CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Parapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (21.44)

Beeldvormende vergadering sessie 2 14 september 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Parapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (21.44)12.906 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Hierover kunnen wel afspraken worden gemaakt in anterieure overeenkomsten wanneer het bestemmingsplan ten behoeve van huisvesting van arbeidsmigranten moet worden gewijzigd. Artikel 5 Dit artikel stelt voorwaarden aan het beheer bij huisvesting van arbeidsmigranten moet voldoen. Deze zijn met name van toepassing bij de beoordeling van aanvragen om exploitatievergunning kamerverhuur op grond van de APV. De rol van de in dit en volgend artikel genoemde beheerder kan ook door een van de bewoners worden vervuld. Met name in de kleinere huisvestingslocaties zal dit in de praktijk vaak het geval zijn. Belangrijk is, dat er altijd iemand bereikbaar is die in geval van overlast hierop actie kan ondernemen.

Artikel 6 In dit artikel wordt gewezen op de verplichtingen van arbeidsmigranten en beheerders ten aanzien van de registratie van personen. Het nachtregister is verplicht op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening. Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf APV Rheden Artikel 2:35 Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft. Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:37 Nachtregister 1. De houder van een inrichting die bedrijfsmatig kamers verhuurt en of anderszins overnachting verzorgt is verplicht een register, als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat is ingericht volgens het door de burgemeester vastgestelde model. 2. Het nachtregister wordt ter beschikking gesteld aan de hulpdiensten.

Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. (Bron: verordening toeristenbelasting Rheden.) Arbeidsmigranten in de short-stay zijn op grond hiervan toeristenbelasting verschuldigd. Personen die zich vanuit het buitenland voor langere tijd dan vier maanden in Nederland willen vestigen, zijn op grond van de Wet basisregistratie personen verplicht zich in te laten schrijven in de basisregistratie personen (BRP). Zij dienen hiervoor binnen vijf dagen na vestiging in Nederland hun verblijf en adres aan te geven bij de gemeente waarin zij verblijven. Dat verblijf moet rechtmatig zijn. Arbeidsmigranten moeten de nationaliteit van een lidstaat van de Europese Unie, de Europese Economische Ruimte of Zwitserland hebben of een geldige verblijfstatus.

Artikel 7 Dit artikel biedt de mogelijkheid om af te wijken van de beleidsregels wanneer strikte toepassing ervan de algemene doelstellingen uit de Verkenning en visie huisvesting arbeidsmigranten en zorgcliënten in balans in de weg staan. Maatwerk is mogelijk in onvoorziene situaties als dit goed kan worden onderbouwd. Artikel 8 Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze beleidsregels en de citeertitel weer.

Bijlage 2 Afwegingskader initiatieven woonzorgcombinaties

49 P arapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (vastgesteld)

60 P arapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (vastgesteld)

Bijlage 3

Nota Parkeernormen Rheden 2015

61 P arapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (vastgesteld)

Parkeernormen A

Auto’s

1

Parkeernormen per functie

1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabellen. Hoofdfunctie Wonen

Eenheid

Norm

Aandeel bezoekers

Vrijstaande woning, 2 onder 1 kapwoning

woning

1,60

0,40

Eengezinswoning, rijwoning, appartement

woning

1,40

0,40

woning

0,90

Service appartement voor zorgbehoevende

woning

0,80

Studentenwoning

woning

0,25

Verzorgingshuis

woning

0,50

Verpleeginrichting

100 m² bvo

0,33

Gezinsvervangend tehuis

100 m² bvo

0,33

Hoofdfunctie Winkel

Eenheid

Norm

Streekverzorgende winkel(centra)

100 m² bvo

3,50

Dorp-, wijk-, buurtverzorgende winkel(centra)

100 m² bvo

2,50

Fullservice supermarkt

100 m² bvo

3,00

Discountsupermarkt

100 m² bvo

4,00

Eenheid

Norm

Studio (max. 1 slaapkamer), woning voor alleenstaande

Aandeel bezoekers

Hoofdfunctie Bedrijven

Aandeel bezoekers

Arbeidsintensief / bezoekers extensief

100 m² bvo

1,70

100 m² bvo

0,70

Garage servicestation

100 m² bvo

2,50

Showroom

100 m² bvo

1,20

100 m² bvo

2,80

100 m² bvo

1,90

Eenheid

Norm

(industrie, werkplaats etc.) Arbeidsextensief / bezoekers intensief (loods, opslagruimte etc.)

