Anticiperen op de wet zorg voor jeugd eindrapport (21.75)
Tekst van het document
Hoofdrapport
Onderzoek van de Rekenkamercommissie Rheden Versie: Eindrapport Datum: 2 november 2021
Inhoud
1
2
Inleiding ...................................................................................................................... 3 1.1
Doelstelling ............................................................................................................ 4
1.2
Onderzoeksvragen ................................................................................................... 4
1.3
Aard en vorm van het onderzoek ............................................................................... 4
1.4
Het normenkader .................................................................................................... 5
1.5
Leeswijzer .............................................................................................................. 5
De deelvragen beantwoord ............................................................................................. 6 2.1
Hoofdlijnen van het wetsvoorstel Zorg voor Jeugdigen .................................................. 6
2.2
Implicaties voor de gemeente Rheden ........................................................................ 6
2.2.1
Verplichte Regiovisie als onderdeel van het gemeentelijk beleidsplan Jeugd ............... 7
2.2.2
Verplichte (boven)regionale inkoop en verantwoording ............................................ 8
2.3
3
Hoe kan de gemeenteraad hierop anticiperen?............................................................. 8
2.3.1
Rol gemeenteraad bij visievorming ....................................................................... 9
2.3.2
Regionale inkoop van zorg ................................................................................ 11
2.3.3
Mogelijkheden gemeenteraad om te anticiperen op het conceptwetsvoorstel ............ 11
Conclusies en aanbevelingen ........................................................................................ 15 3.1
Conclusies ............................................................................................................ 15
3.2
Aanbevelingen ...................................................................................................... 15
4
Reactie van het college van B & W ................................................................................ 17
5
Nawoord rekenkamercommissie .................................................................................... 20
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
1 Inleiding Naar aanleiding van evaluaties, vijf jaar na invoering van de Jeugdwet, constateert het kabinet dat aanpassingen van het jeugdstelsel nodig zijn om te kunnen borgen dat weinig voorkomende, specialistische zorg voor jeugdigen snel kan worden ingezet en beschikbaar blijft. Zorg die door zorgaanbieders op regionale en bovenregionale schaal wordt aangeboden. Daarvoor is het volgens het kabinet noodzakelijk dat gemeenten samenwerken en hun gezamenlijk opdrachtgeverschap versterken voor de organisatie van de specialistische jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering (zorg voor jeugdigen). Hiertoe is het conceptwetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen1 opgesteld, die delen van de Jeugdwet wijzigt. Het is niet zeker wanneer het conceptwetsvoorstel bij de Kamer wordt ingediend. Het kabinet wil dat de wetswijziging begin 2023 in werking treedt. Het kabinet beoogt met dit wetsvoorstel dat: 1. Gemeenten hun opdrachtgeverschap voor de organisatie van de specialistische jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering verstevigen door regionale samenwerking; 2. Gemeenten de toegang tot jeugdhulp versterken2; 3. Jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen hun opdrachtnemer- en werkgeverschap en goed bestuur versterken; 4. Het inzicht en toezicht op zorg voor jeugdigen wordt versterkt.
Tijdens de inspraakperiode zijn veel bezwaren tegen het wetsvoorstel ingediend; ook door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Wat de VNG wel onderschrijft is de noodzaak van een duurzame, niet vrijblijvende regionale samenwerking tussen gemeenten met een helder aanspreekpunt per regio. In het wetsvoorstel is opgenomen dat gemeenten binnen een regio (aanvullend op hun lokale beleid3) een ‘regiovisie’ dienen op te stellen. Gelet op het belang en strategisch karakter van de regiovisie, dient iedere gemeenteraad deze, als onderdeel van het algemene beleidsplan voor de Jeugdwet, periodiek vast te stellen. Het wetsvoorstel beoogt de democratische legitimiteit te borgen en citeert in de memorie van toelichting uit het rapport ‘Wisselwerking’ van de Raad voor het Openbaar Bestuur: “De Raad adviseert dat die houding van gemeenteraden ten opzichte van samenwerking verandert van statisch naar dynamisch.
Van een houding waarbij gemeenteraden budgetten bepalen en doelstellingen formuleren en samenwerkingsverbanden uitvoeren en verantwoorden, naar een houding waarbij gemeenteraden samen zich zelfbewust opstellen om gezamenlijk regionale publieke problemen op te lossen.” Hoewel de inwerkingtreding van de wet nog ver weg lijkt, geeft het gemeenten, en specifiek gemeenteraden, juist nu nog voldoende tijd om zich hierop voor te bereiden en de raad de mogelijkheid te bieden in de kaderstelling een proactieve rol te vervullen. Met name in relatie tot de regionale en bovenregionale samenwerking. Zeker ook omdat Jeugdzorg, zo is in het verleden gebleken, een thema is met een grote maatschappelijke en financiële impact. Daarnaast wordt dit onderdeel inclusief de totstandkoming van regiovisies al opgepakt in VNG verband. Vanuit dit perspectief hebben wij als rekenkamercommissie besloten om onderzoek te doen naar de wijze waarop de gemeenteraad van Rheden kan anticiperen op de komst van de Wet Zorg voor Jeugd voor wat betreft het eerste doel: Het verstevigen van haar opdrachtgeverschap voor de organisatie van de specialistische jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering door regionale samenwerking.
1
In het vervolg van dit document ook wel wetsvoorstel Zorg voor Jeugd genoemd. Uit recente berichtgeving van het kabinet is op te maken dat dit onderdeel uit het conceptwetsvoorstel zal worden gehaald omdat het kabinet de gemeenten de tijd wil geven om toegang via lokale wijkteams de toegang goed in te richten. 3 In de gemeente Rheden is het actuele lokale beleid vastgelegd in het meerjarenbeleidskader Meedoen. 2
3
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Dit is een atypisch onderzoek. Terwijl de meeste onderzoeken van rekenkamercommissies in den lande terugblikken op het gevoerde beleid, kiest de rekenkamercommissie Rheden er in dit onderzoek voor om vooruit te blikken op de komst van de nieuwe wet. Met als doel om vooraf een advies mee te geven aan de gemeenteraad.
1.1
Doelstelling
Het doel van dit onderzoek is tweeledig namelijk om de gemeenteraad inzicht te geven: • •
1.2
In de consequenties die de nieuwe wet voor de gemeente Rheden heeft op het gebied van (boven)regionale samenwerking in de jeugdzorg. Op welke wijze de gemeenteraad zich hierop kan voorbereiden en daarmee ten aanzien van dit thema een proactieve rol in de kaderstelling kan oppakken.
Onderzoeksvragen
De centrale onderzoeksvraag is: Hoe kan de gemeenteraad van Rheden doelmatig en doeltreffend anticiperen op de wijzigingen in de regionale en bovenregionale samenwerking als benoemd in het wetsvoorstel Zorg voor Jeugd? De centrale onderzoeksvraag is uitgewerkt in de volgende deelvragen. 1. Wat zijn de hoofdlijnen van het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’? 2. Wat zijn de implicaties voor de gemeente in algemene zin en specifiek in relatie tot regionale en bovenregionale samenwerking? 3. Op welke wijze kan de gemeenteraad hierop doelmatig en doeltreffend anticiperen?
