2025-014466 Raadsinformatiebrief SMI kinderopvang en peutersubsidies
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF Onderwerp
Sociaal medische indicatie kinderopvang en peutersubsidies
Datum
21 oktober 2025
Thema programmabegroting
Vitaal & Gezond
Portefeuillehouder
Ronald ter Hoeven
Zaaknummer
2025-014466
Kennis te nemen
In deze raadsinformatiebrief wordt u geïnformeerd over de uitwerking van het amendement Iedere peuter een eerlijke start. Daarnaast ontvangt u informatie over de pilot sociaal medische indicatie kinderopvang.
Kernboodschap
Wij hebben de SMI’s en peutersubsidies inhoudelijk heroverwogen en onderzocht of deze instrumenten effectiever en efficiënter in te zetten zijn. De pilot SMI is een succes en wij willen deze werkwijze voortzetten. Er is nog geen meerjarige dekking voor de voortzetting van de SMI’s. Het college zal bij de 1e bestuursrapportage 2026 een integrale afweging maken en aangeven of er voldoende middelen zijn. De peutersubsidie wordt vanaf 2026 geïntegreerd in de voorschoolse educatie en grotendeels bekostigd vanuit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid.
Aanleiding
Op 1 juni 2025 diende u het amendement Iedere peuter een eerlijke start in. U vroeg ons bij de behandeling van de Kadernota 2025: • Onderzoek met (ervarings)deskundigen welke mogelijkheden er zijn om SMI en peuteropvangsubsidie effectief en efficiënt in te zetten; • Informeer de raad vóór het uitbrengen van de begroting 2026-2029 over de exacte inhoud en uitkomsten van de genoemde pilot van Incluzio. • Voor de begroting 2026-2029 de voorgenomen bezuinigingen uit 2024 op de SMI en peuteropvangsubsidie te heroverwegen en de eventuele hieruit voortvloeiende kosten te dekken uit de algemene reserve, dan wel het begrotingssaldo.
Wat is wat? Peutersubsidies
Voorschoolse educatie (VE)
Sociaal medische indicatie (SMI)
Subsidies voor kinderen van 2 tot 4 jaar voor 2 dagdelen per week in een peutergroep bij de kinderopvang of IKC. Bedoeld voor de ontwikkeling en voorbereiding op de basisschool. Alleen voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Subsidies voor kinderen van 2 tot 4 jaar met (een risico op) een taalachterstand. Kinderen gaan 4 dagdelen per week naar een VEpeutergroep bij de kinderopvang of een IKC. Het consultatiebureau constateert een ontwikkelingsachterstand en verwijst door. Voor ouders die wel/geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Een tijdelijke tegemoetkoming voor gezinnen met kinderen tot en met 12 jaar. Dit is bedoeld om gezinnen tijdelijk te ontlasten in de kosten van kinderopvang. Alleen voor ouders die geen recht hebben op kinderopvangtoeslag.
IKC = Integraal Kind Centrum is een plek waar kinderopvang, onderwijs, bso en/of welzijnsvoorzieningen zijn gecombineerd.
