21062022 Memo financiële effecten meicirculaire gemeentefonds 2022
Tekst van het document
Memo Van: Aan: Datum: Onderwerp:
College van B&W Gemeenteraad 21 juni 2022 Financiële effecten meicirculaire gemeentefonds 2022
Deze memo heeft als doel om u op hoofdlijnen te informeren over de financiële effecten van de Meicirculaire gemeentefonds 2022 die door het Ministerie van BZK op 1 juni jl. is gepubliceerd. Ten tijde van het opstellen van de Kadernota was de meicirculaire 2022 van het gemeentefonds nog niet door het Ministerie van BZK gepubliceerd. Omdat de meicirculaire nog niet beschikbaar was, is in de kadernota 2023, voor de inschatting van de meerjarige ontwikkeling van de algemene uitkering, gebruik gemaakt van de september- en decembercirculaire plus de ‘maart-brief 2022’. In de maartbrief is door het Ministerie van BZK een inschatting gemaakt van de verwachte effecten van de meicirculaire, zodat gemeenten alvast op de effecten van de meicirculaire konden anticiperen. De meicirculaire gemeentefonds 2022 hebben we doorgerekend en de financiële effecten ervan zijn weergegeven in onderstaande tabel. Hieruit blijkt dat er dit jaar en in de periode 2023-2026 sprake is van een forse toename van de algemene uitkering.
Totalen Algemene uitkering (x € 1.000) Beginstand algemene uitkering 2022-2026 (obv decembercirc.) Eindstand algemene uitkering 2022-2026 (obv meicirculaire) verschil
2022
2023
2024
2025
2026
86.661 91.597 4.936
83.014 92.976 9.962
81.890 94.210 12.320
81.923 95.589 13.666
81.760 88.332 6.572
De onderbouwing van de financiële effecten leest u in de volgende pagina’s terug.
1
Toelichting verschillen (x € 1.000) Algemene mutaties: Herverdeeleffect Suppletie-uitkering Algemene mutaties, accres (inclusief compensatie inflatie) Effect commissie van Wijzen Jeugdzorg Taakmutaties: Algemene (overige) taakmutaties Energietoeslag Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Decentralisatie- en integratie-uitkeringen: Mutaties op bestaande IU/DU Nieuw: Suppletie-uitkering Bommenregeling Nieuw : Uitvoeringskosten klimaatakkoord Nieuw : Extra capaciteit BOA’s Op te nemen stelposten: Uitgavenpost voor energietoeslag Inkomstenpost eigen bijdrage Wmo Bommenregeling Uitvoeringskosten klimaatakkoord Extra capaciteit BOA's
2022
2023
2024
2025
2026
0 2.362 0
-3.584 3.366 9.575 492
-3.584 3.040 13.130 -368
-3.584 2.604 15.138 -339
-3.584 2.604 7.945 -234
-24 1.888 0
-8 0 0
-21 0 0
-22 0 -254
-24 0 -260
355 28 291 36 4.936
85 0 0 36 9.962
87 0 0 36 12.320
87 0 0 36 13.666
89 0 0 36 6.572
254
260
-1.888
Netto-effect op meerjaren begroting 2022-2026
-28 -291 -36 -2.243
-36 -36
-36 -36
-36 218
-36 224
2.693
9.926
12.284
13.884
6.796
Algemene mutaties Herverdeeleffect en suppletie-uitkering Per 2023 wordt voor de verdeling van de algemene uitkering een nieuw verdeelstelsel gehanteerd. Het doel van het nieuwe verdeelstelsel is om de verdeling eenvoudig en uitlegbaar te maken en daarnaast een betere aansluiting te krijgen bij de noodzakelijke kosten die de gemeenten maken. In de meicirculaire is het nieuwe verdeelmodel van 2019 geactualiseerd naar de stand van 1 januari 2023. Het ingroeipad, waarmee de gemeenten naar de nieuwe verdeling groeien, wordt beperkt tot 3 jaar. In de bijlagen van de Meicirculaire is voor Rheden de volgende ingroei te zien: 2023 -/- € 5, 2024 -/- € 12,50 en vanaf 2025 -/- € 22,50 per inwoner. Het herverdeeleffect wordt in de jaren 2023 t/m 2025 verlaagd met een bedrag dat wordt toegekend via de suppletie-uitkering nieuw verdeelstelsel 2023. In onze begroting was reeds rekening gehouden met de financiële consequenties van het herverdeeleffect. Dit wordt nu bijgesteld op basis van de nieuwe inzichten. Algemene mutaties, accres (inclusief compensatie inflatie) De algemene uitkering van het gemeentefonds wordt via de normeringssystematiek ‘samen trap op en samen de trap af’ geïndexeerd. In de meicirculaire zijn de accressen1 vanaf 2022 bijgewerkt. De bedragen hebben t/m 2025 een structurele doorwerking.
