2447 Solide Kadernota 2025 (24.47)
Tekst van het document
Solide Kadernota 2025
Datum vaststelling B&W
:
Datum besluitvorming Raad :
28 mei 2024 2 juli 2024
Inhoudsopgave Voorwoord .......................................................................................................................... 3 Opbouw en leeswijzer kadernota ........................................................................................ 4 Indicatie ontwikkeling financieel perspectief ......................................................................... 4 1. Inleiding en samenvatting ................................................................................................ 5 1.1 Inleiding en samenvatting ............................................................................................ 5 Indicatie ontwikkeling financieel perspectief ......................................................................... 8 2 Programma's.................................................................................................................... 9 1 Samenleving ................................................................................................................ 10 2 Leefomgeving ............................................................................................................... 18 3 Bestuur & organisatie .................................................................................................... 32 3.
Uitgangspunten en kaders ............................................................................................... 41 Uitgangspunten bij bepalen baten ...................................................................................... 42
Voorwoord Als college bieden wij u de Solide Kadernota 2025 aan met keuzemogelijkheden voor een sluitende programmabegroting voor 2025. Voor 2026 en volgende jaren is het financieel beeld nog niet geheel sluitend omdat wij de rijkskortingen wel verwerkt hebben, maar niet acceptabel vinden. Een definitief standpunt rond een mogelijke compensatie van het Rijk wachten we af. De kadernota geeft invulling aan de kaderstellende rol van de raad. Het doel van de kadernota is om inhoudelijk vooruit te kijken naar het begrotingsjaar 2025 e.v., een integrale afweging te maken van prioriteiten en daarmee de financiële kaders vast te stellen. De integrale afweging van prioriteiten en de financiële kaders zijn voor ons de basis voor het opstellen van de begroting 2025 e.v. die we u dit najaar ter besluitvorming aanbieden. Daarbij is aandacht voor de samenhang met Koers Omgevingsvisie, Koers Sociaal Domein, Economische visie en Organisatie/Bedrijfsvoering. Het college heeft eerder met de raad haar uitgangspunten voor het dichten van het tekort gedeeld. 1. Rheden vindt de 9 miljoen euro korting vanuit het Rijk niet acceptabel; maar gaat wel (innovatieve en samenhangende) maatregelen voorbereiden om financieel solide te worden op de langere termijn; 2. Rheden wil concrete maatregelen treffen om 2025 structureel (dat wil zeggen doorwerking naar 2026-2028) en aanwijsbaar sluitend te maken 3.
Rheden kiest primair voor ombuigingen op programmakosten, aanpassing organisatie is daaropvolgend; 4. Rheden wil vanuit het Willen (Omgevingsvisie, Koersdocument Sociaal Domein, Economische Visie en Groener, Socialer en Dichterbij) naar het Kunnen (Programmabegroting 2025 ev.); 5. Rheden wil duidelijk maken wat zij als een basisdienstverlening voor haar gemeente ziet om langs die lijn prioriteiten te kunnen stellen; 6. College maakt 2025 structureel (direct en concreet) sluitend met een pakket van 8,5 mln. aan maatregelen, waarin zij keuze heeft gemaakt wat wel/niet meer bestuurlijk acceptabel is. Per beleidsthema wordt aangegeven welke maatregelen wel overwogen zijn maar niet acceptabel worden geacht. 7. Het gaat erom duidelijk te maken wat het College als een basisrol en voorziening voor haar gemeente ziet, om langs die lijn prioriteiten te kunnen stellen. 8. College vraagt Raad richting te geven wat wel acceptabel is (geen inbreuk op de basis) en wat niet (inbreuk op de basis) 9. De maatregelen liggen op de terreinen van: • Programma Samenleving • Programma Leefomgeving • Programma Bestuur & Organisatie Deze kadernota geeft invulling aan deze basis-denklijnen.
Pagina 3
Opbouw en leeswijzer kadernota 1. Inleiding en samenvatting 2. Uiteenzetting per programma Per programma is beschreven: a. Visie b. Autonome ontwikkelingen per thema c. Ombuigingsvoorstellen, impact en financiële gevolgen d. Voorstellen die overwogen zijn maar niet acceptabel worden geacht 3. Uitgangspunten en kaders voor het opstellen van de begroting 2025
Indicatie ontwikkeling financieel perspectief Verwachte ontwikkeling financieel perspectief Bedragen x € 1 miljoen
2025
2026
2027
2028
Programmabegroting 2024-2027
0,77
-6,43
-8,00
-8,00
Autonome ontwikkelingen
-9,01
-6,77
-5,10
-8,01
Ombuigingen
8,51
11,15
13,12
15,13
Saldo Kadernota 2025-2028
0,27
-2,05
0,02
-0,88
(x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Programmabegroting 2024
0,77
-6,43
-8,00
-8,00
Autonome ontwikkelingen
-3,50
-3,50
-4,00
-5,50
Ombuigingen
1,65
3,10
4,90
6,31
Autonome ontwikkelingen
-0,73
-1,00
-1,08
-1,08
Ombuigingen
1,75
1,91
1,49
1,55
Autonome ontwikkelingen
-4,78
-2,27
-0,02
-1,43
Ombuigingen
5,11
6,15
6,74
7,27
Totaal bijstellingen:
-0,50
4,38
8,02
7,12
Verwacht perspectief stand Kadernota 2025
0,27
-2,05
0,02
-0,88
Verwachte ontwikkeling fin.perspectief
Bijstellingen Kadernota 2025: Pr. 1 Samenleving
Pr. 2 Leefomgeving
Pr. 3 Bestuur & organisatie
Pagina 4
1. Inleiding en samenvatting 1.1 Inleiding en samenvatting Rheden 450 jaar heeft ons in 2023 allemaal energie gegeven. In 2023 hebben we ook de kracht van onze samenleving gezien. Inwoners, onderwijsinstellingen en ondernemers hebben 2023 gemaakt tot een onvergetelijk jaar. Een brede deelname van inwoners en ondernemers was daarin de succesfactor. De activiteiten blijken ook een duurzaam effect te hebben (sociale cohesie; coalitieakkoord: socialer en dichterbij) en het uitreiken van bomen (hittestress; coalitieakkoord: groener). Deze energie en kracht zullen we hard nodig hebben om dit jaar te komen tot, en vervolgens invulling te geven aan, een solide kadernota voor de komende jaren. Tegelijkertijd leven we in een tijd waarin nieuwe onzekerheden zich voordoen. In Oekraïne en Gaza woeden nog steeds gruwelijke oorlogen waardoor grote groepen mensen zijn weggevlucht van huis en haard en op zoek zijn naar een veilig heenkomen. Ook in Rheden doen we er alles aan om hen op een goede wijze op te vangen. De begroting van de gemeente staat onder grote druk. De financieringssystematiek van het Gemeentefonds verandert per 2025. Met ingang van 2026 wordt overeenkomstig de Voorjaarsnota 2024 een algemene structurele korting van 2,3 miljard euro op het gemeentefonds toegepast. Het jaar 2026 wordt gekenschetst als het ravijnjaar.
Daarnaast is in de Voorjaarsnota een incidentele korting van 675 miljoen euro voor het jaar 2025 opgenomen. Ondanks deze verminderingen in het gemeentefonds blijven onze opgaven op de gebieden klimaat, woningopgave of sociaal domein ongewijzigd. Dit betekent dat deze begroting 2025 ev. een strategische begroting is; strategisch omdat het belangrijke keuzes bevat om onze opgaven meerjarig passend te maken binnen een flink gereduceerd budget. Samenwerking met onze inwoners is daarbij van belang, waarbij we kiezen voor een meer verbindende rol als gemeente en minder die van ontzorgende en handhavende. Daarbij blijft het motto uit ons coalitieakkoord ‘socialer, groener en dichterbij’ het uitgangspunt. De meest kwetsbaren willen wij daarbij ontzien. Ook de keuzes van ons nieuwe kabinet zijn nog onzeker, ondanks dat het hoofdlijnenakkoord wel richting geeft. Wij hopen op snelle duidelijkheid over de financiële situatie van gemeenten vanaf 2026. Gelet op deze budgettaire ontwikkelingen zijn in deze kadernota bij de taakuitvoering keuzes gemaakt die voelbaar worden voor onze inwoners. De volgende vier uitgangspunten zijn daarbij leidend geweest: 1. Samen met de inwoners. We hebben een participatietraject doorlopen met inwoners, de Raad en maatschappelijke partners om ideeën te verzamelen voor de toekomst van onze gemeente.
