CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

bestemmingsplan Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15_vastgesteld_2

Raadsvergadering 24 juni 2025, gemeente RhedenBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Landelijk Gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 1514.644 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Beoordeling Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde planologische kaders voor het wijzigen van de bedrijfsbestemming met bedrijfswoning in een woonbestemming voor 1 woning en een agrarische bestemming waarbij alleen hobbymatig houden van vee is toegestaan. Omdat het verkeer niet toeneemt en er geen bouwactiviteiten zijn, hoeft geen stikstofberekening te worden uitgevoerd. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Drempelwaarde Besluit m.e.r. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Voor de beoogde ontwikkelingen is onderstaande activiteit uit de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage relevant, namelijk 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (oppervlakte van 100 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer).

Dit betekent dat er geen sprake is van een directe m.e.r. plicht. Gezien de drempelwaarden (een aaneengesloten gebied van 2.000 woningen of meer) wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een directe m.e.r.-plicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen 40 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden gehanteerd. Er is een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld. Deze is als Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling bijgevoegd. Uit de vormvrije m.e.r.-beoordeling volgt dat er in dit geval geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Conclusie Voorliggend bestemmingsplan is niet m.e.r.-(beoordelings)plichtig. Daarnaast zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

41 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

42 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5 Juridische aspecten

5.1

Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en bevat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn. Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden.

Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming) van bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd voor de actualisatie van de bestemmingsplannen en daarmee van de systematiek van het bestemmingsplan Landelijk Gebied. De strekking van hetgeen in het thans voorliggende digitale plan wordt geregeld, sluit wel aan bij de werkwijze die voorheen werd gehanteerd.

5.2

Procedure van dit bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan wordt met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan ter inzage. Belanghebbenden kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld.

43 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Is er beroep ingesteld dan treedt de herziening wel in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt dan met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.

5.3

Inhoud van dit bestemmingsplan De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast.

5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. In onderhavig bestemmingsplan word(t)(en) de bestemmingen gelegd: Agrarisch met waarden - natuur en landschap Wonen

5.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Per bestemming is het toegestane gebruik geregeld en zijn bouwregels en, eventueel, ook een aanlegvergunningstelsel opgenomen. Als er dubbelbestemmingen zijn worden die ook in dit hoofdstuk opgenomen. Die komen, ook in alfabetische volgorde, achter de bestemmingsregels. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend volgen de (mogelijke) afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot de bouw, specifieke gebruiksregels en afwijkingsmogelijkheden met betrekking tot gebruik. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld.

Toegespitst op onderhavig plan wordt hier het volgende opgemerkt: Agrarisch met waarden - natuur en landschap Deze bestemming heeft betrekking op het oostelijk deel van het plangebied. Hier is hobbymatig houden van vee toegestaan. Dit is gedefinieerd in de begripsbepalingen 44 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

als "het niet bedrijfsmatig en voor eigen particulier en hobbymatig gebruik houden van geringe aantallen vee zoals geiten, paarden en schapen". De begripsbepaling sluit aan op het bestemmingsplan Landelijk Gebied. Met een voorwaardelijke verplichting is aanleg en behoud van de maatregelen voor landschap en natuur geborgd, waarbij verwezen wordt naar een bijlage bij de regels. Wonen Een hoofdgebouw mag alleen binnen het bouwvlak aanwezig zijn. De maximale bouwhoogte is te vinden op de verbeelding. Overige maten staan in de regels. Voor de hoogte van de erfafscheidingen geldt dat de standaardhoogte is overgenomen gezien de ligging en de functie van de gronden. Zoals standaard wordt toegelaten mag de bewoner ook hier aan huis een bedrijf of beroep uitoefenen - maar dat geldt dus niet voor het gehele plangebied, maar binnen de bestemming Wonen. Hiervoor gelden de gebruikelijke voorwaarden. In een Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis is na te lezen welke bedrijven dit zijn. Omdat bijgebouwen bouwkundig ondergeschikt zijn aan het hoofgebouw, ziet dit artikel toe op het niet zelfstandig kunnen bewonen van bijgebouwen en het gebruik van bijgebouwen voor primaire woonfuncties als woon- of slaapkamer of keuken wel toelaat.

