CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

Aanmeldnotitie vormvrije mer beoordeling Eerbeekseweg achter nr. 8 in Laag-Soeren

Raadsvergadering 31 mei 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Laag-Soeren, Eerbeekseweg nabij nr 83.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r-beoordeling Laag-Soeren, locatie Eerbeekseweg nabij nummer 8 Het voornemen Het plan heeft tot doel om de nieuwbouw van een vrijstaande woning te realiseren een perceel aan de Eerbeekseweg achter nr. 8 in Laag-Soeren, kadastraal bekend als gemeente Dieren, sectie P, 2160. Het plangebied betreft in de huidige situatie een onbebouwd grasveld. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met de ter plaatse geldende bestemmingsplan. Om het voornemen mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening benodigd. Het doel van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is om het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven, door in een vroeg stadium te onderzoeken en te beoordelen of de voorgenomen activiteiten belangrijke nadelige milieugevolgen hebben.

Criteria De milieueffectrapportage is een procedure met als hoofddoel om het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Milieueffectrapportage (m.e.r.) is geregeld in hoofdstuk 7 van de Wet Milieubeheer (Wm) en in het Besluit m.e.r. Van belang zijn de volgende artikelen: 1. In artikel 7.2 Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan bepaalde in het Besluit m.e.r. opgenomen plannen en besluiten die verbonden zijn aan de eveneens in het Besluit m.e.r. weergegeven activiteiten. Het besluit m.e.r bevat hiertoe bijlagen, waarbij vooral de onderdelen C en D van belang zijn. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r. verplicht is. Activiteiten, plannen en besluiten waarvoor een m.e.r.-beoordeling benodigd is staan in onderdeel D. Voor beide onderdelen worden per activiteit de drempelwaarden beschreven. 2. In artikel 7.2a Wm wordt het doorlopen van de m.e.r.-procedure gekoppeld aan een activiteit waarvoor op grond van artikel 2.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming een passende beoordeling moet worden gemaakt. Een passende beoordeling hoeft niet opgesteld te worden wanneer op voorhand significant negatieve effecten op Natura 2000gebieden kunnen worden uitgesloten.

Ad 1: Plan-m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r.: Voor deze ontwikkeling is gekeken naar activiteiten die een m.e.r.-(beoordelings)plicht kennen. Hierbij is de volgende activiteit gevonden die mogelijk m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, te weten: ‘D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Een stedelijke ontwikkelingsproject is m.e.r.-

1

beoordelingsplichtig indien het betreft een gebied met een oppervlakte van meer dan 100 hectare, of meer dan 2000 woningen of meer dan 200.000 bruto vloeroppervlakte bevat. De beoogde ontwikkeling behelst de realisatie van bouw van slechts één zelfstandige wooneenheid. Daarmee blijft dit plan ruim onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel D11.2. Het plan is daarom niet m.e.r.-plichtig. Op 7 juli 2017 is een wijziging van het Besluit m.e.r. in werking getreden. Eén van de belangrijkste gevolgen van deze wetswijziging is dat de effecten voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst door middel van een vormvrije m.e,r,-beoordeling in beeld moeten worden gebracht. Het maakt daarvoor niet uit of een activiteit onder of boven de D-drempel waarde zit. Omdat de activiteit voorkomt in kolom 1 van de D-lijst dient dus wel een vormvrije m.e.r.beoordeling te worden verricht. Hiertoe dient een aanmeldnotitie te worden opgesteld op basis waarvan beoordeeld wordt of het noodzakelijk is een milieueffectrapportage op te stellen. Ad 2: Plan-m.e.r.-plicht vanwege passende beoordeling. Geconcludeerd kan worden dat voor het opstellen van een plan-m.e.r. als bedoeld in artikel 7.2a Wm geen aanleiding bestaat.

Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000gebied en ligt op afstand van Natura2000 gebied Rijktakken (circa 4,2 km), maar nabij Natura2000 gebied Veluwe (circa 135 m). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk of Groene ontwikkelingszone. Ook ligt er geen aanduiding van een Waardevol landschap in de buurt van dit perceel. Het perceel valt binnen de bebouwde kom en die ligt buiten de contour van het Nationaal Landschap de Veluwe, het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk die een effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In het kader van de Wet natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten optreden in Natura-2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepotisie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die overbelast zijn.