Commerciële dienstverlening (kantoor met baliefunctie) Kantoor zonder baliefunctie

Hoofdfunctie Horeca en (verblijfs)recreatie

Aandeel bezoekers

Restaurant

100 m² bvo

10,00

Cafe, cafetaria

100 m² bvo

5,00

Hotel, motel

kamer

1,10

Discotheek

100 m² bvo

1,90

1

Hoofdfunctie Maatschappelijke instellingen

Eenheid

Norm

Aandeel bezoekers

100 m² bvo

2,70

bed

1,50

zitplaats

0,20

Religiegebouw (alternatieve berekeningswijze)

100 m² bvo

10,00

Vereniging, clubgebouw

100 m² bvo

2,00

zitplaats

0,30

Museum, bibliotheek

100 m² bvo

0,70

Begraafplaats, crematorium

begrafenis,

30,00

Medische en maatschappelijke diensten (arts, groene kruis, apotheek, fysiotherapie, schoonheidssalon, tandarts etc.) Ziekenhuis Religiegebouw

Bioscoop, schouwburg, concertzaal, theater

crematie

Hoofdfunctie Onderwijs

Eenheid

Norm

Aandeel bezoekers

Dagverblijf, creche, sociale werkplaats

Maximaal

0,70

gelijktijdig aanwezig personeel (excl. kiss and ride) basisonderwijs

leslokaal

0,80

Voortgezet onderwijs

leslokaal

0,80

MBO, hoger onderwijs

leslokaal

6,00 + 20 per collegezaal

Avondonderwijs

student

0,80

Hoofdfunctie Recreatie

Eenheid

Norm

Aandeel bezoekers

Sporthal

100 m² bvo

2,50

Sportveld, exclusief kantine en kleedruimtes

hectare netto

20,00 +0,2

terrein

per zitplaats bij wedstrijdfunctie

Zwembad

100 m² bassin

10,00

Sportschool, -studio, dansstudio

100 m² bvo

3,00

Squashbaan

baan

1,50

Tennisbaan

baan

3,00

Manege

box

0,50

Volkstuin

perceel

0,30

Jachthaven

ligplaats

0,50

2

1.2 Afronding Het volgens deze tabellen berekende aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op hele aantallen. 1.3 Toegankelijkheid aandeel bezoekers Het bezoekersgedeelte dat onderdeel uitmaakt van de parkeernorm dient openbaar toegankelijk te zijn.

2

Parkeerplaatsverplichting

2.1 Beoordeling parkeerplaatsverplichting Burgemeester en wethouders zijn bevoegd, nadat het benodigde aantal parkeerplaatsen volgens de norm is bepaald, om de aanleg van een ander aantal parkeerplaatsen te verplichten. Daarbij wordt gelet op de mogelijkheid om: • parkeerplaatsen dubbel te gebruiken; • de wijze waarop bij woningen het gebruik van de parkeerplaatsen op het bijbehorende terrein in de praktijk zal plaatsvinden. 2.2 Tabel aanwezigheidspercentages Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt bij het realiseren van meerdere (verschillende) functies gebruik gemaakt van onderstaande aanwezigheidspercentages. Functies

