Beleidskader minima en financiële hulpverlening
Tekst van het document
Iedereen doet mee! Beleidskader minima en financiële hulpverlening 2026-2029
Voorwoord In Rheden willen we dat iedereen mee kan doen. Of je nu jong ben of ouder, werk of (tijdelijk) niet werkt, een hoog of een laag inkomen hebt: meedoen in onze samenleving is een recht. Maar dat meedoen lukt niet altijd vanzelf. Er zijn inwoners die moeite hebben om rond te komen, de energierekening te betalen of onverwachte kosten op te vangen. Soms stapelen zorgen zich op tot een punt waarop het dagelijks leven wordt beheerst door geldstress. Als wethouder zie ik wat dat met mensen doet. Ik zie ouders die alles op alles zetten om hun kinderen een onbezorgde jeugd te geven. Ik zie jongeren die kansen willen pakken, maar worden tegengehouden door schulden en ouderen die te laat hulp vragen omdat ze het liever “zelf willen oplossen”. Ook zie ik hoe hard onze vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en collega’s werken om die zorgen te verlichten. Toch wachten veel mensen lang met het vragen om hulp. Terwijl geldzorgen iedereen kan overkomen. Hoe langer mensen wachten, hoe meer de schulden zich opstapelen. Vaak komt de hulpvraag pas wanneer iemand al langere tijd achterstanden heeft. Daarom zorgen we ervoor dat hulp zo laagdrempelig mogelijk is, zodat iedereen tijdig hulp weet te vinden. Soms gebeurt er iets ingrijpends, soms loopt het leven gewoon anders dan gedacht. Wie je ook bent, je kunt in een situatie komen waarin je schulden krijgt.
Juist dan is het belangrijk om op tijd hulp te vragen.
“Dit beleidskader is onze belofte: dat we armoede en schulden niet als onvermijdelijk accepteren” We zetten stevig in op het voorkomen, op het vroeg herkennen van problemen, op het doorbreken van kinderarmoede en op het bieden van duidelijke, laagdrempelige hulp. We doen dat niet op afstand, maar samen met inwoners en partners in de wijk. Want uiteindelijk willen we dat iedereen zonder zorgen vooruit kan kijken. Samen maken we dat waar. Wethouder Gea Hofstede
.
2
Inhoudsopgave
1
INLEIDING
4
2
WAAR STAAN WIJ?
7
Minima | Financiele hulpverlening
3
LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN MINIMA- EN FINANCIËLE HULPVERLENING
9
Hervormingsagenda inkomensondersteuning | Participatiewet in balans | Basisdienstverlening
4
ONZE AANPAK 11 Preventie | Vroegsignalering | Voorkomen van Kinderarmoede | Schulden oplossen | Gebruik voorzieningen
&
BIJLAGEN 16
Colofon
3
Tekst:
Gemeente Rheden
Ontwerp:
bureau visuele vertalingen | www.bvv.nu
Vaststelling: December2025
1
Inleiding
De gemeente Rheden staat voor een samenleving waarin iedereen mee kan doen, ook inwoners met een laag inkomen of (problematische) schulden. Armoede en financiële zorgen hebben ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven van inwoners. Daarom blijft de gemeente zich inzetten voor passende ondersteuning aan inwoners die dit nodig hebben. Dit nieuwe beleidskader minima en financiële hulpverlening is in essentie een actualisatie van het vorige kader. De evaluatiebijlage 1 van het beleidskader 2021-2024 bevestigd de ingezette koers, zowel uit het koersdocument Samenleving als uit het vorige beleidskader. Sinds de vorige beleidsperiode zijn er maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen geweest die vragen om aanscherping en herijking van ons beleid, zonder de fundamenten los te laten. De vijf pijlers waarop het vorige beleidskader rustte: preventie, vroegsignalering, voorkomen van kinderarmoede, schulden oplossen en gebruik voorzieningen blijken in de praktijk nog steeds relevant en richtinggevend. Ook in dit vernieuwde beleidskader blijven deze pijlers het uitgangspunt voor ons handelen. DE VIJF PIJLERS
Preventie
Vroegsignalering
Voorkomen van kinderarmoede
Schulden oplossen
Gebruik voorzieningen
Met deze actualisatie beogen we de ondersteuning aan inwoners toekomstbestendig te maken. We zetten daarbij sterker in op vroegsignalering, samenwerking met (lokale) partners en het toegankelijker maken van onze voorzieningen. Zo zorgen we ervoor dat ons beleid en onze werkwijze blijven aansluiten bij de leefwereld van inwoners én bij de maatschappelijke opgaven van nu en van morgen.