Heroverweging bezuiniging SMI’s
Met een SMI kunnen gemeenten gezinnen tijdelijk ontlasten door hen een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang te bieden. De doelgroep van SMI bestaat uit gezinnen met kinderen tot en met 12 jaar waarvan de ouders geen recht hebben op kinderopvangtoeslag. Ouders die niet, of niet allebei werken en die vanwege een sociale of medische situatie (tijdelijk) onvoldoende eigen mogelijkheden hebben om de zorg voor de kinderen volledig op zich te nemen kunnen een
1
RAADSINFORMATIEBRIEF aanvraag doen. Denk bijvoorbeeld aan ouders met een (chronische) lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, of aan een sociale crisissituatie in een gezin. Het kan ook voorkomen dat er zorgen zijn over het opvoedklimaat voor het kind. De SMI is daarom een preventief instrument om de gezinssituatie te stabiliseren, in lijn met onze ambitie om het aantal jeugdigen met verblijf te doen afnemen (zie RIB ontwikkelingen jeugdhulp, september 2025). Kinderopvang kan dan van belang zijn voor een goede ontwikkeling van het kind en/of om de ouder(s) te ontlasten. Zie voor het wettelijk en het maatschappelijk kader bijlage 1. Sinds januari 2024 is er een pilot gestart om SMI effectiever en efficiënter in te zetten. In zomer 2025 heeft er een tussenevaluatie plaatsgevonden. Hiervoor zijn alle aanbieders bevraagd en hebben we de daadwerkelijke uitgaven van de afgelopen jaren gebruikt. De pilot is een succes. Dankzij de samenwerking met Incluzio wordt vaker doorverwezen naar het voorliggend veld. De maandelijkse kosten zijn afgenomen en de gemiddelde duur is verkort. De kinderopvang organisaties ervaren de pilot als een verbetering. Hiermee is de nieuwe werkwijze zowel kostenbesparend als een verbetering. Vanwege deze tussentijdse resultaten gaan wij door met deze nieuwe werkwijze. Zie bijlage 1 voor een uitgebreide terugkoppeling.
Heroverweging bezuiniging peutersubsidies
Het is een wettelijke taak om voorschoolse educatie (hierna: VE) voor peuters met een risico op een taalachterstand te organiseren. Kinderopvangorganisaties ontvangen een subsidie voor VE. Wij bekostigen deze VE-subsidies vanuit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden (SPUK OAB). Daarnaast verstrekken wij ook peutersubsidies aan kinderopvangorganisaties. Hiermee maken wij het mogelijk dat peuters waarvan de ouders geen kinderopvangtoeslag ontvangen (bijvoorbeeld als ouders niet beiden werken) ook naar de peuteropvang kunnen om zich te ontwikkelen en voor te bereiden op de basisschool. De kinderopvangorganisaties ontvangen voor 33 peuters een peutersubsidie en voor 100 peuters een VE-subsidie. Het afschaffen van de peutersubsidies zal de verschillen tussen kinderen vergroten, daarom vroeg u ons om de peutersubsidie te heroverwegen. Wij onderzochten hoe we de beschikbare middelen effectiever en efficiënter kunnen inzetten door over te gaan op het financieren van gemengde groepen: een mix van doelgroep peuters (betaald met VE-subsidie) en niet doelgroep peuters (betaald met peutersubsidie). Gemengde groepen hebben een belangrijke pedagogische meerwaarde voor alle kinderen en het helpt om segregatie tegen te gaan. Deze kosten kunnen wij grotendeels dekken uit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden. Voor deze wijziging werken we samen met de kinderopvangorganisaties.
Conclusie
Wij maken het graag mogelijk dat alle peuters een eerlijke start krijgen en willen zowel de peutersubsidies als de SMI’s behouden. De peutersubsidies bevorderen kansengelijkheid en dit is een belangrijke doelstelling van ons onderwijsachterstandenbeleid. De SMI is een waardevol instrument om kwetsbare gezinnen tijdelijk te ondersteunen, en de thuissituatie stabiel te maken. Ook sluit dit aan bij onze ambitie om het aantal jeugdigen met jeugdhulp te verminderen (zie RIB ontwikkelingen jeugdhulp, september 2025).
Vervolg
Het college zal bij de 1e bestuursrapportage 2026 een integrale afweging maken en aangeven of er voldoende middelen zijn om de SMI’s voort te zetten. De peutersubsidie wordt vanaf 2026 geïntegreerd in de voorschoolse educatie en grotendeels bekostigd vanuit de rijksmiddelen voor onderwijsachterstandenbeleid.
Bijlagen
Bijlage 1: Stand van zaken pilot SMI Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Rheden, Carol van Eert, burgemeester
Bart Drewes, gemeentesecretaris
2