CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling.pdf

Raadsvergadering 19 oktober 2021, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Zutphensestraatweg nr. 20 en nr. 40 in Dieren4.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Het voornemen Het plan heeft tot doel om de locaties Zutphensestraatweg 20 en 40 te herontwikkelen tot zorgcomplex voor dementerende ouderen. Het pand aan Zutphensestraatweg 20 dient hiervoor gesloopt te worden. Het pand aan Zutphensestraatweg 40 blijft staan en wordt uitgebreid.

Criteria De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: ‘D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Een stedelijke ontwikkelingsproject is m.e.r.beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van bouw van 18 (Zutphensestraatweg 20) en 24 (Zutphensestraatweg 40) onzelfstandige wooneenheden. Daarmee blijft dit plan (ruim) onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet plan m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten

worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000gebied en ligt op enige afstand van Natura2000 gebied Rijktakken (circa 180 (Zutphensestraatweg 40) en 250 meter (Zutphensestraatweg 20)) en Natura2000 gebied Veluwe (circa 1,2 km (Zutphensestraatweg 20) en 1,3 km (Zutphensestraatweg 40)). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die liggen buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone.

Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot beschermde gebieden zijn geen negatieve effecten op de nabijgelegen gevoelige gebieden en Natura2000-gebieden te verwachten. Ook tijdelijke effecten tijdens de aanlegfase zullen niet aan de orde zijn. Significante gevolgen kunnen daarom worden uitgesloten. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. jo. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1.

Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken;

2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; 4. Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a.

de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen

b.

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.

Beoordeling 1.

Fysieke kenmerken van het plan/project Het plan betreft de herontwikkeling van Zutphensestraatweg 20 en 40 tot zorgcomplex voor dementerende ouderen. Het pand aan Zutphensestraatweg 20 dient hiervoor gesloopt te worden. Het pand aan Zutphensestraatweg 40 blijft staan en wordt uitgebreid.

2.

Plaats van het project Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu al in gebruik is als woongebied resp. maatschappelijke functie en gaat gebruikt worden als maatschappelijke functie.

Screening per milieuaspect Bodem Zutphensestraatweg 20 Op onderhavig perceel is nagenoeg het gehele in de toekomst te bebouwen gedeelte nu bebouwd. Deze bebouwing zal hoogstwaarschijnlijk niet gesloopt worden voordat het bestemmingsplan rechtskracht heeft. Dit maakt het uitvoeren van een bodemonderzoek technisch lastig. De locatie is gezien zijn geschiedenis niet verdacht van ernstige bodemverontreiniging. Het bodemonderzoek wordt uitgesteld en uitgevoerd in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag. Zutphensestraatweg 40 Op 9 december 2020 is een bodemonderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is om de algemene bodemkwaliteit te bepalen ter plaatse van de onderzoekslocatie, waarmee bekeken kan worden in hoeverre deze bodemkwaliteit een belemmering kan vormen voor het beoogde gebruik en/of de voorgenomen ontwikkelingen. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan op grond van de milieuhygienische kwaliteit van de bodem geen bezwaar het onderzochte terreindeel voor de geplande bouwdoeleinden te gebruiken. De gehele locatie kan als niet-verdacht worden beschouwd. Eventueel vrijkomende grond bij afgraven kan niet zondermeer in het grondverkeer worden opgenomen.

Conclusie Het aspect bodem vormt geen belemmering voor het in procedure brengen van onderhavig bestemmingsplan. Water Zutphensestraatweg 20 en 40 Aspect 'Wateroverlast'. Bij nieuwe ontwikkelingen moet met hemelwater worden omgegaan overeenkomstig de provinciale beslisboom hemelwater (waarbij de volgorde vasthouden, bergen, afvoeren wordt gehanteerd). Het beleid is erop gericht dat bij nieuwbouw of herbouw geen nieuwe verharde oppervlakken meer mogen worden aangesloten op het gemengde rioolstelsel. In de nieuwe situatie wordt het Hemelwater wat valt op verhard oppervlak daarom op een alternatieve manier afgevoerd naar de bodem of naar het oppervlaktewater. Aspect 'Grondwateroverlast'. De planlocaties liggen op de zuidelijke flank van de Veluwezoom. Hierdoor kan lokaal sprake zijn van slecht waterdoorlatende lagen in de ondergrond. Dit is van invloed op de infiltratie van het hemelwater in de bodem. De planlocaties liggen in of vlakbij een zogenaamde grondwaterfluctuatiezone zoals die rondom de Veluwe wordt aangetroffen. Deze fluctuatiezone is een gebied waar periodiek hoge grondwaterstanden kunnen voorkomen. Door klimaatverandering zal de kans op hogere grondwaterstanden in deze zone toenemen. Hierdoor kunnen problemen ontstaan voor bepaalde gebruiksfuncties. Hoge waterstanden in de IJssel kunnen de grondwaterstand beïnvloeden.

