220520 Convenant nazorg jeugdige ex-gedetineerden
Tekst van het document
Samenwerkingsafspraken nazorg voor jeugdige ex-gedetineerden regio Gelderland-Midden
Werkproces nazorg jeugdige ex-gedetineerden Datum: december 2021 Auteurs: : Andre Hartman en Vera Willemsen Versie: def
Inhoudsopgave 1. Inleiding 1.1 Ontwikkelingen nazorg jongeren uit Justitiële Jeugdinrichting 1.2 Definities 1.3 Waaraan voldoet volgens de betrokken organisaties een goed integraal nazorgplan? 1.4 De beslisboom Stap 1. Kan afstemming en informatie-uitwisseling via het reguliere proces? Stap 2. Kan afstemming en informatie-uitwisseling met direct betrokken professionals? Stap 3. Kan afstemming en informatie-uitwisseling met vertegenwoordigers? 2. Uitwerking beslisboom Afstemming tussen direct professionals voorlopige hechtenis tot aan raadkamer & afstemming tussen vertegenwoordigers Route bij ASR Afspraken over de tijd tot het vonnis, PIJ en zij-instroom 3. Inhoud van de nazorgtafel 4. Evaluatie van de afspraken
2 2 3 3 4 6 6 7 9 9 10 11 13 14
Bijlagen Bijlage 1: Begrippenlijst Handtekeningenblad
1
1. Inleiding 1.1 Ontwikkelingen nazorg jongeren uit Justitiële Jeugdinrichting Jaarlijks verblijven in Nederland een aantal jongeren in een Justitiële Jeugdinrichting (JJI). In de provincie Gelderland werden 81 jongeren in hechtenis genomen in 2020. Om het perspectief van de jongere na verblijf in de JJI te vergroten en de kans op recidive te verminderen is het van belang dat met en voor jeugdigen die uitstromen uit een JJI een plan tot stand komt dat: • op de persoon is afgestemd: gericht op het bereiken van een stabiele situatie op de voor hem relevante leefgebieden (in elk geval huisvesting, ID-bewijs, werk/school, financiën en zorg); • sluitend is: de begeleiding en/of zorg vóór, tijdens en na verblijf in de JJI, alsmede na het vervallen van de strafrechtelijke titel gaat naadloos in elkaar over; • integraal is: op basis van een zo compleet mogelijk beeld, door de inzet, samenhang en afstemming tussen de verschillende betrokken partijen. In het verzorgen van nazorg speelt de gemeente een belangrijke rol. Immers, de jongere die na zijn straf in een JJI terugkeert in de maatschappij, komt in een gemeente wonen. De rol van de gemeente in het verlenen van nazorg is niet nieuw en op zichzelf staand. De - vaak korte - periode dat de jongere in de JJI verblijft, is in feite een onderbreking in de continue zorgtaak die de gemeente heeft.
In 2009 is een Handreiking nazorg verschenen, waarin trajectberaden zijn geïntroduceerd om de nazorg voor iedere individuele jongere te regelen. In 2014 heeft het ministerie besloten deze handreiking te herschrijven rekening houdend met de transitie jeugd en de komst van het adolescentenstrafrecht. Uitgangspunt hierbij is, dat zowel de justitiepartners als de gemeente een belangrijke rol hebben ten aanzien van het bieden van nazorg aan deze jongeren. De gemeente heeft vanuit de Jeugdwet de regie op het bieden van jeugdhulp. Om een sluitende aanpak te krijgen ten aanzien van nazorg is afstemming met de justitiepartners noodzakelijk gebleken. Daarnaast krijgen jongere en ouders/verzorgers een belangrijke rol in het opstellen van het nazorgplan. Door bepalingen in de nieuwe Jeugdwet is er een privacy dilemma ontstaan. Er was vooralsnog geen wettelijke grondslag om informatie te delen tussen justitiepartners en de gemeente. Dit betekent dat de trajectberaden zoals die in 2009 landelijk zijn geïmplementeerd vanuit de huidige wetgeving niet meer het meest geëigende gremium zijn om de nazorg aan jeugdige (ex)gedetineerden vorm te geven.
Bij het ontbreken van de wettelijke grondslag heeft het landelijk coördinerend beraad opdracht gegeven om binnen de lokale (gemeentelijke/regionale) zorgstructuur te onderzoeken en te beargumenteren welke informatie en welke persoonsgegevens er noodzakelijk gedeeld moeten worden om tijdig tot een goed en integraal nazorg plan te komen. Daartoe is in 2017/2018 door de Beleidsgroep Nazorg jeugd vanuit het Ministerie van Veiligheid & Justitie een nieuwe handreiking en een ‘beslisboom’ ontworpen1. De beslisboom kan worden gebruikt voor het maken van onderlinge werkafspraken tussen lokale/regionale partners die resulteren in een convenant. In augustus 2019 is middels het besluit (houdende wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens art. 11a.) vastgesteld dat gemeenten, ten behoeve van de nazorg, strafrechtelijke gegevens mogen ontvangen. Op 18 december 2019 is in het besluit, houdende regels over de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen art 2:7, vastgelegd dat de lokaal opgestelde samenwerkingsafspraken, conform de handreiking ‘nazorg voor
1 De nazorg voor jeugdigen na verblijf in een Justitiële Jeugdinrichting; handreiking ten behoeve van de invulling van
werkafspraken van justitiële organisaties en gemeenten, Beleidsgroep nazorg jeugd, april 2018.
