2441 Bijlage Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 De Connectie -def ontwerp- (24.41)
Tekst van het document
-ontwerp-
Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028
Inhoudsopgave 1. Inleiding
4
1.1. Inleiding 1.2. Leeswijzer
4 5
2. Missie, visie, uitgangspunten en kernwaarden
6
2.1. Missie 2.2. Visie 2.3. Uitgangspunten 2.4. Kernwaarden De Connectie
6 6 6 6
3. Programmaplan
7
3.1 Programma Bedrijfsvoering gemeenten 3.2. Programma belastingen gemeenten 3.3. Overzicht Algemene dekkingsmiddelen en overhead 3.4. Bedrag heffing vennootschapsbelasting
7 14 16 18
4. De Paragrafen
19
4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2. Financiering 4.3. Bedrijfsvoering 4.4. Paragraaf Wet Open Overheid
19 26 28 33
5. Overzicht van baten en lasten en toelichting
34
5.1 Uitgangspunten voor de begroting 5.2 Grondslagen voor de ramingen 5. 3 Ontwikkeling begroting 2025 en meerjarig 5.4 Baten en lasten per programma 5.5 Bijdragen gemeenten 5.6 Incidentele baten en lasten
34 35 36 38 40 44
6. Financiële positie en toelichting
45
6.1 Geprognosticeerde eindbalans 6.2 Investeringsprogramma 6.3 EMU-saldo 6.4 Financiering 6.5 Stand en verloop van de reserves 6.6 Jaarlijks terugkerende arbeidskosten met een vergelijkbaar volume
45 47 48 49 49 51
7. Bijlagen
52
7.1 Bijlage 1: Taakvelden 7.2 Bijlage 2: Lasten per afdeling
52 53
2
Voorwoord De Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 (MJPB 2025-2028) van De Connectie presenteert een overzicht van onze plannen voor de komende jaren. Als uitvoeringsorganisatie volgen we nauwlettend het beleid van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden. Deze begroting laat zien hoe we met de beschikbare middelen onze gezamenlijke doelen willen bereiken. Het is een begroting die ons helpt het werk effectief uit te voeren en gezamenlijk de gewenste resultaten te behalen. Scherp aan de wind zeilen Vooruitlopend op het verwachte ‘ravijnjaar’ rond 2026, is ook het besef bij De Connectie dat we de komende jaren scherp aan de wind moeten zeilen. Waarbij we ons realiseren dat we in dezelfde stroom van de drie gemeenten gezamenlijk koers moeten houden om toekomstige ontwikkelingen het hoofd te bieden. Met ons gedeelde kompas als uitgangspunt, heb ik vertrouwen dat we deze uitdagingen succesvol doorstaan. De Connectie werkt aan drie hoofdthema’s De Connectie werkt intern aan drie thema’s, namelijk De Connectie op orde, Jij doet ertoe! en Dienstverlening, het gaat om de klant. We zijn ervan overtuigd dat deze drie thema’s invulling geven aan het verder verbeteren van De Connectie. Met als doel om de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden nog beter te faciliteren op het gebied van bedrijfsvoering. Hoe doen we dat? De Connectie is een vrij platte organisatie.
Dat betekent dat er korte lijnen zijn tussen de verschillende lagen binnen de organisatie. Bij De Connectie werken ruim 430 inhoudelijke vakmensen die goed zijn in hun werk. Vanuit de thema’s zetten we juist de medewerkers in positie. Via de scrummethodiek werken we vanuit een brede verantwoordelijkheid aan de drie thema’s, waarbij teamwerk en samenwerking centraal staan. Dienstverlening, het gaat om de klant Met trots zijn wij de bedrijfsvoeringsorganisatie van en voor de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden. Voor ons is het verbeteren van de dienstverlening een continu proces. Begin 2024 is er een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Met deze resultaten voeren we gericht verbeteracties uit om nog meer aan te sluiten bij de verwachtingen van de gemeenten, onze eigenaren én klanten. De Connectie op orde Op dit moment werken we volop aan het bepalen van KPI’s om prestaties te meten en te beoordelen. Dit geeft inzicht en ruimte om op basis van 'meten is weten' verder te verbeteren. Jij doet ertoe! Het verder verbeteren van de dienstverlening, meer inzicht krijgen door prestaties te meten en te beoordelen, met wie we dat voor elkaar krijgen? Met de drie gemeenten en alle betrokken collega’s.
Wij geloven erin dat iedereen ertoe doet! Ongeacht wie je bent, waar je in gelooft, wie je leuk vindt of hoe je eruitziet: samen doen we het! Ik merk dat er meer rust en stabiliteit is binnen De Connectie maar ook in de samenwerking met de gemeenten. Dit biedt een goede basis om samen de uitdagingen van de komende jaren aan te gaan. Sanne de Kleyn Directeur De Connectie 3
1. Inleiding 1.1. Inleiding De belangrijkste uitgangspunten voor de MJPB 2025-2028 zijn het al bekende financiële meerjarenbeeld zoals is opgenomen in de MJPB 2024-2027 en de doorwerking van besluiten die het bestuur bij de eerste bestuursrapportage 2024 neemt over de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het komende jaar. Ook dit jaar is een Perspectiefbrief aan de raden aangeboden. Met de perspectiefbrief proberen we om de begroting van De Connectie meer volgend te laten zijn aan de kijk van gemeenten op de begroting. Dit past ook beter bij het karakter van een uitvoeringsorganisatie en uw kaderstellende rol. MJPB 2024-2027 De belangrijkste basis voor de MJPB is het eerste deel van het zogeheten Ontwikkelperspectief. De Connectie vindt het, net zoals de gemeenten, belangrijk dat er een ontwikkelperspectief is voor de komende jaren. De Connectie wil de komende jaren groeien, via een organisatie met de aandacht op de basis op orde, naar een servicegerichte organisatie. Daarna verschilt het per afdeling en taakveld welke fase het eindstation is. In het ultieme geval dé partner in bedrijfsvoering. Het eindstation bepalen we samen met de gemeenten. Het eerste deel van het Ontwikkelperspectief is vertaald naar de programma’s uit de MJPB 2024-2027. Zo is het ontwikkelperspectief onderdeel geworden van de beleidscyclus van De Connectie.
Eerste bestuursrapportage 2024 De eerste bestuursrapportage is een afwijkingenrapportage ten opzichte van de begroting van het lopende jaar, zowel programmatisch als financieel. Correcties in kader, bijvoorbeeld naar aanleiding van bestuurlijke besluitvorming of als gevolg van maat- en meerwerk, zijn in de eerste bestuursrapportage verwerkt. Dit geldt ook voor autonome ontwikkelingen in de begroting, bijvoorbeeld als gevolg van de nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties. De structurele effecten hiervan zijn eveneens opgenomen in deze MJPB 2025-2028. Perspectiefbrief 2025 De raden is gevraagd rekening te houden met de Perspectiefbrief 2025 van De Connectie bij de behandeling van uw gemeentelijke Kadernota 2025 en de daaropvolgende MJPB 2025-2028. Dit geldt zowel voor de beleidsmatige keuzes, de programmering en bekostiging van de hiervoor benoemde ontwikkelingen bij de gemeenten zelf, als voor het gemeentelijke aandeel in activiteiten en kosten die door De Connectie als uitvoeringsorganisatie moeten worden gemaakt. Deze laatste categorie verwerken we dan met een eerstvolgende begrotingswijziging in de MJPB 2025-2028 van De Connectie. Samengevat: de meerjarenprogrammabegroting (MJPB) 2025-2028 van De Connectie is beleidsarm van aard.
Algemene uitgangpunten voor de meerjarenprogrammabegroting zijn de loon- en prijsontwikkelingen en ontwikkelingen in de lopende jaar met een structurele doorwerking naar 2025 en opvolgende jaren.
