Agendabundel
Tekst van het document
Gea Hofstede
Voortgang
Conform planning
We dragen bij aan de mobiliteitstransitie. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Gea Hofstede
Voortgang
Conform planning
Toelichting financiële afwijkingen Taakveld (x € 1.000,-)
Programma begroting 2024
Afwijkingen Saldoneutraal
Gewijzigde programma begroting 2024 na 1e Berap
Lasten 2.1 Verkeer en vervoer
6.337
0
90
6.427
2.2 Parkeren
77
0
1
78
2.5 Openbaar vervoer
125
0
0
125
6.539
0
91
6.630
2.1 Verkeer en vervoer
302
0
0
302
2.2 Parkeren
25
0
0
25
2.5 Openbaar vervoer
97
0
0
97
Subtotaal
425
0
0
425
Saldo van baten en lasten
-6.115
0
-91
-6.205
Subtotaal Baten
Niet van toepassing.
23
Wat gaat het kosten? Toelichting financiële afwijkingen Leefomgeving
Omschrijving (bedragen x € 1.000,-)
Lasten
29.524
183
Gewijzigde programma begroting 2024 na 1e Berap 888 30.595
Baten
15.780
-700
140
15.219
-13.744
-883
-748
-15.376
Toevoeging
810
0
0
810
Onttrekking
985
0
0
985
Resultaat
-13.569
-883
-748
-15.200
Saldo van baten en lasten
Programma begroting 2024
Afwijkingen Saldoneutraal
Reserves
Niet van toepassing.
24
3. Bestuur & organisatie Wat is de visie van Bestuur en organisatie? Dienstverleningsagenda Een goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en instellingen vinden wij belangrijk. Daarvoor is een goed werkende gemeentelijke organisatie nodig. Slagvaardigheid in het realiseren van onze ambities is daarbij essentieel. Op een aantal onderdelen verbeteren wij de digitale dienstverlening. Kansengelijkheid en inclusie Wij willen een samenleving die uitgaat van gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusie. Wij ambiëren gelijke kansen voor iedereen. Onderdrukking, uitbuiting en uitsluiting worden door ons met kracht bestreden. De gemeente Rheden is daarom ook een regenbooggemeente. Inwonersparticipatie Eind 2022 is met een groot aantal inwoners in diverse werkgroepen samen met de gemeente het Burgerakkoord Rheden CO²-neutraal gesloten. De raad heeft aangegeven dat het burgerakkoord zoveel mogelijk wordt geïmplementeerd. Vervolgens een duurzaamheidsagenda gemaakt, waarin de maatregelen verder zijn uitgewerkt. In 2024 zal de duurzaamheidsagenda verder worden uitgerold. Er zijn extra middelen nodig voor het proces en extra middelen voor de concrete maatregelen. Regionale samenwerking en internationale betrekkingen De coalitiepartijen hechten veel waarde aan de gemeentelijke onafhankelijkheid en zelfstandigheid.
Voor een aantal maatschappelijke vraagstukken is regionale samenwerking gewenst of noodzakelijk en soms verplicht. De regionale samenwerkingen waarin wij participeren hebben een duidelijke toegevoegde waarde en vergroten onze effectiviteit en efficiency. In deze samenwerkingen hebben wij een actieve opstelling en inbreng. Daarbij hebben wij oog voor de democratische legitimatie. Wij intensiveren daarom de lokale en regionale samenwerking. Daarbij hechten wij veel waarde aan lokale samenwerkingen met ondernemers en het onderwijs. Met betrekking tot internationale samenwerking continueren we de samenwerking met Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) International op basis van participatie in hun programma’s en projecten. Vastgoedportefeuille Wij willen meer duurzame voorzieningen op maat voor toekomstbestendige dorpen. Daarbij geven wij aandacht aan circulair aanbesteden. Door middel van ons vastgoedbeleid willen wij de sociale verbindingen van de dorpen in Rheden behouden en, waar mogelijk, versterken. Op deze wijze behouden wij levendige dorpen met een duidelijk eigen karakter en identiteit. Ook culturele voorzieningen dragen bij aan de onderlinge sociale verbindingen. Tot slot draagt onze vastgoedstrategie bij aan solide, toekomstbestendige gemeentelijke financiën.
Professionalisering organisatie Rheden wil een betrouwbare en slagvaardige organisatie zijn, die haar inwoners, ondernemers en bezoekers goede dienstverlening biedt.
Thema Dienstverleningsagenda Afwijkingen op bestuurlijke doelen Een klantgerichte en adequate dienstverlening aan inwoners, ondernemers en instellingen.
25
Verantwoordelijk portefeuillehouder
Dorus Klomberg
Voortgang
Conform planning
Toelichting financiële afwijkingen Taakveld (x € 1.000,-)
Programma begroting 2024
Afwijkingen Saldoneutraal
Gewijzigde programma begroting 2024 na 1e Berap
Lasten 0.1 Bestuur
2.854
0
39
2.893
0.2 Burgerzaken
1.800
0
67
1.867
0.4 Overhead
19.210
175
1.278
20.663
0.5 Treasury
-1.018
0
0
-1.018
730
0
0
730
0.62 OZB niet-woningen
0
0
0
0
0.63 Parkeerbelasting
0
0
0
0
0.64 Belastingen overig
0
0
0
0
0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds
0
0
0
0
2.962
1.139
-2.239
1.861
0
0
0
0
26.538
1.314
-855
26.997
0
0
0
0
0.2 Burgerzaken
825
0
0
825
0.4 Overhead
27
0
0
27
0.5 Treasury
719
0
0
719
0.61 OZB woningen
8.288
0
0
8.288
0.62 OZB niet-woningen
2.854
0
0
2.854
0.63 Parkeerbelasting
4
0
0
4
0.64 Belastingen overig
85
60
0
145
99.774
973
0
100.747
300
0
0
300
0
0
0
0
Subtotaal
112.875
1.033
0
113.908
Saldo van baten en lasten
86.337
-281
855
86.911
0.61 OZB woningen
0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB) Subtotaal Baten 0.1 Bestuur
0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
Toelichting op de mutaties van taakveld 0.4 Overhead
26
•
Voor het versterken van de financiële functie zijn investeringen in komende jaren noodzakelijk. Onder de financiële functie wordt verstaan alles en iedereen in de gehele organisatie (ook bestuurlijk) met een financiële rol in zijn of haar functie. Investering in 2024 bedraagt 175K.
Toelichting op de mutaties van taakveld 0.64 Belastingen overig • De werkelijke inkomsten hondenbelasting zijn 60K hoger dan in de begroting is opgenomen. Toelichting op de mutaties van taakveld 0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds • Algemene Uitkering; Bijstelling opbrengsten algemene uitkering op grond van de septembercirculaire Gemeentefonds 2023. Zie toelichting in raadsmemo 16-10-2023 "Financiële effecten septembercirculaire gemeentefonds 2023". Betreft voordelige correctie van 1.443K. •
Algemene Uitkering; Bijstelling opbrengsten algemene uitkering op grond van de decembercirculaire GF 2023. Zie toelichting in raadsmemo 9-1-2024 "Financiële effecten decembercirculaire gemeentefonds 2023". Betreft nadeel in 2024 van 470K.
