Advies werkgroep Jaarrekening 2021 (22.59)
Tekst van het document
rekeningwerkgroep Rheden
2 juni 2022
Advies werkgroep jaarrekening
ADVIES bij de jaarstukken 2021
Inhoudsopgave
1
Inleiding
3
2
Algemeen
4
2.1 Instelling en samenstelling van de werkgroep jaarrekening
4
2.2 Werkwijze van de werkgroep
4
2.3 Het proces
5
2.4 Vragenuur
6
3
Terugblik op advies werkgroep vorig jaar
8
4
Bevindingen van de werkgroep
12
4.1 Algemeen
12
4.2 De jaarstukken
12
4.3. Resultaat jaarrekening 2021
13
4.4 Interne beheersing
14
4.5 Solvabiliteit
14
4.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing
15
4.7 Sociaal domein
15
4.8 Onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid
16
4.9 Monitoring adviezen werkgroep jaarrekening
16
Conclusies en adviezen
18
5
2
1
Inleiding De werkgroep jaarrekening heeft kennis genomen van de jaarstukken 2021. In dit advies treft u de conclusies aan die de werkgroep heeft getrokken op basis van: de bestudeerde concept jaarstukken; de informatie die zij heeft gekregen in antwoord op haar schriftelijke vragen; de informatie uit de gesprekken die de werkgroep heeft gevoerd met de burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris, de directeur bedrijfsvoering en de manager financiën/concerncontroller; informatie van de accountant en de toezichthouder van de provincie tijdens het inwerkprogramma van de nieuwe gemeenteraad. De werkgroep heeft op 22 april 2022 de beschikking gekregen over de jaarstukken 2021. Volgens afspraak met de portefeuillehouder zijn deze stukken gelijktijdig ook, ter informatie, toegezonden aan de gehele raad. Zij dankt het college voor het vertrouwen om daarmee als werkgroep tijdig te kunnen starten met haar werkzaamheden. De constructieve opstelling en de openheid waarmee de gesprekken werden gevoerd met de collegeleden, de gemeentesecretaris, de directeur bedrijfsvoering, de manager financiën/concerncontroller en de accountant hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de totstandkoming van dit advies.
Ook bedankt de werkgroep de inzet van de ambtelijke organisatie voor het beantwoorden van de vragen die schriftelijk zijn gesteld, dan wel de mondelinge beantwoording van vragen tijdens het vragenuur. Hoofdstuk 2 gaat in op de instelling en samenstelling van de werkgroep en haar werkwijze. In hoofdstuk 3 zal eerst worden ingegaan op het advies dat vorig jaar is uitgebracht en op de effecten die daarvan het gevolg waren. De bevindingen over de jaarstukken 2021 zijn weergegeven in hoofdstuk 4. De rapportage wordt afgesloten met conclusies en advies in hoofdstuk 5. Mevr. M. Visser, voorzitter Dhr. T. Eskes/ Dhr. F. Kooistra Dhr. T. Cator Dhr. Th. Kooijmans Dhr. C. Spikker Mevr. M. van de Kolk Dhr. H. Witteveen Dhr. J.P.M. Leenders, secretaris
3
2
Algemeen 2.1 Instelling en samenstelling van de werkgroep jaarrekening Het is een taak van de (tijdelijke) financiële commissie om een advies uit te brengen aan de gemeenteraad over de jaarrekening en het jaarverslag. In de praktijk is deze taak opgedragen aan een werkgroep die bestaat uit leden en plaatsvervangende leden van deze commissie. Zij zijn op 30 maart 2022 benoemd door de gemeenteraad. Met uitzondering van fractie D66 zijn alle fracties in deze werkgroep vertegenwoordigd. De werkgroep brengt, zonder tussenkomst van de financiële commissie, advies uit aan de gemeenteraad. 2.2 Werkwijze van de werkgroep De werkgroep heeft een belangrijke rol in verband met de controlerende taak van de raad. In artikel 4, lid 2, sub g en h de Verordening op de financiële commissie gemeente Rheden 2020 is de taak van de commissie (lees werkgroep) als volgt beschreven: •
•
Zij onderzoekt of de inkomsten en uitgaven, blijkens de jaarrekening en het jaarverslag, op een doelmatige, doeltreffende en rechtmatige wijze hebben plaatsgevonden. Daarbij wordt met name getoetst of in het verslag een relatie wordt gelegd met de in de begroting voor dat jaar vastgelegde doelstellingen en activiteiten. Zij brengt op basis van haar onderzoek advies uit aan de raad over het jaarverslag en de jaarrekening, mede aan de hand van de controleverklaring en het accountantsverslag.
Om zich een goed beeld te kunnen vormen van de jaarstukken voert de werkgroep jaarlijks gesprekken met de burgemeester, de wethouders, de gemeentesecretaris, de directeur bedrijfsvoering en de concerncontroller. Dit zijn open gesprekken, dus zonder vooraf aan de geïnterviewden meegedeelde speerpunten of toegezonden concrete vragen. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden op 19, 20 en 28 april 2022. Een vast onderdeel is ook het jaarlijks gesprek met de toezichthouder van de provincie. Dit gesprek wordt door de raadsleden en raadsvolgers van grote meerwaarde beschouwd bij de beoordeling over hoe Rheden er financieel voor staat en is tevens input voor het door de werkgroep uit te brengen advies. Dit jaar was dit gesprek onderdeel van het inwerkprogramma van de nieuwe gemeenteraad dat plaatsvond op 19 april 2022. Een ander onderdeel van dit inwerkprogramma was een toelichting van de accountant op de jaarlijkse controle van de jaarrekening. De accountant toetst deze toetst op rechtmatigheid en getrouwheid. Tijdens een bijeenkomst op 2 mei 2022 hebben de accountant en de concerncontroller de werkgroep meegenomen in het inhoudelijk beoordelen van de jaarstukken in het algemeen en de balans in het bijzonder. Deze informatie was van grote waarde voor het goed kunnen doorgronden van deze stukken. Tot slot stelt de werkgroep technische vragen over de aangeboden stukken.
Dat is gebeurd tijdens een bijeenkomst op woensdag 13 mei 2022, waarbij afgevaardigden uit de ambtelijke organisatie deze vragen mondeling konden beantwoorden en waarbij er tevens gelegenheid bestond om aanvullende vragen te stellen. Voor deze bijeenkomst waren ook andere raadsleden en raadsvolgers welkom. Voor vragen die niet mondeling konden worden beantwoord was er gelegenheid om die alsnog schriftelijk te stellen.
