CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

310524 Solide Kadernota 2025

Beeldvormende vergadering sessie 1 20 juni 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Solide Kadernota 202516.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

subsidie aan vastzit (structurele subsidierelaties) conform een afbouwregeling moet worden ingepast. We zien mogelijkheden om via de weg van reclamebelasting onze inkomsten verhogen. Wij verwachten het jaar 2025 nodig te hebben voor de voorbereiding hiervan. Hierbij ontzien we gebieden die al een zogenaamde BedrijfsInvsteringsZone (BIZ) hebben. In deze gebieden wordt via die weg al geïnvesteerd in kwalitatieve versterking. Naar verwachting levert dit 100K op. Verder stellen wij voor de toeristenbelasting te verhogen zodat er structureel 100K meer binnenkomt.

Voor welke besparingen is niet gekozen: • • •

Hele budget economische ontwikkeling schrappen (75) Hele budget recreatie en toerisme schrappen (200K) Budget herontwikkeling Hoofdstraat Velp schrappen (50K)

Circulaire economie Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,05

0,05

0,00

0,00

Budget Circulaire economie

0,05

0,05

0,00

0,00

Totaal

0,05

0,05

0,00

0,00

Resumé autonome ontwikkelingen Er zijn geen relevante autonome ontwikkelingen te melden

Voorstellen voor ombuigingen Wij stellen voor het budget van 50K voor de circulaire economie te laten vervallen. We streven ernaar de circulaire economie onderdeel laten uitmaken van de lokale economie. De komende periode willen we op dit thema inzetten door aan te sluiten bij de inzet van de Groene Metropool Regie. Onze eigen incidentele programmamiddelen zetten we niet in. Dit thema zullen we bij de begroting 2025 – 2028 integraal onderbrengen bij het thema Economie. De huidige inzet op onze afvalinzameling zetten we voort. Omdat PreZero heeft aangegeven na 2025 te stoppen met de afvalinzameling voeren we in 2024 een verkenning uit naar de afvalinzameling voor de periode hierna. Het streven naar een afvalscheidingspercentage van 75% blijft staan. Wel realiseren ons dat de komende periode geen ruimte is voor grote investeringen om grote wijzigingen door te voeren.

Pagina 26

Omgevingskwaliteit: biodiversiteit, erfgoed en landschap Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,32

0,32

0,32

0,32

Budget Biodiversiteit, Erfgoed en Landschap

0,32

0,32

0,32

0,30

Totaal

0,32

0,32

0,32

0,32

Autonome ontwikkelingen De opgaven voor biodiversiteit, landschap en erfgoed zijn groot. In het landelijke gebied is – mede door de stikstofproblematiek – een transitie gaande naar een meer natuur-inclusieve landbouw. Binnen de opgaven voor biodiversiteit, erfgoed en landschap zullen wij de komende jaren vooral aansluiten op initiatieven van de verantwoordelijke overheden (rijk en provincie). Voor het wettelijke deel van deze taken nemen wij vanzelfsprekend onze verantwoordelijkheid (o.a. ruimtelijke plannen en omgevingsvisie). Wij zijn kansen in het slim inspelen en deelnemen aan plannen (gebiedstafels) van andere overheden. Het is daarbij van belang dat we zelf goed voor ogen hebben wat wij willen realiseren. Dit leggen we vast in de Omgevingsvisie. Cruciaal in de aanpak is het beschikbaar hebben van eigen specialistische kennis op deze thema’s. Dit hebben wij op dit moment beschikbaar en dat willen we behouden om zo met minder eigen financiële inzet toch onze doelen te kunnen realiseren. Tegelijkertijd zal de voorgestelde bezuiniging op deze thema’s een sterk effect hebben op doelstellingen die we niet (of later) bereiken. Zo zullen we het biodiversiteitsplan moeten herijken. Een verder versterking en vergroting van de biodiversiteit van de openbare ruimte zal minimaal zijn.

Voor initiatieven op deze thema’s, maar ook bestaande afspraken is de komende jaren geen geld meer beschikbaar. We streven met onze inzet en met regionaal samenwerking naar een demping van dit effect. We blijven inzetten op regionale samenwerking en zo onze toegang tot extern geld en onze mogelijkheden om te sturen op het gebruik van onze buitenruimte en op het oplossen van de grote opgaven in het buitengebied (biodiversiteit, recreatiedruk, verdroging, wateroverlast, landbouwtransitie, energietransitie, versterking landschap, verduurzaming, instandhouding landgoederen en buitenplaatsen) te behouden. Versterkingen zullen alleen mogelijk zijn als het ons lukt ook financiering binnen te halen. Maar we willen hier ook reëel in zijn, sommige zeer gewenste ontwikkelingen vanuit het willen, kunnen de komende jaren niet meer. Dit brengen we richting de begroting, maar ook daarna verder in beeld.

Voorstellen voor ombuigingen

Minimaal budget voor maximale opbrengst Biodiversiteit, erfgoed en landschap vormen de kernkwaliteiten van onze gemeente. Het zijn belangrijke ruimtelijke maar ook sociale en maatschappelijke dragers. Wettelijke taken blijven we uitvoeren (34K). We behouden een deel van het vrij te besteden beschikbare budget (150K van de ca 470K) en zetten dit in als vliegwiel om zoveel mogelijk verschillende doelen te kunnen bereiken: ▪ Met onze inzet zijn we goed in het binnenhalen van financiering van derden. Door een klein deel van het budget te behouden als cofinanciering kunnen we deze multiplier toch enigszins blijven benutten. ▪ Ondersteunen van initiatieven (bv. buurttuinen), onderwijsinstellingen, de vele vrijwilligers (bv. voor de open monumentendag) en werkgroepen. Zij zijn allemaal nodig om doelen voor Pagina 27

▪

▪

erfgoed, biodiversiteit en landschap te behalen, ze zijn daarvoor de ambassadeurs, maar het zijn kwetsbare netwerken. Kleine bijdragen (bv. plantmateriaal, voorlichtingsmateriaal, wildcamera, batdetector etc.) hebben een grote impact. Hiermee kunnen we het enthousiasme vasthouden en blijft de continuïteit gewaarborgd. Koppelkansen realiseren door een integrale benadering van erfgoed, landschap, biodiversiteit met sociale en maatschappelijke doelen. Groen verbindt mensen en is belangrijk voor een goede (mentale) gezondheid. Een voorbeeld van een koppelkans is het werken van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt in de tuin van kasteel Middachten. Dat draagt bij aan het behoud en versterking van het groene erfgoed en daarmee de economie van Rheden en tegelijkertijd dient het een sociaalmaatschappelijk doel. Met inzet van kennis, capaciteit en dit budget kunnen we samen met inwoners en verschillende partijen toch blijven werken aan behoud en versterking van de kernwaarden van onze gemeenten.