Door de verwachte klimaatverandering kunnen de waterstanden in de IJssel hoger worden en kunnen de grondwaterstanden stijgen. Conclusie Het plan voldoet aan de gangbare voorwaarden om invloed op de waterhuishouding en de waterkwaliteit tegen te gaan. Er worden geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu verwacht. Gegeven de voorwaarden waaraan het plan moet voldoen, zal het plan ook overigens geen invloed hebben op de waterhuishouding in de omgeving. Archeologie Zutphensestraatweg 20 Voor deze locatie is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd door Bureau voor Archeologie. Volgens het onderzoek dient binnen het plangebied een archeologisch karterend booronderzoek uitgevoerd te worden. Niet alleen rondom de kerk, maar ook binnen de kerk zal geboord moeten worden. Op deze manier kan worden bepaald of de bodem intact is en of er een archeologische vindplaats aanwezig is. Tevens dient de sloop van de funderingen archeologisch begeleid te worden. Het is immers mogelijk dat de huidige kerk is gefundeerd op de resten van de 19e eeuwse voorganger. Bovengenoemde werkzaamheden kunnen het beste plaatsvinden na de bovengrondse sloop van de kerk. Het is mogelijk om na bovengrondse sloop en

afvoeren puin, het karterend booronderzoek en de archeologische sloopbegeleiding van de funderingen tegelijkertijd uit te laten voeren. Beide archeologische onderzoeken dienen te worden uitgevoerd op basis van een door de gemeente Rheden goedgekeurd Plan van Aanpak danwel Programma van Eisen. Op basis van de resultaten van beide onderzoeken zal moeten worden besloten of vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven, een archeologische begeleiding en/of een opgraving noodzakelijk is of niet. Zutphensestraatweg 40 In opdracht van RABO Vastgoed b.v. heeft het onderzoeks- en adviesbureau voor Bouwhistorie, Archeologie, Architectuurhistorie en Cultuurhistorie (BAAC bv) een inventariserend archeologisch veldonderzoek (IVO; karterende fase) uitgevoerd op het plangebied Zutphensestraatweg 40-42 te Dieren. Uit het veldonderzoek is gebleken dat de bodem in het onderzoeksgebied niet meer intact is. Daarnaast zijn geen éénduidige archeologische indicatoren aangetroffen, die op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats aanduiden. Voor het onderzoeksgebied wordt geen aanvullend onderzoek aanbevolen. Er bestaat binnen het onderzoeksterrein geen verwachting op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Daarnaast zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen die op een vindplaats wijzen.

Conclusie Op een deel van het plangebied (Zutphensestraatweg 40) bestaat geen verwachting op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Op een ander deel van het plangebied (Zutphensestraatweg 20) is op dit moment geen archeologisch booronderzoek mogelijk. Dit wordt uitgesteld tot het moment dat de bestaande kerk wordt afgebroken. Cultuur en landschap Zutphensestraatweg 20 De locatie waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, ligt in het beschermd dorpsgezicht Dieren-Zuid. Het pand zelf is niet aangewezen als beschermd monument. Er zijn qua cultuurhistorie geen belemmeringen om het pand te amoveren en te herontwikkelen. Het plan is besproken met de Commissie Cultuurhistorie en naar aanleiding van opmerkingen vanuit deze commissie is het plan dusdanig aangepast dat het passend is in de omgeving. De architect heeft er in het plan rekening mee gehouden met dat het zich zal moeten voegen naar de omgeving en de beschreven karakteristieken van het beschermde dorpsgezicht. In het plan is rekening gehouden met de door de commissie gegeven opmerkingen. Wel zal de gering wijziging van de situering en de kleurstelling van het pand, die zijn doorgevoerd naar aanleiding van overleg met direct omwonenden, nog voor een definitief oordeel aan de Commissie Cultuurhistorie worden voorgelegd. Zutphensestraatweg 40

