Aanmeldnotitie vormvrije mer Lentsesteeg 13-15
Tekst van het document
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Lentsesteeg 13-15 Het voornemen De bebouwing aan de Lentsesteeg 13-15 te Rheden heeft in het geldende bestemmingsplan de bestemming ‘Bedrijven’, waarbij ook een bedrijfswoning is toegestaan. Op het perceel staat een loods (Lentsesteeg 15) en een bedrijfswoning (Lentsesteeg 13). Eerdere activiteiten als bouwbedrijf zijn gestopt. Het voorliggende bestemmingsplan beoogt de bestemming van de bedrijfswoning te veranderen in een reguliere woning met tuin. De bedrijfsbebouwing van het voormalige bouwbedrijf krijgt een agrarische bestemming waarbij in de bedrijfsbebouwing uitsluitend opslag voor agrarische activiteiten mogelijk is. Ook zijn hobbymatig agrarische activiteiten mogelijk op het perceel. Vanuit het ruimtelijke spoor is vanwege de aard en omvang een vormvrije toets aan het Besluit Milieueffectrapportage noodzakelijk. Deze notitie voorziet hierin. Op basis van deze notitie besluit het bevoegd gezag of een m.e.r.-procedure benodigd is. Criteria De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in de integrale ruimtelijke afweging te geven.
Een uitgebreide omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan kan op twee manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: a) Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. b) Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). c) Op basis van het Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). Ad a: plan-m.e.r.-plicht vanwege een passende beoordeling Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Veluwe op een afstand van circa 350 meter van het plangebied. Omdat het verkeer niet toeneemt en het niet gaat om een bouwplan, hoeft geen stikstofberekening te worden uitgevoerd.
Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Ad b en c: (plan-)m.e.r.-plicht vanwege drempelwaarde Besluit m.e.r Dit bestemmingsplan voorziet in een herbestemming van een bedrijfsloods en een bedrijfswoning. Het plan is te zien als 'kaderstellend voor' als bedoeld in het Besluit m.e.r. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen
drempelwaarden overschrijden of belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten. In dit geval is sprake van een ontwikkeling die niet wordt genoemd in onderdeel C van het Besluit m.e.r. en is daarom niet direct m.e.r.-plichtig. Voor de beoogde ontwikkelingen is onderstaande activiteit uit de D-lijst van het Besluit milieueffectrapportage relevant, namelijk 'aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. De drempelwaarden van de betreffende categorie worden niet overschreden of zijn niet van toepassing (oppervlakte van 100 ha of meer, 2.000 of meer woningen en bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer). Dit betekent dat er geen sprake is van een directe m.e.r. plicht. Ook voor ontwikkelingen onder drempelwaarden dient het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Hiertoe dient de vormvrije m.e.r.beoordeling te worden gehanteerd. Voorliggende notitie voorziet hierin. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer.
Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. 1. Kenmerken van de projecten Bij de kenmerken van de projecten moet in het bijzonder in overweging worden genomen: o o o o o o
de omvang van het project; de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; de productie van afvalstoffen; verontreiniging en hinder; risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.
2. Plaats van de projecten Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; o het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: a) wetlands, b) kustgebieden, c) berg- en bosgebieden d) reservaten- en natuurparken, e) gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszonen door de lidstaten aangewezen op grond van de Vogel- en/of habitatrichtlijn, f) gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, g) gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, o o
h)
landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
3. Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria van de punten 1en 2 in het bijzonder in overweging worden genomen: o o o o o
het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking), het grensoverschrijdende karakter van het effect, de orde van grootte en de complexiteit van het effect, de waarschijnlijkheid van het effect, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect.
Beoordeling De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het veranderen van de bedrijfsbestemming in een bestemming voor agrarische opslag en verandering van een bedrijfswoning in een burgerwoning. Bouwactiviteiten zijn niet nodig. Er wordt geen bebouwing gesloopt en ook geen bebouwing toegevoegd. Het plangebied bestaat uit het perceel Lentsesteeg 13 en 15 in Rheden. In de nabijheid van het plangebied vinden geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats waar rekening mee gehouden moet worden. Screening per milieuaspect Bodem en water Het voornemen voorziet niet in het realiseren van een functie met mogelijke negatieve gevolgen voor de bodem. Doordat er geen nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd vindt er in beginsel geen toename van verhard oppervlakte toe. Archeologie, cultuurhistorie en landschap Doordat er geen nieuwe bebouwing mogelijk wordt gemaakt en er geen grondroerende werkzaamheden van een bepaalde omvang worden uitgevoerd en dieper dan 30 cm worden uitgevoerd is er geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Binnen het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aanwezig. Natuur Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft de Veluwe op een afstand van circa 350 meter van het plangebied.