Het directe maatschappelijke effect van bezuiniging op het budget voor erfgoed, biodiversiteit en landschap laat zich moeilijk in een paar zinnen beschrijven. Het raakt zowel alle inwoners (en bezoekers) in de bebouwde omgeving als in het omliggende landschap, evenals alle andere medebewoners (flora en fauna) waarvoor we een grote verantwoordelijkheid hebben. De bezuinigingen grijpen direct negatief in op alle drie de kernwaarden van Rheden, geformuleerd in de omgevingsvisie in wording: ▪

Onze fraaie natuur en landschappen Bescherming van de natuur is een wettelijke taak vanuit de Omgevingswet. Als we de investeringen en overleggen met betrekking tot landschap, natuur en biodiversiteit minimaliseren dan verslechtert daarmee de kwaliteit van het landschap en heeft dat negatieve gevolgen voor de instandhouding van soorten en de basiskwaliteit natuur.

▪

De 7 unieke dorpen Toegang tot groen dicht bij huis draagt bij aan de gezondheid en het mentale welzijn van de inwoners. Als we minder investeren in erfgoed, biodiversiteit en de verbinding van het landschap met het groen in de dorpen heeft dat negatieve gevolgen voor de identiteit van de dorpen, de ruimtelijke kwaliteit van de woonomgeving en voor de leefbaarheid voor onze inwoners.

▪

Onze rijke cultuurhistorie Als we particuliere eigenaren niet meer ondersteunen bij investeringen in monumenten en landgoederen, vervalt ook de provinciale cofinanciering (jaarlijks 95k t.o.v. 101k eigen investering). We verliezen hiermee ook een groot deel van de investering die eigenaren doen aan hun monumentale pand of landgoed (bij monumenten al jaarlijks het tienvoudige van de gemeentelijke investering, in 2023 een bijdrage van 600k tegenover 57k van de gemeente), wat op termijn resulteert in achteruitgang van de staat van de groene en gebouwde monumenten. Naast verlies van de economische waarde voor de gemeente onder andere vanwege de toeristische aantrekkingskracht en de hogere waarde van de bebouwing in de omgeving is het ook een verlies van gespecialiseerde werkgelegenheid.

Voor welke besparingen is niet gekozen: • • • •

Hele budget landschap schrappen Hele vrij te besteden budget erfgoed schrappen Budget biodiversiteitsplan schrappen Rozendaalse veldverkopen (pm)

Pagina 28

Inrichting en beheer openbare ruimte Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

-0,73

-0,73

-0,73

-0,73

Vervanging / Verduurzaming wagenpark

-0,33

-0,33

-0,33

-0,33

Beheer openbare ruimte

-0,40

-0,40

-0,40

-0,40

Ombuigingen:

0,41

0,42

0,43

0,44

Doorbelasten personeel op projecten

0,20

0,20

0,20

0,20

Versoberen openbare ruimte

0,01

0,02

0,03

0,04

Klimaatadaptatie tkv rioolheffing

0,20

0,20

0,20

0,20

Totaal

-0,32

-0,31

-0,30

-0,29

Autonome ontwikkelingen De vraag naar uitvoerend personeel, bouwkosten en grondstoffen stijgt, waardoor we verwachten dat de prijzen verder door stijgen. Dit betekent dat lopende en nieuwe projecten meer kosten. Ook in het reguliere onderhoud zien wij stijgende kosten. Om ons basisniveau te kunnen blijven garanderen hebben wij hiervoor de benodigde extra middelen opgenomen in deze kadernota. Dit betreft:

-

-

€ 200.000 (S) Indexering bestek maaien van de gazons; € 100.000 (S) Indexering nieuw bestek vegen en onkruidbestrijding verharding wegen; (Totaal € 137.000 waarvan €37.000 van wegen wordt doorbelast naar riolering, dekking vanuit de rioolheffing) € 100.000 (S) Indexering bestek onderhoud straatverlichting en stijging materiaalkosten

Stikstof en netcongestie maken dat ook de uitvoering van reguliere taken risico lopen niet te kunnen worden gerealiseerd.

Voorstellen voor ombuigingen Openbare ruimte • •

We versoberen de openbare ruimte (40k) We schrappen één zogenaamde jaarschijf uit onze meerjarenplanning (opbrengst nu nog niet duidelijk) • We brengen het budget van 200K voor klimaatadaptatie ten laste van de rioolheffing • We belasten structureel 200K personeelslasten door aan de projecten We bezuinigen niet verder op het beheer van onze openbare ruimte. Wij zien beheer als meer dan alleen het onderhouden en in standhouden van de openbare ruimte. Beheer is ook het bijdragen aan maatschappelijke opgaven zoals klimaatopgaven, biodiversiteit en gezondheid van onze inwoners. Het beheer en onderhoud richt zich daarnaast op het minimaal veilig en functioneel houden van de openbare ruimte. We beperken kapitaalvernietiging. Wij zien als basisvoorziening voor beheer en onderhoud van groen, spelen, zwerfafval, wegmeubilair, etc. het zogenaamde landelijke CROW kwaliteitsniveau B (basis). Het gaat hierbij om de staat van het onderhoud. Conform het huidige integrale beheerplan is dit voor deze onderdelen ook zo ingericht (niveau B basis). Voor technische staat wegen heeft onze gemeente tot nu toe gekozen voor technische staat C (laag). Dit is onder het door ons gewenste basisvoorziening. Wij zien op dit moment geen ruimte om dit terug te brengen naar het basisniveau. Gezien ook de risico’s met betrekking tot dit thema Pagina 29

(zie autonome ontwikkelingen) kijken wij kritische naar onze investeringsplanning. Wij verwachten dat we één zogenaamde jaarschijf uit onze meerjarige investeringslijst te schrappen (vertragen) (besparing moet nog blijken). Verder zien wij ons genoodzaakt bij regulier onderhoud en vervanging kritisch te kijken naar de voorzieningen in de openbare ruimte. Wij zullen niet alles meer vervangen. Hierbij kunt u denken aan bankjes, speelplekken en kunstwerken (uiteindelijk 40K in 2028).

Voor welke besparingen is niet gekozen: • • •

Verder zakken in beheer en onderhoudsniveaus (CROW normen) (PM) Inrichting openbare ruimte sterk versoberen door weghalen alle speeltoestellen/bankjes etc.) (PM) Stoppen met gladheidsbestrijding

Mobiliteit en infra Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,17

0,17

0,17

0,17

Invoeren parkeergeld P-garage Dieren

0,15

0,15

0,15

0,15

Leges gehandicapten p-kaart

0,02

0,02

0,02

0,02

Totaal

0,17

0,17

0,17

0,17

Autonome ontwikkelingen Er zijn geen relevante autonome ontwikkelingen te melden naast autonome ontwikkelingen als de eerder genoemde, zoals de vraag naar uitvoerend personeel, bouwkosten en grondstoffen stijgt, maar ook de netcongestie en stikstof die voor mobiliteitsprojecten kunnen spelen.