Dit heeft geleid tot een inhoudelijke visie voor zowel de leefomgeving als de samenleving. Ook hebben we samen met de Raad besparingsrichtingen besproken voor de komende periode.
Pagina 5
2. Inhoudelijke visie als vertrekpunt. Onze beleidskeuzes voor leefomgeving, samenleving en economie vormen de basis voor toekomstige wettelijke en autonome taken. We benutten de raakvlakken tussen deze beleidsterreinen voor optimale keuzes. De beschikbare en vastgestelde visies zijn:
• • •
Koersdocument Samen leven in Rheden (28 mei 2024) Koers voor de Omgevingsvisie Rheden (24 april 2024) Economische visie en uitvoeringsprogramma (1 november 2022) De oplossingen voor de centrale opgave liggen in de overlap van deze visies (zie onderstaande figuur).
De directe werk- en leefomgeving, de buurt of wijk met de aanwezige voorzieningen daarin, creëren kansen op of belemmeringen voor gezondheid. Wij kiezen naast ouderen ook voor de jeugd, als onze toekomst. Verschraling in financiële zin, betekent niet per definitie minder aandacht. 3. Willen en kunnen in balans. De directe omgeving beïnvloedt de gezondheid. We richten ons naast ouderen ook op de jeugd als onze toekomst. Ondanks financiële uitdagingen moeten we keuzes maken om dingen anders te doen. Er zijn aanknopingspunten geïnventariseerd om het 'willen' en 'kunnen' in balans te brengen, gebaseerd op de drie visies. 4. Differentiëren waar mogelijk. Om onze financiële doelen te bereiken, willen we differentiëren in dienstverlening en voorzieningen, volgens de principes 'juiste zorg op de juiste plaats' en 'sterkste schouders dragen de zwaarste lasten'. Dit moet leiden tot effectievere en efficiëntere dienstverlening, zoals geïllustreerd door de ‘Wijkaanpak Stenfert’. Op basis van deze uitgangspunten gaan we voor onze inwoners doen wat nodig is. De verslechterde financiële situatie waar de gemeente nu mee wordt geconfronteerd als gevolg van de door het Rijk opgelegde kortingen, moeten we voor nu accepteren zoals deze is. De keuzes die in deze kadernota zijn gemaakt worden gedirigeerd vanuit ons coalitieakkoord: Pagina 6
-
Groen: we blijven inzetten op behoud van onze biodiversiteit en nemen klimaatmaatregelen waar nodig. Sociaal: de integrale wijkaanpak, woningbouwversnelling en de sociale basis zijn onze ankerpunten. Dichterbij: de inwoner blijft centraal staan en we blijven investeren in onze relatie met de onze inwoners, de lokale economie en blijven faciliteren in inwoners initiatieven.
Op basis van deze uitgangspunten kiest Rheden ook primair voor ombuiging op programmakosten. Het is daarbij belangrijk dat we, naast aanpassing van de doelstellingen, ook kijken naar een andere manier van werken. Een aanpassing van de organisatie is volgend met daarbij ook oog voor een optimalisering van de bestaande werkprocessen. Een slanke en wendbare overheid die snel en gericht kan reageren op de vragen uit de samenleving is het doel. Hierbij gaan we nog meer dan voorheen gebruik maken van de kansen in en de kracht van de regio. Dit wordt proactief opgepakt in alle drie programma’s en in de begroting komen we hierop terug. Vanuit financieel perspectief is het van belang dat er keuzes worden gemaakt met oog voor een juiste balans van doelstellingen, geld en rol gemeente. Maximaal kostendekkende tarieven en meer aandacht voor en focus op het binnenhalen van externe financiering is noodzakelijk. Bij het opstellen van de programmabegroting 2025, volgen wij het door de VNG afgegeven advies om eerst het jaar 2025 sluitend te maken. Voor de jaren vanaf 2026, het Ravijnjaar, is de begroting niet sluitend omdat nog onvoldoende zicht is op de mogelijke terugval en wat dit betekent voor onze taken. Wel maken we, overeenkomstig het VNG-advies, inzichtelijk wat de kortingen zouden kunnen betekenen voor onze dienstverlening in de jaren na 2025.
Voor een belangrijk deel zal dat zijn op de medebewindstaken, omdat voor die taken in de afgelopen jaren onvoldoende geld is overgedragen om deze naar behoren te kunnen uitvoeren. Gemeente Rheden wil daarom met de Provincie, die toezicht houden op de gemeentelijke begrotingen, in gesprek over de manier hoe moet worden omgegaan met de eenjarige korting in 2025 en de gevolgen van de kortingen vanaf 2026. De financiële vooruitzichten blijven onzeker, ondanks het hoofdlijnenakkoord van de nieuwe coalitie. Dit akkoord ondersteunt de VNG-voorstellen voor bestaanszekerheid, wonen en goed bestuur, en zet het huidige klimaat- en energiebeleid voort. De VNG maakt zich zorgen over de effecten van het asielbeleid en het intrekken van de spreidingswet, wat de opvangcrisis zal verergeren. Financieel blijven de kortingen vanaf 2026 ongewijzigd. In de voorjaarsnota zullen alle gemeentelijke inkomsten naar het Gemeentefonds worden overgeheveld met 10% korting. De VNG streeft naar het doorvoeren van de korting bij de overheveling van de SPUK-gelden. Verdere details volgen in de begroting. Het maken van weloverwogen keuzes is nu echt aan de orde. Keuzes voor behoud én keuzes voor verandering. De financiële situatie maakt dit noodzakelijk. Wij verwachten dat dit kader van maatregelen leidt tot een solide programmabegroting 2025. Het is noodzaak om op korte termijn te besparen.
Daarom leggen wij deze voorstellen, die ook onze inwoners hard gaan raken, voor aan de raad en stellen we voor om de kadernota direct besluitvormend te behandelen. Ondanks deze financieel weinig rooskleurige context blijven we ons inzetten op ‘groener, Pagina 7
socialer en dichterbij’ en voor een goede dienstverlening aan onze inwoners. In deze Kadernota beschrijven we op hoofdlijnen onze voorstellen, knelpunten en uitdagingen. Daarmee bereiken wij gezamenlijk dat wij een duurzame financieel gezonde toekomst als zelfstandige gemeente behouden. Dat is waar wij voor gaan.
Indicatie ontwikkeling financieel perspectief Verwachte ontwikkeling financieel perspectief Bedragen x € 1 miljoen
2025
2026
2027
2028
Programmabegroting 2024-2027
0,77
-6,43
-8,00
-8,00
Autonome ontwikkelingen
-9,01
-6,77
-5,10
-8,01
Ombuigingen
8,51
11,15
13,12
15,13
Saldo Kadernota 2025-2028
0,27
-2,05
0,02
-0,88
(x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Programmabegroting 2024
0,77
-6,43
-8,00
-8,00
Autonome ontwikkelingen
-3,50
-3,50
-4,00
-5,50
Ombuigingen
1,65
3,10
4,90
6,31
Autonome ontwikkelingen
-0,73
-1,00
-1,08
-1,08
Ombuigingen
1,75
1,91
1,49
1,55
Autonome ontwikkelingen
-4,78
-2,27
-0,02
-1,43
Ombuigingen
5,11
6,15
6,74
7,27
Totaal bijstellingen:
-0,50
4,38
8,02
7,12
Verwacht perspectief stand Kadernota 2025
0,27
-2,05
0,02
-0,88
Verwachte ontwikkeling fin.perspectief
Bijstellingen Kadernota 2025: Pr. 1 Samenleving
Pr. 2 Leefomgeving
Pr. 3 Bestuur & organisatie
Pagina 8
2 Programma's
Pagina 9
1 Samenleving
Wat is onze visie? Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners gezond, gelukkig en veilig in onze gemeente kunnen opgroeien, ouder worden, werken en wonen. We willen een samenleving waar mensen naar elkaar omkijken en in hun bestaanszekerheid kunnen voorzien. We sluiten aan bij de eigen mogelijkheden van onze inwoners en de netwerken die zij hebben. We doen wat nodig is om deze 'sociale basis' te stimuleren en te versterken zodat iedereen die dat wil, actief mee kan doen. Daar waar nodig zetten we passende zorg en ondersteuning in. We focussen ons in het bijzonder op de volgende hoofdthema's voor onze inwoners: • het vergroten van de financiële bestaanszekerheid • het stimuleren en versterken van de sociale basis (sociale bestaanszekerheid), en • het mogelijk maken van een vitaal en gezond leven Deze hoofdthema's omvatten meerdere beleidsgebieden en dienstverlening. We werken actief samen met veel organisaties (informeel en professioneel) binnen en buiten onze gemeente. We geloven hierbij in de kracht van ons verenigingsleven. Uitgangspunt bij de uitwerking van de hoofdthema's is dat onze inwoners de zorg en ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Informeel waar het kan en formeel waar het nodig is. We ontwikkelen de inzet van informele netwerken en professionals zodat deze goed op elkaar aansluiten.
