Bestemmingsplan Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 Toelichting (21.73)
Tekst van het document
Toelichting
Velp
Rheden
De Steeg
Ellecom
Dieren
Spankeren
Laag-Soeren
Landelijk gebied
Bestemmingsplan
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4
2 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Inhoudsopgave Toelichting
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Haalbaarheid
Het rijksbelang Het provinciale belang Het waterschapsbelang Onderzoek
Hoofdstuk 5 5.1 5.2 5.3 5.4
Beleidskaders
Rijk Provincie Waterschap Gemeente
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4
Beschrijving van het plan
De Locatie Gewenste situatie Afweging
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4
Inleiding
Algemeen Aanleiding bestemmingsplan Doelstelling Aanpak Ligging plangebied Geldend bestemmingsplan
Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3
5 7 7 7 7 8 8 9 11 11 11 12 15 15 16 19 20 23 23 23 24 24
Juridische aspecten
41
Algemeen Procedure Verbeelding en regels Reikwijdte bestemmingsplan
41 41 42 47
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
49
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51 3
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
7.1 7.2 7.3
Inspraak Vooroverleg Zienswijzen
Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1
Advies van Welstand
Bijlage 2
Wateradvies
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Reactie Veiligheidsregio
Bijlage 5
Archeologisch onderzoek
Bijlage 6
Quick scan flora en fauna
Bijlage 7
Ontwerp-raadsbesluit
Bijlage 8
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
4 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
51 51 52
Toelichting
Leeswijzer De toelichting op een bestemmingsplan wordt binnen de gemeente volgens een vast stramien opgebouwd, en wel als volgt. hoofdstuk
inhoud
1 Inleiding
Kort wordt ingegaan op de aanleiding en de besluitvorming die vooraf ging aan de start van de actualisering van de bestemmingsplannen voor de dorpen
2 Beschrijving van het plan
Hier wordt aan de hand van diverse aspecten de huidige stand van zaken in het plangebied beschreven
3 Beleidskaders
Aangegeven wordt binnen welke beleidskaders en regels van het rijk, provincie, waterschap en de gemeente het bestemmingsplan is opgesteld
4 Haalbaarheid
Hier vindt de toets plaats aan beleid en regelgeving
5 Juridische aspecten
Beschreven wordt de procedure die een bestemmingsplan doorloopt en wordt een toelichting gegeven op de regels van het bestemmingsplan. Toegelicht wordt hoe is omgegaan met de geldende waarden en wanneer een bepaalde bestemming is gebruikt
6 Economische uitvoerbaarheid
Toegelicht wordt of uitvoering van het bestemmingsplan voor de gemeente haalbaar is
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Hier wordt beschreven hoe de procedure is verlopen tot de vaststelling van het bestemmingsplan
5 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
6 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Inleiding
1.1
Algemeen In een bestemmingsplan worden de gebruiks- en bouwmogelijkheden van gronden en opstallen vastgelegd. Een bestemmingsplan bestaat uit een digitale verbeelding (de kaart) en regels. Uit het samenspel van de verbeelding en de regels blijkt wat het bestemmingsplan juridisch toelaat. Door het perceel op te zoeken waarover informatie wordt gewenst, kan worden afgelezen welke bestemming het heeft en wat de mogelijkheden zijn. Het digitale plan is bij een verschil ten opzichte van de papieren versie leidend. Een bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting heeft geen juridische status, echter is deze wel relevant voor de onderbouwing van de gemaakte keuzes en de interpretatie van het bestemmingsplan.
1.2
Aanleiding bestemmingsplan Er is een verzoek ingediend voor de nieuwbouw van een vrijstaande woning aan de Landweg tussen nummer 2 en 4 te Spankeren, kadastraal perceel DRN00R 1376G. In het vigerende bestemmingsplan Landelijk Gebied is geen bouwvlak aanwezig in de bestemming Wonen, waardoor de bouw van een woning niet mogelijk is. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de toevoeging van een bouwvlak in de bestemming wonen, zodat de bouw van een woning planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.3
Doelstelling Dit bestemmingsplan wil de beoogde ontwikkeling, de nieuwbouw van een vrijstaande woning aan de Landweg tussen nummer 2 en 4 te Spankeren, planologisch mogelijk maken.
7 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
1.4
Aanpak Bij het toepassen van een eerste quickscan op diverse beleidsvelden is gebleken dat in eerste instantie er geen belemmeringen waren voor de realisatie van een woning op deze locatie. Ook ruimtelijk gezien is een woning op deze locatie denkbaar. Met de initiatiefnemer is een intentieovereenkomst gesloten. In de intentieovereenkomst zijn de voorwaarden opgenomen waaraan de initiatiefnemer moet voldoen om de bestemmingsplanherziening mogelijk te maken. Deze voorwaarden bevatten onder andere de uit te voeren onderzoeken. Er is nader onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn voor het vaststellen van onderhavig bestemminsplan. De onderzoeken zijn als bijlage bij de toelichting opgenomen.
1.5
Ligging plangebied Het bestemmingsplan heeft betrekking op het perceel aan de Landweg tussen nummer 2 en 4 van het dorp Spankeren. Het dorp ligt in het noordoosten van de gemeente Rheden. De locatie is op de volgende afbeelding weergegeven.
Ligging plangebied in de omgeving
8 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Ligging plangebied in het dorp Spankeren
1.6
Geldend bestemmingsplan Voor de gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan Landelijk Gebied, vastgesteld op 27 januari 2009. Het perceel heeft de bestemming Wonen, zonder een bouwvlak. Op het bestemmingsplan is een algehele herziening van toepassing, de 1ste herziening aanpassing plankaart en regels, vastgesteld op 29 januari 2010. Tevens geldt het bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen, waar het perceel de dubbelbestemming Waarde Archeologie 1 heeft.
