20231124 ontwerpbestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Tekst van het document
Het landelijke Natuurnetwerk Nederland, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is binnen de provincie beschermd. Veel natuurgebieden en voor planten en dieren waardevolle cultuurlandschappen maken onderdeel uit van het Gelders Natuurnetwerk en de Groene Ontwikkelingszone. Het Gelders Natuurnetwerk wordt gevormd door de bestaande natuurgebieden uit de voormalige Ecologische Hoofdstructuur. De gebieden in de Groene Ontwikkelingszone zijn waardevol voor de natuur maar hebben daarnaast tevens een andere functie. Veel kleinschalige cultuurlandschappen met landschapselementen zijn aangewezen als Groene ontwikkelingszone. Toelichting (ontwerp)
49
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Daarnaast wordt worden in de Omgevingsverordening beschermd het Waardevol open gebied en het Nationaal landschap.
Soortenbescherming Ook de bescherming van soorten is geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Bij nieuwe ontwikkelingen moet onderzocht worden welke gevolgen dit heeft voor de aanwezige beschermde soorten en/of hun leefomgeving. Als een plan (in)direct kan leiden tot de verstoring van een beschermde soort of vernietiging van het leefgebied, een vaste rust- of verblijfplaats, kan het project strijdig zijn met de Wnb. Deze wet kent drie verschillende beschermingsregimes: alle van nature in het wild levende vogels: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Vogelrichtlijn; soorten opgenomen in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I en II van het Verdrag van Bern en bijlage II van het Verdrag van Bonn: de bescherming is gebaseerd op de bepalingen uit de Habitatrichtlijn; ander soorten genoemd in bijlage A van de Wnb: de bescherming van deze soorten, die veelal op de rode lijst staan, is iets minder stringent dan die van de Vogel- en Habitatrichtlijn. De provincie heeft in de Omgevingsverordening aangegeven voor welke algemeen voorkomende soorten een vrijstelling geldt voor ruimtelijke ontwikkelingen. beoordeling Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten het Natura 2000-gebied Veluwe en het ten zuiden van het industrieterrein De Beemd gelegen gebied Rijntakken.
Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die een mogelijk effect hebben op de beschermde habitattypen en leefgebieden van soorten binnen deze Natura 2000-gebieden.
Het plangebied omvat geen gebieden die zijn aangeduid als Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingszone. Het plan maakt ook geen nieuwe functies mogelijk een effect zouden kunnen zijn op de kernkwaliteiten van het GNN of GO. In onderstaande afbeelding is het GNN met een donkergroene kleur aangeduid, het GO met een lichtgroene kleur.
Soortenbescherming
50
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Met dit bestemmingsplan worden niet direct nieuwe ontwikkelingen toegestaan. Wanneer binnen het plangebied nieuwe plannen ontwikkeld worden, zullen de aan de Wnb getoetst moeten worden.
Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat te allen tijde rekening moet worden gehouden met de zorgplicht die voortvloeit uit de Wet natuurbescherming. conclusie Het aspect natuurwaarden is geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.
5.4.7
Cultuurhistorie
kader Vanaf 2007 geldt de verplichting om bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden die onder andere de Monumentenwet 1988 vervangt. Ten aanzien van archeologie blijven belangrijke punten: nadruk op 'behoud in situ'; archeologische resten moeten zoveel mogelijk in de bodem zelf bewaard blijven; toepassing van het principe dat de verstoorder betaalt. De initiatiefnemer/ projectontwikkelaar betaalt de kosten voor het noodzakelijk archeologisch onderzoek; is het vergunningenstelsel voor opgravingen vervangen door een certificeringstelsel. Alleen conform de bepalingen van de Erfgoedwet gecertificeerde bedrijven en overheidsdiensten mogen een opgraving verrichten. In de wet is voorzien in een overgangsbepaling. Daarnaast dient in deze toelichting beschreven te worden de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden.
beoordeling De mate waarin een verwachting op het aantreffen van relicten bestaat, is vastgelegd in een paraplubestemmingsplan. Dat recente bestemmingsplan is in onderhavig bestemmingsplan geïncorporeerd. Volledigheidshalve wordt hier nog opgemerkt dat (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd zijn. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijk) waardevolle relicten. Dat melden dient terstond te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (vondstmelding via ARCHIS). Ten aanzien van de bovengrondse cultuurhistorische waarden wordt in onderhavig bestemmingsplan (wederom) op perceelsniveau de ligging van het hoofdgebouw vastgelegd. Voor bestemmingen waarbij in het geldende bestemmingsplan eerst alleen een bouwhoogte was voorgeschreven, is nu ook het aantal bouwlagen vastgelegd. De waarden worden ook beschermd door het toelaten van bijgebouwen tot een afstand van (meestal) 3 meter achter de voorgevel van het hoofdgebouw. Voor de monumenten is een maatvoering opgenomen waarbij de bestaande goot- en bouwhoogte leidend is.
conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaat geen belemmering om tot vaststelling van onderhavig plan over te gaan.
Toelichting (ontwerp)
51
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
5.4.8
Water
kader Aan de hand van de Handreiking Watertoets is het aspect water in onderhavig plan meegenomen. Doel van het watertoetsproces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Hierbij wordt opgemerkt dat het in dit geval het actualiseren van bestemmingsplannen betreft.
beoordeling Dit betekent dat bestemmingen worden gelegd op bestaande bebouwing en nagenoeg altijd volgens bestaand gebruik. Bij dit plan is het omgaan met hemelwater aan de orde. In dat verband zou worden gehanteerd de volgorde: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water. Het realiseren van nieuwe watergangen is niet aan de orde, binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
In de onderstaande tabel wordt aangegeven welke waterhuishoudkundige aspecten voor onderhavig bestemmingsplan relevant zijn.