Voorstellen voor ombuigingen Invoeren betaald parkeren parkeergarage Dieren (150K). De parkeergarage Dieren wordt betaald parkeren. Er is een kans dat (een deel van) de inwoners dan niet langer met de trein zal reizen en bijvoorbeeld het hele woon-werktraject met de auto gaan afleggen met als gevolg dat het drukker wordt op de wegen. Goede communicatie met de buurt is vereist i.v.m. verwachtingen die bij inwoners mogelijk spelen (parkeergarage blijft altijd gratis). Wij stellen voor leges te gaan heffen voor de gehandicapten parkeerkaart (15K). Wij stellen voor een onderzoek te doen naar de invoering van betaald parkeren in de hele gemeente (PM)

Voor welke besparingen is niet gekozen: •

Stopzetten verenbijdrage gemeente (60K)

Pagina 30

Financieel perspectief Tabel: Programmastaat 2 leefomgeving Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Begrotingsaldo 2024-2027

-13,93

-13,29

-14,01

-14,01

Autonome ontwikkelingen:

-0,73

-1,00

-1,08

-1,08

Energie- en warmtetransitie

0,00

0,00

0,00

0,00

Vernieuwing omgevingsbeleid en ruimtelijke ontwikkeling

0,00

-0,26

-0,20

-0,20

Volkhuisvesting

0,00

0,00

-0,15

-0,15

Economische ontwikkeling

0,00

0,00

0,00

0,00

Circulaire economie

0,00

0,00

0,00

0,00

Biodiversiteit, erfgoed en landschap

0,00

0,00

0,00

0,00

Inrichting en beheer openbare ruimte

-0,73

-0,73

-0,73

-0,73

Mobiliteit en infra

0,00

0,00

0,00

0,00

Voorstellen ombuigingen:

1,75

1,91

1,49

1,55

Energie- en warmtetransitie

0,28

0,43

0,00

0,00

Vernieuwing omgevingsbeleid en ruimtelijke ontwikkeling

0,10

0,25

0,30

0,35

Volkhuisvesting

0,15

0,00

0,00

0,00

Economische ontwikkeling

0,28

0,28

0,28

0,28

Circulaire economie

0,05

0,05

0,00

0,00

Biodiversiteit, erfgoed en landschap

0,32

0,32

0,32

0,32

Inrichting en beheer openbare ruimte

0,41

0,42

0,43

0,44

Mobiliteit en infra

0,17

0,17

0,17

0,17

-12,92

-12,38

-13,61

-13,55

Totaal

Pagina 31

3 Bestuur & organisatie

Wat is onze visie? Dienstverleningsagenda Een goede dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en instellingen vinden wij belangrijk. Daarvoor is een goed werkende gemeentelijke organisatie nodig. Slagvaardigheid in het realiseren van onze ambities is daarbij belangrijk. Op een aantal onderdelen verbeteren wij de digitale dienstverlening. Kansengelijkheid en inclusie Wij willen een samenleving die uitgaat van gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusie. Wij ambiëren gelijke kansen voor iedereen. Onderdrukking, uitbuiting en uitsluiting worden door ons met kracht bestreden. De gemeente Rheden is daarom ook een regenbooggemeente. Inwonersparticipatie ‘Samen maken we Rheden sterk’. Deze visie is het vertrekpunt voor de gemeente Rheden om via inwonersparticipatie de kennis en ervaring, creativiteit én organisatiekracht van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners te benutten bij het maken van de beste keuzes voor onze dorpen. Keuzes die de gemeente Rheden leefbaar en sterk houden. Regionale samenwerking en internationale betrekkingen De coalitiepartijen hechten veel waarde aan de gemeentelijke onafhankelijkheid en zelfstandigheid. Voor een aantal maatschappelijke vraagstukken is regionale samenwerking gewenst of noodzakelijk en soms verplicht.

De regionale samenwerkingen waarin wij participeren hebben een duidelijke toegevoegde waarde en vergroten onze effectiviteit en efficiency. In deze samenwerkingen hebben wij een actieve opstelling en inbreng. Daarbij hebben wij oog voor de democratische legitimatie. Wij intensiveren daarom de lokale en regionale samenwerking. Daarbij hechten wij veel waarde aan lokale samenwerkingen met ondernemers en het onderwijs. Rheden participeert in regionale gemeentelijke samenwerkingen daar waar het gemeenteoverstijgende opgaves betreft en een duidelijke toegevoegde waarde heeft. De context waarin gemeenten moeten opereren staat onder druk o.a. door de toegenomen complexiteit van de gemeentelijke opgaves, de krapte op de arbeidsmarkt en de sterk stijgende uitgaven door inflatie. In onze regio ervaren veel (kleine) gemeenten knelpunten in hun bestuurs- en organisatiekracht en verkennen daarom een intensievere samenwerking met buurgemeenten. Op initiatief van enkele buurgemeenten voert Rheden momenteel verkennende bilaterale gesprekken met Rozendaal, Doesburg en Renkum over een mogelijk intensivering van de ambtelijke samenwerking. Met betrekking tot internationale samenwerking continueren we de samenwerking met VNG International op basis van participatie in hun programma’s en projecten. Vastgoedportefeuille Wij willen meer duurzame voorzieningen op maat voor toekomstbestendige dorpen.

Daarbij geven wij aandacht aan circulair aanbesteden. Door middel van ons vastgoedbeleid willen wij de sociale verbindingen van de dorpen in Rheden behouden en, waar mogelijk, versterken. Op deze wijze behouden wij levendige dorpen met een duidelijk eigen karakter en identiteit. Ook culturele voorzieningen dragen bij aan de onderlinge sociale verbindingen. Tot slot draagt onze vastgoedstrategie bij aan solide, toekomstbestendige gemeentelijke financiën. Pagina 32

Organisatie Rheden wil een betrouwbare en slagvaardige organisatie zijn, die haar inwoners, ondernemers en bezoekers goede dienstverlening biedt. De gemeente biedt een verbindende rol bij de aanpak van vraagstukken, stimuleert en begrenst waar nodig en is gastvrij. Maatschappelijke opgaven en taken nemen toe en het speelveld waarin de gemeente acteert wordt steeds complexer. De gemeente wil actief inspelen en meebewegen op deze veranderingen. Dit vraagt meer en meer verbindend realiseren, wendbaarheid en flexibiliteit. De gemeentelijke organisatie wordt slim en 'lean’ ingericht.

