Ambitiedocument Omgevingswet (20.31)
Tekst van het document
Het maken van een Omgevingsplan is een enorme klus. Daarom geldt een ruime overgangsperiode. Gemeenten krijgen zo’n acht jaar de tijd om een definitief Omgevingsplan op te stellen. Tot die tijd blijven de regels uit de 'oude' bestemmingsplannen gelden. Bij de inwerkingtreding van de wet gaat ook de zogenaamde ‘bruidsschat’ onderdeel uitmaken van het Omgevingsplan. De bruidsschat is een set rijksregels die met de komst van de Omgevingswet overgeheveld worden naar gemeenten. Sommige regels zijn volgens de wetgever namelijk zo locatiespecifiek dat zij beter door gemeenten geregeld kunnen worden. De gemeente mag de regels uit de bruidsschat overnemen, wijzigen of schrappen. Ook hiervoor hebben we tot 2029 de tijd. Een belangrijk aandachtspunt zijn de initiatieven die na inwerkingtreding van de wet volgens de nieuwe systematiek moeten worden afgehandeld. Voor, tijdens en na inwerkingtreding willen we
18
onze dienstverlening zoveel mogelijk op peil houden. Dit betekent dat we onze tijd en energie in 2020 en 2021 vooral focussen op het kunnen en leren wijzigen van het tijdelijke Omgevingsplan en hoe we omgaan met de regels uit de bruidsschat. Goede initiatieven, die niet direct in het tijdelijke Omgevingsplan passen, kunnen dan ‘gewoon’ doorgang vinden. Opstellen Omgevingsplan In het Omgevingsplan worden de ambities en strategische keuzes uit de Omgevingsvisie vertaald in regels. Net als de meeste andere gemeenten moeten we nog ontdekken hoe deze wisselwerking in de praktijk werkt. Dat is een dynamisch proces, waarbij we al doende leren. Zodra er meer helder is over de aanpak en vorm van de Omgevingsvisie stellen we een Plan van Aanpak op om te komen tot één nieuw, gebiedsdekkend Omgevingsplan. We stellen het Omgevingsplan op een interactieve manier op, samen met inwoners, ondernemers en ketenpartners. Bij het ontwikkelen van het plan is het uitgangspunt dat de vier verbeterdoelen van de Omgevingswet ook daadwerkelijk behaald worden. Dat betekent dat we meer vrijlaten, bijvoorbeeld door voor bepaalde zaken vergunningen niet langer verplicht te stellen en te werken met algemene regels of een meldingsplicht. In onze afwegingen hebben we ook aandacht voor eventuele risico’s op nadeelcompensatie en de gevolgen voor toezicht en handhaving.
De Omgevingswet gaat uit van flexibiliteit, minder regels en meer ruimte voor initiatieven. Tegelijkertijd mag deze vereenvoudiging voor initiatiefnemers niet leiden tot een inperking van de rechten van andere belanghebbenden. Een mogelijke oplossing kan zijn het werken met bandbreedtes. Dat biedt de nodige ruimte en flexibiliteit voor initiatieven, maar ook enige mate van rechtszekerheid aan omwonenden. Een andere mogelijkheid is meer uitgaan van kwalitatieve normen en toetsingskaders (welke doelen worden ondersteund of bedreigd) en minder van kwantitatieve regels (er mag 50 m2 bijgebouwd worden, dus 55 m2 wijzen we af). Hoe we dit precies gaan invullen, kunnen we nu nog niet zeggen. Wel dat we het steeds vanuit het perspectief van initiatiefnemers en de leefwereld van onze inwoners benaderen. Intern zorgen we ervoor dat we een en ander goed afstemmen op de andere instrumenten van de beleidscyclus. In het Omgevingsplan kan de gemeente omgevingswaarden vastleggen om het beleid uit de Omgevingsvisie uit te voeren. In feite zijn omgevingswaarden geen nieuwe uitvinding. In het milieurecht kennen we ze al onder de naam milieukwaliteitseisen. Het Rijk stelt in het Besluit kwaliteit leefomgeving omgevingswaarden voor luchtkwaliteit, (zwem)waterkwaliteit en waterveiligheid.