52
waterhuishoudkundig aspect
relevant omschrijving
1
veiligheid
Nee
In het plangebied liggen geen gronden die behoren tot zomer- en/of winterbed van de IJssel. Het Barro is aan de orde.
2
wateroverlast
ja
In het plangebied is kans op wateroverlast door extreme buien als gevolge van klimaatverandering.
3
riolering
ja
Voorkomen dient te worden dat schoon regenwater wordt afgevoerd via het riool (vasthouden-bergenafvoeren). Zie verder de toelichting.
4
watervoorziening
nee
Het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Watervoorziening voor andere functies in en nabij het plangebied speelt geen rol.
5
volksgezondheid
ja
Het plangebied betreft bestaand bebouwd gebied. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Rekening moet worden gehouden met het minimaliseren van milieuhygiënische risico's.
6
bodemdaling
nee
In het plangebied gaat het hoofdzakelijk om zandige ondergrond. Eventuele zettingen zijn niet relevant.
7
grondwateroverlast
ja
In het plangebied is mogelijk sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn.
8
oppervlaktewaterkwaliteit nee
Er is geen oppervlaktewater in het plangebied
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
9
grondwaterkwaliteit
nee
Het plangebied bevat geen drinkwatervoorzieningsgebied. Velp ligt wel in het intrekgebied.
10 verdroging
nee
Het plangebied is grotendeels bestaand bebouwd gebied en verdroging speelt daarom geen rol.
11 natte natuur
nee
Het plangebied is grotendeels bestaand bebouwd gebied en bevat geen hydrologische beïnvloedingszones rond natuurgebieden of ecologische wateren.
12 inrichting en beheer
nee
Binnen het plangebied bevinden zich geen oppervlaktewateren. Rioleringswerken zijn in beheer bij de gemeente.
De uitkomsten van de tabel geeft aanleiding voor de volgende toelichting.
Ad 3 Riolering In het plangebied wordt afvalwater ingezameld en afgevoerd via de riolering. Voor de afvoer van afvalwater naar de openbare riolering is de gemeentelijke aansluitverordening van toepassing. De riolering in het gebied moet het afvalwater doelmatig inzamelen en afvoeren. Riooloverstortingen (bij regenbuien) op oppervlaktewater moeten worden beperkt. Dit wordt onder andere bereikt door het afkoppelen van hemelwater en de aanleg van bergingsvoorzieningen. In het plangebied is overwegend een gemengd rioolstelsel aanwezig. Er is plaatselijk een gescheiden riolering aangelegd dat wil zeggen een afzonderlijk vuilwater- en hemelwaterriool. Het is niet toegestaan grondwater af te voeren via het gemengde riool. Het streven is om ook het hemelwater niet af te voeren via het gemengde riool. Bij nieuwe ontwikkelingen moet met hemelwater worden omgegaan overeenkomstig de Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden. Bij nieuwe ontwikkelingen dient het hemelwater op eigen terrein te worden verwerkt. Het huishoudelijk afvalwater kan worden aangesloten op het gemeentelijk rioolstelsel In het plan zijn alle rioleringsvoorzieningen toegestaan, onder andere boven- en ondergrondse infiltratievoorzieningen, bergingskelders, rioleringen en IBA´s (Individuele Behandeling Afvalwater).
Ter voorkoming van bodem- en/of grondwaterverontreiniging moeten uitlogende en verontreinigende materiaaltoepassingen vermeden worden. Aangezien het onderhavige plan betreft het actualiseren van bestemmingsplannen voor een reeds bebouwd gebied, zal alleen in het voorkomende geval uit onderzoek moeten blijken welke maatregelen mogelijk zijn. Ad 7 Grondwateroverlast In het plangebied is sprake van slecht doorlatende lagen in de ondergrond. Hierdoor kunnen schijngrondwaterstanden aanwezig zijn. Ad 9 Grondwaterkwaliteit Binnen het in het plangebied aanwezige intrekgebied rond de drinkwaterwinningen worden geen functies toegestaan die de kwaliteit van het drinkwater negatief kunnen beïnvloeden. In het plan zijn geen vervuilende functies opgenomen.
conclusie Vanuit het aspect water bestaan geen belemmeringen voor het vaststellen van dit bestemmingsplan.
Toelichting (ontwerp)
53
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
5.4.9
Luchtkwaliteit
kader De eisen voor de kwaliteit van de buitenlucht zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet kent grenswaarden en voor enkele stoffen ook plandrempels. De Wm heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging, onder andere als gevolg van het verkeer. Indien het uitoefenen van bevoegdheden, zoals het vaststellen van bestemmingsplannen, gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, kunnen bestuursorganen die bevoegdheden uitoefenen wanneer aannemelijk is gemaakt dat sprake is van één van onderstaande gevallen (artikel 5.16 Wm): het bestemmingsplan leidt niet tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden; de luchtkwaliteit verbetert per saldo als gevolg van het bestemmingsplan blijft ten minste gelijk; het bestemmingsplan draagt niet in betekenende mate bij aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen; de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) Bij ministeriële regeling (de Regeling niet in betekenende mate bijdragen) zijn categorieën van gevallen aangewezen, waarin (o.a.) het vaststellen van een bestemmingsplan dan wel het verlenen van een omgevingsvergunning voor een projectafwijking in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Wanneer een ontwikkeling valt onder de categorieën van gevallen is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Voor onder meer woningbouwlocaties en kantoorlocaties zijn categorieën van gevallen aangewezen. beoordeling Dit bestemmingsplan is conserverend van aard: het legt de bestaande situatie vast en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk anders dan al was toegelaten in de geldende bestemmingsplannen. Op grond van de Wet milieubeheer is het daarom niet nodig de luchtkwaliteit te onderzoeken. Er wordt immers voldaan aan artikel 5.16 lid b Wm: de luchtkwaliteit blijft ten minste gelijk ten gevolge van de vaststelling van het bestemmingsplan. conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
5.4.10 Milieueffectrapportage kader Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijlage bij Besluit m.e.r.); activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben milieu (onderdeel D van de bijlage bij Besluit m.e.r.). Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit m.e.r. en de activiteit de drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Een m.e.r.-beoordeling is in ieder geval verplicht als de drempelwaarde wordt overschreden. De verplichting geldt (sinds 1 april 2011) ook als de drempelwaarde niet wordt overschreden maar toch niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu.
