Agendabundel
Tekst van het document
3%
76
9
Uitkering uit gemeentefonds:
a
onderuitputting rijksuitgaven
25%
250.000
3%
b
nieuwe systematiek gemeentefonds
50%
250.000
3%
10
Minima- en armoedebeleid: hogere kosten agv economische ontwikkelingen
50%
200.000
2%
11
Meerkosten als gevolg van hoge inflatie en CAOontwikkelingen.
50%
200.000
2%
12
Overige risico's (stelpost)
10%
250.000
3%
Totaal risicoprofiel bij jaarrekening 2023:
9.700.000
100%
Toelichting op de kolommen De kolom “risico” bevat de omschrijvingen van het risico (gebeurtenis) die kan leiden tot een (nadelig) financieel gevolg. De waarschijnlijkheid dat de omschreven risico's zich daadwerkelijk voordoen wordt getoond in de kolom “kans”. Voor risico's die zich herhaaldelijk voor kunnen doen, geeft de kans een indicatie van de frequentie waarmee risico's zich voordoen. Deze indicatie van de frequentie van voordoen wordt in onderstaande tabel getoond: Omschrijving
Percentage
< 1 keer per 10 jaar
10%
1 keer per 5–10 jaar
30%
1 keer per 2-5 jaar
50%
1 keer per 1-2 jaar
70%
> 1 keer per jaar
90%
Via de kolom “financieel gevolg” wordt getoond wat de financiële gevolgen zijn van het zich voordoen van het risico. Dit is een inschatting van het maximale financiële effect van het betreffende risico. De kolom “invloed” geeft aan welk aandeel het betreffende risico heeft in het totaal van alle mogelijke financiële risico's. Zichtbaar is dat de top 5 risico's 73% uitmaken van alle mogelijke risico's. Voor deze paragraaf merken we het totaalbedrag aan als risicoprofiel. Ten opzichte van de begroting 2024 (laatste bijstelling) is de omvang van het risicoprofiel gestegen van afgerond € 7,5 miljoen naar € 9,7 miljoen. Hieronder geven we een toelichting op de top 5 risico’s. 1. Hogere uitgaven WMO en Jeugdzorg De zorgvraag van inwoners is de afgelopen jaren op onderdelen sterk toegenomen en daarmee ook de kosten voor deze zorg. Tegelijkertijd blijven zorgvragen een onvoorspelbaar karakter dragen in wanneer zij zich gaan voordoen, wat de aard en duur ervan is en tot welk financieel beslag dit leidt. De tarieven Ambulant, tarieven Verblijf, Lumpsum-aanbieders, Jeugdbescherming & Jeugdreclassering nemen fors toe. Aanvullend zijn er ook aanpassingen in de Pgb(-verordening) die tot hogere kosten leiden. Vanwege de wettelijke zorgplicht en de afgesloten contracten met aanbieders tot en met 2026 is de beïnvloeding hiervan gering. (risicobedrag verhoogd van € 1 mln.
(PB2024) naar € 3 mln.) 2. Kosten van personele inzet Door nieuwe, vaak meer flexibele taken, is de huidige personele inzet vaak niet voldoende. Bovendien hebben we te maken met krapte op de arbeidsmarkt en een hoog verloop, wat mede veroorzaakt wordt door de krapte op de arbeidsmarkt. Het wordt steeds lastiger om vacatures tijdig in te vullen. De beschikbaarheid van externe krachten om dit op te vangen en te zorgen voor vervanging bij verzuim is beperkt. Bovendien leidt dit tot hogere kosten. Deze ontwikkelingen maken het noodzakelijk goed naar ons personeelsbeleid te kijken en als werkgever nog meer inzetten op het ‘binden en boeien’. Een passende salariëring hoort hierbij. We zijn daarom in 2023 een project gestart om onze functie- en functiewaardering systeem (HR21) te
77
actualiseren waarvan de doorwerking in 2024 zichtbaar wordt. De meerkosten schatten we in op maximaal € 1,5 miljoen. (risicobedrag verhoogd van € 250.000 (PB2024) naar € 1,5 mln). Beheersmaatregel: Zorgvuldige implementatie van HR21 en kritische afweging (nut en noodzaak) bij inzet en aantrekken van nieuw personeel. Indien onvoldoende budget keuzes maken in de uitvoering of in de prioriteitenstelling van werkzaamheden. 3. Aanvullende bijdragen gemeenschappelijke regelingen / verbonden partijen Bij deze inschatting is ook rekening houden met de risico-inventarisatie van De Connectie. In de jaarstukken 2023 van De Connectie bedragen de geïnventariseerde risico’s in totaal € 4.735.000. De Connectie heeft niet de beschikking over een (positieve) eigen algemene reserve waarmee algemene risico’s kunnen worden opvangen. Tot het moment dat er bij DC evenwicht is tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel, geldt dat wanneer risico’s zich voordoen waar geen weerstandcapaciteit tegenover staat, de gemeenten hiervoor moeten worden aangesproken. Dit betekent dat de gemeenten hiervoor, pro rata, weerstandscapaciteit moeten organiseren. Op basis van de huidige verdeelsleutel is het aandeel van Rheden 17%, dit komt neer op € 805K van bovengenoemde risicoscore.
Voor de meeste overige GR-en en verbonden partijen zijn de afgelopen jaren weinig substantiële verhogingen van de gemeentelijke bijdragen aan de orde geweest. Er vindt een gesprek plaats met De Connectie en de partners over de bekostigingssystematiek. De uitkomst hiervan is nog niet bekend. Zonder bijsturing is de verwachting dat we onze bijdrage moeten verhogen. Voor alle GR-en en verbonden partijen schatten we een risico-bedrag van € 1.500k (risicobedrag verhoogd van € 1.000.000 (PB2024) naar € 1.500.000). Beheersmaatregel: Kritisch beoordelen van de begrotingen en uitgaven van de GR’n en nog sterker aandringen op verklaringen nut en noodzaak van de aanpassingen. Indien nodig afname van diensten aanpassen. 4. Bezuinigingsmaatregelen van het Rijk Het ministerie van financiën heeft begin augustus 2023 een ombuigingslijst opgesteld en deze lijst bevat een overzicht van mogelijkheden om uitgaven te verlagen om daarmee de overheidsfinanciën te verbeteren. Dit overzicht van ombuigingen biedt technische ondersteuning voor politieke keuzes. De maatregelen zijn technisch vorm gegeven. Dit wil zeggen dat bekeken is of de maatregelen technisch mogelijk zijn, zonder daarbij een inhoudelijk of politiek oordeel te geven over de maatregelen. In deze lijst zijn besparingen opgenomen m.b.t. de gemeentelijke financiën.