Woonruimte

Werkdag Werkdag Werkdag Koop-

Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag

ochtend

middag

nacht

50%

60%

100%

avond

avond

middag

avond

middag

90%

100%

60%

70%

70%

Seniorenwoning

80%

80%

100%

90%

100%

80%

80%

90%

Kantoor,

100%

100%

5%

10%

0%

5%

0%

0%

100%

100%

5%

75%

0%

5%

0%

0%

Detailhandel

30%

70%

20%

100%

0%

100%

0%

0%

Sociaal-culturele

10%

40%

100%

100%

5%

60%

90%

25%

Sportfuncties

30%

50%

100%

90%

0%

100%

90%

85%

Bioscoop,

5%

25%

90%

90%

0%

50%

100%

50%

100%

100%

30%

15%

0%

15%

5%

5%

Dagonderwijs

100%

100%

0%

0%

0%

0%

0%

0%

Avondonderwijs

0%

0%

100%

100%

0%

0%

0%

0%

Bibliotheek

30%

70%

100%

70%

0%

75%

0%

0%

Horeca, vermaak

30%

40%

90%

95%

5%

75%

100%

45

bedrijven Commerciële dienstverlening

voorzieningen

theater, podium Sociaal-medische voorzieningen

2.3 Reductiefactor parkeerplaatsen op bijbehorend terrein 2.3.1 De mate waarop het aanbod aan parkeerplaatsen op eigen terrein bij de hoofdfunctie ‘Wonen’ wordt bepaald is afhankelijk van de vraag of een garage, oprit of carport als volwaardige of gedeeltelijke parkeerplaats meetelt.

3

2.3.2 Burgemeester en wethouders gebruiken voor het bepalen van het aanbod op eigen terrein het berekeningsaantal behorende bij de privé parkeervoorziening zoals genoemd in onderstaande tabel. Parkeervoorziening

Theoretisch aantal

Berekeningsaantal

Enkele oprit zonder garage

1

0,8

Lange oprit zonder garage

2

1,0

Dubbele oprit zonder garage

2

1,7

Garage zonder oprit

1

0,4

Garagebox (niet bij woning)

1

0,5

Garage met enkele oprit

2

1,0

Garage met lange oprit

3

1,3

Garage met dubbele oprit

3

1,8

2.4 Maatvoering parkeervoorziening Een parkeervoorziening op bijbehorend terrein moet voldoen aan de volgende fysieke maatvoering: • een enkele oprit is minimaal 5 m lang en 3,5 m breed; • een lange oprit is minimaal 10 m lang en 3,5 m breed; • een dubbele oprit is minimaal 5,5 meter breed (en eveneens minimaal 5 m lang); • een garage is minimaal 5 m lang en 2,5 m breed (binnenwerks); • een dubbele garage is minimaal 5 m lang en 4,5 m breed (binnenwerks); • een zodanige situering dat het veilig in- en uitrijden is gewaarborgd; • voor maatvoeringen van parkeergarages en parkeerterreinen op het bijbehorende terrein toetst de gemeente aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages en ASVV2012); • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m. 2.5 Afronding naar volledige parkeerplaatsen Bij de berekening van de parkeerverplichting wordt gebruikt gemaakt van de tabellen 2.1 en 2.2. Het volgens deze parkeernormen benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond op een hele parkeerplaats.

3

Aanvullende eisen

3.1 Bevoegdheid stellen aanvullende eisen Burgemeester en wethouders beoordelen, indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten aanvullende behoefte anders dan in de parkeernormen beschreven, de onderstaande bruikbaarheidvereisten. 3.2 Aanvullende eis voor laden en lossen 3.2.1 Indien de functie van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde gedeelte dat bij dat gebouw behoort. 3.2.2 Op basis van rijcurves wordt de bruikbaarheid van de laad en los mogelijkheid getoetst. Voor maatvoeringen wordt getoetst aan het gestelde in de ASVV2012.

4

3.3 Aanvullende eis voor scholen, kinderdagverblijven en BSO locaties 3.3.1 Naast de eis dat in de parkeerruimte voor het personeel op het bijbehorende terrein wordt voorzien, wordt ook bepaald in hoeverre het nodig is voorzieningen op te nemen voor het met de auto halen en brengen van kinderen. De hiervoor te gebruiken kiss and ride stroken zijn bedoeld voor het onmiddellijk in en uit laten stappen van passagiers. Het is niet toegestaan daarop te parkeren. 3.3.2 Het aantal kiss and ride plaatsen wordt volgens de berekeningen in onderstaande tabellen bepaald. Benodigde aantal kiss and ride

