Bestemmingsplan Laag-Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (22.71)
Tekst van het document
voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn. Thema
Toetsvraag
Relevant
Hoofdthema's 1. Ligt in of nabij het plangebied een Veiligheid
1. Nee
primaire of regionale waterkering? 2. Ligt in of nabij het plangebied een kade? 2. Nee
Riolering en afvalwaterketen
1. Is er toename van het afvalwater
1. Ja, door toevoeging
(DWA)?
van een woning.
2. Ligt in het plangebied een persleiding
2. Nee
van WRIJ? 3. Ligt in of nabij het plangebied een RWZI 3. Nee van het waterschap? 1. Is er sprake van toename van het
1. Ja
verhard oppervlak? 2. Zijn er kansen voor het afkoppelen van
2. Ja
Wateroverlast
bestaand verhard oppervlak?
(oppervlaktewater)
3. In of nabij het plangebied bevinden zich 3. Nee natte en laag gelegen gebieden, beekdalen, overstromingsvlaktes? 1. Is in het plangebied sprake van slecht
1. Ja
doorlatende lagen in de ondergrond? 2. Bevindt het plangebied zich in de
2. Nee
Grondwateroverlast invloedzone van de Rijn of IJssel? 3. Is in het plangebied sprake van kwel?
3. Nee
4. Beoogt het plan dempen van slootjes of 4. Nee andere wateren? 1.Wordt vanuit het plangebied water op
1. Nee
oppervlaktewater geloosd? Oppervlaktewaterkwaliteit
2. Ligt in of nabij het plangebied een HEN of 2. Nee op >600 m SED water?
afstand.
3. Ligt het plangebied geheel of gedeeltelijk 3. Nee in een Strategisch actiegebied? 1. Ligt het plangebied in de
1. Nee
Grondwaterkwaliteit beschermingszone van een drinkwateronttrekking?
39 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
1. In of nabij het plangebied bevinden zich 1. Nee overstorten uit het gemengde of verbeterde gescheiden stelsel? Volksgezondheid
2. Bevinden zich, of komen er functies, in of 2. Nee nabij het plangebied die milieuhygiënische of verdrinkingsrisico's met zich meebrengen (zwemmen, spelen, tuinen aan water)? 1. Bevindt het plangebied zich in of nabij
Verdroging
1. Bevindt het plangebied zich in of nabij Natte Natuur
1. Nee
beschermingszones voor natte natuur? 1. Nee
een natte EVZ? 2. Bevindt het plangebied zich in of nabij
2. Nee
beschermingszones voor natte natuur? 1. Bevinden zich in of nabij het plangebied
1. Nee
wateren die in eigendom of beheer zijn bij Inrichting en Beheer het waterschap? 2. Heeft het plan herinrichting van
2. Nee
watergangen tot doel? Aandachtsthema's 1. Bevinden zich in het plangebied Recreatie
1. Nee
watergangen en/of gronden in beheer van het waterschap waar actief recreatief medegebruik mogelijk wordt? 1. Zijn er cultuurhistorische waterobjecten
Cultuurhistorie
1. Nee
in het plangebied aanwezig?
Opgemerkt wordt dat bij nieuwbouw het bergen van hemelwater op eigen terrein dient plaats te vinden, tenzij dit niet mogelijk blijkt te zijn. Het hemelwater afkomstig van verharde oppervlakten zal in de bodem worden opgevangen. De bovenlaag van de bodem in het plangebied is matig waterdoorlatend, terwijl de ondergrond goed tot zeer goed doorlatend is. Door toepassing van profielverbetering kan een goede doorlatendheid van de bodem worden gerealiseerd. Er zijn In Laag-Soeren op enkele meters diepte kleilagen onder het maaiveld aanwezig. Bij het uitvoeren van de werkzaamheden moet worden voorkomen dat deze kleilagen worden doorbroken om de eventueel aanwezige kwelstromen niet te verstoren. Verder is er mogelijk sprake van kwel als gevolg van de beken ten zuiden van het plangebied. Wanneer de kleilagen in het plangebied worden doorgebroken komt eventueel kwelwater aan de oppervlakte of ontstaan er nieuwe kwelstromen (waardoor de beken 'leeglopen'). Gezien de bodemopbouw (dik zandpakket) is heien voor de bouw van de woningen niet noodzakelijk. De riolering wordt niet dieper dan 2,00 meter onder maaiveld aangelegd. Hierdoor worden de kleilagen niet doorgebroken en vormt het kwel geen probleem voor de realisatie van het plangebied. 40 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Een geohydrologisch onderzoek is enkel noodzakelijk bij ondergronds bouwen en bij gebruik van paalfunderingen. Hier is in onderhavig plan geen sprake van. Het huishoudelijke afvalwater (DWA) dient te worden afgevoerd naar het gemengde rioolstelsel in de Eerbeekseweg. Conclusie Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect water geen belemmering vormt voor de realisatie van de beoogde woning op de kavel achter Eerbeekseweg 8.
