CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

20240520_BenW advies bouwsteen geluid

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Bouwstenen Geluid voor het Omgevingsplan8.036 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

B en W-voorstel portefeuillehouder

begrotingsprogramma

draagt bij aan Global Goal(s)

Paul Hofman

2 Leefomgeving

11 Duurzame steden en gemeenschappen 15 Leven op het land

b en w-vergadering

agendapunt

bijlage(n)

rol raad

Ter kennisneming onderwerp

Bouwsteen Geluid INHOUD VOORSTEL • Instemmen met de bouwsteen voor Geluid • Na vaststelling van dit collegevoorstel de raad te informeren over dit besluit. 1 Wat is de aanleiding? Algemeen In verband met de nieuwe Omgevingswet dient elke gemeente een omgevingsplan op te stellen. Met betrekking tot de milieuthema’s bodem, geluid en externe veiligheid gaat er behoorlijk wat veranderen. Om te voorkomen dat bij de wijziging van het omgevingsplan in één keer over heel veel complexe milieu regels een besluit moet worden genomen, worden de bouwstenen m.b.t. bodem, geluid en externe veiligheid voorafgaand aan de wijziging van het omgevingsplan separaat ter vaststelling aan het college en ter kennisname aan de raad aangeboden. Nadat het college heeft ingestemd met de bouwstenen voor nieuwe regels voor bodem, geluid en externe veiligheid zal een raadsvoorstel voor een wijziging van het Omgevingsplan worden opgesteld. Na instemming hiervan zijn de nieuwe regels van kracht en zullen ze worden gepubliceerd. Bouwsteen voor Geluid Binnen de nieuwe Omgevingswet wordt er anders omgegaan met geluid. De belangrijkste verandering zijn dat het beoordelingskader voor geluid van industrieterreinen, (spoor)wegen met een geluidproductieplafond en lokale (spoor)wegen. De bescherming van geluidgevoelige gebouw tegen geluid.

De bouwsteen Geluid geeft een overzicht van alle wijzigen die er zijn rondom het thema geluid sinds de invoering van de Omgevingswet. 2 Wat is het bestaand beleid c.q. kader? Omgevingswet Wetgeving voor 1 januari 2024 Tot 1 januari was de wetgeving rondom geluid verspreidt over diverse wet- en regelgeving Omgevingswet De Omgevingswet kent een ander regime voor geluid dan de voorgaande wet- en regelgeving. Er is een andere systematiek doorgevoerd maar ook is de rekenwijze gewijzigd.. In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn instructieregels opgenomen waar het omgevingsplan aan moet voldoen. Beheersen van geluid Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet gelden er ook regels over het beheersen van geluid voor provinciale wegen, lokale (spoor)wegen en industrieterreinen. De doelen van de regels over het beheersen van geluid zijn het voorkomen van onbeheerste groei van de hoeveelheid geluid op geluidgevoelige gebouwen, het verlagen van bestaande hoge geluidsbelastingen op geluidgevoelige gebouwen (sanering), bevorderen van bronbeleid (aanpak van de geluidsbron) en het eenvoudiger maken van het normenkader Pagina 1 van 21 RHD-

Geluidproductieplafonds Het bevoegd gezag beheerst het geluid van alle activiteiten samen op het industrieterrein met geluidproductieplafonds. Een geluidproductieplafond is de maximaal toegelaten hoeveelheid geluid op een referentiepunt nabij een geluidbron. Voor de inwerkingtreding was dit op de zonegrens en gevels van geluidgevoelige gebouwen. De geluidproductieplafonds worden, als omgevingswaarde, vastgelegd in het omgevingsplan voor zowel wegen als spoorwegen en industrieterreinen om een heldere grens te stellen aan de toelaatbare geluidbelasting. Basisgeluidemissie Met het invoeren van de Omgevingswet wordt de basisgeluidemissie (BGE) geïntroduceerd. De basisgeluidemissie is een instrument om de geluidproductie van lokale bronnen te monitoren. Voor bronnen die buiten de GPP-systematiek vallen wordt onder de Omgevingswet een BGE vastgesteld om zo de geluidsproductie vast te leggen en te monitoren. Het gaat in dit geval om gemeentelijke wegen (met tenminste 4500 motorvoertuigen per etmaal), waterschapswegen en lokale spoorwegen (een aantal uitzonderingen daargelaten). De bge is het referentieniveau (nul-situatie) van het geluid door lokale (spoor)wegen. Het bestuursorgaan bewaakt de toename van het geluid ten opzichte van de bge.

Geluidaandachtsgebieden De Wet geluidhinder (Wgh) bepaalde binnen welke zone van een (spoor)weg, onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting van die weg op nieuwe geluidgevoelige gebouwen. De huidige geluidzones keren in het Bkl terug onder de naam geluidaandachtsgebieden. Daarbij is van belang dat de geluidaandachtsgebieden bij wegen vaak tot een grotere afstand van een weg reiken dan de geluidzones voorheen. Dat komt doordat de omvang van geluidaandachtsgebieden bij wegen wordt bepaald tot de afstand van de weg waar de standaardwaarde mogelijk wordt overschreden. Onder de Wgh was niet de waarde doorslaggevend, maar wordt een vaste afstand voorgeschreven (bijvoorbeeld 200 meter bij een weg met twee rijstroken). Dit betekent dat het gebied, waarbinnen bijvoorbeeld de gecumuleerde geluidbelasting in kaart moet worden gebracht en onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting op (nieuwe) geluidgevoelige gebouwen, onder de Ow groter is dan voorheen. Beoordelingskader Met de nieuwe wetgeving is het beoordelingskader vereenvoudigd voor geluid door industrieterreinen, (spoor)wegen met een geluidsproductieplafond en lokale (spoor)wegen maar ook milieubelastende activiteiten die geluid veroorzaken. Tot 1 januari gold in beginsel voor geluidgevoelige objecten een streefwaarde voor het geluid, de voorkeurswaarde.

Met een hogere waarde besluit kon het bevoegd gezag een hogere waarde dan de voorkeurswaarde vaststellen. De hogere waarde kent ook een bovengrens, de zogenaamde maximale ontheffingswaarde. In het Bkl worden nieuwe termen geïntroduceerd: Standaardwaarde (voorheen: voorkeurswaarde): een geaccepteerd geluidsniveau waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken, en Grenswaarde (voorheen: maximale ontheffingswaarde): een grens waarbij alleen bij uitzondering en met geluidbeperkende maatregelen (nieuwe) geluidgevoelige gebouwen kunnen worden toegestaan. Nieuw is dat de standaardwaarden en de grenswaarden voor gevels van geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden bijna allemaal zijn verhoogd ten opzichte van de huidige waarden. Dit komt mede omdat de wijze van berekenen is gewijzigd. Voorstel Nog niet alle regels rondom geluid kunnen nu direct worden opgesteld. Zo vraagt het berekenen van de omgevingswaarde van de geluidproductieplafonds en de referentieniveuas voor de basisgeluidemmiessie meer tijd. Wel kan er gestart worden met de eerste regels rondom geluid zodat enkele regels uit de bruidsschat op de nieuwe wijze, conform de Omgevingswet en het Bkl, opgenomen kunnen worden in het omgevingsplan.