De gemeente kan op haar beurt ook voor andere onderwerpen omgevingswaarden stellen, bijvoorbeeld voor de geur van veehouderijen of voor lichthinder. We leggen de in de AMvB’s opgenomen verplichte omgevingswaarden vast in het Omgevingsplan. Op lokaal niveau gaan we alleen over tot het vastleggen van omgevingswaarden voor onderwerpen die van groot belang zijn en een zekere mate van urgentie hebben. Bij het niet voldoen aan de waarden geldt namelijk een resultaat- of inspanningsverplichting, waardoor we hier niet lichtzinnig mee om moeten gaan. Type regels Regels roepen over het algemeen weinig sympathie op. Tegelijkertijd beseft iedereen ook wel dat regels nodig zijn om op een prettige manier te kunnen samenleven. Inwoners en ondernemers hebben soms ook gewoon behoefte aan duidelijkheid. Daar waar we regels stellen, is het uitgangspunt dat ze juridisch houdbaar, leesbaar en begrijpelijk zijn. Bovendien moeten de regels waar mogelijk recht doen aan de filosofie van uitnodigingsplanologie. Met andere woorden: regels zijn bij voorkeur zo geformuleerd dat ze meer uitnodigen dan beperken. Voor het opstellen van regels hanteren we de volgende uitgangspunten: We gebruiken één set definities. Hierbij sluiten we aan op de landelijke definities uit de Stelselcatalogus Omgevingswet. Dit biedt duidelijkheid voor initiatiefnemers.
We zorgen ervoor dat onze regels juridisch juist geformuleerd zijn en op termijn kunnen worden vertaald naar zogeheten toepasbare regels in het Digitaal Stelsel Omgevingswet, zonder hun juridische houdbaarheid daarbij te verliezen. We benoemen concreet welke publieke belangen onze regels dienen. Daarmee maken we duidelijk wat het doel van een regel is en waarom deze gehanteerd wordt. We geven aan wat we moeten regelen vanuit hogere wetgeving en wat we daarbovenop nog lokaal zelf regelen. We werken gebiedsgericht. Daar waar dat gewenst is, passen we onze regels per gebied aan om maatwerk mogelijk te maken.
19
4.4
Omgevingsvergunning
Ook onder de Omgevingswet worden vergunningen verleend en meldingen getoetst, maar het proces komt er wel anders uit te zien. Er is alleen toestemming via een vergunning nodig als algemene regels niet voldoende zijn. Veel regels komen in het Omgevingsplan te staan en worden daar al afgewogen. Het gevolg is een verschuiving van vergunningverlening vooraf naar toezicht en handhaving achteraf. Kortere procedures Veel Omgevingsvergunningen moeten binnen een termijn van 8 weken worden afgedaan. Meestal zal dit mogelijk zijn, omdat we de afgelopen jaren al hebben geïnvesteerd in een goed voortraject en versnelling van de vergunningverlening. Bovendien is er eenmaal uitstel mogelijk, maar vooral bij complexe aanvragen en aanvragen die in strijd zijn met het Omgevingsplan blijft de termijn dan krap. Zeker wanneer in die periode ook de gemeenteraad nog om advies moet worden gevraagd. Daarnaast moet de gemeente meervoudige vergunningen kunnen verlenen. Hiervan is sprake als er verschillende activiteiten via één vergunning worden aangevraagd. Bij een meervoudige aanvraag moeten we voorbereid zijn op het inwinnen van advies bij het bestuursorgaan dat bevoegd gezag geweest zou zijn, als de activiteit los (enkelvoudig) aangevraagd zou zijn. Dit vraagt om goede werkafspraken met onze partners.
Onze manier van werken Om in korte tijd een besluit te kunnen nemen over een aanvraag moeten we onze organisatie en werkprocessen zodanig inrichten dat we tot goede en integrale afwegingen komen. Ook moeten medewerkers, raadsleden en bestuurders hierop worden toegerust. We zetten de al gebruikelijke werkwijze met één aanspreekpunt voor een initiatiefnemer voort, blijven investeren op een goed vooroverleg en zorgen voor heldere informatie en voorlichting. Vergunningen voor eenvoudige verbouwingen in en om het huis vragen om een snelle en simpele dienstverlening. Voor het afhandelen van complexe aanvragen, waar meerdere disciplines en partners bij betrokken zijn, is een intensiever proces nodig. Bij het inrichten van processen gaan we niet uit van hoe we als gemeente denken en werken (systeemdenken), maar zetten de initiatiefnemer centraal. We streven naar een optimale dienstverlening doordat we: klantgericht werken; eenvoudige aanvragen doeltreffend en snel verwerken; tijd en ruimte hebben om complexe aanvragen adequaat te behandelen; meer als begeleider of regisseur van een initiatief optreden en minder in de rol van toetser. Bij het inrichten van onze werkprocessen horen ook afspraken tussen de gemeenteraad en het college over de vraag hoeveel vrijheid het college heeft om zelfstandig vergunningen af te handelen.
