmingen niet toegestaan. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt indien er gebruik wordt gemaakt van 'dove gevels'.
De grenswaarden zijn voor wegverkeer 48 dB tot en met 53 dB in buitenstedelijk gebied en in stedelijk gebied van 48 dB tot 63 dB en voor spoorweglawaai 55 dB tot en met 68 dB. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. In de op 27 april 2015 vastgestelde Nota Hogere Waarden Wet geluidhinder Rheden 2015 hebben burgemeester en wethouders vastgelegd hoe zij omgaan met het verlenen van hogere grenswaarden. beoordeling Het plan laat geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen toe. Binnen de zones van de spoorlijn, wegen en het gezoneerde industrieterrein zijn dus geen nieuwe geluidgevoelige ontwikkelingen voorzien. Ook een reconstructie van een weg, spoorlijn of wijzing van een gezoneerd industrieterrein is niet aan de orde. 26 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
4.4.5 Externe veiligheid kader Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven. Voor transportassen -verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen- zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes, voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Al die besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Daarbij worden twee soorten risico beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico. Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft.
Het PR wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd. In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. In onderhavige situatie wordt hieronder verstaan de kans per jaar per kilometer spoorlijn dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de spoorlijn in één keer het (dodelijk) slachtoffer wordt van een ongeval op de spoorlijn. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval. Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier. beoordeling Aan de orde is het onderhavig plan voor het uitbreiden van een bedrijfsgebouw op het bedrijventerrein De Beemd.
In het plan worden geen nieuwe woningen of andere kwetsbare objecten zoals scholen en of kinderdagverblijven toegelaten. 27 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Risicoveroorzakende activiteiten In en direct rond het plangebied is verder een inventarisatie gedaan naar risicoveroorzakende activiteiten. Dit heeft het volgende overzicht opgeleverd: a. Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en water Voor het wegverkeer is de A12 gelegen ten westen van het plangebied en de A348 gelegen ten noorden van het plangebied relevant. b. Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Nabij het plangebied liggen hoge drukaardgasleidingen. c. Bedrijven die vallen onder het Bevi Binnen het plangebied bevindt zich geen Bevi bedrijf. Buiten het plangebied bevindt zich ook geen Bevi bedrijf die van invloed is op het plangebied. Het bestemmingsplan laat geen bevi inrichtingen toe. ad a. Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoorwegen en water Op basis van de Regeling Basisnet heeft de A12 een veiligheidszone van 16 meter en een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Op basis van het bijlagenrapport van de Eindrapportage Basisnet weg blijkt dat het groepsrisico lager is 0,1 en 0,2 maal de oriëntatiewaarde. Het plasbrandaandachtsgebied ligt buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Uit het Onderzoeksrapport externe veiligheidsrisico's op provinciale wegen in Gelderland; januari 2011 blijkt dat de A348 geen PR-6 contour heeft en dat de oriëntatiewaarde voor het groepsrisico lager is dan 0,1.
Ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht omdat het groepsrisico: lager is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde ten aanzien van de A348 hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde en de toename van de het GR minder is dan 10% ten aanzien van de A12. ad b. Vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen De buisleiding heeft geen PR-6 contour. In opdracht van de Milieusamenwerking Regio Arnhem heeft Save een onderzoek uitgevoerd (onderzoek Externe veiligheid buisleidingen MRA van 6 februari 2012). Uit dit onderzoek blijkt dat er geen sprake is van een significante bevolkingsdichtheid binnen de 100 % letaliteitcontour. Het groepsrisico is lager dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Er is dus geen sprake van een groepsrisicoaandachtspunt. Omdat binnen het invloedsgebied van de leidingen een ruimtelijk besluit genomen wordt, dient de gemeente invulling te geven aan de verantwoordingsplicht van het groepsrisico. Voor de leiding kan worden volstaan met invulling van de 'beperkte' verantwoordingsplicht, dit omdat de hoogte van het groepsrisico niet boven de 0,1 maal van de oriëntatiewaarde uit komt.
