Agendabundel
Tekst van het document
Standplaats: kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten. Starter: woningzoekende die bij verhuizing geen zelfstandige woonruimte achterlaat. pagina
2
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Student: degene die staat ingeschreven aan een universiteit, hogeschool of MBO instelling. Verhuisindicatie Wmo: een door burgemeester en wethouders aan woningzoekenden afgegeven indicatie, die vanwege de aard van hun fysieke beperking zijn aangewezen op een levensloopgeschikte of rolstoelgeschikte woonruimte, zoals aangegeven in bijlage 2. Vergunninghouder: vergunninghouder als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder j van de wet. Verhuurdersverklaring: verklaring van de (laatste) verhuurder omtrent het woon- en betalingsgedrag van een woningzoekende. Wet: de Huisvestingswet 2014. Woningmarktregio: de regio waarin de volgende gemeenten zijn gelegen: Arnhem, Berg en Dal, Beuningen, Duiven, Doesburg, Druten, Heumen, Lingewaard, Montferland, Nijmegen, Overbetuwe, Renkum, Rheden, Rozendaal, Westervoort, Wijchen, Zevenaar. Woningzoekende: een meerderjarig persoon die in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit of van een geldige verblijfstitel en is ingeschreven in het registratiesysteem als bedoeld in artikel 3 van de wet, en het huishouden, waarvan hij deel uitmaakt. Woonduur: de periode dat een huishouden aaneengesloten de huidige zelfstandige woonruimte in Nederland bewoont, conform de gegevens van de Basisregistratie Personen (BRP).
Zelfstandige woonruimte: woonruimte, met een eigen toegang, die door één huishouden kan worden bewoond zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van één of meer wezenlijke voorzieningen (zoals toiletruimte, badruimte en keuken) buiten die woonruimte, dan wel een standplaats voor een woonwagen. Zorgwoning: woonruimte die is aangewezen voor woningzoekenden met een CIZ-indicatie, die minder goed in staat zijn om geheel zelfstandig te opereren op de woningmarkt en allerlei vormen van ondersteuning nodig hebben die alleen in en rond de woonruimte op een passende manier gegeven kan worden. Voor het leveren van deze benodigde zorg- en/of dienstverlening is sprake van een samenwerkingscontract tussen corporatie en zorgleverancier. De zorgaanbieder beheert bij voorkeur zelf de wachtlijst van klanten en bepaalt de voorrangsregels van toewijzing. Hoofdstuk 2 De huisvestingsvergunning Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte 1 Zelfstandige woonruimten in eigendom van een corporatie met een huurprijs beneden de huurtoeslaggrens als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Wet op de huurtoeslag dan wel standplaatsen in eigendom van de gemeente of een corporatie mogen niet voor bewoning in gebruik worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend. 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zorgwoningen.
pagina
3
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Artikel 3 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning 1 Een aanvraag om een huisvestingsvergunning wordt ingediend op het moment dat zekerheid bestaat over de te betrekken woonruimte door gebruikmaking van een door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld formulier. 2 Bij de aanvraag worden de volgende gegevens verstrekt: a naam en adres van de huurder; b omvang van het huishouden dat de woonruimte gaat betrekken; c huishoudinkomen; d adres, naam van de verhuurder en huurprijs van de te betrekken woonruimte; e beoogde datum van het betrekken van de woonruimte; f indien van toepassing, een afschrift van de indicatie voor een woonruimte met een speciale voorziening rond toegankelijkheid en gebruik; g indien van toepassing, de urgentie van de woningzoekende; h indien van toepassing, een positieve verhuurdersverklaring. 3 De huisvestingsvergunning vermeldt in ieder geval: a adres van de woonruimte waarop de vergunning betrekking heeft; b aan wie de vergunning is verleend; c het aantal personen dat de woonruimte in gebruik neemt. Artikel 4 Registratie van woningzoekenden 1 Corporaties dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform registratiesysteem van woningzoekenden.
2 Registratie als woningzoekende in dit systeem kan vooraf plaatsvinden of tegelijkertijd met de eerste reactie op een aangeboden woonruimte. 3 Uitschrijving als woningzoekende vindt plaats: a op schriftelijk verzoek van de woningzoekende of diens nabestaanden; b bij verwijtbare nalatigheid, zoals het niet tijdig doorgeven van gewijzigde relevante gegevens; c bij fraude door een woningzoekende voor het verkrijgen van een woning, zoals het verstrekken van onjuiste informatie of het hebben van meerdere inschrijvingen. Artikel 5 Overzicht beschikbare woonruimte 1 Het aanbod van de in artikel 2 aangewezen woonruimte wordt door de corporaties bekendgemaakt door publicatie op een toegankelijk gemeenschappelijk digitaal platform. 2 De bekendmaking van het aanbod als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval: a het adres en de huurprijs van de woonruimte; b de mededeling dat de woonruimte niet voor bewoning in gebruik genomen mag worden als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend; c indien van toepassing, de criteria en voorrangsregels voor het verlenen van de benodigde huisvestingsvergunning; d welke zelfstandige woonruimten volgens het aanbodmodel worden toegewezen, welke volgens het lotingmodel en voor welke woonruimten aanvullende criteria gelden.