De zorg en ondersteuning die nodig is (formeel en informeel), is laagdrempelig, goed toegankelijk en dichtbij huis. Kansengelijkheid en bestaanszekerheid (financieel en sociaal) staan hierbij centraal. Hierbij hebben we speciale aandacht voor de preventie en zoeken samen met organisaties naar de mogelijkheden om dichterbij zorg en ondersteuning aan te bieden. De komende jaren hebben we te maken met minder middelen als gevolg van onder andere Rijkskortingen op de algemene uitkering, inflatie en prijsstijgingen. Hiernaast hebben we te maken met demografische ontwikkelingen als vergrijzing en grootstedelijke problematiek waardoor er hogere uitgaven zijn op het gebied van Wmo en Jeugdzorg (zie ook benchmark Twijnstra & Gudde, 2023). Dit zal op de korte en middellange termijn grote impact hebben op onze inwoners en onze samenwerkingspartners. We hebben een koersdocument sociaal domein geformuleerd dat als leidraad dient voor de te maken keuzes op korte, middellange en lange termijn.
Koersdocument sociaal domein Het koersdocument sociaal domein is een visie op het sociaal domein voor de lange termijn: 20252040 en een visie en strategie van de gemeente die we willen zijn maar ook de gemeente die we kunnen zijn de komende jaren. In het beeld van willen en kunnen, hebben we de trends en ontwikkelingen in beeld gebracht. Hoe ziet de gemeente en onze samenleving er uit de komende jaren en met welke uitdagingen hebben we te maken: • toenemende vergrijzing; • het percentage potentiële mantelzorgers daalt; Pagina 10
• druk op het zorgsysteem in Nederland en dus ook Rheden neemt toe; • de sociaal-economische positie (SEP) staat onderdruk en de kansenongelijkheid neemt toe; • Rheden heeft te maken met een drie wijken waar de veerkracht onder druk staat. Het koersdocument is een strategisch visiedocument dat richting geeft en waarlangs korte-termijn besluiten genomen en uitgevoerd kunnen worden. Inwoners en onze partners hebben bij de formulering meegedacht. Op basis daarvan kunnen keuzes gemaakt worden als onze financiële polsstok niet toereikend is. De leidraad in het maken van keuzes is: • Verschillend investeren in wijken • Preventieve en curatieve maatregelen in balans • Focus op kinderen, jongeren en ouderen in kwetsbare situaties • Basisvaardigheden inwoners voorwaardelijk • Synergie sociale en fysieke leefbaarheid Ook hebben we bureau Berenschot in gevraagd om een advies (2024) te geven waar en op welke wijze er keuzes gemaakt kunnen worden in het sociale domein. Zowel op basis van dit advies, de financiële noodzaak, als op basis van het koersdocument sociaal domein zijn de ombuigingsvoorstellen opgesteld. Verbinding sociaal domein en leefomgeving Vanuit het sociaal domein (Samenleving) en het ruimtelijke domein (leefomgeving) werken we integraal samen aan opgaven die invloed hebben op de leefbaarheid in onze wijken en dorpen.
Voor prettig samen leven is het belangrijk dat openbare ruimten en publieke plekken uitnodigend zijn. Die plekken maken het mogelijk om sociale banden met wijkgenoten te onderhouden, vergroten het gevoel thuis te zijn in de eigen wijk. Voorbeelden van opgaven waar we integraal samenwerken en die invloed op elkaar hebben, zijn: • • • •
Integrale wijkaanpak Toekomstbestendig woningaanbod in wijken waar de veerkrachtige onder druk staat Langer zelfstandig thuis wonen voor inwoners met een ondersteuningsbehoefte Gezondheid en bewegen in de leefomgeving
Financiële bestaanszekerheid Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
0,00
0,00
0,00
0,00
Ombuigingen:
0,71
0,93
1,17
1,30
Bijzondere bijstand
0,00
0,00
0,06
0,06
Inburgering
0,11
0,11
0,11
0,11
Minimabeleid & Minimaregelingen
0,41
0,52
0,58
0,65
P-wet instrumenten
0,19
0,19
0,19
0,19
Financiële hulpverlening & soc kredietverstrekking
0,00
0,06
0,09
0,12
Activerend werk
0,00
0,05
0,15
0,18
Totaal
0,71
0,93
1,17
1,30
Autonome ontwikkelingen Participatiewet
De bestaanszekerheid van inwoners met een laag inkomen staat onder druk. Het inkomensbeleid vanuit het Rijk blijkt ontoereikend; gemeenten moeten de negatieve effecten op inwoners Pagina 11
opvangen. Het Rijk werkt aan een stelselherziening voor de Participatiewet en het toeslagenstelsel die in 2025 verwacht wordt. Mogelijk dat dit gevolgen heeft op onze begroting vanaf 2025. De verwachting is dat de doelgroep die een beroep doet op bijstand voor een groot deel blijft bestaan uit mensen die afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Dit vraagt passende begeleiding, passende participatie en oog voor meedoen naar vermogen. Wegens een structureel stijgende ‘Nieuwe doelgroep’ (doelgroep loonkostensubsidie), die bovendien tot pensioengerechtigde leeftijd bij ons blijft, verwachten wij meer kosten op het gebied van loonkostensubsidie, jobcoaching en trajectbegeleiding.
Bewindvoering De kosten voor bewindvoering laten een stijgende lijn zien. Het aantal inwoners dat uitstroomt uit bewind is beperkt en de tarieven van de bewindvoerders stijgen jaarlijks (indexatie).
Voorstellen voor ombuigingen De ombuigingsvoorstellen hebben wij opgesteld op basis van het koersdocument en de denklijnen die met uw Raad gedeeld zijn op 16 april jl. Hierbij is er getoetst op wettelijke en niet-wettelijke taken. De niet-wettelijke taken zijn geminimaliseerd of geschrapt en de wettelijke taken zijn naar minimum wettelijk niveau omgebogen. Het advies van Bureau Berenschot over opties voor ombuigingsvoorstellen is meegenomen in de voorstellen. Wij gaan in de periode 2025-2028 voor de volgende onderwerpen/thema's geen budget meer inzetten of minimaliseren: • • •
• • • •
•
Minimabeleid: verminderen van individuele inkomenstoeslag (78k vanaf 2027) Minimabeleid: Stopzetten informatietools minima (7k) Minimabeleid: stopzetten subsidies aan vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor de minima, stopzetten gemeentepolis, kindpakket en schoolkostentegoed voor minima (326k in 2025 oplopend tot 642k in 2028), bestand Gelrepas terugbrengen naar 100% minimuminkomen (77k) Participatiewet: minimaliseren instrumenten en inzet P-wet voor doelgroepen die moeilijk aan het werk komen (192k) Participatiewerk: vluchtelingenwerk: stopzetten niet-wettelijke taken vluchtelingenwerk (105k) Stopzetten project activerend werk (179k) Schuldhulpverlening: stopzetten subsidies aan vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor inwoners met schulden en inwoners die hulp nodig hebben bij het aanvragen van voorzieningen (27k in 2026 tot 80k in 2028) Schuldhulpverlening: stopzetten sociale kredietverlening (25k)
Impact ombuigingsvoorstellen financiële bestaanszekerheid De ombuigingsvoorstellen hebben impact op inwoners waar de bestaanszekerheid onder druk staat. Inwoners die vaak een laag inkomen hebben en kwetsbaar zijn. Ook is er impact op de organisaties die in de vorm van subsidies ondersteuning krijgen en de gemeente en de inwoners ondersteunen met hun bijdrage. Bij structurele subsidies worden de bijdragen aan organisaties in drie jaar afgebouwd. Risico's van ombuigingsvoorstellen Het risico van de ombuigingsvoorstellen is dat inwoners minder ondersteund en begeleid worden en hun veerkracht (meer) onder druk komt te staan. Ook de bestaanszekerheid van gesubsidieerde organisaties die zich inzetten voor de bestaanszekerheid van onze inwoners komt onder druk te staan.