Dit betreft onder andere: • overhevelen van specifieke uitkeringen naar het gemeentefonds en het afschaffen van het BTWcompensatiefonds (BCF): deze acties zouden gepaard gaan met door te voeren kortingen vanuit de gedachte dat beide voorstellen zouden moeten leiden tot een besparing op gemeentelijke lasten. • toepassen van een generieke korting op het gemeentefonds. Het nieuwe kabinet zal hierover besluiten moeten nemen. Tot die tijd is onduidelijk wat de financiële impact hiervan zal zijn. In het risicoprofiel is hiervoor een bedrag van € 1.000K opgenomen (risicobedrag verhoogd van € 500.000 naar € 1 miljoen). Beheersmaatregel: Lobby richting het rijk via o.a. de VNG en (lokale) media. 5. Beheer openbare ruimte en vastgoed Dit betreft de mogelijke meerlasten als gevolg van prijsstijgingen bouwmaterialen en grondstoffen. Door de economische ontwikkelingen staan deze op spanning. Voor dekking van de kapitaallasten investeringen wegen zetten we de reserve wegen in. Om ook op de langere termijn voldoende
78
dekking te hebben zal de reserve wegen mogelijk op termijn nader gevoed moeten worden. We ramen hiervoor een risicobedrag van € 500K (ongewijzigd t.o.v. PB2024). Beheersmaatregel: Monitoren, goed budgetbeheer toepassen en waar mogelijk combineren van werkzaamheden om kosten te besparen. Overige risico’s In deze inventarisatie is conform de begroting 2024 een stelpost van € 250.000 opgenomen voor diverse overige risico's. Bijvoorbeeld voor mogelijke rekeningtekorten en kostenstijgingen bij diverse projecten. Frauderisico's We hebben in deze paragraaf expliciet aandacht voor de preventie en inventarisatie van frauderisico's. Belangrijke beheersingsmaatregelen hierbij zijn de functiescheiding (met name in het proces voor betalingen) en het vier-ogenprincipe. Er heeft zich geen fraude voorgedaan in het boekjaar 2023. Frauderisico's worden niet benoemd in bovenstaande tabel. Naar verwachting zal in Q4-2024 een nota risicomanagement worden opgeleverd waar frauderisico expliciet onderdeel van uitmaakt. Hierin zal onder andere aandacht zijn voor het proces hoe de organisatie frauderisico's identificeert en bespreekt. Beheersmaatregelen Uit de beschrijving van de risico's kunt u opmaken dat diverse risico's grotendeels op korte termijn door ons of door ons alleen niet te beïnvloeden zijn.
Voor alle risico's geldt dat we sturen op die onderdelen waar we wel direct of samen met anderen invloed op hebben (zgn. beheersing), dat is echter nog geen garantie dat de risico's zich niet voor zullen doen. Het verder uitwerken en implementeren van beheersmaatregelen is onderdeel van het groeiproces om te komen tot een professioneel niveau van risicobeheersing. Onderdeel van dit proces is het opstellen van een 'Nota risicomanagement' die gepland staat in Q4-2024. In die nota geven we kaders ten aanzien van risicobeheer en leggen we vast hoe we hiermee omgaan. Dit groeiproces moet het mogelijk maken om (meer) bewust om te gaan met risico's en hiervoor in gesprek te gaan welke maatregelen we treffen en welke risico's we accepteren.
Weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit kan op verschillende manieren worden bepaald. Feitelijk komen alle budgetten, ook vrije reserves of bestemmingsreserves waarvan de bestemming nog gewijzigd kan worden, in aanmerking voor de bepaling van de weerstandscapaciteit. Om praktische redenen worden in deze paragraaf alleen de (nog) niet geoormerkte budgetten meegenomen voor de bepaling van de weerstandscapaciteit, deze ziet er daarmee als volgt uit (peildatum 31-12-2023): Beschikbare weerstandscapaciteit Dekkingen
Omvang
Risicoreserve (stand jaarrekening 2023)
€ 3.293.210
Algemene reserve (stand jaarrekening 2023)
€ 6.512.077
Resultaat 2023 Begrotingssaldo 2024 Bijstelling o.b.v. 1e berap 2024
- € 1.624.097 € 1.237.000 - € 3.830.000
Incidentele begrotingsruimte
€ 45.000
Totale weerstandscapaciteit
€ 5.633.190 79
De standen van de algemene en de risicoreserve betreffen de saldi zoals in deze jaarrekening opgenomen conform het overzicht reserves. Bij het bepalen van de weerstandscapaciteit is bij 'Resultaat 2023' het voorlopige rekeningresultaat opgenomen inclusief voorgestelde resultaatbestemming. De weerstandscapaciteit komt uit op € 5,6 miljoen. Dit is € 0,3 miljoen lager ten opzichte van de meeste recente herziening van de weerstandscapaciteit (in de begroting 2024). Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door een hoger saldo algemene reserve (€ 1 mln), een lager rekeningstekort 2023 (€ 1,3 mln) en verwacht nadelig begrotingssaldo 2024 (€ 2,6 mln). Algemene reserve De algemene reserve is meegeteld omdat hierop geen nadere verplichtingen rusten. Die verplichtingen zijn afgedekt via de bestemmingsreserve "te besteden gemeentelijke budgetten" en de overige bestemmingsreserves. Om die reden komt ook de (vrij te besteden) algemene reserve in aanmerking voor de berekening van de weerstandscapaciteit. Onbenutte belastingcapaciteit Bestaand beleid is dat er bij afval en riool al naar100% kostendekkendheid wordt gestreefd. Ten aanzien van de onbenutte belastingcapaciteit gaat het dan vooral over de OZB. Hiervoor geldt als uitgangspunt dat maximaal de inflatiecorrectie wordt gehanteerd.
