Bestemmingsplan Velp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 Toelichting (23.27).pdf
Tekst van het document
Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 4. De belangrijkste conclusies worden in de onderstaande paragraaf uitgelicht. Gebiedsbescherming Om te bepalen of er wat betreft het aspect stikstofdepositie belemmeringen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling, is een voortoets naar de sitkstofdespositie op Natura 2000-gebieden uitgevoerd. Dit rapport is als bijlage 5 toegevoegd. Hierin is geconcludeerd dat er in de gebruiksfase geen sprake is van een bijdrage aan stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden groter dan 0,00 mol/ha/j waarmee er geen sprake is van significant negatieve effecten voor het Natura-2000 gebied. Daarmee zijn er geen belemmeringen wat betreft het aspect stikstof en is er geen vergunning Wnb nodig. Soortenbescherming Ten behoeve van voorliggende initiatief is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd (zie bijlage 4). De conclusie in dat rapport is dat de beoogde ontwikkeling niet leidt niet tot overtreding van gebiedsbescherming en houtopstanden in het kader van de Wnb en dat bij sloop met het opvolgen van algemene maatregelen vanuit de Algemene zorgplicht goed rekening gehouden kan worden met foeragerende vleermuizen en algemene broedvogels. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient te worden vastgesteld of de te slopen bebouwing een relevante functie heeft voor gebouwbewonende vleermuizen en huismus (soortenbescherming).
Mocht dat zo zijn dan is daar een ontheffing voor nodig op basis van de Wet natuurbescherming. De conclusie is dat, gezien hetgeen naar voren is gekomen in het onderzoek, er geen reden is om aan te nemen dat eventueel benodigde ontheffingen niet verkregen zouden kunnen worden en dat daarmee het bestemmingsplan uitvoerbaar is.
35 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
conclusie Het aspect natuur en landschap vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
4.10 Biodiversiteit Kader Op 28 juni 2022 is de gemeentelijke beleidsnota Biodiversiteitsplan 2022-2032 vastgesteld. Het college en de gemeenteraad van de gemeente Rheden hebben besloten om hoog in te zetten op de biodiversiteit. Een ontwikkeling vanuit dit beleid is het behouden en herstellen van de biodiversiteit en het natuurinclusief ontwerpen en inrichten van projecten aan de hand van een puntensysteem. Beoordeling Momenteel wordt gewerkt aan het puntensysteem, deze is nog niet gereed. Gelet op de biodiversiteitsambities is het wenselijk het natuurinclusief bouwen en inrichten als uitgangspunt gehanteerd te worden in de uitwerking van de inrichting en ontwikkeling van het project. Het natuurinclusief bouwen en inrichten is niet verbonden met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Biodiversiteit is overal om ons heen en op elke schaal kan een bijdrage geleverd worden. In de nieuwbouw kunnen voorzieningen gecreëerd worden voor flora en fauna. Rond de parkeerplaatsen en in de tuinen kunnen maatregelen opgenomen/ uitgewerkt worden die bijdragen aan de biodiversiteit zoals het toepassen van inheemse hagen, natuurlijke beplanting en nestgelegenheid voor flora en fauna. Dit wordt meegegeven aan de initiatiefnemer van het plan. Conclusie Het bestemmingsplan past binnen het beleid van het aspect biodiversiteit.
4.11 Archeologie en Cultuurhistorie Archeologie kader Vanaf 2012 geldt de verplichting dat bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de cultuurhistorische (waaronder de archeologische) waarden in het plangebied. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Archeologie Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten: nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven; toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek; het vergunningenstelsel voor opgravingen is echter vervangen door een 36 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
certificering stelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsinstanties mogen opgravingen verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling. Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. beoordeling Het plangebied heeft de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Deze stelt dat initiatieven die voorzien in het oprichten van bouwwerken en / of werkzaamheden groter als 250 m2 en dieper van 30 cm onderzoeksplichting zijn. De beoogde ontwikkeling voorziet in een ingreep groter dan deze gestelde grenswaarden, reden voor een archeologisch onderzoek. Dit onderzoek is als bijlage 6 opgenomen bij dit plan. Uit dat onderzoek komt naar voren dat archeologische waarden te verwachten zijn bij een diepte van 120 cm onder maaiveld. Het beoogde plan voorziet daar niet in, maar planologisch is dat wel mogelijk. Daarom is de dubbelbestemming aangepast zodat indien deze diepte toch overschreden wordt een onderzoek nodig is. conclusie Voorliggende ontwikkeling is uitvoerbaar met betrekking tot archeologie. Cultuurhistorie Hogeweg 1 is geen monument. Op de concept-bouwhistorische verwachtingskaart voor Velp is er geen verwachting voor het complex uitgesproken.