4.6
Archeologie Initiatiefnemers hebben op basis van de Erfgoedwet een archeologische zorgplicht bij projecten waarbij de bodem wordt verstoord. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan dient de initiatiefnemer hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. Beoordeling Voor het perceel dat onder de gemeente Rheden valt geldt de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 volgens het vigerend bestemmingsplan 'Laag-Soeren 2016'. Ter plaatse van deze gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren. Het perceel dat onder de gemeente Brummen valt onder de het 'Paraplubestemmingsplan Archeologie', vastgesteld op 15 oktober 2020. Hierin heeft het betreffende perceel de dubbelbestemming Waarde- Archeologie hoog. Voor het bouwen op deze gronden geldt dat het verboden is om zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van bevoegd gezag bouwactiviteiten en/of heiwerkaamheden uit te (laten) voeren met bodemingrepen op een grotere diepte dan 40 cm.
Dit geldt niet voor één of meer bouwwerken waarvan de totale te bebouwen oppervlakte kleiner is dan 250 m2. De nieuwe woning zal binnen de Rhedense gemeentegrens gebouwd worden. Het bouwvlak voor de te realiseren nieuwbouwwoning heeft een oppervlak van 96 m2. Voor het bouwen van de nieuwbouwwoning zijn geen heiwerkzaamheden voor de fundering benodigd. Dit geldt ook voor de eventueel te realiseren bijgebouwen. De gezamenlijke oppervlakte buiten het bouwvlak mag voor het bouwperceel (gehele plangebied, gelegen in gemeente Rheden én Brummen) niet meer dan 75 m2 bedragen. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de oppervlakte-eisen. Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd zijn. Er geldt een meldingsplicht bij 41
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
het vinden van (mogelijk) waardevolle relicten. Dat melden zal terstond gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. (vondstmelding via ARCHIS) Bovengenoemde bouwregels m.b.t. archeologie van beide gemeenten zijn op elkaar afgestemd en geïncorporeerd in de regels van onderhavig bestemmingsplan. Conclusie Voor het aspect archeologie geldt voor het bouwperceel dat geen onderzoek in het kader van de bestemmingsplanherziening noodzakelijk is. Vanuit het aspect archeologie bestaat geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.
4.7
Cultuurhistorie Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is in artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a opgenomen dat een bestemmingsplan/ wijzigingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. Beoordeling Het plangebied ligt niet in het beschermde dorpsgezicht Laag-Soeren en op de locatie bevinden zich geen monumenten. Er zijn geen cultuurhistorische belemmeringen, ook niet van formeel juridisch onbeschermde aard. Conclusie Voor het aspect cultuurhistorie is geen onderzoek in het kader van de bestemmingsplanherziening noodzakelijk. Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaat geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.
4.8
Luchtkwaliteit Kader Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Bij bepaalde nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Beoordeling Voor onderhavig plangebied geldt dat de ontwikkeling valt onder AMvB, dus binnen het Besluit Niet In Betekende Mate (NIBM). De Regeling NIBM geeft voor specifieke projecten kwantitatieve grenzen. Zo is een nieuwbouwproject met maximaal 1500 woningen (bij één ontsluitingsweg) per definitie NIBM. Een plan voor de realisatie van slechts één woning is niet betekenend voor de luchtkwaliteit. Dit betekent dat de realisatie van het voorgenomen plan niet bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse.
42 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Conclusie Een onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit met betrekking tot het woon- en leefklimaat is niet noodzakelijk, aangezien het plan Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
4.9
Verkeer en parkeren In het gemeentelijke Verkeerscirculatieplan 'Overige dorpen VVP' uit 2000, wordt een wegcategorisering beschreven bestaande uit stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen en verblijfsgebieden. Verblijfsgebieden zijn of worden ingericht als 30 km of 60 km zone. Gebiedsontsluitingswegen zijn de wegen binnen de bebouwde kom die hoofdzakelijk een doorstroom karakter hebben en waar een snelheidslimiet van 50 km geldt. Het onverharde pad is een gebiedsontsluitingsweg in een zone waar een snelheidslimiet van 30 km/u geldt. Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte die daardoor ontstaat. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de gemeentelijke 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie, 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)' opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. De gemeente Rheden valt binnen de categorie 'matig stedelijk´. In de regels is verwezen naar de 'Nota parkeernormen Rheden 2015' en deze is als bijlage opgenomen.