VERBINDING KOERSDOCUMENT SAMEN LEVEN IN RHEDEN Het Koersdocument Samen Leven in Rheden vormt de paraplu voor het sociaal domein. In het koersdocument staat omschreven wat voor gemeente Rheden wil zijn in 2040. Vanuit het idee dat iedereen in de gemeente mee kan doen en fijn samenleeft, wordt er ingezet op vier opgaven. Eén daarvan is Bestaanszekerheid. De opgaven zijn integraal en staan ook onderling met elkaar in verbinding. Bestaanszekerheid is belangrijk om de rust en ruimte te vinden die nodig is om een bijdrage te kunnen leveren aan de samenleving en je te kunnen ontwikkelen.De opgave van Bestaanszekerheid is in het Koersdocument uiteengezet in vier ambities. In dit beleidskader gaan we dieper in op het minimabeleid en de financiële hulpverlening. We sluiten daarbij aan op ambitie 2 (voorkomen schulden) en 3 (inkomensregelingen) uit het koersdocument en leggen daar waar passend de verbinding met ambitie 1 (basisvaardigheden) en 4 (meedoen naar vermogen). Met de inzet op deze ambities dragen we ook bij aan de overige opgaven uit het koersdocument.
DE 4 AMBITIES VAN DE OPGAVE BESTAANSZEKERHEID
4
1
2
3
4
Alle inwoners beschikken over de basisvaardigheden
Wij voorkomen schulden bij jeugdigen en inwoners
Inwoners met een laag inkomen maken optimaal gebruik van inkomensregelingen
Alle inwoners met een bijstandsuitkering doen mee naar vermogen
2
Waar staan wij?
In dit hoofdstuk geven we inzicht in de aard en de omvang van de minima en de financiële problematiek binnen de gemeente Rheden. We bieden cijfermatig inzicht in de omvang van de problematiek en duiden deze problematiek met ervaringen en ontwikkelingen die we zien in de praktijk.
2.1 Minima CIJFERS
10,8%
VAN DE HUISHOUDENS IN DE GEMEENTE RHEDEN LEEFT VAN EEN INKOMEN TOT 120% VAN HET SOCIAAL MINIMUM
dat zijn 2.285 HUISHOUDENS = 4.078 INWONERS waarvan 3000 VOLWASSENEN 1.087 KINDEREN
Samenstelling van de huishoudens 57% alleenstaand 12% eenoudergezin 18% meerpersoons zonder kinderen 13% meerpersoons met kinderen 76% van deze huishoudens heeft langdurig een laag inkomen (3 jaar of langer) dat is 15% van alle Rhedense kinderen
HOE WORDT INKOMEN VERKREGEN?
13% inkomen uit arbeid
6% inkomen uit een eigen ondernneming
81% inkomen uit een vorm van uitkering, zoals: • participatiewet 35%, • AOW/Pensioen 32% • overige uitkeringen 14% denk aan WW / arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Resultaten Minima Effect Rapportage (MER) bijlage 2 De MER 2025 geeft inzicht in de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Rheden. Uit de berekeningen van het Nibud blijkt dat huishoudens in 2025 – bij volledig gebruik van landelijke en lokale inkomensondersteuning – in principe financieel rond kunnen komen, al blijven sommige groepen zeer kwetsbaar. Vooral alleenstaanden tot de AOW-leeftijd en paren tot de AOW-leeftijd met een zorgvraag hebben weinig bestedingsruimte. De rapportage benadrukt dat de aannames uitgaan van een ideaalbeeld: inwoners moeten alle regelingen benutten, goed met geld omgaan en geen onverwachte hoge kosten hebben, wat in de praktijk niet altijd haalbaar is. Vanaf 2026 nemen de financiële risico’s voor kwetsbare groepen toe door bezuinigingen op de minimavoorzieningen. Het Nibud doet in de MER een aantal aanbevelingen waaronder het verminderen van het niet-gebruik, omdat de gemeentelijke regelingen van groot belang blijven voor het kunnen rondkomen.