Voor welke besparingen is niet gekozen:
We hebben er voor gekozen om de Gelrepas niet geheel om af te schaffen maar om te buigen naar Pagina 12
een pas die beschikbaar blijft voor de doelgroep tot 100% van het minimumloon met een besparing van 77k met ingang van 2026. Het onderdeel functie logopedie vanuit de gemeente bezuinigen we niet (ca. 19k).
Vitaal en gezond Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
-2,25
-2,25
-2,75
-4,25
Hervormingsagenda Jeugd
-1,00
-1,00
-1,50
-3,00
Tarieven zorgaanbieders
-1,25
-1,25
-1,25
-1,25
Ombuigingen:
0,81
1,44
2,15
2,78
Onderwijshuisvesting
0,00
0,02
0,06
0,08
Lokaal en regionale jeugdbegeleiding
0,28
0,77
1,37
1,86
Nationaal onderwijsbeleid
0,08
0,00
0,00
0,00
Onderwijsachterstanden en SMI
0,08
0,22
0,28
0,33
Sportaccommodaties
0,31
0,36
0,37
0,43
Sportstimulering
0,01
0,02
0,02
0,02
Volksgezondheid, slachtofferhulp en preventie
0,06
0,06
0,06
0,06
Totaal
-1,44
-0,81
-0,60
-1,47
Autonome ontwikkelingen Hervormingsagenda (Jeugd) Het ministerie van VWS heeft met de VNG overeenstemming bereikt over de Hervormingsagenda (Jeugd). Het doel van de agenda is het aanpakken van de knelpunten in de jeugdzorg en het financieel houdbaar maken van de jeugdzorg voor de toekomst. De agenda richt zich op een reeks van onderwerpen, zoals onder andere: verhelderen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht, verbeteren van de toegang, verhogen van kwaliteit en effectiviteit jeugdhulp, het versterken van kleinschalige opvang, een betere beschikbaarheid van gespecialiseerde jeugdzorg door meer (boven)regionale en landelijke inkoop en versterking van de uitvoeringskracht gemeenten. Om dit te bereiken is er eenmalig een bijdrage aan gemeenten verstrekt vanuit het Rijk. Deze Rijksbijdrage is bij vaststelling van de programmabegroting 2024 gehalveerd. Het Rijk heeft met de afspraken over de hervormingsagenda ook een taakstelling van 3 miljoen euro opgelegd per 2028. De verwachting is dat met de uitvoering van de Hervormingsagenda er minder middelen nodig zijn.
Jeugdbescherming onder druk en in ontwikkeling Al geruime tijd staan de instellingen voor jeugdbescherming en daarmee de bescherming van jeugdigen onder grote druk. Er zijn wachtlijsten en daarmee een hogere druk op de lokale sociale teams. Er wordt landelijk gewerkt aan structurele verbetering van de jeugdbescherming als onderdeel van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming in de komende jaren. We moeten ons op deze ontwikkelingen voorbereiden. Aan de ene kant door lokale sociale team te versterken. En aan de andere kant door in samenwerking met de gemeenten in de regio en partners (Veilig Thuis, Raad
Pagina 13
voor de Kinderbescherming en instellingen voor jeugdbescherming (GI) met een regionaal veiligheidsteam te starten.
Stijging tarieven zorgaanbieders jeugdhulp Er zijn regionale afspraken gemaakt over de tarieven van zorgaanbieders voor o.a. jeugdzorg. De kosten stijgen als gevolg van inflatie en CAO kosten). Vanuit het oogpunt van goed en verantwoord opdrachtgeverschap zullen wij hierin (deels) mee moeten gaan. De gestegen kosten werken structureel door in de komende jaren.
Voorstellen voor ombuigingen De ombuigingsvoorstellen hebben wij opgesteld op basis van het koersdocument en de denklijnen die met uw Raad gedeeld zijn op 16 april jl. Hierbij is er getoetst op wettelijke en niet-wettelijke taken. De niet-wettelijke taken zijn geminimaliseerd of geschrapt en de wettelijke taken zijn naar minimum wettelijk niveau omgebogen. Het advies van Bureau Berenschot over opties voor ombuigingsvoorstellen is meegenomen in de voorstellen. Wij gaan in de periode 2025-2028 voor de volgende onderwerpen/thema's geen budget meer inzetten of minimaliseren: • • • • •
• • •
Onderwijshuisvesting: wijziging afschrijvingstermijn (16k in 2026 naar 79k in 2028) Jeugdwet: lokaal en regionale jeugdbegeleiding: afschaling geïndiceerde jeugdzorg (280k in 2025 oplopend naar 1,8 mio in 2028) Onderwijs: afschaffing inzet verlengde schooldag en vakantieschool eenmalig in 2025 (77k) Onderwijs: versoberen onderwijsachterstandmiddelen en stopzetten sociaal-medische indicatie vangnetregeling (78k in 2025 oplopend naar 327k in 2028) Sport/sportaccommodaties: verhogen tarieven zwembaden en seizoensverhuur, langer gebruik kunstgrasvelden, andere beheersvorm openluchtzwembad en sporthal de Hangmat (300k in 2025 oplopend naar 434k in 2028) Sport: stopzetten subsidies sportstimulering (18 k) Preventief jeugdbeleid: stopzetten subsidies vrijwilligersorganisaties die zich inzetten voor kwetsbare jongeren (30k in 2025 oplopend naar 147k in 2028) Gezondheid: stopzetten subsidie preventie gezondheid (58k)
Impact ombuigingsvoorstellen vitaal en gezond De ombuigingsvoorstellen hebben impact op de vitaliteit en gezondheid van onze inwoners. Wij blijven voldoen aan onze wettelijke verplichting door altijd zorg en ondersteuning te bieden als dit noodzakelijk is. Het kan wel betekenen dat jeugdigen en ouders minder een beroep kunnen doen op geïndiceerde zorg. Dit zal dan op andere manieren (collectief of in de sociale basis) aangeboden worden. Dit zal impact hebben op het beroep op de sociale en pedagogische basis en onderwijsinstellingen. We minimaliseren de uitvoering van onderwijsachterstandenbeleid en stoppen met het afgeven van sociaal medische indicaties voor gezinnen met kinderen met opvoedproblemen en het schrappen van subsidies uit de sociale basis die ondersteunen bij preventie volksgezondheid en sportstimulering. We gaan actief op zoek naar samenwerkingspartners op sportgebied voor SportinRheden. Te denken valt dan aan sportaccommodaties (sporthal/openluchtzwembad) en voorzieningen die in gemeentelijke beheer zijn. Ook is er impact op de organisaties die bijvoorbeeld in de vorm van subsidies ondersteuning krijgen en de gemeente en de inwoners ondersteunen met hun bijdrage op het gebied van vitaliteit en gezondheid. Bij structurele subsidies worden de bijdragen aan organisaties in drie jaar afgebouwd.
Risico's van ombuigingsvoorstellen Het risico van de ombuigingsvoorstellen is dat inwoners minder ondersteund en begeleid worden op
Pagina 14
het gebied van vitaliteit en gezondheid. Er is een risico in de haalbaarheid van het afschalen van geïndiceerde jeugdhulp en daarmee het ombuigingsvoorstel, dit als gevolg van de trend van stijgende kosten jeugdzorg en de relatief beperkte invloed die wij als gemeente hebben op de afgegeven jeugdzorgindicaties (door bijv. huisartsen en gecertificeerde instellingen en zorg via de regio). Ook de bestaanszekerheid van gesubsidieerde organisaties die zich inzetten voor de vitaliteit en gezondheid van onze inwoners kan onder druk komen te staan. Op het gebied van volksgezondheid en sport & bewegen zijn er minder mogelijkheden vanuit de sociale basis om en volksgezondheid om inwoners te ondersteunen.
Voor welke besparingen is niet gekozen: We hebben er voor gekozen niet te bezuinigen op de inzet van de VGGM en deze te behouden evenals inzet op de Jeugd GGZ (270k). Ook is er voor gekozen om sportaccommodaties in stand te houden en daar actief naar een andere beheersvorm te zoeken.