Indien de parkeernota gedurende de planperiode wordt gewijzigd, dient te worden voldaan aan de gewijzigde parkeernormen. Dit heet een dynamische verwijzing. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft bepaald (ECLI:NL:RVS:2018:1578) dat voor uitsluitend een gebruikswijziging geen dynamische verwijzing in de regels opgenomen mag worden. In de regels is dan ook een onderscheid gemaakt in uitsluitend gebruik (Nota parkeernormen Rheden 2015 is van toepassing) en in activiteiten bouwen of bouwen in combinatie met gebruik (Nota parkeernormen Rheden 2015 is van toepassing of diens opvolger). Beoordeling Voldaan moet worden aan de gemeentelijke parkeernormen zoals opgenomen in de 'Nota parkeernormen Rheden 2015'. Daarbij is naast de norm voor het aantal, ook de bruikbaarheid van de parkeervoorziening van belang. Voor 1 vrijstaande woning geldt een parkeernorm van 1,6 parkeerplaats, afgerond 2. Gezien het ontbreken van openbare parkeergelegenheid in de nabije omgeving dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte. De parkeergelegenheid dient zo ingericht te zijn dat 2 43
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
auto's naast elkaar kunnen staan en onafhankelijk van elkaar kunnen komen / gaan. Om dit mogelijk te maken dient de oprit of minimaal 5,50 meter breed zodanig dat twee auto's naast elkaar kunnen staan met voldoende tussenruimte om met de fiets te kunnen passeren of een dermate lange/diepe oprit dat om een andere auto heen gereden kan worden. Conclusie Er dienen minimaal twee parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd te worden binnen het plangebied, waarbij de auto's zodanig op het eigen terrein staan opgesteld dat onafhankelijk van de andere auto het terrein kan worden op- of afgereden.
4.10 Externe veiligheid Kader Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).
Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Uit het Bevi, Bevt en Bevb vloeit d e verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico’s in het plangebied ten gevolge van handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico’s dienen te worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het 44 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt dat hoe groter de afstand tussen de planontwikkeling en de risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is. Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin het overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans daarop.
Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de veiligheidsregio. Beoordeling Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een nieuwe grondgebonden burgerwoning. Op basis van de risicoaart van de provincie Gelderland is een inventarisatie gemaakt van de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken. In figuur 4.1 is een uitsnede opgenomen van de provinciale risicokaart.
45 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Afbeelding 4.1: Uitsnede provinciale risicokaart (geraadpleegd op 18 augustus 2021) met het planebied in de zwarte cirkel.
De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Rondom de planlocatie zijn geen inrichtingen aanwezig met een extern veiligheidsrisico. Wel ligt op ca. 3.900 meter ten oosten van het plan de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Op basis van de Regeling basisnet en de provinciale risicokaart is vastgesteld dat de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van deze risicobron niet over het plangebied ligt. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plan binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen. Ontwikkelingen hierbinnen hebben mogelijk invloed op de hoogte van het groepsrisico. Omdat de afstand tussen het plan en deze risicobronnen groter dan 200 meter is, heeft de wetgever aangegeven dat het groepsrisico alleen beperkt verantwoord hoeft te worden. Hierdoor hoeft niet de hoogte van het groepsrisico in beeld gebracht te worden, maar enkel de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Verantwoording groepsrisico Het plan is gelegen in het invloedsgebied groepsrisico van een externe veiligheidsrisicobron. Conform vigerende wetgeving moet de gemeente hierdoor het groepsrisico verantwoorden. Meer specifiek gaat het om de wettelijke verplichting op grond van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) artikel 7 en 9 vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over een spoorlijn.
De gemeente heeft bij het invullen van de verantwoordingsplicht een grote mate van beoordelingsvrijheid. Ten aanzien van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid heeft d e Veiligheidsregio adviesrecht. Hierop heeft de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) op 5 augustus 2021 (kenmerk: 2021-004730) het volgende geadviseerd: ‘Ten aanzien van Externe Veiligheid zijn dan ook geen nadere voorwaarden van toepassing.’ Het advies is als bijlage 5 aan de toelichting 46 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
toegevoegd. Hieronder een beschouwing van de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om de effecten ten gevolge van het incident te beperken. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden dicht bij de bron. De mate van bestrijdbaarheid wordt vooral bepaald door de veiligheidsvoorzieningen en het aantal aanwezigen dicht bij de risicobron. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) en NL-Alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid zijn voldoende. Conclusie Het plan ligt buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de transportroute met een externe veiligheidsrisico. De plaatsgebonden risicocontour van deze risicobron vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ten aanzien van het groepsrisico ligt het plangebied in het invloedsgebied van de spoorlijn Arnhem-Zutphen.
Op basis van de verantwoording groepsrisico (zie hierboven) kan worden geconcludeerd dat het ruimtelijke initiatief geen significant effect heeft op de mogelijkheden voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daarmee is het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de realisatie van het plan. De VGGM zag eveneens geen aanleiding aanvullend te adviseren.