2
jeugdigen na verblijf in een justitiële jeugdinrichting’ grondslag geven voor het uitwisselen van noodzakelijke informatie. In de regio’s Centraal Gelderland en FoodValley hebben enkele werkateliers plaatsgevonden om tot gezamenlijke werkafspraken te komen ten behoeve van de organisatie van nazorg aan jeugdige exgedetineerden. Uitgangspunt van deze regionale kaders is dat deze ruimte laten aan lokaal maatwerk per gemeente, omdat iedere gemeente een eigen structuur binnen en visie heeft op het sociaal domein. Om de samenwerking met de justitiële partners zo efficiënt mogelijk te houden is afgesproken dat elke gemeente een contactpersoon aanlevert die: 1. zicht heeft (of snel kan krijgen) op de ingezette zorg vanuit de betreffende gemeente; 2. die ad hoc kan participeren in een overleg. Voor de achtergronden en beschrijving van verschillende vormen van nazorg wordt verwezen naar de hiervoor genoemde Handreiking (update okt. 2020). Gezien bovenstaande ontwikkelingen is gekozen voor een nieuwe benaming van het trajectberaad: nazorgtafel (zie ook inhoud nazorgtafel blz. 10). 1.2 Definities Onder nazorg wordt hier verstaan: de begeleiding die een jeugdige krijgt, tijdens en aansluitend op zijn verblijf in een Justitiële Jeugdinrichting op alle voor hem relevante leefgebieden, totdat er op die leefgebieden een gewenste stabiele situatie is ontstaan.
Onder ‘jeugdigen’ wordt verstaan minderjarigen tussen 12 en 18 jaar en jongvolwassenen (18- tot 23jarigen) op wie het jeugdstrafrecht/adolescentenstrafrecht (ASR) is toegepast en die in dat kader in een Justitiële Jeugdinrichting verblijven of hebben verbleven. Het gaat hier om de leeftijd ten tijde van het plegen van het delict: in de fase van nazorg kan een jeugdige ouder zijn dan 22. In het geval waarin een PIJ2-maatregel is opgelegd naar aanleiding van een delict dat is gepleegd op 22-jarige leeftijd, kan een jeugdige aan het eind van die maatregel 29 jaar oud zijn en dus een jeugdige zoals bedoeld in deze handreiking. 1.3 Waaraan voldoet volgens de betrokken organisaties een goed integraal nazorgplan? Om op een verantwoorde manier met informatie-uitwisseling om te gaan in het kader van nazorg voor jeugd is het van belang om gezamenlijk de doelstelling van nazorg te beschrijven en de daarbij horende uitgangspunten: •
Door middel van een integrale en sluitende aanpak bieden we perspectief aan jongeren die in een JJI zijn ingestroomd zodat de mogelijkheid vergroot wordt op een maatschappelijk verantwoorde deelname aan de samenleving en recidive en overlast voorkomen wordt.
Een goed nazorgplan is: • Op de persoon afgestemd: gericht op het bereiken van en stabiele situatie op de voor hem relevante leefgebieden (in elk geval huisvesting, ID-bewijs, werk/school, financiën en zorg). • Sluitend: de begeleiding en/of zorg vóór, tijdens en na verblijf in de JJI, alsmede na het vervallen van de strafrechtelijke titel gaat naadloos in elkaar over.
2 PIJ = Maatregel Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen
3
•
• •
• •
Integraal: op basis van een zo compleet mogelijk beeld, door de inzet, samenhang en afstemming tussen de verschillende betrokken partijen. Waar mogelijk samen te werken met ouders en jongere, eventuele andere betrokken ketenpartners of personen uit het netwerk van de jongere3. In samenspraak met ouders en jongere opgesteld. Gericht op het voorkomen van toekomstig delictgedrag. Risicobeheersing maakt onderdeel uit van het plan. Delictscenario: Wat is het delict en wat heb je nodig om een goed risicomanagement af te spreken. Dat kan ook met een jeugdige afgesproken worden. Waar moeten we op letten om te herkennen dat er nieuwe delicten voorkomen worden. Gericht op een duurzaam perspectief voor kind en ouders. In lijn met het gemeentelijk plan van aanpak / of in samenspraak met de gemeente gemaakt (één gezin één plan één - afgestemde - regie).
Het doel van de aanpak is: Door het bieden van zorg, begeleiding en ondersteuning tijdens en na verblijf in een JJI het perspectief van de Jeugdige te vergroten en (daarmee) het risico op recidive te verkleinen; Ketenpartners onderling in staat stellen om invulling te geven aan de gemeenschappelijke taak zoals vastgelegd in artikel 28 Besluit tenuitvoerlegging jeugdstrafrecht en de afzonderlijke publiekrechtelijke taken van Ketenpartners. Te werken met een sluitende aanpak: de begeleiding voor, tijdens en na het verblijf in de JJI, alsmede na het vervallen van de strafrechtelijke titel, gaat naadloos in elkaar over. Op maat te werken en ons te richten op een stabiele situatie op de relevante leefgebieden zodat overlast en recidive voorkomen worden. In de regio Gelderland-Midden heeft het de voorkeur om zo veel mogelijk te werken vanuit een overleg met jeugdige / ouders en alle direct betrokkenen. Dit is volgens betrokken partijen de meest kansrijke en toekomstgerichte aanpak om het doel te bereiken. Alleen met vroegtijdige afstemming tussen verschillende betrokken professionals kan efficiënter en doelmatiger gewerkt worden in het belang van de jeugdige, zijn ouders, en de maatschappij. We werken vanuit de tandemgedachte, je doet het samen.