1.3
Aard en vorm van het onderzoek
Het onderzoek heeft plaats gevonden in de periode van februari 2021 tot eind mei 2021 en is uitgevoerd in eigen beheer door de externe leden van de Rekenkamercommissie Rheden. Hierbij waren de interne leden van de rekenkamercommissie opdrachtgever en de externe leden opdrachtnemer van het onderzoek. De relatief lange doorlooptijd van het onderzoek is voornamelijk het gevolg van de late aanlevering van documentatie. Reden hiervoor is, volgens de organisatie, een combinatie van verminderde ambtelijke capaciteit op het gemeentehuis vanwege de coronapandemie, een nieuw archiveringssysteem en personele wisselingen op dit dossier. Beknopt weergegeven omvatte het onderzoek de elementen: • Documentenonderzoek; • Een werkbijeenkomst; • Interviews met interne en externe sleutelfiguren; • Rapportage. Documentenonderzoek In dit onderzoek staat de analyse van het conceptwetsvoorstel inclusief de memorie van toelichting centraal. Deze analyse is aangevuld met andere documentatie die relevant is voor dit thema. Om een beeld te kunnen schetsen van de wijze waarop op dit moment uitvoering wordt gegeven aan jeugdhulp en (boven)regionale samenwerking zijn lokale en regionale (beleid)documenten bestudeerd.
4
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Interviews met interne en externe sleutelfiguren Tijdens het onderzoek zijn elf (groeps)interviews gehouden om meer inzichten te krijgen in de huidige werkwijze en hoe men zich al dan niet voorbereidt op de invoering van het wetsvoorstel. Gesproken is met de portefeuillehouder en sleutelfiguren uit de ambtelijke organisatie. Daarnaast is gesproken met betrokkenen bij de jeugdhulp van buiten de gemeentelijk organisatie om zo meer informatie en toelichting te krijgen over de jeugdhulp in de gemeente Rheden in regionaal verband en dit alles in relatie tot de voorbereidingen in het kader van het conceptwetsvoorstel. Gesproken is met de manager inkoop Sociaal Domein Centraal Gelderland (SDCG) van de Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR), de regioambassadeur vanuit gemeenteperspectief, de regio ambassadeur vanuit cliëntperspectief, de regioadviseur Jeugd tevens vertegenwoordiger van de regio, de regiosecretaris zorg en het eerste aanspreekpunt voor centraal Gelderland team oppakken en leren van Complexe Casuïstiek. Werkbijeenkomst Doel van deze werkbijeenkomst was om inzicht te verkrijgen in welke rol de gemeenteraad in de voorbereidingen op de invoering van de wet wil spelen en op welke wijze hij hier invulling aan zou willen geven.
In de werkbijeenkomst is met name uitleg gegeven over de hoofdlijnen van het wetsvoorstel en specifiek ten aanzien van het onderwerp (boven)regionale samenwerking die dient te worden uitgewerkt in de regiovisie. De Norm van opdrachtgeverschap Jeugd van de VNG die in juni 2020 is vastgesteld, is hierbij ook aan de orde gekomen. Daarna heeft er, aan de hand van stellingen, een discussie plaatsgevonden om te achterhalen welke rol raadsleden en raadsvolgers willen spelen bij de totstandkoming van deze regiovisie. Rapportage De resultaten van de werkbijeenkomsten vormen samen met een documentenanalyse en de in- en externe interviews de basis voor de beantwoording van de onderzoeksvragen. Op basis van deze uitkomsten zijn conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Dit rapport is voorgelegd aan het college van burgemeester wethouders voor een bestuurlijke reactie. Na verwerking van de bestuurlijke reactie is het rapport door de rekenkamercommissie voorzien van een nawoord.
1.4
Het normenkader
Het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen is het voornaamste analyse- en normenkader waaraan de rekenkamercommissie de huidige situatie zal toetsen. Daarnaast zijn de Norm voor opdrachtgeverschap Jeugd en de nota Samenwerkingsverbanden belangrijke richtinggevende documenten. Het normenkader treft u aan in bijlage 4.
1.5
Leeswijzer
Om in beeld te brengen hoe de gemeenteraad van Rheden doelmatig en doeltreffend kan anticiperen op het wetsvoorstel Zorg voor Jeugd hebben wij 3 deelvragen gesteld die in hoofdstuk 2 worden beantwoord. De bevindingen in dit hoofdstuk volgen uit documentenonderzoek, aangevuld met informatie verkregen tijdens de werkbijeenkomst en interviews. In hoofdstuk 3 sluiten we het rapport af met conclusies en aanbevelingen. In hoofdstuk 4 is de reactie van het college van Burgemeester en wethouders opgenomen. Het rapport wordt afgesloten met een nawoord van de rekenkamercommissie. Bij dit hoofdrapport hoort een bijlagenboek dat naast het normenkader en de literatuurlijst diverse onderliggende analyses omvat.
5
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
2 De deelvragen beantwoord In dit hoofdstuk geven we antwoord op hoofdvraag: “Hoe kan de gemeenteraad van Rheden doelmatig en doeltreffend anticiperen op de wijzigingen in de regionale en bovenregionale samenwerking als benoemd in het wetsvoorstel Zorg voor Jeugd?” Het antwoord is gebaseerd op de conclusies op de verschillende deelvragen: 1. Wat zijn de hoofdlijnen van het wetsvoorstel ‘Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen’4? 2. Wat zijn de implicaties voor de gemeente in algemene zin en specifiek in relatie tot regionale en bovenregionale samenwerking? 3. Op welke wijze kan de gemeenteraad hierop doelmatig en doeltreffend anticiperen? Hierbij wordt volstaan met een samenvatting van meer gedetailleerde analyses die zijn opgenomen in het bijlagenboek (bijlage 5 respectievelijk 6).
2.1
Hoofdlijnen van het wetsvoorstel Zorg voor Jeugdigen
Vijf jaar na invoering van de Jeugdwet concludeert het kabinet dat zich in de uitvoering knelpunten voordoen die om aanpassingen vragen in het jeugdstelsel. Het conceptwetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen is hier mede de resultante van. Met dit wetsvoorstel beoogt het kabinet de toegang tot jeugdhulp te versterken, de governance van jeugdhulpaanbieders te verbeteren, meer inzicht in en toezicht op de zorg voor jeugdigen te krijgen5 en de regionale samenwerking te vergroten. Met name het vergroten van regionale samenwerking is een aspect dat het werkgebied van de gemeenteraad raakt. Het kabinet is van mening dat dit nodig is om de kwaliteit en beschikbaarheid van jeugdhulp te garanderen die de schaal van een individuele gemeente te boven gaat. Het gaat daarbij om kinderbeschermingsmaatregelen, jeugdreclassering en wat het kabinet ‘specialistische jeugdhulp’ noemt. Over wat daaronder wordt verstaan, bestaat op dit moment nog geen zekerheid, aangezien dit in een AMvB zal worden uitgewerkt.
2.2
Implicaties voor de gemeente Rheden
In het conceptwetsvoorstel legt het kabinet op het gebied van (boven) regionale samenwerking een tweetal verplichtingen op aan gemeenten: de verplichting tot het opstellen van een regiovisie en de verplichting tot regionale inkoop en verantwoording. In de navolgende figuur is de samenhang tussen beide verplichtingen opgenomen.