4
1.2. Leeswijzer De begroting is ingedeeld volgens de regels uit het Besluit Begroting en Verantwoording voor Provincies en Gemeenten (BBV). Het beleidsmatige deel van de begroting bestaat uit het programmaplan en de, voor De Connectie, verplichte paragrafen. Deze vindt u in de hoofstukken 3 en 4. De financiële begroting bestaat uit een overzicht van baten en lasten en de uiteenzetting van de financiële positie. Deze zijn opgenomen in de hoofdstukken 5 en 6. In de bijlagen is de verplichte indeling van de begroting naar taakvelden opgenomen en een overzicht van de lasten per afdeling.
5
2. Missie, visie, uitgangspunten en kernwaarden 2.1. Missie Door De Connectie kunnen de klanten zich volledig richten op inwoners, bedrijven en toeristen. 2.2. Visie “Met oog voor talent, ontwikkeling en diversiteit bieden wij de beste dienstverlening. We kennen onze klant en zijn een betrouwbare en transparante organisatie.” 2.3. Uitgangspunten De uitgangspunten van de dienstverlening van De Connectie zijn de vijf K’s: kosten, kwaliteit, kwetsbaarheid, kansen en klant. De Connectie denkt en werkt vanuit de klant en zet de klant altijd centraal. De Connectie levert producten en diensten tegen een gezamenlijk afgesproken kwaliteit. De Connectie investeert in medewerkers en biedt hen kansen zich te ontwikkelen. De Connectie kent de trends en ontwikkelingen, speelt daarop in en vertaalt deze in samenwerking met de klant naar haar bedrijfsvoering. Hierdoor zijn partners in staat om zich volledig te richten op hun inwoners, bedrijven en toeristen. Ze zijn daardoor minder kwetsbaar. Door producten en diensten te harmoniseren1 en te digitaliseren werkt De Connectie efficiënter. Dit leidt ertoe dat de kosten voor de partners omlaaggaan. 2.4. Kernwaarden De Connectie De Connectie ontwikkelt zich naar een flexibele, open en daadkrachtige organisatie die zich makkelijk aanpast aan nieuwe ontwikkelingen.
De kernwaarden die hierbij horen, het fundament waar energie en inspiratie uit worden gehaald, zijn: • Professioneel: service, verantwoordelijk, kennis, kwaliteit, resultaatgericht, dienstverlenend. • Betrokken: samen, verbindend, nieuwsgierig, werkplezier, omgevingsbewust, energiek, leergierig. • Integer: duidelijk, betrouwbaar, open, eerlijk, transparant, afspraken nakomen.
1
Harmoniseren: dit betekent dat de gemeenten met dezelfde applicaties werken
6
3. Programmaplan 3.1 Programma Bedrijfsvoering gemeenten Wat willen we bereiken? De Connectie wil zich onderscheiden in de dienstverlening aan aangesloten gemeenten. Dit betekent dat ze uitstekende vakinhoudelijke kennis heeft en een kwalitatief hoogstaande partner in de bedrijfsvoering van de gemeenten wil zijn. Om de missie en visie te realiseren is het allereerst nodig dat de organisatie zich ontwikkelt. Dit doet De Connectie in drie fases die parallel lopen aan het volwassen worden van de organisatie: 1. De Connectie, een uitvoeringsorganisatie met focus op de basis op orde brengen. 2. De Connectie, een servicegerichte organisatie. 3. De Connectie, dé partner in bedrijfsvoering. De basis op orde brengen betekent het creëren van de minimale voorzieningen die nodig zijn om de afgesproken producten en diensten betrouwbaar en voorspelbaar te leveren. Volgens het platform Overheid is een organisatie met de basis op orde: ‘kostenbewust, betrouwbaar en open’. De Connectie wil tenminste een servicegerichte organisatie worden. Dat zijn we wanneer het lukt om behoeften, wensen en verwachtingen van klanten te vertalen naar succesvolle producten, diensten en dienstverlening. Klanten merken in deze fase dat er meegedacht en gestuurd wordt op hun eigen veranderende behoeften. We denken en handelen vanuit de klant.
Om een partner in bedrijfsvoering te zijn is een goede samenwerkingsrelatie tussen de klant en De Connectie noodzakelijk. Specialisten van De Connectie zien welke opgaven op de gemeenten en andere partners afkomen. De specialisten zijn in staat om te zien wat dit voor de bedrijfsvoering betekent. Doordat De Connectie de markt en het maatschappelijk veld in de gaten houdt, bedient zij actief haar partners. De genoemde fases overlappen elkaar deels. Het oorspronkelijke streven was dat alle afdelingen in 2024 servicegericht zouden zijn. Voor een aantal afdelingen geldt dat in belangrijke mate al servicegericht wordt gewerkt. Bij andere afdelingen en teams is de doelstelling van een servicegerichte organisatie soms nog wat verder weg. Vaak wordt dit veroorzaakt doordat er nog onvoldoende is geharmoniseerd en gestandaardiseerd of omdat er nog achterstanden zijn in te lopen. Dit heeft tot gevolg dat alle medewerkers nodig zijn om de dagelijkse dienstverlening uit te voeren. We moeten in 2024 een flinke eindsprint inzetten om het servicegerichte niveau op alle onderdelen van de dienstverlening te behalen. In 2025 gaan we hiermee verder totdat deze doelstelling is bereikt. Per afdeling verschilt welke fase het eindstation is. Het eindstation is afhankelijk van de behoefte van de klant en wordt samen met de gemeenten bepaald.
7
In het najaar van 2023 is besloten om een organisatie- en ontwikkelplan op te stellen en hiermee opvolging te geven aan het Ontwikkelperspectief 2020-2024. Dit ontwikkelperspectief is de afgelopen jaren leidend geweest voor de wijze waarop de organisatie is gestuurd in het realiseren van haar doelstellingen. In het organisatie- en ontwikkelplan gaat de aandacht zowel uit naar de ontwikkelrichting en -doelstelling van de organisatie, de wijze waarop sturing wordt gegeven aan zowel de beheerorganisatie als de ontwikkelorganisatie en de betekenis hiervan voor de organisatiestructuur. Het doel is om hiermee een solide basis te leggen voor een toekomstbestendige bedrijfsvoeringsorganisatie, waarmee we ons voorbereiden op de ontwikkelingen die op de gemeenten en (hiermee) op De Connectie afkomen. Wat gaan we daarvoor doen? Algemeen Opdrachtgeverschap vanuit de gemeenten Aan de ontwikkelingen die in de komende jaren op de Connectie afkomen kan het beste het hoofd worden geboden met een collectieve opdracht van de gemeenten aan De Connectie. Onderzoeksbureau Berenschot is, in opdracht van de gemeentesecretarissen, gevraagd een onderzoek te doen naar centralisering van het opdrachtgeverschap in de Informatievoorzienings- (IV) keten. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek is besloten om het advies van Berenschot over te nemen.
Dit betekent dat in het voorjaar van 2024 een gezamenlijk programma wordt vastgesteld om het opdrachtgeverschap vanuit de gemeenten te verbeteren. Verder moeten de randvoorwaarden die nodig zijn voor goed opdrachtgeverschap op orde worden gebracht. Daarnaast is het programma bedoeld om kansen tot samenwerking beter te benutten en de sturing op de verschillende opgaven te verbeteren. Dit gebeurt aan de hand van de zogeheten strategische IV-agenda. Het programma gaat twee jaar duren en de eerste resultaten worden aan het eind van dit jaar verwacht. ICT De afdeling ICT is dé partner voor ICT-dienstverlening voor de gemeenten en voor de aan de gemeenten verbonden externe partijen. Nu en in de toekomst. In een snel veranderende digitale wereld betrekt ICT de klant uit zichzelf bij ontwikkelingen. Cloud computing In de regionale Informatievisie en -strategie zijn de technologische trends op het gebied van informatievoorziening uitgewerkt. Een belangrijke ontwikkeling is de beweging naar Cloud computing. Bij Cloud computing zijn hardware, software en gegevens steeds meer via het internet beschikbaar. De verwachting is dat de komende jaren de meeste softwareleveranciers hun informatiesystemen alleen nog maar via de cloud beschikbaar stellen. Het gevolg is dat het aantal op onze eigen servers geïnstalleerde applicaties zal afnemen.