Van belang is om de gelaagdheid in de aanpak er uit te halen (niet eerst alleen vanuit justitie kijken en daarna gemeenten, maar meteen integraal vanuit gelijkwaardigheid en toegevoegde waarde ten aanzien van het plan). 1.4 De beslisboom Op basis van de lokale situatie, kunnen de betrokken organisaties samen een passend werkproces ontwikkelen. Dit werkproces dient er toe te leiden dat de benodigde informatie voor een goed integraal nazorgplan (tijdig) ontsloten kan worden, en dat de integrale afstemming op basis van de lokale noodzakelijkheid passend vorm kan krijgen. In het werkproces moet worden gegarandeerd dat er de juiste aandacht is voor: - een zorgvuldige omgang met persoonsgegevens (noodzaak, subsidiariteit en proportionaliteit); - er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de ‘reguliere processen’; - er wordt zoveel mogelijk afgestemd met de direct bij de jeugdige betrokken professionals, jeugdigen en hun ouders.
3 Indien de jeugdige geagendeerd is bij het Veiligheidshuis dan kan in overleg met de gemeente en met toestemming van de
jeugdige overwogen worden om het Veiligheidshuis ook bij de nazorgtafel te betrekken.
4
Het proces om te komen tot lokale werkafspraken wordt vormgegeven door gebruik te maken van een gezamenlijke ‘beslisboom’ waarmee een zorgvuldige afweging rondom de uitwisseling van informatie en de mate van samenwerking wordt gewaarborgd. De beslisboom kent een eerste afstemmingsvraag en drie stappen die gezamenlijk door de betrokken organisaties moeten worden doorgelopen. Deze vragen/stappen zijn op de volgende pagina op hoofdlijnen geformuleerd.
5
Stap 1. Kan afstemming en informatie-uitwisseling via het reguliere proces? De justitiële ketenpartners voeren hun eigen wettelijke taak en opdracht uit zonder dat er een multidisciplinaire casuïstiekbespreking plaats vindt. Uitgangspunt is dat de reguliere werkwijze voldoende waarborgen biedt voor een op de persoon afgestemde, sluitende, integrale aanpak voor de jeugdige. Is dat het geval, dan wordt deze werkwijze gehanteerd. De randvoorwaarden om de nazorgdoelstellingen te halen zijn aanwezig zonder dat er in het kader van nazorg extra uitwisseling van persoonsgegevens nodig is. Betrokkenen: • RvdK als initiatiefnemer/ voorzitter • JJI • JR of 3RO • Gemeente Wanneer: Zo snel mogelijk na instroom jongere. Doelstelling: Check door de RvdK bij de betrokken ketenpartners of van een nazorgtafel gewenst is om tot onderlinge afstemming te komen. Werkwijze: De RvdK neemt contact op met de direct betrokken ketenpartners. Aan de hand van deze informatie kan de RvdK vaststellen of het reguliere werkproces voldoende zekerheden biedt om de nazorgdoelstellingen te halen zonder dat er extra uitwisseling van persoonsgegevens nodig is. Alle minderjarige jongeren die in verzekering worden gesteld op verdenking van een strafbaar feit, worden gemeld bij de RvdK. Voor alle minderjarigen verzoekt de RvdK aan gemeenten informatie over bekendheid van de jongere in het gemeentelijk veld.
Indien er sprake is van bekendheid, wordt afgestemd wat de strekking van het plan van aanpak is en welke zorg of hulp ingezet is/ wordt (naam + telefoonnummer betrokken hulpverlener). Als een jongere (vervolgens) de JJI instroomt, bundelt de RvdK de informatie en zorgt een raadsonderzoeker voor een advies aan de Raadkamer. De JJI zorgt in de periode tussen voorgeleiding RC en de eerste Raadkamer voor verblijfsinformatie die wordt gedeeld met de RvdK. De RvdK gebruikt deze verblijfsinformatie in zijn rapportage en overwegingen. Alle minderjarigen die de JJI instromen, hebben een begeleidingstitel Jeugdreclassering. In het geval van toepassing adolescentenstrafrecht, zijn de partners alert op opdrachtverstrekking rapportage door OM aan 3RO ten behoeve van advies aan de raadkamer. Stap 2. Kan afstemming en informatie-uitwisseling met direct betrokken professionals (in een apart nazorgoverleg)? Indien het reguliere proces onvoldoende waarborgen biedt, komt aan de orde op welke wijze de noodzakelijke afstemming met de gemeente in het kader van nazorg wordt vormgegeven. De vraag is of deze afstemming in de betreffende lokale context gerealiseerd kan worden met jongere en ouders, en direct bij de jeugdige en diens gezin betrokken professionals. Dit is vanwege privacyoverwegingen te prefereren boven een afstemming met vertegenwoordigers van de organisaties.
De professionals kennen de jeugdige persoonlijk en hebben meer inzicht in zijn situatie. Zij hebben reeds een opdracht richting en een ingang bij de jeugdige en/of het gezin en dragen de verantwoordelijkheid voor één huishouden, één plan, één regisseur. Het is van belang dat de afspraken in het kader van de nazorg een integraal onderdeel uitmaken van dit overall plan (bijv. als bijlage). Bovendien vergt een werkwijze met direct betrokkenen een beperkte extra uitwisseling van persoonsgegevens in het kader van nazorg. Deze werkwijze sluit goed aan bij de algehele strekking van de Jeugdwet die bepaalt dat ouders en jeugdige zelf meer betrokken
6
moeten worden en meer regie moeten krijgen op hun eigen hulpverleningsplan (art 2.1 en 4.1.3 Jeugdwet). Deelnemers: • RvdK- voorzitter • JJI • JR of 3RO • Gemeente • Ouders en jongere (zo mogelijk) • De nazorgtafel vindt plaats met direct bij de casus betrokkenen medewerkers. De gemeente is altijd een direct betrokken partner. Als in praktijk blijkt dat betrokkenheid niet nodig is dan is het aan de gemeente om daar de keuze in te maken. Mocht blijken (in individuele gevallen) dat het voor één van de andere partijen onmogelijk is voor de betrokken medewerker om aanwezig te zijn, wordt hij/zij vertegenwoordigd door een collega met voldoende kennis over de betreffende casus. Dit wordt vooraf kenbaar gemaakt aan jongere en zijn ouders. De nazorgtafel voor jongeren die in de Hunnerberg zijn ingestroomd, vindt zo veel mogelijk plaats in de Hunnerberg. De Hunnerberg zorgt voor toegang van de bezoekers (de uitgenodigde ketenpartners en ouders) in de JJI. Jongere, ouders en ketenpartners worden uitgenodigd door de RvdK. In het geval jongeren in een andere JJI worden geplaatst, wordt in elk geval de jongere betrokken in het overleg middels videoconferencing. Doelgroep: • Jongeren die in een JJI verblijven. • Afwezigheid van problemen op relevante leefgebieden (in elk geval huisvesting, ID-bewijs, werk/school, financiën en zorg), kan aanleiding zijn om van een nazorgtafel af te zien.