De effectbeoordeling stikstofdepositie heeft tot doel de NOX (stikstof) en NH3 (ammoniak) -emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Om de stikstofdepositie in kaart te brengen is een stikstofberekening uitgevoerd voor de gebruiksfase van voorgenomen plan. Deze1 en bijbehorende rapportage2 zijn als bijlagen bij de

1 AERIUS Calculator (2021). Gebruiksfase (RWmiCqKqHpuP dd. 27 juli 2021).

2

toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. In de volgende alinea’s worden de belangrijkste conclusies hiervan uiteengezet. Voor de gebruiksfase van het voornemen is per saldo sprake van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee sprake van een stikstofdepositie met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebied de ‘Veluwe’. Aangezien gebruik zal worden gemaakt van interne saldering, is er een Wet natuurbeschermingsvergunning aangevraagd bij de provincie Gelderland3. Hierbij wordt beroep gedaan op stikstofruimte uit het stikstofregistratiesysteem (SSRS). Na verlening van de natuurbeschermingsvergunning is een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk, aangezien er dan geen significant negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Vormvrije m.e.r.-beoordeling In de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Een vormvrije m.e.r.-beoordeling kan leiden tot twee conclusies: 1. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. of m.e.r.beoordeling noodzakelijk; 2.

belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De criteria waaraan moet worden getoetst zijn opgenomen in artikel 2 lid 5 Besluit m.e.r. artikel 7.16 lid 2 en 3 Wet milieubeheer. Hierbij moet rekening worden gehouden met de drie hoofdcriteria (de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van het project) van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn. De criteria betreffen: 1. Een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en voor zover van belang, van sloopwerken; 2. Een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; 3. Een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben;

2 Haver, P. (2021). Onderzoek stikstofdepositie AERIUS, Eerbeekseweg achter nr. 8 Laag-Soeren (19-206 dd.

27 juli 2021). Architectenbureau DBL. 3 Haver, P (2021). Vergunning Wet natuurbescherming Natura 2000 gebieden (dd. 28 juli 2021).

Architectenbureau DBL.

3

4. Een beschrijving, voor zover er informatie beschikbaar is, van de mogelijke waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van (indien van toepassing) a.

de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen

b.

het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit.

Beoordeling 1.

Fysieke kenmerken van het plan/project Het plan heeft tot doel om de nieuwbouw van een vrijstaande woning te realiseren aan de Eerbeekseweg achter nummer 8 in Spankeren, kadastraal bekend als gemeente Dieren, sectie P, nummer 2160. Het perceel betreft in de huidige situatie een onbebouwd grasveld. In de nabijheid van het plangebied vinden geen andere (grootschalige) ontwikkelingen plaats.

2.

Plaats van het project Het plan wordt uitgevoerd op een locatie die nu al in gebruik is als woongebied en gaat gebruikt worden als woongebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied en ligt op afstand van Natura2000 gebied Rijktakken (circa 4,2 km) en nabij Natura 2000-gebied Veluwe (circa 135 m). Het plangebied maakt eveneens geen deel uit van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en geen deel uit van Gelders Natuurnetwerk (GNN) of Groene ontwikkelingszone (GO).

3.

De waarschijnlijke milieugevolgen Er zijn geen significant negatieve effecten te verwachten.

Screening per milieuaspect Bodem en water Het voornemen voorziet niet in het realiseren van een functie met mogelijke negatieve gevolgen voor de bodem. Het plangebied was voormalig deels in dienst van een kwekerij. In onderhavig plan wordt een nieuwe verblijfsruimte aangevraagd. Hierom en vanwege de gedeeltelijke functieverandering van het plangebied is onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van bodemverontreiniging op het gehele plangebied. De bijbehorende rapportage4 is als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan gevoegd. Uit het verkennend asbest- en bodemonderzoek volgt dat er milieutechnisch gezien geen bezwaren voor de voorgenomen nieuwbouw op de locatie zijn gevonden.

4

Hunneman Milieu-Advies Raale B.V. (2019). Verkennend bodem- en asbestonderzoek op de locatie aan de

Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren (190905/sh/am dd. 4 december 2019).

4

Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over voorliggend initiatief door gebruik te maken van de digitale watertoets5. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. Vuilwater wordt rechtstreeks op het gemengde riool aangesloten en in de nieuwe situatie wordt het hemelwater wat valt op verhard oppervlak op een alternatieve manier afgevoerd naar de bodem of naar het oppervlaktewater.