Dienstverleningsagenda Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,01

0,01

0,01

0,01

KCC – burgerzaken: centralisatie KCC burgerzaken van 2 naar 1 locatie

0,01

0,01

0,01

0,01

Totaal

0,01

0,01

0,01

0,01

Autonome ontwikkelingen In Q2 of Q3 zal het Rekenkameronderzoek naar de dienstverlening van de gemeente Rheden beschikbaar komen en worden besproken en vastgesteld. Voorstel is om op basis van dit rapport een continu verbeterplan op te stellen. Uitgangspunt is hiervoor geen aanvullende middelen ter beschikking te stellen.

Voorstellen voor ombuigingen Centralisatie KCC Burgerzaken van twee locaties naar één locatie. Op dit moment zijn er twee locaties voor het Klantcontactcentrum van de afdeling Burgerzaken. Voorstel is terug te gaan naar één locatie.

Kansengelijkheid en inclusie Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

0,00

0,00

0,00

0,00

Thema: Kansengelijkheid en inclusie • Wij geven elke inwoner gelijke kansen.

Autonome ontwikkelingen Geen.

Voorstellen voor ombuigingen Pagina 33

Geen.

Inwonersparticipatie Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

0,00

0,00

0,00

0,00

Inwonersparticipatie instrument Actief betrekken van inwoners en ondernemers bij besluitvorming. Scope is gericht op de ontwikkeling van het instrument voor participatie en bredere communicatie. Hierop is geen eigen budget. Het is onderdeel van de energietransitie/duurzaamheidsagenda. Middelen komen in de toekomst vanuit verschillende projecten die een participatieparagraaf in hun plan moeten opnemen.

Autonome ontwikkelingen Geen.

Voorstellen voor ombuigingen Geen.

Regionale samenwerking en internationale betrekkingen Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

0,00

0,00

0,00

0,00

Thema: Regionale samenwerking en internationale betrekkingen • Verbetering samenspel Omgeving - Gemeenteraad – College – organisatie: Slagkracht in samenwerking. • Toekomstbestendige regionale samenwerkingsverbanden (visie en strategie op regionale samenwerking. • Realisatie van toegevoegde waarde door samenwerking.

Autonome ontwikkelingen Geen.

Voorstellen voor ombuigingen Onderzoek doen naar besparingsmogelijkheden door het uitbesteden van een aantal gemeentelijke activiteiten of externe samenwerking. Het voorstel is een onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor het uitbesteden van bestaande taken. Kunnen wij meer een Pagina 34

regiegemeente worden? Is het bijvoorbeeld voordeliger om: kabinetszaken, vastgoedbeheer, communicatie, financiën, beheer buitenruimte, catering restaurant (anders) uit te besteden?

Vastgoedportefeuille Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,13

1,20

1,20

1,20

Incidenteel opbrengsten verkoop vastgoed

0,00

1,00

1,00

1,00

Structureel verlaging beheerkosten vastgoed

0,00

0,07

0,07

0,07

Verlaging kapitaallasten nieuwe gemeentehuis door afschrijvingstermijn te verlengen

0,13

0,13

0,13

0,13

Totaal

0,13

1,20

1,20

1,20

Thema: Vastgoedportefeuille • Verduurzaming van de vastgoedportefeuille.

Autonome ontwikkelingen Als één van de autonome ontwikkelingen is opgenomen het verduurzamen van het vastgoed conform de wensen van het Rijk. De gemeente Rheden kan besluiten dit niet te doen en een deel te verkopen. De verduurzaming van het eigen gemeentelijk vastgoed moet haalbaar, betaalbaar en financierbaar zijn. Dit geldt natuurlijk ook voor het maatschappelijk vastgoed in de gemeente. De ambitie vanuit het klimaatakkoord is om het maatschappelijk vastgoed in 2050 CO2-arm te hebben. De sectorale routekaart voor gemeentelijk maatschappelijk vastgoed beschrijft hoe gemeenten het streef- en einddoel voor CO2-reductie in 2030 (49%) en 2050 (95%) kunnen halen. Gemeenten moeten elke 4 jaar aangeven hoe zij dit aanpakken binnen de eigen vastgoedportefeuille. Ze maken hiervoor een portefeuilleroutekaart of duurzaam meerjaren-onderhoudsplan (DMJOP). Gemeente Rheden kan besluiten dit niet te doen of anders te faseren (bijvoorbeeld starten in 2030).

Voorstellen voor ombuigingen Herijking portefeuille vastgoed, waaronder verkenning verkoop deel portefeuille. Verkopen van een deel vastgoed en gronden met maatschappelijke bestemming (dit draagt bij aan de reductie van de beheerskosten en levert incidenteel baten op. Bijvoorbeeld verkenning verkoop bedrijventerrein Spankeren (nu verpacht) en drie percelen op De Beemd, parkeergarage, sportterreinen, gemeentewerf Velp. Het in 2025 verkopen van een deel van de maatschappelijke vastgoedportefeuille zal mogelijk een bedrag aan éénmalige baten opleveren. Vanaf 2026 zal er op vastgoedbeheer structureel kunnen worden bespaard. Verlaging kapitaallasten nieuwe gemeentehuis door afschrijvingstermijn te verlengen De financiering van het nieuwe gemeentehuis is gebaseerd op en externe financiering. Deze financiering gaat uit van 40 jaar en een restwaarde van 0. Voorstel is te gaan werken met een restwaarde. De accountant moet hiermee akkoord gaan. Rente en restwaarde zijn cruciale factoren. De rente kan wisselen. Bedrag is daarom indicatief voor de genoemde bedragen.

Pagina 35

Integrale veiligheid Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

0,00

0,00

0,00

0,00

Ombuigingen:

0,00

0,10

0,10

0,10

Verkennen mogelijkheden beperking inzet middelen op OOV door intensieve samenwerking

0,00

0,10

0,10

0,10

Totaal

0,00

0,10

0,10

0,10

Autonome ontwikkelingen Geen.

Voorstellen voor ombuigingen Verkennen mogelijkheden beperking inzet middelen op OOV (Openbare Orde en Veiligheid) door meer intensieve samenwerking. Voorstel is een onderzoek te doen naar de mogelijkheden om door meer intensieve samenwerking de kosten op het gebied van openbare orde en veiligheid te verlagen. Kunnen we meer taken gezamenlijk uitvoeren?