9 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Een uitsnede uit het vigerende bestemmingsplan met daarop de locatie van het plangebied is hieronder globaal afgebeeld.
Uitsnede plankaart Landelijk Gebied
10 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Beschrijving van het plan
2.1
De Locatie Het plan heeft betrekking op het perceel DRN00R 1376G, gelegen tussen de Landweg nummer 2 en 4 te Spankeren.
Kadastrale kaart plangebied
2.2
Gewenste situatie Het perceel wordt getransformeerd naar een woonlocatie met het toevoegen van een bouwvlak in de bestemming wonen. Hierdoor kan op het perceel een vrijstaande woning worden gebouwd met tuin en bijgebouwen. Er is een bouwplan ontwikkeld dat voldoet aan de regels van onderhavig bestemmingsplan.
11 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Bouwplan voor de locatie
2.3
Afweging Structuurvisie Het perceel ligt ingeklemd tussen de kom van Spankeren en het landelijk gebied. De Landweg is in de Structuurvisie 'Kleine kernen, mijn dorp van morgen', vastgesteld door de gemeenteraad op 27 september 2016, bij de dorpskern van Spankeren gevoegd. In de Structuurvisie is aangegeven dat de bouw van een enkele woning in de overgangszone van landelijk gebied naar de kom voorstelbaar is. Ook in het voorontwerp Spankeren 2017 is de Landweg bij de dorpskern van Spankeren gevoegd. Inmiddels heeft een ontwerp bestemmingsplan 'Spankeren 2021' ter inzage gelegen. Daarin is onderhavige locatie uit gehaald, omdat voor deze locatie een apart bestemmingsplan wordt opgesteld. Stedenbouwkundige beoordeling In het overloop gebied tussen kom en landelijk gebied is de bouw van een enkele woning mogelijk mits deze niet ten koste gaat van de ruimtelijke opzet van het open gebied en de sfeer van landelijk wonen. Er moet voldoende afstand zijn tussen de woningen onderling en ook tot de perceelsgrens. Het ontwerp gaat uit van een hoofdgebouw van 7 meter bij 15 meter. De bouwhoogte is maximaal 9 meter met een maximum goothoogte van 3 meter en 1 bouwlaag conform aangrenzende percelen. Voor de kapvorm is aangesloten bij de sfeer van landelijk wonen en is uitgevoerd met een zadelkap.
12 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
De uitbouw aan zij- en achterzijde kunnen beschouwd worden als uitbouwen binnen de zone bijgebouwen. Voor de zone bijgebouwen in zijn totaliteit gelden de reguliere maatvoeringseisen met betrekking tot oppervlakte en hoogte. Hierbij wordt aangesloten bij het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan 'Spankeren 2017'. Inmiddels heeft een ontwerp bestemmingsplan 'Spankeren 2021' ter inzage gelegen. Daarin is onderhavige locatie uit gehaald, omdat voor deze locatie een apart bestemmingsplan wordt opgesteld. De genoemde maten zijn passend hierbinnen. Volkshuisvesting beoordeling September 2020 heeft de raad de Woonvisie 2020-2026 (Samen Wonen in Rheden) vastgesteld. Daarin ligt onder andere de focus op levensloopgeschikt en duurzaam bouwen. Tevens is vastgelegd dat bij projecten vanaf 5 woningen minimaal 70 procent koop onder NHG, sociale huur of middenhuur (huur tot 1000 euro) moet zijn. Het toevoegen van een enkele duurzame, levensloopgeschikte, dure koopwoning is niet strijdig met de Woonvisie 2020-2026. Welstand beoordeling Voor de locatie is een bouwplan ontwikkeld dat voldoet aan de regels van onderhavig bestemmingsplan. De dakoverstekken van het plan zijn ruimer dan de gebruikelijk toegestane 0,5 meter. De overstekken van 1,0 meter zijn echter niet ten behoeve van het vergroten van het woonoppervlak, maar puur esthetisch.
Stedenbouwkundig is dit acceptabel, mits welstand hiermee instemt. Het bouwplan is aan welstand ter beoordeling voorgelegd op 4 februari 2020. Welstand heeft positief geadviseerd over het bouwplan. Het advies van welstand is als Bijlage 1 Advies van Welstand bij de toelichting opgenomen.
Bouwplan met ruime dakoverstek en een plat afgedekte dakkapel
13 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
14 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Beleidskaders
In dit hoofdstuk komt vooral het ruimtelijke beleid aan de orde. Bij de beoordeling in hoofdstuk 4 Haalbaarheid wordt ingegaan op specifiek beleid.
3.1
Rijk Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. duurzaam economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang van het plan is de NOVI verder niet specifiek van belang.
Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het rijk zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van woningen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is vastgelegd welke nationale belangen moeten worden betrokken bij het vaststellen van een bestemmingsplan. De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien nationale of provinciale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening 15
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur respectievelijk bij of krachtens provinciale verordening regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 14 nationale belangen opgenomen die in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) zijn herbevestigd. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro is op 30 december 2011 in werking getreden en enkele malen gewijzigd/aangevuld, voor het laatst op 27 mei 2020. Planspecifiek Gezien de aard en omvang van onderhavig plan zijn er geen raakvlakken met het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Planspecifiek De voorgenomen ontwikkeling en bouw van één woning verlangt vanwege het beperkte aantal geen toetsing, respectievelijk onderbouwing ingevolge de Ladder voor Duurzame verstedelijking.