Formule

plaatsen Basisschool aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen

- onderbouw (groep 1 tot met 3)

x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen

- bovenbouw (groep 4 tot en met 8)

aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen

Kinderdagverblijf en Buitenschoolse

aantal leerlingen x % leerlingen auto halen en brengen

Opvang

x reductiefactor parkeerduur x reductiefactor aantal kinderen

Voor de input van de formule wordt gebruik gemaakt van de volgende tabel. Doelgroep

% halen en

Reductiefactor

Reductiefactor

brengen met de

parkeerduur

aantal kinderen per

auto

auto

Groep 1 t/m 3

30 – 60 %

0,50

0,75

Groep 4 t/m 8

5 – 40 %

0, 25

0,85

Kinderdagverblijf en BSO

50 – 80 %

0,25

0,75

3.4 Aanvullende eis gehandicapten parkeerplaatsen 3.4.1 De gehandicaptenparkeerplaatsen maken onderdeel uit van het aantal parkeerplaatsen behorend bij de parkeerplaatsverplichting en komen dus niet boven op de berekende verplichting. 3.4.2 Bij de realisatie van de gehandicaptenparkeerplaats dient deze parkeerplaats zo dicht mogelijk bij de ingang van het gebouw te liggen. De afstand bedraagt waar mogelijk minder dan 25 meter. 3.4.3 De voor gehandicapten gereserveerde plaats bij haaks parkeren heeft een verhard oppervlak van ten minste 3,50 bij 5,00 meter. 3.4.4 Bij openbare voorzieningen wordt er naar gestreefd om 2% van de openbare parkeerplaatsen in te richten als gehandicaptenparkeerplaats. 3.5 Aanvullende eis voor kleinschalig beroep/bedrijf aan huis 3.5.1 Voor het door de bewoner aan huis uitoefenen van een beroeps- of bedrijfsactiviteit als bedoeld in het bestemmingsplan, wordt geen parkeereis gesteld. 3.5.2 Voor een personeelslid dient het op het bijbehorende terrein 1 parkeerplaats gerealiseerd te worden. 3.5.3 Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer op het bijbehorende terrein niet voorzien kan worden in de benodigde parkeervoorziening, bij omgevingsvergunning afwijken van het

5

bepaalde onder 3.5.2 voor het parkeren in het openbare gebied indien aangetoond wordt dat geen sprake is van een onevenredige toename van de parkeerdruk op de omgeving.

4

Uitvoering parkeerplaatsverplichting

4.1 Voldoen aan parkeernormen 4.4.1 In, op of onder een bouwwerk dan wel op of onder het bijbehorende terrein dient blijvend voorzien te zijn in voldoende parkeergelegenheid volgens de parkeernormen. 4.1.2 De aanvrager dient ten behoeve van de berekening aan te leveren uit welke functies en bijbehorende oppervlakten zijn plan is opgebouwd. 4.1.3 Bij nieuwbouwplannen en bij algehele functiewijziging wordt de parkeerplaatsverplichting berekend aan de hand van het gestelde onder de hoofdstukken 2 en 3. 4.1.4 Bij verbouwplannen, waaronder ook uitbreidingsplannen worden begrepen, en bij gedeeltelijke functiewijzigingen wordt bij de berekening van de parkeereis ervan uitgegaan dat de huidige parkeersituatie een feit is. Een reeds aanwezig tekort komt niet voor rekening van de initiatiefnemer. Indien op een locatie een uitbreiding plaatsvindt of een functie wordt toegevoegd, zal slechts voor die extra oppervlakte of die toegevoegde functie voorzien moeten worden in de parkeernorm. Uiteraard moeten opgeheven parkeerplaatsen wel gecompenseerd worden. 4.1.5 Wanneer het totale gebouw, inclusief de uitbreiding, als geheel voldoende parkeerplaatsen heeft, voldoet het (bouw)plan eveneens aan de parkeerplaatsverplichting conform deze bijlage.