Opgemerkt wordt het vereiste van voldoende parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein ook geldt bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis. In een bijlage bij de regels zijn parkeernormen opgenomen uit de Nota Parkeren. Met een voorwaardelijke verplichting is aanleg en behoud van de maatregelen voor landschap en natuur geborgd, waarbij verwezen wordt naar een bijlage bij de regels. Waarde - Archeologie 1a (dubbelbestemming) Waarde - Archeologie 2a (dubbelbestemming)

In de verschillende dubbelbestemmingen wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (oude aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem. Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek. Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek.

Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt een aanlegvergunningenstelsel waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of een omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevingsvergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het 45 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig). De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de maatgevende diepte (in strekkende centimeters). Om verwarring te voorkomen met de reguliere archeologische bestemmingen, is er voor gekozen om de normale nummering aan te houden voor archeologische bestemmingen en een 'a' toe te voeren (zoals Waarde - Archeologie 1a). onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen

Dubbelbestemming

groter dan 100 m2 en dieper dan 25 cm

Waarde - Archeologie 1a

groter dan 250 m2 en dieper dan 50 cm

Waarde - Archeologie 2a

Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel, algemene bouwregels, de algemene gebruiksregels en de regels met betrekking tot mogelijke afwijkingen. De (bestemmings) regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).

5.4

Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.

46 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid

Het perceel is geen eigendom van de gemeente en de particuliere eigenaar draagt de kosten van het bouwplan, eventuele gemeentelijke maatregelen op het perceel of in het openbaar gebied. De eigenaar vrijwaart de gemeente van planschade. Daarmee is het verhaal van kosten voldoende verzekerd en behoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Realisatie binnen de planperiode door de eigenaar is reëel. Overigens betreft de ontwikkeling die dit bestemmingsplan mogelijk maakt geen bouwplan waarvoor op grond van de Wro een grondexploitatieplan behoeft te worden opgesteld.

47 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

48 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Vooroverleg en inspraak Vanwege de ligging in de Groene Ontwikkelingszone is het plan toegezonden naar de provincie. Het bestemmingsplan zal waar nodig nog worden aangepast aan afspraken met de provincie. Gelet op het geringe effect van de planherziening is het bestemmingsplan alleen toegezonden naar de provincie. De gemeentelijke inspraakverordening schrijft geen inspraak voor. Gezien het vorenstaande is geen aanleiding gevonden om onverplicht inspraak te geven.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft met het ontwerpbesluit van 14 december 2023 tot en met 24 januari 2024 voor een ieder ter inzage gelegen. De tervisielegging is bekendgemaakt op de gemeentelijke pagina, de Rhedenaar, in een huis-aan-huis blad, en op de gemeentelijke website www.rheden.nl. Via www.ruimtelijkeplannen.nl konden ze worden ingezien en worden gedownload. De verbeelding op papier lag tevens ter inzage in het gemeentehuis. De beantwoording van de ingediende zienswijzen vindt plaats via een bijlage bij het raadsbesluit omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan.

7.3

Beroep --Tegen het op 24 september vastgestelde bestemmingsplan is beroep ingesteld, en is tevens verzoek om voorlopige voorziening gedaan, door de eigenaren van de naastgelegen boomkwekerij. Op 7 mei 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een tussenuitspraak gedaan in het beroep. Bij twee beroepsgronden vond de Afdeling het betoog geslaagd, te weten het (niet) voldoen aan het functieveranderingenbeleid, en de omgevingsverordening, specifiek de regels voor de Groene Ontwikkelingszone. De werking van het bestemmingsplan is naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening geschorst. 49

Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

De Afdeling heeft de raad in de tussenuitspraak (Bijlage 2 Tussenuitspraak ABRvS 7 mei 2025) opgedragen om twee geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan te herstellen. De raad is zo in de gelegenheid gesteld om alsnog voor een voldoende dragende motivering te zorgen bij deze twee punten. Na vaststelling van het aangepaste bestemmingsplan wordt deze opnieuw ter inzage gelegd bekendgemaakt. Het bestemmingsplan is niet onherroepelijk tot de Afdeling een einduitspraak heeft gedaan.