5
“Voor de inwoners die wij, vanuit team financiële hulpverlening spreken, is de MER vaak niet van toepassing. De inwoners die zich bij ons melden zijn niet de gemiddelde inwoners zoals omschreven in de MER.
We zien veel inwoners met een kwetsbaarheid ze hebben gezondheidsproblemen, waardoor ze niet kunnen werken, hebben langdurig een lager inkomen en geen mogelijkheid om dat op korte termijn te veranderen, er spelen zorgen in het gezin of de omgeving, of de woning is sterk verouderd en brengt meer financiële lasten met zich mee. Als op meer vlakken de situatie afwijkt van het gemiddelde, wordt de situatie van de inwoner financieel kwetsbaarder. Zelfs als we de schulden hebben weggenomen, neemt het besteedbaar inkomen niet toe. Ook na een schuldentraject zijn er blijvende geldzorgen.”
6
Gebruik van minimaregelingen Het gebruik van de minimaregelingen laat een vrij stabiel beeld zien. We verwachten de komende jaren dat het gebruik van de IIT afneemt doordat de voorwaarden voor deze regeling wijzigen. We verwachten vanuit de ombuigingen, zowel op de minimavoorzieningen als op andere vlakken zoals de Wmo, mogelijk een stijging van het gebruik van de bijzondere bijstand. De ombuigingen, zowel op de minimavoorzieningen als op andere vlakken zoals de Wmo, zullen zorgen voor een stijging in gebruik van de bijzondere bijstand. ONTWIKKELINGEN Gebruik regelingen
850
250
3000
750 650
Gebruik Gelrepas
3500
2000
aantal unieke inwoners
aantal unieke kinderen
200 150
totaal aantal pashouders
100
550 1000
450 350
Bereik Leergeld
2019
2020
2021
2022
2023
0
2024
50 2023
2024
2025
0
aantal unieke gezinnen 2023
2024
2025
2.2 Financiële hulpverlening HUISHOUDENS MET GEREGISTREERDE PROBLEMATISCHE SCHULDEN
8,7%
8,9%
GEMEENTE RHEDEN
LANDELIJK
PROFIEL AANVRAGER Schulden kunnen iedereen overkomen. Er is dan ook geen gemiddelde inwoner te omschrijven. Wel zien we een aantal ontwikkelingen in de hulpvragers en hun ondersteuningsbehoefte: 1. GGZ-PROBLEMATIEK We zien veel geestelijke gezondheidsproblemen bij de inwoners die we spreken. Het is daardoor moeilijk voortgang in onze trajecten te houden. Het is voor consulenten Financiële Hulpverlening moeilijker om een gesprek over de financiën te hebben. Andere onderwerpen zijn soms urgenter en staan een gesprek over financiën en het financiële gedrag dan in de weg. Om wel in verbinding met de inwoner te blijven, nemen we de tijd om naar ze te luisteren en een band op te bouwen, om vervolgens in onze gesprekken te komen tot het onderwerp financiën en wat daar allemaal geregeld moet worden. 7
2. ONDERNEMERS We zien een toenemend aantal inwoners in trajecten die een verleden hebben als ondernemer, in het bijzonder zzp’ers. Deze doelgroep heeft vaak een eigen beeld van hoe de oplossing eruitziet en denkt in de korte termijn. Soms is een stap naar het zzp’erschap een kortetermijnbeslissing. en zijn de nieuwe ondernemers niet goed op de hoogte van wat er allemaal bij komt kijken. Ook is er onlangs een wetswijziging geweest die het voor zzp’ers lastiger maakt om ingehuurd te worden. De komende periode is daarom nog steeds een toename van voormalige ondernemers en hun ingewikkelde situatie te verwachten.