3 Elke woonruimte die via dit digitale platform wordt verhuurd wordt binnen twee weken na ondertekening van het huurcontact op hetzelfde digitale platform verantwoord.
pagina
4
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Artikel 6 Woningtoewijzing 1 Corporaties bieden vrijkomende zelfstandige woonruimten aan volgens het aanbodmodel dan wel het lotingmodel, tenzij het gaat om bemiddeling. Enkel de categorieën woningzoekenden zoals aangegeven in bijlage 3, onder kolom 3, worden bemiddeld naar woonruimte. 2 Een woningzoekende kan op elk moment voor maximaal twee zelfstandige woonruimten in het aanbod- of lotingmodel waarvoor de reactietermijn nog open is, zijn of haar belangstelling kenbaar maken. 3 Iedere op basis van het aanbodmodel gepubliceerde zelfstandige woonruimte wordt na sluiting van de reactieperiode aangeboden aan de woningzoekende met de hoogste urgentie en vervolgens aan de woningzoekende met de langste meettijd, met inachtneming van het gestelde in de artikelen 8, 9 en 10. 4 De op basis van het lotingmodel toe te wijzen zelfstandige woonruimte wordt toegewezen volgens een geautomatiseerde lotingprocedure. 5 Van het totale vrijkomende woningaanbod dient jaarlijks minimaal 15% en maximaal 30% volgens het lotingmodel te worden aangeboden. 6 Van het totale vrijkomende woningaanbod mag jaarlijks maximaal 15% via bemiddeling worden toegewezen. 7 Statushouders worden gehuisvest via bemiddeling. Het huisvesten van statushouders en woningruil valt niet onder de 15% als bedoeld in lid 6.
8 Een corporatie mag per jaar maximaal 30% van de vrijkomende zelfstandige woonruimten die volgens het aanbodmodel worden aangeboden uitsluiten voor urgent woningzoekenden als bedoeld in artikel 9. 9 Het toewijzen van standplaatsen met of zonder een woonwagen wordt beschouwd als bemiddeling ten behoeve van een bijzondere doelgroep. Voor toewijzing hiervan kunnen het college van burgemeester en wethouders nadere regels stellen. Toewijzing van standplaatsen valt niet onder de 15% als bedoeld in lid 6. 10 Beleids- en toewijzingsexperimenten in het belang van de volkshuisvesting, zijn tijdelijk toegestaan onder de voorwaarde dat de corporatie en het college van burgemeester en wethouders hierover in overleg treden en nadere afspraken maken. Het is toegestaan om in het kader van deze beleids- en toewijzingsexperimenten af te wijken van hetgeen bepaald in deze verordening. Artikel 7 Weigering en acceptatie van woonruimten 1 De woningzoekende die volgens het lotingmodel een uitnodiging voor het bezichtigen van een zelfstandige woonruimte krijgt en hierop niet reageert binnen de reactietermijn die door de corporaties wordt gesteld, dan wel de woonruimte accepteert en er alsnog vanaf ziet, wordt gedurende twee maanden uitgesloten van het lotingmodel. Gedurende deze periode kan de woningzoekende wel blijven reageren op woonruimten die volgens het aanbodmodel worden aangeboden.
2 De woningzoekende die volgens het aanbodmodel een uitnodiging voor het bezichtigen van een zelfstandige woonruimte krijgt en hierop niet reageert binnen de reactietermijn die door de corporaties wordt gesteld ontvangt bij de eerste keer een waarschuwing. De tweede keer wordt de woningzoekende gedurende twee maanden uitgesloten van het aanbodmodel. Gedurende deze periode kan de woningzoekende wel blijven reageren op woonruimten die volgens het lotingmodel worden aangeboden. 3 De woningzoekende die een zelfstandige woonruimte accepteert, behoudt de opgebouwde meettijd die vervolgens wordt vermeerderd met de woonduur in de nieuwe woonruimte.