4.11 Niet gesprongen explosieven Kader Bij het vervaardigen van bestemmingsplannen wordt zoals is vastgelegd in de Nota standaardplanmethodiek bestemmingsplannen dorpen Rheden 2015 vanwege de gemeentelijke zorgplicht bij het leggen van bouwvlakken in verdachte gebieden een onderzoek gevraagd naar de aanwezigheid van niet-gesprongen explosieven. In opdracht van de gemeente is in 2017 een historisch vooronderzoek uitgevoerd naar de mogelijke aanwezigheid van explosieven afkomstig uit de Tweede Wereldoorlog. Beoordeling Een onderzoek naar dit aspect is niet noodzakelijk. Onderhavige locatie is niet gelegen in een (voorlopige) veiligheidszone –niet gesprongen explosieven. Er is derhalve geen sprake is van verhoogde risico's op aanwezigheid van niet gesprongen explosieven uit WOII. Conclusie 47 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Het aspect niet gesprongen explosieven vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.12 Milieuzonering(incl. geur) Kader Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1.
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
2.
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan of wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
Woon- en leefklimaat De term 'woon- en leefklimaat' is een begrip uit de ruimtelijke ordening wat bij beoordelingen op basis van diverse wetgeving terugkomt. In deze casus gaat het om de realisatie van een nieuwe woning ten opzichte van bestaande bedrijfsmatige functies in de directe omgeving, al dan niet in het buitengebied. De wettelijke grondslag voor deze beoordeling is te vinden in artikel 3.1 Wro en titel 5.2 Wm. Het gaat hierbij om het realiseren van een goede ruimtelijke ordening en een goede luchtkwaliteit. Onderstaande toetsing baseert zich naast de VNG-publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' ook op de Wet geurhinder en veehouderij. Binnen/buiten de bebouwde kom 48 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Bij het bepalen of sprake is van binnen- of buiten de bebouwde kom, dient te worden gekeken naar de situatie, zoals deze gaat worden nadat het plan voltooid is. Dit blijkt uit de toelichting van de Wet geurhinder en veehouderij en de daarbij horende jurisprudentie. Er is na voltooiing van het plan sprake van een 'binnen de bebouwde kom'-situatie. Dit betekent dat er sprake is van een aaneengesloten bebouwing met de bestaande bebouwde kom. De geplande woning komt dan in de bebouwde kom komen te liggen. Geurnormering Nu het plan binnen de bebouwde kom valt, dient voor geur de normering uit het Activiteitenbesluit te worden gehanteerd. De nabij gelegen varkenshouderij valt onder de meldingsplicht van het Activiteitenbesluit en van rechtswege onder de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM). De Wet geurhinder is dan ook niet van toepassing op de veehouderij. Er wordt opgemerkt dat de “geurbepalingen” inhoudelijk hetzelfde zijn in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit. Normering geurbelasting In het Activiteitenbesluit/Wet geurhinder en veehouderij is onderscheid gemaakt tussen concentratiegebieden en niet-concentratiegebieden. De gemeente Brummen ligt in een concentratiegebied en de gemeente Rheden ligt niet in een concentratiegebied. Binnen de bebouwde kom in een niet-concentratiegebied (Rheden) geldt een norm van 2,0 OUE.
Binnen de bebouwde kom in een concentratiegebied (Brummen) geldt een norm van 3,0 OUE. Het Nederlands geurbeleid is een systeem dat is gebaseerd op ervaringen waardoor de normeringen arbitrair zijn. Beoordeling Kwekerij/tuincentrum Uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering, editie 2009” bedraagt de richtafstand 30 meter in een rustige woonwijk van een kwekerij/tuincentrum. De nieuwe woning wordt op 30 meter van de kwekerij/tuincentrum. Hierdoor wordt voldaan aan richtafstanden voor geur, stof, geluid en gevaar.