In de jaren 2022 t/m 2025 zijn de hogere accressen het gevolg van extra Rijksuitgaven voor vennootschapsbelasting, koppeling AOW aan stapsgewijze verhoging wettelijk minimum loon, inkomstenbelasting box 3 en defensie-uitgaven. Ook is het accres opwaarts bijgesteld als gevolg van een hogere loon-en prijsontwikkeling dan tot nu toe aangenomen. De oploop van de opschalingskorting is geschrapt voor de duur van de 1 Jaarlijkse toe- en afname van het gemeentefonds die voortvloeit uit de koppeling met de rijksuitgaven
2
kabinetsperiode. Dat geeft een voordeel t/m 2025. Vanaf 2026 wordt de normeringsmethodiek aangepast. Effect commissie van Wijzen Jeugdzorg Voor de jaren 2023 t/m 2026 hadden het Rijk, de VNG en het Interprovinciaal Overleg afgesproken dat gemeenten een stelpost mochten opnemen in de begroting van de nog te ontvangen middelen. De opgave van de Arbitragecommissie c.q. de Commissie van Wijzen vormt het uitgangspunt. Vanuit behoedzaamheid gold hiervoor een maximum van 75%. De compensatie voor 2023 is in de meicirculaire vastgesteld op 100%. Dit leidt tot een voordelige bijstelling in jaarschijf 2023. Voor 2024 t/m 2026 is er sprake van nadelige bijstellingen: dit betreft een correctie op de te hoge opgenomen stelposten in die jaren (voor die jaren hanteren we nog steeds 75% maar dan over lagere totaalbedragen). Taakmutaties Algemene (overige) taakmutaties In deze post wordt rekening gehouden met een taakstellende besparing in het gemeentefonds voor valpreventie bij ouderen. Verwacht wordt dat dit leidt tot besparingen in de domeinen Zorgverzekeringswet en Wet Langdurige Zorg. De maatregelen worden de komende tijd uitgewerkt. Energietoeslag Medio maart is het wetsvoorstel energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer.
Met dit wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. De bedragen van € 800 per huishouden zijn leidend. Door het Ministerie voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen is aangegeven dat gemeenten gecompenseerd worden als ze tekort komen. Voor het te ontvangen bedrag in 2022 nemen we voor eenzelfde bedrag een stelpost bij de uitgaven op. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Het kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de WMO. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het CAK verder uitgewerkt. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing op landelijk niveau van €95 miljoen. Het rijk voert deze besparing door en gaat er vanuit dat gemeenten deze korting kunnen opvangen door de eigen bijdragen te verhogen. Decentralisatie- en Integratie-uitkeringen Nieuw zijn de uitkeringen voor extra capaciteit BOA’s en Uitvoeringskosten klimaatakkoord. Voor deze uitkeringen worden bij de uitgaven stelposten in onze begroting opgenomen, evenals voor de uitkering bommenregeling. Met betrekking tot het klimaatakkoord: vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid.
Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van € 40 miljoen. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen ruim € 74 miljoen naar 2022 verschoven en aan de gemeenten uitgekeerd door ophoging van de decentralisatie-uitkering. Over de resterende middelen die in het Coalitieakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere VNG, IPO en het Rijk.
3
Gevolgen voor het financieel meerjarig perspectief Op basis van bovengenoemde bedragen wordt het financieel meerjarig perspectief ten opzichte van de kadernota 2023 voordelig bijgesteld. Deze bijstelling ziet u terug in onderstaande tabel.
Verwacht perspectief stand kadernota 2023 Bijstelling o.b.v. meicirculaire 2022: hogere algemene uitkering (AU) volgens meicirculaire inschatting hogere AU in kadernota voordelige bijstelling algemene uitkering
2023 -1.381
2024 365
2025 155
2026 -2.930
9.926 -3.000 6.926
12.284 -5.000 7.284
13.884 -5.000 8.884
6.796 -1.000 5.796
Aangepast financieel perspectief n.a.v. meicirc.
5.545
7.649
9.039
2.866
Nog op te nemen stelposten: - mogelijk lagere AU door onderuitputting rijksuitgaven - inflatie / prijsstijgingen
-1.500 -1.000
-1.800 -1.500
-2.100 -1.500
-1.000 -1.500
Geactualiseerd financieel perspectief
3.045
4.349
5.439
366
(s a l di x € 1.000)
In de regel “Aangepast financieel perspectief n.a.v. meicirculaire” leest u terug dat door deze aanpassingen er in alle jaarschijven sprake is van voordelige begrotingssaldi. In bovenstaande tabel zijn naast de effecten van de meicirculaire twee stelposten opgenomen: • Het is verstandig (ingegeven vanuit de systematiek “trap op, trap af”) om de hoge accressen te matigen met een percentage voor onderuitputting. De eerste stelpost betreft een correctie op de verhoging van de algemene uitkering. Er is sprake van een uitzonderlijk hoog accres en het is nog maar de vraag of het Rijk erin slaagt om de begrote uitgaven in de komende jaren te realiseren. In de berekening van deze stelpost gaan we uit van een correctie van 15% op de berekende hogere AU. • De tweede correctie betreft een stelpost voor toename diverse lasten als gevolg van de inflatie (specifiek gestegen energieprijzen). In de kadernota is wel rekening gehouden met prijsstijgingen bij de zorgkosten en deels in de bedrijfsvoering (waaronder Connectie), maar voor de overige kosten derden (materiaal, diensten e.d.) is in de kadernota geen stelpost opgenomen. Daarmee is in het geactualiseerd financieel perspectief voor alle jaarschijven nog steeds sprake van voordelige begrotingssaldi, zij het voor 2026 licht positief.
4