Bij buitenplanse vergunningen heeft de raad namelijk de mogelijkheid om hierin een rol te spelen. We bereiden in 2020 een notitie voor waarin de afspraken over de rolverdeling tussen raad en college worden vastgelegd. Op technisch gebied zorgen we ervoor dat onze systemen in staat zijn om aanvragen of meldingen vanuit de landelijke voorziening van het Digitaal Stelstel Omgevingswet te ontvangen. Ook stellen we de informatie beschikbaar die nodig is voor het samenstellen van een aanvraagformulier in de landelijke voorziening. We zorgen ervoor dat initiatiefnemers in ieder geval voor de belangrijkste en meest voorkomende activiteiten uit de bruidsschat via vragenbomen kunnen checken of er een vergunning of melding nodig is. Op termijn willen we ook voor onze lokale regels vragenbomen maken en publiceren. Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Voor een soepele overgang is via de Invoeringswet geregeld dat het bestaande gemeentelijke beleid na invoering van de Omgevingswet van kracht blijft. Dat geldt voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor welstandsnota's en erfgoedbeleid. De wetgever heeft ervoor gekozen om de welstands- en monumentencommissies niet onder het overgangsrecht te laten vallen. Gemeenten kunnen op die manier zelf invulling geven aan de advisering over omgevingskwaliteit.
Er geldt echter wel één verplichting: bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet iedere gemeente een commissie ruimtelijke kwaliteit hebben ingesteld die in ieder geval als taak heeft te adviseren over aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument. Zonder dat besluit is er geen wettelijke basis voor vergunningverlening. De gemeenteraad kan ervoor kiezen
20
ook andere adviesrollen bij de commissie te beleggen. Eind 2020 leggen we een voorstel over de invulling en inrichting van deze commissie voor besluitvorming voor aan de raad.
4.5
Toezicht en handhaving
De regels voor toezicht en handhaving van het omgevingsrecht veranderen met de Omgevingswet niet ingrijpend, omdat dit in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld. Wel is het zo dat over enige tijd de Wet kwaliteitsborging (Wkb) in werking treedt. Met deze wet vervalt gefaseerd de gemeentelijke toets voor vergunningverlening aan het Bouwbesluit en dat heeft gevolgen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Verschuiving van taken De handhavingsinstrumenten blijven na 2021 hetzelfde en staan grotendeels in de Awb. De bijzondere handhavingsbepalingen in de Omgevingswet zijn voor het merendeel overgenomen uit de Wabo. Handhaving gaat wel een andere positie innemen dan onder het huidige recht. Door een wettelijke verschuiving en onze eigen ambities zullen er straks minder vergunningplichten, meer zorgplichten en meer algemene regels zijn. Dit leidt tot meer toetsing achteraf en zorgt voor een verschuiving van taken van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. Dit zal niet allemaal gelijk in 2021 zijn, maar wel op termijn. Deze beweging vraagt om duidelijke voorlichting, heldere beslisbomen en toepasbare regels, zodat voor inwoners en ondernemers duidelijk is wat wel of niet vergunningsvrij is. Ook komt er een aangepast handhavingsbeleid, waarin we wederom werken met ‘waarschuwingen’ (constateringen) en kiezen voor een minnelijk traject.
Hierbij wordt de overtreder door de toezichthouder aangesproken en gekeken of de overtreding alsnog gelegaliseerd (vergund) kan worden. Kan dat niet, dan kan krijgt de overtreder een termijn om de overtreding ongedaan te maken. Werkt hij of zij daar niet aan mee, dan volgt een constateringsbrief. Pas als ook daar geen gevolg aan wordt gegeven, start het bestuurlijke handhavingstraject. Op deze manier voorkomen we dat voor foutjes aan de kant van de initiatiefnemer direct een last onder dwangsom of bestuursdwang moet worden opgelegd. Onze manier van werken zal daarmee niet ingrijpend veranderen, wel de inhoud van en hoeveelheid toetsingen. Ook komt een grotere verantwoordelijkheid bij inwoners en ondernemers te liggen, wat we ondersteunen met voorlichting, beslisbomen en toepasbare regels. Integraal beleid en werkprocessen Het huidige handhavingsbeleid in de gemeente is gefragmenteerd: handhaving op grond van de APV, horeca en evenementen staat op papier los van handhaving op grond van de Wabo. Met de Omgevingswet komen deze onderwerpen in hetzelfde Omgevingsplan terecht, waardoor het voor de hand ligt om een breed beleid op te stellen dat toeziet op de gehele fysieke leefomgeving. In 2020 brengen we de huidige werkprocessen in beeld en starten met het samenbrengen van handhaving op grond van de APV (voor zover het de fysieke leefomgeving betreft), horeca, evenementen en Wabo.