Om die redenen wordt de onbenutte belastingcapaciteit bij de berekening van de weerstandscapaciteit buiten beschouwing gelaten omdat deze door dat uitgangspunt feitelijk niet aanwezig is. Voor de hoogte van de OZB geldt overigens ook geen voorgeschreven norm, behalve bij een eventuele “artikel 12-aanvraag”, dan geldt een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. Op basis van die norm bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit voor de gemeente Rheden afgerond € 2,3 miljoen. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico's op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Weerstandsratio
jaarrekening 2022
Begroting 2024
jaarrekening 2023
Totale weerstandscapaciteit
12.113.528
5.956.867
5.633.190
Risicoprofiel
7.150.000
7.450.000
9.700.000
1,7
0,8
0,6
Weerstandsratio
Weerstandsratio Voor een nadere duiding van de ratio kan onderstaande normtabel worden gehanteerd. Weerstandsratio
Betekenis
> 2,0
Uitstekend
1,4 - 2,0
Ruim voldoende
1,0 - 1,4
Voldoende
0,8 - 1,0
Matig
0,6 - 0,8
Onvoldoende
< 0,6
Ruim onvoldoende
80
Conclusie Het risicoprofiel is ten opzichte van de begroting 2024 (laatste herziening) gestegen met € 2,25 miljoen en de weerstandscapaciteit is licht gedaald met € 0,3 miljoen. Als gevolg van deze mutaties daalt de weerstandsratio van 0,8 (stand begroting 2024) naar 0,6 met de kwalificatie ‘onvoldoende’. Van belang blijft derhalve om in de komende jaren rekeningoverschotten te creëren om daarmee onze algemene reserve en daaruit voortvloeiend de weerstandscapaciteit te kunnen verhogen.
Kengetallen De financiële positie van de gemeente is onder meer te beoordelen aan de hand van een aantal financiële kengetallen. Om ook de vergelijkbaarheid tussen gemeente te bevorderen zijn er met ingang van 2015 door het BBV een vijftal voorgeschreven. De betreffende kengetallen zijn hieronder opgenomen en nader toegelicht. Cat.
Rekening
Begroting
Rekening
2022
2023
2023
Netto schuldquote
59%
97%
59%
A
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
55%
93%
55%
A
Solvabiliteitsratio
21%
15%
16%
C
Structurele exploitatieruimte
1,89%
1,60%
-1%
B
Grondexploitatie
0,18%
0%
-2%
A
Belastingcapaciteit
90%
92%
92%
A
Kengetallen:
Toelichting De kengetallen tezamen geven een beeld van de financiële gezondheid van onze gemeente. Daarbij zijn voor zowel de netto schuldquote en de solvabiliteit normen afgesproken, die nog zullen worden verankerd in de financiële verordening. Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaal ligt de netto schuldquote van een gemeente tussen 0% en 90%. Als de netto schuldquote tussen 90% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog. Hij moet niet verder stijgen. Als de netto schuldquote boven de 130% uitkomt, dan bevindt de gemeente in de gevarenzone. Het bestuur moet er werk van maken om de schuld te verlagen. (Bron: VNG -website). De norm voor de netto schuldquote is lager dan 130%. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio wordt berekend door het totale eigen vermogen te delen door het totaal van de passiva. De norm voor de solvabiliteitsratio is hoger dan 20%.
De structurele exploitatieruimte dient om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een percentage van 0% betekent een sluitende
81
begroting, een positief percentage wil zeggen dat er begrotingsruimte is. Feitelijk biedt het financieel meerjarig perspectief bij de begroting een betere indicatie. Het kengetal grondexploitatie kan een grote invloed op de financiële positie van een gemeente hebben (zowel positief als negatief). Dit kengetal geeft een indicatie van het relatieve belang van de grondexploitatie. Het percentage is de waarde van bouwgronden in relatie tot de totale baten exclusief de reserves. De jaarlijkse actualisatie van de grondexploitatie geeft overigens een concreter beeld van het verwachte verloop van grondexploitaties. De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen kan worden gerelateerd aan de totale woonlasten. De woonlasten worden bepaald aan de hand van de OZB, de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZwaarde. Overigens zegt dit percentage niets over de feitelijke onbenutte belastingcapaciteit, dat is immers een politieke keuze (zie ook de passage hierover bij de weerstandscapaciteit op de vorige pagina's). Beoordeling van de kengetallen Net zoals bij de bepaling van de weerstandscapaciteit gelden er ook voor deze kengetallen geen harde voorgeschreven normen.
Door de Provincie Gelderland is wel een indeling in drie categorieën opgegeven als richtinggevend voor de beoordeling. Aan de categorieën wordt in principe geen kwalificatie gegeven, omdat normering in eerste instantie door de gemeente zelf dient plaats te vinden. Wel kan er worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles, de kengetallen moeten altijd in relatie tot elkaar worden bezien. In onderstaande tabellen is een en ander weergegeven.