Toelichting op de mutaties van taakveld 0.8 Overige baten en lasten • Functiewaarderingssysteem HR21; In 2023 zijn we een project gestart om de functies en het functiewaarderingssysteem HR21 te actualiseren. U kunt dit teruglezen in de paragraaf Bedrijfsvoering programmabegroting 2024-2027. De verwachting is dat deze actualisatie in 2024 leidt tot een eenmalige kostenpost van 1.014k. Het structurele effect wordt verwerkt in de Kadernota 2025. •
CAO ontwikkeling 2024; Voor de CAO ontwikkeling 2024 is in de begroting 2024 rekening gehouden met een stijging van de salarislasten van 5,2%. Hiermee is de stijging van 2024 grotendeels gedekt. Er dient nog een bedrag te worden bijgeraamd van 125K om de CAO ontwikkeling 2024 geheel op te kunnen vangen.
Thema Kansengelijkheid en inclusie Afwijkingen op bestuurlijke doelen Wij geven elke inwoner gelijke kansen. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Dorus Klomberg
Voortgang
Conform planning
Toelichting financiële afwijkingen Niet van toepassing.
Thema Inwonersparticipatie Afwijkingen op bestuurlijke doelen We betrekken actief onze inwoners en ondernemers bij besluitvorming. Verantwoordelijk portefeuillehouder Voortgang
Dorus Klomberg Gering buiten planning
27
Het doel was om de participatieverordening in januari in de Raad vast te stellen. In overleg met de Raad is afgesproken het participatieproces over de participatienota een tweede ronde te geven. Dit leidt ertoe dat het vaststellen van de Participatienota is vertraagd en nu staat gepland voor Q3 2024.
Toelichting financiële afwijkingen Niet van toepassing.
Thema Regionale samenwerking en internationale betrekkingen Afwijkingen op bestuurlijke doelen Verbetering samenspel Omgeving - Gemeenteraad – College – organisatie. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Carol van Eert
Voortgang
Conform planning
Vaststelling Lange Termijn Visie. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Carol van Eert
Voortgang
Conform planning
Realisatie van toegevoegde waarde door samenwerking. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Carol van Eert
Voortgang
Conform planning
Toelichting financiële afwijkingen Niet van toepassing.
Thema Vastgoed portefeuille Nieuwe beleidontwikkelingen Gemeente Rheden heeft vastgoed in bezit om haar beleidsdoelstellingen te realiseren. Het bezitten van vastgoed is geen doelstelling op zich voor de Gemeente Rheden. Toch hebben wij een omvangrijke vastgoedportefeuille. Dit brengt verplichtingen met zich mee. Hoe we hier uitvoering aan geven is beschreven in het Rhedens Vastgoedkader. Verder zien we dat ontwikkelingen rondom het Didam arrest extra inspanning en een aangepaste werkwijze met zich meebrengen.
Afwijkingen op bestuurlijke doelen Verduurzaming van de vastgoedportefeuille. Verantwoordelijk portefeuillehouder Voortgang
Dorus Klomberg Gering buiten planning
28
De verduurzaming van Theothorne is gestart, deze zal BENG worden uitgevoerd doch wel aardgasloos. Daarnaast staat de oplevering van een duurzaam en energieneutraal gemeentehuis gepland in Q4. Het beleidskader Verduurzaming Maatschappelijk Vastgoed zal naar verwachting in Q3 2024 worden vastgesteld. Het uitvoeringsplan wat aanvankelijk is opgesteld wordt momenteel opnieuw bekeken en aangescherpt om te kunnen voldoen aan de bezuinigingsopgave SolideKadernota voor de komende jaren. We prioriteren verduurzaming en plannen zoveel mogelijk in combinatie met de MJOP's. Het uiteindelijke doel is om in 2050 volgens klimaatakkoord dat ons vastgoed geheel energieneutraal is. Toelichting op de ontwikkeling van de risico's Het risico bestaat dat er in verband met de betaalbaarheid keuzes doorgeschoven moeten worden zodat het langer duurt voordat 30% van ons vastgoed energieneutraal is. Tevens vormt netcongestie een risico waardoor toekomstige implementatie in gevaar zou kunnen komen. Verbeteren financiële structuur. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Dorus Klomberg
Voortgang
Buiten planning
De verbindingen met de beleidsvelden wordt actief verbeterd maar de personele bezetting op Vastgoed is onvoldoende om alle beleidsvelden optimaal te bedienen. We hebben op financieel gebied nog de nodige verbeteringsslagen te maken, maar de knelpunten krijgen we in beeld. De basis om financiële structuur te verbeteren vraagt ondersteuning door Financiën en personele continuïteit en deze ontbreekt waardoor financiële bijsturing en advisering nu onvoldoende is geborgd. Toelichting op de ontwikkeling van de risico's De personele bezetting is niet optimaal en vormt een risico. Deze verbeteringen kunnen alleen gerealiseerd worden door sterke samenwerking tussen de financieel adviseur, beleidsadviseurs (sport, dorpshuisen, veiligheid etc.) en Vastgoed. De personele wisseling en minimale formatie belemmeren een gestage verbeteringsslag.
Toelichting financiële afwijkingen Niet van toepassing.
Thema Professionalisering organisatie Afwijkingen op bestuurlijke doelen Rheden wil een professionele, klantgerichte en toekomstbestendige organisatie zijn, waar de inrichting van de organisatie ondersteunend is aan de visie en doelen. Verantwoordelijk portefeuillehouder Voortgang
Gea Hofstede Conform planning
Toelichting financiële afwijkingen Niet van toepassing.
29
Thema Integrale veiligheid Afwijkingen op bestuurlijke doelen Wij willen met elkaar een Rhedense samenleving zijn waarin iedere inwoner en ondernemer een veilige woon-, werk- en leefomgeving ervaart. Verantwoordelijk portefeuillehouder
Carol van Eert
Voortgang
Conform planning
Toelichting financiële afwijkingen Taakveld (x € 1.000,-)
Programma begroting 2024
Afwijkingen Saldoneutraal
Gewijzigde programma begroting 2024 na 1e Berap
Lasten 1.1 Crisisbeheersing en brandweer
3.297
0
0
3.297
1.2 Openbare orde en veiligheid
1.152
0
48
1.200
4.449
0
48
4.496
1.1 Crisisbeheersing en brandweer
6
0
0
6
1.2 Openbare orde en veiligheid
21
0
0
21
Subtotaal
26
0
0
26
Saldo van baten en lasten
-4.423
0
-48
-4.470
Subtotaal Baten
Niet van toepassing.