4.2 Stappenplan bepalen parkeerplaatsverplichting 4.2.1 Burgemeester en wethouders bepalen de parkeerplaatsverplichting en de invulling van deze verplichting op basis van onderstaande vier stappen. Stap 1: bepalen parkeerbehoefte De parkeerbehoefte wordt bepaald volgens de tabellen in hoofdstuk 2. Stap 2: aantonen parkeren op bijbehorend terrein Een aanvraag omgevingsvergunning dient in beginsel op het bijbehorend terrein aan de parkeerplaatsverplichting te voldoen. Met het begrip “bijbehorend terrein” in deze bijlage wordt bedoeld: de ruimte voor parkeren of stallen van auto's in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort, passend binnen het vigerende bestemmingsplan en de vigerende bestemming. Stap 3: controle parkeren op bijbehorend terrein door gemeente Burgemeester en wethouders controleren de bij de aanvraag ingediende parkeerbehoefteberekening, zowel op de juiste toepassing van de parkeernormen en aanwezigheidspercentages als op de afwijkingsgronden van parkeren op eigen terrein.

(Luidt de conclusie dat voldaan kan worden aan de parkeerplaatsverplichting, dan vormt het aspect parkeren geen belemmering voor de ontwikkeling.) Burgemeester en wethouder kunnen meewerken aan de ontwikkeling en toepassing geven aan hun afwijkingsbevoegdheid, indien uit hun controle blijkt dat: niet kan worden voldaan aan de parkeerplaatsverplichting en de aanvraag niet zodanig aanpasbaar is dat de parkeereis in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij het gebouw hoort, kan worden gerealiseerd zonder dat dit het functioneren buitensporig belemmerd.

6

Stap 4: onderzoek realiseren parkeerbehoefte in de openbare ruimte Burgemeester en wethouders onderzoeken, al dan niet op verzoek van de aanvrager, indien het realiseren van parkeren op eigen terrein (deels) onmogelijk is, of het mogelijk is om in de openbare ruimte te zoeken naar een oplossing. Hierbij worden drie mogelijkheden onderzocht. a. Parkeermogelijkheden in de directe omgeving Wanneer is aangetoond dat er geen parkeermogelijkheden zijn op bijbehorend terrein, is parkeren op bestaande plaatsen (in de openbare ruimte) mogelijk een optie. Indien parkeercapaciteit in de openbare ruimte beschikbaar is, heeft dit gevolgen voor de inspanningsverplichting om alternatieven te zoeken. Wanneer op een andere wijze in de parkeerbehoefte wordt voorzien, door het toewijzen van parkeerplaatsen uit de openbare ruimte, dient onderzocht te worden in hoeverre er restcapaciteit van parkeergelegenheid in de openbare ruimte aanwezig is. Dit kan op twee manieren: 1. door middel van tellingen, of 2. door middel van een berekening van de theoretische parkeerbehoefte van andere functies in de directe omgeving. Tellingen worden op verschillende tijdstippen en verschillende dagen verricht, zodat onderscheid gemaakt kan worden in het parkeren door verschillende groepen. Het doel is de maximale bezettingsgraad te bepalen.

Als indicatie van de grens van de beschikbare parkeercapaciteit wordt in de verkeerskunde een bezettingspercentage van 85% gehanteerd. Ofwel: 85% van de beschikbare parkeercapaciteit mag bezet zijn. De overige 15% is nodig voor het opvangen van “zoekverkeer” en groei van het autobezit. De maximale parkeerbezetting is richtinggevend voor de maximaal aanwezige beschikbare parkeerplaatsen voor het kunnen toewijzen als afwijking van de parkeerplaatsverplichting op bijbehorend terrein. Ook hierbij spelen loopafstanden een rol (zie tabel hieronder). Wanneer een ingrijpende maatregel (bijvoorbeeld grootschalige nieuwbouw) plaatsvindt, kan niet altijd worden volstaan met tellingen. Dit omdat in de huidige situatie geparkeerd wordt door bewoners of gebruikers van de sloopbouw. Daarbij zijn (recente) tellingen niet altijd voorhanden. Voor nieuwbouwplannen worden in principe vanuit de gemeente geen tellingen verricht in verband met de bijkomende kosten. Voor de bestaande situatie bij deze grootschalige nieuwbouw worden daarom tellingen uitgevoerd en voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt de parkeervraag bepaald door middel van de normen in deze bijlage. b.