De locatie bevindt zich net buiten de begrenzing van het rijksbeschermde dorpsgezicht Villapark Overbeek, een gebied met landelijke erkenning van de cultuurhistorische waarden in dit gebied. Aan de overzijde van de Hogeweg bevindt zich een gemeentelijk monument. Historisch gezien staan de gebouwen recht op het perceel, gedraaid t.o.v. de Hogeweg en Tramstraat. Het project volgt deze historische plaatsing en de bestaande gebouwcontour en kiest voor een geleding van de bouwmassa in meerdere volumes, waardoor er geen negatief effect is op de cultuurhistorische waarden van het gebied. Er zijn ook geen negatieve effecten te verwachten op de te beschermen waarden van het naastgelegen beschermde dorpsgezicht en het tegenover gelegen gemeentelijk monument. Conclusie Voor cultuurhistorie bestaat net als bij archeologie geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.
4.12 Verkeer en parkeren kader parkeren Voor het parkeren vormen de bepalingen uit de Nota Parkeernormen Rheden 2015 de grondslag. Het beleid is vastgelegd bij de vaststelling door de gemeenteraad op 26 mei 2015. Voor rijwoningen en appartementen geldt een parkeernorm van 1,4 parkeerplaats per woning voor twee-onder-één kap en vrijstaande woningen bedraagt de parkeernorm 1,6 parkeerplaats per woning. Tevens is de bruikbaarheid 37 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
van de parkeervoorzieningen van belang. beoordeling Parkeren Voorliggend initiatief voorziet de ontwikkeling van 6 woningen. De woningen zullen worden gerealiseerd als aaneengesloten rijwoningen. Dit type woningen heeft in de Parkeernota van de gemeente Rheden, zie bijlage 2 een norm van 1,4 parkeerplaatsen per woning. Dit heeft als gevolg dat er met de beoogde ontwikkeling 9 parkeerplaatsen moeten worden gerealiseerd. Een deel, 6 plaatsen, van deze parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd op eigen terrein ten zuiden van de woningen. De overige 3 parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd in de openbare ruimte aan de Hogeweg. De planopzet voldoet aan de parkeernormen zoals gesteld. Deze is op een ruimtelijk verantwoorde wijze ingepast. In het kader van de omgevingsvergunning zal op basis van het uiteindelijke bouwplan de definitieve toets plaatsvinden. Verkeer/infrastructuur Het voorliggende plan voorziet de ontwikkeling van 6 woningen. De woningen zijn gelegen aan de Hogeweg en worden ontsloten door de Hoofdstraat. De verkeersaantrekkende werking na realisatie is vergelijkbaar is met de verkeersaantrekkende werking van de bedrijven en woningen die er nu al zijn / mogen zijn. conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.13 Milieueffect rapportage kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld: Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. 38 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Gevolg van dat laatste is dat in een bestemmingsplan voor een activiteit die voorkomt in onderdeel D maar waarbij de omvang onder de drempelwaarde ligt, gemotiveerd moet worden of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Deze motivering moet zijn gebaseerd op een toets die qua inhoud aansluit bij de verplichte m.e.r.-beoordeling. Voor deze toets gelden geen vormvereisten en daarom wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. In onderdeel D.11.2 is opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. De nota van toelichting van het Besluit m.e.r. (Stb. 2011, 102) zegt hierover dat het kan gaan om bouwprojecten als woningen, parkeerterreinen, bioscopen, theaters, sportcentra, kantoorgebouwen e.d. of combinatie daarvan. Wat stedelijke ontwikkeling inhoudt kan van regio tot regio verschillen. Wat van belang bij de vraag of er sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject is of er per saldo aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen zijn.
In dit bestemmingsplan is er sprake van een herinrichting van een bestaand woongebied waardoor er, zoals ook blijkt uit dit hoofdstuk, per saldo geen aanzienlijke gevolgen voor het milieu zijn. beoordeling In het kader van voorliggende ontwikkeling is een Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld, zie bijlage 7. De belangrijkste conclusie van de notitie is dat als gevolg van voorliggende ontwikkeling geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed op het milieu in de omgeving. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Verder onderzoek in het kader van het Besluit milieueffectrapportage is niet nodig: het plan is niet m.e.r.-plichtig. conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
39 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
40 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.