Sociale basis Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
-1,25
-1,25
-1,25
-1,25
Tarieven zorgaanbieders
-1,25
-1,25
-1,25
-1,25
Ombuigingen:
0,13
0,74
1,58
2,24
Cultuur
0,05
0,12
0,25
0,25
Preventief jeugdbeleid
0,03
0,08
0,12
0,15
Sociale basis collectief voorliggend
0,07
0,35
1,00
1,28
Verlaging ombuigingen sociale basis
-0,05
-0,20
-0,56
-0,72
Versoberen bibliotheek
0,00
0,07
0,07
0,07
Wmo maatwerk korten subsidie MEE
0,00
0,08
0,08
0,08
Wmo maatwerk: instroom, doorstroom en uitstroom geindiceerd begeleiding
-0,02
0,15
0,50
0,94
Wmo maatwerk: Wonen, rollen, vervoer; max 1 woningaanpassing per inwoner
0,05
0,05
0,05
0,05
Wmo maatwerk: schrappen niet-wettelijke verplichtingen uit verordening
0,01
0,04
0,07
0,13
Totaal
-1,12
-0,51
0,33
0,99
Autonome ontwikkelingen Stijging tarieven zorgaanbieders Wmo maatwerkvoorzieningen Wij krijgen verzoeken van onze gecontracteerde aanbieders Wmo, sociale basis om gestegen kosten (inflatie, CAO kosten) te compenseren. Vanuit het oogpunt van goed en verantwoord opdrachtgeverschap zullen wij hierin (deels) mee moeten gaan. De gestegen kosten werken structureel door in de komende jaren.
Demografische ontwikkelingen Als gemeente Rheden hebben wij te maken met demografische ontwikkelingen als vergrijzing en ook met problematiek in enkele wijken waar de veerkracht van de inwoners onder druk staat. Hiernaast staat de woningmarkt onder druk. Het effect hiervan is dat er meer Wmo aanvragen zijn Pagina 15
(huishoudelijke ondersteuning, jeugdhulp, aanpassingen woningen en rollen en vervoer). Dit zal een stijging van de kosten Wmo tot gevolg hebben.
Voorstellen voor ombuigingen De ombuigingsvoorstellen hebben wij opgesteld op basis van het koersdocument en de denklijnen die met uw Raad gedeeld zijn op 16 april jl. Hierbij is er getoetst op wettelijke en niet-wettelijke taken. De niet-wettelijke taken zijn geminimaliseerd of geschrapt en de wettelijke taken zijn naar minimum wettelijk niveau omgebogen. Het advies van Bureau Berenschot over opties voor ombuigingsvoorstellen is meegenomen in de voorstellen. Wij gaan in de periode 2025-2028 voor de volgende onderwerpen/thema's geen budget meer inzetten of minimaliseren: • •
•
•
cultuur : versoberen onderdeel cultuur bij de Zoomerij, stopzetten subsidies Podiumvoorziening en stimuleringssubsidies (53 k in 2025 oplopend naar 250k in 2028 Wmo sociale basis voorliggend: stopzetten van subsidies inwonersinitiatieven, stopzetten subsidie aan alle dorpshuizen m.u.v. minder veerkrachtige wijken, buurt- en belangenverenigingen, buurt- en jongerenwerk, en afschaling vrijwilligersorganisaties met professionele ondersteuning, onafhankelijke clientondersteuning dementie (65k in 2025 oplopend naar 1,3 mio in 2028) Wmo maatwerk: sturing op instroom, doorstroom en uitstroom geïndiceerde vormen van begeleiding, strenger toezicht op woningaanpassingen (WRV) en schrappen niet-wettelijke taken verordening Wmo (37k in 2025 oplopend naar 1,1 mio in 2028) Bibliotheek: versoberen bibliotheek (70k)
Dit betekent onder meer de afschaling van geïndiceerde Wmo tot een minimum wettelijk niveau. We opereren hier al op een minimaal wettelijk niveau en gezien onze demografische ontwikkelingen (vergrijzing) en de noodzakelijke zorg in de minder veerkrachtige wijken en daarmee stijgende kosten, zijn de mogelijkheden op dit vlak beperkt. In de sociale basis betekenen de ombuigingsvoorstellen dat veel niet-wettelijke taken als subsidies aan vrijwilligersorganisaties geschrapt danwel geminimaliseerd worden: cultuur, Wmo voorliggende voorzieningen. De ombuigingsvoorstellen zijn langs de lat van het koersdocument sociaal domein gelegd en op basis van het advies van Bureau Berenschot. Bij structurele subsidies worden de bijdragen aan organisaties in drie jaar afgebouwd.
De impact van de ombuigingsvoorstellen sociale basis De ombuigingsvoorstellen hebben impact op de met name vrijwilligersorganisaties in de sociale basis en onze inwoners in de samenleving. Veel wij zetten subsidies stop voor inwonersinitiatieven, en organisaties die ontmoeting mogelijk maken voor inwoners, in de vorm van sociale en culturele en beweegactiviteiten. Wij schalen geïndiceerde zorg (Wmo) af tot het wettelijk minimum. Wij blijven wel voldoen aan onze wettelijke verplichting door altijd zorg en ondersteuning te bieden als dit noodzakelijk is. Het kan wel betekenen dat inwoners minder een beroep kunnen doen op geïndiceerde zorg. Dit zal dan op andere manieren (collectief of in de sociale basis) aangeboden worden. Dit kan impact hebben op de zelf- en samenredzaamheid van inwoners. Ook is er impact op de organisaties die bijvoorbeeld in de vorm van subsidies ondersteuning krijgen en de gemeente en de inwoners ondersteunen met hun bijdrage op het gebied van zelf- en samenredzaamheid. Wij hebben een rijke sociale basis met veel vrijwilligersorganisaties die voor een deel via subsidies wordt ondersteund. Bij een deel van de organisaties waar de subsidie wordt afgeschaald, zal de bestaanszekerheid van deze organisaties onder druk komen te staan. Bij structurele subsidies worden de bijdragen aan organisaties in drie jaar afgebouwd. Risico's van ombuigingsvoorstellen
Pagina 16
Het risico van de ombuigingsvoorstellen is dat inwoners minder ondersteund en begeleid worden op in de sociale basis. Wij zetten hier in op de veerkracht van de samenredzaamheid. Ook de bestaanszekerheid van gesubsidieerde organisaties die zich inzetten in de sociale basis kunnen onder druk komen te staan. Er is een risico bij de haalbaarheid van de voorstellen geïndiceerde zorg. De trend is namelijk stijgende kosten als gevolg van een vergrijzende bevolking (meer aanvragen huishoudelijke hulp en aanpassingen van woningen) en een aantal wijken waar de aanvraag van zorg hoog is. Deze trend kan de haalbaarheid onder druk zetten.
Voor welke besparingen is niet gekozen: We hebben er voor gekozen om in te zetten voor behoud van 2 bibliotheekvestigingen in plaats van forse afschaling van de bibliotheekfunctie (70K ipv 850k). Ook het cultuuronderdeel hebben we versoberd i.p.v. te schrappen (150k ipv 450k). We hebben ervoor gekozen om in de minder veerkrachtige wijken ontmoetingsplekken in stand te houden als ook zogenaamde tussenvoorzieningen in Velp, Rheden en Dieren. De integrale wijkaanpak continueren wij maar versoberen de bijdragen (100k ipv 200k). We bezuinigen niet op de jaarlijkse ikbuurtmeecheques (100k).
Financieel perspectief Tabel: Programmastaat 1 samenleving Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Begrotingsaldo 2024-2027
-66,39
-66,89
-66,52
-66,52
Autonome ontwikkelingen:
-3,50
-3,50
-4,00
-5,50
Financiële bestaanszekerheid
0,00
0,00
0,00
0,00
Vitaal een gezond
-2,25
-2,25
-2,75
-4,25
Sociale basis
-1,25
-1,25
-1,25
-1,25
Voorstellen ombuigingen:
1,65
3,10
4,90
6,31
Financiële bestaanszekerheid
0,71
0,93
1,17
1,30
Vitaal een gezond
0,81
1,44
2,15
2,78
Sociale basis
0,13
0,74
1,58
2,24
-68,24
-67,29
-65,62
-65,71
Totaal
Pagina 17
2 Leefomgeving
Wat is onze visie? Wij werken aan een duurzame en kwalitatieve woon-, werk- en leefomgeving in onze zeven dorpen en ons buitengebied. Samen met inwoners, bedrijven en (maatschappelijke) organisaties bepalen we wat de voorwaarden zijn voor een gezonde, aantrekkelijke, klimaatbestendige en veilige omgeving waar iedereen zich thuis voelt. We koesteren daarbij onze identiteit die in belangrijke mate bepaald wordt door onze historische, landschappelijke en natuurlijke karakteristieken van de dorpen en het buitengebied. In 2025 werken we dit verder uit in de nieuwe Omgevingsvisie. Vanuit het sociaal domein en het ruimtelijke domein werken we integraal samen aan opgaven die invloed hebben op de leefbaarheid in onze wijken en dorpen. Ook de komende jaren zullen grote opgaven, zoals de woningbouwopgave, de energietransitie, leveringszekerheid van energie, klimaatadaptatie, de opvang van vluchtelingen, de transitie in het landelijk gebied en de omgevingswet inzet van de gemeente vragen. Dit speelt landelijk. Voor onze gemeente komt hierbij onze sociaaleconomische situatie in bepaalde delen van onze gemeente. Dit blijkt ook uit de benchmark van Twynstra & Gudde bij de begroting 2024. Hierin constateert Twynstra & Gudde dat onze gemeente op de thema’s mobiliteit, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijk vernieuwing minder uitgaven (lasten) heeft dan vergelijkbare gemeenten.