Gekozen wordt om in deze zaken fysiek bijeen te komen omdat er een gezamenlijk en inhoudelijk plan gemaakt moet worden. Als er al een plan bestaat, dan wordt gekeken op welke manier de afspraken omtrent nazorg na detentie aansluiten bij dit bestaande plan van aanpak. De mogelijkheid moet geboden worden om met elkaar in discussie/ gesprek te gaan over de inhoud van de plannen en de activiteiten op elkaar af te stemmen. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over welke partner welke actie onderneemt. Het betreft hier een zware en kwetsbare doelgroep met een hoge kans op recidive. Frequentie : Ad hoc wanneer een casus daar om vraagt. Doelstelling fysiek overleg: Voorbereiding en onderlinge afstemming inhoudelijke invulling en uitvoering van nazorg: • Een op de persoon afgestemde aanpak, gericht op het bereiken van een stabiele situatie op de voor hem relevante leefgebieden (in elk geval huisvesting, onderwijs/werk, inkomen, identiteitspapieren en, indien nodig, zorg ); • Een sluitende aanpak: De begeleiding vóór, tijdens en na verblijf in de JJI, alsmede na het vervallen van de strafrechtelijke titel gaat naadloos in elkaar over; • Een integrale aanpak: samenhang en afstemming in de inzet van verschillende partijen, zowel binnen als buiten het justitiedomein. Tijdens het overleg wordt bepaald of en wanneer een nieuwe bespreking over betreffende jongere plaatsvindt.
7
Stap 3. Kan afstemming en informatie-uitwisseling met vertegenwoordigers van organisaties (de welkwijze voorheen in een trajectberaad)? Indien de vragen bij stap 1 en 2 met “Nee” worden beantwoord, is het in de betreffende lokale context blijkbaar noodzakelijk voor het realiseren van de nazorgdoelstellingen om jeugdigen te bespreken in een overleg met vertegenwoordigers van de betreffende organisaties. Vanuit privacy-oogpunt is dit de minst gewenste werkwijze. Door het zorgvuldig doorlopen van bovenstaande stappen kan echter wel de noodzaak van deze werkwijze worden onderbouwd. Er heeft daarmee een zorgvuldige afweging plaatsgevonden. Het betreft een fysiek beraad voor jongeren die in een JJI verblijven, tenzij er geen aanleiding is om dit te doen. Deelnemers: • RvdK- voorzitter • JJI • JR of 3RO • Gemeente Deze nazorgtafel vindt plaats met vertegenwoordigers van betrokken instellingen. Gemeente wordt daar ook bij uitgenodigd in het kader van 1 huishouden, 1 plan, 1 regisseur. Zij zorgen voor de overall aanpak. Doelgroep: • Het betreft alle jongeren die in een JJI verblijven. • Afwezigheid van problemen op relevante leefgebieden (in elk geval huisvesting, ID-bewijs, werk/school, financiën en zorg), kan aanleiding zijn om van een nazorgtafel af te zien. Gekozen wordt om in deze zaken toch bij elkaar te komen omdat er een gezamenlijk en inhoudelijk plan gemaakt moet worden.
Als er al een lokaal plan bestaat dan wordt gekeken op welke manier de afspraken omtrent nazorg na detentie aansluiten bij dit bestaande plan van aanpak. Er moeten duidelijke afspraken gemaakt worden over de taken van de partners en de wijze waarop de individuele acties ondersteunend zijn aan het overall doel. Frequentie: Ad hoc wanneer een casus daar om vraagt. Doelstelling overleg: Voorbereiding en onderlinge afstemming inhoudelijke invulling en uitvoering van nazorg: • Een op de persoon afgestemde aanpak, gericht op het bereiken van een stabiele situatie op de voor hem relevante leefgebieden (in elk geval huisvesting, onderwijs/werk, inkomen, identiteitspapieren en, indien nodig, zorg ); • Een sluitende aanpak: De begeleiding vóór, tijdens en na verblijf in de JJI, alsmede na het vervallen van de strafrechtelijke titel gaat naadloos in elkaar over; • Een integrale aanpak: samenhang en afstemming in de inzet van verschillende partijen, zowel binnen als buiten het justitiedomein. Tijdens het overleg wordt bepaald of en wanneer een nieuwe bespreking over/met betreffende jongere plaatsvindt.