Handreiking beoordeling
Categorie A (minst risicovol)
Categorie B
Categorie C (meest risicovol)
Netto schuldquote
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
< 90 %
90 - 130 %
> 130 %
Solvabiliteitsratio
> 50 %
20 - 50 %
< 20 %
Structurele exploitatieruimte
BEGR en MJB > 0 % BEGR of MJB > 0 %
BEGR én MJB < 0 %
Grondexploitatie
< 20 %
20 - 35 %
> 35 %
Belastingcapaciteit
< 95 %
95 - 105 %
> 105 %
Conclusie Drie van de vijf kengetallen laten een score zien die thuishoort bij categorie A (minst risicovol). De netto schuldquotes zijn t.o.v. de jaarrekening 2022 stabiel gebleven en scoren onder de 90% en belanden daarmee in categorie A. Dit geldt ook voor de kengetallen 'grondexploitatie' en 'belastingcapaciteit'. De solvabiliteitsratio is verslechterd ten opzichte van de jaarrekening 2022. De score komt nu uit op 16% en valt daarmee in categorie C. De structurele exploitatieruimte is verschoven van A naar B als gevolg van de geraamde begrotingstekorten 2026-2027. De komende jaren zullen onze inspanningen er op gericht moeten blijven zijn om het weerstandsvermogen te vergroten en daarmee ook onze solvabiliteitspositie te verbeteren. Het streven is om, in het kader van continuïteit en een evenwichtige financiële situatie, de algemene reserve jaarlijks met € 1 miljoen te laten stijgen. Dit draagt bij aan een verbetering van onze solvabiliteit. Het zorgen voor een gezonde financiële positie stelt onze gemeente in staat om een zelfstandig en autonoom (financieel) beleid te (blijven) voeren. Hiermee kan de huidige vorm van repressief toezicht door de provinciaal toezichthouder ook in komende jaren worden gecontinueerd.
82
Onderhoud Kapitaalgoederen Inleiding De gemeente heeft de verantwoordelijkheid voor het beheer van de openbare ruimte. De openbare ruimte bestaat uit een aantal kapitaalgoederen (wegen, riolering, groen, openbare verlichting, speelvoorzieningen en gebouwen) die onderhouden moeten worden. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in het beleidskader en de financiële consequenties van het onderhoud van kapitaalgoederen in de openbare ruimte. Het onderhouden van kapitaalgoederen legt een grote claim op de begroting. Transparantie ten aanzien van de uitvoering en risico’s is derhalve van groot belang. Het onderhoud van de diverse vakgroepen zal de komende jaren zoveel mogelijk in samenhang met de diverse projecten worden uitgevoerd in integrale projecten.
Wettelijke eisen en informatievoorziening In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn de bepalingen opgenomen waaraan de verslaglegging inzake het onderhoud kapitaalgoederen moet voldoen. In de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ zijn eveneens bepalingen opgenomen. Ter informatie zijn hieronder de bepalingen van de BBV en de ‘financiële verordening gemeente Rheden’ opgenomen die de inhoud van de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bepalen. In de uitwerking van deze paragraaf zijn deze bepalingen als uitgangspunt gehanteerd.
Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) Artikel 12 De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat tenminste de volgende kapitaalgoederen: • Riolering en Water; • Wegen; • Openbare Verlichting; • Gebouwen; • Groen. Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven: • Het beleidskader; • De uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; • De vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
Financiële verordening gemeente Rheden Artikel 18, lid 1 Het college biedt tenminste eens in de raadsperiode van vier jaar de diverse nota’s voor het onderhoud van de openbare ruimte aan. Deze nota’s geven het kader weer voor de inrichting van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, riolering, wegen, kunstwerken/straatmeubilair en onderhoud gebouwen en eveneens de normkostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota’s vast. Indien een ruimere periode wordt gehanteerd dan vier jaar dan zal het college de raad informeren. Artikel 18, lid 2 Bij de begroting en het jaarverslag doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over: • de beschikbare nota's en de beleidsuitgangspunten betreffende het onderhoud van de kapitaalgoederen; • de hieruit voortvloeiende financiële consequenties; • de vertaling van de financiële consequenties in de begroting.
83
Openbare Ruimte In december 2022 heeft de Raad het Watertakenplan WTPO Olburgen 2023-2027 vastgesteld. Het afvalwatertakenplan 2023 t/m 2027 is samen met de partners gemeente Bronkhorst, Doesburg en Rheden en het Waterschap Rijn en IJssel opgesteld. In het Watertakenplan hebben gemeenten en het Waterschap een gezamenlijke visie opgesteld en uitgewerkt voor de riolering en zuivering: Het WTPO Olburgen 2023-2027 beschrijft het beleid en planning voor de periode 2023 t/m 2027. De drie gemeente en het Waterschap werken samen om hun inspanning op elkaar af te stemmen, van elkaar te leren gezamenlijke projecten te ondernemen. Zodoende kunnen we effectiever en efficiënter werken. De taken die binnen een integrale planning op elkaar afgestemd worden zijn: rioleringswerkzaamheden, weg- en groenonderhoud, openbare verlichting, verkeersveiligheid, woningbouwplannen en het aanbrengen van voorzieningen voor mindervaliden en slechtzienden. De werkzaamheden voortkomend uit het WTPO Olburgen 2023-2027 en woningbouwplannen zijn leidend. Het betreft hier werken waar een wettelijke termijn aan gesteld is, waar politiek een duidelijke prioriteit ligt of waar veiligheidsaspecten mee gemoeid zijn.
Integrale uitvoering betekent per definitie dat bepaalde werkzaamheden vervroegd of vertraagd worden uitgevoerd ten opzichte van de optimale technische en financiële planning van de afzonderlijke disciplines. Op termijn (cyclische onderhoudsperiode) nivelleert echter dit verschil. Een integrale planning (“werk met werk maken”) heeft uit financieel en maatschappelijk oogpunt de voorkeur. In 2020 is de Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Aansluitend is in 2021 het integraal beheerplan openbare ruimte vastgesteld, met daaronder het beheerplan wegen, groen en spelen. Hieronder wordt per onderwerp ingegaan op kerncijfers, het beleidskader en ontwikkelingen.
Riolering en water Kerncijfers:
Begroting
Rekening
Vrijverval
243.756 m1
243.988 m1
Infiltratieriool
22.547 m1
22.754 m1
Persleiding
38.515 m1
36.471 m1
Kaders Uw raad heeft in december 2022 het Watertakenplan WTPO Olburgen 2023-2027 vastgesteld. In dit Watertakenplan is het meerjarenplan en de financiële onderbouwing vastgesteld.