De Connectie geeft uitvoering aan de regionale cloudstrategie door, wanneer leveranciers hun applicatie naar de cloud brengen, deze beschikbaar te maken voor onze gebruikers. Dit gebeurt vooral op natuurlijke vervangingsmomenten, bijvoorbeeld als een contract afloopt. Daarnaast wordt een online (cloud-) platform gebouwd om toekomstige bewegingen naar de cloud op een veilige manier plaats te laten vinden, de zogeheten ‘Azure Landingszone’. Ook de eigen serverruimtes en datacenters willen we op termijn als dienst gaan afnemen. Dit vergroot onze flexibiliteit, en verhoogt de veiligheid en continuïteit.
8
Digitale werkplek De migratie (overgang) naar de nieuwe geharmoniseerde werkplekomgeving GemICT is afgerond. Dit is een digitale omgeving waar De Connectie en haar klanten in kunnen werken. Na afronding van het project is de aandacht in eerste instantie verlegd naar het beheer van de nieuwe werkplekomgeving. Dit betekent echter niet dat de ontwikkelingen op de digitale werkplek hiermee klaar zijn. Vanaf 2024 gaan we ons richten op het (door-) ontwikkelen van de nieuwe digitale werkplek. Hierdoor zullen de gebruikers meer gemak ervaren en blijven we up-to-date ten aanzien van de continuïteit, veiligheid en beschikbaarheid. In 2025 en verder betekent dit een overgang naar nieuwe technieken en een nieuwe manier van werken voor gebruikers. De Connectie en de gemeenten zullen er samen voor zorgen dat de overgang naar de nieuwe werkplek soepel zal verlopen en dat de gebruikers kunnen wennen aan de nieuwe manier van werken. Documentaire Informatievoorziening De afdeling DIV (Documentaire Informatie Voorziening) is de professionele partner voor de uitvoering en ontwikkeling van informatiebeheer en archiefvorming. DIV kent de werkprocessen en stelt zich proactief op. Zaakgericht werken is de standaard. DIV heeft een belangrijke rol in de advisering en ondersteuning binnen de digitale, zaakgerichte wereld.
Een centraal Document Management System - Record Management Application (DMS-RMA) kan in grote mate bijdragen aan geharmoniseerd archiefbeheer (in systemen en processen). De nog te maken keuzes door de gemeenten over het centraal DMS-RMA bepalen het uiteindelijke kostenniveau. Hier is, naar verwachting, in het voorjaar van 2024 meer duidelijkheid over. Aansluitend kan er een aanbesteding worden gestart en een geharmoniseerde archiefoplossing worden geïmplementeerd. De ontwikkeling naar servicegerichte afdeling hangt nauw samen met de harmonisatie van het centraal digitaal archief. Het geautomatiseerd toevoegen aan deze gewenste archiefoplossing en hiermee het ontlasten van medewerkers van de gemeenten, maar ook van de afdeling DIV, biedt de ruimte om door te groeien naar dit niveau. Na realisatie van een centraal digitaal archief zetten we verder in op het proactief adviseren, meedenken en inrichten van de processen en applicaties van gemeenten die moeten aansluiten op het digitaal archief. Autonome ontwikkelingen In 2024 is de Omgevingswet ingegaan. De invloeden van de wet op informatiebeheer is op dit moment nog niet bekend. Samen met de gemeenten en het Gelders Archief is de afdeling DIV in gesprek over wat dit kan betekenen voor informatiebeheer.
Basisregistraties De dienstverlening van het team Basisregistraties richt zich op het voldoen aan wettelijke eisen vanuit de Wet BAG, de Wet BGT, de Wet WOZ en de Wet Publiekrechtelijke beperkingen voor de basisregistraties waar de gemeenten bronhouders van zijn. De gegevens uit basisregistraties worden veel en verplicht gebruikt in allerlei belangrijke (overheids-) processen. Daarnaast geven wij uitvoering aan de landmeetkundige dienstverlening.
9
De kwaliteit van gegevens binnen de basisregistraties worden steeds gemonitord en doorontwikkeld. Vanuit een gezamenlijk dashboard, waar zowel De Connectie als de gemeenten in werken, wordt grip gehouden op het beheer van de relevante BAG, WOZ -en BGT- en Belastinggegevens. Daarmee borgen we de actualiteit, juistheid en tijdigheid. De data die De Connectie in beheer heeft, wordt gedeeld met de gemeenten via de verschillende gemeentelijke applicaties en wordt gebruikt om proactief te adviseren en services aan te bieden. Uit de data is informatie te halen die te gebruiken is op verzoek voor bijvoorbeeld datagedreven beleidsvorming op verschillende gemeentelijke terreinen (zoals beheer en onderhoud openbare ruimten, energietransitie). De Woondeal 2.0 is een samenwerkingsagenda voor de woningbouwopgave in de regio Arnhem/Nijmegen. De aanleiding hiervoor is het hoge woningtekort in deze regio waardoor de woonopgaven bovengemiddeld zijn en de uitvoering hiervan onder druk staat. De agenda, en met name de planning van de realisatie van woningen, zijn voor de producten basisregistraties en belastingen relevant. De basisregistraties zijn ingericht om jaarlijks een gemiddelde arealontwikkeling te verwerken. Dit aantal mutaties verdubbeld jaarlijks op basis van de woondeal.
De benodigde personele inzet is bij nieuwbouw vooral incidenteel bij de basisregistraties, maar wel arbeidsintensief. Samen met de gemeenten wordt de feitelijke planning van de realisatie van woningen uit de Woondeal 2.0 actief gevolgd. Facilitaire Zaken Facilitaire Zaken is ondersteunend aan het primaire proces van de gemeenten en De Connectie zelf. De gemeenten staan centraal bij de invulling van de werkprocessen. Facilitaire zaken bouwt verder aan een servicegerichte klantrelatie. Dit gebeurd door de processen en de te leveren diensten van Facilitaire Zaken goed in beeld te hebben, te zorgen voor de juiste gesprekspartners voor diverse facilitaire onderwerpen, proactief informatie te verstrekken en de resultaatafspraken helder te hebben. De dienstverlening van Facilitaire Zaken wordt steeds flexibeler, zonder dat de kwaliteit minder wordt. Facilitaire contracten zijn voor een groot deel geharmoniseerd. De afdeling ontwikkelt zich naar een regieafdeling, om sneller in te kunnen spelen op veranderende vragen vanuit de klant. De gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden, en ook De Connectie staan voor enkele grote huisvestingsopgaven. De dynamiek op dit thema verschilt per organisatie. De gemeente Arnhem oriënteert zich op het verbeteren van de huisvesting in het Stadskantoor en het tijdelijk verhuizen van werkplekken en functies uit het Stadhuis naar het Stadskantoor.
Dit houdt verband met de renovatieplannen van het Stadhuis. Naar verwachting laat de gemeente Renkum binnen een aantal jaren renovatiewerkzaamheden uitvoeren aan het bestaande gemeentehuis. Ook speelt in Renkum op dit moment de nieuwbouw van de gemeentewerf. De gemeente Rheden neemt haar nieuwe gemeentehuis in gebruik. Bij de ontwikkeling van al deze ver- en nieuwbouwplannen zetten we volop in op het al omarmde concept van tijd- en plaats onafhankelijk werken.
10
Het is van belang om de blijvende effecten van het afnemend aantal te faciliteren kantoorwerkplekken, als gevolg van de afnemende flexfactor2, in beeld te hebben. In de markt zien we dat er een andere ruimtebehoefte, met andere voorzieningen, ontstaat. Kantoorwerkplekken nemen in aantal af en kantoortuinen worden afgebouwd. Maar tegelijkertijd is er een toenemende behoefte aan concentratiewerkplekken, aanlandplekken3, belcabines en ontmoetingsruimten. Dit heeft ook gevolgen voor de inrichting van ruimten, het gebruik van ruimten en het daarop aansluitende voorzieningenniveau (schoonmaak, catering, etc.). Deze ontwikkeling van behoeftes op kantoor is ook verbonden met de keuzes die gemeenten maken over het faciliteren van thuiswerkplekken. De dienstverlening van Facilitaire zaken is er op gericht om de huidige dienstverlening en ook de toekomstige wensen rondom huisvesting van de kantoorwerkplek én ook de thuiswerkplek te kunnen faciliteren. Frontoffice De Frontoffice is het eerste aanspreekpunt en gezicht als het gaat om de contacten met de klant. Het verder verbeteren van de dienstverlening vraagt om een goede samenwerking tussen de Frontoffice en alle (backoffice-) afdelingen van De Connectie. Het is de bedoeling om de tijd die het duurt een melding op te lossen te verbeteren. Daarom zet de Frontoffice in op het managen van de meldingen.