Organisatie Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

-1,10

-1,10

-1,10

-1,10

hogere loonkosten door CAO

-1,10

-1,50

-1,50

-1,50

Compensatie hogere loonkosten meicirculaire

1,10

1,50

1,50

1,50

Actualisatie HR 21

-1,10

-1,10

-1,10

-1,10

Ombuigingen:

1,67

2,21

2,39

2,50

Meer efficiënte inzet van verschillende disciplines bedrijfsvoering

0,18

0,18

0,18

0,18

de Connectie rendement intensivering samenwerking/afbouw maatwerk

0,60

0,60

0,60

0,60

Het leaner en digitaler maken van de processen

0,02

0,14

0,14

0,14

Herijking balans formatie en bezetting

0,72

0,94

1,05

1,15

Licentie werkplekapp opzeggen

0,03

0,03

0,03

0,03

Reductie urencapacteit wethouders vanaf 2026

0,00

0,07

0,14

0,14

Net meer benutten restant budget professionalisering organisatie

0,11

0,24

0,24

0,24

Terugdringing externe kosten van vergaderen

0,02

0,02

0,02

0,02

Totaal

0,57

1,11

1,29

1,40

Pagina 36

Autonome ontwikkelingen De loonontwikkeling van de ambtelijke organisatie volgt uit de cao-afspraken. De huidige cao loopt van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025 met een loonafspraak van 4,75% per 1 januari 2024 en 1,25% per 1 oktober 2024, en 1% bovenwettelijke vakantiedag per 1 januari 2025. Voor de periode na 31 maart 2025 zijn nog geen cao-afspraken gemaakt. Daarom baseren we de raming voor de loonontwikkeling in 2025 op het Centraal Economisch Plan 2024 dat 22 februari 2024 door het Centraal Planbureau is gepubliceerd en een volledige compensatie bij de mei-circulaire. In januari 2023 is door het DT besloten een brede actualisatie uit te voeren naar de functie indelingen in ons systeem van functie- en functiewaardering (HR21). Aanleiding was achterstallig onderhoud en ontwikkelingen binnen functies. De actualisatie loopt door tot eind 2024. Er is een prognose opgesteld voor de kosten die dat met zich meebrengt op grond van de inventarisatieronde. De indelingsadviezen worden zomer 2024 uitgewerkt, waardoor het voorlopige overzicht van de kosten voor de begroting van 2025 wordt meegenomen. Nog niet op alle onderdelen van Bedrijfsvoering (HR, FIN) is de ondersteuning op dit moment op voldoende kwalitatief niveau. Daarmee voldoet Bedrijfsvoering op onderdelen niet aan het gewenste niveau van dienstverlening voor de realisatie van (bestuurlijke) ambities.

De ‘financiële functie’ ziet zich over de volle breedte van systemen, beleid & processen geconfronteerd met diverse uitdagingen van verschillende omvang. Dit heeft impact op het huidige niveau van advisering en ondersteuning ook waar het de mate van financieel in control zijn betreft. In dit verlengde en in verschillende mate hebben óók de andere onderdelen van de Bedrijfsvoering hun eigen uitdagingen.

Voorstellen voor ombuigingen De voorstellen voor ombuigingen hebben voor de verdere professionalisering van de organisatie twee perspectieven: 1. Structureel vergroten van de inkomsten; 2. Structureel verlagen van de kosten. Ad.1. Structureel verhogen van de inkomsten Indexeren OZB jaarlijks vanaf 2026 met inflatiecorrectie. Het voorstel is om de OZB voor woningen en niet-woningen jaarlijks te indiceren op de prijsontwikkeling (voorlopige inschatting 3%). Gemeente Rheden kan daardoor qua dienstverlening beter aan haar verwachtingen van inwoners voldoen. De lastendruk voor inwoners wordt echter hoger. Verhogen OZB met 20% tot Gelders gemiddelde. Gemeente Rheden heeft al jaren zeer lage OZB heffingen. Het voorstel is om de OZB voor woningen en niet-woningen op het Gelders gemiddelde te brengen. Dit betekent ongeveer 20% verhoging. Gemeente Rheden kan qua dienstverlening beter aan haar verwachtingen van inwoners voldoen. De lastendruk voor inwoners wordt echter hoger. Analyse mogelijkheden (kostendekkendheid) leges en belastingen (o.a. reclamebelasting, parkeertarieven). Het centraal strakker organiseren van de inkomsten van aanvullende leges, subsidies en licentie- en contractbeheer. Dit vraagt om een investering in medewerkers, maar zal door aandacht te besteden aan deze inkomstenverhogingen zichzelf terugverdienen is de verwachtingen.

Door strakker beleid op: Contracten en licenties, Legesinkomsten, waar mogelijk subsidieverwerving. Te denken valt aan toetsing op kostendekkendheid werkzaamheden gemeente Omgevingswet, reclamebelasting, opzeggen abonnementen en licenties. Ad.2. Structureel verlagen van de lasten Herijking balans formatie en bezetting. Op basis van de keuzes die u als raad maakt bij de besluitvorming over de kadernota, wordt voor de begroting van 2025 e.v. een herijking van de balans taken, formatie en bezetting uitgevoerd voor de gemeentelijke organisatie. Hierbij wordt ook gekeken naar het niet invullen van vacatures, natuurlijke uitstroom (door pensionering en wisseling van werkgever) en de benodigde omvang van het aantal fte. Pagina 37

Aandachtspunten hierbij zijn dat de inperking van de capaciteit niet ten koste gaat van basisdienstverlening aan inwoners, ondernemers en bezoekers en onacceptabele werkdruk/stijging ziekteverzuim. Op dit moment geeft Rheden 25,1% van haar loonsom uit aan externe inhuur. Voorstel is dit met 50% te reduceren en zoveel mogelijk werk door vaste medewerkers te laten uitvoeren. De meerkosten van externe inhuur vervallen daarmee. Daarnaast zal er een doorwerkend effect zijn op de benodigde capaciteit van de verschillende disciplines van Bedrijfsvoering. Dit omdat de andere afdelingen naar verwachting ook in hun capaciteit teruggaan. Alle teams zullen kritisch worden bezien op de mogelijkheden. Tot slot zal het restant budget ‘professionalisering organisatie’, zoals toegekend in 2023 door de Raad, niet meer benut worden. Het meer lean maken van werkprocessen. Het voorstel is een vijftal processen te selecteren betreffende grote volumes en sterk verbeterpotentieel binnen de gemeente en deze vanuit de lean filosofie en vanuit het programma digitaal Rheden te herontwerpen waardoor mogelijk aanzienlijke tijdsbesparing kan worden gerealiseerd. Hetzelfde geldt voor projecten en programma’s. Voorstel is ook voor alle projecten en programma’s te gaan werken met business cases en risicoanalyses. Met het meer lean maken van de processen zullen tijdsbesparingen kunnen worden gerealiseerd.