Hiervoor is geen inhoudelijke aanleiding. Op de thema’s als milieu en veiligheid zijn de uitgaven vergelijkbaar. Uit de benchmark van Twynstra & Gudde blijkt ook dat er mogelijk kansen zijn om de inkomsten (kostendekkenheid) te vergroten. In relatie tot onze sociaaleconomische problematiek vallen de lagere uitgaven op woningbouw en economie op, de aanwezigheid van drie achterstandswijken en vergrijzing en hiermee hogere zorgkosten. Tegen de achtergrond van onze krappe financiële situatie moeten we kiezen welke opgave we op welke manier kunnen oppakken.
Pagina 18
Maar ook waar we een stap terug moeten doen. De komende jaren zullen we dus met minder middelen moeten werken aan maatschappelijke opgaven die veel invloed hebben op onze leefomgeving. Dit vraagt om een samenhangende aanpak. Met deze kadernota zetten we de komende jaren in op: Het structureel inzetten op woningbouwversnelling. Hierbij richten we ons op het verbeteren van de sociaaleconomische positie. Het gaat niet alleen om aantallen woningen, maar ook richting geven aan een versteviging van de spreiding van woningtypen. We zien dit als een structurele opgave voor het komende decennia. Differentiatie van onze inzet in de diverse wijken. We zijn hiermee inmiddels gestart in Stenfert. Later kunnen daar in de wijkaanpak andere wijken in worden opgepakt. Het doorwerken aan de Energietransitie. Hiervoor zetten we in op het verkrijgen van subsidies (Europa, Rijk en Provincie). Opgaven waarvoor geen subsidie of eigen middelen beschikbaar zijn zetten we niet door en schalen we af. We blijven aandacht houden voor de kernkwaliteiten van onze leefomgeving, zoals erfgoed, landschap en biodiversiteit. We zetten in op kennis en de samenwerking met andere partners om aan onze ambities te blijven werken met minder middelen. We gaan daar waar mogelijk inzetten op kostendekkendheid van taken en opgaven en onze inkomsten verhogen.
Bewuste prioritering en inzet op die ruimtelijke projecten die bijdragen aan onze gemeentelijke doelen. De basis in onze gemeente houden we overeind. Het beheer in de openbare ruimte in onze gemeente is inmiddels al ingericht op het basisniveaus. Met uitzondering van de technische staat van wegen die zit daaronder. Wij zien geen ruimte in de begroting om dit op dit moment naar het basisniveau te brengen. Waar kijken we kritisch naar om de benodigde bezuinigen en ombuigingen te realiseren: -
We kijken kritisch naar onze investeringsprojecten en zien hier ruimte om te temporiseren. Dit betekent dat de komende jaren vervangings- en investeringsprojecten later starten. We kijken daarbij ook of er projecten zijn die eventueel vervallen. Bij ons reguliere onderhoud maken we bewuste keuzes wat we weer vervangen, of wat niet vervangen hoeft te worden. Inzet van eigen programmamiddelen brengen we terug naar wat minimaal nodig is om onze basis en/of wettelijke taken en als vliegwiel te fungeren voor de realisatie van onze ambities (bijv. door aan te sluiten bij regiodeals of middelen van onze andere overheden. Dit betekent ook dat voor diverse thema’s beschikbare (gemeentelijke) subsidies komen te vervallen. Met de nieuwe omgevingswet en de bijbehorende omgevingsvisie willen we dit in de praktijk vormgeven. We werken samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties aan een nieuwe omgevingsvisie (vaststelling in 2025) met duidelijke en richtinggevende keuzes, die vervolgens worden vertaald in het omgevingsplan en in omgevingsprogramma's. Inmiddels is de koers voor de omgevingsvisie vastgesteld die als leidraad geldt voor de op te stellen omgevingsvisie. Samen met de economische visie en het daarbij vastgestelde uitvoeringsprogramma vormt de omgevingsvisie met haar programma's de leidraad voor het handelen binnen het programma leefomgeving. -
Uiteraard hebben de voorstelde ombuigingen en bezuiniging een stevige impact. Deze hebben wij per thema nader toegelicht.
Vernieuwing omgevingsbeleid en ruimtelijke ontwikkelingen Het belangrijkste kader voor het realiseren van onze ruimtelijke projecten is de Omgevingswet. Deze is in 2024 in werking getreden. In Rheden grijpen we dit ook aan voor een vernieuwing in ons omgevingsbeleid. Door in ons omgevingsbeleid en de instrumenten als de omgevingsvisie en het omgevingsplan meer samenhang te brengen, richting te bepalen, prioriteiten te stellen en de uitvoerbaarheid te verbeteren kunnen we sneller en eenvoudiger een beter resultaat behalen. Het Pagina 19
omgevingsprogramma biedt daarnaast kansen om ook gericht te werken aan eigen ambities die prioriteit hebben, zoals de transformatie van Haveland en de integrale wijkaanpak. Het verbinden van ruimtelijke ontwikkelingen met maatschappelijke wensen en effecten staat centraal. De invoering van de Omgevingswet betekent een zeer stevige inspanning voor onze organisatie en vraagt een andere rol en cultuur van ambtenaren, college en de gemeenteraad. Levendige dorpen met een passende woning en werkgelegenheid Gemeente Rheden staat voor een grote woningbouwopgave. Wij streven naar wijken waar men zich thuis voelt en waar het veilig is. Waar we bewust omgaan met energie en wonen in duurzame, circulair gebouwde woningen en natuur-inclusieve en klimaatbestendige wijken. Waar het woningtekort is afgenomen en er voldoende kansen zijn voor jongeren, gezinnen en ouderen om een passende woning te vinden, ook als zij zorg nodig hebben. We streven naar een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers. Wij werken continu aan een goed woon- en vestigingsklimaat met aantrekkelijke werklocaties, zoals winkelgebieden en bedrijventerreinen. We zetten ons in op de banen die er zijn en bieden inwoners, die mee kunnen doen, de mogelijkheid te werken. Dit kan niet zonder samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en overheid.
De gemeente Rheden heeft de ambitie om in 2050 een circulaire economie te hebben, maar de financiële positie van de gemeente noopt om onze inzet hierop te faseren in tijd. Voor deze opgave willen we vooral aansluiten op de inzet die de regio pleegt via de Groene Metropool Regio. Duurzame en leefbare wijken en dorpen Wij zijn in 2040 een CO2 neutrale gemeente. Wij werken aan een versnelling van de opgave met bijbehorende intensivering van onze inzet. We willen de komende vier jaar in vier wijken concreet aan de slag met de warmtetransitie. Uiteraard nemen wij deze ambities mee bij nieuwe (woningbouw) ontwikkelingen. Hierbij gaan we uit van de beschikbare rijksmiddelen. We hebben afgelopen periode met veel inzet en betrokkenheid van onze inwoners het burgerakkoord gesloten en dit uitgewerkt in de duurzaamheidsagenda. De hieruit voorkomende opgaven hebben we voor een periode van twee jaar vanuit gemeentelijk middelen gefinancierd. We kunnen hier in 2025 en 2026 aanzienlijk minder op inzetten. Samen met de betrokken inwoners gaan we in overleg wat we zonder deze middelen op een andere wijze kunnen realiseren of temporiseren. De bestaande openbare ruimte wordt klimaatadaptief en water-robuust ingericht, door o.a. meer vergroening en minder verharding.