4
Op basis van voornoemde informatie vormt de werkgroep zich een beeld van de financiële situatie van de gemeente Rheden op basis waarvan het advies wordt uitgebracht aan de gemeenteraad. Dit advies wordt om reactie toegezonden naar het college van burgemeester en wethouders. Het advies van de werkgroep en de schriftelijke reactie van het college worden toegevoegd aan het raadsvoorstel tot vaststelling van de jaarstukken en kunnen worden betrokken bij het debat dat hierover plaatsvindt in de raadsvergadering van 28 juni 2022. 2.3 Het proces Waar de jaarstukken vorig jaar nog gefaseerd werden aangeleverd, heeft de werkgroep deze nu integraal ontvangen. Daarmee heeft het college uitvoering gegeven aan de wens van de werkgroep om de stukken in één keer, en niet in meerdere tranches, aan te leveren. Buiten het feit dat het beoordelen van gefaseerd aangeleverde stukken erg tijdrovend en onpraktisch was, is het noodzakelijk om de beleidsmatige en financiële verantwoording in onderlinge samenhang te kunnen beoordelen. Het is goed om te vernemen dat die mening door het college is gedeeld. De planning van de jaarrekeningcontrole 2020 en de (vaak te late) en gefaseerde aanlevering van de stukken leidde vorig jaar tot een moeizaam proces.
Dit was aanleiding voor de werkgroep om te verzoeken om het controleproces te evalueren in het auditcomité en goede afspraken te maken voor de volgende jaren, teneinde de raad in staat te stellen om zijn controlerende rol optimaal te kunnen vervullen. Het niet en te laat opleveren van stukken en de slechte communicatie hierover hebben tevens geleid tot de raadsbrede motie ‘Tijdig en compleet’. De werkgroep stelt vast dat het college uitvoering heeft gegeven aan het verzoek om het controleproces te evalueren door het opstellen van een memo met bevindingen en voorgestelde maatregelen. Deze is besproken in de vergadering van het audit comité van 8 september 2021 en was tevens onderwerp van gesprek tijdens de vergadering van de financiële commissie van 13 oktober 2021. Teneinde de jaarstukken over 2021 eerder te kunnen opleveren is onder andere besloten om vanaf het vierde kwartaal 2021 te gaan werken met een kwartaalafsluiting. Hierdoor worden werkzaamheden van de jaarafsluiting zoveel mogelijk naar voren gehaald. Dat gold ook voor het (deels) in 2021 uitvoeren van de Verbijzonderde Interne Controle, die als basis dient voor de accountantscontrole. Voorts is besloten om de balansdatum te vervroegen van 1 april naar 1 maart 2021.
Daarnaast is vanuit de ambtelijke organisatie vroegtijdig een voorstel gedaan voor een bestuurlijke planning voor het jaar 2022 die in goed overleg met de financiële commissie is vastgesteld. De werkgroep is van mening dat al deze maatregelen eraan hebben bijgedragen dat de werkgroep, geheel volgens planning, op 23 april 2022 de beschikking heeft gekregen over de integrale jaarstukken 2021. Toch lijkt het de werkgroep Jaarrekening zinvol om te kijken of het proces rondom het sluiten van de boeken in de toekomst nog eerder plaats kan vinden, bij voorkeur rond 1 februari. Op deze manier kan de accountant dan eerder aan de slag en kan de raad tijdig van informatie worden voorzien. Een andere maatregel naar aanleiding van de evaluatie was het voorstel om de accountantscontrole over 2021 te plannen vanaf week 14, ofwel de week van 4 april 2022. Daaraan was het voorstel gekoppeld dat de accountant zijn bevindingen op hoofdlijnen zou kunnen toelichten aan de betrokken raadsleden en 5
raadsvolgers, teneinde een open dialoog mogelijk te maken. Dit zou dan kunnen plaatsvinden vooruitlopend aan het beschikbaar komen van het definitieve accountantsverslag. Een heel mooi streven, maar hierin is het college helaas niet geslaagd. De accountantscontrole kon immers eerst op 9 mei 2022 van start gaan. Aangezien volgens de planning het advies over de jaarstukken al op 2 juni 2022 moet zijn verzonden is er, althans voor de werkgroep, geen gelegenheid meer was om dit gesprek aan te gaan. Het is de werkgroep wel gebleken dat er goede afspraken zijn gemaakt tussen de accountant en de ambtelijke organisatie over de op te leveren stukken. Dit zou er aan moeten bijdragen dat de accountantscontrole soepeler kan verlopen dan voorgaande jaren. Positief daarbij is dat de jaarrekeningcontrole weer op locatie kon plaatsvinden, wat de afstemming tussen accountant en ambtenaren zeer ten goede komt. Daar komt bij dat het team Financiën weer op sterkte is. De werkgroep heeft er vertrouwen in dat met deze maatregelen tijdig, dat wil zeggen voor de behandeling van de jaarstukken in de voorbereidende vergadering, een goedkeurende accountantsverklaring en accountantsverslag beschikbaar kan zijn.
Dat neemt echter niet weg dat de werkgroep het als een groot manco ziet dat zij deze stukken niet heeft kunnen betrekken bij de advisering over de jaarstukken, terwijl de verordening dit wel voorschrijft. In voorgaande jaren heeft de werkgroep hier aandacht voor gevraagd, maar het blijkt voor de accountant, om diverse redenen, problematisch om deze stukken tijdig te kunnen opleveren. De ervaring is dat de gemeenteraad pas kort voor de besluitvorming over de jaarstukken kennis kan nemen van de goedkeurende verklaring en het accountantsverslag, waardoor deze stukken feitelijk geen rol van betekenis meer kunnen spelen bij de behandeling van de jaarstukken in de raad. Dat is jammer, aangezien de accountant, naast een toets op rechtmatigheid en getrouwheid, ook rapporteert over de IT, de interne beheersing en fraude. Wanneer het accountantsverslag pas laat wordt ontvangen is het niet meer mogelijk voor de raad om zich een inhoudelijk oordeel te vormen over de bevindingen van de accountant en deze mee te nemen in het politiek debat. Maar afgezien daarvan is het voor de raad ook van groot belang om te weten welke acties er door het college worden ondernomen om de bevindingen van de accountant in de toekomst te voorkomen en op welke wijze de opvolging van de acties kan worden gevolgd. In de jaarstukken noch op een andere manier heeft de werkgroep daarover informatie gevonden.