3.2
Provincie Op provinciaal niveau worden hier de voor het plangebied relevante documenten aangehaald. Omgevingsvisie Op 19 december 2018 zijn de nieuwe Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de herziening Omgevingsverordening vastgesteld door Provinciale Staten. Met ingang van 1 maart 2019 zijn de visie en de verordening van kracht. Provincie Gelderland werkt met partners aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Dit doen ze door bij het uitvoeren van de taken te richten op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met hulp van 7
16 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
onderwerpen wordt daar richting aan gegeven: 1.
energietransitie
2.
klimaatadaptatie
3.
circulaire economie
4.
biodiversiteit
5.
bereikbaarheid
6.
economisch vestigingsklimaat
7.
woon- en leefklimaat.
Hierna zijn enkele specifieke beleidsdoelstellingen uitgewerkt die relevant zijn voor onderhavig plan. 1. Energietransitie Het gebied is aangeduid als 'Energietransitie'. In 2050 dient Gelderland klimaatneutraal te zijn. Dat wordt bereikt door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Verschillende gebieden, waaronder gebieden tussen Rheden en Velp, zijn aangewezen als zoekgebied voor zonneparken. 2. Klimaatadaptie Gelderland dient goed voorbereid en toegerust te zijn op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. Het gebied is aangeduid als 'Stuwlandschap: infiltreren hemelwater in de bodem, loofbos in plaats van naaldbos tegen natuurbrandrisico's'. 3. Biodiversiteit Het perceel ligt buiten de 'Groene ontwikkelingszone'. Hier is ruimte voor verdere economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.
Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. 17 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
De provincie beschermt de achttien Natura 2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt. Het onderhavige plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden en ligt niet in het Gelders Natuurnetwerk. Omdat het beschermingsregime nationaal landschap integraal is meegenomen in de regels voor het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, en Nieuwe Hollandse Waterlinie, ziet de Omgevingsverordening van de provincie alleen op bescherming van die delen van het nationaal landschap die binnen deze drie gebieden vallen. De planlocatie valt buiten de bescherming van artikel 2.56 van de Omgevingsverordening (geen grens geval). Omgevingsverordening Gelderland Het ruimtelijke beleid van de provincie zoals dat in de Omgevingsvisie Gelderland is verwoord, is deels verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland. Deze verordening is bindend voor de gemeente. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal.
De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Voor onderhavig bestemmingsplan is het volgende onderwerp uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing: nieuwe woonlocaties. In een bestemmingsplan worden nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts toegestaan wanneer dit past in het vigerende door Gedeputeerde Staten vastgestelde Kwalitatief Woonprogramma successievelijk de door Gedeputeerde Staten vastgestelde kwantitatieve opgave wonen voor de betreffende regio. De kwantitatieve vraag blijkt onder meer uit recente bevolkings- en huishoudensprognoses 2015-2040, Prognose Provincie Gelderland 2017 van Primos (2016 Gelderse variant). Op basis van een regionaal woningmarktonderzoek, gedaan in 2019 door Companen, wordt de vraag in de regio bepaald. In het Uitvoeringsprogramma Wonen van de subregio Arnhem e.o. is voor de gemeente Rheden nog een kwantitatieve woningbehoefte voor de periode 2017-2027 opgenomen van 681 woningen. In de jaren 2017-2019 hebben we 131 woningen toegevoegd, waardoor de opgaven nu nog 550 woningen is.
Het toevoegen van een grondgebonden woning past binnen het streven naar een evenwichtige woningvoorraad. In het ontwikkelen van het bouwplan is ook extra aandacht geschonken aan duurzaam bouwen en levensloopgeschikt bouwen. Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen 18 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen de locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. De rijksladder heeft betrekking op stedelijke ontwikkelingen. De provincie wil onderzoeken of de ladder ook voor landelijke functies kan worden uitgewerkt. Vooruitlopend daarop spreekt de provincie nu al van de ladder voor duurzaam ruimtegebruik. De ambitie van de provincie is om bij de toepassing van de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik expliciet aandacht te schenken aan de borging van ruimtelijke kwaliteit of kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij is het al goed om de ladder zelf als een kwaliteitsinstrument aan te merken, gericht op behoefte en locatie. Bijvoorbeeld bij ruimtelijke initiatieven in stedelijk en in het landelijk gebied en in overgangsgebieden als de stads- en dorpsrandzones.
Het is van belang dat er een goede match ontstaat tussen de kwaliteiten van het ruimtelijk initiatief en de kwaliteiten van de (uiteindelijk gekozen) locatie en het omliggende gebied. De uitdaging waar de provincie en partners gezamenlijk voor staan is om kwaliteit - indien mogelijk en gewenst extra kwaliteit - toe te voegen, beleefbaar te maken en houden. Algemene stelregel is: streef naar een goed evenwicht tussen ontwikkelingsruimte en de kwaliteitsprestatie c.q. investering in kwaliteit van de leefomgeving. In deze toelichting is het initiatief beschreven en is ingegaan op de kwaliteit die het onderhavige project toevoegt voor de omgeving. Ook is er aandacht besteed aan de landschappelijke inpassing door het formuleren van stedenbouwkundige uitgangspunten. Gezien het bovenstaande wordt voldaan aan de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik.