3. JONGEREN Bij jongeren zien we ook dat er veel ggz-problematiek speelt. Daarnaast zien we dat omgaan met geld voor een grote groep jongeren moeilijk is. Via sociale media komen jongeren doorlopend in contact met ‘snel geld’. Bij jongeren en bij ouders met (jonge) kinderen zien we ook veel schulden terug vanuit kopen op afbetaling. Onze trajecten richten zich nu meer op bewustwording van de verleidingen. Dit vraagt bijvoorbeeld aanpassingen in het contact tussen ouders met hun kinderen en tussen jongeren onderling.
8 JAAR
verstrijkt er gemiddeld voordat mensen met betalingsachterstanden of schulden zich melden voor hulp
80 60
Recent onderzoek toont aan dat er gemiddeld bijna acht jaar verstrijkt voordat mensen met betalingsachterstanden of schulden zich melden voor hulp. Die eerste schuld wordt niet altijd direct gezien als probleem, maar is achteraf gezien wel de start. Ook binnen de gemeente Rheden zien we dat de eerste schuld vaak meer dan acht tot tien jaar voor het melden bij de gemeente al is ontstaan. Landelijk onderzoek toont aan dat in de helft van de gevallen de eerste schuld een betalingsachterstand is op de vaste lasten. Op hypotheekverstrekkers na doen vaste lastenpartners mee met vroegsignalering en zullen inwoners vanuit die hoek een hulpaanbod krijgen.
AANMELDINGEN FINANCIËLE HULPVERLENING
40 20 0 2023
80
2024
2025
SIGNALEN VROEGSIGNALERING
60 40 20 0 2023
2024
2025
Inwoners die zich melden bij team financiële hulpverlening hebben veel verschillende vragen en worden ook met verschillende oplossingen verder geholpen. Het aantal inwoners dat zich meldt voor financiële hulpverlening neemt nog altijd toe. Ons doel is een duurzame financiële oplossing voor onze inwoners, daarvoor zijn soms verschillende stappen nodig in het proces. We zien bij vroegsignalering een stijging in het aantal meldingen na een sterke daling in de coronaperiode. We zien dat vanaf half 2024 het aantal meldingen vroegsignalering weer stabiliseert. Het aantal vaste lasten partners dat signalen van betalingsachterstanden doorgeeft blijft doorlopend uitbreiden.
“ Schulden en de problematiek rondom schulden zijn complex. Het bespreken van de problematiek met de inwoner vereist nogal wat reflectievermogen; het is niet altijd fijn om geconfronteerd te worden met al die problemen. We passen motiverende gespreksvoering toe om inwoners zover te krijgen dat zij zelf de problemen onder ogen zien en daaraan gaan werken. Niet iedereen is al zover om deze confronterende kant van de oplossing onder ogen te zien. Voor ons hulptraject is het wel essentieel dat dit gebeurt. Het kan voorkomen dat een inwoner hier nog niet klaar voor is en we het traject niet direct tot een goed eind kunnen brengen. Onze drempel voor aanmelden is heel laag. Daardoor zien we inwoners die uit zijn gevallen vaak op een later moment met meer bereidheid en motivatie alsnog terugkomen.” 8
Landelijke ontwikkelingen minima en financiële hulpverlening
3
Het gemeentelijk beleid op het gebied van minima en financiële hulpverlening wordt beïnvloed door een aantal landelijke ontwikkelingen. Deze ontwikkelingen hebben direct gevolgen voor de wijze waarop wij onze taken uitvoeren, de toegankelijkheid van onze dienstverlening en de kwaliteit van de ondersteuning die wij inwoners bieden. We anticiperen op de onderstaande ontwikkelingen in de uitwerking van de pijlers in hoofdstuk 4. Hieronder worden de belangrijkste landelijke ontwikkelingen beschreven.