30
Wat gaat het kosten? Toelichting financiële afwijkingen Bestuur en organisatie
Omschrijving (bedragen x € 1.000,-)
Programma begroting 2024
Afwijkingen Saldoneutraal
Gewijzigde programma begroting 2024 na 1e Berap -808 31.493
Lasten
30.987
1.314
Baten
112.901
1.033
0
113.934
Saldo van baten en lasten
81.914
-281
808
82.441
Toevoeging
780
0
0
780
Onttrekking
277
0
426
703
Resultaat
81.411
-281
1.234
82.364
Reserves
Niet van toepassing.
31
3 Bijlagen
32
Duiding saldo-neutrale wijzigingen
Lasten/Baten
A) 1BR Verschuivi B) C) D) E) F) Inzet CovidSaldong Telemetr Verwerki Ziektevervang Huisvestingslas 19 middelen uit neutraal salarissen ie ng CAO ing ten reserve
Lasten Exploitatie P1. Samenleving
715.453
88.556
P2. Leefomgeving
888.058
116.401
P3. Bestuur & Organisatie
-807.511
-204.957
Totaal lasten
796.000
0 140.000
140.000
140.000
140.000
383.515
88.382
-75.000
605.077
26.580
-988.592
-114.962
501.000
0
0
426.000
230.000
230.000
Baten Exploitatie P2. Leefomgeving Reserves P1. Samenleving
230.000
P3. Bestuur & Organisatie
426.000
Totaal baten
796.000
Eindtotaal
0
230.000 426.000 0 140.000
0
0
426.000
230.000
0
0
0
0
0
0
A) Verschuiving salarissen; Dit betreft verdeling van formatiebudget, opgenomen in de begroting 2024. In eerste instantie wordt het budget begroot op een stelpost binnen programma 3. Na toekenning van de formatie wordt de begrotingswijziging gemaakt naar de betreffende taakvelden binnen de programma’s.
33
B) Telemetrie; De telemetrie waarmee wij communiceren met de technische installaties van onze gemalen dient vervangen te worden. Dat gebeurt nu via 3G en dat gaat verdwijnen en we moeten ons instellen op 4G, of liefst 5G. De kosten willen we dekken uit de huidige exploitatie en aan het einde van het jaar te vereffenen met de voorziening riolering C) Verwerking CAO; In de Kadernota 2024 is rekening gehouden met een CAO verhoging in 2024. Hiervoor is een bedrag geraamd op de stelpost. De verdeling van het budget naar de taakvelden gebeurt in deze berap. D) Ziektevervanging; In onze begroting houden we rekening met een budget voor ziektevervanging van € 200.000. De verdeling over de programma’s gebeurt in deze berap. E) Huisvestingslasten; Dit betreft nog te ramen incidentele budgetten voor gemeentelijke huisvesting (huur- en servicelasten diverse panden) i.v.m. realisatie nieuwe gemeentehuis. Deze uitgaven worden, conform uitgangspunten dekkingsplan gemeentehuis, gedekt ten laste van de reserve nieuwbouw gemeentehuis. F) Inzet Covid-19 middelen uit reserve; betreft inzet vanuit de reserve Covid-19 ten behoeve van extra voorschoolmaatschappelijk werk (€ 75K), extra jongerenwerk (€ 75K) en integrale jongeren aanpak (€ 80K).
34
Grote projecten Planning Kwaliteit Budget Beleidsdoel
Start
Budget
Eind
(€ x 1.000)
St
Mu St
Mu St Mu Oordeel
Toelichting afwijkingen Belangrijkste risico's
1. Nieuw Gemeentehuis (Wethouder: Dorus Klomberg, Projectleider: Jenine Hingstman) 3.1 1-1-2023 Dienstverlening
31-122024
€ 30.754 Op planning
* Blijven behalen van de planning
2. Omgevingswet (Wethouder: Paul Hofman, Projectleider: Martin van Meurs) 2.2 Vernieuwing 1-1-2023 omgevingsbeleid
31-122026
€ 5.000 Op planning
3. Implementatie Hervormingsagenda Jeugd (Wethouder: Ronald Ter Hoeve, Projectleider: Gretha Oosterveld) 3.2 Vitaal en Gezond
1-1-2023
31-122024
€ 425 Op planning
Hogere implementatiekosten
4. Integrale wijkaanpak Stenfert (Wethouder: Gea Hofstede, Projectleider: Margriet Loeven) 3.2 Vitaal en Gezond
1-1-2023
31-122028
€ 200.000 Op planning
*inzet partners
5. Digitaal Rheden (Wethouder: Dorus Klomberg, Projectleider: Philip Woertman)
Doelen: Digitale dienstverlening, Goede werkgever, 1-1-2023 Samenwerking, ICT fundament en Sturing.
31-122025
€ 2.500 Opletten
Langdurige vertraging in het project vervanging zaaksysteem (door capaciteitsgebrek bij leverancier) en daardoor *financiële en bestuurlijke risico’s als we niet (tijdig) compliant zijn aan wetook vertraging in het en regelgeving. project papierarm en digitaal werken. Te nemen maatregel: duur van het
35
programma Digitaal Rheden verlengen. 6. IJsseldistrict (Wethouder: Gea Hofstede, Projectleider: Annemarie Koopman) 1-1-2023
31-122024
€ 7.500 Op planning
7. Uitvoeringprogramma Veluwezoom (Wethouder: Paul Hofman, Projectleider: Rowena Vanistendael) 31-12€ 7.500 Op planning 2024 8. Reconstructie Oranjebuurt Dieren (Wethouder: Dorus Klomberg, Projectleider: Richard Rutten) 1-1-2023
1-1-2021
31-122025
€ 7.500 Op planning
Legenda
Stand van zaken
Mutatie
Op planning
Opletten
Buiten planning
Niet gestart
Geen verandering
Verbetert
Verslechtert
36
Raadsvoorstel portefeuillehouder
begrotingsprogramma
draagt bij aan Global Goal(s)
Dorus Klomberg
3 Bestuur & Organisatie
17 Partnerschappen om doelstellingen te bereiken
b en w-vergadering
agendapunt
bijlage(n) ter inzage
4 rol raad
soort document
Zienswijze voorbereidende vergadering
agendapunt
raadsvergadering
agendapunt
onderwerp
Wijziging Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie - De Connectie INHOUD VOORSTEL De raad wordt voorgesteld om:
• •
een positieve zienswijze te geven op de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie; het college opdracht te geven deze zienswijze conform bijgevoegd concept toe te sturen aan het bestuur van de Connectie;
1 Waartoe is het voorstel gedaan? De gemeenschappelijke regeling Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie, bij u beter bekend als De Connectie, moet worden aangepast in verband met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). De wetswijziging van de Wgr heeft als doel gemeenteraden meer te betrekken bij de verschillende Gemeenschappelijke Regelingen. Een aantal wijzigingen moet verplicht worden overgenomen, voor een aantal wijzigingen hebben de gemeenteraden de keus. Hiervoor wordt u een concept wijzigingsbesluit voorgelegd. Deels betreft het wijzigingen die volgen op de aanpassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Deels betreft dit aanpassingen omdat de organisatie heeft aangegeven deze wenselijk te achten.