3.3
Waterschap Het waterschap heeft de zorg voor de waterkeringen, is verantwoordelijk voor het grond- en oppervlaktewater in het landelijke gebied en in het stedelijk gebied voor het oppervlaktewater. Daarnaast heeft het waterschap als taak het zuiveren van het afvalwater. In de Keur geeft het waterschap regels ten aanzien van waterkeringen en oppervlaktewateren. In de Legger geeft het waterschap de gewenste staat van de watergangen en waterkeringen aan. Het plangebied is gelegen binnen het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe. In het Waterbeheerprogramma 2016-2021 geeft het waterschap haar doelen aan. Voor het bestemmingsplan is van belang dat nieuwe ontwikkelingen en de benodigde ruimte voor waterbeheer op elkaar worden afgestemd. In de waterparagraaf (4.4.8 Water) wordt nader ingegaan op dit aspect.
19 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
3.4
Gemeente Voor onderhavig plangebied is het volgende gemeentelijke beleid van belang.
3.4.1 Vastgesteld beleid Cultuurhistorie De gemeenteraad heeft op 30 mei 2017 de Erfgoednota Verbindend Verleden vastgesteld. Daarin is het erfgoedbeleid over de jaren 2012-2016 geëvalueerd en worden de plannen voor de periode 2017-2021 geformuleerd. De evaluatie is aanleiding om voort te gaan op de ingeslagen weg; met dezelfde visie maar met nieuwe plannen waarin zoveel mogelijk erfgoedwensen zijn verwerkt. Erfgoed gaat over menselijke sporen die uit het verleden die zichtbaar en tastbaar zijn in het heden. Dat kunnen voorwerpen zijn, archeologische vondsten, archieven, en gebouwde en groene monumenten zoals landgoederen, begraafplaatsen en landschappen. Maar ook bepaalde gebruiken, verhalen en gewoonten horen erbij. In de visie is het cultuurhistorische erfgoed is van cruciaal belang voor de ruimtelijke en sociale karakteristiek van de gemeente Rheden. Allereerst gaat het om het in goede staat doorgeven van cultuurhistorisch erfgoed aan volgende generaties. Daarnaast willen wij ons erfgoed inzetten als (hulp-)motor om de economische, sociale en klimatologische doelen te bereiken en als verbindende schakel tussen gemeentebrede beleidsdoelstellingen. De visie is voor de verschillende delen van het erfgoed (landschap, archeologie, bouwkunst en de verhalen) uitgewerkt in de volgende thema's: behoud en ontwikkeling; kennis vermeerderen en delen; promotie en beleving.
Naast uiteraard de kerntaak van erfgoed -instandhouding- is de focus de komende jaren gericht op het behalen van de gemeentebrede doelen op het gebied van klimaat, toerisme en recreatie en het sociale domein. Met een proactieve houding zal geprobeerd worden het voor eigenaren aantrekkelijk(er) te maken om hun erfgoed te behouden. De gemeenteraad heeft in 2008 de archeologienota Uitgediept vastgesteld. Hierin wordt een aantal beleidsvoornemens ten aanzien van archeologie verwoordt. Archeologie wordt op grond van deze nota voortaan beschermd via de bestemmingsplannen. Dit laat onverlet dat mogelijke (toevals-) vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd zijn beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren. Of een vondst van archeologische resten uiteindelijk moet leiden tot behoud van deze resten of een opgraving wordt door burgemeester en wethouders bepaald op basis van het advies van de regioarcheoloog die zijn advies opstelt aan de hand van de in de archeologienota uitgewerkte selectiemethode. In 2013 heeft de gemeenteraad de geactualiseerde archeologische verwachtings- en beleidskaarten met toelichting die bij de nota horen vastgesteld. Deze kaarten dienden als basis voor het geldende bestemmingsplan Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen.
De archeologische bepalingen uit dat 20 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
bestemmingsplan zijn in onderhavig bestemmingsplan verwerkt. Verkeer In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan Dieren (VCP) uit 2013, dat ook betrekking heeft op Spankeren, wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebieds- ontsluitingswegen en verblijfsgebieden. De Landweg ligt nog binnen de bebouwde kom. De Landweg heeft een zodanig capaciteit dat de verkeersafwikkeling en de verkeersintensiteit als gevolg van de toevoeging van een woning op deze straat niet negatief beïnvloed zullen worden. Voldaan moet worden aan de normen van de Nota Parkeernormen Rheden 2015 met betrekking tot de aanwezigheid van voldoende parkeergelegenheid op het onderhavige perceel. Op basis van de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, heeft een voorlopige toets plaatsgevonden. Op het bijbehorende terrein kunnen de daarvoor benodigde twee parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Water Het huidige Watertakenplan Olburgen (WTPO) heeft een planperiode van 2018 tot en met 2022. Het is opgesteld met de gemeenten Bronckhorst, Doesburg en het waterschap Rijn en IJssel en geldtvoor het gehele grondgebied van de gemeente Rheden. Het WTPO is aan het Waterschap Vallei en Veluwe (waar Spankeren onder valt) voorgelegd. Met het WTPO voldoet de gemeente Rheden aan de planverplichting voor de rioleringszorg die rechtstreeks voortkomt uit de Wet milieubeheer.
In dit plan heeft de gemeente samen met de genoemde partners het rioleringsbeleid vastgelegd. De strategie bij de inzameling van afvalwater is afgestemd op rijks- en provinciaal beleid. Ook de zorgplicht voor afstromend hemelwater en grondwater, binnen het stedelijke gebied, is geborgd in het WTPO. Omgaan met hemelwater en grondwater is geregeld in de in oktober 2015 vastgestelde gemeentelijke verordening Afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015. Klimaatadaptatie In juni 2016 is het gemeentelijke klimaatbeleid De Rhedense klimaataanpak 2016-2020 vastgesteld. Klimaatadaptatie vormt een belangrijk onderdeel van dit beleid. Hieronder wordt verstaan het zodanig inrichten en beheren van de openbare ruimte dat effecten van klimaatverandering hierin opgevangen kunnen worden zonder dat dit tot ernstige overlast of schade leidt. Het gaat hierbij om de effecten zoals meer en extremere buien, langere perioden van droogte en hitte en de stijging van de zeespiegel en de daaraan gerelateerde stijging van de rivierstanden. Directe gevolgen uiten zich onder andere in meer overlast van water op straat, erosie, bodemdaling, een toenemende kans op natuurbranden en afname van biodiversiteit. Dit beleid sluit aan op eerder genoemd beleid ten aanzien van natuur, groen en water.