54
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023 beoordeling Het bestemmingsplan maakt geen activiteit mogelijk die is opgenomen in onderdeel C of D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. De conclusie is dat het kan worden uitgesloten dat het bestemmingsplan belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Er geldt daarom geen m.e.r-plicht, geen m.e.r.-beoordelingsplicht en ook is het niet noodzakelijk een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. conclusie Het aspect milieueffectrapportage vormt geen belemmering voor het vaststellen van onderhavig bestemmingsplan.
Toelichting (ontwerp)
55
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten
Algemeen
Een bestemmingsplan is een juridisch instrument en bestaat uit een verbeelding en regels en gaat vergezeld van een toelichting. De verbeelding en regels leggen de bouw- en gebruiksmogelijkheden vast van de grond en de opstallen. Het plan is voor iedereen juridisch bindend: burger, bedrijf of overheid. In de digitale omgeving zijn de bestemming en de daarbij geldende regels reeds gekoppeld. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van een verbeelding op papier. Nadat op de verbeelding de locatie is opgezocht waarover informatie wordt gewenst, kan in de regels worden nagelezen welke mogelijkheden zijn vastgelegd. Uit het samenstel van de verbeelding en de regels blijkt wat wordt toegelaten. De digitale versie is bindend bij een verschil met de papieren versie.
De toelichting is een beschrijving van de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt en vervat de resultaten van het overleg met gemeenten, waterschappen en diensten van de provincie en rijk wiens belangen in het plan in geding zijn.
Per 1 januari 2010 geldt de verplichting dat bestemmingsplannen volgens een landelijke digitale opzet (digitale standaarden) worden opgesteld. De Wro geeft voorts een aantal verplichtingen, die bij de totstandkoming van een bestemmingsplan gevolgd moeten worden. Daarmee wijkt onderhavig bestemmingsplan in de (benaming van) bestemmingen, gebruikte symbolen en de (opbouw) van regels af van de systematiek zoals die is gehanteerd bij de vaststelling van het bestemmingsplan Velp-Midden. Als de bestemmingsplanprocedure is gestart voor inwerkingtreding van de Omgevingswet, geldt het oude recht nog op de procedure. Vervolgens zal nadat een bestemmingsplan in werking is getreden, onderdeel worden van het 'tijdelijk' omgevingsplan, totdat het (voor dat deel) wordt vervangen door een omgevingsplan-nieuwe-stijl.
6.2
Procedure bestemmingsplan
De tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken en het ontwerpbesluit, moet worden gepubliceerd waarbij de gelegenheid wordt geboden om zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. Nadat de gemeenteraad een besluit over de vaststelling van dit bestemmingsplan heeft genomen, ligt het plan wederom ter inzage. Belanghebbenden die een zienswijze hebben ingediend, evenals belanghebbenden die niet kunnen worden verweten geen zienswijze te hebben ingediend, kunnen dan in beroep gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tegen de wijzigingen die bij de vaststelling in het bestemmingsplan zijn aangebracht, kan iedere belanghebbende beroep instellen. De herziening treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als geen beroep is ingesteld. Is wel beroep ingesteld dan treedt de herziening ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak op het beroepschrift.
6.3
Verbeelding en regels
De verbeelding en de planregels vormen tezamen het juridisch bindend deel van het bestemmingsplan. Ze moeten in samenhang worden bezien en toegepast. De wijze waarop een bestemmingsplan vorm krijgt, is vastgelegd in landelijke standaarden.
56
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
6.3.1
Verbeelding
Op de verbeelding wordt aangegeven welke bestemmingen de gronden hebben. Dit gebeurt via een bestemmingsvlak. Ter nadere invulling c.q. verbijzondering van deze bestemmingen is de verbeelding voorzien van aanduidingen. Op basis van de aanduidingen worden functies aan de bestemming toegevoegd of verwijderd, of worden aanwijzingen gegeven ten aanzien van aantallen of maatvoeringen. De verbeelding moet worden bezien in samenhang met de regels. Voor de verdere uitleg hiervan wordt verwezen naar onderstaande uitleg onder paragraaf 6.3.2. Voor de beschrijving van het bestemmingsplan wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 Beschrijving bestemmingsplan. 6.3.2
Regels
De planregels zijn verdeeld over vier hoofdstukken. Deze worden kort beschreven. Daarna volgt een toelichting op enige planregels.
Inleidende regels In dit hoofdstuk worden begrippen verklaard die in de planregels worden gebruikt (artikel 1). Dit gebeurt om een eenduidige uitleg en toepassing van de planregels te waarborgen. Ook is de wijze waarop gemeten moet worden bij het toepassen van de regels bepaald (artikel 2).