Dit doet de Frontoffice door het ondersteunen en monitoren van alle opdrachten en klantcontacten vanaf het moment dat zij een opdracht krijgen tot en met oplevering. De klant houden we actief op de hoogte te houden van de vorderingen. Administratie & Beheer De Afdeling Administratie en Beheer bestaat uit de financiële administratie en de personeels- en salarisadministratie. De belangrijkste taak van de personeels- en salarisadministratie (PSA) is een juiste, volledige en tijdige gegevensverwerking en om gegevens goed te beheren. Deze afdeling zorgt ervoor dat de salarissen op tijd worden betaald, de gegevens op de loonstrook correct zijn en de basisgegevens op orde en betrouwbaar zijn. De financiële administratie (FA) is onderdeel van de financiële functie van de gemeenten. De financiële administratie beheert en verstrekt hiervoor gegevens met een zo hoog mogelijke kwaliteit en betrouwbaarheid. In 2025 wordt verder vorm worden gegeven aan het professionaliseren van het team PSA. Door het implementeren van e-HRM veranderen de taken voor PSA en is herstructurering van het team nodig. Daarnaast onderzoeken we hoe automatisering en innovatie te gebruiken zijn om de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de dienstverlening verder te vergroten.
Het gebruik maken van automatisering, ontwikkelingen in de markt en de klantvraag geven vorm aan de verdere door ontwikkeling naar een servicegerichte afdeling waarbij de klant beter kan worden ontzorgd.
2
Het aantal werkplekken per fte (voltijdse functie) Een werkplek waar een medewerker kort maar geconcentreerd kan werken, bijvoorbeeld tussen twee vergaderingen. 3
11
Inkoop & Aanbesteding Inkoop & Aanbesteding (I&A) regisseert de inkoop en aanbestedingen van de gemeenten en adviseert bij inkoop- en aanbestedingstrajecten. Het team bouwt samen met de drie gemeenten verder aan het standaardiseren, harmoniseren en professionaliseren van de inkoopprocessen. Rechtmatigheid en doelmatigheid spelen hierbij een belangrijke rol. I&A richt zich steeds meer op samenwerking met de gemeenten. Samen met de gemeenten sturen we op het verder vergroten van het inkoopbewustzijn met als doel hiermee de doelmatigheid en rechtmatigheid van het inkoopproces te vergroten. De adviseurs van team Inkoop & Aanbesteding zetten afhankelijk van de wens van de klant hun ervaring in voor deze vergroting. Ook adviseren zij de klantorganisatie bij de te nemen verbeteracties. Alle inkopen moeten contractueel onderbouwd zijn. In 2025 vervangen we het systeem voor het contractbeheer. Dit is een goed moment om ook de relatie tussen het contractbeheer, de verplichtingenadministratie en facturatieproces te verstevigen. Management Support De afdeling Management Support van De Connectie staat voor professionele bestuurlijke en ambtelijke ondersteuning, dicht bij de gebruiker. De medewerkers zijn vaste, betrouwbare krachten binnen de snel veranderende organisatie. Zij denken in uitdagingen en mogelijkheden en zijn proactief en klantgericht.
De afdeling levert dienstverlening voor professionele, bestuurlijke en ambtelijke ondersteuning op verschillende niveaus.
12
Wat mag het kosten? Realisatie 2023 Bedragen x 1.000 euro PROGRAMMA BEDRIJFSVOERING GEMEENTEN Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo na reserves
Begroting 2024
50.427 -7.135 43.291 193 -75 43.410
44.866 -25 44.841 362 -118 45.086
Begroting 2025
44.682 -25 44.658 383 45.041
2026
meerjarenraming 2027
44.720 -25 44.696 383 45.078
44.730 -25 44.706 383 45.088
2028
44.996 -25 44.971 383 45.354
Programma Bedrijfsvoering gemeenten Ten opzichte van voorgaand jaar neemt de begroting van dit programma toe met € 0,2 mln. Belangrijke ontwikkelingen die hieraan bijdragen zijn de loonontwikkelingen als gevolg van CAO-stijging en de autonome prijsontwikkelingen. Per 1 oktober 2024 stijgen de brutosalarissen met 1,25% en de materiële budgetten zijn vanaf 2025 met 2,2% geïndexeerd ten opzichte van het prijspeil 2024. Ook zijn er in 2024 incidentele budgetten toegekend voor het E-HRM project. Deze middelen zijn niet meer beschikbaar voor 2025. Daarnaast is de taakstelling op applicatiebeheer van 4 fte vanaf 2025 getemporiseerd. De kapitaalslasten in 2025 zijn gestegen als gevolg van het hogere investeringsvolume en de hogere omslagrente. Beleidsindicatoren Als gevolg van wijzigingen in de BBV maken beleidsindicatoren verplicht deel uit van begroting en verantwoording. Hiermee wordt het beter mogelijk om de prestaties van gemeenten onderling met elkaar te vergelijken. Het grootste deel van de beleidsindicatoren van De Connectie vallen onder het taakveld Bestuur en Ondersteuning en worden vanuit praktische overwegingen onder het Overzicht van Algemene dekkingsmiddelen en overhead gepresenteerd.
13
3.2. Programma belastingen gemeenten Wat willen we bereiken? De Connectie zorgt voor een zo volledig mogelijke belastingopbrengst tegen zo laag mogelijke kosten. Richting onze inwoners hebben we aandacht voor begrijpelijk en helder communiceren. De Connectie wil minimaal een servicegerichte organisatie worden. De afdeling belastingen is servicegericht wanneer we in staat zijn om behoeften, wensen en verwachtingen van klanten te vertalen naar succesvolle producten, diensten en dienstverlening. Klanten merken in deze fase dat we meedenken en sturen op de veranderende behoeften van de klanten. De Connectie heeft de ambitie uitgesproken het oordeel van de Waarderingskamer te verbeteren. Het oordeel van de Waarderingskamer (toezichthouder op belastingen) moet minimaal 'voldoende' blijven in 2025. De Connectie streeft naar het oordeel 'goed' voor alle gemeenten. Dit zou een mooie mijlpaal zijn in de dienstverlening. Wat gaan we daarvoor doen? Met ingang van 2025 bekijkt de afdeling elk jaar één of meerdere producten met onze deelnemende gemeenten. De Connectie volgt landelijke ontwikkelingen en probeert hier invloed op uit te oefenen. Leidinggevenden sluiten aan bij (landelijke) werkgroepen en commissies. Zo proberen we samen de dienstverlening te verbeteren. De medewerkers van belastingen zijn vakbekwaam.
De Connectie heeft een vakbekwaamheidsverklaring van de toezichthouder ondertekend. De ontwikkeling van onze medewerkers ondersteunen we met opleidingen. We geven ruimte aan medewerkers om mee te doen met (landelijke) werkgroepen en commissies. Zo kunnen ze extra kennis en kunde opdoen. Om het oordeel van de Waarderingskamer te verbeteren, gaan de teams belastingen en basisregistraties nog beter de gegevens op elkaar afstemmen. Dit doen we door de administraties vaker te vergelijken en te verbeteren. Daarnaast spiegelen we onze gegevens met de landelijke brongegevens (Kadaster, Kamer van Koophandel. etc.) en brengen de gegevens hiermee in overeenstemming. De laatste jaren staat de legitimiteit van de belastingheffing (en met name de acceptatie van de WOZwaarde) onder druk. Het waarderingsproces transparant maken en hier laagdrempelig en interactief over communiceren, kan de acceptie van de WOZ-waarde bevorderen. Voor het bevorderen van de acceptie van de WOZ-waarde is samen met de gemeenten gestart met het opstellen van laagdrempelige belastingbrieven en met het verbeteren van de communicatie. In 2025 willen we inwoners bovendien de mogelijkheid bieden om zogenaamde 'voormeldingen' te doen. In een voormelding worden inwoners uitgenodigd om, voorafgaande aan de waardering, kenmerken van de woning te beoordelen. Deze kenmerken worden gebruikt voor het bepalen van de WOZ-waarde.