4
In het vervolg van dit rapport ook wel conceptwetsvoorstel Zorg voor Jeugd genoemd. Uit recente berichtgeving van het kabinet is op te maken dat dit onderdeel uit het conceptwetsvoorstel zal worden gehaald omdat het kabinet de gemeenten de tijd wil geven om toegang via lokale wijkteams de toegang goed in te richten.
5
6
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Het vaststellen van een gemeentelijk beleidsplan Jeugd, inclusief de onderdelen waarop dit plan dient in te gaan, is nu reeds in de Jeugdwet als verplichting aan gemeenteraden opgelegd. Het laatste beleidsplan, specifiek voor Jeugd van de gemeente Rheden loopt voor de jaren 2016-2017; waarna het is opgevolgd door het algemene Meerjarenbeleidskader Sociaal domein Meedoen 20172021. Tijdens het onderzoek is geconstateerd is dat niet alle verplichte elementen uit de Jeugdwet in het huidige beleidskader lijken te zijn opgenomen, maar dit is niet verder onderzocht.
7
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Middels het conceptwetsvoorstel wordt de inhoud van het beleidsplan uitgebreid met een regiovisie. Het vaststellen van het beleidsplan is een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. De regionale visie Jeugd voor de regio Centraal Gelderland dateert uit 2013. Ten tijde van het onderzoek werkt een regionale ambtelijke werkgroep aan de totstandkoming van een nieuwe regionale visie in het kader van de Norm voor opdrachtgeverschap. Aangezien deze met name een voortzetting van de bestaande werkwijze en visie zal betreffen en de inschatting is dat om te voldoen aan vereisten in het wetsvoorstel meer nodig is, is de kans reëel aanwezig dat de nieuwe regiovisie niet aan de vereisten van het wetsvoorstel zal voldoen. De regiovisie die in ontwikkeling is kent een brede scope: Jeugd en Beschermd wonen/ maatschappelijke opvang. Hoewel dit niet conflicteert met het conceptwetsvoorstel zelf, is het de vraag of deze keuze voldoende recht doet aan de complexiteit en het belang van het beleidsterrein Jeugdhulp en het feit dat de gemeenteraad aangeeft dat meer kennis over dit specifieke beleidsterrein nodig is om tot adequate visievorming te kunnen komen.
Centraal Gelderland beschikt al sinds het begin van de inwerkingtreding van de Jeugdwet over een stabiel samenwerkingsverband van 11 gemeenten. Tot 2021 is alle jeugdhulp regionaal ingekocht en zijn er veel jeugdhulpaanbieders onder contract. Vanaf 2021 koopt Rheden een deel van de jeugdhulp zelf in, op een wijze die sterk afwijkt van de regionale methodiek. Of deze producten al dan niet onder het begrip ‘specialistische jeugdhulp’ gaan vallen, kan nu nog niet met zekerheid worden vastgesteld omdat nog niet in een AMvB is bepaald welke hulp hieronder wordt verstaan. Binnen de regio Centraal Gelderland is al een Jeugdregio ingericht in de vorm van een Modulaire Gemeenschappelijke Regeling (MGR) Sociaal domein. Voor dat deel wordt voldaan aan de vereisten uit het conceptwetsvoorstel. Het uitgangspunt dat gemeenten per module kunnen toe- en uittreden en zelf kunnen kiezen op welke percelen ze willen inschrijven, past niet bij het verplichte karakter van de regionale inkoop van minder vaak voorkomende vormen van zorg voor jeugdigen. Mogelijk dat de keuzevrijheid ten aanzien van deze specifieke hulpverlening dient te worden omgezet naar een verplichting. Het model op basis waarvan bovenregionaal wordt afgestemd voldoet in de basis aan de vereisten uit het conceptwetsvoorstel. Uit het onderzoek is niet duidelijk gebleken dat afstemming heeft plaatsgevonden in OOGO verband.
De wijze waarop Rheden de aanbesteding heeft vormgegeven heeft ertoe geleid dat voor een langere periode met een select aantal contractpartners een contract is aangegaan op basis van prestatiegerichte lumpsum financiering waarbij de gemeente de regie neemt en actieve medewerking aan de transformatiedoelstelling als voorwaarde heeft gesteld. Op het eerste gezicht lijkt deze aanpak beter bij de doelstellingen van het conceptwetsvoorstel te passen dan de wijze waarop momenteel regionaal niveau wordt ingekocht. Maar het kan ook leiden tot een ontwikkeling in ‘tegengestelde richting’ zodra meer gemeenten dit voorbeeld gaan volgen en of meer producten lokaal worden ingekocht. De kans is groot dat meer verschillende inkoopprocessen leiden tot meer diversiteit in de inkoop van jeugdhulp in de regio, minder stabiliteit in de gecontracteerde partners op regionaal niveau en een verhoging van de uitvoeringslasten voor deze zorgaanbieders omdat de verantwoording per gemeente kan afwijken. Ook is er dan niet langer sprake van een duidelijk aanspreekpunt per jeugdregio. Uiteindelijk kan deze ontwikkeling ertoe leiden dat de beschikbaarheid en continuïteit van jeugdhulp in algemene zin in de regio Centraal Gelderland niet verbetert, maar juist verslechtert.
2.3
Hoe kan de gemeenteraad hierop anticiperen?
Er zijn op hoofdlijnen twee thema’s die de rol van de gemeenteraad raken: de vaststelling van de regiovisie (kaderstelling) en de controle van de uitvoering van de gemeentelijke taken (verplichte regionale inkoop jeugdzorg) die in regionaal verband worden uitgevoerd. De gemeenteraad kan tal van keuzes maken en maatregelen inzetten om doelmatig en doeltreffend op het conceptwetsvoorstel te anticiperen. Zowel op het gebied van visievorming als op het gebied van regionale inkoop van jeugdzorg.
8
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
In het vervolg van deze paragraaf zullen we voor beide thema’s de huidige rol van de gemeenteraad afzetten tegen het conceptwetsvoorstel en vervolgens mogelijke denkrichtingen en instrumenten beschrijven die de gemeenteraad kan inzetten om op het conceptwetsvoorstel te anticiperen.
Het is een taak van de gemeenteraad om beleidskaders vast te stellen waarbinnen het college kan bewegen. Zo bepaalt de raad de beleidsmatige en financiële grenzen voor de uitvoering door het college. Dit doet de gemeenteraad ook bij de vaststelling van de regionale visie. Belangrijkste vraag hierbij is: hoeveel ruimte wil de raad het college (en in dit geval het regionaal samenwerkingsverband) geven? De gemeenteraad is verplicht periodiek een beleidsplan Jeugd vast te stellen, waarvan na inwerkingtreding van het conceptwetsvoorstel in ieder geval ook een regionale visie onderdeel gaat uitmaken. Kaderstelling is niet beperkt tot inhoud en financiën maar betreft ook de wijze waarop de visie tot stand komt. De gemeenteraad is niet verplicht een door het college voorgelegde regiovisie vast te stellen. Vraag die rijst naar aanleiding van de gevoerde gesprekken is of men dit ook in voldoende mate op (regionaal) ambtelijk niveau beseft. Ook heeft de gemeenteraad de mogelijkheid een afwijkende regiovisie vast te stellen en voorwaarden te stellen aan het toezicht en de wijze waarop het college verantwoording aflegt over de uitvoering van het beleidskader. Regionale visie op dit moment in voorbereiding Het conceptwetsvoorstel is nog niet ingediend bij de Tweede kamer.