DE 3 BELANGRIJKSTE LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN
1
1
2
3
HERVORMINGSAGENDA INKOMENSONDERSTEUNING
PARTICIPATIEWET IN BALANS
BASISDIENSTVERLENING
HERVORMINGSAGENDA INKOMENSONDERSTEUNING
Het Rijk zet in op een toekomstbestendig en eenvoudiger stelsel van inkomensondersteuning. De agenda voor inkomensondersteuning bevat maatregelen die direct invloed hebben op het gemeentelijk minimabeleid en de uitvoering van inkomensondersteunende voorzieningen. Deze ontwikkeling sluit direct aan bij de volgende pijlers uit dit beleidskader: •
Pijler 1
preventie toevoegen
•
Pijler 3
voorkomen kinderarmoede
•
Pijler 5
gebruik voorzieningen
Kernmaatregelen • Wetsvoorstel Proactieve Dienstverlening Met dit wetsvoorstel worden UWV, SVB en gemeenten in staat gesteld inwoners actief te benaderen over regelingen waar zij recht op hebben. Ook wordt de mogelijkheid geboden om inwoners direct te ondersteunen bij het indienen van aanvragen. Hiermee wordt het niet-gebruik van voorzieningen tegengegaan. • Afstemming van regelingen Er vindt onderzoek plaats naar groepen waarbij regelingen elkaar onbedoeld tegenwerken, zoals de alleenverdienersproblematiek. Het doel is belemmeringen te identificeren en weg te nemen. • Eenvoudiger en effectiever armoedebeleid Het Rijk en gemeenten werken gezamenlijk aan een uniformer en doelmatiger armoedebeleid, met bijzondere aandacht voor werkenden en het verminderen van verschillen tussen gemeenten. • Stimuleren van arbeidsparticipatie De agenda inkomensondersteuning benadrukt dat werken moet lonen, ook bij een gedeeltelijke uitstroom uit een uitkering of uitbreiding van werkuren. In iedere arbeidsmarktregio wordt een Werkcentrum ingericht om de stap naar werk te faciliteren. Dit draagt bij aan een stabiel inkomen voor onze inwoners. • Vereenvoudiging sociale zekerheid Maatregelen zoals de vereenvoudiging van de WIA en een wetsvoorstel dat voorkomt dat onbedoelde vergissingen direct tot boetes leiden, dragen bij aan een toegankelijker en menselijker stelsel. 9
2
PARTICIPATIEWET IN BALANS
De herziening van de Participatiewet richt zich op het versterken van de menselijke maat, het herstellen van vertrouwen in de overheid en het vereenvoudigen van regels. Deze uitgangspunten hebben direct invloed op het gemeentelijk minimabeleid en de uitvoering van inkomensondersteuning. De ontwikkelingen vanuit de Participatiewet in balans passen onder de pijlers zoals benoemd in dit beleidskader. Deze ontwikkeling sluit direct aan bij de volgende pijlers uit dit beleidskader: •
pijler 1
preventie, waarbij stabiele inkomsten een randvoorwaarde zijn en schulden zoveel als mogelijk worden voorkomen.
•
pijler 5
gebruik voorzieningen, waarbij gebruik maken waar je recht op hebt centraal staat en waaraan vereenvoudiging kan bijdragen
Kernmaatregelen • Vergroten van rechtszekerheid Uitkeringsgerechtigden krijgen meer zekerheid over hun rechten, terwijl professionals meer ruimte krijgen om maatwerk te leveren. • De wijzigingen omvatten onder andere: • Vereenvoudiging van aanvraagprocedures • Ruimere mogelijkheden bij vaststelling van het recht op bijstand, zoals toekenning met terugwerkende kracht en soepelere regels voor het ontvangen van giften • Vergroting van inkomensstabiliteit door verruiming van bijverdiengrenzen • Meer ruimte voor begeleiding, participatie en re-integratie • Mogelijkheden voor het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand (zoals ook is gebeurd voor de energietoeslag) 3
BASISDIENSTVERLENING
Het Kabinet, de VNG, de NVVK en Divosa hebben in maart 2024 hun handtekening gezet onder een gezamenlijk plan om de schuldhulpverlening in Nederland verder te versterken. Het plan ‘Basisdienstverlening Schuldhulpverlening’ leidt tot een hulpaanbod dat toegankelijker is en in iedere gemeente bestaat uit dezelfde (minimale) elementen Het doel is dat alle schuldhulpverleningsorganisaties en gemeenten de basisdienstverlening schuldhulpverlening, die verschillende elementen omvat, invoeren. Een groot deel van de elementen uit de basisdienstverlening staat al in de gemeente Rheden. Er zijn enkele elementen die lokaal nog worden geïmplementeerd, daar wordt op dit moment al aan gewerkt. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met inzet van andere IT-systemen. Enkele elementen moeten landelijk worden doorontwikkeld voordat deze lokaal geïmplementeerd kunnen worden. De inzet op de basisdienstverlening sluit direct aan op de volgende pijler uit dit beleidskader: •
pijler 4: het oplossen van schulden, Maar heeft ook raakvlakken met de volgende pijlers:
•
pijler 1: preventie
•
pijler 2: vroegsignalering.