3 Wat willen wij bereiken op de genoemde Global Goal(s)? De voorgestelde bouwsteen voor geluid moeten ervoor zorgen dat er inzicht is in alle wijzigingen omtrent het thema geluid onder de Omgevingswet en dat deze wijzigingen gefaseerd kunnen worden Pagina 2 van 21 RHD-

doorgevoerd zodat de gemeente voldoet aan de instructieregels van het Bkl en dat er een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is. 4 Wat gaan wij ervoor doen? De instructieregel en keuze uitwerken in juridische regels welke in het omgevingsplan worden opgenomen. Dit is een raadsbesluit en zal binnen dit ontwerp omgevingsplan worden voorgelegd aan de Raad. 5 Wat zijn de financiële consequenties? Er is geen effect op de begroting. Inzicht verloop beschikbaar budget:

Structureel./ Incidenteel

2024

2025

2026

2027

2028

Budget: Af: aangegane verplichtingen: Bij: inkomsten Beschikbaar: Gevraagd budget: Restant budget nog beschikbaar:

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

6 Wat zijn de risico’s? Aangezien de bouwsteen voldoet aan de instructieregels van het Bkl en voldoen aan het advies van de ODRA worden er geen risico’s verwacht. Als de regels in het omgevingsplan niet in overeenstemming zijn met de instructieregels zijn de risico’s groter. Het omgevingsplan kan geheel, gedeeltelijk worden geschorst of vernietigd, of er kunnen onveilige situaties ontstaan 7 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? De voorgestelde bouwstenen komen voort uit de instructieregels uit het Bkl en voldoen aan het advies van de ODRA. De regels die opgesteld gaan worden voor het ‘Omgevingsplan gemeente Rheden’ zullen in samenwerking met de geluidsspecialisten van de ODRA worden gemaakt. 8 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? Omdat we er nu voor gekozen hebben om enkel de verplichting uit het Bkl op te nemen is het nu niet nodig om hierover te participeren. We hebben immers geen keuze dan deze regel op te nemen. Met het besluit tot het instemmen met deze bouwstenen treden er nog geen nieuwe regels in werking, omdat deze nog niet officieel bekend kunnen worden gemaakt. De regels kunnen pas na het vaststellen van het omgevingsplan in de juiste vorm worden opgenomen, bekend worden gemaakt en in werking treden. Bij de eerst volgende wijziging, waar deze verplichting in beland, zijn wij voornemens om inwoners en ondernemers te informeren i.h.k.v.

participatie, omdat er nog steeds beleidsneutraal wordt overgegaan en wettelijke eisen zijn. 9 Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Er volgt geen aparte evaluatie. Wel wordt er, samen met onze samenwerkingspartners, continu onderzocht waar verbeteringen en/of aanpassingen nodig zijn. Daarnaast zijn de externe veiligheidsspecialisten van de Omgevingsdienst ook aangesloten bij het traject van de Omgevingsvisie. Mochten uit dat traject aanvullende maatregelen komen, dan zal dit in een latere regeling van het Omgevingsplan worden opgenomen. Velp,

Pagina 3 van 21 RHD-

Bijlage 1 Bouwsteen geluid Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hiermee wijzigt ook de geluidwetgeving en de terminologie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet geluidhinder vervallen voor enkele onderdelen. De systematiek voor het beoordelen van het toelaten van nieuwe ontwikkelingen in de nabijheid van (spoor)wegen en gezoneerde industrieterreinen is eveneens herzien. Het beleid gebaseerd op die onderdelen, vervalt gelijktijdig met de oude wettelijke grondslag van dit onderwerp. De bescherming tegen geluid regelt de gemeente vanaf nu hoofdzakelijk via de Omgevingswet. De wet geeft nieuwe regels ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen van en nabij (spoor)wegen en industrieterreinen met een geluidproductieplafond (voorheen ‘gezoneerde industrieterreinen’). Deze ontwikkelingen dienen te voldoen aan de eisen uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), de provinciale verordening en de aanvullende regels uit het (tijdelijke) omgevingsplan. Hierin is ruimte voor een gemeentelijk geluidbeleid, met randvoorwaarden en met een lokaal afwegingskader hoe kan worden gekomen tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Een gezonde omgevingskwaliteit is een zodanige geluidkwaliteit dat in de directe leefomgeving slechts verwaarloosbare risico's voor de gezondheid worden gelopen en geen ernstige hinder wordt ondervonden.

Systematiek voor beoordelen geluid Het bevoegd bezag heeft de algemene taak ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’1 . Instructieregels die deze algemene taak invullen, staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Voor het beoordelen van geluid zijn deze regels opgesteld met het oogmerk voor de bescherming van de gezondheid en het milieu. Rekening houden met geluid Bij toelaten van een activiteit, gemeenteweg, waterschapsweg, lokale spoorweg of geluidgevoelig gebouw op een locatie houdt het bevoegd gezag in ieder geval rekening met geluid. Deze regel bevat geen concreet kwaliteitsniveau voor geluid. Daarom heeft het bevoegd gezag beoordelingsvrijheid. Onderstaande tabel geeft weer met welk geluid het bevoegd gezag rekening houdt in een situatie. Situaties met soort geluid waarmee bevoegd rekening houdt Situatie: toelaten van

Rekening houden met het geluid van

artikel

locatiegebonden activiteit

activiteiten samen op geluidgevoelig gebouw

5.59, lid 1 Bkl

lokale weg of spoorweg

lokale wegen of spoorwegen samen op geluidgevoelige gebouw

5.78l, lid 1 Bkl

geluidgevoelig gebouw bij een activiteit

activiteiten samen op geluidgevoelig gebouw

5.59, lid 1 Bkl

geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied

wegen, spoorwegen en industrieterreinen samen op geluidgevoelige gebouw

5.78s, lid 1 Bkl

In de afweging betrekt het bevoegd gezag de specifieke plaatselijke situatie en de cumulatieve gevolgen voor de gezondheid van haar burgers en het milieu. Het bevoegd gezag kan in haar beleid bepalen hoe zij rekening houdt met geluid. Zij kan per situatie en/of gebiedstype een 1 artikel 4.2 Omgevingswet

Pagina 4 van 21 RHD-

andere geluidkwaliteit overwegen. Ze beoordeelt de geluidkwaliteit daarbij in samenhang met andere belangen, zoals bijvoorbeeld mobiliteit en werkgelegenheid. Voorzien in aanvaardbaar geluid Bij het toelaten van een activiteit, lokale (spoor)weg of geluidgevoelig gebouw op een locatie voorziet het bevoegd gezag in een aanvaardbaar geluid op aangewezen geluidgevoelige gebouwen. Wat aanvaardbaar is, volgt uit een belangenafweging over het beschermen en benutten van de leefomgeving en de (on)mogelijkheden die er zijn om maatregelen te treffen. Het voorzien in aanvaardbaar geluid is onder te verdelen in: 1. Aanvaardbaar geluid door geluidbronnen met een geluidproductieplafond 2. Aanvaardbaar geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op een geluidgevoelig gebouw 3. Aanvaardbaar geluid door één activiteit op een geluidgevoelig gebouw Hieronder zal ik per punt verder uitleggen hoe dat kan worden bewerkstelligd.