50 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Bijlagen toelichting

51 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

52 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Bijlage 1

Herstelnotitie Lentsesteeg 13 en 15

53 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Herstelnotitie Lentsesteeg 13 en 15 n.a.v. tussenuitspraak 7 mei 2025 Bijlage 1 bij raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan ‘Landelijk gebied,

herbestemming Lentsesteeg 13 en 15’ Bij besluit van 24 september 2024 is het bestemmingsplan ‘Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15’ vastgesteld. Dit bestemmingsplan beoogt herbestemming van Lentsesteeg 13 en 15 planologisch mogelijk te maken. Doel is een voormalige bedrijfswoning te bestemmen als burgerwoning en een voormalige bedrijfsloods en de aansluitende gronden te bestemmen als agrarische waarbij uitsluitend hobbymatige agrarische activiteiten mogelijk zijn op het perceel en de bebouwing daarenboven uitsluitend voor opslag voor hobbymatige agrarische activiteiten mogelijk is. Tegen het raadsbesluit is beroep ingesteld door de eigenaren van de naastgelegen boomkwekerij (hierna appellante). Op 7 mei 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) een tussenuitspraak gedaan in het beroep. Bij twee beroepsgronden vond de Afdeling het betoog geslaagd, te weten het (niet) voldoen aan het functieveranderingenbeleid, en de omgevingsverordening, specifiek de regels voor de Groene Ontwikkelingszone. De Afdeling draagt de raad op om de geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan te herstellen. De raad wordt zo in de gelegenheid gesteld om alsnog voor een voldoende dragende motivering te zorgen bij deze twee punten. Hieronder wordt achtereenvolgens die nadere motivering alsnog gegeven. 1.

beroepsgrond functieveranderingenbeleid Vraagstuk: Bij een van die twee beroepsgronden gaat het om het (niet) voldoen aan het functieveranderingenbeleid. Bij het vaststellen van het bestemmingsplan is afgeweken van twee criteria van het functieveranderingenbeleid: er moet minimaal 50% van de bebouwing worden afgebroken, met een minimum van 500 m2. Er was/is nog onvoldoende gemotiveerd waarom het bebouwingsoppervlak in het plangebied, de bebouwing, de functieverandering en de in de planregels geborgde versterking van landschaps- en natuurkwaliteiten bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het handelen in overeenstemming met het functieveranderingenbeleid gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding met dat beleid te dienen doelen. Aanvulling: Artikel 4:84 Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig een beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere

omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Het functieveranderingenbeleid (uit 2013) beoogt om bij stoppende bedrijven een alternatieve functie en financiële drager mogelijk te maken. De gedachte is dat daarmee het buitengebied zich kan blijven ontwikkelen en aanpassen aan de tijd, kwaliteiten behouden kunnen blijven en er tevens een kwaliteitsimpuls aan bijvoorbeeld het landschap gegeven kan worden. Dit functieveranderingenbeleid is in de Omgevingsvisie buitengebied gecomprimeerd tot een eenvoudigere regeling, maar het doel is niet gewijzigd. Toepassing van het functieveranderingenbeleid (voor zover strikt toepassen mogelijk is) dient in dit geval het doel niet. Het afbreken van bebouwing vraagt een investering. Dat geldt zowel voor de bedrijfswoning als de loods. Om strikt aan het functieveranderingenbeleid te voldoen zou 500 m2 aan bebouwing moeten worden gesloopt. De woning (199 m2) en de bedrijfsloods (317 m2) zijn samen maar net meer dan 500 m2. Het eventueel moeten afbreken van bebouwing vraagt een investering en zorgt voor waardevermindering van het perceel. Dit geldt ook voor elk gebouw afzonderlijk.