8
2. Uitwerking beslisboom Onderstaand de uitwerking van de beslisboom in relatie tot de verschillende scenario’s. 2A. Afstemming tussen direct professionals voorlopige hechtenis tot aan raadkamer & afstemming tussen vertegenwoordigers Van Voorgeleiding tot vonnis Het uitgangspunt is dat tijdens de nazorgtafel jongere, ouders alsmede de direct betrokken professionals aan tafel zitten.. Het streven is om binnen een week na de voorgeleiding de nazorgtafel te houden, zodat het advies voor de eerste raadkamer besproken kan worden. In de praktijk blijkt dit gezien de korte tijd moeilijk haalbaar en wordt er, indien bij elkaar komen niet lukt, telefonisch overlegd.
Voorgeleiding – Raadkamer Jongere is bekend bij de GI/3RO
-
-
RvdK regiehouder & voorzitter; nodigt de partijen uit
3RO: checkt bij elke jongere tot 23 jaar bij RvdK (lopend toezicht/maatregel). De contactpersoon van de gemeente laat weten wie er betrokken is en die persoon wordt uitgenodigd. Naast een civiele maatregel wordt een Toezicht & Begeleiding gestart (RvdK) of een maatwerktraject (3RO).
-
-
Jongere is niet bekend bij de GI/3RO
RvdK start via de GI een Toezicht & Begeleiding tijdens detentie of 3RO start een maatwerktraject. RvdK informeert de gemeentelijke nazorgcoördinator; deze levert binnen 24 uur (uiterlijk binnen 48 uur) aan of er een zorgtraject loopt en evt. contactpersonen die benaderd kunnen worden voor meer informatie. De gemeente sluit aan bij de nazorgtafel, tenzij geen meerwaarde (naar oordeel gemeente); bv. in het geval dat de inschatting is dat na einde strafrechtelijke titel geen vervolghulp nodig is.
Het streven is 1ste nazorgtafel binnen een week na voorgeleiding (in ieder geval voor de eerste raadkamer)
Uitgangspunten: - Jongere, ouders, RvdK, JJI en genodigde partners aan tafel - Het streven is de nazorgtafel te houden in de JJI waar de jongere verblijft, uitzonderingen daargelaten. Iedere partner streeft er naar hierbij aanwezig te zijn. Als dit niet lukt wordt digitaal ingebeld, bijv. via Teams.
Potentiële partners (naast gemeente) -
Wijkagent Jongerenwerker Zorgaanbieders Leerplichtambtenaar RMC
Jongere bekend bij Veiligheidshuis Onderling overleg: bespreken binnen bestaand overleg of apart beraad.
Opmerkingen * Afgesproken is dat elke
gemeente/partner een vast contactpersoon aanlevert (ook voor ASR). * Het streven is om alle partijen aan tafel te krijgen. Indien dit niet lukt, zal de informatie vooraf aan het overleg geleverd worden of zal er een vervanger gestuurd worden. * RvdK en GI zijn altijd aanwezig bij de nazorgtafel.
Ontwikkelingen/ opmerkingen • De gemeente wordt geïnformeerd over alle jongeren van die gemeente die onder toezicht/ maatregel of maatwerktraject lopen. • Maak gebruikt van de meerwaarde van de ASRtafel door daar in een vroeg stadium afstemming te zoeken. • Dit convenant is ook van toepassing op jongeren die de VH thuis mag doorbrengen.
9
2B. Route bij ASR
ASR (18+ in JJI)
3RO neemt contact op met de RvdK bij advies ASR en vice versa
Indien ASR: RvdK organiseert nazorgtafel, zodra bekend is dat ASR wordt toegepast. Bij voorkeur voor de eerstvolgende raadkamer. Aanwezigen: jongere, RvdK, 3RO, JJI en gemeente -
-
Als de jeugdreclassering nog bemoeienis heeft of recent heeft gehad, wordt zij door de RvdK ook uitgenodigd voor de tafel. Indien nodig (als bijv. de verwachting is dat een jongere langer blijft vastzitten of als er veel praktische zaken geregeld moeten worden), start de RvdK een Toezicht tijdens detentie. In de meeste regio’s wordt dit standaard opgestart. Tijdens de nazorgtafel wordt bepaald of, wanneer en in welke vorm er een volgend overleg gepland wordt. Betrokkenen kunnen gedurende de strafrechtelijke maatregel altijd RvdK verzoeken om nazorgtafel te beleggen.
10
2C. Afspraken over (1) de tijd tot het vonnis, (2) PIJ en (3) zij-instroom 1.Tijd tot vonnis
Raadkamertraject
Jongere gehouden -
-
-
Jongere geschorst GI/3RO stemmen af of nazorgtafel mogelijk/nuttig is en verzoeken de RvdK om nazorgtafel indien nodig/gewenst. Tijdens de nazorgtafel cq. afstemmingsmoment wordt een vervolgbijeenkomst gepland (tijdstip/ doel/plaats). Betrokkenen kunnen altijd RvdK verzoeken om nazorgtafel.
-
-
-
-
-
GI/3RO stemmen af of nazorgtafel mogelijk/nuttig is (en in welke vorm; fysiek of anderszins) en verzoeken de RvdK om nazorgtafel indien nodig/gewenst. Tijdens de nazorgtafel cq. afstemmingsmoment wordt een vervolgbijeenkomst gepland (tijdstip/ doel/plaats). GI heeft regie over de jongere. Of de volwassenen/ jeugdreclassering bij adolescentenstrafrecht (ASR). Betrokkenen kunnen altijd RvdK verzoeken om nazorgtafel.