Pagina 5 van 21 RHD-

1 Aanvaardbaar geluid door geluidbronnen met een geluidproductieplafond Bij het toelaten van een geluidbron met een geluidproductieplafond (gpp) is het geluid in ieder geval aanvaardbaar als de situatie voldoet aan de standaardwaarde2. Het geluidsniveau van een geluid wordt uitgedrukt in decibel (dB). Voorbeelden van geluidniveaus zijn: Leeszaal in een bibliotheek 20 dB Gefluister, tikkend uurwerk 30 dB Rustige kamer/kantoor 40 dB Normaal gesprek 60 dB Huishoudelijke apparaten 70-85 dB Grasmaaiers en kettingzagen met 90-105 dB benzinemotor Een massa schreeuwende kinderen 120 dB Luidste pieken tijdens een concert 110-130 dB Autoradio op maximaal volume 140 dB Startend vliegtuig op 50 m afstand, 140-170 dB voorwapens, sirens De laagst waarneembare geluidssterkte voor mensen bedraagt 0 dB. Een geluidssterkte rond de 50 dB is voor ons aangenaam. Daarentegen ligt rond 100 dB de grens waarbij we ons niet meer prettig voelen en in de buurt van 120 dB is de pijngrens bereikt. Het bevoegd gezag toetst het geluid van een geluidbronsoort aan deze hoofdregel bij vaststellen van een gpp. Bij meer geluid dan de standaardwaarde gelden de grenswaarden en eisen uit ‘Afdeling 3.5 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen’ van het Bkl.

1.1 Geluidaandachtsgebieden Omgevingswet Een geluidaandachtsgebied3 is het gebied langs een weg, spoorweg of rond een industrieterrein met gpp waarbinnen de standaardwaarde mogelijk overschreden wordt. Binnen de geluidaandachtsgebieden moet de geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw worden getoetst aan de in de wet opgenomen geluidnormen. De geluidaandachtsgebieden zijn als fysiek geografisch gebied vastgelegd in het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO). Voor de periode waarin dit nog niet is gebeurd, is er een overgangssituatie. Voorafgaand aan het toelaten van elke nieuwe ontwikkeling dient te worden nagegaan of deze zich in één of meerdere geluidaandachtsgebieden bevindt. In tegenstelling tot het begrip geluidszone is de reikwijdte van een geluidaandachtsgebied afhankelijk van de geluidsemissie van de bron en niet, bijvoorbeeld, het aantal rijstroken, zoals onder de Wet geluidhinder het geval was. Daarbij is van belang dat de geluidaandachtsgebieden bij wegen vaak tot een grotere afstand van een weg reiken dan de geluidzones voorheen. Dat komt doordat de omvang van geluidaandachtsgebieden bij wegen wordt bepaald tot de afstand van de weg waar de standaardwaarde mogelijk wordt overschreden. Onder de Wgh was niet de waarde doorslaggevend, maar wordt een vaste afstand voorgeschreven (bijvoorbeeld 200 meter bij een weg met twee rijstroken).

Dit betekent dat het gebied, waarbinnen bijvoorbeeld de gecumuleerde geluidbelasting in kaart moet worden gebracht en onderzoek moet worden gedaan naar de geluidbelasting op (nieuwe) geluidgevoelige gebouwen, onder de Ow groter is dan voorheen. Geluidgevoelige gebouwen De geluidbelasting wordt beoordeeld ter plaatse van de gevels van woningen en andere geluidgevoelige gebouwen. Een geluidgevoelig gebouw4 is een gebouw: met een woonfunctie; met een onderwijsfunctie; voor kinderopvang met bedden; 2 artikel 3.34 Bkl 3 Artikel 3.20 Bkl

4 Artikel 3.21 Bkl

Pagina 6 van 21 RHD-

-

voor gezondheidszorg met bedden.

Ook een woonwagen5 is een geluidgevoelig gebouw. Standaardwaarden en grenswaarden voor geluid gelden echter niet op de gevel van een woonwagen, maar op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonwagen. De ruimtes in een woonwagen zijn geen geluidgevoelige ruimtes6. De waarden en eisen in de instructieregels voor het bereiken van een aanvaardbaar geluid gelden op de gevel van een geluidgevoelig gebouw dat langer dan 10 jaar toegelaten is. De instructieregels gelden dus niet voor tijdelijke bouwwerken7.

5 Artikel 3.21 t/m 3.23 Bkl 6 Artikel 3.22, lid 2 Bkl 7 Bij het toelaten van een tijdelijk geluidgevoelig gebouw moet de gemeente, op grond

van artikel 5.78s Bkl, rekening houden met het geluid door de bron en moet het geluid van deze bron aanvaardbaar zijn Pagina 7 van 21 RHD-

2 Aanvaardbaar geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein op een geluidgevoelig gebouw Het bevoegd gezag moet voorzien in een aanvaardbaar geluid op de gevel van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied bij het toelaten van een: gemeenteweg, waterschapsweg en lokale spoorweg waarbij een geluidgevoelig gebouw in het geluidaandachtsgebied is of gelijktijdig wordt toegelaten8 geluidgevoelig gebouw in het aandachtsgebied van een rijksweg of hoofdspoorweg, aangewezen lokale spoorweg, provinciale weg of industrieterrein9 Voor een geluidgevoelig gebouw dat langer dan 10 jaar is toegelaten10 in een geluidaandachtsgebied bevat het Bkl een afwegingssystematiek met een standaardwaarde en een grenswaarde. Bij meer geluid dan de standaardwaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw gelden eisen. De standaardwaarden en grenswaarden staan in onderstaande tabel. Standaardwaarde en grenswaarde op een geluidgevoelig gebouw per geluidbronsoort Geluidbronsoort

Standaardwaarde

Grenswaarde toelaten geluidgevoelig gebouw

Grenswaarde toelaten geluidbron

Provinciale wegen Rijkswegen

50 Lden

60 Lden

65 Lden

Gemeentewegen Waterschapswegen

53 Lden

70 Lden

70 Lden

Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

55 Lden

65 Lden

70 Lden

Industrieterreinen

50 Lden

55 Lden

60 Lden

Industrieterreinen

40 Lnight

45 Lnight

50 Lnight

Het omgevingsplan moet er uiteindelijk in voorzien dat het geluid op een geluidgevoelig gebouw niet hoger is dan de standaardwaarde11. Het bevoegd gezag voorkomt een overschrijding van de standaardwaarde en toename van geluid boven de standaardwaarde zoveel mogelijk. Het bevoegd gezag kan meer geluid dan de standaardwaarde op een geluidgevoelig gebouw als aanvaardbaar beoordelen. Meer geluid kan nodig zijn vanwege andere belangen dan gezondheid, zoals mobiliteit of werkgelegenheid. Uit de belangenafweging over beschermen en benutten van de leefomgeving blijkt hoeveel geluid aanvaardbaar is. Bij het bereiken van een aanvaardbaar geluid gelden de waarden, eisen en mogelijkheden uit de instructieregels. Voor de volgende situaties gelden instructieregels: het toelaten van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied

2.1 Instructieregels toelaten lokale weg of spoorweg Het bevoegd gezag beoordeelt het geluid bij toelaten van een lokale (spoor)weg in het omgevingsplan. De instructieregels bevatten waarden en eisen voor het beoordelen van geluid op geluidgevoelige gebouwen. 8 artikel 5.78l, lid 2 Bkl 9 artikel 5.78s lid 2 Bkl 10 artikel 5.78 lid 2 en 3.18 lid 2 Bkl) 11 artikel 5.78m lid 1 en artikel 5.78t lid 1 Bkl

Pagina 8 van 21 RHD-

De instructieregels gelden voor geluid op een geluidgevoelig gebouw voor toelaten van een nieuwe of een significante wijziging van een bestaande: lokale weg: een verharde gemeente- of waterschapsweg met een verkeersintensiteit van ten minste 1.000 motorvoertuigen per etmaal. Een woonerf is uitgesloten.12 lokale spoorweg waarvoor geen geluidproductieplafond (gpp) is vastgesteld: een spoorweg die niet bij omgevingsverordening is aangewezen.13 De soort significante wijzigingen en geluidgevoelige gebouwen staan hieronder nader toegelicht.