Wijzigingsvoorstellen algemeen: de organisatie wil graag dat de regeling/rechtspersoon niet langer Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie (afgekort IGUO) heet, maar ‘De Connectie’; aanpassing artikel 5, vijfde lid (Voorzitter vertegenwoordigt in en buiten rechte); aanpassing van artikel 9 (directeur neemt als secretaris deel aan de vergadering); een aantal redactionele wijzigingen Wijzigingen in het kader van de gewijzigde wet: zienswijze (artikel 7, derde lid en 26, vijfde lid); participatie, niet tenzij (artikel 7, vierde lid); verstrekken van informatie (artikel 10, zevende lid); hoofdstuk 5: financiële bepalingen; invoering evaluatie (artikel 29); aanpassing artikel 30 in verband met wijziging publicatie/toezendingsplicht. De Gemeenschappelijke Regeling moet unaniem worden vastgesteld. Daarom heeft De Connectie samen met de deelnemende gemeenten de voorkeuren bepaald. Deze zijn vertaald in de nu voorliggende Gemeenschappelijke Regeling. 2 Wat is de aanleiding? De wijzigingen in de Wgr zijn er met name op gericht om de democratische legitimiteit beter te borgen. Pagina 1 van 3 RHD-
3 Wat is het bestaand beleid c.q. kader?
• •
Wet gemeenscappelijke regelingen Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie
4 Wat willen wij bereiken? Een actuele Gemeenschappelijke Regeling De Connectie die is aangepast conform de Wet gemeenschappelijke regelingen. 5 Wat gaan wij ervoor doen? Het vaststellen van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling gebeurt in twee rondes. In deze eerste ronde krijgen de raden de gelegenheid om hun zienswijze te geven. In de tweede ronde worden de raden gevraagd om toestemming voor het wijzigen van de regeling. Deze toestemming mag alleen worden geweigerd wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Uiteindelijk wordt deze regeling dan in de colleges vastgesteld. 6 Wat zijn de financiële consequenties? Het voorstel heeft geen financiële consequenties. 7 Wat zijn de risico’s? Unanieme instemming vereist een uitgebreid besluitvormingsproces. Het wijzigen van de regeling is een bevoegdheid van alle colleges, met betrokkenheid van alle raden van de deelnemende gemeenten. Dit betekent dat de besluitvorming in alle colleges en raden van de deelnemende gemeenten doorlopen moet worden. Als een zienswijze wordt ingediend zal in het definitieve voorstel de ingediende zienswijze moeten worden verwerkt. Als de zienswijze niet of slechts gedeeltelijk wordt overgenomen, moet dit worden toegelicht.
Het risico dat te zijner tijd unanieme besluitvorming uitblijft wordt klein geacht omdat de raden van de deelnemende gemeenten zijn betrokken bij de voorbereiding van de wijziging. 8 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? Het bestuur van De Connectie zal op de hoogte worden gebracht van de zienswijze van uw raad. 9 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? Niet van toepassing. 10 Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Niet van toepassing. Velp, Burgemeester en wethouders van Rheden,
Carol van Eert, burgemeester.
Bart Drewes, secretaris.
Pagina 2 van 3 RHD-
Ontwerp-raadsbesluit De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 april 2024 gelet op de Wet gemeenschappelijke Regelingen besluit: • •
een positieve zienswijze te geven op de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie; het college opdracht te geven deze zienswijze conform bijgevoegd concept toe te sturen aan het bestuur van de Connectie;
Velp, 28 mei 2024 De raad voornoemd,
voorzitter.
griffier.
Pagina 3 van 3 RHD-
Bestuur van de Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie, h.o.d.n. De Connectie T.a.v.
datum
zaaknummer
uw brief/kenmerk
RHDbehandeld door
doorkiesnummer
N. Koning-Lucas
(026) 49 76 911
bijlage(n)
onderwerp
zienswijze wijziging GR IGUO Geachte heer, mevrouw, De gemeente Rheden heeft van De Connectie het concept besluit tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie ontvangen. De gemeenteraad van Rheden heeft in zijn vergadering van 27 juni jl. dit wijzigingsvoorstel besproken. Wij berichten u hierbij dat onze raad een positieve zienswijze heeft gegeven op de voorgestelde wijziging van de gemeenschappelijke regeling. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. De griffier,
De voorzitter
Gemeenschappelijke regeling De Connectie De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden, hierna te noemen de deelnemers; Overwegende dat Deelnemers eind november 2011 hebben besloten om samen te gaan werken door kennis en ervaring te bundelen; De verwachting is dat bundeling van kennis en ervaring de kwaliteit van dienstverlening naar zowel de eigen organisaties als de inwoners zal vergroten; Samenwerking op lange termijn ook kan leiden tot kostenbesparingen en een verhoging van de efficiency; Deelnemers willen samenwerken ter behartiging van de sturing en beheersing van hun ondersteunende processen en van uitvoeringstaken; Deelnemers hebben besloten om deze samenwerking vorm te geven middels een gemeenschappelijke regeling met een bedrijfsvoeringsorganisatie; Deze bedrijfsvoeringsorganisatie van start is gegaan onder de naam “Intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie”, maar inmiddels handelt onder de naam “De Connectie”; Het voor de vindbaarheid van de gemeenschappelijke regeling het van belang is de naam hiervan te wijzigen in “De Connectie”; De Wet gemeenschappelijke regelingen op 1 juli 2022 is gewijzigd, waardoor deze gemeenschappelijke regeling wijziging behoeft; Gelet op -
artikel 1, eerste lid en artikel 8, derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen; artikel 10:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht; de verleende toestemming, overeenkomstig artikel 1, tweede lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, van de raden van de betrokken gemeenten aan de deelnemers voor het aangaan van de samenwerking en het treffen van deze regeling;
Besluiten te treffen de Gemeenschappelijke regeling De Connectie
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden; c. medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij De Connectie; d. derden: niet-deelnemers aan de regeling; e. regeling: de gemeenschappelijke regeling De Connectie f. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Begrippen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet die in deze regeling worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet. Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr, genaamd De Connectie. 2. De Connectie is statutair gevestigd te Arnhem.