Centrale parkeervoorziening Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het toerekenen van de parkeerplaatsverplichting van de nieuwe functie(s) aan een toekomstige openbare parkeergarage of parkeerterrein, die in de nabije omgeving wordt gerealiseerd. c. Aanleg nieuwe parkeerplaatsen Burgemeester en wethouders onderzoeken de mogelijkheden van het aanleggen van nieuwe parkeerplaatsen op loopafstand van de ontwikkellocatie op kosten van de aanvrager. Wat een acceptabele loopafstand is, wordt beoordeeld bij de aanvraag omgevingsvergunning en is afhankelijk van de functie, het specifieke gebied waar het bouwplan gerealiseerd wordt en een aantal ruimtelijke aspecten aan een looproute zoals sociale veiligheid en aantrekkelijkheid. De richtlijnen van het CROW voor acceptabele loopafstanden worden de mogelijkheden onder a tot en met c als uitgangspunt gebruikt. Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde loopsnelheid van 5 kilometer per uur. Deze zijn weergegeven de volgende tabel.

7

Hoofdfunctie

Acceptabele loopafstanden

Wonen

100 meter

(1,0 tot 1,5 minuten)

Winkelen supermarkt

100 meter

(1,0 tot 1,5 minuten)

Winkelen funshoppen

200 – 600 meter

(2,5 tot 7,5 minuten)

Werken

200 – 800 meter

(2,5 tot 9,5 minuten)

Ontspanning

100 meter

(1,0 tot 1,5 minuten)

Gezondheidszorg

100 meter

(1,0 tot 1,5 minuten)

Onderwijs

100 meter

(1,0 tot 1,5 minuten)

Wanneer de burgemeester en wethouders de mogelijkheid zien om parkeerplaatsen in de openbare ruimte op acceptabele loopafstand te realiseren gelden voor de aanleg van deze nieuwe parkeerplaatsen in de openbare ruimte de volgende ontwerpeisen: • bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minste 5,00 m bij 2,50 m; • bij langs parkeren: een verhard vak van ten minste 5,50 m bij 2,00 m; • bij een voor gehandicapte gereserveerde plaats bij haaks parkeren: een verhard vak van ten minst 5,00 m bij 3,50 m; • voor maatvoeringen van grootschalige parkeergarages en parkeerterreinen toetsen burgemeester en wethouders aan de publicatie ontwerpwijzer gebouwde parkeervoorzieningen (CROW publicatie 293 ontwerpwijzer parkeergarages, ASVV2012).

4.3 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders maken gebruik van hun afwijkingsbevoegdheid indien volgens de onder stap 4 beschreven wijze de benodigde parkeerplaatsen in het openbare gebied kunnen worden aangelegd. 4.4

Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen, wanneer geen fysieke mogelijkheden aanwezig zijn om de parkeereis op bijbehorend terrein te realiseren of op acceptabele loopafstand in de openbare ruimte op te vangen of te realiseren conform de gestelde ontwerpeisen, de ontwikkeling toetsen aan de hardheidsclausule om mee te kunnen werken aan de voorgenomen ontwikkeling. Stap 5: eindafweging Het verlenen van medewerking zonder dat aan de parkeerbehoefte wordt voldaan en zonder vervangende parkeerruimte, is voorbehouden voor zeer bijzondere omstandigheden. Van deze bevoegdheid wordt slechts gebruik gemaakt indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit.

8

B

Fietsen

1

Parkeernormen per functie

1.1 Bepalen parkeerbehoefte Burgemeester en wethouders bepalen de behoefte volgens onderstaande tabel. Functie

Eenheid

Norm

Winkels en dienstverlenende bedrijven -

streekverzorgende winkel (centra)

