Agendabundel
Tekst van het document
Beheersmaatregel: Monitoren, pro-actief acteren en indien nodig en mogelijk maken van nieuwe keuzes in de hoogte van de ondersteuning. 5. Personele inzet Onze organisatie is continu in ontwikkeling. Onderdeel hiervan is het optimaliseren van beleid(opgaven) en benodigd formatiebudget. Ziekteverzuim en openstaande vacatures in combinatie met de ‘krapte‘ op de arbeidsmarkt zorgen voor een hoge werkdruk. Dit heeft zijn weerslag op onze organisatie. Enerzijds formatief maar ook financieel. Vacatures en ziekteverzuim leiden tot (langere dure) inhuur en dus extra kosten. Het huidige ziekteverzuimbudget is niet toereikend voor de vervangende inhuur. Deze risico-inschatting is ongewijzigd t.o.v. de raming bij de Programmabegroting 2023. Beheersmaatregel: Daar waar het gaat om vast en cruciaal personeel, opties bekijken om
91
personeel in te huren. Indien onvoldoende budget keuzes maken in de uitvoering of in de prioriteitenstelling van werkzaamheden. Overige risico’s In deze inventarisatie is conform de begroting 2023 een stelpost van € 1 miljoen opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningtekorten, hogere energielasten en kostenstijgingen bij diverse projecten. Frauderisico's We hebben in deze paragraaf expliciet aandacht voor de preventie en inventarisatie van frauderisico's. Belangrijke beheersingsmaatregelen hierbij zijn de functiescheiding (met name in het proces voor betalingen) en het vier-ogenprincipe. Er heeft zich geen fraude voorgedaan in het boekjaar 2022. Frauderisico's worden niet benoemd in bovenstaande tabel. In 2024 wordt een nota risicomanagement opgeleverd waar frauderisico's expliciet onderdeel van uitmaakt. Hierin zal onder andere aandacht zijn voor het proces hoe de organisatie frauderisico's identificeert en bespreekt. Beheersmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels door ons niet te beïnvloeden zijn omdat ze buiten onze invloedssfeer liggen. Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel invloed op hebben (zgn. beheersing), dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen.
Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een Nota risicomanagement die gepland staat voor 2024. In die nota geven we kaders ten aanzien van risicobeheer en leggen we vast hoe we hiermee omgaan. Dit groeiproces moet het mogelijk maken om bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren.
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit: Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen
Omvang
Risicoreserve (stand jaarrekening 2022)
€ 3.293.210
Algemene reserve (stand jaarrekening 2022)
€ 8.290.657
Resultaat 2022 (na bestemming) Begrotingssaldo 2023
pm € 529.661
Incidentele begrotingsruimte
€0
Totale weerstandscapaciteit
€ 12.113.528
De standen van de algemene en de risicoreserve betreffen de saldi zoals in deze jaarrekening opgenomen conform het overzicht reserves. Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit is het bedrag vanuit de resultaatbestemming 2022 vooralsnog pm geraamd. De weerstandscapaciteit 92
komt uit op € 12,1 miljoen. Dit is € 2 miljoen lager ten opzichte van de meeste recente herziening van de weerstandscapaciteit (begroting 2023). Dit verschil wordt veroorzaakt door de lagere toevoeging resultaatbestemming (besluitvorming hierover uitgesteld naar september 2023). Algemene reserve De algemene reserve is meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Om die reden komt ook de (vrij te besteden) algemene reserve in aanmerking voor de berekening van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar100% kostendekkendheid wordt gestreefd. Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de OZB. Hiervoor geldt als uitgangspunt dat maximaal de inflatiecorrectie wordt gehanteerd. Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit voortaan bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten omdat deze door dat uitgangspunt momenteel feitelijk niet aanwezig is. Voor de hoogte van de OZB geldt overigens ook geen voorgeschreven norm, behalve bij een eventuele “artikel 12-aanvraag”, dan geldt een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen.
In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rheden afgerond € 3 miljoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Weerstandsratio
jaarrekening 2021
Begroting 2023
jaarrekening 2022
Totale weerstandscapaciteit
12.074.753
14.172.459
12.113.528
Risicoprofiel
5.170.000
6.350.000
7.150.000
2,3
2,2
1,7
Weerstandsratio
Weerstandsratio Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Weerstandsratio
Betekenis
> 2,0
Uitstekend
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
Conclusie Het risicoprofiel is ten opzichte van de begroting 2023 (laatste herziening) gestegen met in totaal € 0,8 miljoen en de weerstandscapaciteit is afgenomen met € 2 miljoen. Als gevolg van deze mutaties daalt de weerstandsratio hierdoor van 2,2 (stand begroting 2023) naar 1,7 en krijgt daarmee de kwalificatie ‘ruim voldoende’. Van belang blijft dat we de komende jaren rekeningoverschotten creëren om onze algemene reserve en daarmee de weerstandscapaciteit te kunnen verhogen. 93
Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht. Cat.
Rekening
Begroting
Rekening
2021
2022
2022
Netto schuldquote
66%
91%
59%
A
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
62%
87%
55%
A
Solvabiliteitsratio
19%
16%
21%
B
Structurele exploitatieruimte
1,80%
1,60%
1,89%
A
Grondexploitatie
0,18%
0%
0,18%
A
Belastingcapaciteit
90%
90%
90%
A
Kengetallen:
Toelichting De kengetallen tezamen geven een beeld van de financiële gezondheid van onze gemeente. Daarbij zijn voor zowel de netto schuldquote en de solvabiliteit normen afgesproken, die nog zullen worden verankerd in de financiële verordening. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog. Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De norm voor de netto schuldquote is lager dan 130%. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De norm voor de solvabiliteitsratio is hoger dan 20%.
De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie. Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van 94