In een kwekerij kunnen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In het kader van de naastgelegen bestemming 'bedrijf' is een onderzoek uitgevoerd naar de eventuele belemmeringen voor deze bestemming en de voorgenomen ontwikkeling voor het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Uit dit onderzoek, uitgevoerd 17 augustus 2018, zie bijlage 4 van deze ruimtelijke toelichting, blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling en de reeds aanwezige bestemming 'bedrijf' geen belemmeringen onderling vormen. Echter dient rekening gehouden te worden met de genoemde maatregelen en voorwaarden uit dit onderzoek. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met de mogelijkheid dat het gebruik van de naastgelegen gronden, op het grondgebied van de gemeente Brummen, wordt gewijzigd naar 'teelt'. Daarbij moet bezien worden of deze wijziging binnen de planperiode voorzienbaar is. Indien deze wijziging zodanig onwaarschijnlijk is, behoeft de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan dat woningbouw mogelijk maakt, geen rekening te houden met spuitzones. De gronden 49 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
waar het tuincentrum was gevestigd zijn reeds in eigendom verworven door een ontwikkelaar en men is begonnen aan de concrete uitwerking van het woningbouwproject. In alle redelijkheid zijn op deze percelen geen wijzigingen van het gebruik richting teelt te verwachten. Trafohuisje Op het aangrenzende perceel ten noordwesten van het plangebied is een trafohuisje aanwezig. Er zijn geen wettelijk bepaalde afstanden tussen een woning en een trafohuisje. Wel dient het trafohuisje en de ondergrondse kabels in de beoogde situatie bereikbaar te blijven voor de netbeheerder. Restaurant/ B&B Ten noorden van het plangebied is een restaurant annex groepsaccommodatie annex Bed en Breakfast gelegen, genaamd 'Soeren Lounge'. Hiervan is een melding conform het toenmalige Besluit Horecabedrijven Hinderwet aanwezig, welke van rechtswege is overgegaan in een melding Activiteitenbesluit. Op grond van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering' is het betreffende bedrijf te rangschikken als restaurant en/of hotel, pension met keuken. Dit resulteert in de volgende afstandentabel. Gelet op de maximaal in acht te nemen afstand van 10,0 m kan zonder nader onderzoek worden vastgesteld dat hieraan wordt voldaan en er ten aanzien van dit bedrijf geen effecten te verwachten zijn. Deze afstand bedraagt ca. 45 m en voldoet derhalve.
Vleesvarkenshouderij Aan het Soerense Zand 19 t/m 23 in Eerbeek, op ca. 210 m afstand van het plangebied, is het Vleesvarkensbedrijf G.L. Veeneman gelegen. Het betreft een varkensmesterij. Voor deze vleesvarkenshouderij is een vergunning afgegeven voor het houden van 760 vleesvarkens met RAV-code D3.2.7.1.2 en 4 paarden met RAV-code K1.100. Het betreft een intensieve veehouderij. Het toetsen van een goed woon- en leefklimaat voor de beoogde woning berust op minimumafstanden en de aanwezigheid van maatgevende woningen tussen de beoogde woning en de varkensmesterij. Op grond van artikel 4 lid 1 Wgv mag de afstand tussen de rand van het dierenverblijf van het vleesvarkensbedrijf en de gevel van het te beschermen object, de beoogde woning (gevel tot gevel afstand), niet minder bedragen dan 100 m indien het te beschermen object binnen de bebouwde kom ligt. Deze afstand bedraagt ca. 220 m en voldoet derhalve. Op grond van artikel 5 lid 1 Wgv moet bovenstaande afstand, ongeacht eventueel gunstige uitkomsten van een geuronderzoek, altijd alsnog minimaal 50 m bedragen voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom. Deze afstand voldoet derhalve. 50 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Er is geen gemeentelijke geurverordening vastgesteld waardoor de eerder beschreven geurnormen lager dan wel hoger kunnen uitvallen. Aangezien de beoogde woning op ruime afstand van het vleesvarkensbedrijf wordt gerealiseerd kan deze voldoen aan de gestelde geurnormen. Omgekeerde werking In het kader van de vraag of de ontwikkeling een belemmering vormt voor het vleesvarkensbedrijf, de zogenaamde omgekeerde werking, moet de afstand tussen het te beschermen object en de rand van het bouwvlak worden gemeten en eveneens minimaal 100 m bedragen binnen de bebouwde kom. Deze afstand bedraagt ca. 210 m en voldoet derhalve. Aangezien er al meerdere woonbestemmingen tussen de veehouderij en het plangebied liggen, vormen deze reeds een belemmering voor eventuele uitbreidingsplannen van de veehouderij. De woningen aan o.a. het Soerense Zand Zuid 15, 25 en 27(a) zijn maatgevend voor de ontwikkeling in geurproductie omdat dit woonbestemmingen betreffen welke veel dichterbij het veehouderijbedrijf liggen, waardoor de veehouder door deze woonhuizen bij een eventuele uitbreiding eerder belemmerd zal worden dan door de beoogde ontwikkeling.
Andere belemmeringen voor de uitbreidingsmogelijkheden van het vleesvarkensbedrijf zijn het feit dat er geen ruimte op het bouwvlak aanwezig is in de richting van de beoogde woning en dat het bedrijf direct tegenover Natura 2000-gebied is gelegen, waardoor het niet in ammoniakproductie kan groeien. Daarbij is volgens artikel 3, tweede subartikel, lid 13 sub a en b van het vigerende bestemmingsplan uitbreiding van intensieve veehouderijbedrijven verboden, tenzij dit vanuit dierenwelzijn nodig is. Hiermee is vergroting de facto vrijwel uitgesloten. Er kan derhalve worden uitgegaan van de feitelijke vergunde situatie in plaats van de planologisch maximale situatie. Conclusie Er wordt voldaan aan de vereiste afstandscriteria wat betreft het restaurant annex groepsaccommodatie en de vleesvarkenshouderij. Aangezien het bedrijfsgrond van de kwekerij zal worden gebruikt voor een woningbouwproject is er geen sprake meer van teelt op de aangrenzende percelen. Er kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat. Het aspect milieuzonering inclusief geur vormt om die redenen geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
4.13 Milieueffect rapportage Kader De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1.
In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan 51
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2.