Financiële consequenties In onderstaand overzicht is een vergelijking gemaakt tussen de begrote en werkelijke kosten en baten die verband houden met riolering. Post
Begroting 2023
Werkelijk 2023
Verschil
Baten rioolheffing
4.640.200
4.472.161
-168.039
Kwijtschelding rioolheffing
-180.000
-128.984
51.016
4.460.200
4.343.177
-117.023
Baten
Per saldo inkomsten
84
Lasten: Rente
269.543
239.908
29.635
Afschrijving
850.417
856.438
-6.021
Totaal rente en afschrijving
1.119.960
1.096.346
23.614
exploitatie werkzaamheden
2.266.016
2.336.638
-70.622
Totaal lasten
3.385.967
3.432.984
-47.017
Btw compensatie
-435.425
-441.456
-6.031
638.266
468.737
169.529
Overig Per saldo mutatie
Wegen Kerncijfers Asfalt Elementen Beton Overig
1.156.037 m² 1.292.218 m² 88.329 m² 43.824 m²
Kaders In 2020 is de nieuwe Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Hierin zijn de ambitieniveaus vastgesteld, de budgetten en de wettelijke kaders opgenomen. Aansluitend is in 2021 het integraal beheerplan openbare ruimte vastgesteld, met daaronder het beheerplan wegen, groen en spelen. Op basis van inspecties, genoemd totaaloverzicht en de landelijke CROW-norm wordt per jaar een jaarprogramma vastgesteld en uitgevoerd. De gemeente wil een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte realiseren binnen haar kernen. In dit kader is het begrip Integraal Beheer Openbare Ruimte van belang. Dit betekent dat zowel de technische kwaliteit als de belevingskwaliteit van wegen, straatverlichting, groen en speelvoorzieningen op elkaar zijn afgestemd. Verloop reserve Beheerplan onderhoud wegen Saldo 1-1-2023
2.071.451
Onttrekking 2023
283.584
Saldo 31-12-2023
1.787.867
Openbare Verlichting Kerncijfers:
Begroting
Rekening
Lichtmasten
7.048
7.051
Armaturen
7.285
7.248
Lichtbronnen
7.402
7.430
Kaders Het beleidsplan openbare verlichting, deze is in 2021 door de Raad vastgesteld.
85
Risico’s Door het uitvoeren van de grootschalige vervanging zijn de risico’s teruggebracht naar het geringe niveau van een defecte lamp. Wel zien we meer en meer dat het (verouderde) net van Liander storingen veroorzaakt waardoor het lijkt als of de verlichting stuk is maar de oorzaak in het net moet worden gezocht. Het oplossen van deze storingen kost vaak veel tijd door de beperkte aantallen meetwagens die noodzakelijk zijn.
De kosten van het onderhoud straatverlichting zijn behoorlijk gestegen. Dit is te verklaren door de niet geraamde indexering van 31% voor materiaal, brandstof en loonkosten (CBS Deelgebied GWW van Van Gelder, tabel 42/43 grond, weg en waterbouw). Tevens zijn er extra kosten gemaakt voor het aanpassen lichtmasten systeem City Touch (Dim regiem).
Verloop reserve vervanging straatverlichting Saldo 1-1-2023
17.787
Onttrekking 2023
17.787
Saldo 31-12-2023
0
Groen en spelen Kerncijfers:
Begroting
Kerncijfers beplanting en gazons Bomen Speelplaatsen/speeltoestellen
Rekening 157 ha
157 ha
13.621 st
14.515 st
80 st / 424 st
95 st / 482 st
In 2020 is de nieuwe Beheernota Openbare Ruimte en de actualiteitenrapportage vastgesteld. Hierin zijn de ambitieniveaus vastgesteld, de budgetten en de wettelijke kaders opgenomen. Aansluitend is in 2021 het integraal beheerplan openbare ruimte vastgesteld, met daaronder het beheerplan wegen, groen en spelen. De gemeente wil een kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte realiseren binnen haar kernen. In dit kader is het begrip Integraal Beheer Openbare Ruimte van belang. Dit betekent dat zowel de technische kwaliteit als de belevingskwaliteit van wegen, straatverlichting, groen en speelvoorzieningen op elkaar zijn afgestemd.
Spelen Voor het budget spelen is een reserve ingesteld. Verloop reserve Spelen Saldo 1-1-2023 Onttrekking 2023 Saldo 31-12-2023
464.497 66.132 398.365
Groenonderhoud Voor het groenonderhoud is geen voorziening of reserve ingesteld. Groenonderhoud wordt verantwoord binnen de exploitatie. Exploitatie 2023
Begroot 2023
Werkelijk 2023
Verschil 2023
Onderhoud groen
1.253.386
1.203.592
49.794 86
Bewoners en projecten Bewoners worden betrokken in de voorbereiding van (groene) uitvoeringsplannen. Bewoners kunnen hun verantwoordelijkheid nemen om een bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in de straat door een stuk groen, afvalbak of bank te adopteren. Deze manier van werken leidt nog steeds tot betrokken en enthousiaste bewoners. Daarbij is er nu de mogelijkheid om met de Ik Buurt Mee vouchers een extra bijdrage te leveren aan de leefbaarheid. Kerncijfers:
31-12-2022
31-12-2023
Groenadopties
31.808 m2
32.031 m2
Afvalbak adoptie
199 st
203 st
Adoptie plantsoenbanken
56 st
60 st
Gebouwen Rhedens Vastgoedkader 'Gemeente Rheden heeft vastgoed in bezit om haar beleidsdoelstellingen te realiseren'; dit is het belangrijkste uitgangspunt van het Rhedens Vastgoedkader dat in 2019 is vastgesteld. In dit kader zijn uitgangspunten vastgesteld voor wat betreft het onderhoud, de financiële verantwoording en het beheer van het vastgoed. Het vastgoed dat in beheer is, kan in drie categorieën worden onderverdeeld: Beleidsvolgend vastgoed, Vastgoed voor eigen huisvesting en Overig vastgoed. Voor het Beleidsvolgend vastgoed zijn er diverse deelportefeuilles te formuleren die aansluiten bij de Iv3- verantwoording. Elke deelportefeuille dient vertegenwoordigd te worden door een interne opdrachtgever. Onderverdeling Beleidsvolgend vastgoed: • Sport • Dorpshuizen • Cultuur • Brandweer • Onderwijs • Parkeren • Cultureel erfgoed Onderhoud Vastgoedportefeuille De onderhoudsstrategie van gemeente Rheden is er op gericht het gemeentelijke vastgoed in een goede staat van onderhoud te houden, waar mogelijk de markt in te zetten, zelf het stuur in handen te houden en rechtmatig te zijn in opdrachtverstrekkingen. Het vastgoed in een goede staat van onderhoud houden, doen we door het vastgoed te onderhouden op basis van een op de NEN 2767 gebaseerd onderhoudsplan. Deze onderhoudsplannen zijn in 2019 opgesteld en het onderhoud is vervolgens in 2020 langjarig aanbesteed.