5.2
Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moeten worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak 41
V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
op het beroepschrift.
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 5.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar 2.2.
5.3.2 Regels De bestemmingsplanplanregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op deze regels. Hoofdstuk 1 Inleidende regels. In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.
Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden 42 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
gelezen vóórdat op basis van de bestemmingsregels interpretaties worden verricht. In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologisch onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld. Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar de bijlage Parkeernormen bij onderhavig plan. Wat voldoende is, wordt op basis van deze normen niet alleen bepaald bij de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning, maar ook bij een wijziging in het gebruik. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Toelichting regels Voor zover relevant worden de regels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht. De voor dit bestemmingsplan relevante bestemmingen en aanduidingen zijn reeds nader toegelicht in 2.2. Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels.
Ten aanzien van het begrip 1.15 bijgebouw kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term 'bijbehorend bouwwerk' waar in de Wabo van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw. Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek. Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele 43 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
verbijzonderingen opgenomen. De tekst van de regeling volgt uit het Bro. Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Zij zijn als bijlage bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen. Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro.
Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik. Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken. Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning - voor zover vereist - zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
44 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota zoals die op 30 mei 2017 is vastgesteld door de gemeenteraad, voldoet aan redelijke eisen van welstand.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
45 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
46 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c.
het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of
d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1. het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of 2. er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of 3. de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. beoordeling De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Bij het doen van de BUS-melding zijn kosten voor sanering bekend, hieruit blijkt dat het project vanuit het aspect bodem economisch uitvoerbaar is. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges. Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst.
Aanpassingen in het openbaar gebied komen in principe voor rekening van de ontwikkelende partij, mits er andere afspraken hieromtrent zijn vastgelegd. Wanneer door de gemeente kosten in het openbaar gebied worden gemaakt of er sprake is van schade in het openbaar gebied, zal de gemeente deze kosten verhalen op de ontwikkelende partij. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het 47 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is. conclusie Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd. In het kader van de vaststelling van het bestemmingsplan kan worden afgezien van het vaststellen van een exploitatieplan.
48 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Het geven van inspraak valt dus buiten de wettelijke procedure. Indien hiertoe aanleiding bestaat, kan in een voorkomend geval besloten worden om in aanvulling op de wettelijke procedures inspraak te geven. beoordeling Bij voorliggend plan is geen sprake van een formele inspraakprocedure. Het bestemmingsplan wordt direct als ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Voor omwonenden uit de omgeving van het plangebied zijn inmiddels enkele informatieavonden georganiseerd. Tijdens deze avonden zijn de plannen gepresenteerd en hebben omwonenden de gelegenheid gekregen om mee te praten over de ontwikkeling. De reacties uit de buurt zijn overwegen positief. Omwonenden krijgen ook via de formele weg nog de gelegenheid om zienswijzen op het plan in te dienen. conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
7.2
Vooroverleg kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. Gelet op de beperkte omvang van dit plan in relatie tot het gegeven dat het binnenstedelijk is, is geen vooroverleg gevoerd.
49 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
7.3
Zienswijzen Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennisgegeven van het voornemen om een bestemmingsplan te vervaardigen. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op 19 oktober 2022 bekendgemaakt in de Regiobode, de Staatscourant en in het elektronische Gemeenteblad. Gedurende de termijn van terinzagelegging van donderdag 20 oktober tot en met woensdag 30 november 2022 heeft eenieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Tijdens de zienswijzeperiode zijn er twee zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend. De beantwoording van de ingediende zienswijzen zal plaatsvinden in de Nota van Zienswijzen via een bijlage bij het raadsbesluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. De zienswijzen hebben geleid tot een aantal wijzigingen in de bestemmingsplan te vinden in de Nota van Wijzigingen. De wijzigingen zijn doorgevoerd waardoor het bestemmingsplan aan de raad kan worden voorgelegd ter vaststelling. Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor beroep ter visie gelegd
50 V elp 2016 Woongebieden Noord, locatie Hogeweg 1-3 (vastgesteld)
Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied
Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Ste postbus 9110 | ZJ De Steeg T 026 4976911 026 4976518 | gemeente@rhed | www.rheden.n
gemeente Rheden