In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.
Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: 'D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van een nieuwbouwwoning. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r.
als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op enige afstand van gebieden die wel als Natura 2000-gebied zijn aangewezen (ca. 125 meter van de Veluwe). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk die effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. 52 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en het toepassen van extern salderen via SSRS zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1.
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.-beoordeling noodzakelijk;
2.
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1.
Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken;
2.
Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn;
3.
Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben;
4.
Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing)
a.
de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen
b.
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.
Beoordeling 1.
Fysieke kenmerken van het plan/project Het plan heeft betrekking op de realisatie van een nieuwbouwwoning. De locatie bestaat momenteel uit een grasveld.
2.
Plaats van het project Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu al in gebruik is als woongebied en 53
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
gaat gebruikt worden als woongebied. In het kader van de aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, zie bijlage 13, is in voldoende mate inzicht verkregen in de milieugevolgen van het woningbouwplan op de kavel achter Eerbeekseweg 8 in Laag-Soeren. Conclusie Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het project en zijn directe omgeving. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-(beoordelings)procedure voor dit project.
54 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten
5.1
Algemeen Een bestemmingsplan is een juridisch instrument waarbij de bouw- en gebruiksmogelijkheden van de grond en de opstallen zijn vastgelegd. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf en overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie. De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn.
5.2
Procedure bestemmingsplan De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
5.3
Verbeelding en regels De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden. 55
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
5.3.1 Verbeelding Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder 5.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar Hoofdstuk 5.
5.3.2 Regels De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op de planregels. Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2). Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan.
Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden. De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht. Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel). Hierna worden de bestemmingen uit voorliggend bestemmingsplan toegelicht. 56 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Bestemming Wonen De bestemming Wonen is aan de te realiseren woning en bijbehorend erf toegekend. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor woningen, een beroep aan huis en overige voorzieningen. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak toegestaan. De bouwhoogte bedraagt hoogstens 7 meter. De goothoogte bedraagt hoogstens 3 meter. Daarnaast zijn regelingen voor bijgebouwen en overkappingen en overige bouwwerken opgenomen. Bijgebouwen zijn uitsluitend toegestaan buiten het bouwvlak binnen de bestemming Wonen. Bestemming Tuin Deze bestemming is gegeven aan de niet openbare voortuin. De gronden zijn bestemd voor tuinen, waterhuishoudkundige voorzieningen, parkeervoorzieningen, andere bijbehorende voorzieningen en de ontsluiting van de direct aangrenzende percelen. Bestemming Waarde – Archeologie 2 Deze bestemmingen zijn overgenomen uit het ontwerp 'Bestemmingsplan Archeologie' (gebaseerd op de Archeologische beleidskaart gemeente Rheden uit 2012) en zijn afgestemd op de mate waarin vondsten verwacht kunnen worden. Gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie 2' betreffen gebieden met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.
5.4
Reikwijdte bestemmingsplan Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
5.5
Handhaving Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is. 57
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
58 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid
Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a.
het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, e n
b.
het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, e n
c.
het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of
d.
één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: 1.
het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of
2.
er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of
3.
de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen.
De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt. Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld. Beoordeling Het perceel is geen eigendom van de gemeente en de particuliere eigenaar draagt de kosten van het bouwplan, eventuele gemeentelijke maatregelen op het perceel of in het openbaar gebied. De eigenaar vrijwaart de gemeente van planschade. Dit alles is vastgelegd in een anterieure overeenkomst met de eigenaar van het perceel. Daarmee is het verhaal van kosten voldoende verzekerd en behoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld. Realisatie binnen de planperiode door de eigenaar is reëel. Conclusie Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.
59 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
60 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1
Inspraak Kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Beoordeling Gezien de aard van onderhavig bestemmingsplan waarbij de bestaande mogelijkheden uitgangspunt zijn, de nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk zijn en o.a. de wijzigingen in de standaardplanmethodiek in de fase van voorbereiding van het bestemmingsplan bekend zijn gemaakt en ter inzage hebben gelegen, bestaat geen aanleiding om onverplicht inspraak te geven. Conclusie Volstaan is met de wettelijke procedure zoals opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening.
7.2
Vooroverleg Kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Van de kant van de provincie Gelderland en het rijk is bericht in welke gevallen zij vooroverleg nodig vinden. Beoordeling In het kader van het vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening heeft overleg plaatsgevonden met de volgende instanties: a.
Waterschap Vallei en Veluwe
b.
Liander N.V.
c.
VGGM
d.