Het plan is een herontwikkeling van een eerder plan dat dateert uit 2006. Vanwege deze voorgeschiedenis is bij de herontwikkeling voortgegaan op de architectonische insteek die vanaf 2006 werd ingezet. De locatie Johanneshof is gelegen in een deel van Dieren dat intussen deel uitmaakt van het beschermd dorpsgezicht. Een belangrijk ijkpunt bij de motivatie wordt gevonden in de “Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het Beschermd dorpsgezicht in Dieren, gemeente Rheden (Gelderland)” van 28 december 2011. In dit stuk wordt onder meer ingegaan op de historische ontwikkeling en karakterisering van de bebouwing van de Zutphensestraatweg in de onmiddellijke omgeving van het Plangebied. Hieruit kan worden afgeleid: de bebouwing moet het solitaire karakter van de villa niet verstoren. Hierin wordt voorzien door de nieuwbouw in schaal en maat ondergeschikt te houden aan de villa. De bebouwing verkrijgt deels wel en deels niet dezelfde verkavelingsrichting/oriëntatie als de villa. Het vanaf de Zutphensestraatweg minst zichtbare deel schikt zich in de richting van de villa, het vanaf die weg meest zichtbare deel doet dat juist niet teneinde een contract met de villa te etaleren. Ook is de nieuwbouw beduidend teruggelegd ten opzichte van de Zutphensestraatweg.

De materialisatie, vorm van de bouwmassa en kleurstelling contrasteert met de villa Kinsbergen zonder daarmee in disharmonie te verkeren. De villa blijft derhalve bepaalt het beeld bepalen. De doorkijk, het doorzicht tussen de appartementengebouwen op de IJssel vanaf de Molenweg moet gehandhaafd blijven. Het voorstel voorziet hierin door deze zichtlijn vrij te houden. De tuinen aan de Zutphensestraatweg vormen een essentieel onderdeel van het straatbeeld. Deze tuin is en blijft aanwezig. De zorginstelling zoomt deze af met een heg van 1 meter hoogte (waarin een hek is opgenomen voor de veiligheid van de cliënten). Conclusie Het plangebied is gelegen in beschermd dorpsgezicht. Hiermee wordt rekening gehouden met het ontwerp van het plan. Natuur Zutphensestraatweg 20 Ten behoeve van voorliggend initiatief zijn bij de juridische procedure in 2016 twee onderzoeken uitgevoerd. In juni 2015 is een quickscan Flora en Fauna uitgevoerd (Quickscan flora en fauna, sloop kerk, Zutphensestraatweg 20, door SAB, kenmerk HERM/HOMV/150231). Vervolgens is in december 2015 een nader onderzoek Flora en Fauna uitgevoerd (Flora- en faunarapportage Zutphensestraatweg 20, Dieren, uitgevoerd door SAB, projectnummer 150231). Uit deze raportage bleek een ontheffing in het kader van de Flora en Faunawet noodzakelijk. Deze ontheffing is verleend op 29 juni 2016.

Een flora en faunaonderzoek is juridisch maximaal 3 jaar geldig. Derhalve zijn de uitgevoerde onderzoeken uit 2015 geactualiseerd. Op 12 november 2020 is de Quickscan natuur Dieren, Zutphensestraatweg 20, uitgevoerd door SAB (kenmerk 150231.02). Ten aanzien van gebiedsbescherming geeft dit onderzoek de volgende conclusies: In het plangebied is geen Natuurnetwerk Nederland of andere provinciaal beschermde natuur aanwezig. De provinciale bescherming van deze gebieden staat de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg en nader onderzoek is niet noodzakelijk. Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe liggen in de buurt van het plangebied. Een negatief effect op de