Het beleidskader 'Aan de slag voor een duurzaam klimaat, beleidskader voor de klimaataanpak Rheden 2019-2022', dat door de gemeenteraad is vastgesteld op 6 februari 2019 sluit hierop aan. Wonen September 2020 heeft de raad de Woonvisie 2020-2026 (Samen Wonen in Rheden) 21 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
vastgesteld. Daarin ligt onder andere de focus op levensloopgeschikt en duurzaam bouwen. Tevens is vastgelegd dat bij projecten vanaf 5 woningen minimaal 70 procent koop onder NHG, sociale huur of middenhuur (huur tot 1000 euro) moet zijn. Het toevoegen van een enkele duurzame, levensloopgeschikte, dure koopwoning is niet strijdig met de Woonvisie 2020-2026. De kwantitatieve woningbehoefte in de gemeente bedraagt 681 woningen in de periode 2017-2027. In de jaren 2017-2019 hebben we 131 woningen toegevoegd, waardoor de opgaven nu nog 550 woningen is. Welstandsnota De welstandsnota vormt samen met het bestemmingsplan het (juridische) kader waaraan de omgevingsvergunning wordt getoetst ten aanzien van de ruimtelijke aanpassing van de gebouwde omgeving. Op 30 mei 2017 heeft de raad de welstandsnota geactualiseerd. Met deze welstandsnota zijn de gemeente, ondernemers en inwoners gezamenlijk verantwoordelijk voor de kwaliteit van de leefomgeving. De nota is alleen daar van toepassing waar het algemeen belang van de leefkwaliteit groot is. Daar waar het niet nodig is, geeft de nota ruimte voor de eigen verantwoordelijkheid van de ondernemer en inwoner voor de verschijningsvorm van een bouwwerk. Hiermee wordt de regelgeving ten aanzien van de welstand beperkt tot de hoogstnodige welstandscriteria zonder dat de kwaliteit van de bebouwde omgeving achteruit gaat.
De nota is digitaal beschikbaar via de website www.welstandsnotas.nl/rheden . Hier kan iedereen de nota op adres raadplegen. In de welstandsnota is de Landweg aangeduid als H1 Historisch dorpsgebied / dorpse bebouwinglinten woongebieden en geldt welstandsniveau 2. Niveau 2 houdt in een reguliere toetsing (niveau 1 is bijzonder en niveau 3 is spoepel/vrij).
3.4.2 Structuurvisie Kleine Kernen Deze structuurvisie Kleine kernen geeft richting aan de strategie, het beleid en de plannen voor De Steeg, Ellecom, Spankeren en Laag-Soeren. De visie beschrijft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling op lange termijn en de daarvoor noodzakelijke maatregelen op korte termijn met als doel de leefbaarheid van de dorpen en hun omgeving in stand te houden en waar mogelijk te verbeteren. De Landweg ligt binnen deze visie en wordt gekarakteriseerd als landelijk woongebied. Het toevoegen van een enkele duurzame, levensloopgeschikte, koopwoning is niet strijdig met deze visie en tast het dorpse, agrarische en groene karakter van Spankeren niet aan.
22 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Haalbaarheid
Wanneer een bestemmingsplan wordt vervaardigd, dient dit plan binnen de planperiode uitvoerbaar te zijn. De uitvoerbaarheid wordt mede onderzocht door het te toetsen aan regelgeving, aan beleid van andere overheden en aan de uitkomsten van onderzoeken. In dit hoofdstuk worden de (nieuwe) mogelijkheden die onderhavig bestemmingsplan bevat, daaraan getoetst. Ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt verantwoording afgelegd volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 Bro inzake de onderbouwing van de behoefte.
4.1
Het rijksbelang Geconcludeerd kan worden dat in onderhavig bestemmingsplan geen onderwerpen aan de orde zijn zoals bedoeld in het Barro. Het plangebied ligt niet in het Nationaal Natuurnetwerk (voorheen EHS). De mogelijkheden die het plan bevat, betreffen geen nieuwe stedelijke ontwikkelingen als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking kan daarom achterwege blijven. Het onderhavige bestemmingsplan wordt passend geacht binnen de kaders van het rijksbeleid.
4.2
Het provinciale belang Geconcludeerd kan worden dat de aard van het bestemmingsplan zodanig is dat het provinciale beleid, anders dan vastgelegd in de Omgevingsverordening Gelderland, niet aan de orde is. Gelezen de omgevingsverordening gaat het om de volgende onderwerpen. Woningbouw In subregionaal verband worden de gemeentelijke woningbouwprogramma's op elkaar afgestemd. Daartoe wordt gebruik gemaakt van de planningslijsten woningbouw. Geconstateerd is dat tot 2025 nog een behoefte bestaat aan 9.098 woningen (subregionaal). Voor de gemeente Rheden geldt dat in de planninglijst woningbouw rekening is gehouden met de realisatie van 550. In het onderhavige plan is één woningbouwmogelijkheid opgenomen. Gelders Natuurnetwerk, Groene Ontwikkelingszone en Nationaal landschap Het perceel ligt in het Nationaal landschap de Veluwe en grenst aan gronden die onder het beschermingsregime van artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland vallen. Dit zijn gronden in nationaal landschappen zonder bescherming vanuit GO, GNN of Natura 2000. Gronden met de bestemming wonen vallen hier buiten tenzij er een dubbel bestemming natuur geld. Deze dubbel bestemming is niet van toepassing in het onderhavige plan. Het beschermingsregime Nationaal landschap is hier niet van 23
Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
toepassing. In paragraaf 4.4.6 Natuurwaarden wordt hier verder op ingegaan.