Daarmee heeft dit traject direct een relatie tot het Strategisch Personeelsplan. Reductie van de urencapaciteit aan wethouders vanaf 2026. Het voorstel is om na de bestuursperiode mei 2022 - mei 2026 met drie wethouders door te gaan. Het College krimpt daarmee met 20%. Dit levert voor de kosten van Bestuur, taakveld 0.1 een besparing op van 20%. Licentie op werkplekapp opzeggen. De werkplekapp licentie vervalt binnenkort. Wij kunnen ervoor kiezen om licentie op app niet te verlengen. Dat betekent dat we voor het nieuwe gemeentehuis andere afspraken moeten maken voor het gebruik van werkplekken. Terugdringing externe kosten van vergaderen. Voorstel is 50% minder extern vergaderen, het is voor ambtenaren niet meer toegestaan, tenzij akkoord College. Afbouwen maatwerkopdrachten aan De Connectie. Dit voorstel betreft het inperken van het meerwerk van De Connectie. Daarnaast taken beter selecteren en strakker sturen op de Dienstverleningsovereenkomst. Voorbeelden zijn: E-HRM en zaaksysteem. De omvang van het meerwerk is nu 0,5 mln.

Aangedragen maatregelen waarvoor het college niet heeft gekozen zijn: • •

Terugdringen van het opleidingsbudget • Beperken van het aantal steunraadsleden

Pagina 38

Algemene dekkingsmiddelen en overhead Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Autonome ontwikkelingen:

-3,68

-1,17

1,08

-0,33

Septembercirculaire gemeentefonds 2023

1,19

0,25

2,17

0,31

Correctie taakstelling gemeenschappelijke regelingen

-0,30

-0,30

-0,30

-0,30

Beheerkosten gemeentehuis

-0,20

-0,20

-0,20

-0,20

Investering in financiële functie

-0,50

-0,50

-0,33

0,00

Wegvallen opschalingskorting Rijk

-1,60

1,60

1,60

1,60

Indexatie budgetten worden gecompenseerd door meicirculaire 2024

0,00

0,00

0,00

0,00

Tarievenstijgingen en beleidsintensiveringen GR'en

-1,26

-1,17

-1,16

-1,18

WMO korting Rijk niet doorvoeren

0,00

0,15

0,30

0,45

Dotatie algemene reserve / versterken financiële positie

-1,00

-1,00

-1,00

-1,00

Ombuigingen:

3,29

2,63

3,04

3,47

Verhogen OZB met 20% tot Gelders gemiddelde

2,29

2,29

2,29

2,29

Jaarlijks indexeren OZB

0,00

0,33

0,75

1,17

Dotatie alg reserve in 2025 vervallen

1,00

Totaal

-0,38

1,46

4,12

3,14

Autonome ontwikkelingen Inzake de autonome ontwikkelingen wordt aangesloten bij de verwachtingen in de septembercirculaire 2023 voor de jaren 2025 t/m 2028. Naast de correctie taakstellingen wordt voor de prijsinflatie aangesloten bij de Rijkscorrectie hierop voor gemeenten. Het college stelt voor deze correctie één op één door te vertalen naar de gemeenschappelijke regelingen. Voor de beheerkosten van het nieuwe gemeentehuis en de versterking van de financiële functie verwacht het college een extra investering nodig te hebben. Financiële sturing is immers de komende jaren van cruciaal belang in verband met de rijkskortingen. Voor de Wmo-korting stelt het college voor om de lijn van de VNG te volgen.

Voorstellen voor ombuigingen Het versterken van de algemene reserve zal in 2025, vanwege de tekorten, niet plaatsvinden. Vanaf 2025 is het voorstel dit weer op te pakken. Tot slot stelt het college voor de OZB te verhogen tot het Gelders gemiddelde en vanaf 2026 te werken met een jaarlijkse indexering zoals veel gemeenten dit al doen.

Pagina 39

Financieel perspectief Tabel: Programmastaat 3 bestuur en organisatie Omschrijving (x € 1 miljoen)

2025

2026

2027

2028

Begrotingsaldo 2024-2027

81,09

73,75

72,52

72,52

Autonome ontwikkelingen:

-4,78

-2,27

-0,02

-1,43

Dienstverleningsagenda

0,00

0,00

0,00

0,00

Kansgelijkheid en inclusie

0,00

0,00

0,00

0,00

Inwonersparticipatie

0,00

0,00

0,00

0,00

Regionale samenwerking en int betrekkingen

0,00

0,00

0,00

0,00

Vastgoedportefeuille

0,00

0,00

0,00

0,00

Integrale veiligheid

0,00

0,00

0,00

0,00

Organisatie

-1,10

-1,10

-1,10

-1,10

Algemene dekkingsmiddelen en overhead

-2,68

-0,17

2,08

0,67

Reserves

-1,00

-1,00

-1,00

-1,00

Voorstellen ombuigingen:

5,11

6,15

6,74

7,27

Dienstverleningsagenda

0,01

0,01

0,01

0,01

Kansgelijkheid en inclusie

0,00

0,00

0,00

0,00

Inwonersparticipatie

0,00

0,00

0,00

0,00

Regionale samenwerking en internationale betrekkingen

0,00

0,00

0,00

0,00

Vastgoedportefeuille

0,13

1,20

1,20

1,20

Integrale veiligheid

0,00

0,10

0,10

0,10

Organisatie

1,67

2,21

2,39

2,50

Algemene dekkingsmiddelen en overhead

2,29

2,63

3,04

3,47

Reserves

1,00

0,00

0,00

0,00

Totaal

81,42

77,62

79,24

78,36

Pagina 40

3. Uitgangspunten en kaders Dit hoofdstuk behandelt de financiële omgangsvormen (kaders) tussen Raad en college. Daarbij wordt in het bijzonder ingegaan op de uitgangspunten die worden gehanteerd bij het opstellen van de financiële prognose in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028. Voor deze uitgangspunten gelden de volgende kwaliteitseisen: • de uitgangspunten dienen een voldoende realiteitsgehalte te hebben, zodat een zo goed mogelijke voorspelling wordt gedaan van de te verwachten jaarrekeningresultaten; • de uitgangspunten die het begrotingsresultaat bepalen worden zoveel als mogelijk consequent toegepast; • beoogd wordt een zo goed mogelijk inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de begrotingsresultaten van de opeenvolgende jaren. Verder worden in dit hoofdstuk, naast algemene budgettaire uitgangspunten, diverse specifieke kaders uiteengezet die betrekking hebben op de (meerjaren-)begroting 2025-2028.