Hiermee proberen we te bereiken dat de uitkomst van de waardering wordt begrepen en geaccepteerd. Ook team belastingen merkt de effecten van de Woondeal 2.0. Voor belastingen geldt dat het aantal te waarderen en belasten objecten structureel toeneemt. Om een goede heffing en inning van gemeentelijke belastingen te borgen zal structureel meer inzet nodig zijn. Samen met de gemeenten wordt de feitelijke planning van realisatie van woningen uit de Woondeal 2.0 actief gevolgd.
14
Wat mag het kosten? Realisatie 2023 Bedragen x 1.000 euro PROGRAMMA BELASTINGEN GEMEENTEN Lasten Baten Saldo baten en lasten Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo na reserves
Begroting 2024
4.921 -2.484 2.436 1.159 3.596
4.564 -308 4.256 70 -1.147 3.179
Begroting 2025
4.133 -308 3.825 71 3.896
2026
meerjarenraming 2027
4.130 -308 3.823 71 3.894
4.130 -308 3.823 71 3.894
2028
4.130 -308 3.823 71 3.894
Programma Belastingen gemeenten Ten opzichte van voorgaand jaar nemen de begrote lasten af met € 0,4 mln. De afname van de lasten ten opzichte van 2024 wordt vooral veroorzaakt door hogere uitgaven als gevolg van het hogere aantal WOZ-bezwaren in 2024. Verder veroorzaken de loonontwikkelingen als gevolg van CAO-stijging en de autonome prijsontwikkelingen een lichte toename van de lasten. Beleidsindicatoren Als gevolg van wijzigingen in de BBV maken beleidsindicatoren verplicht deel uit van begroting en verantwoording. Hiermee wordt het beter mogelijk om de prestaties van gemeenten onderling met elkaar te vergelijken. De beleidsindicatoren die een (in)directe relatie hebben met de uitvoering van de gemeentelijke belastingen komen tot uitdrukking in de begrotingen van de gemeenten. De overige beleidsindicatoren van De Connectie vallen onder het taakveld Bestuur en Ondersteuning en worden vanuit praktische overwegingen onder het Overzicht van Algemene dekkingsmiddelen en overhead gepresenteerd.
15
3.3. Overzicht Algemene dekkingsmiddelen en overhead De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de reguliere bijdragen voor de dienstverlening van De Connectie, die geen specifieke bestemming hebben. De begrote kosten van de overhead zijn alle kosten die te maken hebben met de sturing en ondersteuning van het primaire proces. Hiervan is het volgende overzicht te geven: Realisatie 2023 Bedragen x 1.000 euro ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN OVERHEAD Lasten Baten Saldo Toevoeging aan reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo na reserves
Begroting 2024
2.640 -50.557 -47.917 359 -1.394 -48.952
4.475 -52.715 -48.240 164 -210 -48.286
Begroting 2025
5.080 -54.066 -48.986 28 -48.958
2026
meerjarenraming 2027
4.856 -53.849 -48.993 -48.993
4.657 -53.661 -49.003 -49.003
2028
4.392 -53.661 -49.269 -49.269
Algemene dekkingsmiddelen en overhead Naast de reguliere bijdragen vanuit de deelnemende gemeenten worden ook opbrengsten van derden onder de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Ten opzichte van voorgaand jaar nemen de begrote baten van dit programma toe met € 1,4 mln. De oorzaak hiervan is dat in 2024 incidenteel het restant van de bestemmingsreserve afhandeling WOZ-bezwaren vrijvalt. Dit levert een incidenteel voordeel op van 0,7 mln. in 2024. De overige bijdragen van de gemeenten houden gelijke tred met de ontwikkeling van de lasten. Kosten van de overhead De kosten van de overhead bestaan onder andere uit kosten die samenhangen met de huisvesting van De Connectie, HR en arbozorg, accountants- en adviesdiensten en uit de kosten van de formatie voor het Bedrijfsbureau. Ten opzichte van voorgaand jaar nemen de begrote lasten van dit programma toe met € 0,6 mln. In 2024 zijn incidentele budgetten toegekend voor Informatieveiligheid en Privacy. Deze middelen zijn niet meer beschikbaar voor 2025. Dit is, naast de effecten van loon- en prijsontwikkelingen, de belangrijkste veroorzaker van het verschil ten opzichte van 2024.
16
Beleidsindicatoren Onderstaand wordt inzicht gegeven in de beleidsindicatoren van De Connectie zoals staat in de BBV. Dit biedt de mogelijkheid de prestaties van gemeenten beter onderling te vergelijken. Het grootste deel van de beleidsindicatoren van De Connectie vallen onder het taakveld Bestuur en Ondersteuning en worden vanuit praktische overwegingen onder het programma algemene dekkingsmiddelen en overhead gepresenteerd. Eenheid Beleidsindicatoren Formatie Bezetting Apparaatskosten Externe inhuur Overhead
De Connectie
FTE per 1.000 inwoners FTE per 1.000 inwoners Kosten per inwoner Kosten als % van de totale loonsom inclusief inhuur % van de totale lasten
€
1,61 1,35 223,59 1,9% 90,1%
Bron
Eigen gegevens Eigen gegevens Eigen begroting Eigen begroting Eigen begroting
Formatie Het gaat om de toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari, dus niet om de werkelijke bezetting. Het gaat om formatieplaatsen waarvan het niet uitmaakt of die worden ingevuld door iemand met een vaste aanstelling, een tijdelijke aanstelling of nog openstaan in de vorm van een vacature. Eén fte is gelijk aan een 36-urige werkweek. De toegestane formatie, peildatum 1 januari 2024, volgt het vastgestelde formatieplan. Bezetting Het gaat om het werkelijk aantal fte dat werkzaam is. Dus niet om de toegestane formatieve omvang. Het is niet gebruikelijk om de werkelijke bezetting voor een toekomstig begrotingsjaar in te schatten. Daarom is uitgegaan van de werkelijke bezetting in fte op 1 januari van het vorige begrotingsjaar (1 januari 2024). Apparaatskosten Dit gaat om de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen) en materieel voor de uitvoering van de organisatorische taken. Het gaat dus om alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie. Externe inhuur Dit gaat over de begrote kosten voor het uitvoeren van werkzaamheden door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.
Overhead Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die te maken hebben met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Voor De Connectie zijn dit bijna alle kosten. Enige grote uitzondering zijn de kosten voor de Belastingdienstverlening. Deze vallen onder een ander taakveld.
17
3.4. Bedrag heffing vennootschapsbelasting Samenwerkingsverbanden zijn vrijgesteld voor de vennootschapsbelasting, wanneer aan drie cumulatieve voorwaarden is voldaan: 1. De activiteiten van het samenwerkingsverband moeten worden verricht voor de onmiddellijk of middellijk participerende publiekrechtelijke rechtspersonen; 2. De activiteiten zouden bij de participanten in het samenwerkingsverband niet tot belastingplicht hebben geleid of zouden zijn vrijgesteld als zij de activiteiten zelf zouden hebben verricht; 3. De participanten moeten naar evenredigheid van de afname van de activiteiten van het samenwerkingsverband bijdragen in de kosten van het samenwerkingsverband. Bij een gemeenschappelijke regeling wordt geacht hieraan te zijn voldaan. Nadrukkelijk is deze vrijstelling bedoeld voor activiteiten aan of ten behoeve van de deelnemers aan een samenwerkingsverband en niet voor activiteiten ten behoeve van of aan een derde partij. De vrijstelling heeft alleen betrekking op de winst die wordt gerealiseerd door levering aan de deelnemende gemeenten. Wanneer er winst wordt gerealiseerd in verband met de levering aan derden moet hierover in beginsel vpb betaald worden. De Belastingdienst heeft geconcludeerd dat De Connectie voor derden vooral werk voor “activiteiten verricht in verband met de uitoefening van een overheidstaak of van een publiekrechtelijke bevoegdheid”.