Gemeente Brummen
De resultaten van het vooroverleg zijn hieronder samengevat weergegeven. Daarbij is tevens de gemeentelijke reactie hierop weergegeven.
61 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
ad a. Waterschap Vallei en Veluwe: Geen opmerkingen Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat het waterschap akkoord gaat met het voorgelegde plan. ad b. Liander N.V.: Door het plangebied lopen 0.4 kV en 10 kV kabels van Liander. Zie ter verduidelijking onderstaand kaartje (afbeelding 7.1). Met onderhavig plan wordt mogelijk om op het gehele achtererf bijgebouwen te plaatsen, ook op het stuk waar deze kabels liggen. Naast de bereikbaarheid van het trafohuisje zelf, is het ook belangrijk dat de kabels in de grond bereikbaar blijven voor Liander, ivm eventuele storing. De mogelijkheid om gebouwen hierop te plaatsen is dus onwenselijk. Graag zien we dat aangepast in het plan. Als na aanpassing geen bebouwing op de kabels kan komen, zijn wij akkoord namens Liander.
Afbeelding 7.1: Locatie van de ondergrondse kaels in het plangebied
Reactie gemeente De verbeelding is aangepast naar aanleiding van de opmerking van Liander. De aanduiding 'bijgebouwen' is verwijderd op de locatie waar de kabels zich bevinden. Geconcludeerd kan worden dat Liander N.V. akkoord gaat met het aangepaste plan. ad c. VGGM Zie bijlage 5. Reactie gemeente Geconcludeerd kan worden dat de veiligheidsregio Gelderland-Midden akkoord gaat met het voorgelegde plan. ad d. Gemeente Brummen Gemeente Brummen gaat akkoord met de ter inzage legging van het ontwerp bestemmingsplan. Reactie gemeente Rheden Geconcludeerd kan worden dat gemeente Brummen akkoord gaat met het voorgelegde plan. 62 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Conclusie Op basis van het de resultaten van het vooroverleg kan het ontwerpbestemmingsplan ter visie worden gelegd.
7.3
Zienswijzen
Kader Het Besluit ruimtelijke ordening voorziet erin dat, voordat de formele procedure wordt gestart met de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, wordt kennis gegeven van het voornemen om een bestemmingsplan te vervaardigen. De vooraankondiging is op 29 september 2021 geplaatst in de Regiobode, een huis-aanhuisblad. En is daarnaast gepubliceerd in het elektronische Gemeenteblad op de website www.overheid.nl. Deze website is ook bereikbaar via een link op de gemeentelijke website. De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met het ontwerpbesluit is ingevolge de Wet ruimtelijke ordening op woensdag 1 juni 2022 bekend gemaakt in de Regiobode en in het elektronische Gemeenteblad. Op de gemeentelijke website is voor de in procedure zijnde bestemmingsplannen een link geplaatst die doorleidt naar de officiële bekendmakingen op de website www.overheid.nl. Gedurende de termijn van terinzagelegging van donderdag 2 juni 2022 tot en met woensdag 13 juli 2022 heeft een ieder de mogelijkheid gehad zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen. In deze periode was het bestemmingsplan met het ontwerpbesluit via www.ruimtelijkeplannen.nl digitaal te raadplegen. De analoge versie lag ter inzage in het gemeentehuis. Beoordeling Er zijn geen zienswijzen naar voren gebracht.
63 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1
Verkennend bodem- en asbestonderzoek
Bijlage 2
Quickscan Wet natuurbescherming
Bijlage 3
Watertoets
Bijlage 4
Rapportage inzake ruimtelijke acceptabele afstanden
Bijlage 5
Adviesbrief externe veiligheid
Bijlage 6
Onderzoek Stikstofdepositie AERIUS
Bijlage 7
AERIUS berekening gebruiksfase
Bijlage 8
Natuurtoets
Bijlage 9 gebieden
Vergunningaanvraag Wet Natuurbescherming Natura 2000
Bijlage 10
Verleende vergunning i.h.k.v. de Wet Natuurbescherming
Bijlage 11
AERIUS gebruiksfase behorende bij Wnb vergunning 1
Bijlage 12
AERIUS gebruiksfase behorende bij Wnb vergunning 2
Bijlage 13
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
Bijlage 14
Akoestisch onderzoek
64 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Velp | Rheden | De Steeg | Ellecom | Dieren Spankeren | Laag-Soeren | Landelijk gebied
Gemeentehuis Hoofdstraat 3 | 6994 AB De Steeg | postbus 9110 | 6994 ZJ De Steeg T 026 4976911 | F 026 4976518 | E gemeente@rheden.nl | www.rheden.nl
gemeente Rheden
Bijlagen Bij Toelichting
Velp
Rheden
De Steeg
Ellecom
Dieren
Spankeren
Laag-Soeren
Landelijk gebied
Bestemmingsplan
Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8
1 Laag Soeren, Eerbeekseweg nabij nummer 8 (vastgesteld)
Bouwbedrijf AE Mandersloot
Verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de Eerbeekseweg 8 te Laag Soeren Projectnummer: 190905/sh/am Datum: 4 december 2019
Opdrachtgever Bouwbedrijf AE Mandersloot Hooge hoek 32 3927 GG Renswoude Hunneman Milieu-Advies Raalte BV Postbus 253 8100 AG RAALTE Tel: 0572-360998 E-mail: info@hunneman-milieu.nl
BRL-SIKB 2000