In principe is er voldoende ruimte voor de gemeenteraad om op het conceptwetsvoorstel te anticiperen, ware het niet dat op het moment van dit onderzoek op ambtelijk, regionaal niveau wordt gewerkt aan een regionale visie. Dit als uitwerking van de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd én Beschermd Wonen/maatschappelijke opvang. Meer gedetailleerde informatie over de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd treft u aan in bijlage 7. Aangezien in deze norm belangrijke bepalingen uit het conceptwetsvoorstel zijn opgenomen, kan worden gesteld dat hiermee in zekere zin vooruit wordt gelopen op de eventuele vaststelling van het conceptwetsvoorstel. Aangezien er geen startnotitie of plan van aanpak voor de ontwikkeling van de regiovisie is opgesteld dan wel aan ons ter beschikking is gesteld, is de informatie over de totstandkoming van de regiovisie geheel gebaseerd op de informatie verkregen uit interviews. Volgens gesprekspartners betreft het geen nieuwe visie maar een visie die voortbouwt op de regiovisie van 2013 en de bestaande werkwijze en daarmee met name bedoeld om de bestaande afspraken over de samenwerking tussen gemeenten onderling en met de zorgaanbieders te verstevigen. Aan de werkgroep nemen de gemeenten Arnhem, Lingewaard, Doesburg, Renkum, Duiven Westervoort en de Module Inkoop deel.
Gemeente Rheden is uitgenodigd om deel te nemen aan de werkgroep, maar heeft hier in eerste instantie geen gebruik van gemaakt. Lopende het onderzoek heeft Rheden alsnog besloten tot deelname. De voortgang van de regiovisie wordt iedere maand teruggekoppeld in het regionaal ambtelijk overleg. In eerste instantie was het streven om het eind juli 2021 in het bestuurlijk portefeuilles overleg in te brengen. Dit is inmiddels uitgesteld tot september 2021. Er wordt nog bekeken hoe ook de aanbieders hierbij kunnen worden betrokken. Dit gebeurt waarschijnlijk na de zomer. Ten tijde van de totstandkoming van dit rapport is niet bekend of hieraan al invulling is gegeven. Betrokkenheid van de gemeenteraad bij de regionale visie op dit moment Doel is om de ‘nieuwe’ regiovisie in de loop van 2022 aan de gemeenteraden ter besluitvorming voor te leggen. Het is op dit moment niet duidelijk wanneer ‘in de loop van 2022’ zal zijn. Gemeenteraden worden in eerste instantie niet actief bij de ontwikkeling van de regiovisie betrokken omdat het gezien wordt als een voortzetting van de bestaande visie en werkwijze. Wel is
9
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
er inmiddels, lopende het onderzoek, voor gekozen gemeenteraden in het najaar via een digitale bijeenkomst te informeren/betrekken. Over het moment waarop de gemeenteraden bij de visievorming zouden moeten worden betrokken, zijn de meningen verdeeld. Een aantal gesprekspartners is het erover eens dat de gemeenteraad aan de voorkant betrokken moet worden bij de totstandkoming van een kader; anderen zijn de mening toegedaan dat de gemeenteraad later in het proces bij het vaststellen van het kader aan zet is. Voorstanders van het laat betrekken van de gemeenteraad bij visievorming wijzen erop dat de raad kaders dient te stellen en te controleren en dat het opstellen van een visie door het college en de ambtelijke organisatie dient te gebeuren. Het opstellen van een visie vergt veel (ambtelijke) capaciteit die de raad niet zelf, buiten het ambtelijke apparaat van Rheden om, moet willen organiseren. Bovendien geeft men aan dat de nieuwe visie voortbouwt op de oude en daarmee min of meer voortzetting van bestaande kaders betreft. Voorstanders van het vroeg betrekken van de gemeenteraad bij de visievorming wijzen bijvoorbeeld op het belang van democratische legitimering in een samenwerkingsverband en het vergroten van de betrokkenheid van en draagvlak bij de gemeenteraad bij het thema.
En dat het belangrijk is voor de gemeenteraad om te weten welke spelregels centraal geregeld worden en op welke elementen de gemeenteraad invloed kan uitoefenen. Men denkt bijvoorbeeld aan het leveren van input tijdens een workshop en aan een kennismaking met het jongerennetwerk. In het verleden is dit ook gebeurd, waarbij er een koppeling was tussen jongeren en raadsleden om hen meer feeling te geven met jongeren in de gemeente. Ook is al eerder voorgesteld om een gastles te geven over het betrekken van inwoners bij een actueel onderwerp. Waar men het over eens is, is dat jeugdzorg complexe materie betreft en het goed zou zijn als de gemeenteraad eerst goed wordt geïnformeerd over het landschap van de jeugdzorg. Deze kennis wordt van belang geacht om een gesprek aan te kunnen gaan met andere gemeenteraden in de regio over nut en noodzaak van samenwerking. Daarbij moet volgens de gesprekspartners het cliëntperspectief goed voor ogen worden gehouden. De rol die de gemeenteraad Rheden hierin zelf wil spelen Op 31 maart 2021 heeft een werkbijeenkomst met leden van de gemeenteraad en raadsvolgers plaatsgevonden. Doel van deze bijeenkomst was om in beeld te krijgen welke rol de gemeenteraad in de voorbereidingen op de invoering van de wet wil spelen en op welke wijze hij hier invulling aan zou willen geven.
Hoewel op basis van de bijeenkomst geen uitspraken kunnen worden gedaan voor de gehele gemeenteraad, volgt hieruit wel een waardevol en helder beeld. In de werkbijeenkomst is uitleg gegeven over de hoofdlijnen van het wetsvoorstel en specifiek ten aanzien van het onderwerp (boven)regionale samenwerking dat dient te worden uitgewerkt in de regiovisie. De norm van opdrachtgeverschap Jeugd van de VNG die in juni 2020 is vastgesteld, is hierbij ook aan de orde gekomen. Daarna heeft discussie plaatsgevonden om te achterhalen welke rol raadsleden en raadsvolgers willen spelen bij de totstandkoming van deze regiovisie. Hiertoe is aan de hand van stellingen met elkaar gediscussieerd. Van de deelnemers aan de werkbijeenkomst was 83% van mening dat de kennis over de jeugdhulp op dit moment binnen de gemeenteraad te beperkt is om de regiovisie adequaat te kunnen beoordelen en gaven alle deelnemers aan dat men als raad actief wil worden betrokken in het (voor)traject van de totstandkoming van de regiovisie. Men was het erover eens dat men tijdens het hele traject op gezette tijden bij het proces wil worden betrokken in plaats van op het einde te moeten ‘tekenen bij het kruisje’. De deelnemers hadden nog niet in beeld op welke wijze men dat proces zou willen ingaan. Hierbij zou men ook graag de portefeuillehouder en de ambtelijke organisatie betrekken.