De werkzaamheden voortvloeiend uit deze plannen worden inmiddels via gecontracteerde partijen uitgevoerd, zo ook in 2023. Vanaf 2024 zal het onderhoudsplan opnieuw worden aanbesteed. In de praktijk kunnen, bijvoorbeeld door wensen van de gebruikers, marktontwikkelingen, storingen en/of gebreken of het bundelen van werkzaamheden, er afwijkingen ontstaan op de vooraf opgestelde planning uit het Meerjarenonderhoudsplan. Dit kan zowel inhouden dat elementen of installaties eerder vervangen dienen te worden, of bepaalde werkzaamheden later uitgevoerd worden. In 2023 hebben we het reguliere onderhoud van ons bezit zo efficiënt mogelijk uitgevoerd.
87
Financiën: bekostiging onderhoud Preventief en correctief onderhoud Het preventief en correctief onderhoud wordt bekostigd vanuit de exploitatie, waarbij de begroting is gebaseerd op een 10-jaarlijks gemiddelde per gebouw. In 2023 is het preventief onderhoud conform het (MJOP) meerjarenonderhoudsplan uitgevoerd. Correctief zijn er naast regulier klachtenonderhoud ook enkele planmatige zaken meegenomen in de uitvoering. De kosten in 2023 zijn overschreden ten opzichte van begroting door hogere indexering en prijsstijgingen van materiaal en uurloon. Planmatig onderhoud Voor het bekostigen van het planmatig onderhoud wordt er gewerkt met een voorziening. Aan deze voorziening wordt jaarlijks gedoteerd op basis van een doorrekening van het 10-jaarlijkse gemiddelde voor het planmatig onderhoud per gebouw. Vervolgens wordt er direct op de voorziening geboekt voor het uitvoeren van het planmatig onderhoud. In 2023 is er echter minimaal planmatig onderhoud uitgevoerd door overschrijding van de drempelbedragen vanuit de voorziening. Verloop voorziening gebouwen Saldo 1-1-2023
1.496.224
Toevoeging 2023
747.070
Onttrekking 2023
841.236
Saldo 31-12-2023
1.402.058
88
Financiering Treasury is het besturen en beheersen, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Meer concreet gaat het om financiering van het beleid tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden, het te allen tijde zorgen voor voldoende liquide middelen, waarbij een tijdelijk overschot tegen een zo hoog mogelijk rendement wordt belegd en het daarbij afdekken van met name rente- en kredietrisico’s. De financieringsparagraaf bevat volgens het BBV de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille. We geven daarom in deze paragraaf een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de gemeente. De financieringsparagraaf gaat daarnaast in op de eisen die de Wet Fido stelt. Dat wil zeggen dat de uitvoering van de financieringsfunctie uitsluitend de publieke taak dient, dat het beheer prudent is en dat aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm is voldaan. Tenslotte besteden we in deze paragraaf ook aandacht aan de financieringspositie.
Risicobeheer treasuryfunctie In deze paragraaf geven we een analyse van de risicoaspecten die verbonden zijn aan de uitvoering van de treasuryfunctie. We onderscheiden daarbij renterisico’s en kredietrisico’s. Voor het renterisico, wordt door middel van een normering een goede spreiding van renteaanpassingen binnen de leningenportefeuille bevorderd. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten welke consequenties kunnen hebben voor de financiële positie. Aldus bevordert de Wet Fido een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Kredietrisico’s worden beperkt door de eisen die de Wet Fido stelt aan tegenpartijen en producten op de geld- en kapitaalmarkten. Tegenpartijen dienen over een minimale kredietwaardigheid te beschikken in de A-categorie. Tevens dienen financiële producten de garantie te bevatten dat aan het einde van de looptijd de hoofdsom nog intact is.
Renterisico vlottende schuld (kasgeldlimiet) Dit instrument dient om de omvang van de kortlopende financieringsmiddelen te kunnen bewaken. De kasgeld- limiet is een percentage van de omzet van de gemeente dat de ruimte voor korte financiering aangeeft. De limiet heeft betrekking op leningen met een looptijd van maximaal 1 jaar (vlottende schuld) en bedraagt 8,5% van het begrotingstotaal van de lasten (exclusief stortingen in reserves). Wanneer de vlottende schuld dit percentage van 8,5% overschrijdt moet een deel van de vlottende schuld worden omgezet naar vaste (langlopende) schuld. Daarnaast kan een overschrijding leiden tot een strenger toezichtregime. Op basis van de primitieve begroting 2023 (€ 134.197.000) bedraagt de kasgeldlimiet van de gemeente Rheden € 11.407.000. In 2023 is er geen gebruik gemaakt van kasgeldleningen. Berekening (bedragen x € 1.000) 1. Toegestane kasgeldlimiet (8.5% * 134.197) 2. Vlottende schuld - opgenomen gelden korter dan 1 jaar - schuld in rekening courant 3. Vlottende middelen - contanten in kas - Te goeden in rekening courant
2023 11.407 0 0
15 476
89
4. Toets kasgeldlimiet Totaal netto-vlottende schuld (2-3) Toegestane kasgeldlimiet Ruimte (+)/overschrijding (-) kasgeldlimiet (4 - 3)
-491 11.407 11.898
Bovenstaande berekening van de kasgeldlimiet is gebaseerd op balansdatum 31-12-2023.