Kernmaatregelen • Landelijke minimumnormen voor gemeentelijke schuldhulpverlening • Verbeterde gegevensdeling tussen ketenpartners • Toegankelijke hulp vanaf het eerste contactmoment • Actieve benadering van inwoners die mogelijk hulp nodig hebben • Trajecten gericht op zowel herstel als behoud van financiële fitheid 10
4
Onze aanpak
We staan voor de uitdaging om inwoners van Rheden te ondersteunen in een tijd waarin financiële druk, onzekerheid op de arbeidsmarkt, stijgende woon- en energielasten en snelle digitalisering elkaar versterken. Onze aanpak blijft rusten op dezelfde vijf pijlers. DE VIJF PIJLERS
Preventie
Vroegsignalering
Voorkomen van kinderarmoede
Schulden oplossen
Gebruik voorzieningen
Op basis van de evaluatie gaan we door met de inzet vanuit het vorige beleidskader. Met het Koersdocument als uitgangspunt brengen we focus aan in onze inzet en acties, onder andere door ons meer te richten op specifieke doelgroepen of gebieden. Deze focus is terug te vinden in onze aanpak zoals hieronder beschreven en zal terugkomen in het uitvoeringsplan volgend uit het Koersdocument.
PREVENTIE Onze inwoners zijn in staat om (met hulp) hun financiële situatie op orde te houden door stabiele inkomsten en overzicht op de administratie Indicator: inwoners met geregistreerde problematische schulden
In een tijd waarin de kosten van levensonderhoud blijven stijgen en inkomens niet voor iedereen in dezelfde mate meebewegen, willen wij voorkomen dat inwoners in financiële problemen terechtkomen. Wij geloven dat voorkomen beter is dan genezen.
11
•
We richten ons op het versterken van de financiële veerkracht van onze inwoners. Dat doen we door hen te ondersteunen bij het ontwikkelen van basisvaardigheden zoals omgaan met geld, het ontwikkelen van digitale vaardigheden en het begrijpen van brieven en formulieren. Scholen, werkgevers en maatschappelijke organisaties spelen hierin een belangrijke rol: samen bieden we financiële educatie en praktische hulpmiddelen. We zetten in op het gebruik van de regelingen waar inwoners recht op hebben, om met de juiste ondersteuning de begroting rond te krijgen.
•
We breiden onze samenwerkingspartners verder uit om aan te sluiten bij actualiteiten en life-events. We willen inwoners zo in beeld krijgen voordat er (problematische) geldzorgen zijn. Hierbij kan gedacht worden aan hypotheekverstrekkers en notarissen.
•
Voor wie het (nog) niet lukt om zelfstandig overzicht te houden, blijven laagdrempelige vormen van ondersteuning beschikbaar, zoals het Taalhuis, Formulierenhulp, Thuisadministratie en Schuldhulpmaatje.
“De bestaanszekerheid blijft knellen. Ook als hulpverleners weten we soms niet waar we het moeten zoeken om ervoor te zorgen dat alle lasten worden betaald en er genoeg overblijft om van te leven. Het is mooi dat we werken aan verduurzaming en zo de energielasten verlagen, maar zelfs een kleine investering is voor een inwoner teveel gevraagd. De eerste huurverhoging als gevolg van zonnepanelen is al niet op te brengen, terwijl de verlaging van de energierekening vaak nog op zich laat wachten.”