10
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Door de deelnemers aan de werkbijeenkomst zijn vraagtekens geplaatst bij de haalbaarheid van het vaststellen van een regiovisie eind 2021, aangezien de gemeenteraad tot op dat moment nog niet in dit traject is betrokken. 6
Naast een rol op het gebied van kaderstelling heeft de gemeenteraad ook als taak om de uitvoering te controleren van de verplichte regionale inkoop jeugdzorg die door de MGR Sociaal domein wordt uitgevoerd. In de beleidsnotitie Samenwerkingsverbanden Rheden zijn diverse instrumenten opgenomen met als doel om de betrokkenheid van de gemeenteraad bij een samenwerkingsverband te vergroten (zie ook bijlage 9). Actief en passief. Via de planning-en-control cyclus, maar ook daarnaast. Bijvoorbeeld middels contact met gemeenteraden van andere deelnemende gemeenten, door te verzoeken om een themabijeenkomst over dit thema of een evaluatie van het samenwerkingsverband. Overigens is dit laatste ook niet verwonderlijk, aangezien voor een evaluatie een onderzoekstermijn van 6 jaar wordt gehanteerd en die termijn nog niet is verstreken. Ook kan de gemeenteraad de januarivergadering gebruiken om over het samenwerkingsverband te spreken. Deze mogelijkheden worden bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet Gemeenschappelijke regeling alleen maar groter. De beleidsnotitie Samenwerkingsverbanden ligt in lijn met het advies van de Raad voor Openbaar Bestuur die stelt dat voor de democratische legitimiteit van samenwerking actieve betrokkenheid van gemeenteraden essentieel is.
En dat dit vraagt om een gemeenteraad die het vermogen ontwikkelt om niet alleen lokale belangen maar ook regionale belangen te behartigen gecombineerd met een dynamische houding. Betrokkenheid van de gemeenteraad bij de MGR Sociaal domein Door de gesprekspartners wordt de afstand tussen gemeenteraad en de MGR Sociaal domein op dit moment (nog) als redelijk groot omschreven waardoor het lastig is voor de gemeenteraad om de controlerende rol goed te vervullen. Aan de hand van de aan ons ter beschikking gestelde documenten, de werkbijeenkomst en de gevoerde gesprekken kunnen wij niet vaststellen dat de gemeenteraad intensief en actief gebruik maakt van de mogelijkheden die hij heeft om deze afstand te verkleinen. Door interne en externe gesprekspartners wordt diverse malen benadrukt dat men het belangrijk vindt om die afstand te verkleinen en graag bereid is om de gemeenteraad bij te praten en kennis te laten maken met het werkveld en de betrokken doelgroep.
Om actieve input te kunnen leveren als gemeenteraad is het belangrijk dat hiervoor voldoende tijd beschikbaar is. Het streven was in eerste instantie om de regiovisie vast te stellen in de gemeenteraden van december 2021, maar dit is lopende het onderzoek uitgesteld naar ‘in de loop van 2022’. Op dit moment is nog niet duidelijk wanneer met ‘in de loop van 2022’ wordt bedoeld en ook niet hoeveel tijd voor input vanuit de gemeenteraad wordt ingeruimd en of dat voldoende is. De vertraging is een positieve ontwikkeling aangezien het een verantwoordelijkheid van de gemeenteraad betreft en de deelnemers aan de werkbijeenkomst op 31 maart 2021 eensgezind van mening waren dat zij vanaf het begin actief bij de opstelling van de regiovisie willen worden betrokken en niet ‘bij het kruisje willen tekenen’. Daarnaast is de noodzaak om een visie op korte termijn vast te stellen niet aanwezig omdat naar verwachting de regiovisie zeker niet voor 2023 verplicht zal worden gesteld. Hoewel het onder meer een uitwerking van de Norm voor Opdrachtgeverschap Jeugd betreft en het mogelijk is om na de beoogde inwerkingtreding van het conceptwetsvoorstel (begin 2023) een nieuwe regiovisie op te stellen, is dat niet voor de hand liggend.
6
Lopende het onderzoek is de vaststelling door de gemeenteraden uitgesteld tot in de loop van 2022 en is/was het betrekken/informeren van de gemeenteraden voorzien in het najaar van 2021 via een digitale bijeenkomst. 11
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Om de gemeenteraad handvatten te bieden in het proces van kaderstelling, zijn in onderstaande tabel een aantal mogelijke denkrichtingen beschreven en instrumenten die de gemeenteraad hierbij kan inzetten. Zodra de nieuwe wet Gemeenschappelijke regeling wordt vastgesteld in de Eerste kamer en in werking treedt, kan de gemeenteraad nog meer instrumenten inzetten. Deze zijn in het overzicht nog niet opgenomen. In de planning is uitgegaan van implementatie van het conceptwetsvoorstel begin 2023. Het daadwerkelijke tijdspad is afhankelijk van het moment waarop de gewijzigde wet en de uitwerking in de AMvB’s van kracht worden. In het overzicht is een extra overweging voor de gemeenteraad opgenomen in het begin van het proces en zullen de daaropvolgende overwegingen alleen aan de orde komen indien de eerste overweging met ‘ja’ wordt beantwoord. Indien daarvoor niet wordt gekozen, zal in ieder geval wel, na inwerkingtreding van het wetsvoorstel, moeten worden vastgesteld dat de regiovisie als onderdeel van het lokale beleidsplan Jeugd aan de vereisten uit de wet voldoet. Mogelijkheden gemeenteraad om op het conceptwetsvoorstel te anticiperen Mogelijke denkrichtingen
Wanneer
Mogelijkheden gemeenteraad
1.
dec 2021
• •
Wil de gemeenteraad invloed uitoefenen op de regiovisie die nu in ontwikkeling is? § Welke mogelijkheden zijn er om de regiovisie ultimo 2022 vast te stellen? § Stel dat de gemeenteraad ervoor kiest om de regiovisie niet te omarmen, wat zijn hiervan de consequenties? § Wil de gemeenteraad de vaststelling hiervan doen als onderdeel van het lokale beleidsplan Jeugd, het beleidskader sociaal domein, of los hiervan?
• •
• •
2. Hoeveel ruimte geeft de gemeenteraad het college/de regio? § Wat zou het onderwerp van de regiovisie moeten zijn? Een algemene visie over het sociaal domein, een uitwerking van de Nvo Jeugd en de Nvo Beschermd wonen/Maatschappelijke opvang of een visie als uitwerking van de gewijzigde Jeugdwet? § Wil de gemeenteraad de regiovisie apart vaststellen of in samenhang met (het al dan niet aan te passen) lokale beleidsplan Jeugd? § Wil de gemeenteraad dat lokale stakeholders hierbij worden betrokken? Zo ja, welke en hoe? § Dient controle en verantwoording aan de gemeenteraad onderdeel uit te maken van de regiovisie? Zo ja, op welke wijze?
Dec 2021 /begin 2022
3. Over welke onderwerpen, op welke momenten en op welke manier wil de gemeenteraad input leveren tijdens het ontwerpproces van de regiovisie? § Over welke aspecten wil hij meedenken? § Welke ondersteuning heeft hij nodig om hieraan een bijdrage te kunnen leveren? § Op welke momenten wil hij input kunnen leveren? § Op welke wijze wil hij over de voortgang van het ontwerpproces op de hoogte worden gehouden?