We creëren hierdoor een toekomstbestendige leefomgeving waarin inwoners comfortabel en gezond wonen, waarin we een vitale bodem hebben en waar inwoners op loopafstand verkoeling kunnen vinden tijdens warme perioden. Dit draagt tevens bij aan een versterking van de biodiversiteit en het vergoenen van de openbare ruimte. De komende jaren zullen we deze inzet temporiseren. Kwaliteit van de openbare ruimte is voor ons veel meer dan een mooie inrichting en een verzorgd onderhoud. De openbare ruimte draagt ook bij aan ontmoeting, beweging door sport en spel en een plezierige en veilige leefomgeving.
Rijk en verbonden landschap We voelen verantwoordelijkheid om goed te zorgen voor onze unieke landschappen en inheemse flora en fauna. We willen een natuurinclusieve samenleving creëren door het aanbod aan leefgebieden te behouden en vergroten. Voor het behouden, herstellen en versterken van ons landschappen en biodiversiteit vragen wij extra inzet van onze partners in het landelijk gebied. De natuurwaarden van de Veluwe, de IJssel en landschapselementen staan door stikstof en droogte onder druk. Het Rijk en de provincies zijn verantwoordelijk voor het stikstof- en droogtevraagstuk. De problematiek is ingrijpend en complex en er zijn veel belangen mee gemoeid. Wij ondersteunen de verandering in de landbouw naar natuur-inclusief boeren. We willen als gemeente goed aanhaken op het stikstofvraagstuk en andere herstelprogramma’s voor natuur (o.a. gezonde bossen, heide, bodem). Onbalans tussen de natuurwaarden en recreatie zorgt voor verstoring van Pagina 20
de natuur. Duurzame recreatie en toerisme vinden wij daarom belangrijk. Dit laten wij vooral zien door onze inzet bij het Masterplan Veluwezoom en bij de uitvoering van de visie op recreatie en toerisme. Helaas moeten we dit met minder beschikbare middelen doen. De resterende middelen willen we inzetten als vliegwiel voor investeringen van onze mede-overheden. Onze kennis en kunde zetten we in om onze gemeentelijke ambities hierbij te verwezenlijken.
Energie- en warmtetransitie/Duurzaamheidsagenda Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
0,00
0,00
0,00
0,00
Ombuigingen:
0,28
0,43
0,00
0,00
Duurzaamheidsagenda
0,28
0,43
0,00
0,00
Totaal
0,28
0,43
0,00
0,00
Autonome ontwikkelingen Het is momenteel niet duidelijk wat het nieuwe regeerakkoord betekent voor de landelijke subsidies voor de Energietransitie. In het regeerakkoord is opgenomen dat specifieke uitkeringen ondergebracht gaan worden met een korting van 10%. Voor Rheden zou dit beteken dat er ongeveer een ton minder te besteden is aan uitvoeringskosten. De consequenties hiervan kunnen wij nog niet goed beoordelen.
Voorstellen voor ombuigingen Voor de duurzaamheidsagenda kunnen we niet langer geld uit eigen middelen blijven inzetten. Voor 2024 levert dit een besparing op van 279K en voor 2025 een besparing van 422K. De energietransitie zetten we voort met de landelijke subsidies die beschikbaar blijven en waar we ons voor inzetten deze binnen te halen voor onze aanpak in Rheden. In oktober 2023 heeft de gemeenteraad een jaarlijks budget van €500.000 toegezegd voor de periode 2024 tot en met 2026 ter ondersteuning van de duurzaamheidsagenda. Het is belangrijk te noemen dat deze agenda geen wettelijke verplichting is, waardoor het mogelijk is om te besluiten deze middelen niet langer hiervoor in te zetten. Voor de jaren 2025 en 2026 zijn echter reeds financiële verplichtingen aangegaan met betrekking tot onze inzet op de duurzaamheidsagenda. Dit betreft € 211.000 voor 2025 en € 68.000 voor 2026. Dit betekent dat de maximale incidentele besparing €350.000 per jaar zou bedragen voor twee jaar. Samen met de betrokken inwoners gaan we in overleg in of en zo ja, welke ambities op andere wijze ingevuld kan worden. Bijvoorbeeld door inwoners zelf. Zonder deze middelen moeten we versnelt onze eigen inzet afbouwen en waar mogelijk integreren in andere activiteiten. Het stopzetten van de duurzaamheidsagenda heeft aanzienlijke gevolgen.
Een van deze gevolgen is dat het burgerakkoord, dat met de inwoners is overeengekomen, slechts beperkt kan worden uitgevoerd. Dit kan het vertrouwen van de inwoners in het gemeentebestuur aantasten en de samenwerking bemoeilijken. Vanaf medio 2025 zou er bovendien geen capaciteit meer zijn voor het sturen van programma’s. Het ondersteunen van processen en het monitoren van de voortgang van de duurzaamheidsagenda. De volgende initiatieven uit de duurzaamheidsagenda zullen bij het stopzetten niet worden uitgevoerd: Pagina 21
· · · · · · · ·
Extra ondersteuning voor inwoners bij verduurzaming. Een subsidiepotje voor initiatieven van bewoners. Beleidstoetsing op CO2-impact en de CO2-voetafdruk per wijk. Verhoogde inspanningen om inwoners te stimuleren tot het plaatsen van zonnepanelen op woningen. Energiecoaching voor inwoners met een inkomen boven 130% van het wettelijk minimumloon. Het organiseren van een duurzame lunch in het basisonderwijs. Extra inspanningen voor de energietransitie in meer wijken dan de huidige. Extra investering in activering, bewustwording en het bevorderen van consuminderen. Als gevolg hiervan kan in 2025 geen klimaatfestival worden georganiseerd.
Voor welke besparingen is niet gekozen: •
Wij zien geen andere mogelijkheden tot besparing
Vernieuwing Omgevingsbeleid en Ruimtelijke ontwikkeling Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
0,00
-0,26
-0,20
-0,20
Omgevingswet
-0,80
-0,80
-0,80
-0,80
Taakstelling omgevingswet
0,80
0,54
0,60
0,60
Ombuigingen:
0,10
0,25
0,30
0,35
Verhogen leges inkomsten
0,00
0,10
0,10
0,10
Verhogen kostenverhaal
0,10
0,15
0,20
0,25
Totaal
0,10
-0,01
0,10
0,15
Autonome ontwikkelingen De stikstofproblematiek, de netcongestie en stijgende prijzen hebben een negatieve invloed op de haalbaarheid van veel plannen. Positief is de het nieuwe kabinet jaarlijks 1 miljard beschikbaar stelt voor het bouwen van nieuwe woningen.
Voorstellen voor ombuigingen Tot op heden hadden wij voor alle projecten de rol van dienstverlenende overheid en besteden eigen middelen aan de totstandkoming van ruimtelijke initiatieven. Binnen ons omgevingsbeleid gaan we duidelijk kiezen voor welke projecten en ontwikkelingen we meer regie pakken om onze maatschappelijke doelen te realiseren. We zetten hierbij in op prioritering van de ruimtelijke initiatieven op basis van haalbaarheid en ambtelijke inzet. Wij geven daarbij voorrang aan initiatieven die bijdragen aan de meest urgente maatschappelijke opgaven (bijvoorbeeld woningbouw, energie- en warmtetransitie, klimaatadaptie). Bovendien geven we uitvoering aan lopende plannen, gemaakte afspraken en genomen besluiten. Grote gebiedsontwikkelingen voor het komende decennium zijn het woningbouwproject IJsseldistrict, Masterplan Welkom Veluwezoom, Pilot wijkaanpak Stenfert en de transformatie van bedrijventerrein Haveland tot een woon- en werkgebied. Voor de andere initiatieven zullen we onze rol veranderen naar een meer controlerende en toetsende overheid. Dit levert een bezuiniging op van 100K.
Pagina 22
Daarnaast passen we onze legesverordening aan zodat deze kostendekkend is en optimaliseren we ons kostenverhaal. We verhogen hiermee onze inkomsten in 2025 met 200K. De te verwachten inkomsten hangen samen met het aantal ruimtelijke ontwikkelingen.