Nazorgtafel binnen raadkamertraject is vormvrij en casusafhankelijk
Voor de zitting vindt er altijd afstemming plaats tussen partijen. Dit kan middels een fysieke nazorgtafel of anderszins. Indien jongere vast zit tot aan de zitting vindt er - indien nodig - voorafgaand aan de zitting nog een nazorgtafel plaats. Tijdens deze nazorgtafel wordt het nazorgplan/schorsingsplan geconcretiseerd. Tijdig invlechten en ontvlechten (van gedwongen naar vrijwillig kader), zodat regie en continuïteit gewaarborgd blijft.
2. Plaatsing in Inrichting voor Jeugdigen (PIJ-maatregel)
PIJ
Start Scholings- en Trainingsprogramma (STP) of onbegeleid verlof -
De RvdK organiseert een nazorgtafel op verzoek van de JJI/ 3RO. Dit zal gepland worden voordat de jongere start met zijn Scholings- en Trainingsprogramma (STP-traject) of onbegeleid verlof. Minimaal 6 maand hiervan voorafgaand. Wanneer 3RO verzoek krijgt tot rapportage t.b.v. STP vragen zij de RvdK om een nazorgtafel te beleggen. Tijdens de eerste nazorgtafel zal de RvdK, JJI, de gemeente van uitstroom en 3RO aanwezig zijn. Indien mogelijk/wenselijk zijn ook ouders en jongere aanwezig. De RvdK blijft betrokken zolang de maatregel loopt. Jaarlijks een checkmoment tussen RvdK en JJI. Gemeente tijdig aan tafel uitnodigen als uitstroomgemeente bekend is. Betrokkenen kunnen altijd RvdK verzoeken om nazorgtafel.
NB. Langverblijf + STP volgt dezelfde route zoals beschreven onder 2. PIJ.
11
3. Zij-instroom/zelfmelders /jeugddetentie
(tenuitvoerlegging voorwaardelijke jeugddetentie of mislukte taakstraf) Ten Uitvoer Leggen van een voorwaardelijke straf of omzetting taakstraf (TUL) JR-maatregel / omzetting taakstraf * Jongeren stromen uit zonder strafrechtelijk kader -
Als 3RO/ GI besluit tot terugmelding, informeren zij de RvdK hierover. Melden 3RO ziet op voorwaardelijke veroordelingen: melden van TUL advies met een jeugddetentie als voorw. strafdeel. -
JJI meldt instroom aan de RvdK, gemeente wordt middels INJUS geïnformeerd -
RvdK en gemeente stemmen af zodra een van beider partijen bericht heeft ontvangen over instroom jongere in JJI. RvdK stemt af of een nazorgtafel wenselijk/noodzakelijk is en wie partijen uitnodigt. Dit zijn bij een TUL bijzondere voorwaarden: de GI/ 3RO; RvdK; gemeente; JJI; ouders; jongere en eventueel de zorg aanbieder (check gemeente en Veiligheidshuis).
Nazorgtafel (georganiseerd door de RvdK) Regie op nazorg gaat over naar gemeente -
Indien terugmelding JR-maatregel: GI sluit altijd aan voor een warme overdracht naar de gemeente. Indien het een ASR jongere betreft: contact opnemen met de 3RO. Op basis van toestemming van jongere en op basis van relevantie zullen zij aansluiten bij de nazorgtafel. De gemeente is altijd aanwezig bij de nazorgtafel , om zo vrijwillige hulpverlening aan te kunnen bieden (bij ASR na toestemming jongere). Eventueel bemoeizorg/monitoring inzetten als jongere niets wil en bespreken in JOR.
12
3. Inhoud van de nazorgtafel Tijdens de nazorgtafel worden de 5 leefgebieden, te weten ID-bewijs, zorg, huisvesting, dagbesteding en financiën besproken. Het is van belang dat iedere organisatie (op basis van de beschikbare informatie) deze 5 leefgebieden, voorafgaand aan het overleg, voorbereid. Per leefgebied wordt er tijdens de nazorgtafel een risicotaxatie gemaakt (zorgwekkend; matig; goed; n.v.t.; onbekend). En - voor zover mogelijk - ook concrete afspraken om de problemen op de leefgebieden aan te pakken en wie daarvoor verantwoordelijkheid neemt. Hieronder een verdere uitwerking van de leefgebieden. 1. Leefgebied: ID-bewijs - Heeft de jeugdige voorafgaand aan en na de detentie een geldig ID-bewijs? - Wat is zijn verblijfstatus? 2. Leefgebied: Zorg - Heeft de jeugdige passende zorg voorafgaand aan en na detentie? Denk aan (niet limitatief): ✓ Ambulante behandeling/ begeleiding: datum/ organisatie/ toelichting ✓ Intramurale zorg: datum/ organisatie/ toelichting ✓ Maatregel (jeugdreclassering en/ of ondertoezichtstelling): datum/ organisatie/ toelichting - Is er verdere diagnostiek noodzakelijk? 3.
Leefgebied: Huisvesting - Waar verblijft de jeugdige voorafgaand aan en na de detentie? Denk aan (niet limitatief): ✓ Bij ouders; familie, vrienden; samenwonend met partner; eigen (huur)woning; begeleid, beschermd; maatschappelijke opvang; noodopvang; intramurale/ klinische opname; dak- of thuisloos. 4. Leefgebied: Dagbesteding - Wat is de vorm van dagbesteding voorafgaand aan en na detentie? Denk aan (niet limitatief): ✓ Betaald werk; school/ opleiding; leerwerktraject; traject behorende bij uitkering; traject behorende bij intramurale zorg; vrijwilligerswerk; geen vorm van dagbesteding - Wat is de vorm van vrijetijdsbesteding? Denk aan (niet limitatief): ✓ Structurele vrijetijdsbesteding binnen een vereniging; positieve vrijetijdsbesteding buiten een vereniging; problematische vrijetijdsbesteding. 5.