Bestemmingsregels In dit tweede hoofdstuk zijn de bepalingen van de bestemmingen opgenomen. Dit gebeurt in alfabetische volgorde. Eerst de bestemmingsregels en vervolgens de dubbelbestemmingen. Ieder artikel kent een vaste opzet. Eerst wordt het toegestane gebruik geformuleerd in de bestemmingsomschrijving. Vervolgens zijn bouwregels opgenomen. Aansluitend worden de (eventuele) afwijkingsmogelijkheden ten aanzien van het bouwen en het gebruik omschreven. Daarna de specifieke gebruiksregels en de vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (aanlegvergunningenstelsel), voor zover dit aan de orde is. Belangrijk om te vermelden is dat naast de bestemmingsregels ook in andere regels relevante informatie staat die mede gelezen en geïnterpreteerd moeten worden. Alleen zo ontstaat een volledig beeld van hetgeen is geregeld. Algemene regels In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen met een algemeen karakter. Ze gelden dus voor het hele plan. Denk aan de anti-dubbeltelregel en de regels met betrekking tot mogelijke binnenplanse afwijkingen. Een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid is, zoals het woord het al zegt, een mogelijkheid in het bestemmingsplan zelf om af te wijken van de regels uit datzelfde bestemmingsplan. Dit in tegenstelling tot 'buitenplanse' afwijkingsmogelijkheden.
De (bestemmings)regels moeten altijd in samenhang met de algemene regels worden gelezen vóórdat op basis van de bestemmingregels interpretaties worden verricht.
In dit hoofdstuk worden ook regels gegeven over het ondergronds bouwen. Daarbij zal in voorkomende gevallen door middel van een geohydrologisch onderzoek aangetoond moeten worden dat grondwaterstromen niet worden verstoord. De oppervlakte van een ondergrondse ruimte wordt niet meegeteld indien een maximum is gesteld.
Toelichting (ontwerp)
57
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023 Ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, wordt verwezen naar de bijlage Parkeernormen bij onderhavig plan. Wat voldoende is, wordt op basis van de normen van niet alleen bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag, maar ook bij een wijziging in het gebruik.
Overgangs- en slotregels In het laatste hoofdstuk wordt het overgangsrecht geregeld en wordt bepaald hoe het bestemmingsplan heet (de slotregel).
Voor zover relevant worden de planregels hierna nog artikelsgewijs nader toegelicht.
Begrippen Voor een goede uitleg van de regels moeten de begripsbepalingen correct worden toegepast. Zij bieden uitsluitsel over de gebruikte termen en zijn doorslaggevend bij de interpretatie van de regels. Ten aanzien van het begrip bijgebouw (artikel 1.19) kan nog worden opgemerkt dat expliciet niet is gekozen voor de term bijbehorend bouwwerk waar in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van wordt gesproken. Dit vloeit voort uit de keuze om in beginsel geen functieonderscheid voor te schrijven tussen hoofd- en bijgebouw. Opgemerkt wordt dat een carport onder het begrip overkapping valt.
Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe dient te worden gemeten. Bij het toepassen van de betreffende regels (zoals opgenomen in de algemene aanduidingsregels van dit plan) dient dus te worden gemeten conform de aangegeven meetmethodiek.
Centrum - 1 Deze bestemming is gegeven aan het kernwinkelgebied van Velp aan de Hoofdstraat en deels aan de Emmastraat en Rozendaalselaan. In dit gebied is detailhandel, dienstverlening en lichte horeca (categorie 1a) toegelaten. Welke horeca-activiteiten dat zijn, is vastgelegd in Bijlage Lijst horeca-activiteiten. Door een concentratie wordt het behoud en de versterking van deze voorzieningen voor het dorp nagestreefd. Boven deze vestigingen zijn woningen toegelaten. Andere aanwezige functies zijn specifiek aangeduid en gekoppeld aan een vlak. In het (openbare) gebied zijn ook standplaatsen toegelaten evenals onder voorwaarden terrassen alsmede evenementen en een weekmarkt. Er wordt toegestaan dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.14). De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In Bijlage 8 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis bij de regels van dit plan is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria.
In deze bestemming wordt, naast een maximale bouwhoogte voor hoofdgebouwen, gewerkt met een maximaal aantal bouwlagen.Bestaande situaties worden gerespecteerd. Een hoofdgebouw moet worden gebouwd binnen het bouwvlak. Onderstaande geeft aan waar de bestemming Centrum-1 is gegeven:
58
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Centrum - 2 Deze bestemming wordt voor het secundaire winkelgebied gebruikt voor de overige gronden ten zuiden en ten noorden van de Hoofdstraat met uitzondering van een deel van Emmastraat en Rozendaalselaan waar deze straten aansluiten op de Hoofdstraat. Het behoud van winkels staat hier niet voorop. Waar en in welke omvang deze winkelfunctie binnen de bestemming wordt uitgeoefend, wordt niet nader bepaald. De ondernemers geven hier invulling aan. Boven deze vestigingen zijn woningen toegelaten. Op de begane grond zijn woningen toegestaan als dat nader is aangegeven. Andere aanwezige functies zijn specifiek aangeduid en gekoppeld aan een vlak. In het (openbare) gebied zijn ook standplaatsen toegelaten. Er wordt toegestaan dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.14). De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In Bijlage 8 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis bij de regels van dit plan is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria.