Structuur van programmabegroting Het rekenkameronderzoek naar de programmabegroting Rheden “naar een betere sturing in de toekomst” markeerde in 2021 de start van een project gericht op de doorontwikkeling van de programmabegroting. Deze doorontwikkeling raakt niet alleen de programmabegroting, maar ook de daaraan gerelateerde P&C documenten bestaande uit de eerste bestuursrapportage (1e berap), de tweede bestuursrapportage (2e berap) en de jaarstukken. De meeste recente stap in dit groeimodel is zichtbaar in de programmabegroting 2024. Deze programmabegroting is meer gericht op de 3 W-vragen en de budgetten zijn uitgesplitst per thema. Daarnaast is er ook binnen de programma’s meer aandacht voor de risico’s die het behalen van een doel in de weg staan. Met deze kadernota geven we het kader voor de programmabegroting 2025, waarin een volgende stap wordt gezet om te zorgen dat de programmabegroting beter op de behoefte van de raad aansluit. In de programmabegroting 2025 worden de volgende aanbevelingen opgepakt: 1. Maak nadrukkelijker onderscheid tussen indicatoren en resultaten, waarbij; a. De 1 tot 3 indicatoren in combinatie met het doel beschrijven welk effect we willen bereiken. Liever 1 goede dan meerdere minder concrete indicatoren, b. Stuur strikt op maximaal 3 indicatoren. 2.

Breng meer scherpte aan in de verwoording van doelen en ga ervan uit dat raadsleden de aanleiding en actueel beleid kennen. Neem per doel een lijst op met relevante beleidsdocumenten, inclusief mogelijkheid om door te klikken (zgn. hyperlinks). 3. De begroting is optelsom voor alles wat we altijd al doen (“going concern”1) en wat we additioneel gaan doen (“growing concern” 2). De resultaten beschrijven het nieuwe dat we daarvoor gaan doen (“growing concern”). Dit betekent dat; a. We niet langer alles opnemen wat we doen om dat doel te bereiken, maar alleen de nieuwe resultaten. Daarmee geven de resultaten niet langer een overzicht van alles wat we doen, de doelen nog wel. b. Resultaten meer actief en concreet worden opgeschreven. 4. Neem voor deze resultaten indicatief op wat ze mogen kosten. De genoemde bedragen zijn kaders waarbinnen de gewenste effecten worden gerealiseerd. De financiële kaders zijn opgebouwd vanuit verschillende bouwstenen / schattingen en derhalve indicatief voor

1

Deze zaken lopen door en zullen zonder interventie op dezelfde manier doorlopen worden. De zaken die je wil veranderen en die een groei doormaken. Je herkent ze aan de veranderwens die eraan ten grondslag ligt. 2

Pagina 41

uitvoering maar kaderstellend voor de monitoring. Hiermee wordt dus meer inzicht gegeven in de kosten voor wat we extra moeten doen om het doel te bereiken.

Financieel kader Overeenkomstig de Gemeentewet dient de gemeente te beschikken over een structureel sluitende begroting, dan wel zal de meerjarenraming een financieel evenwicht moeten laten zien. Voor zover hier geen sprake van is, bestaat de mogelijkheid dat de gemeente onder preventief toezicht komt te staan van de provincie. De volgende algemene uitgangspunten van het te volgen financieel beleid zijn van toepassing op de begroting 2025: • Wij streven naar een evenwichtige financiële situatie. De financiële kengetallen, zoals in de begroting worden opgenomen, geven daarbij inzicht in de financiële ontwikkelingen van onze gemeente. Voorwaarde is dat er balans is in de inkomsten en uitgaven waardoor er sprake is van een sluitend meerjarig perspectief passend bij het gewenste voorzieningenniveau. • De gemeente Rheden streeft naar een begroting die structureel en reëel in evenwicht is. • Autonome ontwikkelingen: de gemeente heeft geen invloed op de wijzigingen en heeft geen of weinig keuzemogelijkheden. De Begroting 2025 wordt opgebouwd vanuit het bestaande, door de Raad geaccordeerde, beleid. Voor nieuw beleid geldt het uitgangspunt van de integrale afweging, waarbij de Raad, gegeven het toekomende budgetrecht, de besluiten neemt en daarmee de nieuwe middelen beschikbaar stelt.

Uitgangspunten bij bepalen baten Belastingen en Lokale heffingen De jaarlijkse vaststelling van de tarieven, zoals deze in de begroting worden verwerkt, is gebaseerd op het door de Raad vastgestelde tarievenbeleid en hieraan ten grondslag liggende consistente en objectieve uitgangspunten. We streven ernaar om alle diensten kostendekkend uit te voeren. Voor de berekening van de tarieven lokale heffingen 2025 worden de volgende berekeningsmethodes gehanteerd: • Voor de tarieven waarvoor als uitgangspunt dient ‘100% kostendekkendheid’, wordt het tarief berekend op basis van een kostprijsberekening. Hierbij worden de direct- en indirect toe te rekenen kosten aan de prestatie (activiteit) toegerekend en vervolgens op grond van de geraamde aantallen ‘omgeslagen’ in een tarief, waarbij vervolgens een kostendekkend tarief ontstaat; • Voor de tarieven waarbij de jaarlijkse stijging wordt gebaseerd op het geraamde inflatiepercentage wordt uitgegaan van het tarief over 2024, vermeerderd met de inflatieontwikkeling zoals deze is opgenomen in de meicirculaire 2024 van het gemeentefonds; • Belastingen en heffingen: We streven ernaar om alle diensten kostendekkend uit te voeren. De opbrengst van de onroerende zaakbelastingen wordt jaarlijks met het verwachte inflatiepercentage verhoogd.

Voor de hoogte van de OZB geldt geen voorgeschreven norm, behalve bij een eventuele “artikel 12-aanvraag”, dan geldt een normtarief voor de OZB als één van de toelatingseisen. In dat geval dient een gemeente minimaal 20% meer OZB te heffen dan het landelijk gemiddelde. In de onderstaande tabel wordt voor de financieel relevante lokale heffingen uiteengezet welke uitgangspunten worden gehanteerd in het tarievenbeleid. Deze uitgangspunten zijn bepalend voor de berekening van de tarieven voor 2024.

Pagina 42

Uitgangspunten tarievenbeleid lokale heffingen (maximaal) 100 % kostendekkend tarief Onroerende zaakbelastingen Afvalstoffenheffing/reinigingsrechten Rioolrechten Bouwleges Hondenbelasting Toeristenbelastingen Forensenbelasting Secretarieleges Begraafrechten

Jaarlijkse stijging op basis van inflatiepercentage

Andere uitgangspunten

X X X X X X X X X

Leges De leges worden in de begroting geraamd op basis van het verwacht aantal verstrekkingen en de tarieven overeenkomstig de geldende verordening. Op basis van de begrote lasten over 2025 worden in het najaar van 2024 de nieuwe kostendekkende tarieven berekend en in een wijziging van de legesverordening aan de Raad ter vaststelling voorgelegd. Na besluitvorming door de Raad zal de begroting 2025, waar van toepassing, worden aangepast op de nieuwe tarieven.