VROEGSIGNALERING Inwoners ontvangen bij de eerste betalingsachterstanden op vaste lasten een hulpaanbod Indicator: tijd tussen eerste schuld en start schuldhulptraject
Recent landelijk onderzoek laat zien dat inwoners zich pas acht jaar na het ontstaan van de eerste betalings-achterstand melden. Lokaal zien we dat er vaak zelfs meer dan tien jaar verstrijkt voordat hulp wordt gezocht. Schulden zijn dan vaak al opgelopen. We willen vooral de tijd verkorten tot het moment dat inwoners hulp zoeken. •
Het directe effect van vroegsignalering is beperkt. Naar aanleiding van de eerste brief of het eerste contact aan de deur wordt vaak niet direct hulp geaccepteerd. We planten met dit eerste contact een zaadje. Inwoners weten ons op een later moment wel te vinden. We continueren onze inzet op vroegsignalering in de huidige vorm.
•
Naast vroegsignalering zoals bedoeld in de wet zetten we in op intensievere samenwerking met de woningcorporatie. Op het moment dat de schulden oplopen en de urgentie toeneemt zullen we inwoners nogmaals actief hulp aanbieden.
•
We werken aan een breed bewustzijn van geldzorgen. Signalering gebeurt ook door geldzorgen bespreekbaar te maken wanneer inwoners voor andere zorgen in beeld komen, bij ons én onze samenwerkingspartners. Denk hierbij aan onze consulenten vanuit jeugd, maar ook aan docenten en huisartsen.
“ Schulden zijn zelden het enige probleem. In de meeste gevallen zijn schulden het gevolg van een ander probleem en andersom leiden schulden ook weer tot veel nieuwe problemen. Het blijft moeilijk om het gesprek over geldzorgen aan te gaan, maar het is wel belangrijk dat het wordt gesignaleerd – ongeacht de hulpvraag waarmee iemand binnen komt”
12
VOORKOMEN VAN KINDERARMOEDE kinderen uit gezinnen met een laag inkomen kunnen meedoen Indicator: gebruik voorzieningen kindpakket
Ieder kind verdient gelijke kansen om zich te ontwikkelen, ongeacht de financiële situatie thuis. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ambieert om het aantal kinderen dat in armoede opgroeit landelijk te laten dalen van 8,1% in 2019 tot 4,6% in 2030. We dragen met onze inzet bij aan de landelijke ontwikkelingen gericht op het verbeteren van het gebruik van alle vormen van inkomensondersteuning. •
Wij blijven kinderen een zo groot mogelijke kans bieden om mee te doen met behulp van het Kindpakket en de Gelrepas. Daarmee vergroten wij kansen voor kinderen en verkleinen we de kans dat ook hun kinderen in een situatie van tekort opgroeien (doorbreken van generatie-armoede).
•
We werken intensief samen met ketenpartners en de regio om kinderen en het gezin om hen heen zo efficient en effectief mogelijk te ondersteunen. We werken toe naar een armoedepact waarbij gezinnen één ingang hebben tot een breder scala aan minimaregelingen en fondsen. Zodat niet steeds opnieuw het verhaal vertelt hoeft te worden en gegeven moeten worden gedeeld.
“Ondanks alle steun merken we dat kinderen toch uitvallen bij de zwemles. De inzet van de GelrePas is niet altijd genoeg. We ondersteunen inwoners met een aanvullende aanvraag bij bijvoorbeeld het Jeugdfonds. Het is zonde als zwemlessen niet worden afgemaakt of er een paar maanden tussen de lessen zit vanwege geldzorgen”.
SCHULDEN OPLOSSEN inwoners worden ondersteund naar een schuldenvrije toekomst Indicator: het aantal succesvol afgeronde trajecten financiële hulpverlening
Ondanks onze inzet op preventie en vroegsignalering, zullen er altijd inwoners zijn die te maken krijgen met problematische schulden. Voor hen is het belangrijk dat er snel een passende oplossing komt. •
13
We zien de complexiteit van de problemen van de inwoners die zich melden toenemen. We spreken steeds meer inwoners met psychische- en verslavingsproblematiek. Ook zien we een jongere doelgroep binnen komen met een achtergrond als zzp’er. Beide groepen vragen een andere aanpak in de gesprekken en het hulptraject. Wij zetten in op schuldregelingen die rust en duidelijkheid brengen, waar passend middels een saneringskrediet.