2.1.1 Fysieke wijziging van een lokale (spoor)weg Een significante fysieke wijziging van een lokale (spoor)weg14 is: het verplaatsen van één of meer rijstroken of sporen met meer dan 2 m; het verhogen of verlagen van de rijstroken of sporen met meer dan 1 m; een toename van het aantal rijstroken (niet zijnde voorsorteerstroken en in- en uitvoegstroken) of aantal sporen; het vervangen van een wegdek door een minder stil wegdek; het vervangen van een spoorconstructie door een minder stille spoorconstructie, of het verwijderen van geluidbeperkende maatregelen bestaande uit werken of bouwwerken langs weg of spoor.

2.1.2 Wijziging in gebruik van een lokale (spoor)weg Een significante wijziging van gebruik van een lokale weg betekent dat het bevoegd gezag een verkeersbesluit neemt zonder een fysieke wijziging, maar met een toename van meer dan 1.5 dB15. Een significante wijziging van gebruik van een lokale spoorweg16 is een wijziging die leidt tot een toename van geluid met meer dan 1.5 dB door: het verhogen van de maximumrijsnelheid; het vervangen van spoormaterieel door minder stil spoormaterieel of het verhogen van de treinintensiteit. De toename is het verschil tussen de situatie in een maatgevend jaar na de wijziging en de situatie in datzelfde jaar zonder die wijziging.17 In tegenstelling tot voorheen dienen hiervoor dus regels voor opgenomen te worden in het omgevingsplan.

12 artikel 5.78i, lid 1, onder a Bkl 13 artikel 5.78i, lid 1, onder b Bkl 14 artikel 5.78j Bkl 15

artikel 21a, Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer

16 artikel 5.78k lid 1 Bkl 17 Artikel 5.78k lid 2 Bkl

Pagina 9 van 21 RHD-

3 Aanvaardbaar geluid door één activiteit op een geluidgevoelig gebouw Het Bkl verplicht tot het voorzien in een aanvaardbaar geluid door één activiteit18 (dit is vaak een activiteit van een bedrijf) op een geluidgevoelig gebouw. Het bevoegd gezag bepaalt en regelt wat nodig is voor het bereiken en in stand houden van een aanvaardbaar geluid per activiteit. De regels in het omgevingsplan gelden voor degene die de activiteit verricht of wil gaan verrichten. Een regel in het omgevingsplan kan bijvoorbeeld een waarde/norm bevatten. Bij het bereiken van een aanvaardbaar geluid door één activiteit geldt een grenswaarde voor geluid in geluidgevoelig ruimte (binnenwaarde). Daarnaast bevat paragraaf 5.1.4.2.2 van het Bkl instructieregels met mogelijkheden voor het bereiken van aanvaardbaar geluid. Bijvoorbeeld de standaardwaarde en een regeling voor festiviteiten.

Voor de volgende situaties gelden instructieregels: activiteiten19, anders dan specifieke activiteiten20 specifieke activiteiten21 (specifieke activiteiten zijn windturbines en windparken en civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen) activiteiten in de openbare buitenruimte/evenementen22 geluidgevoelig gebouw bij een activiteit De waarden en eisen in de instructieregels voor het bereiken van een aanvaardbaar geluid23 gelden op de gevel van een langer dan 10 jaar toegelaten geluidgevoelig gebouw24. Een geluidgevoelig gebouw, benoemd in Bijlage 1 Bkl, is: een gebouw met een woonfunctie; een gebouw met een onderwijsfunctie; een gebouw voor kinderopvang met bedden of een gebouw voor gezondheidszorg met bedden. De instructieregels gelden niet voor geluid op een niet-geluidgevoelige gevel25 van een geluidgevoelig gebouw.

3.1 Waarden en eisen voor beschermen gezondheid en milieu Het bevoegd gezag houdt bij toelaten van een lokale (spoor)weg altijd rekening met het belang van het beschermen van de gezondheid en het milieu. Hiervoor bevat het Bkl een systematiek met waarden en eisen waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt.

3.1.1 Waarden Het Bkl bevat standaardwaarden en grenswaarden voor geluid door een geluidbronsoort op een geluidgevoelig gebouw. Deze waarden zijn van toepassing op het geluid van alle geluidbronnen van een geluidbronsoort (type veroorzaker van geluid bv (spoor)wegen). Het bevoegd gezag moet voorzien in een aanvaardbaar geluid door een lokale (spoor)weg op een geluidgevoelig gebouw26. De kans op gezondheidsschade is klein als het geluid voldoet aan de standaardwaarde. Minder geluid dan de standaardwaarde of het geluid op het tijdstip van de wijziging van het 18 artikel 5.59, lid 2 Bkl 19 De Omgevingswet definieert een milieubelastende activiteit als: 'een activiteit die

nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken, niet zijnde een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk of een wateronttrekkingsactiviteit'. 20 paragraaf 5.1.4.2.1 en 5.1.4.2.2 Bkl 21 paragraaf 5.1.4.2.1 en 5.1.4.2.3 Bkl 22 paragraaf 5.1.4.2.1 en artikel 5.73 (uitzonderingen geluidbronnen) Bkl 23 artikel 5.78l, lid 3 tot en met 5 Bkl 24 artikel 5.78l, lid 3 tot en met 5 Bkl 25 artikel 5.78i, lid 2 Bkl 26 artikel 5.78l, lid 2 Bkl Pagina 10 van 21 RHD-

omgevingsplan, is aanvaardbaar27. Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Het besluit moet dan voldoen aan de eisen uit de instructieregels28 en dus een ‘Evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (Etfal). Er zal dan ook gemotiveerd moeten worden aan Etfal en een belangenafweging worden gemaakt.

3.1.2 Standaardwaarden en grenswaarden Het bevoegd gezag past de instructieregels toe bij het beoordelen van geluid als deze meer is dan de standaardwaarden. Er moet altijd worden gestreefd naar een geluidbelasting die ‘voldoet aan de standaardwaarde’. De standaardwaarden gelden als algemeen geaccepteerd geluidniveau. Er wordt hierbij geen onderscheid meer gemaakt tussen binnen- of buitenstedelijk gebied. De grenswaarden zijn het maximale waarnaar afgeweken kan worden. De standaardwaarde en grenswaarde per geluidsbronsoort29 zijn aangegeven in onderstaande tabel Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen

Standaardwaarde

Grenswaarde

50 Lden

60 Lden

53 Lden

70 Lden

55 Lden

65 Lden

50 Lden 55 Lden 40 Lnight 45 Lnight In het Bkl wordt overigens niet meer gesproken van de eenheid dB, maar van de eenheid Lden/Lnight. Inhoudelijk verandert er niks: dB=Lden/Lnight. Lden (Level day-evening-night) is een Europese maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai over een heel etmaal uit te drukken. Lnight is de maat om de geluidsbelasting door omgevingslawaai gedurende de nachtperiode (23:00-07:00 uur) uit te drukken. Industrieterreinen

In de Omgevingswet is bepaald dat het bevoegd gezag alleen geluid tot en met de grenswaarde op de gevel van een geluidgevoelig gebouw kan toegestaan30 als: 1. er geen geluidbeperkende maatregelen kunnen worden getroffen om aan de standaardwaarde te voldoen; 2. de overschrijding van de standaardwaarde zoveel mogelijk wordt beperkt door het treffen van geluidbeperkende maatregelen; 3. bij voorwaarde 1 en 2 geluidbeperkende maatregelen zijn overwogen die financieel doelmatig zijn en er tegen het treffen geen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard bestaan; 4. het gecumuleerd geluid31 is beoordeeld; 5. het gezamenlijke geluid32 is bepaald; 6. het belang van het beschermen van de gezondheid door een geluidluwe gevel bij het overwegen van geluidbeperkende maatregelen is betrokken.