Daarbij worden de werkzaamheden kostendekkend uitgevoerd. Gezien het geringe fiscale belang en om praktische redenen (administratieve last) heeft de Belastingdienst besloten om De Connectie geen aangiftebiljet vennootschapsbelasting toe te zenden. Wanneer de werkzaamheden voor derden aanzienlijk gaan toenemen of aanzienlijke winsten zouden gaan opleveren, is De Connectie verzocht opnieuw contact te zoeken met de Belastingdienst. Het aandeel werkzaamheden voor derden neemt juist verder af als gevolg van het bijstellen van de groeiambitie.
18
4. De Paragrafen 4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het doel van het weerstandsvermogen is het bepalen of tegenvallers die zich kunnen voordoen opgevangen kunnen worden zonder dat de normale bedrijfsgang daardoor wordt verstoord. Hiervoor is het van belang dat er periodiek een inventarisatie plaatsvindt van risico's die zich kunnen voordoen. Aangezien De Connectie maar zeer beperkt beschikking heeft over eigen weerstandscapaciteit, vooral omdat er geen algemene reserve gevormd wordt, is het des te meer van belang om het risicoprofiel zorgvuldig op te stellen. Want, wanneer risico’s zich daadwerkelijk voordoen moeten de gemeenten hiervoor worden aangesproken. Verwacht wordt dat zij hier (pro rata) weerstandscapaciteit voor organiseren. De Connectie onderschrijft de principes van het risico-gestuurd werken. Dit houdt in dat risico's gekoppeld worden aan de doelstellingen en dat beheersmaatregelen worden genomen om de risico’s te beheersen. De Connectie ontwikkelt het risicomanagement continu, door te investeren in het risicobewustzijn binnen de organisatie en door het cyclisch en systematisch borgen van het risicomanagement. Dit gebeurt vanuit het perspectief van onze organisatiedoelstellingen en vanuit het perspectief van informatieveiligheid en business continuïteit.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit van De Connectie bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover beschikt kan worden om niet-voorziene uitgaven (tegenvallers) te dekken. In de onderstaande tabel is de begrote weerstandscapaciteit (per jaar) in beeld gebracht. Rekening 2023 Bedragen x 1.000 euro Weerstandscapaciteit Algemene reserve Saldo exploitatie Bestemmingsreserve prijsontwikkelingen Totaal
-174 1.947 662 2.435
Begroting 2024
Begroting 2025
meerjarenraming 2027
-10 21 662 674
-
-
-
-
21 662 683
21 662 683
21 662 683
21 662 683
2026
2028
De Connectie heeft vooralsnog geen beschikking over een eigen algemene reserve waarmee algemene risico's kunnen worden opvangen. Het negatieve saldo van de Algemene reserve zal in 2025 volledig aangevuld zijn. De Connectie heeft beschikking over een bestemmingsreserve voor prijsontwikkelingen. Deze maakt deel uit van de weerstandscapaciteit aangezien deze aan een specifiek risico is verbonden. De saldi van de overige bestemmingsreserves zijn niet meegenomen in de berekening van de weerstandscapaciteit. Want, deze zijn niet bestemd voor het afdekken van algemene of specifieke risico’s, maar voor kosten die samenhangen met een specifieke opgave.
19
Inventarisatie risico’s Jaarlijks vindt een risico-inventarisatie met de managers en overige belanghebbenden plaats. Voor de MJPB 2025-2028 is dit risicoprofiel bijgewerkt. Hierin zijn alleen risico’s meegenomen met financiële gevolgen. Risico’s die zijn afgedekt door een voorziening of verzekering zijn niet meegenomen in deze inventarisatie. Dit geldt ook voor begrotingsrisico’s. In onderstaande tabel staan de belangrijkste bijgewerkte risico’s met financiële gevolgen, afgezet tegen de risicoscore uit de MJPB 2024-2027: Nr.
Risico/ gebeurtenis
Kans
Impact
1.
Onvolledig benutten van het harmonisatiepotentieel. Achterstanden in de kwaliteit van de overgekomen dienstverlening. De Connectie is afhankelijk van (duurdere) inhuur voor het continueren van de dienstverlening. Onvoldoende beschikking over ontwikkelcapaciteit. Ontwikkeling demand- supplyorganisatie. Het ontbreken van collectief opdrachtgeversschap vanuit de gemeenten Totdat interventies in ICT geëffectueerd zijn, zijn de continuïteitsrisico’s groot. Door de hoge inflatie van de afgelopen jaren kunnen aflopende contracten ineens veel duurder worden. Kosten door ontvlechting dienstverlening derden. Toenemende dreiging op het gebied van Informatieveiligheid en privacy. Ketenverantwoordelijkheid moet worden gepakt. Extra kosten door het hoge aantal inkomende (No Cure No Pay) bezwaren.
Groot
Groot
Gemiddeld
Gemiddeld
Groot Zeer groot Groot
Groot Groot Gemiddeld
Groot
Groot
Groot
Groot
Groot Groot
Groot Klein
Gemiddeld
Zeer groot
nvt
nvt
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
10. 11. Totaal
Risicoscore MJPB 2024 MJPB 2025 € 525.000 € 525.000 € 187.500
€ 187.500
€ 525.000
€ 525.000
€ 750.000 € 375.000
€ 675.000 € 375.000
€ 525.000
€ 525.000
€ 525.000
€ 525.000
€0
€ 525.000
€ 187.500
€ 122.500
€ 750.000
€ 750.000
€ 1.050.000
nvt
5.400.000
4.735.000
De risicoscore is tot stand gekomen door de kans en impact van het risico met elkaar in verband te brengen. Hiervoor zijn de kansen en risico’s onderverdeeld in de volgende categorieën: Kans Categorie
Impact Klasse
Gemiddeld
Categorie
zeer klein
0 - 20%
10 %
zeer klein
klein
20 - 40%
30 %
gemiddeld
40 - 60%
groot zeer groot
Klasse
Gemiddeld € 0 - € 100.000
€ 50.000
Klein
€ 100.000 - € 250.000
€ 175.000
50 %
gemiddeld
€ 250.000 - € 500.000
€ 375.000
60 - 80%
70 %
groot
€ 500.000 - € 1.000.000
€ 750.000
80 - 100%
90 %
zeer groot
> € 1.000.000
€ 1.500.000
20
Ontwikkeling risicoprofiel Het risicoprofiel is afgenomen met € 665.000 ten opzichte van de MJPB 2024-2027. De belangrijkste reden voor de afname van het risicoprofiel is het afdekken van de opgave op de bezwaarafhandeling door middelen te reserveren. Daarom is deze opgave niet meer opgenomen in het risicoprofiel. Ook van invloed is het toevoegen van het risico op prijsstijgingen. Dit was een al bestaand risico bij het opstellen van de MJPB 2024-2027, maar destijds is er voor gekozen dit risico niet mee te nemen in het risicoprofiel omdat het afgedekt was met de bestemmingsreserve. Om een volledig inzicht te geven in onze weerstandscapaciteit is het risico in deze jaarstukken wel onderdeel van het risicoprofiel. 1. Onbenut harmonisatiepotentieel Sinds de vorming van De Connectie is de harmonisatie, standaardisatie en digitalisering van werkprocessen in volle gang. Voor een belangrijk deel is de harmonisatie, standaardisatie en digitalisering ook klaar (zoals het financieel systeem en het belastingpakket). Het harmoniseren en standaardiseren van de dienstverlening is belangrijk om de financiële en inhoudelijke doelstellingen van De Connectie te behalen. Het risico bestaat dat lokale vraagstukken en de lokale politiek boven deze doelen komen te staan.