•
Vanuit schuldhulpverlening en budgetbeheer ondersteunen we de inwoner tijdens het traject en bieden we begeleiding naar een duurzame schuldenvrije toekomst. We zetten in op het goede gesprek en signaleren problematiek die een schuldenvrije toekomst in de weg staat. We werken aan de betrokkenheid van de inwoner bij het traject. Door aanpassingen in ons systeem krijgen inwoners meer inzicht in het eigen traject en in zijn of haar eigen financiën.
•
We zien dat bij veel inwoners de begroting nog altijd zwaar onder druk staat. Binnen onze mogelijkheden ondersteunen we inwoners met het toewerken naar een evenwichtige begroting. We coachen de inwoner om na de schuldregeling weer met vertrouwen zelfstandig verder te kunnen. Waar kan werken we hierin ook samen met onze ketenpartners.
“In onze gesprekken hebben we oog voor het dagelijks leven van inwoners en leggen daarin de link naar financiële beslissingen en mogelijkheden. We zijn de afgelopen jaren steeds meer gaan samenwerken met de inwoner, in plaats van alleen dienstverlenend te werken. Daarmee hebben de inwoners in onze trajecten een actievere rol in hun eigen oplossing gekregen”.
“We gaan samen met de inwoner aan de slag in plaats van voor hen. We voeren andere gesprekken, zetten andere hulpmiddelen in en zetten inwoners actief aan het denken. We laten ze zo zelf ontdekken waar de oplossing zit. Daarmee hopen we een duurzaam effect te bereiken. Met deze zorgvuldigheid duren onze trajecten wel wat langer, maar we verwachten hiermee ook te bereiken dat onze trajecten echt een eenmalige ingreep hoeven te zijn”.
14
GEBRUIK VOORZIENINGEN Inwoners hebben makkelijk en snel toegang tot de voorzieningen en dienstverlening waar zij recht op hebben en maken hier gebruik vann de ondersteuning waar zij recht op hebben Indicator: gebruik minimavoorzieningen, meldingen financiële hulpverlening
De verschillende minimaregelingen in gemeente Rheden worden relatief goed gebruikt. Alsnog geldt dat een grote groep inwoners nog geen gebruik maakt van de regelingen en ondersteuning waar zij recht op hebben. We weten dat het gebruik van zowel de lokale als de landelijke regelingen voor veel inwoners een voorwaarde is om rond te komen, zoals ook te zien is in de MER. •
We sluiten aan op de landelijke ontwikkelingen rondom proactieve dienstverlening. We verwachten dat deze landelijke wijzigingen ons de mogelijkheid gaan geven inwoners actiever en gerichter te informeren. Met name inwoners met een laag inkomen uit werk, ouderen en jongeren maken nog niet optimaal gebruik van waar zij recht op hebben.
•
We werken in de breedte samen om het bereik van onze regelingen en ondersteuning te vergroten. Lokaal door de integraliteit van ons werken te versterken, intern en met partners. Het signaleren en bespreekbaar maken van geldzorgen is een taak voor iedereen die met inwoners spreekt.
•
We werken regionaal aan het uniformeren en efficiënter inrichten van onze (regionale) minimavoorzieningen.
“We merken bij een groeiend aantal aanmeldingen dat er in de gemeente over onze hulpverlening wordt gesproken. Veel vaker ontvangen we een aanmelding wanneer de inwoner van iemand uit zijn of haar omgeving over een positieve ervaring heeft gehoord. Daar zijn we blij mee, want daarmee zien we dat onze veranderde koers goed aansluit bij de verwachting van de inwoners en dat zij zelfs zo positief zijn, dat zij over een onderwerp waar nog altijd een taboe op rust, in gesprek gaan met hun omgeving”. 15
Bijlage 1:
Evaluatie beleidskader 2021-2024 Bijlage 2:
Minima Effect Rapportage 2025 .
16