Gelet op het voorgaande concludeert de werkgroep dat het controleproces ten opzichte van vorig jaar, door de toepassing van voornoemde maatregelen, aanzienlijk is verbeterd. Teneinde de raad (nog) beter in positie te brengen om zijn controlerende rol goed te kunnen uitvoeren, adviseert de werkgroep: - het controleproces vanaf de jaarstukken 2022 zodanig in te richten dat de accountantscontrole kan starten in de eerste week van april en hierover goede afspraken te maken met de accountant; - in de bestuurlijke planning 2023 rekening te houden met een moment waarop de accountant de bevindingen op hoofdlijnen kan toelichten aan de raad, teneinde een open dialoog mogelijk te maken; - de raad periodiek te informeren over de wijze waarop het college uitvoering heeft gegeven aan de bevindingen van de accountant. 2.4 Vragenuur Tot slot vraagt de werkgroep aandacht voor het vragenuur dat heeft plaatsgevonden op 12 mei 2022. 6
Hoewel het bieden van de mogelijkheid om mondeling vragen te stellen over de jaarstukken door zowel de werkgroep jaarrekening/raad als de ambtelijke organisatie als zeer nuttig en waardevol wordt geacht, heeft dit toch niet opgeleverd wat hiervan werd verwacht. In ieder geval kan worden vastgesteld dat de verwachtingen over en weer van elkaar verschilden. En dat is jammer. Van beide kanten is hier namelijk veel tijd en energie in gestoken. Aangezien een technisch vragenuur ook voor andere P&C documenten wordt ingezet is het belangrijk dat hierover goede afspraken worden gemaakt. De werkgroep adviseert de financiële commissie om het doel en de invulling van het technisch vragenuur te evalueren en hierover goede afspraken te maken voor de behandeling van toekomstige P&C documenten.
7
3
Terugblik op advies werkgroep vorig jaar De rekeningcommissie heeft tijdens haar eerdere onderzoeken bevindingen gedaan en adviezen gegeven. In dit hoofdstuk wordt kort teruggeblikt op deze bevindingen en adviezen en wat naar aanleiding daarvan als resultaat kan worden vastgesteld. Ten behoeve van de leesbaarheid is per advies een kleur toegekend: Groen = afgerond Geel = lopend Rood = nog niet afgedaan 1. Constatering/advies: Evalueer het controleproces in het auditcomité en maak goede afspraken voor volgende jaren teneinde de raad in staat te stellen zijn controlerende rol optimaal te kunnen vervullen. Resultaat: Groen Het college heeft uitvoering gegeven aan de evaluatie. Deze is besproken in het auditcomité en de financiële commissie. De werkgroep is van mening dat door de inzet van diverse maatregelen dit proces, ten opzichte van vorig jaar, aanzienlijk is verbeterd. Voor het overige zie paragraaf 2.3. 2. Constatering/advies: Stem in met het vormen van een bestemmingsreserve voor een bedrag van € 1,1 miljoen voor een aantal te verwachten uitgaven in 2021, waaronder COVID-19. Resultaat: Groen Dit advies is door de raad overgenomen. 3. Constatering/advies: Verzoek het college om alsnog uitvoering te geven aan de nader te onderzoeken bezuinigingsmogelijkheden en de raad hierover concrete voorstellen te doen bij de programmabegroting 2022.
Resultaat: Groen De werkgroep overweegt dat de raad op 10 november 2020 de motie ‘Alternatieven concretiseren’ heeft aangenomen. In deze motie is opdracht gegeven om een aantal in de Actualiteitenrapportage genoemde alternatieve maatregelen uit te werken in concrete maatregelen met bijbehorende maatschappelijke effecten en bij de Kadernota 2022 voorstellen voor te leggen aan de raad. Vastgesteld kan worden dat het college in de Kadernota 2022 een terugkoppeling heeft gegeven op deze motie, waarbij per maatregel een toelichting op hoofdlijnen is gegeven hoe de genoemde maatregelen worden ingevuld. De werkgroep is van mening dat het college daarmee uitvoering heeft gegeven aan dit advies. 4. Constatering/advies: a. Zie er op toe dat door het college uitvoering wordt gegeven aan het advies van de Provincie om de voortgang van de opgenomen taakstellingen nader toe te lichten en op te nemen in een aparte paragraaf in de programmabegroting. b. Verzoek het college, wanneer bepaalde maatregelen niet uitvoerbaar blijken of niet leiden tot het gewenste financiële 8
resultaat, voorstellen te doen voor alternatieve maatregelen. Resultaat: Groen De werkgroep stelt vast dat er in het verleden in de inleiding van de jaarstukken apart werd gerapporteerd over de voortgang op Rheden Financieel Stabiel (RFS). Vanaf de jaarstukken 2021 zijn de bezuinigingen/taakstellingen opgenomen in de programma’s en wordt er niet langer centraal op gerapporteerd. 5. Constatering/advies: Verzoek het college de raad te informeren over de resultaten van deze zero based inventarisatie van taken. Resultaat: Groen De werkgroep overweegt dat het doel van het ‘Project zero based’ was om de werkdruk in beeld te brengen, zowel per team als per project. De werkgroep is van mening dat het goed is dat hier door het management aandacht aan wordt besteed, zeker gelet op het hoge ziekteverzuim onder de medewerkers, te weten 8%. Zit zorgt voor een toename van werkdruk bij het overige personeel en het ontstaan van psychische klachten. In de paragraaf bedrijfsvoering van de jaarstukken heeft het college vermeld een actieplan te hebben opgesteld gericht op de uitvoering van verzuimbegeleiding en hoe er kan worden ingespeeld op de preventie van beleid. De werkgroep stelt vast dat hiermee uitvoering is gegeven aan het advies. 6. Constatering/advies: a.