Dec 2021 /begin 2022
• • • • • •
• • • • •
12
Geen actie Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) College verzoeken consequenties, opties, scenario’s en voorstel uit te werken. College verzoeken de regiovisie als onderdeel van het gereviseerde beleidsplan Jeugd of Sociaal domein voor te leggen aan de gemeenteraad. Overleg initiëren met andere gemeenteraden uit de regio. Besluiten de regiovisie al dan niet vast te stellen. In samenhang met het, te valideren, beleidsplan Jeugd. Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) College verzoeken discussienota op te stellen en aan de gemeenteraad voor te leggen. Agenderen bijpraatsessie(s)/ themabijeenkomst(en) en evaluatiemomenten. College verzoeken plan van aanpak op te stellen Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. Informatievoorziening aan de gemeenteraad via de P&C-cyclus.
Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) Agenderen bijpraatsessie(s)/ themabijeenkomst(en) en evaluatiemomenten. College verzoeken plan van aanpak op te stellen. Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. Verantwoordingsinformatie aan de gemeenteraad via de P&C-cyclus.
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
4. Welke jeugdhulp wil de gemeenteraad regionaal inkopen? § Minimale variant, (op termijn) maximale variant of voortzetting bestaande verdeling indien mogelijk? § Onder welke voorwaarden en inkoopconstructie? § Hoe vindt de besluitvorming hierover plaats in de regio?
1e en 2e kwartaal 2022
5. Is wijziging van de MGR sociaal domein noodzakelijk/wenselijk? § Wil de gemeenteraad in de januari vergadering de verbonden partij MGR bespreken? § Wil de gemeenteraad het college verzoeken om een tussenevaluatie van de MGR? § Maakt de verplichting tot regionale inkoop het noodzakelijk de opzet van de Modulaire GR te wijzigen? § Bij het van kracht worden van de nieuwe Wgr: Van welke mogelijkheden die de aangepaste Wgr gaat bieden wil de gemeenteraad gebruik maken (zie bijlage 7, paragraaf 2.2)? En hoe?
1e en 2e kwartaal 2022
6. Ligt het opstellen van de regiovisie op koers qua inhoud en planning? § Zijn de verplichte onderdelen in de visie opgenomen? § In welke mate verloopt het opstellen van de visie conform plan van aanpak? § Welk draagvlak is er bij de verschillende gemeenten? § Is tussentijdse bijsturing gewenst?
Maart/ juni/sept 2022
• • • • •
• •
• • • • • • • • • •
7. Welk budget stelt de gemeenteraad voor de uitvoering van de regiovisie beschikbaar? § Welke financiële consequenties zijn verbonden aan de regiovisie? § Hoe verhoudt dit zich tot de overige lokale kosten voor jeugdhulp? § Heeft de gemeenteraad voldoende inzicht in de financiële mogelijkheden, onmogelijkheden en inzet per doelstelling jeugdzorg en de consequenties voor de gemeentebegroting? § Op welke wijze worden deze kosten gedekt? § Welke risico’s kleven aan de uitvoering van de regiovisie voor de gemeente Rheden en hoe worden deze gemanaged? § Wat zijn de consequenties als de gemeenteraad niet akkoord gaat met de voorliggende regiovisie? 8. Stelt de gemeenteraad de aan hem voorgestelde regiovisie vast? § Zijn de afspraken/besluiten uit het voortraject adequaat verwerkt in de kaderstellende regiovisie? § Op welk draagvlak kan de regiovisie rekenen in de andere deelnemende gemeenten?
4e kwartaal 2022
• • • • •
Eind 2022/ begin 2023
• • • •
13
Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, e.d.). Actieve informatievoorziening door het college in de P&C-cyclus en bij specifieke ontwikkelingen. Agenderen bijpraatsessie(s)/ themabijeenkomst(en). College verzoeken voorstel op te stellen. Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. Agenderen verbonden partij MGR Sociaal domein in de januari vergadering 2022. College verzoeken om een tussenevaluatie van de MGR Sociaal domein in het licht van het conceptwetsvoorstel Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen en de het wetsvoorstel Wgr. Actieve informatievoorziening door het college in de P&C-cyclus en bij specifieke ontwikkelingen. Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, e.d.) Agenderen bijpraatsessie(s)/ themabijeenkomst(en). College verzoeken voorstel op te stellen. Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. Actieve informatievoorziening door het college in de P&C-cyclus en bij specifieke ontwikkelingen. Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) Agenderen bijpraatsessie(s)/ themabijeenkomst(en) en evaluatiemomenten. Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. College verzoeken om de consequenties van het conceptwetsvoorstel inclusief AMVB aan de gemeenteraad voor te leggen.
Actieve informatievoorziening door het college in de P&C-cyclus en bij specifieke ontwikkelingen. Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) College verzoeken inzicht te verschaffen in deze vragen en de risico’s bij het niet vaststellen van de regiovisie. Agenderen bijpraatsessie(s)/ themabijeenkomst(en) en evaluatiemomenten. Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio.
Actieve informatievoorziening door het college in de P&C-cyclus en bij specifieke ontwikkelingen. Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. Besluitvorming.
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
9. Indien vraag 1 met ‘nee’ wordt beantwoord, zal zodra de wetgeving van kracht wordt, moeten worden vastgesteld of het bestaande lokale beleidsplan inclusief regiovisie aan de vereisten van de wetgeving voldoet.
• • •
• •
14
Actieve informatievoorziening door het college in de P&C-cyclus en bij specifieke ontwikkelingen. Inzet reguliere instrumenten gemeenteraad (motie, interpellatie, initiatief, vragen, strategische raadsagenda e.d.) College verzoeken inzicht te verschaffen in de mate waarin het lokale beleidsplan jeugd inclusief de regiovisie aan de vereisten van de wet voldoet. Afstemming organiseren met gemeenteraden uit de regio. Besluitvorming.
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
3 Conclusies en aanbevelingen 3.1
Conclusies
Op basis van de antwoorden op door ons eerder beschreven onderzoeksvragen zijn de volgende conclusies geformuleerd: 1) In het conceptwetsvoorstel legt het kabinet op het gebied van (boven) regionale samenwerking een tweetal verplichtingen op aan gemeenten: de verplichting tot het opstellen van een regiovisie en de verplichting tot regionale inkoop en verantwoording. 2) De gemeenteraad en het college hebben momenteel nog onvoldoende zicht op de mogelijkheden om op het conceptwetsvoorstel te anticiperen. 3) De betrokkenheid van de gemeenteraad van Rheden bij de totstandkoming van de regionale visie is vooralsnog beperkt tot informeren, terwijl de deelnemers aan de werkbijeenkomst (raadsleden en raadsvolgers) aangeven bij het hele traject betrokken te willen worden. Inmiddels bestaat het voornemen om in het najaar een digitale bijeenkomst voor de gemeenteraad te organiseren. Het is nog niet duidelijk welk niveau van participatie (informeren of meer) hierbij wordt nagestreefd. 4) Ten aanzien van de MGR Sociaal domein heeft de gemeenteraad diverse instrumenten in handen om zijn controlerende rol op te pakken. Deze mogelijkheden worden bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet Gemeenschappelijke regeling alleen maar groter.
Tijdens het onderzoek hebben we niet kunnen vaststellen dat de gemeenteraad intensief en actief gebruik maakt van de mogelijkheden die hij heeft om die afstand te verkleinen. 5) Er ligt nog een onbenutte kans voor zowel de gemeenteraad als het college om samen zowel lokaal als regionaal op te trekken om kwalitatief betere inkoop van zorg te kunnen garanderen (proces) wat uiteindelijk gaat leiden tot het leveren van juiste en betere zorg aan de (toekomstige) patiënten.