Archeologie, cultuurhistorie en landschap De mate waarin een verwachting op het aantreffen van relicten bestaat, is vastgelegd in het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie Rheden 2013 en aanpassing regeling Buitenplaatsen', vastgesteld op 15 april 2014. Voor het perceel waar de nieuwbouwwoning gerealiseerd wordt geldt de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Ter plaatse van deze gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een door burgemeester en wethouders verleende vergunning werken en werkzaamheden groter dan 250 m² en waarbij dieper wordt gegraven dan 30 cm, uit te (laten) voeren. Het bouwvlak voor de te realiseren nieuwbouwwoning heeft een oppervlak van 96 m2. Voor het bouwen van de nieuwbouwwoning zijn geen heiwerkzaamheden voor de fundering benodigd. Dit geldt ook voor de eventueel te realiseren bijgebouwen. Er wordt in het gehele plangebied geenszins dieper dan 30 cm in de grond geroerd met de voorgenomen bouwwerkzaamheden. De gezamenlijke oppervlakte buiten het bouwvlak mag voor het bouwperceel (gehele plangebied, gelegen in gemeente Rheden én Brummen) niet meer dan 75 m2 bedragen. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de oppervlakte-eisen alsook de dieptecriteria. De locatie is niet in cultuurhistorisch waardevol landschap gelegen. Natuur Er is een Quickscan6 uitgevoerd waarin de voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet natuurbescherming.

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt geheel binnen grondgebied van de kern Laag-Soeren. De afstand van het plangebied tot PAS-gebieden 'Veluwe' en ‘Rijntakken’ is kleiner dan 5000 meter. Hierdoor moeten de te verwachtten effecten van het project worden beoordeeld. Gelet op de aard van de werkzaamheden, de afstand tot de gebieden en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie inzichtelijk gemaakt te worden. Met de Wet stikstofreductie en natuurverbetering 5

Waterschap Vallei en Veluwe (2021). Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte

procedure) (20210713-10-27124 dd. 13-07-2021). 6

Poelman, M. (2021). Quickscan Wet natuurbescherming Eerbeekseweg 8 te Laag-Soeren (BE/2020/177/7 dd.

20 augustus 2021).

5

die is ingegaan op 1 juli 2021 is daarmee ook de bouwvrijstelling ingegaan. De vrijstelling geldt voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten. Er is een verplichting om bij het bouwen of slopen van een bouwwerk de emissie van stikstof te beperken. Deze verplichting geldt voor bouw- en sloopwerkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning of een melding nodig is. Hiermee wordt beoogd dat de gebruikte machines en andere processen (eerder) worden vervangen door alternatieven die voor minder uitstoot van stikstofverbindingen zorgen. De vrijstelling geldt niet voor de gebruiksfase van wat wordt gebouwd of aangelegd. Het plangebied ligt buiten de Natura 2000-gebieden ‘Veluwe’, ‘Landgoederen Brummen’ en ‘Rijntakken’. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de ‘Veluwe’, op een afstand van ca. 135 m. Gelet op de relatief kleine afstand tot de Veluwe en de beoogde situatie dienen de effecten van stikstofemissie in de gebruiksfase inzichtelijk gemaakt te worden. Om de stikstofdepositie in de gebruiksfase in kaart te brengen is een stikstofberekening1 uitgevoerd. Na realisatie van het voorgenomen plan is sprake van een (geringe) toename in stikstofemissie. De woning wordt gasloos uitgevoerd en is stikstofneutraal. Echter, ten opzichte de huidige situatie leidt de beoogde ingreep tot een beperkte toename in het aantal verkeersbewegingen.

Zoals eerder beschreven is per saldo sprake van een rekenresultaat hoger dan 0,00 mol/ha/jr op natura 2000-gebied de ‘Veluwe’, waarmee sprake is van een stikstofdepositie met een mogelijk negatief effect. Het voorgenomen plan is aangemeld bij SSRS en er is een vergunningsaanvraag in het kader van de Wet natuurbescherming aangevraagd.

Ligging plangebied t.o.v. Natur-2000 (bron: AERIUS calculator)

Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als GNN. Het bestemmingsplan maakt overigens geen nieuwe functies/ontwikkelingen mogelijk die significant effect zouden kunnen hebben op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In onderstaande afbeelding is het GNN met een donkergroene kleur aangeduid, het GO met een lichtgroene kleur.

6

Bron: Omgevingsverordening Gelderland

In de Omgevingsverordening Gelderland is voorts vastgelegd de ligging van het Nationaal Landschap. De groene arcering geeft de gronden aan die binnen het Nationaal Landschap liggen, maar buiten het GNN, GO en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het beschermingsregime Nationaal landschap is hier niet van toepassing. De werkzaamheden zullen niet leiden tot externe werking op dit gebied of negatieve effecten sorteren. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten.

Bron: Omgevingsverordening Gelderland

Het plangebied is ook niet aangeduid als 'Weidevogelgebied' of 'Natte landnatuur'.