Dring er bij het college op aan om de raad via de kwartaalrapportages, dan wel mondeling tijdens de financiële commissie expliciet te informeren over belangrijke financiële ontwikkelingen, met name waar het gaat om het taakveld jeugd. b. Geef het college opdracht om te onderzoeken of de jaarlijkse overschrijding van 20% op jeugdzorg structureel is, zodat hierop geanticipeerd kan worden bij de begroting. Resultaat: Groen De werkgroep stelt vast dat het college de raad vanaf het vierde kwartaal 2021 informeert over de financiële stand van zaken middels kwartaalrapportages. Het geven van deze informatie is tevens een vast agendapunt voor de vergaderingen van de financiële commissie. De werkgroep is blij om te constateren dat het werken met kwartaalrapportages door het college ook als positief wordt ervaren. Dit draagt bij aan meer grip op de financiën en biedt de mogelijkheid om sneller in te spelen op ontwikkelingen. Ten aanzien van onderdeel b overweegt de werkgroep dat in de Zomerrapportage 2021 de uitgaven voor jeugdzorg omhoog zijn bijgesteld ten laste van de algemene middelen (€ 600 duizend). Bij de Herfstrapportage 2021 is vervolgens besloten om de aanvullende middelen die door het Rijk zijn toegekend volledig beschikbaar te stellen voor Jeugdzorg (totaal € 1.246 duizend).
Bij de Begroting 2022 is besloten om het budget op te hogen conform het niveau zoals gemeld bij de herfstrapportage 2021. Vastgesteld wordt derhalve dat aan dit advies is voldaan. 7. Constatering/advies: Dring er bij het college op aan om in te zetten op een goed werkend financieel systeem, het eerder afronden van een boekjaar en eerder zicht te geven op de financiële stand van zaken op dat moment. Resultaat: Geel 9
De werkgroep stelt vast dat er in 2021 grote stappen zijn gezet in de versterking van de financiële functie, zoals het aantrekken van een nieuwe concerncontroller, een financial controller, een extra financieel adviseur en een directeur bedrijfsvoering. Uit de gesprekken is de werkgroep voorts gebleken dat er een grote inhaalslag is gemaakt in de financiële administratie. Hoewel hier natuurlijk nog veel verbeteringen mogelijk zijn, waaronder de invoering van een verplichtingenadministratie, is de werkgroep van mening dat hier grote stappen zijn gezet. Toch ziet de werkgroep dat het succes van het financiële systeem langer op zich laat wachten dan in eerste instantie werd aangenomen. De werkgroep begrijpt dat een systeemverandering van deze orde van grootte gelijkstaat aan een cultuurverandering, en dat een omslag van (oude) gewoonten en werkzaamheden tijd kost. Toch adviseert de werkgroep om bij het college en de organisatie aan te dringen om hier actief op in te blijven zetten, omdat een goed werkbaar financieel systeem uiteindelijk meer financiële grip en overzicht zal brengen, maar ook effect heeft op de positie en slagkracht van de raad. Tevens is uitvoering gegeven aan het advies van de werkgroep om te komen tot een eerdere afronding van een boekjaar, onder andere door het vervroegen van de balansdatum van 1 april naar 1 maart.
Een positieve ontwikkeling is voorts de aanpassing van de budgethoudersregeling en het gelijktijdig drastisch terug brengen van het aantal budgethouders. Dit kan bijdragen aan een groter verantwoordelijkheidsgevoel van degenen die belast zijn met het beheer van de budgetten, waardoor ook eerder zicht kan worden gegeven op de financiële stand van zaken op dat moment. Voorts is de werkgroep uit de gesprekken gebleken dat beleid en financiën, nu meer dan voorheen, samengaan. Waar dit voorheen uit 2 werelden leken te bestaan is er vanaf 2021 meer afstemming tussen budgetbeheerders en financieel adviseurs. Een positieve ontwikkeling die op zich eenvoudig lijkt. Tegelijkertijd realiseert de werkgroep zich dat het uitrollen hiervan een cultuurverandering met zich meebrengt die tijd kost. De werkgroep is benieuwd naar de resultaten. 8. Constatering/advies: Verzoek het college om de raad tussentijds te informeren over de resultaten van de cultuurverandering. De wijze waarop deze informatie wordt verstrekt laat de werkgroep over aan het college. Resultaat: Rood De werkgroep stelt vast dat het college in haar reactie op het advies heeft aangegeven dat zij de financiële commissie zou informeren over de inhoudelijke stappen die in dit proces zouden worden gezet en op welke wijze een en ander in de praktijk wordt opgepakt en ingevuld.
Als belangrijke stappen werden genoemd het logisch clusteren van teams, het centraliseren van de sturing en het wijzigen van bezetting op sleutelposities. De werkgroep stelt vast dat van een tussentijdse informatie over de resultaten van cultuurverandering niet is gebleken. Uit de jaarstukken maakt de werkgroep wel op dat er in 2021 voornamelijk is ingezet op het structureel vormgeven van de organisatie. Dat proces zal naar verwachting in de eerste helft van 2022 zijn afgerond waarna de focus zal worden gelegd op de organisatiecultuur. Het eerdere advies van de werkgroep wordt derhalve gehandhaafd. Aangezien de financiële commissie over haar eigen agenda gaat adviseert de werkgroep de commissie om dit onderwerp, in overleg met de betreffende portefeuillehouder/directeur bedrijfsvoering, te agenderen voor een volgende 10
vergadering. 9. Constatering/advies: Dring bij het college aan op een goede en tijdige communicatie teneinde onnodige discussies over processen te voorkomen. Resultaat: Geel De werkgroep stelt vast dat het niet en te laat opleveren van stukken en de slechte communicatie hierover hebben geleid tot de raadsbrede motie ‘Tijdig en compleet’. Het is de werkgroep niet ontgaan dat het college zich deze motie heeft aangetrokken. Dit heeft geleid tot een strakkere sturing op de lange termijn agenda. Ook is dit een vast agendapunt op de vergadering van het college van burgemeester en wethouders en de Technische Agendacommissie. Hoewel de werkgroep van mening is dat verbetering merkbaar is in het proces van aanlevering van stukken, blijft dit een belangrijk aandachtspunt voor de raad. 10. Constatering/advies: Vraag aandacht bij het college voor de onderwerpen uit het eerdere advies van de werkgroep jaarrekening die nog niet zijn afgedaan. Resultaat: Rood De werkgroep stelt vast dat eerder is geadviseerd om op korte termijn te komen tot een toekomstvisie. Dit advies komt voort uit een brief van de Provincie van 22 december 2019 waarin is aangegeven dat, gelet op de forse taakstellingen, de ambities en uitvoering van inhoudelijke opgaven onder druk kunnen komen te staan.