instandhoudingsdoelenstellingen van deze Natura 2000-gebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Nader onderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening is daarom noodzakelijk. AERIUS berekening Het voornemen is om de bestaande bebouwing te slopen en een complex met circa 18 appartementen te realiseren. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. In het kader van de stikstofdepositie zijn 4 onderzoeken uitgevoerd: 1. Onderzoek Stikstofdepositie Zutphensestraatweg 20 te Dieren; Ecoconsultancy; 10 december 2020; rapportnummer 14322.001 2. Aeriuscalculator aanlegfase Zutphensestraatweg 20 Dieren; datum berekening 9 december 2020; kenmerk RScaEoGaQGc8 3. Aeriusberekening gebruiksfase Zutphensestraatweg 20 Dieren; datum berekening 7 december 2020; kenmerk RusQUYYbBjMj. 4. Rapport Voortoets effecten Stikstofdepositie Zutphensestraatweg 20 Dieren; Ecoconsultanc; 20 januari 2021; rapportnummer 14322.002. Uit het onderzoek genoemd onder 1 en de berekeningen onder 2 en 3 blijkt dat: Ten gevolge van de aanlegfase een maximaal projecteffect van 0,10 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied de Rijntakken en 0,01 mol/ha/jaar stikstof op Natura 2000 gebied de Veluwe plaatsvindt. Voor de gebruiksfase is het projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar.

Significante effecten ten gevolge van de gebruiksfase zijn hierdoor uitgesloten. Een tijdelijke depositie van > 0,00 mol/ha/jaar in de aanlegfase wordt toegestaan wanneer onderbouwd kan worden dat deze kleine depositie van tijdelijke bronnen niet zal leiden tot significante negatieve effecten. Om de effecten voor de aanlegfase mogelijk uit te sluiten is een ecologische voortoets uitgevoerd (genoemd onder punt 4 hierboven) De ecologische voortoets heeft als doel in te schatten of de toename van stikstofdepositie leidt tot significante negatieve effecten op de instandshoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden Rijntakken en Veluwe. Afhankelijk van de uitkomst van deze voortoets zal worden bepaald of er een vergunning nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Derhalve is de genoemde voortoets onder punt 4 uitgevoerd. Hieruit kan worden geconcludeerd dat binnen de invloedsfeer van de ingreep slechts een gering oppervlakte (0,009%) van de genoemde habitattypen voorkomt, de toename van stikstof gering en tijdelijk van aard is. Derhalve zal de voorgenomen ingreep niet leiden tot significante negatieve effecten op instandhoudingsdoelen van NAtura 2000-gebied Veluwe. De beperkte toename op gebied van de Rijntakken heeft slechts betrekking op een verwaarloosbaar percentage van het totale leefgebied van de betreffende soorten in Natura 2000-gebied Rijntakken.

Omdat de stikstofdepositie op het gebied Veluwe in de aanlegfase maximaal 0,06 mol/ha/jaar bedraagt, tijdelijk van aard is en significant negatieve effecten uit te sluiten zijn, is geen vergunningplicht vanuit de Wet natuurbescherming van toepassing. Soortenbescherming Ten aanzien van soortenbescherming geeft het onderzoek d.d. 12 november 2020 (Quick scan natuur Zut. 20 nov. 2020 ) de volgende conclusies: Het blijkt dat in en om het plangebied

vogels kunnen broeden. Om overtreding van de wet te voorkomen wordt geadviseerd om de geplande ruimtelijke ontwikkeling buiten de broedperiode te starten. Mogelijk zijn nestplaatsen aanwezig van kerkuil, huismus en gierzwaluw. Nestplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Verder zijn mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen en steenmarter aanwezig. Derhalve dient een nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek wordt nog uitgevoerd. Bij deze ruimtelijke ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. Gebiedsbescherming Inzake Natuurnetwerk of andere provinciale gebieden, vormt het aspect gebiedsbescherming geen belemmeringen voor het uitvoeren van de beoogde ontwikkeling op Zutphensestraatweg 20. Zutphensestraatweg 40 Ten behoeve van voorliggend initiatief is een Flora en Fauna onderzoek uitgevoerd: Flora- en Faunaonderzoek Dieren, Zutphensestraatweg 40, uitgevoerd door SAB, datum 11 november 2015 (projectnummer 150301). Een Flora- en faunaonderzoek is maximaal 3 jaar geldig. Derhalve is het uitgevoerde onderzoek uit 2015 geactualiseerd: Quickscan natuur, Dieren, Zupthensestraatweg 40, uitgevoerd door SAB, datum 12 november 2020 (projectnummer 150231.02). Ten aanzien van gebiedsbescherming geeft dit onderzoek de volgende conclusies.