Leefgebied: Financiën - Heeft de jeugdige schulden voorafgaand aan en na detentie? - Wat is de bron van inkomsten voorafgaand aan en na detente? Denk aan (niet limitatief): ✓ Onderhouden door ouders/ familie; Inkomen uit werk; uitkering; studiefinanciering; geen wettelijk inkomen - Krijgt de jeugdige hulp bij de financiën voorafgaand aan en na detentie? - Heeft het gezin schulden voorafgaand aan en na detentie? - Krijgt het gezin hulp bij de financiën voorafgaand aan en na detentie? Als het om een nazorgtafel ter voorbereiding op de eerste raadkamer gaat, wordt er op basis van bovenstaande informatie, informatie uit de vroeghulp en wat verder ter sprake komt een advies geformuleerd.
13
4. Evaluatie van de afspraken De afspraken omtrent de samenwerking wordt op vaste basis gemonitord en geëvalueerd met betrokken partijen. Hierbinnen staat evaluatie en doorontwikkeling van nazorg voor jeugd centraal. Binnen dit overleg is er tevens aandacht voor de (kwaliteit van) beschikbare of juist ontbrekende jeugdhulp die wordt ingezet in het kader van nazorg voor jeugd. Deelnemers: • Gemeenten • RvdK • JJI • 3RO • JR • Indien mogelijk cliëntvertegenwoordiging Frequentie: Eens per jaar, of eerder als daar aanleiding toe is. Doelstelling evaluatie-overleg nazorg jeugd: • Evaluatie van de bestaande afspraken in nazorg jeugd; • Landelijke en regionale beleidsontwikkelingen doorspreken en bezien op wijze van toepassen in de regio; • Evaluatie van ervaringen met zorgaanbod in het kader van nazorg; wat werkt goed? Wat ontbreekt? Wat kan anders; • Monitoren / stimuleren gebruik van de Verwijsindex als onderlegger voor de RvdK om te kunnen zien of gemeenten betrokken zijn. Randvoorwaarden: • Eén huishouden, één plan, één regisseur • Gebruik Verwijsindex; • De gemeente is altijd een direct betrokken partner. Als in praktijk blijkt dat betrokkenheid niet nodig is dan is het aan de gemeente om daar de keuze in te maken. • Informatieverstrekking vanuit betrokken partijen om een goede aanpak op maat te kunnen maken voor de jeugdige (die aansluit bij alle bestaande afspraken).
14
Bijlage 1: Begrippenlijst -
ASR: Adolescentenstrafrecht. Met de invoering van het Adolescentenstrafrecht (ASR) per 1 april 2014 wordt de toepassing van het jeugdstrafrecht verruimd. Er wordt meer rekening gehouden met de ontwikkelingsfase waarin de jongere zich bevindt ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Ook komen er verschillende sancties uit het jeugdstrafrecht beschikbaar voor jong volwassen daders, jongeren van 16 tot 23 jaar ten tijde van het plegen van het strafbare feit. Dit betekent dat jongeren van 16 tot 23 jaar, waarbij het jeugdstrafrecht wordt toegepast, in een JJI terecht kunnen komen. De RvdK organiseert ook voor deze jongeren, waarbij het jeugdstrafrecht wordt toegepast, een nazorgtafel, en zal hiervoor de rapporteur van de 3RO uitnodigen.
-
Casusregie: De Raad voor de Kinderbescherming is verantwoordelijk voor de casusregie in de jeugdstrafketen. De casusregisseur houdt als enige in de jeugdstrafrechtketen elke jongere in alle fasen van het strafproces in beeld en zorgt voor de optimale condities voor een betekenisvolle afdoening. Kernactiviteiten zijn: bewaken, informeren, signaleren en toetsen. Als regievoerder volgt de Raad voor de Kinderbescherming het strafrechttraject vanaf de melding van de politie tot en met de nazorg door de Jeugdreclassering.
-
3RO: 3 Reclasseringsorganisaties (Reclassering Nederland, Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering en Stichting Verslavingsreclassering GGZ).
-
GI: Gecertificeerde instelling voor jeugdbescherming en jeugdreclassering.
-
Gemeentelijke nazorg coördinator: de persoon die door de gemeente is aangesteld om als aanspreekpunt te fungeren voor de ketenpartners ten behoeve van de nazorg aan jeugdige ex-gedetineerden. Deze persoon handelt conform de opgestelde samenwerkingsafspraken en fungeert als linking-pin tussen de ketenpartners en de overige diensten van de gemeente.
-
PIJ: Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen Als er sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis, er sprake is van gevaarsrisico en als de rechter van mening is dat een PIJ-maatregel in het belang van een gunstige ontwikkeling van een jongere is en intensieve begeleiding nodig is om herhaling van het misdrijf te voorkomen kan een PIJ-maatregel
worden opgelegd. Een PIJ-maatregel wordt opgelegd voor drie jaar. De maatregel kan telkens met maximaal twee jaar verlengd worden tot een maximum van zeven jaar indien de maatregel in eerste instantie was opgelegd voor een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen. -
Procesregie: het proces in meerdere casussen (op afstand) volgen. Procesregie bij veiligheid ligt bij de gemeente. Houden van overzicht op het proces van samenwerking bij complexe casussen.