Dit vraagt volgens de provincie om strategische keuzes in de toekomst, waarbij de raad wordt geadviseerd om zichzelf de vraag te stellen “Wie c.q. wat wil je als gemeente Rheden zijn?” De rekeningcommissie heeft de raad in juni 2020 geadviseerd om, in het licht van de financieel zware tijden en de noodzaak om rigoureuze keuzes te maken, op korte termijn te komen tot een toekomstvisie. De werkgroep jaarrekening heeft in juni 2021 vastgesteld dat nog geen uitvoering is gegeven aan dit advies. Aangezien het laatste jaar van deze raadsperiode was ingegaan heeft de werkgroep geadviseerd om het opstellen van deze toekomstvisie over te laten aan de nieuwe raad en dit op te nemen in dit overdrachtsdocument, hetgeen ook is gebeurd. Het advies van de werkgroep blijft derhalve gehandhaafd. Om dit concreet te maken adviseert de werkgroep om op korte termijn de Technische Agenda Commissie te verzoeken om een concreet datumvoorstel te doen, bij voorkeur aankomend najaar, waarin raad en college met elkaar in gesprek kunnen gaan over de toekomstvisie van onze gemeente.
11
4. Bevindingen van de werkgroep Algemeen De werkgroep heeft bevindingen bij de volgende thema’s: 1. Algemeen 2. De jaarstukken 3. Resultaat jaarrekening 4. Interne beheersing 5. Solvabiliteit 6. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 7. Sociaal domein 8. Onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid 9. Monitoring adviezen werkgroep jaarrekening 4.1 Algemeen Alvorens inhoudelijk in te gaan op haar bevindingen wil de werkgroep haar waardering uitspreken over de wijze waarop het college en de ambtelijke organisatie in het afgelopen jaar uitvoering hebben gegeven aan hun taken. De Coronapandemie maakte dat de medewerkers voor een groot deel van het jaar verplicht waren om thuis te werken. En daar kwam bij dat het gemeentehuis in het najaar de deuren sloot en de medewerkers vanaf dat moment aangewezen waren op tijdelijke huisvesting. Geen gemakkelijke situatie om grip te houden op de uitvoering van taken en het tegelijkertijd vormgeven van een nieuwe organisatiestructuur. Ondanks dat zijn er door de organisatie goede pogingen ondernomen om de eenheid tussen raad/college en organisatie te bewaren – ondanks dat ons ‘huis’ tijdelijk geen vaste ontmoetingsplek meer kan zijn.
Binnen het gebouw van de President in Velp is veel moeite gedaan om van deze locatie een prettige ontmoetingsplek te maken waar raad, college en organisatie elkaar in formele, maar ook in informele sfeer kunnen treffen. Daarnaast is er een goede uitvalsbasis gevonden in Hotel Avegoor om alle oriënterende en voorbereidende vergaderingen te houden – de vriendelijke en voorkomende begeleiding van onze bodes leveren hier natuurlijk ook een positieve bijdrage aan. En als laatste is de Statenzaal in Arnhem een uitstekende plek voor onze raadsvergaderingen, waardoor de impact van deze grote logistieke veranderingen voor ons als raad beperkt zijn gebleven. Hier willen wij graag onze dank voor uitspreken. 4.2 De jaarstukken De werkgroep heeft zichzelf de vraag gesteld of de jaarstukken over 2021 de informatie geven die de raad nodig heeft om zijn controlerende taak te kunnen uitoefenen. Het antwoord daarop is dat hierin veelal te lezen is welke activiteiten en prestaties gerealiseerd zijn. Wat voor de raad evenwel van groter belang is om te weten welk resultaat of maatschappelijk effect hiermee is bereikt. Zo is het goed om te weten dat er resultaten worden gemeld, maar voor de raad is het vooral interessant om te weten of met de uitvoering hiervan ook het effect is behaald dat vooraf werd beoogd. Dit is van groot belang om een goed oordeel te kunnen vormen over het gevoerde beleid.
Met enkel de constatering dat “er stappen zijn gezet”, “een aanzet is gegeven” is dat niet het geval. De jaarrekening wemelt van resultaatbeschrijvingen die onvoldoende inzicht geven in hoeverre de beleidsdoelen zijn gehaald en/of wat de status van de voortgang is. Dat wijst erop dat veel van de acties die tot de beleidsdoelen horen niet SMART (genoeg) zijn geformuleerd waardoor onduidelijkheid ontstaat over de behaalde resultaten. Voorbeelden zijn te vinden op 12
pagina 66 van de concept jaarstukken, paragraaf 2 Wat hebben we ervoor gedaan? Maar ook bij andere programma’s zijn voorbeelden te vinden. Als de resultaten niet goed meetbaar zijn dan kan ook niet goed worden vastgesteld of het gewenste effect is behaald en of het aan de uitvoering bestede budget in lijn is met het behaalde effect. Zie pagina 71 Wat heeft het gekost? Ook is de werkgroep op diverse punten gebleken van onderbesteding. Zie bijvoorbeeld Pag 38: Programma 2. Welzijn 5.1 Sportbeleid en activering, Pag 55: Programma 3. Economische ontwikkeling 8.3 Wonen en Bouwen, Pag 71: Bestuur en Veiligheid 1.2 Openbare orde en Veiligheid. De vraag is wat dit zegt over de bereikte resultaten. Is deze taak niet, of niet volledig, uitgevoerd? En wat betekent dit voor de benodigde financiële en beleidsmatige inzet voor het volgende jaar? Ook dit is belangrijk voor de controlerende rol van de raad. In het kort: de raad heeft behoefte aan concrete gegevens en kwantitatieve data om zeker te weten wat de impact is van de beslissingen die worden genomen voor onze inwoners. Concrete cijfers en voorbeelden zouden de raad hierbij meer duidelijkheid kunnen geven. Voorts valt het de werkgroep op dat voor veel informatie wordt verwezen naar eerdere P&C documenten of beleidsnotities. Dit maakt het lezen van de jaarstukken minder eenvoudig en moeilijker te doorgronden.