Hoofdstuk 2: Taken en bevoegdheden van de Connectie Artikel 3 Doelen en taken 1. De Connectie heeft tot doel het behartigen van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en uitvoeringstaken voor de deelnemers, met inachtneming van de autonomie van de deelnemers. 2. De deelnemers bepalen welke taken worden overgedragen aan De Connectie . 3. De deelnemers kunnen bij unanimiteit wijzigingen toebrengen in de taken van De Connectie . 4. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de hierboven bedoelde taken, kan De Connectie op verzoek van derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken verrichten. Artikel 4 Bevoegdheden deelnemers 1. Aan het Bestuur van De Connectie worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers. 2. De deelnemers kunnen ten aanzien van de bij of krachtens artikel 3 aan De Connectie opgedragen taken, bevoegdheden aan de leden van de directie van De Connectie mandateren, met de bevoegdheid tot ondermandaat.
Hoofdstuk 3: Inrichting, samenstelling en werkwijze van het Bestuur § 1. Het Bestuur Artikel 5 Samenstelling 1. De deelnemers wijzen uit hun midden elk één lid van het Bestuur aan. 2. De deelnemers wijzen voor de door hen benoemde leden van het Bestuur plaatsvervangende leden aan. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 3. Het Bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan alsmede diens plaatsvervanger. 4. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het Bestuur en de vergaderorde binnen het Bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 8 lid 1. 5. De voorzitter ondertekent de stukken die namens het Bestuur uitgaan en vertegenwoordigt De Connectie in en buiten rechte. 6. Het Bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het Bestuur te handelen. Artikel 6 Aanwijzing en ontslag 1. De leden van het Bestuur worden aangewezen voor dezelfde periode als waarvoor het betreffende college wordt benoemd. 2. Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt van rechtswege, zodra het lid ophoudt lid van het college te zijn of de deelnemer die het lid heeft aangewezen uittreedt. 3. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Bestuur.
Het lid blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Indien noodzakelijk vindt deze waarneming door de burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente plaats. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. Artikel 7 Bevoegdheden Bestuur 1. Het Bestuur heeft de bevoegdheden voor zover benodigd voor de uitoefening van de in artikel 3 lid 2 genoemde taken. 2. Het Bestuur kan haar bevoegdheden mandateren c.q. volmacht verlenen aan de leden van de directie De Connectie met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in de wet worden besluiten niet voor zienswijze aan de raden van de deelnemers voorgelegd. Artikel 8 Vergaderingen 1. De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders heeft bepaald. 2. Het Bestuur vergadert minimaal tweemaal per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste één lid de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoekt. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 3. De leden van het Bestuur hebben ieder één stem. 4. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen, tenzij in deze regeling anders is bepaald.
5. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 30, en 32 van de Gemeentewet is van
overeenkomstige toepassing. § 2 Secretaris Artikel 9 Secretaris 1. De directeur is als secretaris tijdens de vergadering van het Bestuur aanwezig. 2. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris mede-ondertekend. 3. Het Bestuur regelt de plaatsvervanging van de secretaris. § 3 Informatie en verantwoording Artikel 10 Informatie en verantwoordingsplicht 1. Het Bestuur verstrekt een deelnemer de verlangde inlichtingen. Een lid van het Bestuur geeft de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden, overeenkomstig het reglement van orde van dat college, verlangde inlichtingen. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk worden ingediend bij het Bestuur. 3. Het Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen schriftelijk of mondeling zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. 4. Een lid van het Bestuur voorziet de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, van alle informatie die, in relatie tot het door het gevoerde en te voeren beleid en de daarbij door het aangewezen lid ingenomen dan wel in te nemen standpunt, noodzakelijk is. 5.
Een lid van het Bestuur is aan de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, verantwoording verschuldigd voor de wijze waarop het lid de deelnemer in het Bestuur heeft vertegenwoordigd, naar de door de deelnemer, die hij vertegenwoordigt vastgestelde dan wel te stellen regels. 6. De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing jegens de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. 7. Het Bestuur stelt voor het digitaal verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 8. Het Bestuur stelt de Rekenkamer van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in gezamenlijkheid in staat om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke uitoefening van de rekenkamertaak nodig is. Artikel 10a Participatie Participatie van ingezetenen en belanghebbenden vindt via de deelnemende gemeente plaats. In uitzonderlijke gevallen kan het Bestuur ingezetenen en belanghebbenden laten participeren in verband met keuzes die te maken hebben op de uitvoering van beleid.
Hoofdstuk 4: Ambtelijke organisatie De Connectie Artikel 11 Directie 1. Er is een directie van De Connectie. 2. De directie De Connectie wordt door het Bestuur benoemd. 3. Het Bestuur kan de leden van de directie schorsen en ontslaan. 4. De directie is belast met de leiding van De Connectie en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie. Artikel 12 Aanstellen overig personeel 1. Het Bestuur is belast met het aanstellen van medewerkers als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van het personeel van De Connectie. 2. Het Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden, uitgezonderd het schorsen en ontslaan van directieleden, mandateren aan de directie van De Connectie. Artikel 13 Rechtspositie personeel Het Bestuur stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast.
Hoofdstuk 5: Financiële bepalingen Artikel 14 Organisatie financieel beheer 1. Het Bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het geldelijk beheer van De Connectie. 2. Bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt bepaald welke ambtenaren van De Connectie met het doen van ontvangsten en betalingen voor De Connectie en met zorg voor de boekhouding zijn belast. Artikel 15 Procedure begrotingsbehandeling 1. Het Bestuur voorziet de ramingen in de ontwerp-begroting als bedoeld in artikel 35 eerste lid van de Wgr van een behoorlijke toelichting. 2. Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting aan de raden van de gemeenten toe voor 1 mei, maar tenminste twaalf weken voor vaststelling van de begroting, voorafgaand aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft. 3. De gemeenteraden kunnen hun zienswijze omtrent het ontwerp van de begroting binnen twaalf weken na de verzending van de ontwerpbegroting aan het Bestuur kenbaar maken. 4. Het Bestuur zendt de begroting nadat deze is vastgesteld onder bijvoeging van de zienswijzen van de gemeenteraden, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging aan de gemeenteraden. Artikel 35, tweede lid van de Wgr is ten aanzien van dit commentaar en de nota van wijziging van overeenkomstige toepassing. 5.
Het besluit tot vaststelling van de begroting wordt genomen bij meerderheid van stemmen en kan uitsluitend genomen worden bij voltallige aanwezigheid van het Bestuur. Voor zover het een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor de deelnemende gemeenten betreft, dient de meerderheid als bedoeld in de vorige volzin te worden behaald met stemmen van leden van het Bestuur die ook een meerderheid in inwonersaantallen vertegenwoordigen.