pagina
5
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Artikel 8 Voorrang bij woonruimte van bepaalde aard (passendheidscriteria) 1 Corporaties wijzen woonruimten passend toe conform het bij of krachtens het bepaalde in de Woningwet. 2 Een corporatie kan maximaal 50% van de in dat jaar opgeleverde nieuwbouwwoningen, die voldoen aan de criteria genoemd in artikel 2, met voorrang toewijzen aan woningzoekenden, woonachtig in de gemeente waarin de nieuwbouwwoningen zijn gelegen. 3 Een corporatie kan een woning labelen die bij voorrang wordt toegewezen aan: a woningzoekenden in een bepaalde leeftijdscategorie, zoals opgenomen in bijlage 3; b grote huishoudens zoals opgenomen in bijlage 3; c woningzoekenden ter bevordering van doorstroming conform het project van groot naar beter zoals bedoeld in bijlage 3; d woningzoekenden in een bijzonder project en/of in het kader van leefbaarheid zoals bedoeld in bijlage 3; e woningzoekenden die een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven verhuisindicatie hebben voor een levensloopgeschikte woonruimte; f woningzoekenden die een door het college van burgemeester en wethouders afgegeven verhuisindicatie hebben voor een rolstoelgeschikte woonruimte. Deze woonruimten kunnen zowel op basis van bemiddeling worden verhuurd als op basis van het aanbodmodel.
4 Het college van burgemeester en wethouders verleent een verhuisindicatie, als bedoeld in het derde lid, onder e en f, indien de fysieke beperkingen van de woningzoekende noodzaken tot verhuizing naar een levensloop- of rolstoelgeschikte woning, en de woningzoekende niet op eigen kracht en/of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk in staat is om in adequate woonruimte te voorzien. Voor toewijzing van deze woningen kunnen het college van burgemeester en wethouders en corporaties nadere afspraken maken. 5 In het geval zelfstandige woonruimten vallen onder de woonvorm woongroep krijgen woningzoekenden die lid zijn van de organisatie die de woongroep beheert, voorrang. Artikel 9 Voorrang bij urgentie 1 Voor de woonruimten als bedoeld in artikel 2, wordt bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang gegeven aan urgent woningzoekenden.
2 De urgent woningzoekenden worden ingedeeld in de volgende urgentiecategorieën: a woningzoekenden aan wie een herstructureringsurgentieverklaring is verstrekt, als bedoeld in artikel 10, eerste lid; b woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten, blijkens een daartoe door deze voorziening afgegeven verklaring; c woningzoekenden aan wie een mantelzorgurgentieverklaring is verstrekt; d woningzoekenden aan wie een noodurgentieverklaring is verstrekt. 3 Woningzoekenden omschreven in artikel 9, tweede lid onder a hebben voorrang op de woningzoekenden omschreven in artikel 9 tweede lid onder b, c en d. 4 Als meerdere woningzoekenden, zoals omschreven in artikel 9 tweede lid onder b, c en d, in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning wordt de toewijzing bepaald op basis van de datum waarop de urgentie is afgegeven, waarbij de oudste datum voorgaat op de andere. Wanneer meerdere van deze woningzoekenden met een urgentieverklaring die op dezelfde datum is toegekend reageren op dezelfde woning, dan heeft degene met de langste meettijd voorrang.
pagina
6
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Artikel 10 Urgentieverklaringen 1 Een corporatie kan een herstructureringsurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die vanwege sloop of ingrijpende renovatie de woonruimte moet verlaten en daar niet terugkeert. Deze woningzoekenden hebben de keuze om zelf te zoeken naar een woonruimte of door een corporatie te worden bemiddeld naar een woonruimte. 2 Het college van burgemeester en wethouders kan een urgentieverklaring verstrekken aan personen die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband met problemen van relationele aard of geweld hun woonruimte hebben verlaten. 3 Het college van burgemeester en wethouders kan een mantelzorgurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die in de gemeente mantelzorg verleent of ontvangt: a als de verwachting is dat de mantelzorgrelatie minimaal een jaar in stand blijft; b waarbij sprake is van een ondersteuningsvraag; c waarbij sprake is van een mantelzorgrelatie waarin de mantelzorger minimaal 10 uur per week besteedt aan het bieden van mantelzorg.