Een digitaal document met hyperlinks naar de betreffende documenten zal hiervoor mogelijk uitkomst kunnen bieden. Daarnaast adviseert de werkgroep om alle stukken waarnaar verwezen wordt bij te voegen, zodat de raad de onderbouwing in de documenten meteen terug kunnen vinden en niet eerst hoeven te spoorzoeken naar de locatie van de stukken. Door de rekenkamercommissie is in 2020 onderzoek gedaan naar de doorontwikkeling van de programmabegroting, waarvoor diverse aanbevelingen zijn gedaan die door de raad zijn overgenomen. De werkgroep is van mening dat deze aanbevelingen door het college en de ambtelijke organisatie voortvarend zijn opgepakt. Dit gebeurde aanvankelijk in overleg met de werkgroep Programmabegroting en later met de financiële commissie. De werkgroep is van mening dat hierin sindsdien al flinke stappen zijn gezet. Zo is de structuur van de programmabegroting 2022 reeds gewijzigd: In plaats van activiteiten zijn resultaten opgenomen. Ook is in de vergadering van 15 februari 2022 input opgehaald bij de financiële commissie over de volgende stappen in de verdere doorontwikkeling van de programmabegroting. Of de nieuwe structuur uiteindelijk ook de informatie biedt die de raad wenst zal blijken bij de jaarstukken 2022.
Voor zover dit nog niet is gebeurd adviseert de werkgroep om bij de verdere doorontwikkeling van de programmabegroting ook de volgende aanbevelingen mee te nemen: - Laat zien welk resultaat of maatschappelijk effect is bereikt; - Zorg voor concrete gegevens en kwantitatieve data om inzicht te geven in de impact van de beslissingen voor de inwoners; - Voorkom verwijzingen naar eerdere P&C documenten of beleidsnotities of voeg deze bij de stukken. 4.3 Resultaat jaarrekening 2021 De werkgroep stelt vast dat de Programmabegroting 2021 uitging van een voordelig begrotingssaldo van € 1,6 miljoen. Bij de Zomer- en Herfstrapportage 2021 werd dit saldo bijgesteld naar € 256 duizend nadelig. In de Eindejaarprognose 2021 werd nog een gering voordelig saldo verwacht van € 9.000. Uiteindelijk kan worden vastgesteld dat de jaarrekening van 2021 is afgesloten met een voordelig rekeningresultaat van 13
€ 2.352.000. Een aanzienlijk verschil ten opzichte van voorgaande jaren, waarbij steeds een beroep moest worden gedaan op aanvullingen uit de algemene reserve. De werkgroep is blij met het uiteindelijke positieve resultaat, maar vindt het wel zorgelijk dat het verwachte resultaat moeilijk voorspelbaar bleek. De substantiële verschillen fluctueren van tweeëneenhalve ton in de min tot tweeëneenhalf miljoen in de plus. De werkgroep signaleert dat een voorname oorzaak van deze fluctuaties te vinden is in de financiering vanuit het Rijk, maar ziet ook dat gemeentelijk beleid invloed heeft op de financiële resultaten en de beheersing daarvan. De vraag kan gesteld worden wat dit zegt over onze financiële beheersing. De werkgroep adviseert de Raad om kritisch te blijven op de financiële beheersing en hierbij zowel te kijken naar de effecten van landelijk beleid als de transformatie die lokaal ingezet is. 4.4 Interne beheersing De werkgroep heeft gedurende het onderzoek geconstateerd dat op verschillende wijzen de gemeentelijke organisatie moeite lijkt te hebben grip te houden op de financiële resultaten. Zo kon geconstateerd worden dat in ieder geval op pagina 39, 40, 56 en 76 van de Concept-Jaarstukken 2021 wordt genoteerd dat een kostenpost per abuis niet in de begroting is opgenomen.
Ook tijdens de gesprekken die de werkgroep heeft gevoerd bleek dat de financiële beheersing kwetsbaar is, bijvoorbeeld doordat de verplichtingenadministratie handmatig bijgehouden wordt. Daarnaast bleek er op IT-gebied (zowel digitalisering als informatiebeveiliging) een achterstand te zijn. De werkgroep hecht waarde aan een voortvarende en betrouwbare bedrijfsvoering. Dit is cruciaal voor het realistisch prognosticeren, realiseren en verantwoorden van zowel financiële als beleidsmatige doelen. De werkgroep constateert dat er stappen gemaakt worden en de problemen worden onderkend, maar constateert ook dat de kwetsbaarheden nog niet verholpen zijn en daarmee een financieel en beleidsmatig risico vormen. De werkgroep adviseert de Raad om met het College en de ambtelijke organisatie kritisch te kijken naar de huidige staat van de bedrijfsvoering en een breed gedragen verbeterplan te ontwikkelen. Hierbij moeten in ieder geval de risico’s, doorlooptijd en benodigde financiële middelen in beeld worden gebracht. 4.5 Solvabiliteit Een jaarlijks terugkerend punt van aandacht is de solvabiliteit. De solvabiliteitsratio is een financieel kengetal dat de verhouding aangeeft tussen het eigen vermogen (reserves) en het totale vermogen (eigen en vreemd vermogen). Daarmee wordt de mate aangegeven waarin de gemeente in staat is om aan de korte en lange termijnverplichtingen te kunnen voldoen.
Het geeft derhalve inzicht in de financiële gezondheid van de gemeente op de langere termijn. Uit informatie van de toezichthouder van de Provincie blijkt dat de gemeente Rheden tot 2017, in vergelijking tot andere gemeenten in Gelderland, een hogere solvabiliteit had. Waar deze toen nog een ratio liet zien van 40% is deze inmiddels gezakt naar 17% op 31 december 2021. Ter vergelijking: Het Gelders gemiddelde solvabiliteitspercentage ligt op 30%. Rheden scoort in dit opzicht dus aanzienlijk lager dan gemiddeld in Gelderland. Blijkens de kengetallen moet een solvabiliteitsratio van minder dan 20% worden aangemerkt als meest risicovol. Het college vermeldt in de jaarstukken dat de inspanningen de komende jaren erop gericht moeten zijn om het weerstandsvermogen te vergroten en daarmee ook de 14
solvabiliteitspositie te verbeteren. Ook de werkgroep is van mening dat de urgentie hoog is om de dalende trend om te buigen. Om financiële tegenvallers het hoofd te kunnen bieden en tijdig te kunnen bijsturen is het van belang om te beschikken over voldoende reserves. En die zijn in de afgelopen jaren hard teruggelopen. De werkgroep adviseert de raad om een standpunt in te nemen over de solvabiliteitsratio en de termijn waarop dat moet zijn bereikt. 4.6 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om mogelijke financiële tegenvallers (risico’s) op te vangen zonder dat de uitvoering van het beleid in gevaar komt. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de weerstandscapaciteit en het risicoprofiel. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de weerstandsratio. Uit de jaarstukken blijkt dat het risicoprofiel ten opzichte van de begroting 2022 is gedaald met in totaal € 0,9 miljoen en dat de weerstandscapaciteit is toegenomen met € 0,8 miljoen. Als gevolg van deze mutaties stijgt de weerstandsratio van 1,9 (stand begroting 2022) naar 2,3 en krijgt daarmee volgens de jaarstukken de kwalificatie ‘uitstekend’. De werkgroep is blij met deze positieve ontwikkeling.