3.2
Aanbevelingen
In deze paragraaf treft u onze aanbevelingen aan. 1. Gemeenteraad/College: A. Verdiep u als gemeenteraad en het college in het nieuwe conceptwetsvoorstel en in de mogelijkheden om vanuit ieders rollen hierop te anticiperen. De tabel in paragraaf 2.3.3 kan hierbij behulpzaam zijn. B. Houd elkaar scherp op elkaars rollen, lokaal maar ook in regionaal verband. - Benadruk zo spoedig mogelijk in regionaal verband het belang van de betrokkenheid van de gemeenteraden in de colleges en specifiek de actieve rol die de gemeenteraad en het college van Rheden hierin willen vervullen. Bijvoorbeeld door de Norm voor opdrachtgeverschap Beschermd Wonen/Maatschappelijke Opvang en de Norm voor Jeugd in een tweetal separate notities uit te werken en daarnaast informatiemomenten te organiseren waarin niet alleen informatieoverdracht vanuit de MGR plaatsvindt, maar ook van stakeholders vanuit aanbieders en Jeugd, waarbij zowel de gemeenteraad en het college van Rheden in de verschillende gremia hun rollen uitoefenen. 2. Gemeenteraad: A. Geef en vraag duidelijkheid over uw betrokkenheid bij de visievorming. - Verzoek het college om aan u een proces-startnotitie ter besluitvorming voor te leggen met een voorstel aan u over welke aspecten, op welke wijze, op welke momenten en met welke ondersteuning u actief bij de visieontwikkeling wordt betrokken. - Geef duidelijke kaders aan het college mee.
Over de stakeholders die u wenst te betrekken maar ook over het soort document dat u wenst vast te stellen. 15
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Vanwege de complexiteit van het onderwerp, het belang om regionaal met lokaal te verbinden en de inschatting dat het huidige beleidsplan Meedoen niet aan alle verplichtingen uit de wet voldoet, bevelen wij aan om te kiezen voor een regiovisie als onderdeel van een te reviseren lokaal beleidsplan Jeugd en de regiovisie te beperken tot Jeugd. B. Versterk uw controlerende rol ten aanzien van de MGR Sociaal domein - Verzoek het college een evaluatie aan u voor te leggen waarin niet alleen wordt teruggeblikt op het functioneren van de MGR, maar ook wordt ingegaan op de vraag of en zo ja in welke mate wijziging van de Gemeenschappelijke regeling nodig om aan de regelgeving te voldoen van het conceptwetsvoorstel. - Daarnaast is het zinvol om een bijeenkomst met andere gemeenteraden in de regio te initiëren. De gezamenlijke griffiers zouden een belangrijke rol in kunnen vervullen in de voorbereiding hiervan. De regionale bijeenkomst zou uit een informatief en een opiniërend deel kunnen bestaan. In het informatieve deel zou u de MGR en andere stakeholders vanuit aanbieders en de doelgroep van jeugdzorg kunnen uitnodigen om een bijdrage te leveren. Gemeente Rheden zou in dat deel tevens uitleg kunnen geven over de wijze waarop zij de inkoop hebben vormgegeven, met de achtergronden waarom, de eerste resultaten en de relatie met het conceptwetsvoorstel.
In het opiniërende onderdeel discussieert u met uw collega’s uit andere gemeenteraden over de implicaties van het conceptwetsvoorstel en de rol die de gemeenteraden hierin willen vervullen, bijvoorbeeld aan de hand van stellingen. Tevens kan tijdens dit onderdeel met elkaar worden afgesproken of en zo ja op welke momenten en over welke inhoud in 2022 opnieuw overleg in dezelfde setting gewenst is. C. Houd uw vinger aan de pols - Verzoek het college om periodiek u te informeren over voortgang van de regiovisie en daarna over de wijze waarop door het college uitvoering wordt gegeven aan het beleidsplan Jeugd inclusief regiovisie, bijvoorbeeld door een presentatie door het ambtelijk aanspreekpunt tijdens een themabijeenkomst. Spreek deze momenten vooraf vast bij het vaststellen van de startnotitie.
16
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
4 Reactie van het college van B & W
Bestuurlijke reactie college op rapport Rekenkamer – Anticiperen op de wet Verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugd datum
5 oktober 2021 kenmerk
TB
bijlage(n)
0
Inleiding De rekenkamercommissie heeft een onderzoek uitgevoerd naar de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdhulp. Het gaat om een wetswijziging van de jeugdwet. Deze is nog niet behandeld door de Tweede Kamer, maar vooralsnog voorzien voor inwerkingtreding op 1 januari 2023. De gemeenteraad heeft om een anticiperend onderzoek gevraagd aan de rekenkamercommissie. Bij deze ontvangt u de bestuurlijke reactie van het college, die op 12 oktober 2021 is vastgesteld. Bestuurlijke reactie: Voorop gesteld dankt het college van B&W (college) de rekenkamercommissie voor het grondige en gedegen onderzoek en de gelegenheid om daar op te mogen reageren. Zoals in de inleiding aangegeven is het een a-typisch onderzoek omdat deze niet achteraf, maar vooraf plaatsvindt. Dat schept de verwachting dat er ruimte en tijd is om deze wetswijziging voor te bereiden. Twee grote zaken die in deze wet geregeld gaan worden zijn het regionaal regelen van gezamenlijke inkoop van zorg en het opstellen van een regiovisie op opdrachtgeverschap. In de gezamenlijke inkoop is in onze regio al voorzien met de gemeenschappelijke regeling (MGR) vanaf 2017. Daarnaast heeft de VNG vooruitlopend op deze wetswijzing de Norm voor Opdrachtgeverschap ontwikkeld. En de gemeente Rheden is in gezamenlijkheid met de gemeenten uit de regio reeds bezig met het opstellen van de regiovisie in het kader van deze Norm.
Dus wordt er nu al invulling gegeven aan de regiovisie waar later in de wet naar verwezen gaat worden. Qua voorbereiding op de wet is het dus zaak om op het onderdeel van de regiovisie, te constateren dat we niet aan de vooravond staan van de beleidsontwikkeling, maar dat deze al gaande is. En de gemeenteraad hier eind oktober/ begin november over geïnformeerd en geconsulteerd wordt, via informatiebijeenkomsten in regionaal verband. Hieronder gaan we nog in op de afzonderlijke conclusies en aanbevelingen. Conclusies De eerste conclusie spreekt voor zich. Wat betreft conclusie 2 onderschrijft het college dit ten dele, want het anticiperen op het wetsvoorstel is op een aantal manieren reeds in gang gezet. Ten eerste landelijk door het opstellen van de Norm voor Opdrachtgeverschap in VNG-verband en ten tweede regionaal doordat ook daadwerkelijk in 2021 is gestart met het opstellen van de regiovisie. Wat betreft conclusie 3 – het betrekken van de raad – volgen er informatiebijeenkomsten over de regiovisie. Deze zijn bedoeld om de raden te informeren en te consulteren. Daarbij dient vermeld te worden dat de bedoeling van de wetgever en in het verlengde daarvan de pagina