Renterisico vaste schuld (renterisiconorm) De renterisiconorm heeft betrekking op leningen met een looptijd vanaf 1 jaar (vaste schuld). Het doel hiervan is om tot een zodanige opbouw van de leningportefeuille te komen, dat het renterisico in een bepaald jaar als gevolg van renteaanpassingen en herfinanciering van leningen wordt beperkt. Indien een leningportefeuille gelijkmatig is opgebouwd, zal ook het renterisico over de vaste schuld in de tijd gelijkmatig zijn gespreid. Ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen worden hierdoor beperkt. De norm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal.
1 2 3
Berekening (bedragen x.€ 1.000) Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1 + 2)
2023 20.000 0 20.000
4a Begrotingstotaal (primitief 2023) 4b Percentage conform ministeriële regeling 4 Renterisiconorm (4a x 4b) 5
134.197 20% 26.839
Ruimte (+)/overschrijding (-) renterisiconorm (4 - 3)
6.839
Conclusie: er is ruim voldaan aan de renterisiconorm. In 2023 zijn er langlopende leningen voor € 20 miljoen geherfinancierd.
Kredietrisico’s Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het risico dat de gemeente loopt over verstrekte leningen en beleggingen. Ten tweede is er sprake van indirecte kredietrisico’s bij verstrekte gemeentegaranties (ook wel borgstellingen genoemd).
Kredietrisico op leningen en beleggingen De gemeente Rheden heeft uit hoofde van haar publieke taak leningen verstrekt en in deelnemingen geïnvesteerd. In het hierna volgende overzicht zijn de uitgezette gelden vermeld. Kredietrisico op verstrekte gelden aan derden Uitzettingen Uit hoofde van publieke taak: 1 Deelnemingen 2 Overige leningen Totaal Ad 1. Onderstaand de specificatie van de deelnemingen. Omschrijving Aandelen BNG Aandelen Alliander Totaal
2023 608.767 4.551.470 5.160.237
% 12,0 88,0 100,0
Deelnemingen 424.207 184.560 608.767
90
Genoemde deelnemingen worden uit hoofde van de uitvoering van de publieke taak aangehouden. Over het aandelenbezit wordt koersrisico gelopen maar dit risico is minimaal. De aandelen zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Deze waardering is (doorgaans) lager dan wanneer de waarde bepaald zou worden door vraag en aanbod op de beurs. Ad 2. De overige leningen betreffen verstrekte leningen aan SVN (starterslening, duurzaamheidslening en blijverslening) en een obligatie- en achtergestelde lening van Alliander.
Kredietrisico ten aanzien van gemeentegaranties (borgstellingen) De gemeente Rheden kan jegens geldgevers borg staan voor de betaling van rente en aflossing op langlopende geldleningen die door organisaties, instellingen of verenigingen zijn aangetrokken die activiteiten verzorgen welke in het verlengde liggen van de gemeentelijke publieke taak. Ultimo 2023 staat de gemeente garant voor een bedrag van € 584.086
Waarborgfonds sociale woningbouw (wsw) De gemeente Rheden neemt deel in het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en staat in dit kader, door middel van een achtervangovereenkomst, garant voor € 206,3 miljoen aan leningen die zijn verstrekt aan woningcorporaties. Het garant staan door middel van achtervangovereenkomst houdt in dat in eerste instantie het WSW wordt aan- gesproken indien de geldnemer niet aan zijn verplichtingen voldoet. Pas als het risicovermogen van het WSW onder een bepaald minimum komt, worden de deelnemende gemeenten verplicht om een renteloze lening te verstrekken. De gemeente loopt dus eigenlijk alleen een renterisico. Gezien de vermogenspositie van het WSW, de goede controle en toetsing door dit fonds en de spreiding van het risico over de deelnemende gemeenten is dit als een laag risico te kwalificeren.
Beleid inzake financiering en financieringspositie Solvabiliteit Een oordeel over de vermogenspositie kan worden gevormd met behulp van de solvabiliteitsratio. Solvabiliteit is de mate waarin een instelling in staat is om aan haar korte en lange termijnverplichtingen te voldoen. Deze maatstaf wordt bepaald door de verhouding tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen (eigen- en vreemd vermogen) Omschrijving (bedragen x € 1.000) Eigen vermogen Totaal vermogen Ratio (ev/vv)
Boekwaarde per 1 januari 2023 32.885 154.150 21%
Boekwaarde per 31 december 2023 26.319 164.032 16%
De solvabiliteitsratio is afgenomen vergeleken met het voorgaande jaar. Nadere duiding is opgenomen in de paragraaf weerstandscapaciteit en weerstandsvermogen.
Financiering activa Bij voorkeur worden de investeringen in de voorraad kapitaalgoederen gefinancierd met eigen middelen (interne financiering). Ten opzichte van de externe financiering worden hiermee de renterisico’s en de rentelasten beperkt. Dit uitgangspunt is in ons treasury statuut opgenomen. Door voorgenomen investeringen in onder andere riolering, nieuw gemeentehuis, wegen en overige investeringen volgens de investeringslijst 2024-2028 zal het financieringstekort de komende jaren toenemen.