Ten aanzien van de berekening van het risicoprofiel overweegt de werkgroep dat dit is gebaseerd op de 11 grootste risico’s, zoals vermeld in de paragraaf ‘Weerstandsvermogen en Risicobeheersing’. De werkgroep is van mening dat dit overzicht van risico’s en de waarschijnlijkheid dat deze zich daadwerkelijk voor kunnen doen zorgvuldig tot stand is gekomen, zodat het college hier voor de bepaling van het risicoprofiel vanuit mag gaan. Wel vraagt de werkgroep zich af of het ‘Project gemeentehuis’ ook niet als mogelijk risico had moeten worden aangemerkt. Uit de gesprekken die de werkgroep in de voorbereiding van dit advies heeft gevoerd is haar gebleken dat de buffer, die was aangelegd voor onvoorziene kosten, reeds na enkele maanden was opgesoupeerd. Aangezien nog een behoorlijke periode is te gaan tot aan de oplevering van het nieuwe gemeentehuis zijn onvoorziene omstandigheden niet uitgesloten, waarbij gedacht kan worden aan financiële tegenvallers bij de aanbesteding van de nieuwbouw en extra kosten als gevolg van tijdelijke huisvesting. De raad heeft onvoldoende zicht op de uitgaven die door het college worden gedaan en de risico’s die daarbij worden gelopen, hetgeen bij een majeur project zoals de bouw van een nieuw gemeentehuis wel mag worden verwacht.
Zij adviseert daarom om het college te vragen om de raad minimaal eens per kwartaal te informeren over de (financiële) voortgang van de bouw van het nieuwe gemeentehuis. 4.7 Sociaal domein Welzijn (en daarmee het sociaal domein) behandelt een breed beleidsgebied, waarbij de eigen kracht en zorg voor onze inwoners centraal staan. Welzijn is ook het gebied waar - financieel gezien - de afgelopen jaren de grootste (financieel nadelige) verrassingen zijn voorgevallen; waar we soms wel, maar heel vaak ook geen controle of zeggenschap op konden uitoefenen. De Werkgroep Jaarrekening heeft jaar na jaar opgeroepen tot meer transparantie, meer structuur en meer grip op onze uitgaven – met name bij de Jeugdzorg. Met als doel om meer grip te krijgen op onze gehele begroting, omdat Welzijn (en met name Wmo en Jeugdzorg) terugkerende onzekerheid betekenden. In 2021 is de nieuwe systematiek bij Wmo en Jeugdzorg binnen onze gemeente van kracht geworden. Na wat opstartproblemen in het begin, die met name speelden 15
rondom de interne en externe communicatie van de gemeente, blijkt de nieuwe aanpak een verbetering op te leveren. Met 8 – in plaats van 243 - aanbieders voor de lichte jeugdzorg en de inzet van Incluzio, lijkt er meer grip en mogelijkheid tot monitoring te zijn gekomen en sluiten we het jaar zelfs af met een voorzichtig plusje (in vergelijking met voorgaande jaren, waarbij we met miljoenen in de min eindigden). Gelet op het voorgaande ziet de werkgroep geen aanleiding tot het geven van een advies over dit domein. 4.8 Onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid De werkgroep vraagt aandacht voor de toepassing van artikel 213a van de gemeentewet als instrument dat van grote waarde kan zijn voor de controlerende rol van de raad. Op grond van dit artikel is het college van burgemeester en wethouders verplicht om onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. Hoewel het de werkgroep bekend is dat dergelijke onderzoeken in het verleden wel werden gedaan is hiervan al enige tijd geen sprake van. Mogelijke reden daartoe is de discussie van enkele jaren geleden om dit artikel uit de Gemeentewet te schrappen. Gelet echter op de drie decentralisaties in 2015 en de daarmee gepaard gaande overgang van budgetten naar gemeenten, werd het schrappen van de evaluatieverplichting als voorbarig beschouwd.
De minister stelde zich daarbij op het standpunt dat dit instrument de gemeenteraden in staat stelt om invulling te geven aan hun controlerende taak. De werkgroep onderschrijft het belang van uitvoering van dergelijke onderzoeken. Zeker gelet op het feit dat het sociaal domein zwaar drukt op de gemeentelijke begroting. Het is dan goed om de controlemogelijkheden die de wet biedt te benutten. De werkgroep overweegt dat artikel 20, lid 2 van de financiële verordening gemeente Rheden ook voorschrijft dat het college in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de begroting en jaarstukken rapporteert over de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten. Van deze rapportage is de werkgroep al vele jaren niet gebleken. De wettelijke verplichting om deze onderzoeken te doen is in 2021 onderwerp van gesprek geweest in het audit comité. De wethouder erkende daarbij dat hier de laatste jaren geen aandacht aan is gegeven, maar dat het de intentie is om in 2022 onderzoeken in te plannen. Gelet op het voorgaande adviseert de werkgroep om het college te verzoeken om uitvoering te geven aan de wettelijke verplichting om periodiek onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid en een integraal onderzoeksplan te delen met de deelnemers van het audit comité.
4.9 Monitoring adviezen werkgroep jaarrekening De activiteiten van de werkgroep beperken zich tot het geven van een advies over de jaarstukken. Daarmee is deze werkgroep slechts gedurende een korte periode in het jaar actief, te weten de maanden april en mei. De werkzaamheden zijn afgerond op het moment dat zij haar advies afgeeft aan de raad en het college verzoekt om hier een schriftelijke reactie op te geven. De werkgroep stelt vast dat na de vaststelling van de jaarstukken in de raad er geen aandacht meer is voor de adviezen die zijn gegeven. Het is belangrijk om gedurende 16
het jaar scherp te zijn op wat er met de adviezen van de werkgroep is of wordt gedaan en hier niet mee te wachten tot de volgende jaarstukken. De werkgroep adviseert de financiële commissie om de voortgang van het advies over de jaarstukken periodiek (bijvoorbeeld 3 keer per jaar) te agenderen voor haar vergadering.