Artikel 16 Procedure bij wijziging begroting 1. Het bepaalde in artikel 35, eerste en derde lid van de Wgr is niet van toepassing op af- en overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerp-wijzigingen voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit. 2. Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid worden door het Bestuur vastgesteld. Artikel 17 Gemeentelijke Bijdragen 1. In de begroting van inkomsten en uitgaven wordt de raming van de verschuldigde bijdrage van elke gemeente voor het jaar waarvoor de begroting dient opgenomen. 2. Het Bestuur stelt richtlijnen vast voor de kostenverdeelsleutel zoals deze jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de deelnemers er steeds zorg voor zullen dragen dat De Connectie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 3. Het besluit bedoeld in het tweede lid wordt met meerderheid van stemmen vastgesteld. 4. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot, jaarlijks vóór 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober telkens één vierde gedeelte van de voor dat jaar geraamde bijdrage. 5. Bij het niet overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid tijdig voldoen van de voorschotten kan aan die gemeente rente in rekening worden gebracht.
Het Bestuur stelt hiertoe nadere regels vast in de richtlijnen, bedoeld in het tweede lid. Artikel 18 Informatievoorziening 1. Het Bestuur geeft voor 1 maart van elk lopend boekjaar inzicht aan de raden in te verwachten ontwikkelingen alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het opvolgende jaar, teneinde de gemeenten in staat te stellen daar in hun begrotingscyclus op te anticiperen. 2. Het Bestuur rapporteert aan de raden voor 1 mei en voor 15 september van elk lopend boekjaar over de voortgang van de uitvoering van de begroting inclusief te verwachten ontwikkelingen voor het desbetreffende jaar. Artikel 19 Aanbieding rekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur over het dienstjaar verantwoording gedaan onder overlegging van de rekening en het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de krachtens artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet aangewezen deskundigen. 2. Het Bestuur zendt de in het eerste lid bedoelde stukken aan de raden van de gemeenten toe voor 30 april van het jaar dat volgt op het dienstjaar waarop zij betrekking hebben. Artikel 20 Vaststelling rekening 1. Het Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 1 juli van het jaar volgende op dat waarop zij betrekking heeft. 2. Het Bestuur zendt de rekening aan Gedeputeerde Staten.
3. In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.
Hoofdstuk 6: Geschillen en aansprakelijkheid Artikel 21 Geschillen De deelnemers zullen geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wgr in onderling overleg proberen op te lossen, alvorens deze voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Artikel 22 Aansprakelijkheid De Connectie verzekert zich tegen: a. Civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. Wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.
Hoofdstuk 7: Archief Artikel 23 Zorg voor archiefbescheiden 1. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van De Connectie en haar organen. 2. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid bedoelde zorg. 3. De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden van De Connectie en haar organen, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. De gemeentearchivaris van de gemeente Arnhem oefent toezicht uit op het in het derde lid bedoelde beheer. 5. De kosten voor de in het eerste lid bedoelde zorg komen ten laste van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem en worden vervolgens met de andere deelnemers in de regeling verrekend.
Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing Artikel 24 Wijziging van de regeling 1. Deze regeling kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden gewijzigd. 2. Een wijziging van de regeling vereist unanimiteit, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald. 3. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders is bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging is bekendgemaakt. 4. Onder wijziging van de regeling wordt mede verstaan opheffing alsmede het toetreden tot en het uittreden uit de regeling. 5. Het Bestuur is belast met bekendmaking van de gewijzigde regeling. Artikel 25 Toetreding door andere gemeenten 1. De deelnemers kunnen bij besluit de voorwaarden bepalen waaronder de toetreding van een gemeente mogelijk is. 2. Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure: a. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld van een advies doorstuurt aan de deelnemers; b. de deelnemers beslissen over de in het eerste lid bedoelde instemming; c. het Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder b.
Artikel 26 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer. 2. Voor uittreding geldt een opzeggingstermijn van een minimaal 1 jaar, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na de genoemde opzeggingstermijn. 3. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden, binnen zes maanden na opzegging, door het Bestuur in een uittredingsplan in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 4. De deelnemers beslissen, na toestemming van hun raden, tot het vaststellen van het uittredingsplan. 5. De uittredingskosten worden ten laste van de uittredende gemeente gebracht. Tot deze uittredingskosten behoren: a. de incidentele kosten die rechtstreeks verband houden met de ontvlechting van deze gemeente uit de regeling b. de kosten die verband houden met de (afbouw van de) ontstane overcapaciteit Tot de ontvlechtingskosten worden eveneens gerekend de kosten die worden gemaakt voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. Basis voor de berekening van de kosten van de ontstane overcapaciteit is het aandeel in de laatst vastgestelde begroting en hieruit volgende (langjarige) verplichtingen. 6. De kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die gelden op het moment van uittreding.
Wijzigingen die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet (alsnog) worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittredingskosten. 7. Op basis van een sociaal plan zal personeel aan de uittredende partij worden toegewezen. De hiermee verbonden rechten en verplichtingen worden hiermee eveneens aan de uittredende partij overgedragen. 8. Bedrijfsmiddelen die uitsluitend en exclusief door de uittredende partij worden gebruikt, worden door de uittredende partij tegen de resterende boekwaarde hiervan overgenomen. 9. Het aandeel in contractuele verplichtingen met leveranciers worden, waar mogelijk en in overleg met deze leveranciers, aan de uittredende partij overgedragen. 10. Kosten en verplichtingen die niet rechtstreeks aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend en/ of overgedragen, worden naar rato van het aandeel in de dienstverlening, tegen de contante waarde hiervan, bij de uittredende partij in rekening gebracht. 11. Het aandeel van de uittredende partij in de reservepositie van De Connectie wordt, waar mogelijk rechtstreeks en zo nodig naar rato van haar aandeel hierin, berekend en in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. 12. Het Bestuur van De Connectie doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden.
Daartoe doet het Bestuur met de uittredende deelnemer onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen.
Artikel 27 Opheffing 1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven. 2. De deelnemers nemen geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden. 3. De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin het Bestuur de opheffing openbaar heeft bekendgemaakt, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang heeft. 4. Indien op grond van het eerste lid de regeling wordt opgeheven, geeft het Bestuur een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht bij gewone meerderheid van stemmen instemming is verkregen van de deelnemers. 5. Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing. Het bepaalde in het vierde lid van artikel 26 is van overeenkomstige toepassing. 6. Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het Bestuur. 7. Het Bestuur is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid. 8. Bij ontbinding van De Connectie in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft De Connectie voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is.