Prijzen gemeentelijke goederen en diensten Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en diensten van de gemeente, die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.

Algemene uitkering De berekening van de algemene uitkering voor de begroting en meerjarenraming wordt in principe gebaseerd op de meicirculaire 2024. De effecten van de septembercirculaire 2024 op het financieel meerjarig perspectief worden door middel van een memo / raadsinformatiebrief met de Raad gedeeld en betrokken bij de besluitvorming over de Programmabegroting 2025 in november 2024.

Opbrengst huur en pacht De opbrengsten van de huur en de pacht worden begroot op basis van de hieraan ten grondslag liggende beleidsdoelstellingen en contracten. Voor zover sprake is van leegstand bij de te verhuren objecten wordt toch rekening gehouden met een substantiële bezetting. Hiermee wordt bereikt dat in de begroting de te realiseren opbrengsten blijken en dat bij de jaarrekening inzicht ontstaat in het bezettingsresultaat.

Pagina 43

Uitgangspunten bij bepalen lasten Loon- en prijsontwikkelingen In de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 worden stelposten gereserveerd waaruit verwachte prijsstijgingen en autonome kostenontwikkelingen kunnen worden opgevangen. Als basis voor die inflatiepercentages wordt de meicirculaire van 2024 gehanteerd.

Financieringskosten (rentekosten) De financieringskosten worden in de begroting 2025 opgenomen op basis van een geactualiseerde middellange financieringsprognose. Hierbij wordt de financieringspositie van de gemeente herberekend en over het overschot c.q. tekort rente gecalculeerd. In de begroting 2025 en verder wordt voor het financieringstekort voor zover deze de kasgeldlimiet overschrijdt een rentekostenvoet gehanteerd van 3%. Voor kortlopende financiering (onder de kasgeldlimiet) zal een rentepercentage worden gehanteerd van eveneens 3%. Het financiële effect zal verwerkt worden in de meerjarenraming 2025-2028. Voor de rentelasten die bij derden in rekening worden gebracht en die onderdeel uitmaken van de kostprijsberekening van de in het verleden gedane investeringen - gelden de destijds vastgestelde rentepercentages. De structurele rentekosten zijn daarmee volledig in de begroting en meerjarenraming verwerkt.

Afschrijvingskosten De afschrijvingskosten worden berekend naar gelang de economische levensduur van het betreffende activum. Hierbij worden de afschrijvingstermijnen gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage 1 van de financiële verordening gemeente Rheden 2024. Voor de jaarlijkse raming van afschrijvingskosten hanteren we de volgende uitgangspunten: ·De structurele afschrijvingslasten van investeringen tot en met 2023, en van investeringen van 2024 waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden, worden volledig in de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 verwerkt en toegerekend aan de hierop betrekking hebbende programma’s; •

Met de vaststelling van de begroting stelt de Raad de financiële ruimte beschikbaar voor de lasten die voortkomen uit de zogenoemde investeringslijst. Deze lijst heeft betrekking op vervangings- en uitbreidingsinvesteringen en dient ter onderbouwing van de gevraagde financiële ruimte; • Voor investeringen die verband houden met nieuw beleid (uitbreidingsinvesteringen) wordt door het college aan de Raad in een afzonderlijk raadsvoorstel verzocht het investeringskrediet beschikbaar te stellen; • Het college stelt de investeringskredieten beschikbaar voor vervangingsinvesteringen voor zover de hiermee verbonden lasten passen binnen de door de Raad beschikbaar gestelde financiële ruimte; Ten aanzien van de begroting 2025 zal als volgt worden gehandeld: •

•

• •

In de uiteenzetting van de financiële positie in de programmabegroting 2025 wordt de financiële ruimte in beeld gebracht die verband houdt met ‘uitbreidingsinvesteringen’. Ter onderbouwing dient de investeringslijst 2024-2028; Voor het begrotingsjaar 2028 wordt een investeringsruimte opgenomen die gelijk is aan de daling van de afschrijvingslasten in dat jaar als gevolg van volledig afgeschreven investeringen. Hierbij doet zich geen budgettair effect voor; In de programmabegroting zal de investeringslijst 2024-2028 worden opgenomen; Met het vaststellen van de programmabegroting 2025 stelt de Raad overeenkomstig het bepaalde in de Financiële verordening gemeente Rheden 2024 de middelen beschikbaar

Pagina 44

voor de uitvoering van het investeringsprogramma (investeringslijst 2024-2028) door het college.

Personeelskosten (salariskosten) De salariskosten worden in de begroting 2024 geraamd op de toegestane formatieomvang en de hierbij behorende loonkosten van de personeelsleden op basis van de huidige cao afspraken. In de meerjarenraming 2025-2027 wordt jaarlijks een stelpost opgenomen in verband met een kostenstijging als gevolg van (extra) periodieke verhogingen, functiewaarderingen en dergelijke.

Reserves en voorzieningen Op grond van de financiële verordening biedt het college de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en voorzieningen aan. In deze nota wordt een toelichting gegeven over de noodzakelijkheid en de gewenste omvang van de reserves en voorzieningen. We verwachten in het 1e kwartaal van 2025 een 'Nota herziening reserves en voorzieningen' aan de raad te kunnen voorleggen.

Subsidieverstrekkingen De hoogte van de subsidieverstrekkingen wordt gebaseerd op de van toepassing zijnde subsidieverordeningen en, voor zover hier sprake van is, subsidiecontracten. Indien in deze van een indexering is voorzien, geldt voor het jaar 2025 een stijging van maximaal het verwachte inflatiepercentage op basis van meicirculaire gemeentefonds 2024. Indien een indexering niet is voorzien geldt de nullijn.

Grondexploitatie De uitgangspunten die bepalend zijn voor de financiële prognoses in de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026-2028 zijn in de beleidsnota grondbeleid gemeente Rheden 2015 opgenomen.

Kosten Regionale samenwerkingen De kosten als gevolg van regionale samenwerkingen (Verbonden partijen) zijn in de begroting verwerkt.

Incidentele begrotingsruimte In de begroting 2025 wordt een incidentele begrotingsruimte opgenomen van € 45.000. Deze post dient als dekkingsmiddel voor incidentele wensen van het college en/of raad, alsmede voor incidentele tegenvallers die zich voordoen.

Pagina 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=a272b1e0-ec26-4ded-94f9-ff3074e6193c