4.3
Het waterschapsbelang In het Waterbeheerprogramma 2016-2021 van het Waterschap Vallei en Veluwe zijn geen projecten beschreven waarvoor een regeling in onderhavig plangebied nodig is. Of een bestemmingsplan het belang van het waterschap raakt, wordt door het waterschap getoetst. De belangen van het waterschap zijn binnen het watertoetsproces mee gewogen.
4.4
Onderzoek Hier wordt de afweging beschreven die gemaakt is bij het leggen van de toepasselijke bestemmingen. Indien noodzakelijk wordt ingegaan op het opgestelde rapport.
4.4.1 Milieuzonering kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gebruik gemaakt van de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten, is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Daarvoor gelden dan ook dezelfde richtafstanden. Van het omgevingstype gemengd gebied is sprake in een gebied met een variatie aan functies. 24 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
In de directe nabijheid zijn bijvoorbeeld winkels, horeca en bedrijven aanwezig. Ook gebieden die direct liggen langs de hoofdinfrastructuur behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. In een dergelijk gebied bestaat al een hogere milieubelasting zodat de richtafstanden voor een rustige woonwijk daarvoor niet gebruikt hoeven te worden. Zij worden met één afstandsstap verlaagd. beoordeling Het plangebied kan worden gekarakteriseerd als een rustige woonwijk. In de nabijheid van het plangebied zijn geen bedrijven gevestigd. conclusie Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.2 Bodem kader Daar waar het nieuwe bestemmingsplan directe mogelijkheden voor functiewijziging of uitbreidingsmogelijkheden die uitstijgen boven de standaardmogelijkheden biedt en die verdacht wordt van de aanwezigheid van een ernstige bodemverontreiniging, dient bodemonderzoek te worden uitgevoerd. beoordeling Het verkennend bodemonderzoek Landweg 4 te Spankeren, TAUW, kenmerk 1262914, d.d. 6 februari 2018 (Bijlage 3 Bodemonderzoek) is beoordeeld in het kader van een omgevingsvergunning (onderdeel bouwen) en een bestemmingsherziening (wonen met tuin). Het rapport is van recente datum, waardoor de resultaten nog voldoende betrouwbaar worden geacht. De onderzoeksinspanningen zijn gericht geweest op het juiste terreindeel en de gevolgde strategie is akkoord bevonden. De titel van het document kan verwarrend werken. Onderzocht is kadastraal perceel gemeente Dieren, sectie R, nr. 1376G, dit is dus niet huisnummer 4 maar tussen het perceel van huisnummer 2 en 4 in. Dit perceel was de laatste jaren in gebruik als tuin en behorend bij Landweg 4. Er zijn hooguit lichte verontreinigingen aangetoond in de bodem. Op basis van de in kaart gebrachte bodemkwaliteit bestaan er geen bezwaren voor de uitvoering van de bouwplannen en een bestemmingsherziening. conclusie Het aspect bodemverontreiniging vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.3 Niet-gesprongen explosieven kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. beoordeling 25 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Onderhavige locatie is niet gelegen in een (voorlopige) veiligheidszone – niet gesprongen explosieven. Een onderzoek naar dit aspect is derhalve niet noodzakelijk. conclusie Het aspect niet-gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor de vaststelling van onderhavig bestemmingsplan.
4.4.4 Geluid kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft betrekking op nieuwe ontwikkelingen. De wet noemt geluidsbronnen die in de ruimtelijke ordening van belang zijn. Binnen de gemeente zijn dit: wegverkeer, railverkeer en gezoneerde industrieterreinen. Deze bronnen hoeven niet binnen het plangebied te liggen. Nieuwe geprojecteerde geluidgevoelige functies binnen de zone van een bron moeten op het aspect geluidbelasting getoetst worden. Wegen die deel uitmaken van een woonerf of van een 30 km-gebied zijn hiervan uitgezonderd. De Wgh benoemt functies die gevoelig zijn voor geluidsbelasting van deze bronnen. Zo zijn bijvoorbeeld woningen en scholen 'geluidsgevoelige bestemmingen'. De Wgh kent voorkeursgrenswaarden waarbinnen een geluidsgevoelige bestemming altijd kan worden gerealiseerd. Bij een geluidsbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde dient akoestisch onderzoek uitsluitsel te geven over de te verwachten geluidsbelasting en de doeltreffendheid van maatregelen om een overschrijding van grenswaarden te voorkomen. beoordeling Een akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. De locatie voldoet aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder. conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
4.4.5 Externe veiligheid kader Externe veiligheid gaat over het beperken van de blootstelling van mensen aan een verhoogd gevaar als gevolg van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Denk aan de productie, het behandelen of het transport van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. Dat kan door voldoende afstand aan te houden tussen deze activiteiten en kwetsbare objecten. Dat zijn woningen, scholen, gezondheidscentra en dagverblijven. Beperkt kwetsbare objecten zijn gebouwen/voorzieningen zoals kantoren, winkels en bedrijven. Voor transportassen -dat wil zeggen verkeerswegen, spoorwegen en vaarwegen- zijn de regels vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en voor bedrijven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Daarnaast wordt in deze paragraaf ook aandacht besteed aan de gasdruk regel- en meetstations. 26 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Al die besluiten hanteren dezelfde risicobenadering. Daarbij worden twee soorten risico's beschouwd. Het gaat in de eerste plaats over de persoonlijke veiligheid van de individuele burger, oftewel het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. De veiligheidszone wordt gebruikt bij de toetsing of een risicovolle activiteit op een bepaalde plek mag plaatsvinden, en of in de directe omgeving mag worden gebouwd. In de tweede plaats gaat het om het groepsrisico (GR). Het GR is een maat om de kans weer te geven op een ongeval met een bepaald aantal dodelijke slachtoffers. Tevens wordt het GR als maat voor de maatschappelijke ontwrichting beschouwd die kan ontstaan ten gevolge van een ongeval. Daarnaast kan er bij het vervoer van gevaarlijke stoffen sprake zijn van een plasbrandaandachtsgebied. Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden dient te worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een schip of tankwagen. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de oeverlijn in het geval van een rivier.