Verschil met de bestemming Centrum - 1 zit in de afwijkingsbevoegdheden (afwijken van de gebruiksregels): * in Centrum-2 is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het toestaan van wonen op de begane grond. * In Centrum-1 is de afwijkingsbevoegheid bij horeca net iets ruimer horecamogelijkheden (vergelijk 3.5 Afwijken van de gebruiksregels en 4.5 Afwijken van de gebruiksregels) Binnen de bestemming zijn ook standplaatsen, onder voorwaarden terrassen alsmede evenementen zijn mogelijk. In deze bestemming wordt, naast een maximale bouwhoogte voor hoofdgebouwen, gewerkt met een maximaal aantal bouwlagen. Bestaande situaties worden gerespecteerd. Een hoofdgebouw moet
Toelichting (ontwerp)
59
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023 worden gebouwd binnen het bouwvlak. Gemengd - 1 Deze bestemming ziet in dit plan op één perceel. Naast het wonen zijn er ook andere gebruiksmogelijkheden. Naast wonen dat ook op de begane grond mag plaatsvinden, is hier detailhandel op de begane grond toegestaan en bepaalde typen horeca. Alsmede diverse functies op de gebieden maatschappelijk, dienstverlening en cultuur en ontspanning die zijn opgenomen in Bijlage 1 Lijst gemengde activiteiten. Activiteiten die niet op de lijst zijn vermeld maar naar aard en invloed op de omgeving vergelijkbaar zijn met de genoemde activiteiten, kunnen via een afwijkingsbevoegdheid worden toegestaan. Daarbij moet het wel gaan om functies op de gebieden maatschappelijk, dienstverlening en cultuur en ontspanning; de afwijkingbevoegdheid voorziet nadrukkelijk niet in een ander type functies. Voor de omkadering van deze functies wordt verwezen naar de definities in artikel 1. Verder zijn bedrijven toegestaan welke zijn opgenomen in Bijlage 2 Lijst bedrijfsactiviteiten gemengd gebied mits zij vallen onder categorie 1. Gelet op de beoogde uitstraling van de verspreid gelegen locaties die als Gemengd - 1 zijn bestemd (een lichte dynamiek, weinig overlast, makkelijk inwisselbare activiteiten), is een hogere categorie hier niet gewenst. Er wordt toegestaan dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent.
Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.14). De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In Bijlage 8 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis bij de regels van dit plan is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden die met bijgebouwen zijn aangeduid. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde. Dit volgt uit de begripsbepaling van bijgebouw zoals neergelegd in artikel 1.18. Ten aanzien van bestaande afwijkingen in percentages, oppervlaktes, hoogtes en eventuele andere maten kan nog het volgende worden vermeld. Legale afwijkingen van percentages en oppervlaktes worden gerespecteerd én worden als maximale maat aangemerkt.
Bij vervanging kan dus een kleiner percentage/een kleinere oppervlakte worden teruggebouwd, waarbij niettemin het generiek toegestane percentage/de generiek toegestane oppervlakte nog wordt overschreden. Dit om te voorkomen dat voor een groot gebouw geen kleiner gebouw kan worden teruggebouwd. Voor andere maten zoals hoogtematen geldt een striktere regeling. Bij vervanging kan óf de bestaande hoogte worden teruggebouwd óf moet worden voldaan aan de generieke hoogteregeling. Maatschappelijk - 1 De maatschappelijke voorzieningen die geen instellingen betreffen zijn ondergebracht in de bestemming Maatschappelijk - 1. Rechtstreeks toegestaan zijn de voorzieningen welke zijn genoemd in Bijlage 5 Lijst maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast zijn maatschappelijke voorzieningen toegestaan welke niet voorkomen op de lijst, maar naar aard en invloed vergelijkbaar zijn met de voorzieningen die wel zijn genoemd. Dit zal in het kader van een afwijkingsprocedure beoordeeld moeten worden. In alle gevallen dient het te gaan om een maatschappelijke voorziening. Het begrip maatschappelijke voorziening is beschreven in de begripsbepalingen (artikel 1.56). Voor uitleg van de regeling van de maatvoering van de gebouwen voor wat betreft bouwlagen benadering/goothoogte/hoogtebenadering) en de bijgebouwenregeling wordt verwezen naar hetgeen hierover is vermeld bij Gemengd - 1.
Verder is van belang dat ter plaatse van bepaalde aanduidingen alleen die specifiek aangeduide functie is toegelaten. Dit kan zijn vanwege de functie (begraafplaats, collectieve parkeervoorziening, verenigingsgebouw) of omvang van de bestemming (onderwijsinstelling). Tuin
60
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Deze bestemming ziet op gronden die als tuin in gebruik zijn en die in beginsel vrij van gebouwen dienen te blijven. Voor erf- en terreinafscheidingen geldt, dat de toegestane hoogte afhankelijk is van de situering. Als het gaat om de bouwhoogte van erf- en perceelafscheidingen die worden geplaatst op hoekpercelen die grenzen aan openbaar groen of wel aan de openbare weg, geldt dat de een hoogte van 2 m is toegestaan mits de afscheidingen zijn geplaatst achter de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan. Door uit te gaan van de oorspronkelijke achtergevel wordt aangesloten bij het Besluit omgevingsrecht. In andere gevallen mogen de afscheidingen maximaal 1 m hoog zijn. Een uitzondering geldt voor afscheidingen binnen de aanduiding overige zone stedenbouwkundig waardevol, alwaar in alle gevallen een maximale hoogte van 1 m geldt. Voor de duidelijkheid verwijst dit artikel door naar de betreffende bepaling. Hierbij wordt opgemerkt dat burgemeester en wethouders een beleid hebben vastgesteld over de wijze waarop zij omgaan met hun wettelijke bevoegdheid om omgevingsvergunningen te verlenen buiten de bepalingen van het bestemmingsplan om. Deze bevoegdheid op grond van het Besluit omgevingsrecht is bedoeld voor zogenaamde 'kruimelgevallen'.