1 Onbekende naam voor documenteigenschap. 17
ons kenmerk
806803 Fout!
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
Norm voor Opdrachtgeverschap al voorschrijft welke onderwerpen er minimaal in de regiovisie beschreven moeten worden. Conclusie 4 neemt het college ter kennisgeving aan. Met conclusie 5 geeft de rekenkamercommissie aan dat er onbenutte kansen zijn voor het regionaal en lokaal optrekken. Daar waar kansen liggen is het goed om af te wegen welke daarvan benut kunnen worden. Aan de andere kant is er in regionaal verband ook sprake van bepaalde mate van afhankelijkheid van wat de andere raden willen. Aanbevelingen aan gemeenteraad/ college De eerste aanbeveling 1.a om nader te verdiepen in het wetsvoorstel nemen we over. Daar geven we als college richting de raad invulling aan door het betrekken van de gemeenteraad bij de Regiovisie voor Samenwerking en Opdrachtgeverschap. Deze regiovisie is bedoeld om de afspraken over de samenwerking tussen gemeenten onderling, en het opdrachtgeverschap richting de zorgaanbieders transparant te maken, te herijken en te verstevigen. We betrekken de regionale gemeenteraden door middel van bespreking van de concept-regiovisie in de informatiebijeenkomsten eind oktober/begin november 2021. Waarna we vanzelfsprekend ook de reguliere besluitvormingsroute op lokaal niveau nog doorlopen met de gemeenteraad. De tweede aanbeveling 1.b om in regionaal verband te pleiten voor het betrekken van de gemeenteraden nemen we ook over.
Sterker nog, hiervoor heeft het college al in het voorjaar van 2021 voor gepleit in regionaal verband. Dit heeft ertoe bijgedragen dat er in het najaar informatiebijeenkomsten plaatsvinden om de raden in dit proces te informeren en consulteren. Aanbevelingen aan gemeenteraad Het is aan de gemeenteraad om de aanbevelingen al dan niet over te nemen. Het college maakt van de gelegenheid gebruik om hier op te reageren en te adviseren. De aanbeveling 2.a is aan de gemeenteraad gericht. Maar hierbij plaatst het college wel een kanttekening. Het opstellen van een dergelijke startnotitie op dit moment voegt in beperkte mate iets toe. Een startnotitie veronderstelt dat we in de regio nog moeten starten met de voorbereidingen voor de Regiovisie. Maar gelet op de VNG-resolutie over de Norm voor Opdrachtgeverschap zijn de gemeenten in 2021 al van start gegaan met het opstellen van deze regiovisie. In VNG-verband was zelfs oorspronkelijk de datum van 1 juli 2021 als eindtermijn bepaald. Ook in de regio Centraal Gelderland hebben de gemeenten de handschoen opgepakt en zal begin 2022 de regiovisie ter bespreking voorliggen in de gemeenteraden. Wat betreft aanbeveling 2.b kan het college het eerste deel aan de raad aanbevelen. We beschikken in onze regio reeds over de MGR, dus daarin voorzien we op hoofdlijn in wat de wetgever beoogt.
Maar het is raadzaam om te toetsen of we daarmee ook (juridisch) in detail gaan voldoen aan de beoogde wetswijziging. Wat betreft het tweede deel zijn er dus al regionale bijeenkomsten gepland voor de gemeenteraden. Het is aan de diverse raden om te bepalen of ze daarmee uit de voeten kunnen. De rekenkamercommissie ziet mogelijkheden voor de raad om (meer) in overleg te treden met collega-gemeenteraden uit de regio. Mogelijk ziet de gemeenteraad hier net als de rekenkamercommissie de meerwaarde van in. Hierbij is het wel raadzaam om ook de daarbij komende extra werkbelasting in ogenschouw te nemen. Wat betreft aanbeveling 2.c is het aan de raad om aan het college daarin richting en kaders mee te geven. Dit kan in de reguliere P&C-cyclus meegenomen worden. Overige opmerkingen pagina
2 Onbekende naam voor documenteigenschap.
18
ons kenmerk
806803 Fout!
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
In het rapport geeft de rekenkamercommissie aan dat het huidige meerjarenbeleidskader Meedoen op onderdelen niet helemaal voorziet in de eisen die in de jeugdwet aan het lokale jeugdbeleidsplan gesteld worden. De termijn van het huidige meerjarenbeleidskader Meedoen loopt ten einde (eind 2021). Het advies van het college ten aanzien van deze constatering is om in de volgende raadsperiode te komen tot een opvolger van het huidige meerjarenbeleidskader en daarbij nadere invulling te geven aan het jeugdbeleid. In het rapport geeft de rekenkamercommissie aan dat de opgestelde regiovisie mogelijk niet voldoet aan de vereisten van het wetsvoorstel. In de ambtelijke voorbereiding is bij het opstellen van de regiovisie gewerkt vanuit de huidige stand van zaken, kennis en inzichten en daarbij is ook het concept wetsvoorstel meegenomen. De rekenkamercommissie geeft ook een advies om tot aparte trajecten voor Jeugd en Beschermd Wonen te komen. Wat betreft het college is het juist logisch om wel te kiezen voor de integrale benadering, zoals Rheden al jaren geleden heeft gedaan op de vraagstukken in het sociaal domein. Juist vanuit de samenhang der dingen kan er nadere invulling gegeven worden aan de afzonderlijke beleidsvelden. Slotopmerking Het college dankt nogmaals de rekenkamercommissie voor het uitgevoerde onderzoek.
En het college gaat graag met de gemeenteraad in gesprek over de uitkomsten van het onderzoek, de implicaties van het wetsvoorstel en de huidige beleidsontwikkelingen inzake de regiovisie.
pagina
3 Onbekende naam voor documenteigenschap.
19
ons kenmerk
806803 Fout!
IN STELLING VOOR DE NIEUWE JEUGDWET
Rekenkamercommissie Rheden
5 Nawoord rekenkamercommissie Wij bedanken het college voor de bestuurlijke reactie en hebben met belangstelling hiervan kennisgenomen. Goed te lezen dat het college zicht herkent in het rapport van de rekenkamercommissie, blij is met de gegeven handvatten en onze aanbevelingen voor het overgrote deel overneemt. Positief is dat het college de meerwaarde van het betrekken van de gemeenteraden niet alleen inziet maar ook uitdraagt. De conclusies en de aanbevelingen zijn door ons opgeschreven vanuit de rol die de gemeenteraad van Rheden op dit moment speelt. Ten aanzien van de opmerking van het college over integraliteit. Het college geeft aan zoveel mogelijk integraal te werken. Een goed uitgangspunt, maar volgens ons staat dit het doorlopen van aparte trajecten voor Jeugd en Beschermd Wonen niet in de weg. Zeker ook omdat de doelgroepen van deze beleidsterreinen van elkaar verschillen en deze ook onderdeel uitmaken van twee aparte VNG-resoluties. Door aan te geven welke relaties er bijvoorbeeld liggen met welke beleidsvelden blijft het voor de gemeenteraad ook inzichtelijk en tevens overzichtelijk. Specifiek ten aanzien van de door het college gemaakte kanttekening over de vermelde startnotitie onder aanbeveling 2 stellen we voor dat dit geen uitgebreid document hoeft te zijn.
Volstaan kan worden met een A4-tje aan de hand van een format waarin onderwerpen als doelstelling, planning en te betrekken stakeholders en dergelijke zijn opgenomen.
20