Hoofdstuk 9: Slotbepalingen Artikel 28 Duur van de regeling Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 29 Evaluatie Het Bestuur draagt zorg voor een vierjaarlijkse evaluatie van de samenwerking van De Connectie. Artikel 30 Toezending en bekendmaking De gemeente Arnhem is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet. Artikel 31 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2016 en is gewijzigd op …. Artikel 32 Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling De Connectie
TOELICHTING Artikel 2 Omdat De Connectie een rechtspersoon is, moet deze worden ingeschreven in het Handelsregister. Daarvoor is nodig dat een statutaire vestigingsplaats wordt gekozen. Ook om te bepalen bij welke bestuursrechter men in beroep kan gaan. Artikel 10 lid 3 van de Wgr vereist dat in de regeling de plaats van vestiging wordt aangewezen. De gemeente van de plaats van vestiging is op grond van artikel 30 belast met de bekendmaking van de regeling. Artikel 3 Artikel 10 lid 1 van de Wgr vereist dat de regeling het belang of de belangen ter behartiging waarvan zij zijn getroffen vermeldt. Artikel 7 De Connectie is een beleidsneutrale samenwerkingsvorm. Voor ondersteunende processen en uitvoeringstaken. De Connectie levert diensten aan de deelnemende gemeenten en aan derde partijen. De zienswijzen van de raden is reeds voor de ontwerp begroting geregeld. Nu De Connectie volgend is op het beleid van de gemeenten die eigenaar zijn, is nadere regeling van de zienswijze niet noodzakelijk. Dit kan immers via de band van hun eigen gemeentebestuur. Artikel 8 De Wgr vereist dat het Bestuur een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vaststelt. Bij staken van stemmen wordt de regeling die in de Gemeentewet is opgenomen over vergaderingen van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing verklaard.
Artikel 10 Artikel 18 juncto 16 en 19 lid 1 van de Wgr vereisen het volgende. In de regeling moeten bepalingen worden opgenomen omtrent de wijze waarop een lid van het Bestuur ter verantwoording kan worden geroepen voor het door hem in dat Bestuur gevoerde beleid. Daarnaast moet de regeling bepalingen bevatten over de wijze waarop (een lid van) het Bestuur de door raadsleden gevraagde inlichtingen dient te verstrekken. Lid 8 bevat de tekst van de motie die op 24 september 2014 door de raad van de gemeente Renkum is aangenomen. Artikel 10a Vanwege het beleidsneutrale karakter en het feit dat De Connectie diensten levert voor ondersteunende processen en uitvoeringstaken zal er geen sprake zijn voorbereiding en evaluatie van beleid. De dienstverlening van De Connectie ziet over het algemeen op interne dienstverlening aan medewerkers van de gemeenten. Voor zover er in een uitzonderlijk geval de participatie van ingezetenen en bewoners van belang is, kan het Bestuur hiertoe besluiten. Artikel 14 De artikelen 34 t/m 35 bevatten bepalingen over de financiën van een BVO. In Hoofdstuk 5 van de gemeenschappelijke regeling zijn alleen bepalingen opgenomen, die een aanvulling vormen op de wettelijke bepalingen.
Artikel 35 lid 6 van de Wgr bepaalt dat de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing zijn. Dit houdt in dat ook bij een BVO de financiële verordeningen als bedoeld in artikel 212 en 213 van de Gemeentewet moeten worden vastgesteld. Gelet op de plaatsing van deze bepaling in artikel 35 is dit een bevoegdheid van het Bestuur; de overige bepalingen van artikel 35 bevatten namelijk bestuursbevoegdheden. Artikel 15 Er is voor gekozen dat de vaststelling van de begroting bij meerderheid kan geschieden ter voorkoming dat er een patstelling kan ontstaan, waardoor preventief toezicht bij niet tijdige vaststelling dreigt. Artikel 16 De taken van De Connectie horen, wanneer ze binnen de eigen gemeente worden uitgevoerd, veelal binnen één (bedrijfsvoerings)programma. In dat geval hebben de college’s het mandaat om binnen het programma te schuiven met budgetten. Conform deze systematiek wordt voorgesteld om het Bestuur van De Connectie eveneens het mandaat te verstrekken tot verschuivingen binnen de begroting, mits dit past binnen de gemeentelijke bijdragen. Artikel 17 De Connectie dient te beschikken over voldoende liquide middelen om haar taken uit te voeren. In dit artikel is dit afgedekt door te kiezen voor bevoorschotting per kwartaal vooraf.
Artikel 18 De genoemde data zijn gekozen zodat de gemeenten de uitkomsten van de rapportages kunnen gebruiken in hun voor- en najaarsnota. Artikel 21 Artikel 28 van de Wgr bepaalt dat geschillen omtrent de toepassing van een regeling tussen besturen van deelnemende gemeenten of tussen besturen van een of meer gemeenten en het Bestuur van de bedrijfsvoeringsorganisatie door GS worden beslist (voor zover op grond van de wet de rechterlijke macht niet bevoegd is). In een regeling kan een voorportaal worden opgenomen, dat moet worden aangewend voordat het geschil aan GS wordt voorgelegd. Dit kan zijn ‘onderling overleg’ zoals voorgesteld, maar ook bijvoorbeeld mediation of niet-bindend deskundigenadvies. In laatste instantie beslist GS over een geschil. Artikel 23 Op grond van artikel 40 lid 1 van de Archiefwet moet de regeling tevens een voorziening inhouden omtrent de zorg voor de archiefbescheiden van het orgaan van De Connectie. Artikel 15 van het Archiefbesluit bepaalt dat het Bestuur ten aanzien van zijn archiefbescheiden beheersregels moeten vaststellen. Hoofdstuk 8 Artikel 9 lid 1 van de Wgr vereist dat een regeling die voor onbepaalde tijd wordt getroffen, bepalingen bevat omtrent wijziging, opheffing, toetreding en de gevolgen van uittreding. Geadviseerd wordt om m.b.t. de beslissingen hieromtrent unanimiteit te vereisen.
Artikel 24 Geadviseerd wordt om de regeling slechts te wijzigen bij unanimiteit en niet bij gewone meerderheid. Op grond van artikel 9 lid 1 en artikel 1 lid 3 van de Wgr moeten de deelnemers voor het wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een regeling toestemming verkrijgen van hun raden. Artikel 25 Het verzoek tot toetreding zou kunnen worden ingediend bij een van de deelnemers. Geadviseerd wordt om het verzoek te laten indienen bij het Bestuur. Artikel 26 Geadviseerd wordt om op te nemen dat pas na een bepaalde termijn kan worden uitgetreden. Teneinde de periode over een collegeperiode te tillen is er gekozen voor een termijn van vijf jaar. In geval een uittreding op robuuste wijze verloopt, kan het verstandig zijn om een derde in te schakelen voor het maken van een uittredingsplan. Dit kan een onafhankelijke registeraccountant zijn, maar ook een andersoortig een financieel adviseur of een mediator behoort tot de mogelijkheden. Artikel 27 Artikel 9 lid 2 van de Wgr vereist dat de regeling waarbij een bvo wordt ingesteld bepalingen inhoudt omtrent de vereffening van het vermogen ingeval de bvo wordt ontbonden. Lid 3 bepaalt dat de rechtspersoon IGUO na zijn ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is.
Artikel 29 De gewijzigde Wgr geeft in artikel 11a aan dat een regeling bepalingen inhoudt omtrent de evaluatie van de regeling. Artikel 30 Geadviseerd wordt om de gemeente waarin De Connectie statutair wordt gevestigd (zie artikel 2) te belasten met de publicatie van de van de GR.