In hun beleid hebben burgemeester en wethouders voorzien in een mogelijkheid om in bepaalde gevallen mee te werken aan hekwerken en toegangspoorten die qua maatvoering afwijken van het bestemmingsplan. Wonen Deze bestemming betreft de bestaande woningen (met uitzondering van de bedrijfswoningen). Ten aanzien van kamerverhuur kan worden opgemerkt, dat bij iedere woning -maar niet in een vrijstaand bijgebouw- maximaal aan 2 personen kamers mogen worden verhuurd aan personen die niet tot het huishouden behoren (waaronder niet begrepen wordt bed en breakfast, dit valt onder de regeling van aan huis gebonden beroepen/bedrijven). Dit volgt uit de begripsbepaling van woning (artikel 1.82). Kamerverhuur aan meerdere personen is slechts mogelijk in zoverre de planregeling hierin voorziet. Ingevolge de begripsbepaling van het begrip woning moet sprake zijn van een huishouden. Onder het begrip huishouden wordt niet alleen een gezin verstaan. Per bouwvlak is in beginsel 1 woning is toegestaan, tenzij anders op de verbeelding is aangegeven. De aantallen zijn afgestemd op de aanwezige woningen dan wel op de bestaande planologische rechten. Ook als een bepaald aantal woningen in het bestemmingsplan is toegestaan, kan het nodig blijken dat (alsnog) een omgevingsvergunning voor wonen nodig is.
De benaming van de aanduiding maximum aantal wooneenheden vloeit voort uit de keuze die in de landelijke standaard is gemaakt. De term 'wooneenheden' heeft in deze geen op zichzelf staande betekenis, gedoeld wordt op het aantal woningen. Verder is het ook hier toegelaten dat een bewoner aan huis een beroep of bedrijf uitoefent. Hiervoor gelden voorwaarden. De aan huis gebonden beroepen zijn krachtens jurisprudentie standaard toegestaan; in de begripsbepalingen is aangegeven om welke beroepen het gaat (artikel 1.15). De bedrijfsactiviteiten aan huis vormen een aanvulling hierop. In de Lijst van toegelaten bedrijfsactiviteiten aan huis -opgenomen als Bijlage 6 Lijst van bedrijfsactiviteiten aan huis bij de regels van dit plan- is na te lezen welke bedrijven dit betreft. Als een beroep niet past binnen de begripsbepaling dan wel een bedrijf niet voorkomt op deze lijst is afwijking eventueel mogelijk mits voldaan wordt aan de aangegeven criteria. Opgemerkt wordt dat ten aanzien van de vereiste parkeergelegenheid op het bijbehorende terrein, derhalve ook bij de uitoefening van een bedrijf of beroep aan huis, in de Bijlage 7 Parkeernormen voorwaarden zijn gesteld. In deze bijlage zijn onder andere bruikbaarheidsvereisten en de normen per functie vastgelegd.
Wat voldoende is, wordt op basis van deze bijlage bepaald bij de beoordeling van een bouwaanvraag dan wel bij een functiewijziging. Er is een onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en bijgebouwen. De hoofdgebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak, de bijgebouwen (en overkappingen) mogen daarnaast ook gebouwd worden op de gronden buiten het bouwvlak. Van belang is dat het verschil met het hoofdgebouw bestaat uit een bouwkundige/architectonische ondergeschiktheid. Functionele ondergeschiktheid is op basis van het bestemmingsplan uitdrukkelijk niet aan de orde. Dit volgt uit de begripsbepaling van bijgebouw zoals neergelegd in artikel 1.19.
Toelichting (ontwerp)
61
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Ten aanzien van de maatvoering van de hoofdgebouwen geldt hetzij de redelijk globale benadering uitgedrukt in aantal bouwlagen. De globaliteit van de bouwlagen benadering maakt dat men vrij is zelf te kiezen voor de hoogte en de vorm van het dak. Voor de bijgebouwen en overkappingen geldt een maximaal bebouwingspercentage van het bouwperceel en een maximale goot- en bouwhoogte. Waarde - Archeologie 1 en 2 Deze dubbelbestemmingen zijn gebaseerd op het archeologiebeleid in de gemeente Rheden. In de regels van de verschillende dubbelbestemmingen wordt de bescherming van de archeologische waarden geregeld via een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen de aanlegvergunning). Zonder een dergelijke vergunning mag niet zomaar de grond worden geroerd, en daardoor blijven de (mogelijke) archeologische waarden in de grond onaangeroerd. De vergunningsplicht ziet er op toe dat éérst inzicht ontstaat in de mogelijke waarde van de bodem waarna, op basis van een afweging, alsnog een vergunning afgegeven kan worden voor het roeren van de bodem. Om inzicht in de mogelijke waarde van de bodem op het gebied van archeologie te verkrijgen is onderzoek nodig. Dit onderzoek zal vaak een archeologisch bureauonderzoek zijn gevolgd door een archeologisch booronderzoek.