27 artikel 5.78m, lid 1 en lid 2 Bkl 28 artikelen 5.78m tot en met 5.78q Bkl 29 Artikel 5.78t en 5.78u Bkl 30 Artikel 5.78u Bkl 31 Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronnen tezamen op die

gevel. De berekening van het cumuleren van geluid houdt rekening met verschillen in hinderlijkheid tussen verschillende soorten geluid. 32 Het gezamenlijk geluid op de gevel is de geluidbelasting van de verschillende geluidbronnen tezamen op die gevel. Het geluid van de betrokken geluidbronnen wordt ongewogen bij elkaar opgeteld, zonder correcties voor verschillen in hinderlijkheid. Pagina 11 van 21 RHD-

Oftewel: wanneer door of na het treffen van geluidreducerende maatregelen, die niet bezwaarlijk zijn, de standaardwaarde nog steeds wordt overschreden, kan geluid tot en met de grenswaarde onder voorwaarden bij een nieuwe geluidgevoelig gebouw worden toegestaan.

3.2 Waar de waarden gelden Op grond van artikel 5.78, lid 3 Bkl bepaalt het omgevingsplan dat de waarden gelden: op een aangewezen geluidgevoelig gebouw: o op de gevel, als het gaat om een aanwezig geluidgevoelig gebouw; en o op de locatie waar een gevel mag komen, als het gaat om een nieuw te bouwen geluidgevoelig gebouw; op de begrenzing van de locatie voor het plaatsen van een woonschip of woonwagen; en in geval van een binnenwaarde, in een geluidgevoelige ruimte. Onderwijs en kinderdagverblijf Het is mogelijk dat in het omgevingsplan het gebruik van een gebouw voor onderwijs of kinderdagverblijf niet is toegelaten in de avond en/of nachtperiode. De standaardwaarde voor Lnight geldt in dat geval niet. In plaats van Lden leest u dan in de tabel: Lde, als het omgevingsplan gebruik in de nachtperiode uitsluit en Lday, als het omgevingsplan gebruik in de avond- en nachtperiode uitsluit.33

3.3 Uitzonderingen op hoogte grenswaarde Uitzonderingen op de bovenstaande grenswaarden vormen: ‘vervangende nieuwbouw’34 Bij vervangende nieuwbouw worden bestaande geluidgevoelige gebouwen van relatief slechte kwaliteit vervangen door nieuwe geluidgevoelige gebouwen die een betere geluidwering krijgen die is afgestemd op het geluid buiten en daardoor meer woonkwaliteit bieden. In deze situatie mag de grenswaarde worden overschreden. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: o Een wezenlijke toename van het aantal geluidgevoelige gebouwen met meer geluid dan de grenswaarde mag niet. o De grenswaarde wordt met niet meer dan 5 dB overschreden. ‘functiewijziging’35 Toelaten geluidgevoelig gebouw door wijziging van een gebruiksfunctie van een bestaand gebouw dat geen geluidgevoelig gebouw is. Hierbij geldt de volgende voorwaarde: o De grenswaarde wordt met niet meer van 5 dB overschreden. 3.4 Hoger dan de grenswaarde36 Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw met een geluidbelasting op de gevel die hoger is dan de grenswaarde, kan alleen als: 1. aan de gevel van het geluidgevoelige gebouw waarop de grenswaarde wordt overschreden, bouwkundige maatregelen kunnen worden getroffen die: a. bestaan uit een uitwendige scheidingsconstructie die geen te openen delen bevat anders dan als onderdeel van een gemeenschappelijke doorgang; of b.

borgen dat het geluid op de te openen delen in de uitwendige scheidingsconstructie die direct grenzen aan een verblijfsgebied niet hoger is dan de grenswaarde. 2. zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen dit rechtvaardigen.

33 Artikel

5.78t lid 3 en 4 Bkl

34 Artikel 5.78v Bkl 35 Artikel 5.78w Bkl 36 Artikel 5.78y Bkl

Pagina 12 van 21 RHD-

3.5 Geluidbeperkende maatregelen gevels Geluidluwe gevel Het belang van een geluidluwe gevel dient te worden betrokken bij overschrijding van de standaardwaarde37. De definitie van een geluidluwe gevel luidt: gevel die ten opzichte van de andere gevels van een geluidgevoelig gebouw relatief weinig wordt belast door geluid38. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen In de Omgevingswet blijft de ‘dove gevel’ min of meer vergelijkbaar bestaan in de vorm van de ‘niet-geluidgevoelige gevel’. Het verschil is dat in een niet-geluidgevoelige gevel wel ‘te openen delen‘ mogelijk zijn, zolang deze delen met een bouwkundige constructie zodanig worden afgeschermd dat de grenswaarde ter plaatse van de te openen delen niet wordt overschreden. Tevens mag onder de Omgevingswet een gemeenschappelijke doorgang aanwezig zijn, bijvoorbeeld een toegangsdeur van een appartementengebouw of een vluchtdeur. Gevels, die nog onder de Wet geluidhinder als ‘dove gevel’ zijn geborgd in het tijdelijke deel van het omgevingsplan en nog niet zijn gerealiseerd, hoeven niet als bouwkundige constructie zonder te openen delen conform art. 1B, lid 4 van de Wet geluidhinder te worden gebouwd, maar kunnen worden beschouwd als ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’.

Niet-geluidgevoelige gevel Een niet-geluidgevoelige gevel is een gevel die na een belangenafweging in het omgevingsplan de aanduiding ‘niet-geluidgevoelige gevel met maatregelen’ krijgt. Een niet-geluidgevoelige gevel kan alleen worden toegepast als het onvermijdelijk is. Dat kan bij zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen. En waar het ook niet mogelijk is om maatregelen te nemen zodat wordt voldaan aan de grenswaarde. Bij een niet-geluidgevoelige gevel wordt bij het vaststellen van benodigde geluidwering van die gevel uitgegaan van het gezamenlijke geluid op die gevel, verhoogd met 3 dB39.

3.6 beoordelen van meerdere geluidbronnen op een geluidgevoelig gebouw

3.6.1 Gecumuleerd en gezamenlijk geluid Indien de standaardwaarde voor een geluidbronsoort wordt overschreden, dient de gecumuleerde geluidbelasting en de gezamenlijke geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw te worden bepaald40. Gecumuleerd geluid wordt gebruikt voor de afweging van de aanvaardbaarheid. Hierbij wordt rekening gehouden met de hinderlijkheid van geluid (ook wel gewogen geluid genoemd) van verschillende geluidbronsoorten meegenomen. De Omgevingsregeling regelt het hinderequivalent bij het optellen van geluid. De aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid moet worden beoordeeld als: een nieuw geluidgevoelig gebouw wordt toegelaten in een omgevingsplan; er sprake is van de aanleg van een weg, spoorweg of industrieterrein; er sprake is van wijziging van een weg of spoorweg die een toename van geluid veroorzaakt. Het is daarbij van belang of het geluidgevoelig gebouw zich binnen het geluidaandachtsgebied van de betreffende geluidbronsoort bevindt.