Het plangebied ligt niet in een gebied dat in het kader van de Wet Natuurbescherming is aangewezen. Het dichtsbijzijnde Natura 2000-gebied Rijntakken ligt op 0,17 km afstand. Met de beoogde kleinschalige ontwikkeling wordt nieuwbouw gerealiseerd van 2 verdiepingen hoog, die duidelijk lager zijn dan de bebouwing die tussen het plangebied en Rijntakken ligt. Het is daarbij uitgesloten dat bijvoorbeeld licht of geluid afkomstig van de nieuwbouw op deze afstand het Natura 2000-gebied kan verstoren. Nader onderzoek naar deze storingsfactoren is dan ook niet nodig. Het dichtsbijzijnde gedeelte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bevindt zich op 75 meter ten oosten van het plangebied. De bescherming van het NNN kent in de provincie Gelderland niet het begrip externe werking. Het plangebied ligt niet in het GNN of GO. Op circa 75 meter ten oosten van het plangebied bevindt zicht een gedeelte van de Groene Ontwikkelingszone (GO) en op circa 600 meter het Gelders ANtuurnetwerk (GNN). Hiermee leidt de voorgenomen ingreep niet tot vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van de aanwezige natuur. Er is een toename van stikstofemissie te verwachten. Om te toetsen of deze toename kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied dient een AERIUS berekening uitgevoerd te worden.

AERIUS berekening Het voornemen is om een complex met circa 24 wooneenheden te realiseren. De nieuwbouw zal niet worden aangesloten op het gasnet. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden. In het kader van de stikstofdepositie zijn 4 onderzoeken uitgevoerd:

1. Onderzoek Stikstofdepositie Zutphensestraatweg 40 te Dieren; Ecoconsultancy; 10 december 2020; rapportnummer 14323.001; 2. Aeriuscalculator aanlegfase Zutphensestraatweg 20 Dieren; datum berekening 9 december 2020; kenmerk S1mUMSsBnGhJ; 3. Aeriusberekening gebruiksfase Zutphensestraatweg 20 Dieren; datum berekening 7 december 2020; kenmerk S4UpCaRua3jj 4. Rapport Voortoets effecten Stikstofdepositie Zutphensestraatweg 40 Dieren; Ecoconsultancy; 20 januari 2021; rapportnummer 14323.002. Uit het onderzoek genoemd onder 1 komt naar voren dat de relevante emissies van stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH³) tijdens de aanlegfase plaatsvinden door de verkeersbewegingen ten behoeve van de af- en aanvoer van materialen en de inzet van mobiele werktuigen tijdens het transformeren en uitbreiden van de villa naar appartementen. Tijdens de gebruiksfase vinden de relevante emissies plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plangebied. Uit de berekening genoemd onder 2 en 3 blijkt dat ten gevolge van de aanlegfase een maximaal projecteffect van 0,09 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied. Dit kan dus mogelijk significante negatieve effecten hebben op de omliggende Natura 2000-gebieden. Om dit uit te sluiten dient een ecologische voortoets te worden uitgevoerd. Afhankelijk van de uitkomst zal worden bepaald of een vergunning benodigd is in het kader van de Wet natuurbescherming.