Omdat het verkeer niet toeneemt en er geen bouwactiviteiten zijn, hoeft geen stikstofberekening te worden uitgevoerd. Het plangebied ligt niet in het GNN. Aan de zuidkant, aan de andere kant van de spoorlijn, is een deel van het GNN gelegen . De invloedsfeer van de voorgenomen ontwikkeling is lokaal en betreft enkel het plangebied zelf. De voorgenomen ontwikkeling heeft dan ook geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurnetwerk in de omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt in de Groene Ontwikkelingszone. Daarom is, ondanks dat hier enkel
om een beperkte functieverandering gaat, een inrichtingsplan opgesteld met enkele maatregelen vanwege landschappelijke inpassing en versterking natuurwaarden. Soortenbescherming Bij een eerdere quick scan flora en fauna zijn op het terrein geen beschermde soorten aangetroffen en die worden hier ook niet verwacht. Het terrein wordt intensief onderhouden, waardoor het niet of op zijn hoogst incidenteel geschikt is voor beschermde soorten. Op enige afstand zijn nestkasten van steenuilen bekend (mondelinge mededeling A. van de Berg, steenuilcoördinator), maar de locatie ligt buiten het foerageergebied. Het nu voorliggende bestemmingsplan maakt enkel een functieverandering mogelijk waarbij de ruimtelijke effecten als kleiner of vergelijkbaar kunnen worden ingeschat. Het hierboven genoemde inrichtingsplan draagt bij aan soortenbescherming.Verder onderzoek is niet nodig. Woon- en leefmilieu Luchtkwaliteit Het voornemen draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de luchtverontreiniging. Daarnaast worden geen functies mogelijk gemaakt die zijn aan te merken als gevoelige bestemmingen in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. Geluid De functieverandering zorgt niet voor meer geluid. De woning is al bestemd als bedrijfswoning. Verkeershinder en verkeersveiligheid Er is geen extra verkeersgeneratie vanwege het plan.
De toename van het aantal verkeersbewegingen is in planologische zin minder. De aanwezige infrastructuur is voldoende om de beperkte hoeveelheid verkeer af te wikkelen. Gezondheid van de mens De functieverandering zorgt niet voor negatieve effecten op de gezondheid. Het wegbestemmen van het bedrijfsbestemming in de spuitzone van een naastgelegen boomkwekerij is mogelijk als positief te beoordelen voor wat betreft het aspect gezondheid. Externe veiligheid De voorgenomen ontwikkeling maakt geen risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen mogelijk. De personendichtheid neemt niet toe met dit plan. Gebruik van grondstoffen en energie De voorgenomen ontwikkeling legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Afvalwater wordt via het bestaande rioolstelsel afgevoerd. Voor wat betreft huishoudelijke afvalstoffen verandert er niets. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan ook tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In dit geval is dat niet aan de orde.
Conclusie Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu in de omgeving. Bij deze conclusie is nog geen rekening gehouden met mogelijk belangrijke negatieve gevolgen in verband met de ligging ten opzichte van gevoelige gebieden. De vraag of op grond hiervan belangrijke negatieve gevolgen kunnen worden verwacht, komt hieronder aan de orde. In het voorliggende bestemmingsplan gaat het alleen om een functieverandering en niet om een initiatief waarbij directe fysieke ingrepen in de omgeving aan de orde zijn, zoals bouwactiviteiten. De functieverandering is te kwalificeren als het terugbrengen van bedrijfsactiviteiten. Door aanplanten van een boom en aanleggen van heggen zal het plan een positief effect hebben op natuur en landschap. Conclusie algemene Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen en projecten geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de omgeving.