Deze dienen uitgevoerd te worden door deskundige onderzoekers die voldoen aan de benodigde certificeringen. Op basis van die eerste onderzoeken kan vervolgonderzoek nodig zijn (proefsleuvenonderzoek en eventueel opgraven). Indien aangetoond kan worden dat binnen (bepaalde delen van) het te onderzoeken gebied geen archeologische waarden meer aanwezig kunnen zijn, kan (met betrekking tot deze delen) worden afgezien van archeologisch onderzoek. Voor de verschillende te onderscheiden gebieden geldt dat een omgevingsvergunning nodig is voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning genaamd). Waarbij de oppervlakte van de bodemingreep en de diepte ervan bepalen of een omgevingsvergunning nodig is of niet. Er moet dus aan beide criteria worden voldaan voordat een omgevingsvergunning nodig is. De diepte is daarbij maatgevend op het diepste punt (dus een ingreep boven de maatgevende oppervlakte en op één punt dieper dan de maatgevende diepte is vergunningplichtig). De volgende gebieden worden onderscheiden waarbij per gebied het maatgevend minimale oppervlakte (in vierkante meters) wordt aangegeven als ook de maatgevende diepte (in strekkende centimeters).
Verwachtingswaarde
62
categorie-indeling onderzoek volgens noodzakelijk bij archeologische bodemingrepen beleidskaart
Dubbelbestemming
terrein van aandachtsgebied cultuurhistorische waarde, opgehoogd erf, buitenplaats, kasteelterrein, kern historische nederzetting
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
hoge verwachting, waarschijnlijk goede conservering
aandachtsgebied
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
hoge verwachting, mogelijk goede conservering
aandachtsgebied
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
middelhoge verwachting onderzoeksgebied
groter dan 250 m2 en Waarde - Archeologie 2 dieper dan 30 cm
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
lage verwachting
archeologisch gebied met lage verwachting
groter dan 2500 m2 en Waarde - Archeologie 3 dieper dan 30 cm
water
waterbodems
groter dan 2500 m2 en Waarde - Archeologie 3 dieper dan 30 cm
bekende archeologische vindplaatsen en een straal van 25 m daaromheen
groter dan 100 m2 en Waarde - Archeologie 1 dieper dan 30 cm
Waarde - Cultuurhistorie Deze bestemming is gegeven aan gebieden met een grote cultuurhistorische waarde. Binnen deze bestemming geldt net zo zeer als binnen de aanduiding overige zone - stedenbouwkundig waardevol dat op deze percelen de erf- en perceelafscheidingen grenzend aan het openbare gebied maximaal 1 m hoog mogen zijn. Om de cultuurhistorische waarde verder te beschermen geldt dat op deze percelen in nieuwe gevallen niet vóór de voorgevel van het pand geparkeerd mag worden. Van belang is, dat het gaat om de feitelijke voorgevel. Dus niet het bouwvlak, maar de voorgevel zelf. Op deze wijze vindt een bescherming plaats van het waardevolle karakter van de betreffende gronden en het representatieve straatbeeld. Mocht het door de feitelijke situering van het hoofdgebouw niet mogelijk zijn om te komen op voldoende parkeergelegenheid op het perceel, dan kan hiervoor worden afgeweken als dit past binnen de daarvoor opgenomen criteria.
Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze zou zich kunnen voordoen indien een deel van een bouwperceel dat al bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken wederom bij een dergelijke berekening, doch nu ten behoeve van een ander bouwperceel wordt betrokken. De tekst van de regeling volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening.
Algemene bouwregels Voor diverse geringe bouwonderdelen geldt, dat deze bij de toets aan de planregels als zodanig buiten beschouwing worden gelaten. Daarnaast is een regeling voor ondergronds bouwen opgenomen. Hoofdregel is, dat hetgeen bovengronds is toegestaan, ook ondergronds kan worden toegestaan. Daarnaast zijn enkele verbijzonderingen opgenomen.
Algemene gebruiksregels Voor de redactie van dit artikel is de algemene formulering aangehouden. Deze gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. In beginsel is de bestemmingsomschrijving van de betreffende bestemming bepalend. In verband met het schrappen van het bordeelverbod is expliciet opgenomen dat onder strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7.10 van de Wet ruimtelijke ordening in ieder geval wordt verstaan het (laten) gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting. Om discussie te voorkomen is dit expliciet opgenomen. Met deze regeling wordt aangesloten bij het beleid van de gemeente Rheden om dit niet toe te laten in onderhavige kern. Voor evenementen, manifestaties, markten en standplaatsen geldt, dat de legaal bestaande situaties worden gerespecteerd. Aan nieuwe situaties kan worden meegewerkt door het toepassen van een afwijkingsbevoegdheid, waarbij moet worden getoetst aan de aangegeven criteria. Dit laat onverlet dat daarnaast ook moet
Toelichting (ontwerp)
63
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023 worden voldaan aan de APV. Verder wordt nog voorzien in een regeling ten aanzien van het parkeren en de parkeernormen. De parkeernormen zijn voor alle bestemmingen van toepassing. Zij zijn als bijlage bij de regels opgenomen en maken als zodanig onderdeel uit van de regels van het voorliggende bestemmingsplan.
Algemene aanduidingsregels Het plan kent de aanduiding overige zone - stedenbouwkundig waardevol. Van belang is dat de tuinen welke zich binnen deze zone bevinden niet worden gezien als erf bij woning of bijvoorbeeld het kantoor. Daarom kunnen hier geen vergunningvrije bouwwerken worden geplaatst. Overige bouwwerken zijn op deze gronden wél toegestaan, omdat het verbieden hiervan als te beperkend wordt gezien. Om het waardevolle karakter te kunnen borgen, kunnen aan de overige bouwwerken nadere eisen worden gesteld, waarbij onder meer gedacht moet worden aan de mate van transparantie van een bouwwerk, zodat geen gesloten zicht ontstaat en het mogelijk blijft de aanwezige openheid te ervaren. Verder kent het plan de aanduiding veiligheidszone - niet-gesprongen explosieven. In de aangegeven gebieden kunnen mogelijk restanten aanwezig zijn van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor het verrichten van werkzaamheden dieper dan 30 cm is daarom een vergunning nodig. Voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden geldt deze vergunningplicht niet als uit een rapport blijkt dat de kans op het alsnog aantreffen van explosieven verwaarloosbaar klein is.