91
Financieringsstructuur Een evenwicht in de financieringsstructuur leidt tot een beperking van de renterisico’s. Investeringen in duurzame kapitaalgoederen worden hierbij afgedekt met langlopende financieringsmiddelen, waardoor de gemeentelijke exploitatie minder gevoelig wordt voor rentebewegingen. Het onderstaande overzicht geeft inzicht in de ontwikkeling van de financieringsstructuur in 2023. (bedragen x € 1.000)
Aanvang 2023
Mutaties 2023
Ultimo 2023
Vaste activa Immateriële activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
508 119.172 5.229
-137 7.585 -69
371 126.757 5.160
Totaal vaste activa
124.909
7.379
132.288
Eigen vermogen Algemene reserves Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat
11.584 18.044 3.257
-1.779 18 -4.806
9.805 18.062 -1.549
Totaal eigen vermogen
32.885
-6.567
26.318
Voorzieningen
7.563
445
8.008
Langlopende schulden
90.736
197
90.933
Totaal financiering
131.184
-5.925
125.259
Financieringssaldo (- = tekort)
6.275
-13.304
-7.029
Eind 2023 was het financieringssaldo - € 7.029.000. In 2023 zijn geen langlopende leningen aangetrokken.
Rentemethodiek Rentebeleid en renteresultaat In 2023 zijn langlopende leningen voor € 20 miljoen geherfinancierd.
Ontwikkelingen in 2023: Schatkistbankieren Alle decentrale overheden zijn verplicht deel te nemen aan schatkistbankieren. Dit houdt in dat alle liquide middelen boven een bepaalde drempelbedrag aangehouden moeten worden bij het ministerie van Financiën. Wanneer decentrale overheden hun tegoeden aanhouden in de Nederlandse schatkist, daalt de financieringsvraag van de Nederlandse staat op de financiële markten. Schatkistbankieren draagt hierdoor bij aan de verlaging van de overheidsschuld. Vanaf 1 juli 2021 is het drempelbedrag voor gemeenten gewijzigd tot 2% van het begrotingstotaal.
92
Bedrijfsvoering Wat hebben we bereikt? Een goede bedrijfsvoering is een randvoorwaarde om als ambtelijke organisatie te kunnen voldoen aan onze maatschappelijke opgaven en kwaliteit te leveren in de dienstverlening aan inwoners, organisaties en bedrijven. Een goede bedrijfsvoering is geen doel op zich, maar gaat erom dat we middelen (medewerkers & financiën) inzetten om onze processen efficiënt, effectief en rechtmatig te laten verlopen. Juist in deze tijd van grote opgaven en financiële krapte is het van belang te blijven investeren in de kwaliteit van onze bedrijfsvoering. In 2023 zijn we gestart met het programma Digitaal Rheden. Digitalisering vraagt om een samenhangende aanpak. Door het uitvoeren van een 12-tal projecten, die veelal een wettelijke basis kennen (voor circa 90%) werken we aan de volgende doelen: efficiënte en toegankelijke dienstverlening, goed werkgeverschap, regionale en interne samenwerking, stevig fundament en betrouwbare ICT, transparante en kwalitatieve sturing. Middels de raadsinformatiebrief Digitaal Rheden hebben we de gemeenteraad op hoofdlijnen geïnformeerd over de voortgang van het programma. Op 20 februari 2024 hebben we in de oriënterende raadsvergadering een nadere toelichting gegeven op de raadsinformatiebrief.
In de paragraaf Bedrijfsvoering wordt ingegaan op Personeel & Organisatie, Communicatie, Informatiemanagement & automatisering en Planning & Control.
Welke doelen zijn gerealiseerd? Digitale toegankelijkheid van dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en instellingen (Digitaal Rheden) Doel
Voortgang
1. Toegankelijke effectieve en efficiënte dienstverlening (Dorus Klomberg) De module om de klanttevredenheid van digitale dienstverlening te meten wordt in 2024 geimplementeerd. Circa 50% van onze dienstverlening is gedigitaliseerd.
Goed werkgever- en werknemerschap Doel
Voortgang
2. Goed werkgever- en werknemerschap (Gea Hofstede) We werken hard aan verschillende projecten om een goede en plezierige werkgever te zijn. Voor zowel de huidige als nieuwe medewerkers. Zo is het project gestart om onze medewerkers digifit te houden, digitaliseren we ons huidige HRM-systeem, zetten we in op innovatieve manieren om de arbeidsmarkt te benaderen en is onze onboarding voor nieuwe medewerkers weer goed opgepakt. We blijven met elkaar het goede gesprek voeren over thema's als werkdruk, eigenaarschap en rollen.
93
Interne en regionale samenwerking vanuit toegevoegde waarde Doel
Voortgang
3. Interne en regionale samenwerking (Dorus Klomberg)
Verbeteren structurele inrichting van interne (administratieve) processen en systemen Doel
Voortgang
4. Stevig en betrouwbaar fundament (Dorus Klomberg) Grotendeels conform planning, met uitzondering van de tijdige afronding van de jaarrekeningcontrole.
Transparante en kwalitatieve sturing Doel
Voortgang
5. Transparante en kwalitatieve sturing (Dorus Klomberg) Er zijn zichtbare stappen gezet op de onderliggende resultaten. Zo is in de jaarstukken 2023, en de begroting 2024, expliciet aandacht voor de SDG Indicatoren en Global Goals. Daarnaast is per doel het risico opgenomen dat dit doel in de weg staat.
Welke resultaten zijn gerealiseerd? Digitale toegankelijkheid van dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en instellingen (Digitaal Rheden) Resultaat
Voortgang
Doel: 1. Toegankelijke effectieve en efficiënte dienstverlening Portefeuillehouder: Dorus Klomberg Verbeterde digitale dienstverlening De klanttevredenheid over onze digitale dienstverlening wordt nog niet gemeten. We zijn bezig met de aanschaf van een meetinstrument en voorzien implementatie in 2024. Circa 50% van onze dienstverlening hebben we inmiddels gedigitaliseerd. Volledig digitaal toegankelijke website Momenteel voldoen we nog niet aan de AA-status van WCAG 2.1. A is behaald, maar AA nog niet. Het digitaal toegankelijk maken van alle PDF-documenten en formulieren, producten en diensten, blijkt meer werk dan verwacht. De website teksten zijn grotendeels herschreven op B1-niveau, maar nog niet allemaal. In 2024 vindt een audit plaats om te kijken waar we staan.
94