7

Soortenbescherming In de Quickscan zijn maatregelen per soortgroep benoemd die genomen moeten worden om rekening te houden met eventueel voorkomende zoogdieren en amfibieën. Bij het opvolgen van de maatregelen zijn geen vervolgacties nodig. Maatregelen voor beschermde soorten: Effecten op vogels zonder jaarrond beschermd nest kunnen niet worden uitgesloten, maar kunnen door maatregelen worden voorkomen. Afhankelijk van het tijdstip waarop de werkzaamheden worden uitgevoerd dient rekening gehouden te worden met broedende vogels. Vogels die broeden mogen nimmer verstoord worden. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ecoloog. Indien er geen broedende vogels worden vastgesteld, kunnen de werkzaamheden doorgang vinden. Door uitvoering van het voorgenomen plan wordt de functie van het plangebied als functioneel leefgebied voor de in het plangebied levende diersoorten niet aangetast. Woon- en leefmilieu Luchtkwaliteit Het voornemen draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan luchtverontreiniging. Geluid Woningen zijn niet opgenomen in de VNG-uitgave, omdat ze in beginsel niet aan te merken zijn als milieubelastende objecten. Echter zal wel sprake zijn van enig geluid als gevolg van de woonfunctie (leefgeluiden). Voor dergelijke geluiden gelden echter geen normen. Daarnaast zal de aanlegfase gepaard gaan met de productie van geluid.

Het geluid ten aanzien van de aanlegfase is tijdelijk en zal zoveel mogelijk beperkt worden. Verkeershinder en verkeersveiligheid De verkeersgeneratie als gevolg van de realisatie van de vrijstaande woning bedraagt 8 verkeersbewegingen per dag. Van een onevenredige toename van het aantal verkeersbewegingen is hiermee geen sprake. De toename van het aantal verkeersbewegingen is in planologische zin zeer beperkt. Gezondheid van de mens Voorliggende ontwikkeling voorziet in de realisatie van één woning. Een dergelijke kleinschalige ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor de gezondheid van de mens. Externe veiligheid De voorgenomen ontwikkeling maakt geen risicovolle inrichtingen of transportroutes van gevaarlijke stoffen mogelijk.

8

Gebruik van grondstoffen en energie Wat betreft gebruik van grondstoffen en verwacht energiegebruik heeft het plan geen bijzondere kenmerken, die zullen leiden tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Tijdens het bouw- en woonrijp maken zijn bouwmaterialen en grondverzet nodig. Tijdens de gebruiksfase zal elektriciteit en water nodig zijn. De woning zal gasloos gebouwd worden, conform de Wet Voortgang Energietransitie. De productie van afvalstoffen betreft voor de beoogde woning uitsluitend huishoudelijke afvalstoffen en afvalwater. Afvalwater wordt via het bestaande rioolstelsel afgevoerd. Huishoudelijke afvalstoffen worden zoveel mogelijk gescheiden om nuttige afvalstoffen op eenvoudige wijze te kunnen inzamelen en vervolgens te verwerken/recyclen. Er is geen sprake van de productie van gevaarlijk afval. Tijdelijke hinder Met een ruimtelijke ontwikkeling kan tijdelijke hinder als gevolg van bouwwerkzaamheden gepaard gaan. In de aanlegfase kan sprake zijn van tijdelijke verkeers- geluid-, en stofhinder van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden op de locatie. Het gaat dan om geluid en stof vanuit de bouwplaats en bouwverkeer van en naar het projectgebied. Vanwege de ligging, de omvang van de ontwikkeling en de geschatte tijdsduur (korte bouwperiode), is er geen noodzaak om verkeer tijdelijk om te leiden, met de daarbij behorende effecten.

Na afronding van de bouwwerkzaamheden zal de genoemde tijdelijke hinder volledig vervallen. Het aspect tijdelijke hinder leidt niet tot mogelijk belangrijke milieugevolgen. Conclusie In het kader van deze notitie is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van het plan voor de realisatie van een nieuwbouwwoning aan de Eerbeekseweg nabij nummer 8 in LaagSoeren. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat het plan op zich en in samenhang met andere plannen geen belangrijke negatieve gevolgen zal hebben voor de kenmerken van het gebied zelf en voor het woon- en leefmilieu van de omgeving. De voorgenomen activiteit ligt niet in beschermd gebied in het kader van waterhuishouding of natuur. Gelet op de kenmerken van het project, de locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effecten wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieueffecten van een dusdanige omvang dat sprake kan zijn van 'belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu'. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.(beoordelings)procedure voor dit project.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=d98d44b3-96cd-40a8-964a-1adddfc3203a