-
RvdK: Raad voor de Kinderbescherming Indien een jongere in verzekering wordt gesteld en wordt voorgeleid aan de rechter-commissaris bezoekt de RvdK de jongere in het kader van vroeghulp. De RvdK heeft dan een gesprek met jongere telefonisch contact met ouders en informanten. Op basis van deze informatie geeft de RvdK een advies aan de rechter-commissaris over het wel of niet schorsen van de voorlopige hechtenis en de bijbehorende voorwaarden. Tijdens de voorgeleiding zijn naast de jongere: ouders, RvdK en een jeugdreclasseerder aanwezig. Op het moment dat de jongere niet geschorst wordt, en geplaatst wordt in een JJI, organiseert de RvdK een nazorgtafel. Dit overleg vindt zo mogelijk voor de eerste raadkamer plaats. De raadkamer vindt altijd binnen twee weken na de voorgeleiding plaats. Bij de nazorgtafel zijn ouders, jongere, RvdK, jeugdreclassering, gedragswetenschapper JJI en (indien nodig/ gewenst) de gemeente aanwezig. Op basis van de 5 leefgebieden, beschikbare informatie en wat er verder ter tafel komt wordt er een advies bepaald voor de raadkamer.
-
STP: Scholings- en trainingsprogramma Elke jongere met een perspectiefplan kan in de laatste fase van de straf of maatregel in aanmerking komen voor een scholings- of trainingsprogramma (STP) buiten de inrichting. Als er bij de jongere zicht is op STP meldt de JJI of de medewerker van de 3RO dit bij de RvdK. De RvdK krijgt dan weer een regie rol en organiseert een nazorgtafel. Hierbij zijn in ieder geval de 3RO en JJI aanwezig. In de meeste gevallen is er ook een medewerker van de gemeente aanwezig. De jeugdige verblijft tijdens de deelname aan een STP niet langer in de inrichting, maar gaat terug naar zijn ouders/verzorger, gaat beschermd wonen, onder begeleiding op kamers wonen of krijgt klinische behandeling. De jongere heeft de verplichting om deel te nemen aan een dagprogramma. Minimaal 26 uur per week is de jeugdige bezig met opleiding, training of een werkervaringsplaats. In deze periode staat de jeugdige onder begeleiding en toezicht van de (jeugd)reclassering. Als hij zich niet aan de voorwaarden houdt, kan hij worden teruggeplaatst in de jeugdinrichting. Voor jeugdigen met een PIJ-maatregel van twee jaar kan een STP drie maanden duren. Bij een PIJ-maatregel van vier jaar kan een STP zes maanden duren en bij een PIJ-maatregel van zes jaar maximaal één jaar.
-
TUL (ten uitvoerlegging) De TUL oftewel tenuitvoerlegging kan op twee verschillende manieren ter sprake komen, bij een overtreding van de algemene en/of bijzondere voorwaarden
1
of bij een mislukte taakstraf (werkstraf of leerstraf). De algemene en bijzondere voorwaarden kunnen zijn vastgesteld gedurende de voorlopige hechtenis (en dus als schorsingsvoorwaarden gelden) of tijdens een kinderrechterzitting waaraan een proeftijd gekoppeld is. De (jeugd)reclassering meldt een toezicht terug, al dan niet via AICE-CJIB, aan het Openbaar Ministerie, als de jongere de opgelegde bijzondere voorwaarden overtreedt. De OvJ kan opheffing van de schorsing of ten uitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde straf vorderen bij de rechtbank. -
Veiligheidshuis: een samenwerkingsverband waarin zorg- en strafpartners en gemeenten, onder eenduidige regie, werken aan complexe zorg- en veiligheidsproblemen. De doelstelling van de samenwerking is bijdragen aan de algemene veiligheid, het verbeteren van de persoonlijke situatie, het voorkomen en verminderen van recidive, (ernstige) overlast, criminaliteit en/of maatschappelijke uitval.
2
Handtekeningenblad Handtekeningenblad behorende bij het convenant nazorg jeugdige ex-gedetineerden regio Gelderland Midden – Raad voor de Kinderbescherming, regio Gelderland.
Handtekening:
Handtekening:
Handtekening:
Organisatie: Gemeente Arnhem
Organisatie: Gemeente Doesburg
Organisatie: Gemeente Ede
Naam:
Naam:
Naam:
Functie:
Functie:
Functie:
Datum:
Datum:
Datum:
Handtekening:
Handtekening:
Handtekening:
Organisatie: Gemeente Barneveld
Organisatie: Gemeente Duiven
Organisatie: Gemeente Lingewaard
Naam:
Naam:
Naam:
Functie:
Functie:
Functie:
Datum:
Datum:
Datum:
Handtekening:
Handtekening:
Handtekening:
Organisatie: Gemeente Nijkerk
Organisatie: Gemeente Overbetuwe
Organisatie: Gemeente Scherpenzeel
Naam:
Naam:
Naam:
Functie:
Functie:
Functie:
Datum:
Datum:
Datum:
Handtekening:
Handtekening:
Handtekening:
Organisatie: Gemeente Rheden
Organisatie: Gemeente Rozendaal
Organisatie: Gemeente Renkum
Naam:
Naam:
Naam:
Functie:
Functie:
Functie:
Datum:
Datum:
Datum:
1
Handtekening:
Handtekening:
Handtekening:
Organisatie: Wageningen
Organisatie: Reclassering Nederland
Naam:
Naam:
Functie:
Functie:
Organisatie: William Schrikker Groep Jeugdbescherming en Jeugdreclassering Naam: Marianne Lindeboom
Datum:
Datum:
Handtekening:
Handtekening:
Organisatie: Gemeente Zevenaar
Organisatie: Jeugd Bescherming Gelderland
Naam: Functie: Datum:
Naam: Arno Lelieveld Functie: Bestuurder Datum:
Functie: Datum:
Handtekening:
Organisatie: Leger des Heils Naam: Functie: Datum:
2
Handtekening:
Organisatie: Raad voor de Kinderbescherming Naam: Helean Weurding Functie: Gebiedsmanager Datum:
3