Voor welke besparingen is niet gekozen: Vanuit het budget structuurvisies ondersteunen we nu ruimtelijke initiatieven. Het totale budget is 175K. We schrappen dus niet het hele budget. Als wel het hele budget geschrapt zou worden betekent dit dat we verder teruggaan in onze dienstverlening en ook in ruimte om onderzoeken te doen voor ruimtelijke ontwikkelingen
Volkshuisvesting Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
0,00
0,00
-0,00
-0,15
Woningbouwversnelling
0,00
0,00
-0,0
-0,15
Ombuigingen:
0,15
0,0
0,00
0,00
Blijfwijken stoppen
0,10
0,0
0,00
0,00
Flexwonen
0,05
0,00
0,00
0,00
Totaal
0,15
0,0
-0,15
-0,15
Autonome ontwikkelingen Woningbouwbehoefte In verband met de structurele woningbouwopgave tot 2030 en daarna blijven we via de woningbouwversnelling inzetten die woningbouwopgave ook daadwerkelijk en tijdig te kunnen realiseren. Daarvoor dienen lopende en nieuwe projecten opgepakt te worden, zoals bijvoorbeeld Haveland. Dit betekent extra inzet van het ambtelijke apparaat de komende jaren. De hiervoor benodigde structurele middelen nemen wij op in deze kadernota. Deze zijn nodig voor onze eigen inzet, als vliegwiel voor initiatieven en cofinanciering van derden. Wij zetten zoveel mogelijk in op het verkrijgen van externe financiering, zoals ook bij IJssel District en meer recent voor de inzet van flexwonen in Haveland. Hiervoor is het cruciaal ook zelf te beschikken over de hiervoor benodigde specialistische kennis. De woningbouwversnelling zetten we dusdanig in zodat deze op middellange en lange termijn ook bijdraagt aan het terugbrengen van onze sociaaleconomische positie. Hierbij speelt de wijkgerichte aanpak ook een belangrijke rol. Bouwkosten, stikstof en netcongestie belemmeren woningbouw De bouwkosten nemen steeds verder toe. Dit betekent dat de financiële haalbaarheid van de projecten steeds verder onder druk komt te staan. De stikstof problematiek zorgt ook voor vertraging bij de woningbouw omdat het niet eenvoudig is de extra uitstoot te compenseren.
Wij verwachten dat de plannen van het nieuwe kabinet voor extra problemen gaan zorgen omdat de stikstofproblematiek niet aangepakt wordt. Tenslotte levert de netcongestie steeds grotere problemen op bij de realisatie van projecten. Steeds meer mensen wonen met zorg in de wijk
Pagina 23
De dubbele vergrijzing (er komen steeds meer ouderen die ook steeds ouder worden) maakt dat er steeds meer mensen wonen met zorg in de wijk. Het Rijk zet ook in op: “zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan”. Dit betekent dat er steeds minder mensen naar intramurale zorginstellingen zullen gaan en er juist meer mensen zullen uitstromen uit zorginstellingen. Er wonen dus steeds meer mensen in de wijk, die een vorm van zorg of begeleiding nodig hebben. Als gemeente zullen we hierop in moeten inspelen. We zoeken de samenwerking op tussen woonzorg- en welzijnspartijen. De voorgestelde bezuiniging op de Blijfwijken zet deze inzet onder druk. Om bovengenoemde uitdagingen en problemen het hoofd te bieden stellen wij voor om vanaf 2028 structureel 150K in de begroting op te nemen (voor 2025 en 2026 staat er reeds 250K en voor 2027 150K).
Voorstellen voor ombuigingen Project Blijfwijk In de begroting 2024-2027 is voor de jaarschijven 2024 en 2025 een bedrag van 200.000 euro in totaal opgenomen om een Blijfwijk te realiseren. Stenfert is hiervoor de eerste aangewezen plek. Omdat dit een niet wettelijke taak betreft stellen wij voor de inzet voor de Blijfwijken stop te zetten. Dit heeft stevige consequenties omdat de druk op de leefbaarheid in wijken toe zal nemen. In de Woonzorgvisie wordt het ontwikkelen van Blijfwijken genoemd als belangrijk uitgangspunt om wonen en zorg in onze gemeente op peil te houden. De tendens van steeds langer thuis blijven wonen en minder snel instromen naar een zorginstelling geldt niet alleen voor ouderen, maar voor alle zorgdoelgroepen (mensen met een beperking, mensen met psychische klachten). De druk op de leefbaarheid in de wijken neemt daardoor toe. Met name in nu al kwetsbare wijken (Dieren Stenfert, Rheden West en Velp Zuid) met veel sociale huurwoningen. Dit betekent dat er een sterk woon-zorg netwerk nodig is in de wijk, met voldoende passende woningen, omzien naar elkaar, ontmoeting, preventie en professionele zorg. In de woonzorgvisie hebben we opgenomen dat we in de 3 grote kernen van onze gemeente graag op een Blijfwijk willen inzetten. Het schrappen van het budget Blijfwijken betekent dat deze niet van de grond komen.
Flexwonen Omdat het realiseren van flexwoningen geen wettelijke taak is stellen wij voor het budget van 50K in de jaarschijf 2025 te schrappen. De consequenties hiervan zijn beperkt indien de budgetten voor de woningbouwversnelling gehonoreerd worden. Hiermee worden naar verwachting 170 flexwoningen op Haveland gerealiseerd.
Voor welke besparingen is niet gekozen: •
We hebben ervoor gekozen niet te bezuinigen op de woningbouwversnelling (250K), maar juist structureel te investeren (150K vanaf 2028)
Pagina 24
Economische ontwikkeling: economie, circulaire economie, recreatie en toerisme Omschrijving (x € 1 miljoen)
2025
2026
2027
2028
Autonome ontwikkelingen:
0,00
0,00
0,00
0,00
Ombuigingen:
0,28
0,28
0,28
0,28
Budget Recreatie en Toerisme
0,08
0,08
0,08
0,08
Invoeren reclamebelasting
0,10
0,10
0,10
0,10
Verhogen toeristenbelasting
0,10
0,10
0,10
0,10
Totaal
0,28
0,28
0,28
0,28
Autonome ontwikkelingen Er zijn geen relevante Autonome ontwikkelingen te melden
Voorstellen voor ombuigingen Economische ontwikkeling Omdat het grootste deel van het beleidsveld economische ontwikkeling (inclusief recreatie en toerisme) niet wettelijke taken betreft (totaal 325K) stellen wij voor hier 75K structureel op te bezuinigen. In deze bezuiniging zit de extra beleidsintensivering van 50K die is voorgesteld bij de vaststelling van de visie op recreatie en toerisme (er wordt dus per saldo minder bezuinigd dan mogelijk. Bij de begroting 2025-2028 zullen wij aangeven waar de bezuinigen op economische ontwikkeling precies landen. Met de economische visie, uitvoeringsprogramma en de visie op recreatie en toerisme willen wij bereiken dat de economische ontwikkeling in de gemeente Rheden zich positief ontwikkelt. Belangrijk hierbij is dat dit op een duurzame, circulaire en inclusieve manier gaat plaatsvinden. Uit het rapport van Twynstra en Gudde is – opnieuw – gebleken dat we de sociaaleconomische positie van Rheden kunnen versterken. Uit het rapport blijkt tevens dat de inzet (formatie) op Economie sterk achterblijft bij vergelijkbare gemeenten. Hiervoor is ook inzet op de economie nodig vandaar dat wij beperkt willen bezuinigen op de budgetten voor de economische ontwikkeling. We zullen uitvoeringsagenda recreatie en toerisme moeten herijken.
De ambities zoals die zijn opgenomen in de onlangs vastgestelde visie recreatie en toerisme zullen we moeten temporiseren of stopzetten. Het verder terugbrengen van de beschikbare middelen heeft een impact op de beschikbare middelen voor onderhoud en beheer van fiets- en wandelnetwerk, gemeentelijke bijdrage aan lokale evenementen en beschikbare middelen voor de Veluwe Alliantie en Toerisme Veluwe Arnhem Nijmegen. Groot risico hierbij dat de lobby/inzet naar de regio (Groene Metropool Regio en Veluwe-op-1) voor wat betreft bestemmingsmanagement, uitloopgebieden en kans op regiodealgelden etc. stopt. Het wandelnetwerk en fietsknooppuntennetwerk worden mogelijk minder onderhouden en geactualiseerd, zowel fysiek (borden) als online (routesopdeveluwe.nl). De bijdrage aan het Routebureau Veluwe houden wij opnieuw tegen het licht, evenals de bijdrage aan de schaapskudde. Ook onze bijdrage aan evenementen heroverwegen wij. Dit zal impact hebben op het organiseren en mogelijk doorgaan hiervan. Hierbij geldt dat lopende overeenkomsten waar Pagina 25