37 Artikel 5.78ab Bkl 38 Bijlage 1 Bkl 39 Artikel 4.103, 1ste lid, aanhef en onder a Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) 40 Artikel 3.6 Aanvullingswet geluid

Pagina 13 van 21 RHD-

Het gezamenlijk geluid (niet-gewogen) wordt gebruikt voor de beoordeling van het binnenniveau, dan wel het bepalen van de eisen aan de geluidwering van een geluidgevoelig gebouw. Ook hierbij wordt rekening gehouden met het geluid van verschillende geluidbronsoorten.

3.6.1.1 Geluidwering van de gevel Voor toetsing aan de geluidwering van de gevel van geluidgevoelige gebouwen, dus ook bij ‘functiewijziging’, dient uitgegaan te worden van het gezamenlijk geluid. Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw legt het bevoegd gezag de waarde van het gezamenlijk geluid op de gevel in het omgevingsplan of in de omgevingsvergunning voor de Bopa vast41. In combinatie met de binnenwaarde kunnen initiatiefnemer en bevoegd gezag dan bij de aanvraag van de bouwactiviteit de benodigde geluidwering42 van die gevel bepalen. De volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied is niet kleiner dan het verschil tussen het gezamenlijke geluid en 33 dB (of 35 dB(A) bij activiteiten).

3.7 Afwegingskader geluidbeperkende maatregelen Geluidbeperkende maatregelen kunnen effectief zijn om het geluid te reduceren, maar kunnen stuiten op bezwaren. De initiatiefnemer dient te onderzoeken of de onderstaande maatregelen stuiten op bezwaren van overwegende stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard. Hierbij dient eveneens per maatregel een financiële doelmatigheid te worden onderzocht. Dit is niet noodzakelijk indien naar oordeel van het bevoegd gezag de impact van de maatregel niet realistisch is. Als maatregelen niet realistisch zijn, dienen deze wel benoemd te worden, maar hoeven deze niet verder te worden uitgewerkt. Maatregelen dienen in onderstaande volgorde te worden afgewogen: bronmaatregelen; overdrachtsmaatregelen; gevelmaatregelen. Voorbeelden van bronmaatregelen: verandering van het verkeers- en vervoersplan, veranderen verkeerssamenstelling, wijziging van het wegdek, enz. Voorbeelden van overdrachtsmaatregelen: afstand tot de bron vergroten, wijziging planopzet, geluidschermen of -wallen, afschermende balkons of loggia’s, afschermende nietgeluidgevoelige gebouwen, geluiddiffractoren, enz. Voorbeelden van gevelmaatregelen: vliesgevel, geluidreducerend cassetteraam, akoestische panelen, enz.

Als een maatregel al stuit op een overwegend bezwaar van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of technische aard, hoeven de andere overwegende bezwaren niet behandeld te worden. Geluidbeperkende maatregelen brengen extra kosten met zich mee. Op zich is dit geen argument om af te wijken van de standaardwaarde. Er dient bepaald te worden of de extra kosten en baten van de maatregelen tegen elkaar opwegen. Het kan uit financiële overwegingen bezwaarlijk zijn om een maatregel te eisen als bijvoorbeeld de kosten van die maatregel veel lager zijn dan de kosten van een andere maatregel. Indien bovenstaande afwegingen zijn gemaakt, dan kan weloverwogen afgeweken worden besloten of er wordt afgeweken van de standaardwaarde.

41 Artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl 42 Artikel 4.103, lid 1, aanhef en onder a Bbl

Pagina 14 van 21 RHD-

3.8 Afwegingskader aanvaardbaarheid Wanneer voor een woning de standaardwaarde wordt overschreden kan gesteld worden dat het woonklimaat niet per definitie aanvaardbaar is. Onder de Omgevingswet moeten afwegingen over de aanvaardbaarheid worden gemaakt. Deze moeten worden vastgelegd in hetzelfde besluit als andere besluiten die moeten worden genomen om het (bouw)plan mogelijk te maken. Dat is één omgevingsbesluit. De afwijkende waarden worden opgenomen in het besluit in de vorm van geluidregels. Een afweging met betrekking tot de aanvaardbaarheid wordt gedaan aan de hand van de onderstaande aandachtspunten. Geluidwering van de gevel Bij nieuw te realiseren geluidgevoelige gebouwen waarbij de geluidbelasting hoger is dan de standaardwaarde kan de gemeente van de initiatiefnemer verlangen dat wordt aangetoond dat voldaan wordt aan de normen voor de geluidwering van de gevel, zoals aangegeven in het Bbl. Bij geconstateerde afwijkingen van de omgevingsvergunning of bij twijfel over de uitvoering kan de gemeente verlangen dat voor de oplevering door middel van metingen wordt aangetoond dat de geluidwering van de gevel van deze woningen voldoet aan de gestelde eisen.

Geluidluwe zijde Vanuit de bescherming van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en het voorkomen van saneringssituaties gelden er voorwaarden aan het oprichten van geluidgevoelige gebouwen langs gemeentewegen. Een woning dient te beschikken over een geluidluwe zijde wanneer de geluidbelasting tussen de standaardwaarde en de grenswaarde ligt. Doel van een geluidluwe zijde is dat aan die zijde van de woning in minimaal één verblijfsruimte een raam/deur opengezet kan worden zonder dat daarbij sprake is van een hinderlijke situatie in de woning.

3.8 Aanvaardbaarheid gecumuleerd geluid Voor de beoordeling van het gecumuleerde geluid gelden geen standaard- of grenswaarden, dus geen normen. Wel moet de gemeente de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluidniveau beoordelen in relatie tot de ontwikkeling die met het voorgenomen besluit mogelijk wordt gemaakt en de omstandigheden en belangen die daarmee gemoeid zijn. Uit onderzoek moet blijken dat het gecumuleerde geluid op het geluidgevoelig gebouw aanvaardbaar is. Voor de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelasting wordt gebruik gemaakt van de classificering van de kwaliteit van de akoestische omgeving in een milieukwaliteitsmaat volgens de methode Miedema. Hierin wordt de geluidbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB. De cumulatie van het geluid wordt getoetst aan onderstaande tabel, welke een indicatie geeft van de beleving van geluidwaarden. De aanvaarbaarheid wordt integraal beoordeeld, waarbij aspecten als hinder, gezondheid, woningbouw, economie en mobiliteit kunnen worden betrokken. Gecumuleerde geluid in Lcum Kwalificatie ≤ 45 Zeer goed 46-50 Goed 51-55 Redelijk 56-60 Matig 61-65 Tamelijk slecht 66-70 Slecht ≥ 71 Zeer slecht Vanaf een geluidbelasting welke valt in de categorie ‘Tamelijk slecht’ dient de aanvaardbaarheid van de kwalificatie gemotiveerd te worden.