Ten gevolge van de gebruiksfase, blijkt dat het projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar is. Significante effecten ten gevolge van de gebruiksfase zijn hierdoor uitgesloten. De voorgenomen ingreep leidt tot een tijdelijke toename van stikstofdepositie op aangewezen leefgebiedtypen, maar er wordt geen toename berekend op habitattypen. Hierdoor zijn significante negatieve effecten op beschermde habitats op voorhad uit te sluiten. De tijdelijke toename van voornamelijk 0,01 mol/ha/jaar en maximaal 0,08 mol/ha/jaar op enkele hectares leefgebiedtype zal niet leiden tot negatieve effecten op het leefgebied van de aangewezen soorten. De beperkte toename heeft slechts betrekking op een verwaarloosbaar percentage van het totale leefebied van de betreffende soorten in Natura 2000-gebied Rijntakken. Het is dan ook met voldoende zekerheid uit te sluiten dat de voorgenomen ingreep zal leiden tot het niet kunnen behalen van instandshoudingsdoelstellingen. Hiermee zijn significante negatieve effecten op Natura 2000-gebid Rijntakken uit te sluiten. Ten aanzien van soortenbescherming geeft het onderzoek d.d. 12 november 2020 (Quickscan Natuur Zut. 40 nov. 2020 ) de volgende conclusies. Uit de quickscan blijkt dat in en rondom het plangebied vogels kunnen broeden. Om overtreding te voorkomen wordt geadviseerd de geplande werkzaamheden buiten de broedperiode te starten.

Essentiële elementen van andere soorten dan vogels waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt, zijn niet aanwezig. Bij deze ontwikkeling wordt geen houtopstand geveld waarop de regels van de Wet natuurbescherming van toepassing zijn. Geluid Het plangebied ligt niet binnen wettelijke geluidzones van wegen of spoorwegen. Akoestisch onderzoek is niet nodig op grond van de Wgh De intensiteit van omliggende wegen met 30 km/uur-regime is niet dusdanig dat onderzoek nodig is in het kader van het bestemmingsplan.

Bedrijven en milieuzonering Op korte afstand van de locatie Zutphensestraaatweg 20 liggen (grondgebonden) woningen. Derhalve is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidsbelasting in de omgeving van het beoogde zorgcomplex. Voornamelijk is gekeken naar het geluid als gevolg van het gebruik van de beoogde parkeerplaatsen en het effect daarvan op de bestaande woningen. Het doel van het onderzoek is het inzichtelijk maken en toetsen van de optredende geluidsniveaus. Met het onderzoek is onderzocht of in de toekomstige situatie sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Hieruit is gebleken dat er overschrijdingen worden veroorzaakt door dichtslaande autoportieren en dat een geluidwerende voorziening tussen de parkeerplaats en de grondgebonden woningen bijdraagt aan een acceptabel woon- en leefklimaat. Gezien de beoordelingshoogte van 5 meter in de nachtperiode moet een dergelijk scherm al snel een hoogte hebben van 3,5 meter om te voldoen aan de normstelling. Dit is vanuit stedenbouwkundig oogpunt onwenselijk. Wel is het mogelijk om een scherm te realiseren met een gangbare hoogte van een erfafscheiding (1,80 a 2 m). Met een dergelijk scherm wordt het geluid van de parkeerplekken naar omliggende tuinen en gevels zoveel mogelijk afgeschermd. Derhalve is via de regels een geluidwerende voorziening mogelijk gemaakt.

Via een zogenaamde 'voorwaardelijke verplichting' is geregeld dat het gebruik van het complex pas is toegestaan als deze voorziening is gerealiseerd. Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit wordt niet beïnvloed door de toevoeging van de 18 en 24 zorgwoningen. Verkeershinder en verkeersveiligheid Het aspect verkeer en parkeren vormen geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan. Externe veiligheid Het plan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico. Het groepsrisico is verantwoord en wordt aanvaardbaar geacht. Er worden dus wat dit aspect betreft geen belangrijke negatieve milieugevolgen verwacht. Gebruik van grondstoffen en energie Wat betreft gebruik van grondstoffen en verwacht energiegebruik heeft het plan geen bijzondere kenmerken, die zullen leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Ook wat betreft afvalstromen heeft het plan geen bijzondere kenmerken, er worden wat dit betreft geen belangrijke nadelige milieugevolgen verwacht. Conclusie Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben.

In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het plan voor 18 en 24 zorgwoningen aan de Zutphensestraatweg 20 resp. 40. te Dieren. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. De effecten blijven beperkt tot het project en zijn directe omgeving. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure voor dit project.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=b73304e5-ad88-4b34-a769-7ee9a8aef522