4 Het college van burgemeester en wethouders kan een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, indien deze noodsituatie: a niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen; en b niet door betrokkene zelf kan worden opgelost; c zodanig ernstig is dat het onverantwoord is deze situatie langer dan 4 maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring. 5 Voor zover er sprake is van verwijtbare verantwoordelijkheid voor het ontstaan of voortbestaan van de persoonlijke noodsituatie als bedoeld in het vierde lid geldt dit tot een maximum van drie jaar na het ontstaan van de woonnoodsituatie. 6 Een urgentieverklaring kan worden ingetrokken, indien de woningzoekende weigert een door een corporatie aan hem aangeboden woonruimte te aanvaarden. 7 De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 1, 2 en 4 zijn geldig voor het verkrijgen van woonruimten in de woningmarktregio. 8 De urgentieverklaringen als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 hebben een geldigheidsduur van vier maanden. Deze geldigheidsduur kan worden verlengd met drie maanden. 9 De urgentieverklaringen vervallen door het aanvaarden van een aangeboden woonruimte.
10 Een woningzoekende die in het bezit is van een urgentieverklaring als bedoeld in de leden 2, 3 en 4 reageert zelf op aangeboden woningen, tenzij bij de urgentieverlening anders is bepaald. Artikel 11 Voorwaarden bij noodurgentieverklaring 1 Aan het verstrekken van een noodurgentieverklaring kunnen voorwaarden verbonden worden. Een urgentieverklaring onder voorwaarden kan worden verstrekt aan personen in bijzondere omstandigheden of aan personen met zodanig ernstige psychische en/of psychosociale problemen dat woonbegeleiding geïndiceerd is. 2 Voorwaarden die opgelegd kunnen worden zijn: a acceptatie van begeleiding; b toewijzing van een specifiek geschikte woonruimte. 3 Het verbinden van voorwaarden aan de urgentieverlening wordt in de urgentieverklaring gemotiveerd. Hoofdstuk 3 Wijzigingen in de woonruimtevoorraad Gereserveerd voor gemeenten die hier gebruik van maken
pagina
7
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Hoofdstuk 4 Overige bepalingen Artikel 18 Monitoring en verantwoording 1 De woonruimteverdeling vormt onderwerp van een systeem van monitoring en verantwoording. De informatie wordt geleverd door de corporaties die belast zijn met de uitvoering van de woonruimteverdeling. 2 De rapportage bevat in ieder geval de gegevens zoals weergegeven in bijlage 4. Het college van burgemeester en wethouders kan aanvullende gegevens verlangen. 3 De rapportage van de monitoring en verantwoording wordt eenmaal per jaar voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders. 4 De werking van de verordening zal uiterlijk 3 jaar na inwerkingtreding integraal worden geëvalueerd. Artikel 19 Bestuurlijke boete 1 Overtreding van de verboden, bedoeld in artikel 2, eerste lid van deze verordening, kan worden beboet met een bestuurlijke boete. 2 De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag zoals opgenomen in de tabel in bijlage 5 van deze verordening. Artikel 20 Onvoorziene gevallen In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college van burgemeester en wethouders, waarbij het zich uitsluitend zal laten leiden door overwegingen betrekking hebbend op de evenwichtige en rechtvaardige verdeling van schaarse woonruimte.
Artikel 21 Overgangsrecht 1 Alle genomen besluiten op grond van de Huisvestingsverordening gemeente Rheden 2020, worden gelijkgesteld aan besluiten op grond van deze verordening. 2 Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening, worden gelijkgesteld aan aanvragen op grond van deze verordening. 3 Aanvragen om een vergunning die zijn ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van een wijziging van deze verordening, worden behandeld conform de gewijzigde verordening tenzij de aanvrager hiermee in een nadeligere positie komt. Artikel 22 Hardheidsclausule Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om, in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar haar oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten gunste van de aanvrager af te wijken van bepalingen in deze verordening. Artikel 23 Inwerkingtreding verordening en citeertitel Deze verordening treedt in werking op 31 december 2023 en vervalt na vier jaar. Deze verordening wordt aangehaald als Huisvestingsverordening gemeente Rheden 2024. De Huisvestingsverordening gemeente Rheden 2020 wordt ingetrokken.
pagina
8
ons kenmerk
23.66B
23.66 Raadsvergadering 28 november 2023 Agendapunt DR Artikel 24 Bijlagen De verordening heeft de volgende bijlagen: 1 Bijlage 1: toelichting. 2 Bijlage 2: richtlijnen voor levensloopgeschikte en rolstoelgeschikte woonruimten (artikel 8, tweede en derde lid). 3 Bijlage 3: limitatieve lijst bemiddeling doelgroepen. 4 Bijlage 4: monitorgegevens (artikel 18). 5 Bijlage 5: bestuurlijke boete (artikel 19). Arnhem, 28 november 2023 De raad voornoemd,
voorzitter.
griffier.
pagina
9
ons kenmerk
23.66B