Ook wordt in deze paragraaf aandacht besteed aan de gasdrukregel- en meetstations. beoordeling externe veiligheid Aan de orde is vaststellen van een bestemmingsplan voor de nieuwbouw van een woning tussen de Landweg 2 en 4 te Spankeren. Op basis van de provinciale risicokaart is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico veroorzaken. Uit de risicokaart blijkt dat er geen sprake is van risicobronnen in de omgeving die van invloed zijn op het plan, ook het plan zelf vormt geen risicobron voor de omgeving. Er is advies gevraagd aan de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) deze heeft bij brief van 17 oktober 2017, kenmerk:171017-0031, het volgende aangegeven: A. Bereikbaarheid Voor wat betreft de bereikbaarheid wordt voldaan aan de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid. B. Opkomsttijd In de Wet veiligheidsregio’s worden eisen gesteld aan de opkomsttijden van de brandweer. Deze zijn als norm vastgelegd in het bijbehorende Besluit. De opkomsttijd is de totale tijd die verstrijkt vanaf het moment dat de brandweer gealarmeerd wordt tot het moment dat de brandweer bij het betreffende adres arriveert. De maximale opkomsttijd is gerelateerd aan de gebruiksfunctie. De opkomstnorm voor een standaardfunctie is maximaal 8 minuten.
De werkelijke opkomsttijd voor de Landweg 1 te Spankeren bedraagt minder dan 8 minuten en valt binnen de norm zoals die in het Besluit Veiligheidsregio's is vastgelegd. Het bestemmingsplan geeft de VGGM geen reden om een nader advies uit te brengen of om nadere voorwaarden te stellen. Dit advies is opgenomen als Bijlage 4 Reactie 27 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Veiligheidsregio bij deze toelichting. Gasdrukregel- en meetstations In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen gasdruk regel- en meetstation gelegen. conclusie externe veiligheid Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig plan.
4.4.6 Natuurwaarden kader De bescherming van gebieden is vastgelegd in de Wet natuurbescherming en in de Omgevingsverordening Gelderland (Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone, Waardevol open gebied, Nationaal landschap). Voor de bescherming van soorten geldt de Wet natuurbescherming . Gebiedsbescherming Op grond van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn speciale beschermingszones aangewezen. Samen vormen zij Natura 2000, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. De Veluwe en de Rijntakken zijn aangewezen als Natura 2000-gebieden. Binnen deze gebieden mag de kwaliteit van de natuurlijke habitats en leefgebieden van aangewezen soorten niet verslechteren en mogen er geen storende factoren optreden die een significant negatief effect hebben. Dit geldt niet alleen voor de activiteiten en ingrepen in het gebied zelf, maar ook voor activiteiten en ingrepen daar buiten die invloed kunnen hebben op het gebied. Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.
Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Daarnaast wordt worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap. Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is 28 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. beoordeling Er is een quickscan (Quickscan/Habitus natuur & landschap, JVER2019-1-RAP1, d.d. 8 mei 2019) uitgevoerd (Bijlage 5 van de toelichting) waarin de voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000-gebieden. De Natura 2000-gebieden zijn met een groene arcering aangeduid op onderstaande afbeelding.
Bron: Omgevingsverordening Gelderland Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk. Het bestemmingsplan maakt overigens geen nieuwe functies/ontwikkelingen mogelijk die significant effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In onderstaande afbeelding is het GNN met een donkergroene kleur aangeduid, het GO met een lichtgroene kleur.
29 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Bron: Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland is voorts vastgelegd de ligging van het Nationaal Landschap. De groene arcering geeft de gronden aan die binnen het Nationaal Landschap liggen, maar buiten het GNN, GO en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het beschermingsregime Nationaal landschap is hier daarom niet van toepassing. De werkzaamheden zullen niet leiden tot externe werking op dit gebied of negatieve efecten sorteren. Negatieve efecten worden daarom uitgesloten.
Bron: Omgevingsverordening Gelderland 30 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Het plangebied is ook niet aangeduid als 'Weidevogelgebied' of 'Natte landnatuur'. Stikstof depositie In het kader van de Natuurbeschermingswet moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. De effectbeoordeling stikstofdepositie wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader onderzoek nodig is (passende beoordeling). In Nederland zijn ongeveer 160 Natura 2000-gebieden aangewezen: gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie.
Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de beschermde natuurgebieden, wat alleen is toegestaan met een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning. Daarom dient voor nieuwe plannen en projecten onderzocht te worden of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante Natura 2000-gebieden. De afstand van het plangebied tot PAS-gebieden 'Veluwe' en ‘Rijntakken’ is kleiner dan 5000 meter. Hierdoor moeten de te verwachtten effecten van het project worden beoordeeld. De planlocatie maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied of het Gelders Natuurnetwerk. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering die is ingegaan op 1 juli 2021 is daarmee ook de bouwvrijstelling ingegaan. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Er is een verplichting om bij het bouwen of slopen van een bouwwerk de emissie van stikstof te beperken. Deze verplichting geldt voor bouw- en sloopwerkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning of een melding nodig is. Hiermee wordt beoogd dat de gebruikte machines en andere processen (eerder) worden vervangen door alternatieven die voor minder uitstoot van stikstofverbindingen zorgen.
De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Gelet op de relatief kleine afstand tot de gebieden (ca. 450 m t.o.v. de Rijntakken) en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie in de gebruiksfase inzichtelijk gemaakt te worden. Na realisatie van het voorgenomen plan is sprake van een (geringe) toename in stikstofemissie. De woning wordt gasloos uitgevoerd en is stikstofneutraal. Echter, ten opzichte de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen. Bij deze verkeersbewegingen kan sprake zijn van uitstoot van stikstofverbindingen. Middels een berekening via het rekenprogramma AERIUS dient aangetoond te worden dat 31 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
deze extra vervoersbewegingen ten opzichte van de bestaande situatie niet leiden tot extra stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden. Stikstofonderzoek voor het plangebied wordt doorgeschoven naar de fase van de aanvraag omgevingsvergunning. Aangezien het een kleine toename in stikstofemissie betreft ten opzichte van de referentiesituatie wordt niet verwacht dat dit belemmeringen voor het voorgenomen plan op zal leveren. Soortenbescherming Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient altijd onderzocht te worden of zich ter plaatse beschermde soorten zouden kunnen bevinden en of de voorgenomen activiteit zou kunnen leiden tot overtreding van de bepalingen uit de Wet natuurbescherming. In de Quickscan flora en fauna van 8 mei 2019, zie bijlage 6, zijn maatregelen per soort(groep) benoemd die genomen moeten worden om rekening te houden met eventueel voorkomende zoogdieren en amfibieën. Bij het opvolgen van de maatregelen zijn geen vervolgacties nodig. Maatregelen voor beschermde soorten Efecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen niet worden uitgesloten, maar kunnen door maatregelen worden voorkomen. Afhankelijk van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd dient rekening gehouden te worden met broedende vogels. Vogels die broeden mogen nimmer verstoord worden. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ecoloog.
Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden doorgang vinden. conclusie Het aspect natuurwaarden is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan. Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat ten allen tijde rekening moet worden gehouden met de zorgplicht die voortvloeit uit de Wet natuurbescherming.
4.4.7 Cultuurhistorie Vanaf 2007 geldt de verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten: nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven; toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek; maar is het vergunningenstelsel voor opgravingen vervangen door een certificeringstelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsdiensten mogen een opgraving verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling.
32 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. beoordeling De mate waarin een verwachting op het aantreffen van relicten bestaat, is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen', vastgesteld op 15 april 2014. Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek. Het betreft hier een locatie midden op de Spankerense Enk, vlakbij de eeuwenoude Petruskerk met omringende begraafplaats. De bestemming 'Waarde- Archeologie 1' is van toepassing. Dit houdt in dat de gronden bestemd zijn voor een hoge archeologische verwachtingswaarde en gronden met een bekende archeologische vindplaats.
Om deze waarde veilig te stellen is een aanvullende bureauonderzoek uitgevoerd en is daaropvolgend een proefsleuven onderzoek verricht in overleg met de regioarcheoloog. Dit heeft geresulteerd in het Steekproefrapport 2019-05/16, ISSN 1871-269X, Inventariserend Archeologisch Veldonderzoek middels Proefsleuven (IVO-P) en doorstart naar definitieve opgraving (DO). Dit rapport is opgenomen in Bijlage 4 van de toelichting. Voorafgaand aan het werk is een Programma van Eisen opgesteld en op 24 juni 2019 heeft archeologisch onderzoeks- en adviesbureau De Steekproef het veldwerk uitgevoerd. Het aantreffen van archeologische grondsporen was aanleiding om direct een doorstart te maken naar een definitieve opgraving van het gehele oppervlak waar bodemingrepen zullen plaatsvinden. Het opgegraven deel van het plangebied werd hierdoor verdubbeld naar circa 140 m 2. Tijdens het onderzoek zijn twee archeologische grondsporen opgegraven. De grondsporen onder het esdek tonen een vindplaats aan in het plangebied. De datering van de grondsporen is echter niet bekend. Eén vondst afkomstig uit het esdek is gedaan tijdens het aanleggen van de werkput. Voorgesteld is om de vondst te deponeren. De archeologische resten van de vindplaats zijn binnen het te bebouwen gebied, waar de bodemingrepen gepland zijn, gedocumenteerd en vastgelegd.
In het omliggende terrein van het plangebied, waar geen bodemingrepen zijn gepland, is geen gravend onderzoek uitgevoerd. Er is nog een hoge verwachting om meer archeologische sporen aan te treffen in het plangebied. Het advies is daarom dat mochten er in de toekomst nog bodemingrepen in het plangebied buiten het bouwvlak worden uitgevoerd, dan wordt geadviseerd om direct gravend archeologische onderzoek uit te laten voeren om de verdere omvang en aard van de vindplaats te bepalen.
33 Spankeren 2017, locatie Landweg tussen nummer 2 en 4 (vastgesteld)
Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd zijn. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijk) waardevolle relicten. Dat melden dient terstond te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaat met inachtneming van het advies geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.