Pagina 15 van 21 RHD-

4 Overgangssituatie Voor geluid gelden bij diverse situaties overgangsbepalingen, of bepalingen over eerbiedigende werking. Het overgangsrecht is bepaald in de artikelen 4.3, 4.4 en 4.5 van de Invoeringswet Omgevingswet. Een aantal overgangsbepalingen is gericht op het toelaten van functies of activiteiten op een locatie. Deze gelden bij alle instrumenten waarmee functies of activiteiten worden toegelaten, zoals het omgevingsplan, de omgevingsverordening, de omgevingsvergunning (Bopa) en het projectbesluit.

4.1 Reguliere procedure Aanvragen reguliere procedure aanvraag omgevingsvergunning Wabo, ingediend vóór 1 januari 2024, worden op basis van het recht voorafgaand aan de Omgevingswet afgehandeld. Voor lopende procedures geldt dus dat deze worden afgerond op basis van het huidige recht, dus beleid dat gold op de datum van indiening van de aanvraag. Het nieuwe recht gaat in die gevallen met betrekking tot de vergunning en daarvoor lopende procedure pas gelden zodra de vergunning is verleend en, als er beroep mogelijk is, de beroepstermijn ongebruikt verstreken is of, als er geen beroep mogelijk is, zodra het besluit van kracht is geworden. Met andere woorden: het recht dat gold tot 1 januari 2024 blijft van toepassing tot het besluit onherroepelijk is.

4.2 Uitgebreide procedure Bij besluiten die worden voorbereid met de uitgebreide procedure zoals een bestemmingsplan of een buitenplanse afwijking Wro, geldt dat het recht dat gold tot 1 januari 2024 van toepassing blijft als het ontwerpbesluit vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd.

4.3 Geluidaandachtsgebieden Omgevingswet 4.3.1 Gemeentelijke wegen Bij een gemeentelijke weg is het geluidaandachtsgebied tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip begrenst door vaste afstanden43. Wordt een gemeentelijke weg gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel van het omgevingsplan, dan moet het bevoegd gezag voldoen aan de regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat omgevingsplan en aan beleidsregels onder de Omgevingswet. De regels uit afdeling 22.4 Bruidsschat omgevingsplan zijn een omzetting van artikel 73, onder a (toepassingsbereik), artikel 79 (aanleg) en artikel 99 (reconstructie) van de Wet geluidhinder.

4.3.2 Provinciale weg (nog zonder GPP) Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in de geluidszone van een provinciale weg waarvoor nog geen geluidproductieplafond (GPP) is vastgesteld, geldt de Wgh (als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan). Wordt hierbij gebruikgemaakt van een 'dove gevel', dan wordt deze gevel vastgelegd in het omgevingsplan als een ‘niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen’. De instructieregels uit 'Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden' Bkl zijn niet van toepassing zolang er nog geen geluidaandachtsgebied is. Wordt een provinciale weg (nog zonder gpp) gewijzigd binnen de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel omgevingsplan, dan gelden de regels voor reconstructie uit de Wgh (als onderdeel van het tijdelijk deel van het omgevingsplan).

43 artikel 17.5 van de Omgevingsregeling

Pagina 16 van 21 RHD-

4.3.3 Industrieterreinen Voor gezoneerde industrieterreinen blijft de Wgh (en de onderliggende regelgeving) van kracht, tot het moment waarop het bevoegd gezag geluidproductieplafonds als omgevingswaarde vaststelt in het omgevingsplan op grond van de Omgevingswet. Dit heeft betrekking op de realisatie van nieuwe of vervanging van bestaande geluidgevoelige bestemmingen in de zone van een industrieterrein en bij het verlenen van een vergunning voor een milieubelastende activiteit op een gezoneerd industrieterrein. Onder de Omgevingswet geldt een nieuwe systematiek voor ontwikkelingen op en bij industrieterreinen met activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken. Deze systematiek is per 1 januari 2024 nog niet in werking, omdat de geluidszones nog niet zijn omgezet naar geluidproductieplafonds (gpp’s) en naar geluidaandachtsgebieden. Vaststelling moet uiterlijk gedaan zijn in 2032. Om in de tussenliggende periode een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te borgen voor het aspect geluid met betrekking tot het industriegeluid is interimbeleid noodzakelijk. De hieronder beschreven systematiek komt te vervallen op het moment dat de geluidproductieplafonds en daarmee het geluidaandachtsgebieden voor de industrieterreinen zijn vastgesteld44.

4.3.3.1 Zones (Wet geluidhinder onder de Omgevingswet) Bij het realiseren van nieuwe of het vervangen van bestaande geluidgevoelige bestemmingen in zones van industrieterreinen45 is de “Wet geluidhinder onder de Omgevingswet” van toepassing. De zonering van industrielawaai moet zijn vastgelegd46 voor industrieterreinen waar (in ieder geval deels) de vestiging van “grote lawaaimakers”47 planologisch mogelijk is. De grootte van de zone is afhankelijk van de benodigde of gewenste geluidsruimte van het gezoneerde industrieterrein. De zone (die niet kleiner mag zijn dan de 50 dB(A)-contour) moet in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn vastgelegd. Dit wettelijk kader van de Wgh geldt niet voor de bedrijven die buiten een gezoneerd industrieterrein zijn gelegen. 4.3.3.2 Hogere waarde industrielawaai (Wet geluidhinder onder de Omgevingswet) Binnen de zone rond industrieterreinen kunnen geluidgevoelige bestemmingen liggen of geprojecteerd worden waarvoor een hogere waarde kan worden vastgesteld. De Wgh biedt de mogelijkheid om af te wijken van de voorkeursgrenswaarde tot een ten hoogste toelaatbare waarde. De hoogte van de voorkeursgrenswaarde en de ten hoogste toelaatbare waarde (als onder de Wgh onder de Omgevingswet) is onder andere afhankelijk van het soort geluidgevoelige bestemming48 en of het nieuwbouw of bestaande bouw betreft.

In de Wgh zijn voor het geluid afkomstig van zogenaamde gezoneerde industrieterreinen de volgende geluidnormen van toepassing.

44 Artikel 3.6 Aanvullingswet geluid 45 Artikelen 48 tot en met 51 en 57 tot en met 61 Wet geluidhinder onder de

Omgevingswet 46 Op grond van artikel 12.7 van het Bkl blijven de geluidszones, die conform artikel 40 van de Wet geluidhinder zijn vastgesteld, gehandhaafd totdat de geluidproductieplafonds en de daarbij horende attentiezones zijn vastgesteld. 47 In artikel 2.1, lid 3 van het Besluit omgevingsrecht (AmvB op grond van de Wabo) is vastgelegd welke typen inrichtingen op een gezoneerd industrieterrein ruimtelijk toelaatbaar zijn. Deze hoeven niet gevestigd te zijn. 48 Hierin staan de voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden voor woningen. Voor andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen is de voorkeursgrenswaarde in artikel 2.1 Bgh opgenomen en de maximale grenswaarde in artikel 2.2 Bgh Pagina 17 van 21 RHD-

Geluidbronsoort

Voorkeursgrenswaarde dB(A)

Industrieterrein Wgh

50

Ten hoogte toelaatbare waarde dB(A) 55-6049

Dit zogenaamde besluit om hogere waarden wordt genomen door het college van Burgemeester en Wethouders. Het vaststellen van hogere waarden mag alleen als maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn, of als ze stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële bezwaren hebben. Burgemeester en Wethouders moeten hun besluit zelf motiveren. De grenswaarden zijn niet alleen in het kader van de ruimtelijke ontwikkelingen rondom het industrieterrein van betekenis, maar ook bij verlening van een omgevingsvergunning voor een vergunningplichtige inrichting op dit industrieterrein. Hierbij wordt de aangevraagde geluidbelasting van de desbetreffende inrichting en de bestaande geluidbelasting van de andere bedrijven getoetst aan de zone en aan eventueel vastgestelde hogere waarden bij woningen. Deze systematiek wijkt hierbij af van (spoor)weglawaai, waar immers geen vergunningensysteem bestaat. 4.3.3.3 Vastgestelde hogere waardebesluiten (als in Wet geluidhinder onder de Omgevingswet) Hogere waardebesluiten worden onderdeel van het tijdelijke deel omgevingsplan. Voor de vaststelling van de geluidwering van de gevel van een geluidgevoelig gebouw moet het bevoegd gezag uitgaan van de toegestane geluidbelasting op die gevel als opgenomen in deze besluiten. Onderstaande grenswaarden gelden voor de meeste geluidgevoelige gebouwen, zoals woningen.