17
5 Conclusies en adviezen 5.1 Algemeen Gelet op het voorgaande concludeert de werkgroep dat er door het college en de ambtelijke organisatie stappen zijn gezet die ertoe hebben geleid dat de basis beter op orde is, zoals een versterking van de financiële functie, het beter borgen van het proces en het verder uitrollen van het financieel systeem. Hoewel er nog veel te verbeteren valt, is de werkgroep van mening dat het college en de ambtelijke organisatie meer grip krijgen op de financiële situatie. De werkgroep is ook blij dat de jaarrekening na jaren van forse tekorten een positief resultaat laat zien van € 2.352.000, waarmee de maatregelen die het college heeft ingezet effect lijken te sorteren. Tegelijkertijd realiseert de werkgroep zich dat we leven in een onvoorspelbare wereld, waardoor de gemeente voor haar financiële beheersing afhankelijk is van externe factoren. Ondanks dat ziet de werkgroep dat er een positieve lijn is ingezet. Zij hoopt dat die de komende jaren zal blijven leiden tot positieve resultaten en rekeningoverschotten, zodat de algemene reserve weer kan worden aangevuld. 5.2 Samenvatting conclusies en adviezen 1. Het controleproces is ten opzichte van vorig jaar aanzienlijk verbeterd.
Advies: Teneinde de raad (nog) beter in positie te brengen om zijn controlerende rol goed te kunnen uitvoeren, adviseert de werkgroep: - het controleproces vanaf de jaarstukken 2022 zodanig in te richten dat de accountantscontrole kan starten in de eerste week van april en hierover goede afspraken te maken met de accountant; - in de bestuurlijke planning 2023 rekening te houden met een moment waarop de accountant de bevindingen op hoofdlijnen kan toelichten aan de raad, teneinde een open dialoog mogelijk te maken; - de raad periodiek te informeren over de wijze waarop het college uitvoering heeft gegeven aan de bevindingen van de accountant. 2. Aangezien een technisch vragenuur ook voor andere P&C documenten wordt ingezet is het belangrijk dat er goede afspraken worden gemaakt over het doel en de invulling ervan. Advies: Verzoek de financiële commissie om het doel en de invulling van het technisch vragenuur te evalueren en hierover goede afspraken te maken voor de behandeling van toekomstige P&C documenten. 3. Er is nog geen uitvoering gegeven aan het advies van de werkgroep om de raad tussentijds te informeren over de resultaten van de cultuurverandering. Dit zou op voorstel van het college plaatsvinden in de financiële commissie. Advies:
18
Verzoek de financiële commissie om de resultaten van de cultuurverandering, in overleg met de betreffende portefeuillehouder/directeur bedrijfsvoering, te agenderen voor een volgende vergadering. 4. Er is nog geen uitvoering gegeven aan het advies van de werkgroep om te komen tot een toekomstvisie. Op advies van de werkgroep is dit opgenomen in het overdrachtsdocument. Nu de nieuwe raad is geïnstalleerd is het raadzaam om dit concreet te maken. Advies: Verzoek op korte termijn de Technische Agenda Commissie om een datumvoorstel te doen, bij voorkeur aankomend najaar, waarin raad en college met elkaar in gesprek kunnen gaan over de toekomstvisie van onze gemeente. 5. Er zijn stappen gezet in de doorontwikkeling van de Programmabegroting. Of de nieuwe structuur uiteindelijk ook de informatie biedt die de raad wenst zal blijken bij de jaarstukken 2022. Advies: Verzoek, voor zover dit nog niet is gebeurd, om bij de verdere doorontwikkeling van de programmabegroting ook de volgende aanbevelingen mee te nemen: - Laat zien welk resultaat of maatschappelijk effect is bereikt; - Zorg voor concrete gegevens en kwantitatieve data om inzicht te geven in de impact van de beslissingen voor de inwoners; - Voorkom verwijzingen naar eerdere P&C documenten of beleidsnotities of voeg deze bij de stukken. 6. Het resultaat van de jaarrekening blijkt moeilijk voorspelbaar.
De vraag kan gesteld worden wat dit zegt over onze financiële beheersing. Advies: Blijf kritisch op de financiële beheersing en kijk daarbij zowel naar de effecten van landelijk beleid als de transformatie die lokaal ingezet is.
7. Er zijn stappen gezet om te komen tot een betere interne beheersing, maar de kwetsbaarheden zijn nog niet verholpen en vormen daarmee een financieel en beleidsmatig risico. Advies: Kijk samen met het college en de ambtelijke organisatie kritisch naar de huidige staat van de bedrijfsvoering om een breed gedragen verbeterplan te ontwikkelen. Hierbij moeten in ieder geval de risico’s, doorlooptijd en benodigde financiële middelen in beeld worden gebracht. 8. De reserves zijn in de afgelopen jaren hard teruggelopen. Om financiële tegenvallers het hoofd te kunnen bieden en tijdig te kunnen bijsturen is het van
19
belang om te beschikken over voldoende reserves Advies: Neem een standpunt in over de solvabiliteitsratio en de termijn waarop dat moet zijn bereikt. 9. De raad heeft onvoldoende zicht op de uitgaven die door het college worden gedaan en de risico’s die daarbij worden gelopen, hetgeen bij een majeur project zoals de bouw van een nieuw gemeentehuis wel mag worden verwacht. Advies: Vraag het college om de raad minimaal eens per kwartaal te informeren over de (financiële) voortgang van de bouw van het nieuwe gemeentehuis. 10. Door het college worden al enige tijd geen onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid uitgevoerd, terwijl zij daar op grond van artikel 213a Gemeentewet wel toe verplicht is. Dergelijke onderzoeken zijn van belang voor de controlerende taak van de raad. Advies: Verzoek het college om uitvoering te geven aan de wettelijke verplichting om periodiek onderzoek te doen naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid en een integraal onderzoeksplan te delen met de deelnemers van het audit comité. 11. Het is belangrijk om gedurende het jaar scherp te zijn op wat er met de adviezen van de werkgroep jaarrekening is of wordt gedaan en hier niet mee te wachten tot de volgende jaarstukken.
Advies: Verzoek de financiële commissie om de voortgang van het advies over de jaarstukken periodiek (bijvoorbeeld 3 keer per jaar) te agenderen voor haar vergadering.
20