100 m² bvo

2,7

-

dorp-, wijk-, buurtverzorgende

100 m² bvo

2,9

winkel(centra) Kantoren -

zonder baliefunctie

100 m² bvo

1,2

-

met baliefunctie

100 m² bvo

5,0

Onderwijsinstellingen -

basisschool

10 leerlingen

5,4

-

voortgezet onderwijs

100 m² bvo

14,4

-

hoger onderwijs

100 m² bvo

12,9

100 m² bvo

2,5

Sportcomplexen -

sporthal

-

sportveld met tribune

100 bezoekerscapaciteit

30 30

-

sportveld

wedstrijdveld

-

zwembad

100 m² bassin

20

theater

100 zitplaatsen

18

-

concertzaal

100 zitplaatsen

18

-

bioscoop

100 m² bvo

1,4

-

discotheek

100 (zit)plaatsen

18

Uitgaansgelegenheden -

Zorginstelling -

ziekenhuis

100 m² bvo

0,7

-

verpleeg-, verzorgingshuis

100 m² bvo

0,7

1.2

Afronding Het volgens deze fietsparkeernormen berekende benodigde aantal parkeerplaatsen wordt naar boven afgerond tot een hele parkeerplaats.

9

2

Aanvullende eisen

2.1 Maatvoering De maatvoering van een fietsparkeerplaats moet voldoende zijn om een fiets te parkeren/stallen. Ook voor het plaatsen van de fiets is voldoende (manoeuvreer)ruimte nodig. Omtrent voorzieningen voor het parkeren en stallen van fietsen is de publicatie 230 ‘Ontwerpwijzer Fietsverkeer’ van het CROW (2006) van toepassing. 2.2 Ligging fietsparkeervoorzieningen De fietsparkeervoorzieningen moeten aantrekkelijk zijn gelegen. Bij solitaire bestemmingen waar men kort hoeft te zijn zoals bijvoorbeeld een supermarkt of een bank moet de afstand tussen parkeerplaats en bestemming een beperkt aantal meters zijn. Als de verblijftijd langer is (bijvoorbeeld voor centrumbezoek – meerdere voorzieningen) dan worden langere loopafstanden eerder geaccepteerd. De fietsparkeervoorzieningen dienen in dat geval geconcentreerd op de (drukst bereden) aanrijroutes te worden gerealiseerd.

C

Slotbepaling

Daar waar deze bijlage niet in voorziet, is de ASVV 2012 of publicatie 317 van het CROW (Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie) van toepassing, dan wel een latere uitgave. Hierbij dient als basis de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ te worden aangehouden en dient uitgegaan te worden van de ‘gemiddelde parkeerkencijfers’ voor de stedelijke zone ‘rest bebouwde kom’ voor het totale grondgebied van de gemeente Rheden.

10

72 P arapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (vastgesteld)

Bijlage 4 Toepassing regeling bijzondere woonvormen en bestemmingsplannen

73 P arapluplan huisvesting arbeidsmigranten en bijzondere woonvormen (vastgesteld)

Toepassing regeling bijzondere woonvormen Bijlage bij de Regels

Categorie 1, als bedoeld in 3.1.1. van de regels naam plan

IMRO-nummer

vaststelling

Bestemmingsplan De Steeg 2015

NL.IMRO.0275.BPST2015

26-1-2016

Bestemmingsplan De Steeg, locatie Hoofdstraat 33

NL.IMRO.0275.BPST4

28-3-2017

Bestemmingsplan Dieren 2017, Woongebieden-Noord

NL.IMRO.0275.BPDN2017

29-5-2018

Bestemmingsplan Dieren 2017, Woongebieden-Zuid

NL.IMRO.0275.BPDZ2017

26-3-2019

Bestemmingsplan Dieren-Noord, locatie Buitensingel/Wilhelminaweg Bestemmingsplan Ellecom 2015

NL.IMRO.0275.BPDN14

21-2-2017

NL.IMRO.0275.BPEL2015

26-1-2016

Bestemmingsplan Laag-Soeren 2016

NL.IMRO.0275.BPLS2016

21-2-2017

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Oud Middachten

NL.IMRO.0275.BPLG28

28-9-2017

Bestemmingsplan Rheden 2016, woongebieden

NL.IMRO.0275.BPRH2016

28-3-2017

Bestemmingsplan Velp 2016, Woongebieden-Noord

NL.IMRO.0275.BPVN2016

21-2-2017

Bestemmingsplan Velp 2016, Woongebieden-Zuid

NL.IMRO.0275.BPVZ2016

30-5-2017

Bestemmingsplan Velp-Noord 2016, locatie Arnhemsestraatweg 29 Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Kerkallee/Ijsselstraat Bestemmingsplan Velp-Zuid 2016, locatie Sophiastraat 21