Grenswaarde binnenniveau (dB(A) industrielawaai, bestaande zones Situatie op industrieterrein Wet geluidhinder Bouwbesluit Grenswaarde Nieuwbouw woning/ Geen 35 vervangende nieuwbouwwoning Transformatie Geen Rechtens verkregen niveau Meerdere geluidsbronsoorten Het komt voor dat een geluidgevoelig gebouw zich nabij meerdere aparte geluidsbronnen bevindt, zoals in een geluidaandachtsgebied van een weg en binnen de zone van een industrieterrein. In een dergelijke situatie is een onderzoek naar de gecumuleerde geluidbelasting noodzakelijk. Wordt een hogere-waardenprocedure (als bedoeld onder de Wet geluidhinder onder de Omgevingswet) gevolgd, dan moet het bevoegd gezag motiveren dat de gecumuleerde geluidbelasting aanvaardbaar is.

5 Aandachtspunten uitvoeringspraktijk 30 km/u wegen 30 km/u wegen zijn gemeentelijke wegen en worden onder de Omgevingswet betrokken bij de toetsing aan standaardwaarden en grenswaarden en aan het binnenniveau in woningen. Wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 2.500 mvt/etm In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties dient ter bepaling en toetsing van de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige gebouwen relevante wegen met een verkeersintensiteit van minder dan 2.500 mvt/etm beschouwd te worden. Niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundig maatregelen In elke verblijfsruimte dient ten minste één beweegbaar constructieonderdeel in een gevel aanwezig te zijn, dat grenst aan de buitenlucht. Ook bij niet-geluidgevoelige gevels met 49 Woningen ter vervanging van andere woningen of geluidgevoelige bestemmingen tot

65 dB(A) Pagina 18 van 21 RHD-

bouwkundige maatregelen zullen maatregelen getroffen dienen te worden om te kunnen voldoen aan de eisen met betrekking tot spuiventilatie50. Omdat die gevel hoger belast dan de grenswaarde, dienen er bouwkundige maatregelen getroffen te worden, waardoor de geluidbelasting op het te openen deel verlaagd wordt naar de grenswaarde. Hiermee dient bij het ontwerp al rekening gehouden te worden bij het creëren van verblijfsruimten achter nietgeluidgevoelige gevels met bouwkundige maatregelen. Vervangende nieuwbouw Bij vervangende nieuwbouw worden bestaande geluidgevoelige gebouwen van relatief slechte kwaliteit vervangen door nieuwe geluidgevoelige gebouwen die een betere geluidwering krijgen die is afgestemd op het geluid buiten en daardoor meer woonkwaliteit bieden. Het toevoegen van een extra woning/woningen in ruimtelijke zit valt niet onder ‘vervangende nieuwbouw’. Dit geldt onder meer voor: Een extra woning toevoegen bij woningsplitsing; Een extra woning toevoegen door een aanpandige gebouw/bouwdeel van een woning om te bouwen tot woning. Borgen maatregelen In een omgevingsplanvergunning kunnen zowel maatregelen als regels of voorwaardelijke verplichtingen worden opgenomen.

Akoestisch onderzoek Het bevoegd gezag kan een akoestisch onderzoek verlangen wanneer: geluidgevoelige gebouwen ruimtelijk toegelaten worden; een nieuwe weg wordt aangelegd; een bestaande weg wordt gereconstrueerd. Hierbij dient de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige gebouwen te worden bepaald voor het maatgevende jaar of in het geval van een situatie met geluidproductieplafonds het geluid bij volledige benutting van de geluidproductieplafonds. Als blijkt dat op enige gevel de standaardwaarde wordt overschreden dient nader onderzocht te worden of het mogelijk is, na het nemen van maatregelen, om een geluidbelasting niet hoger dan de standaardwaarde te realiseren. Maatregelen dienen in onderstaande volgorde te worden afgewogen: bronmaatregelen; overdrachtsmaatregelen; gevelmaatregelen. Afwegingen in akoestisch onderzoek De Wet geeft het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid om te beoordelen “of de ontwikkeling toelaatbaar is zonder dat er overwegende bezwaren zijn tegen maatregelen”. Deze beoordeling is maatwerk; dit kan niet in algemene termen (in een beleidsregel) worden beschreven. Om een goede beoordeling te kunnen maken moet de initiatiefnemer in een akoestisch onderzoek de maatregelen behandelen en de keuze voor het al dan niet voorzien in maatregelen motiveren.

Het akoestisch onderzoek moet ten minste bevatten: Een overzichtelijke geografische tekening van de ontwikkeling; Een verantwoording van verifieerbare uitgangspunten die zijn gebruikt bij de berekening van de geluidbelastingen; Inzicht in de resultaten van de berekende geluidbelasting per relevante functie; (geluidgevoelige functie) zonder maatregelen; Inzicht in de resultaten van de berekende geluidbelasting per relevante functie; (geluidgevoelige functie) na maatregelen; Een toets aan wet- en regelgeving en een onderbouwing van de afwegingen en maatregelen; Een in figuren inzichtelijk gemaakt overzicht welke waarde per functie (en per geluidgevoelige functie) geldt.

50 Artikel 4.131 Bbl

Pagina 19 van 21 RHD-

6 Procedure

Pagina 20 van 21 RHD-

Regels voor: Geluid door activiteiten Algemene bepalingen Toepassingsbereik Meerdere activiteiten als één Geluid door activiteiten – rekening houden met en aanvaardbaarheid Waar waarden gelden Functionele binding Voormalige functionele binding Geluid door activiteiten, anders dan door windturbines, winparken, buitenschietbanen en militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen Toepassingsbereik (uitzonderingen geluidbronnen) Verhouding met aanvaardbaarheid Waar waarden gelden Standaardwaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten binnen in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen Afwijken tot grenswaarden Regels over activiteiten die in aanzienlijke mate geluid kunnen veroorzaken Flexibiliteit – waarden bij festiviteiten Geluid door windturbines, winparken, buitenschietbanen en militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen Algemene bepalingen Geluid door industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden Geluid door wegen en lokale spoorwegen zonder geluidproductieplafonds als omgevingswaarden Geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden Indirecte akoestische effecten van veranderend verkeer Indirecte akoestische effecten van wijziging in de geluidoverdracht

Pagina 21 van 21 RHD-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=e662f62d-af48-437a-9bae-3b061f628c4b