We verbeteren de afstemming en onderlinge verbondenheid tussen de huidige toezichthouders Wabo en de BOA’s en gaan na waar we werkprocessen kunnen integreren. Ook zoeken we uit wat er op het gebied van toezicht en handhaving verder nog moet gebeuren om in 2021 ‘Omgevingswet-proof’ te zijn. Hierin betrekken we de resultaten van een onderzoek van de Rekenkamercommissie naar toezicht en handhaving in het fysieke domein. Bij het verbeteren van de processen trekken we op met onze partners in de regio, waaronder de Omgevingsdienst Regio Arnhem. Vooral bij meervoudige vergunningen moeten er tussen de verschillende organisaties goede afspraken liggen over de invulling van toezicht en handhaving. We zoeken elkaar in regionaal verband overigens niet alleen op om werkafspraken te maken, maar ook voor inhoudelijke kennisuitwisseling en om van elkaars processen en werkwijzen te leren.
21
5. Budget Het invoeren van de Omgevingswet raakt veel plekken in de gemeentelijke organisatie en dat heeft uiteraard financiële gevolgen. De invoering gaat gepaard met incidentele lasten, bijvoorbeeld voor het uitvoeren van projecten, trainen van medewerkers en omschakelen naar nieuwe werkwijzen, en structurele lasten, bijvoorbeeld voor het aansluiten op landelijke voorzieningen. Om inzicht te krijgen in de kosten die met de invoering van de wet samenhangen, heeft de VNG voor gemeenten een financieel dialoogmodel ontwikkeld. Dit model geeft een indicatie van de kosten die de invoering met zich meebrengt. Op basis van een eerste raming in het model en afgezet tegen andere gemeenten met een vergelijkbare omvang, komen we tot een inschatting van een totaal benodigd budget van 1,1 miljoen euro. De gereserveerde en op dit moment nog beschikbare middelen van ruim 200.000 euro zijn daarmee niet voldoende. In de Kadernota 2020 en Begroting 2021 leggen we hiervoor een aanvullende budgetaanvraag neer. Bovenstaande raming heeft ook betrekking op de jaren na 2021. Na verloop van tijd zullen de extra werkzaamheden echter steeds meer regulier worden en daarmee de plaats innemen van werkzaamheden die nu ook al plaatsvinden. Op nog langere termijn ontstaan er mogelijk zelfs besparingen.
Denk bijvoorbeeld aan besparingen die samenhangen met een vermindering van het aantal visies, plannen en vergunningen. Deze besparingen zijn echter niet op korte termijn te verwachten, omdat alle nieuwe instrumenten eerst nog opgesteld en ingevoerd moeten worden. Bovendien staat tegenover deze besparingen een daling van de legesinkomsten als we meer gaan werken met algemene regels en bepaalde omgevingsvergunningen afschaffen. Aangezien de inhoudelijke keuzes op dit punt op een later moment worden gemaakt, zijn de structurele financiële gevolgen nog moeilijk in te schatten. Sowieso zijn de financiële gevolgen in deze fase van het invoeringsproces nog onzeker. Gaandeweg de invoering zullen we steeds beter kunnen inschatten wat de incidentele en structurele lasten zijn die met onze ambities samenhangen. Naarmate de uitvoering vordert en de keuzes in projecten concreter worden, ontstaat er steeds beter zicht op de werkelijke kosten. Via de reguliere Planningen Control-cyclus zal dit vervolgens zijn weg naar de begroting en jaarrekening vinden.
22
6. Routekaart In dit Ambitiedocument is aangegeven wanneer de gemeenteraad aan zet is om een besluit te nemen over de invoering van onderdelen van de Omgevingswet. Hieronder is dit nog eens weergegeven in de vorm van een routekaart. De routekaart beslaat de gehele periode die we nodig hebben om de wet in te voeren. Wanneer we klaar zijn, kunnen we nu nog niet zeggen. Wat we al wel met enige zekerheid weten, is dat er tijdens het proces zaken moeten worden bijgesteld of aangepast en dat onze route af en toe verandert. Misschien komt er door externe invloeden wel een wegomleiding of komen we er halverwege achter dat een andere route toch sneller is. In dat geval passen we onze route in overleg aan en zorgen ervoor dat we alsnog op onze eindbestemming aankomen.