Was Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden; c. IGUO: intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie; d. medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij de IGUO; e. derden: niet-deelnemers aan de regeling; f. regeling: de gemeenschappelijke regeling IGUO g. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Wordt Gemeenschappelijke regeling De Connectie Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden; c.
medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij De Connectie; d. derden: niet-deelnemers aan de regeling; e. regeling: de gemeenschappelijke regeling De Connectie f. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Begrippen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet die in deze regeling worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.
Artikel 2 – Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr, genaamd IGUO. 2. De IGUO is statutair gevestigd te Arnhem.
Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr, genaamd De Connectie. 2. De Connectie is statutair gevestigd te Arnhem.
Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de IGUO
Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de Connectie
Artikel 3 – Doelen en taken Artikel 3 Doelen en taken 1. De IGUO heeft tot doel het behartigen van 1. De Connectie heeft tot doel het behartigen de sturing en beheersing van van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en ondersteunende processen en uitvoeringstaken voor de deelnemers, met uitvoeringstaken voor de deelnemers, met inachtneming van de autonomie van de inachtneming van de autonomie van de deelnemers. deelnemers. 2. De deelnemers bepalen welke taken worden 2. De deelnemers bepalen welke taken worden overgedragen aan de IGUO. overgedragen aan De Connectie.
3. De deelnemers kunnen bij unanimiteit wijzigingen toebrengen in de taken van de IGUO. 4. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de hierboven bedoelde taken, kan de IGUO op verzoek van derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken verrichten.
3. De deelnemers kunnen bij unanimiteit
Artikel 4 – Bevoegdheden deelnemers
Artikel 4 Bevoegdheden deelnemers
1. Aan het bestuur van de IGUO worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers. 2. De deelnemers kunnen ten aanzien van de bij of krachtens artikel 3 aan de IGUO opgedragen taken, bevoegdheden aan de leden van de directie van de IGUO mandateren, met de bevoegdheid tot ondermandaat.
1. Aan het Bestuur van De Connectie worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers. 2. De deelnemers kunnen ten aanzien van de bij of krachtens artikel 3 aan De Connectie opgedragen taken, bevoegdheden aan de leden van de directie van De Connectie mandateren, met de bevoegdheid tot ondermandaat.
Hoofdstuk 3: Inrichting, samenstelling en werkwijze van het bestuur § 1. Het Bestuur
Hoofdstuk 3: Inrichting, samenstelling en werkwijze van het Bestuur § 1. Het Bestuur
Artikel 5 Samenstelling 1. De deelnemers wijzen uit hun midden elk één lid van het Bestuur aan. 2. De deelnemers wijzen voor de door hen benoemde leden van het Bestuur plaatsvervangende leden aan. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 3. Het Bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan alsmede diens plaatsvervanger. 4. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het Bestuur en de vergaderorde binnen het Bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 8 lid 1. 5. De voorzitter ondertekent de stukken die namens het Bestuur uitgaan.
Artikel 5 Samenstelling 1. De deelnemers wijzen uit hun midden elk één lid van het Bestuur aan. 2. De deelnemers wijzen voor de door hen benoemde leden van het Bestuur plaatsvervangende leden aan. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 3. Het Bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan alsmede diens plaatsvervanger. 4. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het Bestuur en de vergaderorde binnen het Bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 8 lid 1. 5. De voorzitter ondertekent de stukken die namens het Bestuur uitgaan en
wijzigingen toebrengen in de taken van De Connectie. 4. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de hierboven bedoelde taken, kan De Connectie op verzoek van derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken verrichten.
6. Het Bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het Bestuur te handelen.
vertegenwoordigt De Connectie in en buiten rechte. 6. Het Bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het Bestuur te handelen.
Artikel 6 Aanwijzing en ontslag
Artikel 6 Aanwijzing en ontslag
1. De leden van het Bestuur worden aangewezen voor dezelfde periode als waarvoor het betreffende college wordt benoemd. 2. Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt van rechtswege, zodra het lid ophoudt lid van het college te zijn of de deelnemer die het lid heeft aangewezen uittreedt. 3. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Bestuur. Het lid blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Indien noodzakelijk vindt deze waarneming door de burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente plaats. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
1. De leden van het Bestuur worden aangewezen voor dezelfde periode als waarvoor het betreffende college wordt benoemd. 2. Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt van rechtswege, zodra het lid ophoudt lid van het college te zijn of de deelnemer die het lid heeft aangewezen uittreedt. 3. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Bestuur. Het lid blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Indien noodzakelijk vindt deze waarneming door de burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente plaats. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.
Artikel 7 Bevoegdheden IGUO 1. Het Bestuur heeft de bevoegdheden voor zover benodigd voor de uitoefening van de in artikel 3 lid 2 genoemde taken. 2. Het Bestuur kan haar bevoegdheden mandateren c.q. volmacht verlenen aan de leden van de directie van de IGUO met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 7 Bevoegdheden Bestuur 1. Het Bestuur heeft de bevoegdheden voor zover benodigd voor de uitoefening van de in artikel 3 lid 2 genoemde taken. 2. Het Bestuur kan haar bevoegdheden mandateren c.q. volmacht verlenen aan de leden van de directie De Connectie met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in de wet worden besluiten niet voor zienswijze aan de raden van de deelnemers voorgelegd.
Artikel 8 Vergaderingen 1. De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders heeft bepaald.
Artikel 8 Vergaderingen 1. De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders heeft bepaald.
2. Het Bestuur vergadert minimaal tweemaal per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste één lid de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoekt. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 3. De leden van het bestuur hebben ieder één stem. 4. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 5. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 30, en 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. § 2 Secretaris Artikel 9 Secretaris 1. Uit de directie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt een ambtelijk secretaris van het Bestuur aangewezen. 2. De secretaris is tijdens de vergaderingen van het Bestuur aanwezig. 3. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris medeondertekend.
2. Het Bestuur vergadert minimaal tweemaal per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste één lid de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoekt. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 3. De leden van het Bestuur hebben ieder één stem. 4. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 5. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 30, en 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
§ 2 Secretaris Artikel 9 Secretaris
1. De directeur is als secretaris tijdens de vergaderingen van het Bestuur aanwezig. 2. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris medeondertekend.
4. Het Bestuur regelt de plaatsvervanging van 3. Het Bestuur regelt de plaatsvervanging van de secretaris. de secretaris.
§ 3 Informatie en verantwoording Artikel 10. Informatie en verantwoordingsplicht 1. Het Bestuur verstrekt een deelnemer de verlangde inlichtingen. Een lid van het Bestuur geeft de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden, overeenkomstig het reglement van orde van dat college, verlangde inlichtingen. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk worden ingediend bij het Bestuur. 3. Het Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen schriftelijk of mondeling zo