Met de herbestemming verdwijnt ongeveer 0,15 hectare bedrijfsbestemming en komt daar ongeveer 0,1 hectare woonbestemming (voor burgerwoning) en 0,05 hectare agrarische bestemming (voor hobbymatige agrarische veehouderij) voor terug. Beide gebouwen zijn in goede staat, hebben althans een ook in dat opzicht ruimtelijk aanvaardbare uitstraling. Door in afwijking van het functieveranderingenbeleid het voorliggende bestemmingsplan vast te stellen, worden verbeteringen van de gebiedskwaliteit gerealiseerd, namelijk het niet langer toestaan van een niet-agrarische bedrijfsfunctie en de in de planregels geborgde versterking van landschaps- en natuurkwaliteiten. Het behoud van de woning (en ook van de loods) levert daarnaast geen verslechtering op van de gebiedskwaliteit, mede gelet op de al aanwezige bebouwing. Van de eigenaar wordt een kwaliteitsimpuls gevraagd middels een maatregelen (zoals de aanleg van een knip- en scheerheg) die goed zijn voor landschap en natuur. Indien de loods zou moeten worden gesloopt is er vervolgens geen mogelijkheid meer om een nieuwe functie mogelijk te maken, want er is geen andere (noemenswaardige) bebouwing meer aanwezig dan de woning. De gemeente wil graag deze gehele herbestemming zodat hier een verbetering van de gebiedskwaliteit wordt gerealiseerd en met deze herbestemming kan initiatiefnemer instemmen.

Als er ook nog gesloopt moet worden (woning en/of loods), zal dat laatste niet het geval zijn. De gevolgen voor eigenaar zijn dan onevenredig groot.

Het (strikt) toepassen van het functieveranderingenbeleid heeft dus gevolgen die onevenredig zijn tot de met dat beleid te dienen doelen. Het (strikt) toepassen van het functieveranderingenbeleid zou onevenredige gevolgen hebben voor eigenaar, die hier dan niet mee instemt. Per saldo zorgt de herbestemming voor een verbetering.

2. Beroepsgrond Omgevingsverordening Vraagstuk: Het plangebied ligt in een gebied dat in de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is aangeduid als Groene Ontwikkelingszone. In het bestemmingsplan is met een voorwaardelijke verplichting opgenomen dat er versterkingsmaatregelen worden uitgevoerd. Deze versterkingsopgave had echter bepaald moeten worden aan de hand van de tabellen bij de regels van de provincie, inclusief impactfactor en versterkingsmaatregelen. Aanvulling: In 2 bijlagen bij deze herstelnotitie is de versterkingsopgave bepaald aan de hand van de tabellen bij de regels van de provincie, inclusief impactfactor en versterkingsmaatregelen. Vanuit oogpunt van GO zijn zelfs geen versterkingsmaatregelen nodig, al wordt de aanleg van een knip- en scheerweg vanuit oogpunt van GO als positief beoordeeld. Conclusie: Met bovenstaande wordt de motivering van het besluit afdoende aangevuld.

Bijlage GO - verantwoording Lentsesteeg 13 en 15

Stap 1: de versterkingsopgave • De versterkingsopgave wordt uitgedrukt in punten op basis van een verliesfactor en een impact- factor. • De verliesfactor wordt berekend conform de tabel Verliesfactor, bedoeld in bijlage 1. • De verliesfactor kwantificeert het verlies aan natuur- of landschapselementen die bijdragen aan de kernkwaliteiten van het betre ende deel van de Groene ontwikkelingszone, als gevolg van de nieuwe activiteit of ontwikkeling. • Een houtopstand, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet natuurbescherming, is geen onderdeel van de verliesfactor. • De impactfactor wordt berekend conform de tabel Impactfactor, bedoeld in bijlage 2. • De impactfactor kwantificeert de impact van de nieuwe activiteit of ontwikkeling op actuele en potentiële natuur- en landschapswaarden als gevolg van fysiek ruimtebeslag, verstoring van de omgeving door bijvoorbeeld geluid, licht en fysieke aanwezigheid en ligging.

