CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie vormvrije mer

Raadsvergadering 1 november 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Dieren-Noord, locatie Burgemeester Bloemersstraat3.109 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Dieren-Noord, locatie Bloemershof Datum: Aan: Van: Project: Projectnr.: Betreft:

Oktober 2021 Gemeente Rheden Ordito BV Dieren-Noord, locatie Bloemershof 21079 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Het voornemen De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is de wens om op de locatie aan de Burgemeester Bloemersstraat in Dieren een woningbouwontwikkeling mogelijk te maken. Beoogd wordt om ter plaatse 25 appartementen en 7 grondgebonden woningen te realiseren.

Criteria De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip

Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.- beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat.

De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van bouw van 32 woningen. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling: Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op enige afstand van Natura 2000-gebied Veluwe (250 meter) en Natura 2000-gebied Rijktakken (circa 1 km). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN), Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone.

Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn. De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken, de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Door intreding van de wet Stikstofreductie op 1 juli 2021 is het niet langer nodig een activiteit met tijdelijke emissies op de lokale effecten te toetsen.

Het gaat hierbij om de bouw, sloop en eenmalige aanleg van bebouwing Om de stikstofdepositie in kaart te brengen zijn stikstofberekeningen uitgevoerd voor de verkeersbewegingen in de gebruiksfase. Deze berekening en bijbehorende rapportage zijn als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Verderop in dit rapport worden de belangrijkste conclusies uiteengezet.

Pagina 2 van 10

Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.- beoordeling noodzakelijk; 2. Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.- beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; 4.

Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a. De verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen b. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.

Beoordeling 1. Fysieke kenmerken van het plan/project Het plan betreft de woningbouwontwikkeling aan de Burgemeester Bloemersstraat. Beoogde wordt om ter plaatse 32 woningen te realiseren; 25 appartementen, 5 patiowoningen en 2 eengezinswoningen. 2. Plaats van het project Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die momenteel bestemd is voor maatschappelijke activiteiten en die in gebruik zal worden genomen als woongebied. De aangrenzende gronden zijn in gebruik als woongebied en voor maatschappelijke activiteiten. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op ruime afstand van Natura 2000-gebied Rijktakken (circa 1 km) en op enige afstand van Natura 2000-gebied Veluwe (circa 250 m). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone.

Pagina 3 van 10

Screening per milieuaspect Bodem Verhoeve Milieu B.V. heeft in juni en juli 2009 de milieukundige begeleiding verzorgd. Op verzoek van de gemeente Rheden is vervolgens vanwege onvolkomenheden van Verhoeve Milieu B.V. de opdracht in maart 2010 overgenomen en afgerond door Grontmij Nederland B.V. Naar aanleiding van het voorstaande is in het plangebied is de sanering van de daar gelegen stortlocaties 1 en 2 uitgevoerd. In het rapport Saneringsevaluatie (Grontmij, 30 mei 2012) is deze sanering geëvalueerd.

Binnen de bodembranche wordt echter een maximale geldigheidsduur van 5 jaar gehanteerd voor reeds uitgevoerde bodemonderzoeken. Dit betekent dat een actualisatie van de bodemonderzoeken in principe noodzakelijk is. In de afgelopen jaren is op het terrein echter niets gebeurd wat invloed kan hebben op de bodemgesteldheid ter plaatse. Gezien de reeds uitgevoerd onderzoeken en saneringsevaluatie, is het akkoord om het bodemonderzoek uit te stellen en het pas te laten uitvoeren in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag. Conclusie: Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan. Pagina 4 van 10

Water Voor het project is in oktober 2021 een infiltratieonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen nieuwbouw (Bijlage Inflitratieonderzoek, Uitgevoerd door Aeres Milieu B.V., projectnummer AM21388) uitgevoerd. Hierbij is de lokale bodemdoorlatendheid vastgesteld om de (on)mogelijkheden voor de aanleg van een infiltratievoorziening te bepalen. De ontwikkeling dient hydrologisch neutraal ontwikkeld te worden, waarbij het hemelwater bij voorkeur ter plaatse verwerkt wordt. Om het hemelwater duurzaam te verwerken, gaat de voorkeur uit naar een (of meerdere) infiltratievoorzieningen. Het plangebied kent enig hoogteverschil, waarbij globaal de buitenranden hoger liggen dan het centrale deel. Uit aangeleverde informatie blijkt dat ter plaatse hiervan nog een restverontreiniging in de bodem aanwezig is waarmee rekening gehouden dient te worden bij de aanleg van een voorziening. Het zuidelijke deel ligt op circa 18,5 m +NAP en loopt af naar het centrale deel op circa 18,1 m +NAP. Lokaal zijn er verlagingen aanwezig tot circa 17,7 m +NAP. Het plangebied ligt in het grondwaterbeschermingsgebied voor het zeer kwetsbaar drinkwaterwinningssysteem Ellecom. Voor dit gebied zijn specifiek milieuhygiënische opgesteld om de kwaliteit van het grondwater te beschermen.