Als de wil van de gemeenten om over te gaan tot verdere harmonisatie en standaardisatie, zoals bijvoorbeeld in het applicatielandschap, het opstellen van gezamenlijke opdrachten, of het volgen van het standaardproces aanwezig is en blijft, verwachten we de komende jaren verdere stappen te zetten. De centralisering van het opdrachtgeverschap in de informatievoorzieningsketen kan helpen bij het verder benutten van het harmonisatiepotentieel. In 2024 wordt door de gemeenten een gezamenlijk programma vastgesteld om het opdrachtgeverschap vanuit de gemeenten te verbeteren. Het programma geeft de mogelijkheid kansen tot samenwerking beter te benutten en de sturing op de verschillende opgaven te verbeteren. Daarmee kan het programma bijdragen aan het beheersen van dit risico. 2. Achterstanden in de kwaliteit Op verschillende vakgebieden moesten er de achterstanden worden ingehaald op de, aan De Connectie overgedragen, dienstverlening. De afgelopen jaren is ingelopen op deze achterstanden en kon het risico naar beneden worden bijgesteld. Het risico dat nu nog resteert is ontstaan doordat als gevolg van de inzet en tijd die inlopen op de overgedragen achterstanden kostte we nu op sommige vakgebieden achterlopen bij de huidige ontwikkelingen. 3.
Afhankelijkheid van inhuur Ondanks de aandacht voor strategische personeelsplanning blijft inhuur nodig voor het uitvoeren van projecten, maat- en meerwerk, op vacatures waarvoor geen vaste invulling te vinden is en voor vervanging bij ziekte. Er is steeds minder personeel te vinden op de arbeidsmarkt. Daardoor is het moeilijk om vacatures in te vullen of tijdelijke krachten aan te trekken. Ook zien we dat de tarieven voor inhuur steeds verder groeien. Hierdoor kiezen potentiële nieuwe werknemers steeds vaker voor andere organisaties. Dit heeft tot gevolg dat er hogere kosten gemaakt worden dan wanneer een functie vast wordt ingevuld. Ook moet er vaker kennis over gedragen worden en verdwijnt opgebouwde kennis vaker en sneller uit de organisatie. Regionale samenwerking op het gebied van hoe we de arbeidsmarkt benaderen en het zoeken naar nieuw personeel (recruitment) kan hierin een oplossing bieden. Hierin werken we samen met Arnhem. Ook heeft de Connectie sinds begin 2024 een recruiter in dienst. Als deze maatregelen succesvol gaan zijn kan dit risico naar beneden worden bijgesteld. Omdat de effecten hiervan nu nog niet zichtbaar zijn, blijft het risico nu nog op hetzelfde niveau. 21
4. Onvoldoende ontwikkelcapaciteit De meeste aandacht van De Connectie ligt op het zijn en worden van dé partner in bedrijfsvoering voor de gemeenten-eigenaren. Om dat doel te bereiken is ontwikkelcapaciteit nog steeds cruciaal. Verdere ontwikkeling is ook nodig door steeds veranderende wet- en regelgeving en toenemende eisen van onze klanten en opdrachtgevers. Dit betekent dat de behoefte aan ontwikkelcapaciteit alleen maar toeneemt om te kunnen anticiperen op deze ontwikkelingen. Daarbij geldt voor dit risico ook dat de krapte op de arbeidsmarkt ervoor zorgt dat het lastig is om extra ontwikkelcapaciteit aan te trekken. Ook het inhuren van personeel met de juiste kennis en vaardigheden om deze slag te kunnen maken is niet altijd mogelijk. 5. Ontwikkeling demand- supplyorganisatie De aanwezigheid van een goed werkende demand- supplyorganisatie is erg belangrijk voor de kwaliteit van de dienstverlening van De Connectie. Het demand- en supplymanagement is het instrument dat zorgdraagt voor de overdracht van vragen en wensen en de naleving van de gemaakte afspraken tussen de vragende organisatie (demand) en de leverende organisatie (supply). Er is destijds een werkgroep opgericht met als opdracht om een voorstel te doen voor een nieuwe inhoudelijke invulling en structuur van de demand- supplyorganisatie.
Deze werkgroep heeft geleid tot een nieuwe impuls aan de demand- en supplyorganisatie. Een risico is echter nog steeds de bemensing hiervan. In de praktijk blijken niet alle plekken continu ingevuld te zijn en hebben medewerkers niet altijd voldoende tijd om hun rol in de demandsupplyorganisatie goed op te kunnen pakken. Daarnaast zien we dat wanneer medewerkers met een rol in de demand- en supplyorganisatie vertrekken, er kennis wegvalt en dat de continuïteit hiermee onder druk komt te staan. De bestaande demand- supplyorganisatie is gericht op het operationele niveau en hiermee op de beheersing van de kwaliteit van de afgesproken dienstverlening in de producten- en dienstencatalogus. Niettemin wordt deze organisatie ook steeds meer aangesproken met verzoeken van meer tactisch en strategisch niveau. Hier lijkt de opzet van de huidige demand- supplyorganisatie nog onvoldoende op te zijn toegerust. Vooralsnog is het risico op het huidige niveau gehouden. 6. Ontbreken collectief opdrachtgeverschap Er is nog steeds behoefte aan meer proactieve strategische en tactische sturing vanuit het collectief opdrachtgeverschap van de gemeenten. Dit is een lastige opgave gebleken, ondanks de inspanningen die zijn geleverd om hier verbetering in aan te brengen. Berenschot onderzocht de mogelijke inrichtingsvarianten voor centraal opdrachtgeverschap binnen de IV-keten.
In het voorjaar van 2024 wordt een gezamenlijk programma vastgesteld om het opdrachtgeverschap vanuit de gemeenten te verbeteren. Tot het moment dat de effecten van dit programma zichtbaar zijn, wordt het risico op het huidige niveau gehouden. 7. ICT continuïteitsrisico’s De continuïteitsrisico’s binnen de ICT-omgeving waren groot, zo is gebleken uit diverse onafhankelijke onderzoeken. Vanaf 2019 zijn er aanvullende middelen beschikbaar gesteld om de benodigde acties uit te voeren. Het uitvoeren van dergelijke verbeteracties kost tijd. De verwachting is dat naarmate de ingezette projecten worden afgerond en maatregelen zijn genomen, het risico zal afnemen. Maar, als gevolg van de toenemende digitale afhankelijkheid en complexiteit van het digitale landschap zullen de hieraan verbonden risico’s continu mee moeten worden gewogen. Eind 2023 is samen met de gemeente Arnhem het programma IB&P (informatiebeveiliging en privacy) gestart. Binnen dit programma gaat aandacht uit naar het (systematisch) beheersen van continuïteitsrisico’s.
22
8. Risico prijsstijgingen De afgelopen jaren, en vooral in 2022, was de inflatie hoog. Dat heeft geleid tot substantiële prijsverhogingen. Omdat De Connectie veel werkt met langjarige contracten zijn de meerkosten nog niet overal merkbaar. Wanneer deze contracten aflopen is de verwachting dat de nieuw af te sluiten contracten behoorlijk in prijs omhoog gaan. Voor het opvangen van dit risico is een bestemmingsreserve gevormd. Deze reserve maakt onderdeel uit van onze weerstandscapaciteit. 9. Ontvlechting dienstverlening derden In de bestuursopdracht is vastgelegd dat er een pas op de plaats wordt gemaakt voor wat betreft de groeiambitie. De Connectie richt zich niet meer op groei door het aantrekken van nieuwe opdrachtgevers/klanten. De groeiambitie van De Connectie is meer gericht op het verbeteren van de kwaliteit. Met andere woorden: in eerste instantie gericht op de ontwikkeling naar een servicegerichte organisatie, aansluitend op de visie op dienstverlening van de gemeenten-eigenaren. Het opgenomen risico betreft de extra kosten die mogelijke verdere ontvlechting van derden met zich mee kan brengen. In 2022 is het ontvlechtingstraject met de ODRA afgerond. Andere ontvlechtingstrajecten lopen op dit moment nog. Hiermee geven we gevolg aan de bestuursopdracht. Zodra deze trajecten zijn afgerond kan dit risico verder naar beneden worden bijgesteld. 10.