• Als de versterkingsopgave niet bepaald kan worden aan de hand van de tabellen, onderbouwt het bevoegd gezag de versterkingsopgave die gehanteerd wordt. • Het bevoegd gezag kan in onvoorziene gevallen gemotiveerd afwijken van de tabel Verliesfactor als het toepassen ervan leidt tot een onredelijke uitkomst. Stap 2: de versterkingsmaatregelen • De versterkingsmaatregelen worden uitgedrukt in punten. • De versterkingsmaatregelen worden bepaald conform de tabel Versterkingsmaatregelen, bedoeld in bijlage 3.

Zie hieronder De verliesfactor bedraagt 0.

Niet aan de orde De impactfactor bedraagt naar onze berekening -1740 punten. De relevante oppervlaktes zijn lastig te bepalen, maar duidelijk is dat de impactfactor op een grote negatieve waarde uitkomt Omdat de impactfactor op een negatief getal uitkomt, hoeven er eigenlijk geen versterkingsmaatregelen genomen te worden. Niet aan de orde. Er is geen sprake van een verliesfactor. Niet aan de orde.

De versterkingsmaatregel betreft de aanleg van een knip- en scheerweg van 22 meter lang en 2 a 3 meter breed (0,0055 hectare). Dit komt neer op 17 punten .

• De versterkingsmaatregelen kwantificeren de maatregelen die genomen kunnen worden om de Groene ontwikkelingszone te versterken. • De versterkingsmaatregelen, uitgedrukt in punten, moeten meer zijn dan de versterkingsopgave, uitgedrukt in punten. • Als de versterkingsmaatregelen niet bepaald kunnen worden aan de hand van de tabellen, onder- bouwt het bevoegd gezag de versterkingsmaatregelen die gehanteerd worden. • Het bevoegd gezag kan in onvoorziene gevallen gemotiveerd afwijken van de tabel Versterkingsmaatregelen als het toepassen ervan leidt tot een onredelijke uitkomst. Stap 3: de locatie van de versterkingsmaatregelen De locatie van de versterkingsmaatregelen wordt gekozen op basis van de volgende prioritering: 1. binnen het plangebied, grenzend aan het Gelders natuurnetwerk;

De solitaire boom en de haag bij het woonhuis hebben geen invloed op de berekening, maar dragen wel bij aan het landschap en natuurwaarden. De positieve bijdrage bedraag 17 punten. De versterkingsopgave is gelet op de impactfactor niet eens nodig. Niet aan de orde.

Niet aan de orde.

De versterkingsmaatregelen worden binnen het plangebied uitgevoerd.

Verliesfactor

Verliesfactor 1

Categorie Totalen Totale oppervlakte (ha) Verliespunten

Er treedt geen verlies van kernkwaliteiten op 0,0000 0

Impactfactor

Impactfactor 1

Categorie Basispunten per eenheid Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden? Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)? Impactpunten Basis Incl. toeslagen

Bedrijventerrein milieucategorie 3 en 4 3000 -0,1 Nee Nee Nee Nee -300 -300

Impactfactor 2

Categorie Basispunten per wooneenheid Aantal eenheden Basispunten per woonbestemming ha. Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden?

Woningen 20 1 400 0,1 Nee Nee Nee

Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)? Impactpunten Basis Incl. toeslagen

Nee 60 60

Impactfactor 3

Categorie Basispunten per eenheid Aantal eenheden Toeslagfactoren Is er sprake van een nieuwe functie op deze locatie? Is er sprake van open landschap? Voor zover het gebied BUITEN open landschap ligt; Is er sprake van aardkundige waarden? Is er sprake van een Ecologische verbindingszone (EVZ)? Impactpunten Basis Incl. toeslagen Totalen Totale oppervlakte (ha), excl. windturbines Impactpunten

Bedrijventerrein milieucategorie 3 en 4 3000 -0,5 Nee Nee Nee Nee -1.500 -1.500 -0,5000 -1.740

Versterkingsmaatregelen

Versterkingsmaatregel 1 Categorie Basispunten per eenheid Oppervlakte Kortings- en toeslagfactor Is er sprake van een tijdelijke maatregel? Draagt de maatregel bij aan een EVZ? Versterkingspunten Basis Incl. kortings- en toeslagfactor Totalen Totale oppervlakte (ha) excl. speciale elementen Versterkingspunten Balans versterkingsopgave en versterkingsmaatregelen