Infiltrerend hemelwater mag niet verontreinigd zijn en er dient gebouwd te worden met niet-uitlogende en duurzame materialen. Door de voorgenomen nieuwbouw ter plaatse van woningen en de toepassing van niet-uitlogende materialen wordt vervuiling van het opgevangen hemelwater voorkomen en kan dit ter plaatse in de bodem infiltreren. Binnen het plangebied blijkt de toplaag van circa 50 tot 90 cm dikte te bestaan uit een zwak siltig, zwak humeuse, matige fijne zandlaag met een matige bijmenging van grind. Vervolgens is er een sterk grindige, matig grove zandlaag aanwezig tot circa 1,3 m-mv., waarna de bodem overgaat in een matig grove zandlaag met sporen grind tot matig grindhoudend. Uit het infiltratie onderzoek blijkt dat er een redelijke infiltratiesnelheid in de (humeuse) toplaag (K-waarde 0,5 tot 1,0 m/d) en een zeer goede verticale infiltratiesnelheid aanwezig is in het hieronder gelegen pakket (K-waarde >1,8 m/d). Binnen het plangebied is het mogelijk om een goed functionerende infiltratievoorziening aan te leggen. Deze dient aangelegd te worden tot onder de humeuze toplaag, zodat een snelle lediging gerealiseerd wordt. Door de diepe grondwaterstand is het mogelijk om zowel bovengronds als ondergronds een infiltratievoorziening aan te leggen. Echter, de gemeente Rheden geeft de voorkeur aan bovengrondse en zichtbare infiltratievoorzieningen.

De afmetingen van de voorziening zijn afhankelijk van de toename in verhard oppervlak binnen het plangebied. In het huidige ontwerp zal de verharding toenemen met circa 3.445 m2 (1.865 m2 aan dakoppervlak en 1.580 m2 overige verharding). Dit komt overeen met een compensatie-eis van circa 206,7 m3 voor een bui 60 mm. Binnen het plangebied is voldoende ruimte beschikbaar om een infiltratievoorziening te realiseren. Een verwerkingsmogelijkheid betreft de aanleg van een wadi centraal tussen de nieuwbouw en/of noordelijk van de nieuwbouw. Indien beperkt bovengronds oppervlak gebruikt kan worden, kan aanvullende waterberging ondergronds middels bijvoorbeeld ITkratten of een IT-riolering ingepast worden. Pagina 5 van 10

Bij een statische berekening dient de inhoud minimaal 206,7 m3 te bedragen. Gezien de goede infiltratiesnelheid zal een statische berging welke tot in de ondergrond reikt binnen 13,5u weer beschikbaar zijn. Door de goede doorlatendheid van de grindhoudende zandige bodem kan derhalve een kleinere voorziening aangelegd worden (dynamisch) maar dit dient dan te zijner tijd nader onderbouwd te worden. De resterende waterberging is namelijk afhankelijk van de infiltratiesnelheid, het infiltratieoppervlak (wandoppervlak) en het type voorziening. Verder dient ook rekening gehouden te worden met de mogelijkheid voor een noodoverloop (al dan niet op eigen terrein) voor boven normatieve neerslaghoeveelheden. Wateroverlast kan eenvoudig vermeden worden door het voorzien van oppervlakkige afstroom van panden weg naar een lager gelegen terreindeel of groen waar eventuele hinder beperkter is. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij de verdere planuitwerking. Conclusie Met inachtneming van de gestelde mitigerende maatregelen in het infiltratieonderzoek, vormt het aspect water geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. Het plan voldoet hiermee aan de gangbare voorwaarden om invloed op de waterhuishouding en de waterkwaliteit tegen te gaan.

Gegeven de voorwaarden waaraan het plan moet voldoen, zal het plan ook overigens geen invloed hebben op de waterhuishouding in de omgeving. Archeologie

Pagina 6 van 10

Conclusie: Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan. Het plangebied kan worden vrijgegeven voor het aspect archeologie. Cultuur en landschap:

Conclusie: Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan. Het plangebied kan op basis van de uitgevoerde analyse vrij gegeven worden voor wat betreft het behoud van cultuurhistorische waarden. Natuur In 2006 heeft Loo Plan een Quickscan Flora- en Faunawet uitgevoerd met aanvullend in 2007 een nader vleermuisonderzoek. Deze onderzoeken zijn inmiddels verjaard. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming in juni 2021 een Quickscan uitgevoerd (Bijlage Quickscan Wet natuurbescherming, uitgevoerd door Loo Plan, kenmerk 2021100992-2294). Op basis van de Quickscan kan het volgende worden geconcludeerd:

Pagina 7 van 10

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op circa 250 meter afstand van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied Veluwe en het Gelders Natuurnetwerk. Effecten zoals trillingen, licht en geluid zijn op voorhand uitgesloten, maar een mogelijk effect door stikstofdepositie is niet uit te sluiten. Econsultancy B.V. heeft naar aanleiding hiervan in februari 2021 een Aeriusberekening uitgevoerd (Bijlage Onderzoek stikstofdepositie, uitgevoerd door Econsultancy, rapportnummer 1177.001), welke in juni 2021 is beoordeeld door de ODRA, waaruit blijkt dat negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie zijn uitgesloten. Er zijn geen effecten van de werkzaamheden op de natuurwaarden van gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Houtopstanden Er is geen sprake van beschermde houtopstanden binnen de Wet natuurbescherming. Toetsing aan de verplichtingen van uit de Wet natuurbescherming onderdeel bescherming houtopstanden is niet aan de orde. Soortbescherming Algemene broedvogels In de bomen en struiken kunnen algemene broedvogels zoals de merel, winterkoning, roodborst, houtduif, vink en de heggenmus broeden. Alle broedende vogels zijn beschermd en tijdens het broedseizoen (indicatief van maart tot half augustus) mogen deze nimmer verstoord of de nesten vernield worden.

Door de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kunnen overtredingen in het kader van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Indien dit niet mogelijk is, dient voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck door een ecoloog plaats te vinden. Algemene zoogdieren Algemene zoogdieren als de egel en het konijn kunnen eventueel aangetroffen worden op het terrein. Hiermee volstaat het volgen van de algemene zorgplicht. Andere beschermde diersoorten worden niet verwacht binnen het plangebied. Conclusie: Het aspect natuur vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan. Geluid Het plangebied ligt in de geluidzone van de Harderwijkersweg en de spoorlijn ArnhemDeventer. Op basis van de geluidscontourkaarten van zowel de weg als de spoorlijn, blijkt dat ter plaatse van het plangebied aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder wordt voldaan (48 dB). Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai of spoorweglawaai is derhalve niet noodzakelijk. Bedrijven en milieuzonering Het plangebied is gelegen op relatief korte afstand van een gymzaal, een brandweerkazerne en een praktijkschool (voortgezet onderwijs). Voor deze drie functies kan niet voldaan worden aan de richtafstand voor het aspect geluid, zoals beschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. Pagina 8 van 10

Derhalve is door DGM Industrie, Verkeer en Milieu B.V. een akoestisch onderzoek (Bijlage Akoestisch onderzoek milieuzonering, datum 24 maart 2020, rapport: M.2015.0235.01.R001) uitgevoerd. Woon- en leefklimaat Uit het onderzoek volgt dat de geluidsniveaus afkomstig van de gymzaal, school en brandweerkazerne voldoen aan de streefwaarden voor gemengd gebied uit stap 2 van de VNG-publicatie. Hiermee is sprake van een goed woon- en leefklimaat. School, brandweer en gymzaal Uit het onderzoek volgt dat de geluidsbelastingen van de gymzaal, brandweerkazerne en school op de nieuwe woningen kunnen voldoen aan de standaardvoorschriften uit het Activiteitenbesluit. Ten aanzien van de verkeersaantrekkende werking treden eveneens geen overschrijdingen op. Hiermee worden deze drie functies niet belemmerd in de huidige en mogelijke toekomstige activiteiten. Conclusie: Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan. Luchtkwaliteit Door de ontwikkeling worden 32 woningen gerealiseerd. De luchtkwaliteit wordt niet beïnvloed door de toevoeging van 32 woningen. De ontwikkeling valt onder de regeling Niet in betekende mate bijdragen. Verkeershinder en verkeersveiligheid Het aspect verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.

Externe veiligheid toxische wolk ten gevolgen van het vervoer/transport van gevaarlijke stoffen over het spoor Arnhem Deventer, provinciale weg N348 en via een aardgastransportleiding. Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. Er worden dus wat dit aspect betreft geen belangrijke negatieve milieugevolgen verwacht. Gebruik van grondstoffen en energie Wat betreft gebruik van grondstoffen en verwacht energiegebruik heeft het plan geen bijzondere kenmerken, die zullen leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Ook wat betreft afvalstromen heeft het plan geen bijzondere kenmerken, er worden wat dit betreft geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht.

Pagina 9 van 10

Conclusie Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het plan voor 32 woningen aan de Burgemeester Bloemersstraat te Dieren. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het project en zijn directe omgeving. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van de bestemmingsplanherziening niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure voor dit project.

Pagina 10 van 10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=32dba6ce-8dc8-4b0c-8a1f-5c764528f623