Toenemende dreiging Informatie-veiligheid en privacy De dreiging op het gebied van informatiebeveiliging en privacy neemt toe. De ervaring uit incidenten bij andere organisaties leert dat de gevolgen groot zijn. Ook kan de financiële afwikkeling van schade soms moeizaam verlopen. Dit leidt tot risico’s ten aanzien van het herstel van vitale processen. De Connectie stuurt erop het risico op cyberincidenten zo laag mogelijk te houden door, waar mogelijk samen met onze ketenpartners, blijvend te investeren in informatieveiligheid. Eind 2023 is De Connectie samen met de gemeente Arnhem gestart met het programma Informatiebeveiliging & Privacy. In dit programma is uitgebreid aandacht voor het beheersen van dit soort risico’s. De VNG adviseert gemeenten om een stroppenpot voor cyber/ informatieveiligheid-incidenten aan te houden. Op dit moment is regionaal nog niet besloten tot het aanleggen hiervan. Totdat er een besluit genomen is zal De Connectie dit risico zichtbaar maken in het risicoprofiel. 11. Toename WOZ-bezwaren Al een aantal jaren zien we landelijk een stijging van het aantal bezwaren tegen de WOZ-waarde. Deze stijging kwam door de toename van het aantal No Cure No Pay (NCNP) bureaus en het verdienmodel dat zij hanteren. Vooral in 2023 was het aantal bezwaren erg hoog. Eind 2023 is de wet- en regelgeving aangepast.
De vergoeding voor bezwaren wordt met ingang van 2024 verlaagd en niet aan de gemachtigde (het NCNP-bureau) uitbetaald maar aan de eigenaar zelf. Door deze ontwikkeling verwachten we minder bezwaren via NCNP-bureaus. Van inwoners zelf verwachten we juist meer bezwaren. Voor de afhandeling van de WOZ-bezwaren in 2024 heeft het bestuur een bestemmingsreserve ingesteld. Gezien de specifieke opgave waarvoor deze is bedoeld, maakt zowel de bestemmingsreserve als het risico geen deel (meer) uit van de berekening van het weerstandsvermogen. Frauderisico’s Een organisatie loopt altijd risico op frauduleuze handelingen door medewerkers of bestuurders. De Connectie is hier geen uitzondering in. Bij de jaarlijkse risicoactualisatie worden frauderisico’s ook meegenomen. Daarom is het belangrijk beheersmaatregelen te nemen. Dit is op diverse manieren gedaan. Zo is de administratieve organisatie zo ingericht dat risico’s beheerst worden. Denk hierbij aan het waar nodig gebruiken van een vier-ogen principe en functiescheiding.
23
Bij het opstellen van de budgethoudersregeling en mandaatregeling is ook rekening gehouden met frauderisico’s. In de personeelsregeling is aandacht voor wat De Connectie verstaat onder integer en ethisch werken. Er is een meldpunt en er zijn vertrouwenspersonen als er misstanden vermoed worden. Ook in de ISAE3402 is er aandacht voor het voorkomen van fraude. Onze processen die zorgen voor logische en fysieke toegangsbeveiliging worden meegenomen in de controle. Door al deze beheersmaatregelen schatten wij de kans op en gevolgen van fraudeleuze handelingen op zeer klein. Gevolgen Voornoemde risico’s hebben tot gevolg dat: 1. De organisatiedoelstellingen van De Connectie onder druk komen te staan; 2. Belangrijk potentieel van de samenwerking onbenut blijft.
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen drukt de mate uit waarin de organisatie in staat is om met de beschikbare risicodekking (weerstandscapaciteit) de benodigde risicodekking te matchen. De geïnventariseerde risico’s tellen op tot een risicoscore van € 4.735.000. De Connectie heeft vooralsnog niet de beschikking over een (positieve) eigen algemene reserve waarmee algemene risico’s kunnen worden opvangen. Tot het moment dat er evenwicht is tussen weerstandscapaciteit en risicoprofiel, geldt dat wanneer risico’s zich voordoen waar geen weerstandcapaciteit tegenover staat, de gemeenten hiervoor moeten worden aangesproken. Dit betekent dat de gemeenten hiervoor, pro rata, weerstandscapaciteit moeten organiseren. De ontwikkeling van het weerstandsvermogen zal periodiek met de gemeenten, op ambtelijk en bestuurlijk niveau, worden besproken. Doel is om grip te houden op de aard en omvang hiervan. Ratio’s kengetallen Rekening 2023 Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
12,09% 12,09% 9,63% 1,09%
Begroting 2024
17,06% 17,06% 7,13% 0,04%
Begroting 2025
20,89% 20,89% 4,98% 0,04%
2026
meerjarenraming 2027
24,78% 24,78% 5,80% 0,04%
27,56% 27,56% 6,63% 0,04%
2028
30,30% 30,30% 7,38% 0,04%
De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bevat op basis van de nieuwe verantwoordingsregels vijf financiële kengetallen. Van deze vijf financiële kengetallen zijn er drie van toepassing op De Connectie. Op basis van deze kengetallen wordt de financiële positie van De Connectie geanalyseerd. De VNG heeft een aantal normen ontwikkeld om een grofmazige waardering te geven aan deze indicatoren. Netto schuldquote: dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de totale schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. Dit percentage is in 2025 gestegen met 3,84%punt ten opzichte van 2024 als gevolg van wijzigingen in de omvang van de leningenportefeuille. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen is gelijk omdat De Connectie geen leningen verstrekt.
24
Solvabiliteit: dit cijfer geeft de mate aan waarin de bezittingen (balanstotaal) zijn gefinancierd uit eigen middelen (eigen vermogen). De VNG hanteert als richtlijn een minimumomvang van 20% als norm. De Connectie scoort hier onvoldoende op gezien de beperkte omvang van het eigen vermogen. Hiertegenover staat dat de eigenaren, conform G.R., ervoor dienen te zorgen dat De Connectie altijd in staat moet zijn om haar financiële verplichtingen te voldoen. Structurele exploitatieruimte: dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om (structurele) tegenvallers op te vangen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat incidentele lasten deels uit structurele middelen worden gedekt. Een negatief percentage betekent dat structurele lasten deels uit incidentele baten worden gedekt. Het eerste is bij De Connectie het geval, hetzij voor een zeer gering percentage.
25
4.2. Financiering Beleidsvoornemen financieringsfunctie De financieringsfunctie van De Connectie is alleen gericht op ondersteuning van de publieke taak. Het beheer heeft uitsluitend een voorzichtig en risicomijdend karakter. Als financiering nodig is, vindt de uitvoering daarvan plaats binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en hetgeen door het bestuur van De Connectie aan kaders is vastgesteld in de financiële verordening. Zo worden voor het aantrekken van financieringen met een looptijd van langer dan één jaar tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instelling gevraagd en wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet Fido. In de financiële verordening is eveneens bepaald dat de directie zorgdraagt voor de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie. Deze zijn vastgelegd in het Treasurystatuut van De Connectie. Risicoprofiel De begroting van De Connectie wordt voor het grootste deel door de deelnemende gemeenten gedragen. Afspraken over de bevoorschotting voor het lopende jaar zijn erop gericht om de kortlopende liquiditeitsbehoefte af te dekken en liquiditeitsoverschotten zoveel mogelijk te voorkomen.
Door het verbinden van de inkomende en uitgaande geldstromen is de financieringsbehoefte en het daarmee samenhangende renterisico klein. Investeringen van De Connectie worden gefinancierd met geldleningen, die qua looptijd zoveel mogelijk overeenstemmen met de levensduur van de activa. Gezien de aard en activiteiten van De Connectie is het risicoprofiel ten aanzien van de financiering hiervan beperkt. Omslagrente De omslagrente wordt berekend door de werkelijke aan de taakvelden toe te rekenen rente te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het bij de begroting berekende omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Doordat de daadwerkelijk te betalen rente meer dan 0,5% afwijkt, is de begroting voor de rentekosten hierop aangepast. In de MJPB 2025-2028 is gerekend met een omslagrente van 1,0%. Leningenportefeuille Rekening 2023 Bedragen x 1.000 euro Leningportefeuille Looptijd 2 jaar 3 jaar 4 jaar 5 jaar 6 jaar 7 jaar 8 jaar 10 jaar Totaal