23
BIJLAGE: overzicht minimale acties Onderstaand overzicht 'Minimale acties Omgevingswet' (VNG, versie 3.0, 20 februari 2020) laat zien wat gemeenten minimaal moeten regelen om klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Algemene strategie 1.
Ambities, strategie, aanpak en financiën bepaald. De gemeente heeft de ambities, strategie en aanpak voor de invoering van de Omgevingswet bepaald en de financiële consequenties in beeld gebracht.
Advies
Aanvragen, meldingen & vergunningen 2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9. 10.
11.
Kunnen ontvangen aanvragen en meldingen. Per 1-1-21 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) in staat om conform de daarvoor geldende standaard een aanvraag of melding (art. 14.1 Ob) vanuit de landelijke voorziening te ontvangen. Proces behandelen vergunningaanvragen en meldingen ingericht. Per 1-1-21 is het bevoegd gezag (en/of de uitvoeringsorganisatie) voorbereid op de gewijzigde vergunningprocedure conform de eisen van de Omgevingswet. Hieronder valt het kunnen verwerken van een enkelvoudige en een meervoudige aanvraag. Kunnen beoordelen vergunningaanvragen. Per 1-1-21 is het bevoegde gezag (en/of haar uitvoeringsorganisatie) in staat om aanvragen voor omgevingsvergunningen te beoordelen conform de eisen van de Omgevingswet. Kunnen aanleveren indieningsvereisten. Per 1-1-21 stellen provincie, waterschap en gemeente de informatie beschikbaar die nodig is om een aanvraagformulier in de landelijke voorziening samen te stellen, waarin ook de door hen gestelde indieningsvereisten zijn meegenomen. Gemeentelijke adviescommissie ruimtelijke kwaliteit ingesteld. De gemeente heeft een commissie ingesteld die in ieder geval tot taak heeft te adviseren over de aanvragen van een omgevingsvergunning voor een Rijksmonument (gemeentelijke adviescommissie). Vergunningverlening aangepast op de Wkb.
Per 1-1-2021 dient de gemeente de vergunningverlenings- en meldingsprocessen betreffende bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de legesverordening, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/inhoudelijke aspecten. Proces verkennen initiatief ingericht. De gemeente heeft het proces ‘verkennen initiatief’ ingericht zodanig dat een volledig en betrouwbaar beeld wordt verkregen van het initiatief, van het draagvlak bij belanghebbenden en van de mogelijkheden van het bevoegd gezag om de benodigde vergunning(en) hiervoor te verlenen. Participatie bij initiatieven ingericht. De gemeente heeft de minimaal noodzakelijke processen en werkwijzen voor participatie bij initiatieven ingericht. Kunnen opstellen en aanleveren vragenbomen vergunningcheck. De gemeente is in staat om toepasbare regels voor de vergunningcheck op te stellen en aan te leveren aan DSO-LV, conform de daarvoor geldende standaard; Per 1-1-21 tenminste voor die activiteiten waarvoor het uitvoeren van een vergunningcheck nu ook al mogelijk is (gelijkblijvend dienstverleningsniveau). Snelle dienstverlening voor topactiviteiten ingericht.
De gemeente heeft processen voor snelle en simpele dienstverlening ingericht voor eenvoudige topactiviteiten (zoals eenvoudige verbouwingen in en om het huis, t.w. dakkapel, uitbouw, kappen etc.).
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
Eis (bedrijfsmatig)
Eis (bedrijfsmatig) Advies
Advies
Toezicht en handhaving 12.
13.
Toezicht en Handhaving ingericht. De gemeente heeft toezicht en handhaving afgestemd op de bedoelingen en eisen van de Omgevingswet, in samenwerking met uitvoeringsorganisaties en andere bevoegd gezagen. Toezicht en handhaving aangepast aan de Wkb. Per 1-1-2021 dient de gemeente de toezichts-en handhavingsprocessen bij bouwactiviteiten te hebben aangepast aan de Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb). Dit omvat de inrichting van processen, de informatievoorziening, de afspraken met uitvoeringsdiensten en private partijen en juridische/ inhoudelijke aspecten.
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
24
Planvorming 14.
15.