Struweelhaag of scheerhaag 3000 0,0055 Nee Nee 17 17 0,0055 17

Verliesfactor Totaal verliespunten Totale oppervlakte Hectare m² Impactfactor Totaal impactpunten Totale oppervlakte excl. windturbines Hectare m² Versterkingsopgave Totaal punten Versterkingsmaatregelen Totaal versterkingspunten Totale oppervlakte excl. speciale elementen Hectare m² Balans Balans = versterkingsmaatregelen versterkingsopgave =

0,00 0,00 0 -1.740,00 -0,50 -5000 -1740 17,00 0,01 100 1757

62 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Bijlage 2

Tussenuitspraak ABRvS 7 mei 2025

63 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

.

Raad vanstate 202406964 / 1 / R4 en 202406964 / 2/ R4. Datum uitspraak : 7 mei 2025

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ( artikel 8 : 81 van de Algemene wet bestuursrecht ( hierna : de Awb ) ) en, met toepassing van artikel 8 86 en artikel 8 : 51d van die wet, op het beroep, in het geding tussen : :

, wonend in Rheden, handelend onder de naam Kwekerij Worth Rheden, verzoekers, en de raad van de gemeente Rheden,

verweerder.

Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

75 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Lentsesteeg 13-15 Het voornemen De bebouwing aan de Lentsesteeg 13-15 te Rheden heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijven’, waarbij ook een bedrijfswoning is toegestaan. Op het perceel staat een loods (Lentsesteeg 15) en een bedrijfswoning (Lentsesteeg 13). Eerdere activiteiten als bouwbedrijf zijn gestopt. Het voorliggende bestemmingsplan beoogt de bestemming van de bedrijfswoning te veranderen in een reguliere woning met tuin. De bedrijfsbebouwing van het voormalige bouwbedrijf krijgt een agrarische bestemming waarbij in de bedrijfsbebouwing uitsluitend opslag voor agrarische activiteiten mogelijk is. Ook zijn hobbymatig agrarische activiteiten mogelijk op het perceel. Vanuit het ruimtelijke spoor is vanwege de aard en omvang een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin. Op basis van deze notitie besluit het bevoegd gezag of een m.e.r.-procedure benodigd is. Criteria De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven.

Een uitgebreide omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan op twee manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a) Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b) Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c) Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad a: plan-m.e.r.-plicht vanwege een passende beoordeling Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Veluwe op een afstand van circa 350 meter van het plangebied. Omdat het verkeer niet toeneemt en het niet gaat om een bouwplan, hoeft geen stikstofberekening te worden uitgevoerd.

Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Ad b en c: (plan-)m.e.r.-plicht vanwege drempelwaarde Besluit m.e.r Dit bestemmingsplan voorziet in een herbestemming van een bedrijfsloods en een bedrijfswoning. Het plan is te zien als 'kaderstellend voor' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen

drempelwaarden overschrijden of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Voor de beoogde ontwikkelingen is onderstaande activiteit uit de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage relevant, namelijk 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (oppervlakte van 100 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer). Dit betekent dat er geen sprake is van een directe m.e.r. plicht. Ook voor ontwikkelingen onder drempelwaarden dient het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.beoordeling te worden gehanteerd. Voorliggende notitie voorziet hierin. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer.

Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: o o o o o o

de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; o het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands, b) kustgebieden, c) berg- en bosgebieden d) reservaten- en natuurparken, e) gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszonen door de lidstaten aangewezen op grond van de Vogel- en/of habitatrichtlijn, f) gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, g) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o o

h)

landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: o o o o o

het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.

Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het veranderen van de bedrijfsbestemming in een bestemming voor agrarische opslag en verandering van een bedrijfswoning in een burgerwoning. Bouwactiviteiten zijn niet nodig. Er wordt geen bebouwing gesloopt en ook geen bebouwing toegevoegd. Het plangebied bestaat uit het perceel Lentsesteeg 13 en 15 in Rheden. In de nabijheid van het plangebied vinden geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waar rekening mee gehouden moet worden. Screening per milieuaspect Bodem en water Het voornemen voorziet niet in het realiseren van een functie met mogelijke negatieve gevolgen voor de bodem. Doordat er geen nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd vindt er in beginsel geen toename van verhard oppervlakte toe. Archeologie, cultuurhistorie en landschap Doordat er geen nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt en er geen grondroerende werkzaamheden van een bepaalde omvang worden uitgevoerd en dieper dan 30 cm worden uitgevoerd is er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Binnen het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. Natuur Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Veluwe op een afstand van circa 350 meter van het plangebied.

Omdat het verkeer niet toeneemt en er geen bouwactiviteiten zijn, hoeft geen stikstofberekening te worden uitgevoerd. Het plangebied ligt niet in het GNN. Aan de zuidkant, aan de andere kant van de spoorlijn, is een deel van het GNN gelegen . De invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling is lokaal en betreft enkel het plangebied zelf. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt in de Groene Ontwikkelingszone. Daarom is, ondanks dat hier enkel

om een beperkte functieverandering gaat, een inrichtingsplan opgesteld met enkele maatregelen vanwege landschappelijke inpassing en versterking natuurwaarden. Soortenbescherming Bij een eerdere quick scan flora en fauna zijn op het terrein geen beschermde soorten aangetroffen en die worden hier ook niet verwacht. Het terrein wordt intensief onderhouden, waardoor het niet of op zijn hoogst incidenteel geschikt is voor beschermde soorten. Op enige afstand zijn nestkasten van steenuilen bekend (mondelinge mededeling A. van de Berg, steenuilcoördinator), maar de locatie ligt buiten het foerageergebied. Het nu voorliggende bestemmingsplan maakt enkel een functieverandering mogelijk waarbij de ruimtelijke effecten als kleiner of vergelijkbaar kunnen worden ingeschat. Het hierboven genoemde inrichtingsplan draagt bij aan soortenbescherming.Verder onderzoek is niet nodig. Woon- en leefmilieu Luchtkwaliteit Het voornemen draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Daarnaast worden geen functies mogelijk gemaakt die zijn aan te merken als gevoelige bestemmingen in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Geluid De functieverandering zorgt niet voor meer geluid. De woning is al bestemd als bedrijfswoning. Verkeershinder en verkeersveiligheid Er is geen extra verkeersgeneratie vanwege het plan.

De toename van het aantal verkeersbewegingen is in planologische zin minder. De aanwezige infrastructuur is voldoende om de beperkte hoeveelheid verkeer af te wikkelen. Gezondheid van de mens De functieverandering zorgt niet voor negatieve effecten op de gezondheid. Het wegbestemmen van het bedrijfsbestemming in de spuitzone van een naastgelegen boomkwekerij is mogelijk als positief te beoordelen voor wat betreft het aspect gezondheid. Externe veiligheid De voorgenomen ontwikkeling maakt geen risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen mogelijk. De personendichtheid neemt niet toe met dit plan. Gebruik van grondstoffen en energie De voorgenomen ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Afvalwater wordt via het bestaande rioolstelsel afgevoerd. Voor wat betreft huishoudelijke afvalstoffen verandert er niets. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In dit geval is dat niet aan de orde.

Conclusie Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Bij deze conclusie is nog geen rekening gehouden met mogelijk belangrijke negatieve gevolgen in verband met de ligging ten opzichte van gevoelige gebieden. De vraag of op grond hiervan belangrijke negatieve gevolgen kunnen worden verwacht, komt hieronder aan de orde. In het voorliggende bestemmingsplan gaat het alleen om een functieverandering en niet om een initiatief waarbij directe fysieke ingrepen in de omgeving aan de orde zijn, zoals bouwactiviteiten. De functieverandering is te kwalificeren als het terugbrengen van bedrijfsactiviteiten. Door aanplanten van een boom en aanleggen van heggen zal het plan een positief effect hebben op natuur en landschap. Conclusie algemene Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen en projecten geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de omgeving.

Bijlage 4

Bodemonderzoek

81 Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13 en 15 (vastgesteld)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=49d8de67-c4e7-4aee-9f7e-4e3a936c649b