De volgende aspecten zijn dan van belang: aanwezige dichtheid van personen in het invloedsgebied, mogelijkheden tot voorbereiding op en bestrijding van de omvang van een ramp of zwaar ongeval, 28 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
mogelijkheden van personen in het invloedsgebied om zichzelf in veiligheid te brengen. ad c. Bedrijven die vallen onder het Bevi Binnen het plangebied bevindt zich geen Bevi bedrijf. Ook buiten het plangebied bevindt zich geen bevi bedrijf die van invloed is op het plangebied. Verantwoordingsplicht Hieronder staat per risicobron de verantwoordingsplicht. Risicobron Weg
Beperkte en uitgebreide
Onderdelen
verantwoording?
verantwoordingsplicht
Beperkte
Mogelijkheden
Er zijn geen grote
verantwoordingsplicht:
rampenbestrijding
nieuwe ontwikkelingen
A12:
Verantwoording
in het plangebied. Het
De hoogste
Mogelijkheden
plan leidt niet tot een
oriëntatiewaarde is lager
zelfredzaamheid
toename van personen
dan 0,1 en 0,2 maal de
en/of kwetsbare
oriëntatiewaarde en de
groepen. Er is geen
toename van het GR is
aanvullende
minder is dan 10 %.
verantwoording
Provinciale wegen: De
noodzakelijk.
oriëntatiewaarde voor het groepsrisico lager is dan 0,1. Buisleiding Beperkte verantwoordingsplicht
Aanwezige dichtheid
Het groepsrisico is
van personen in het
lager dan 0,1 keer de
omdat de hoogte van het invloedsgebied
oriëntatiewaarde.
groepsrisico niet boven de
Het bestemmingsplan
0,1 maal van de
Mogelijkheden
oriëntatiewaarde uit komt. rampenbestrijding
is conserverend. Er zijn geen grote nieuwe ontwikkelingen in het
Mogelijkheden
plangebied. Het plan
zelfredzaamheid
leidt niet tot een toename van personen en/of kwetsbare groepen. Er is geen aanvullende verantwoording noodzakelijk.
Gas druk regel en meetstations Net buiten het plangebied zijn een aantal gasdruk regel- en meetstation gelegen. Gasdruk regel- en meetstations vallen onder de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit). Liander is eigenaar van een aantal gasdrukmeet- en regelstations net buiten het plangebied. Op deze stations zijn de regels uit de Wet milieubeheer en het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (hierna: Activiteitenbesluit) van toepassing. Voor alle gasdrukmeet- en regelstations in het plangebied is bekeken of ze voldoen aan de afstanden uit het Activiteitenbesluit. Binnen een zone van 6 meter 29 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
zijn bij de bestaande gasdrukmeet- en regelstations geen kwetsbare objecten toegelaten in het bestemmingsplan. Daarmee worden de aan het houden afstanden uit het Activiteitenbesluit gerespecteerd. Op de verbeelding worden geen veiligheidszones opgenomen. De gasdrukmeet- en regelstations kunnen vergunningsvrij worden gebouwd. Dergelijke nutsvoorzieningen worden daarom niet getoetst aan het bestemmingsplan. Het opnemen van een veiligheidszone geeft dan de indruk dat alleen een gasdrukmeet- en regelstation kan worden gebouwd binnen een veiligheidszone. Samenvatting beoordeling Het plangebied ligt buiten het plaatsgebonden risicocontour 10-6 van een inrichting, hogedruk aardgasleiding en transportroute. Daarmee vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan in het invloedgebied groepsrisico van bovenstaande risicobronnen. Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het onderhavige plan geen effect heeft op het groepsrisico, dan wel de mogelijkheden in de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het betreft de uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw, waarbij bestaande bouwmogelijkheden zeer beperkt worden uitgebreid. Hiermee acht de gemeente het groepsrisico verantwoord en wordt het restrisico geaccepteerd.
conclusie Gelet op het voorgaande wordt het groepsrisico als aanvaardbaar beschouwd. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
4.4.6 Natuurwaarden kader De bescherming van gebieden is vastgelegd de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.
Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de 30 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast wordt worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn.
De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. beoordeling Gebiedsbescherming Natura 2000 Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied Rijntakken. Het Natura 2000-gebied Veluwe ligt op een afstand van ca 1,4 km ten noorden van De Beemd. De ligging van het Natura 2000-gebied Rijntakken is weergegeven op onderstaande afbeelding.
31 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Het Natura 2000-gebied en bedrijventerrein 'De Beemd' worden van elkaar gescheiden door de Schaapsdijk. Deze hoge rivierdijk zorgt er voor dat geluid en licht voor een groot deel worden afgeschermd van het Natura 2000-gebied. Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk die een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In onderstaande afbeelding is het GNN met een donkergroene kleur aangeduid, het GO met een lichtgroene kleur.
32 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
Stikstof depositie In het kader van de Natuurbeschermingswet moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning.
Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. De locatie ligt op korte afstand van Natura-2000 gebied de Rijntakken. Een voortoets Stikstof is noodzakelijk, waabij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase wordt 33 Bestemmingsplan Velp-De Beemd 2 0 1 6 locatie Florijnweg 8 Velp (vastgesteld)
getoetst. Ten behoeve van de uitbreiding van Famostar op industrieterrein de Beemde te Velp, naast Florijnweg 8, heeft Econsultancy onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. Bijlage 2, Rapport stikstofdepositie (13961.001 D2) industrieterrein De Beemd te Velp, 18 december 2020. Zowel de aanleg- als de gebruiksfase van het plan kunnen negatieve gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen binnen omliggende beschermde natuurgebieden. Indien de stikstofdepositie in de aanlegfase groter is dan 0,05 mol N/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar, of indien er sprake is van een depositiebijdrage in de gebruiksfase op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied, dan kan sprake zijn van een vergunningplicht op het gebied van stikstof. In onderhavig geval blijkt uit de AERIUS-berekening met betrekking tot de aanlegfase Bijlage 3 dat in de aanlegfase van de voorgenomen ontwikkeling sprake is van rekenresultaten van 0,10 mol/ha/j habitat ZGLg11 en 0.02 mol/ha/j habitat ZGLg08. Doordat er sprake is van een tijdelijke stikstofdepositie die groter is dan 0,05 mol/ha/j voor een periode korter dan twee jaar, geldt landelijk de lijn dat het op voorhand uitsluiten van significante negatieve effecten voor stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden in dit geval niet kan.
Het vorenstaande betekent in dit geval dat de geringe stikstofdepositie leidt tot een vergunningsplicht voor het aspect stikstof. Daarnaast is voor de gebruiksfase sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Gelet op het vorenstaande is hiermee dan ook mogelijk sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. De Rijntakken kent meerdere hexagonen, 18% ZGLg11 en 5% ZGLg08, met overbelasting KDW. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, vergunningsplichtig. De vergunning kan alleen worden verleend indien de zekerheid is verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied niet worden aangetast. Dit kan onder andere worden aangetoond met een verschilberekening tussen de referentiesituatie en de toekomstige situatie. Wanneer blijkt dat het projecteffect van het beoogde plan kleiner dan of gelijk is aan de referentiesituatie, dan kan de vergunning verleend worden. Gelet op het feit dat door onderhavig plan de stikstofdepositie in de gebruiksfase Bijlage 4 wordt verlaagd ten opzichte van de oude situatie is de verwachting dat de vergunning verleend zal worden. De rapportage van Econsultancy is voldoende voor onderhavige bestemmingsplanherziening en kan dus vooruitlopend op de vergunning afgerond worden.