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING............................................................................................................................. 1
2
VOORONDERZOEK ............................................................................................................ 2
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 3
VELD- EN LABORATORIUM ONDERZOEK .................................................................. 6
3.1 3.2 3.3 3.4 4
ONDERZOEKSAANLEIDING ................................................................................... 2 ACHTERGRONDINFORMATIE................................................................................. 2 HISTORISCHE INFORMATIE ................................................................................... 3 BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE ................................................................. 3 HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE ............................................................. 3 BETROUWBAARHEID ONDERZOEK ........................................................................ 5 VELDONDERZOEK ................................................................................................. 6 LABORATORIUM ONDERZOEK .............................................................................. 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN NEN-PARAMETERS................... 7 TOETSINGSCRITERIA EN ANALYSERESULTATEN ASBEST ..................................... 9
INTERPRETATIE ONDERZOEKSRESULTATEN ....................................................... 10
4.1 4.2 4.3
ASBESTONDERZOEK ........................................................................................... 10 VASTE BODEM EN GRONDWATER ....................................................................... 10 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................... 10
BIJLAGEN: 1 2 3 4 5
Topografisch en kadastraal overzicht Boorbeschrijvingen Toetsingstabellen en analyserapporten vaste bodem Toetsingskader Historische informatie
TEKENING: 1-1 Situatie met boringen en peilbuis
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
1
INLEIDING
In opdracht van Bouwbedrijf AE Mandersloot is in november 2019, door Hunneman MilieuAdvies Raalte BV, een een verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het bouwblok nabij de Eerbeekseweg 8 in Laag-Soeren. Voor een topografisch en kadastraal overzicht van de onderzoekslocatie en omgeving verwijzen wij naar bijlage 1. Aanleiding tot het verkennend bodemonderzoek is de bestemmingswijziging en voorgenomen nieuwbouw op de locatie. Het onderzoek heeft tot doel een actueel en betrouwbaar inzicht te geven in de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het veldwerk, de grond- en/of grondwaterbemonstering en het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd conform de geldende beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” BRL-SIKB 2000. Voor deze richtlijn is Hunneman Milieu-Advies Raalte BV in het bezit van een procescertificaat, welke is afgegeven door KIWA. Het procescertificaat van Hunneman Milieu-Advies Raalte BV (certificaatnummer K26828) en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek”. Hunneman MilieuAdvies Raalte BV is geen eigenaar van de te onderzoeken percelen en is onafhankelijk van de opdrachtgever en/of terreineigenaar. Het rapport is als volgt ingedeeld: • Vooronderzoek • Veld- en laboratorium onderzoek • Interpretatie onderzoeksresultaten
Verkennend-/nulsituatie bodemonderzoek, Eerbeekseweg 8 in Laag-Soeren
(hoofdstuk 2); (hoofdstuk 3); (hoofdstuk 4).
1
_______________________________________ Hunneman Milieu-Advies ______________
2
VOORONDERZOEK
In de NEN-5725-2017 zijn 7 aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. Tabel 1:
verschillende onderzoeksaspecten ONDERZOEKSASPECTEN
1. locatiegegevens
eigendomssituatie hoogteligging 2. bodemopbouw en bodemopbouw geohydrologie antropogene lagen in de bodem geohydrologie 3. verwachting t.a.v. de geval van ernstige bodemverontreiniging bodemkwaliteit kwaliteit o.b.v. BKK o.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken 4. gebruik/beïnvloeding van voormalig de locatie, verdachte huidig situatie, activiteiten, toekomst ongewoon voorval asbestverdacht 5. terreinverkenning voorafgaand aan de uitvoering
Aanleidingen tot vooronderzoek A
B
O
O
C
D
E
F
G
O O O
A. bodemonderzoek, par. 6.2.1; E. opstellen/ actualiseren bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.5; F. gebruik bodemkwaliteitskaart (Bbk), par. 6.2.6; B. nul‐ en eindsituatieonderzoek, par. 6.2.2; G. inschatten van arbeidshygiënische risico’s, par. 6.2.7. C. bodemkwaliteitsklasse (Bbk), par. 6.2.3; D. partijkeuring, par. 6.2.4; Verplicht onderzoeksaspect. Indien niet van toepassing, wordt dit vermeld en gemotiveerd O Optioneel