16.
Kunnen wijzigen omgevingsplan. Als een gemeente een omgevingsplan wil wijzigen, dan stelt de gemeente deze wijziging per 1-1-21 vast conform de eisen van de Omgevingswet. Het gewijzigde deel van het plan voldoet aan de provinciale instructieregels en aan de instructieregels uit hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. De wijziging wordt met behulp van de geldende standaard ontsloten via DSO-LV. Kunnen werken met tijdelijk omgevingsplan. Per 1-1-21 is de gemeente in staat om te kunnen werken met het tijdelijk omgevingsplan (van rechtswege). De gemeente heeft zich hiervoor verdiept in de bruidsschat, het overgangsrecht en de wijze waarop het tijdelijk omgevingsplan geraadpleegd kan worden in het DSO-LV. Daarnaast heeft de gemeente de bestaande 'planvoorraad' opgeschoond en – voor zover nodig geacht – de oude bestemmingsplannen geactualiseerd in ruimtelijkeplannen.nl. Plan(ning) gemaakt voor een nieuw omgevingsplan. De gemeente heeft keuzen gemaakt over de uitgangspunten, structuur en insteek van het nieuwe omgevingsplan. Daarbij is ook bepaald in welke stappen en in welk tempo het nieuwe omgevingsplan wordt opgesteld. Eén en ander in lijn met de kaders vanuit rijks- en provinciale regelgeving en vastgelegd in een met de raad afgestemd plan van aanpak.
Eis (juridisch)
Eis (bedrijfsmatig)
Advies
Programma(’s) 17. 18.
Programma luchtkwaliteit vastgesteld. Per 1-1-21 beschikken die gemeenten die daartoe verplicht zijn over een vastgesteld programma luchtkwaliteit. Kennis vergaard over kerninstrument programma. De gemeente heeft haar programma('s) vastgesteld en (zodra mogelijk) gepubliceerd via DSO-LV.
Eis (juridisch) Advies
Omgevingsvisie 19.
Omgevingsvisie in voorbereiding. De gemeente heeft wezenlijke stappen gezet in het formuleren van een integrale omgevingsvisie zoals bedoeld in de Omgevingswet, en heeft besloten of zij gebruik maakt van de gelijkstellingsbepaling, welke regelt dat een voor 1-1-21 vastgestelde omgevingsvisie ook na ‘21 blijft gelden als omgevingsvisie.
Advies
Monitoring en evaluatie 20.
Monitoring en evaluatie ingericht. De gemeente heeft monitoring & evaluatie afgestemd op de bedoelingen en eisen van de Omgevingswet.
Advies
Overig 21.
22.
23.
24.
25. 26. 27.
Kunnen uitvoeren gedecentraliseerde bodemtaken. Per 1-1-21 heeft de gemeente afspraken gemaakt over de overdracht van bodemtaken, de regels en de bijbehorende middelen vanuit de provincie en is in staat om de overgedragen taken uit te (laten) voeren. Kunnen toepassen procedures en regels voorkeursrecht en onteigenen. Per 1-1-21 kan de gemeente de procedurele wijzigingen van het voorkeursrecht toepassen, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Kunnen toepassen procedures en regels kostenverhaal. Per 1-1-21 heeft de gemeente de procedures en (reken)methoden voor kostenverhaal geïmplementeerd, zoals beschreven in de aanvullingswet grondeigendom. Legesmodel, mandaatregelingen en verordening planschade aangepast. De gemeente heeft haar legesmodel, de mandaatregelingen en de procedureverordening planschade aangepast op de situatie per 1-1-21. Financiële arrangementen met uitvoeringsdiensten herzien. De gemeente heeft de financiële arrangementen met haar uitvoeringsdiensten herzien. Verstrekken informatie over de Omgevingswet. De gemeente (en uitvoeringsorganisatie) kan burgers en bedrijven voorzien van correcte en begrijpelijke informatie over de Omgevingswet. Veranderopgave na 2021 bepaald.
Gemeentebestuur, management en 'uitvoering' hebben een beeld van de verdere veranderopgave die voortvloeit uit de bedoeling van de wet en hebben op basis daarvan een aanpak gedefinieerd om de organisatie verder te laten groeien in de wijze waarop de Omgevingswet wordt uitgevoerd.
Eis (juridisch)
Eis (juridisch)
Eis (bedrijfsmatig)
Eis (bedrijfsmatig)
Eis (bedrijfsmatig) Eis (bedrijfsmatig) Advies
25