NL.IMRO.0275.BPVN20

28-6-2018

NL.IMRO.0275.BPVZ18

30-10-2018

NL.IMRO.0275.BPVZ17

24-4-2018

Pagina 1

artikelen 1.20 bijzondere woonvorm, 1.82 woning 1.19 bijzondere woonvorm, 1.67 woning 1.21 bijzondere woonvorm, 1.79 woning 1.20 bijzondere woonvorm, 1.79 woning bijzondere woonvorm, 1.43 woning 1.19 bijzondere woonvorm, 1.77 woning 1.20 bijzondere woonvorm, 1.81 woning 1.15 bijzondere woonvorm, 1.52 woning 1.20 bijzondere woonvorm, 1.80 woning 1.20 bijzondere woonvorm, 1.78 woning 1.20 bijzondere woonvorm, 1.81 woning bijzondere woonvorm, 1.52 woning 1.17 bijzondere woonvorm, 1.66 woning 1.16 bijzondere woonvorm, 1.53 woning

Categorie 2, als bedoeld in 3.1.2. van de regels naam plan Bestemmingsplan Laag-Soeren Oost

IMRO-nummer NL.IMRO.0275.BPLS2

Bestemmingsplan Velp-Midden, locatie Hoofdstraat 29 NL.IMRO.0275.BPVM3

vaststelling artikel 17-12-2013 1.43 Woondoeleinden 28-9-2010

1.40 Woondoeleinden

artikel art. 4 Detailhandel, art. 5 Gemengd1, art. 9 Wonen art. 7 Wonen

Categorie 3, als bedoeld in 3.1.3. van de regels naam plan Bestemmingsplan Dieren, witte vlekken

IMRO-nummer NL.IMRO.0275.BPDieren

vaststelling 19-6-2013

Bestemmingsplan Dieren-Midden, herziening locatie Stationsgebied Bestemmingsplan Landelijk Gebied

NL.IMRO.0275.BPDM2

26-1-2021

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie appelschuur landgoed Middachten Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Arnhemsestraatweg-Lentsesteeg Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Bockhorstweg 1 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Dorpsweg 80 Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Heuvenseweg 1c Rheden Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Kerkweg 25 Spankeren Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Priesnitzlaan 10 en 23 Laag-Soeren Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Rhederhof oost

NL.IMRO.0275.BPLG7

27-9-2011

Artikel 2.5 Wonen, Artikel 2.6 Buitenplaats art. 3 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG30

19-4-2016

art. 4 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG22

25-2-2014

art. 4 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG8

29-3-2011

art. 4 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG46

27-10-2020 art. 3 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG17

24-9-2013

art. 7 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG14

18-6-2013

art. 4 Wonen

NL.IMRO.0275.BPLG25

30-6-2015

art. 3 Buitenplaats

27-1-2009

Pagina 2

Bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie voormalig zwembad Beekhuizen Bestemmingsplan Rheden, witte vlekken Bestemmingsplan Rheden-Oost

NL.IMRO.0275.BPLG5

29-5-2012

NL.IMRO.0275.BPBPRhede 24-9-2013 n 31-3-2009

art. 6 Wonen-1, art. 7 Wonen-2 art. 3 Centrum, art. 4 Wonen

artikel 2.1 Wonen, artikel 2.4 Voorzieningen 24-6-2008 artikel 2.1 Wonen, artikel 2.4 Voorzieningen 16-12-2008 artikel 2.1 Wonen, artikel 2.4 Voorzieningen 27-4-1993 art. Woondoeleinden, art. 7 Centrumvoorzieningen

Bestemmingsplan Spankeren Bestemmingsplan Velp-Midden Dieren Zuid (Dorpsvernieuwingsplan)

Pagina 3

Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied

Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Ste postbus 9110 | ZJ De Steeg T 026 4976911 026 4976518 | gemeente@rhed | www.rheden.n

gemeente Rheden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=a4b49806-3bca-43be-82a6-f444c248cf84