Algemene afwijkingsregels Aan burgemeester en wethouders wordt hier de bevoegdheid gegeven om af te wijken van de bestemmingsregels. Evident is dat niet alle afwijkingsregels op alle bestemmingen van toepassing zijn. Voorts is van belang dat het bestaan van de bevoegdheid niet mag leiden tot een automatisme in het afwijken: conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten burgemeester en wethouders de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen afwegen. Overigens is de bevoegdheid beperkt in die zin dat geen omgevingsvergunning voor afwijken mag worden verleend indien onevenredige afbreuk wordt gedaan aan een aantal met name genoemde belangen.
Algemene wijzigingsbevoegdheid In de algemene wijzigingsbevoegdheid wordt aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om aanduidingen binnen de bestemmingen Gemengd - 1 en Maatschappelijk-1 te verwijderen en te wijzigen. Als burgemeester en wethouders gebruik willen maken van hun bevoegdheid dan verbindt het bestemmingsplan hieraan voorwaarden. Burgemeester en wethouders zijn niet verplicht om gebruik te maken van hun bevoegdheid.
Algemene procedureregels Op het stellen van nadere eisen zijn de algemene procedureregels van toepassing. Het is nodig deze in het bestemmingsplan te regelen omdat de Awb hierin niet voorziet.
Overgangsrecht De redactie van dit recht volgt uit het Bro. Bij het overgangsrecht wordt onderscheid gemaakt naar bouwwerken en gebruik. Bij bouwwerken gaat het er om of ze op de peildatum in enigerlei opzicht afwijken van het plan. Doorgaans betreffen die afwijkingen de bouwregels. Ze mogen gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd of na een calamiteit worden herbouwd, mits de bestaande afwijkingen naar hun aard niet worden vergroot. Bij de vraag of de afwijking wordt vergroot kan ook het gebruik relevant zijn. Van de mogelijkheid tot gedeeltelijke vernieuwing of verandering zijn uitgesloten de illegale bouwwerken.
64
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023 Daaronder worden verstaan de bouwwerken die zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning -voor zover vereist- zijn gebouwd in strijd met het toen geldende bestemmingsplan. Voor een vergroting van de inhoud van een bouwwerk met niet meer dan 5% kan met een omgevingsvergunning eenmalig worden afgeweken. Peildatum voor bouwwerken is het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Ten aanzien van het gebruik is bepaald dat bestaand, met het plan strijdig gebruik mag worden voortgezet. Een uitsluitingsclausule is opgenomen voor gebruik dat al in strijd was met het voorheen geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. Deze regel laat de wrakingsjurisprudentie onverlet.
6.4
Vergelijking met geldende bestemmingsplan
Er is gestreefd naar om binnen de nieuwe digitale systematiek dezelfde mogelijkheden te bieden als in het geldende bestemmingsplan. Wel met, zoals hiervoor al is aangegeven, een toets aan hedendaagse inzichten. Los van de wijzigingen die voortvloeien uit de nieuwe landelijke digitale systematiek en de hiervoor opgesomde nieuwe woningbouwlocaties, is in onderhavig bestemmingsplan rekening gehouden met de (ruimere) mogelijkheden om aan huis een beroep of bedrijf uit te oefenen. Om die reden zijn veel activiteiten zonder nadere aanduidingen binnen de bestemming Wonen mogelijk. Bestaand gebruik wordt binnen de gegeven bestemmingen toegelaten. Voor een meer uitgebreide beschrijving van de mogelijkheden van het nu voorliggende plan kan hoofdstuk 4 geraadpleegd worden.
6.5
Reikwijdte bestemmingsplan
Om te beoordelen of een ontwikkeling kan worden gerealiseerd, is het soms niet voldoende om alleen af te gaan op de inhoud van het bestemmingsplan. Ook indien het bestemmingsplan een ontwikkeling toestaat, kan het voorkomen dat andere regelgeving of dat gesloten verdragen de daadwerkelijke uitvoering verhinderen of pas na bijvoorbeeld vergunningverlening of onderzoek mogelijk maken. De kaders die het bestemmingsplan biedt ten aanzien van nieuwe bouwmogelijkheden/bouwplaninitiatieven, bieden geen garantie voor de te verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen. Bouwplannen zullen naast de toets aan onderhavig bestemmingsplan tevens worden getoetst aan, en dienen te voldoen aan, zowel het landelijke Bouwbesluit als de bouwverordening (vastgesteld door de gemeenteraad). Waarbij de (onafhankelijke) welstandscommissie adviseert of het bouwplan op basis van de Welstandsnota (vastgesteld door de gemeenteraad) voldoet aan redelijke eisen van welstand.
6.6
Handhaving
Het bestemmingsplan maakt op een eenvoudige wijze duidelijk wat is toegelaten en is daarmee goed handhaafbaar. Burgemeester en wethouders kunnen bestuursrechtelijk optreden tegen activiteiten die strijdig zijn met het bestemmingsplan. Daartoe is beleid vastgesteld. Daarnaast kan ook via de strafrechtelijke weg worden opgetreden. Een overtreding van de regels is een strafbaar feit waarop de Wet op de Economische Delicten van toepassing is.
Toelichting (ontwerp)
65
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient de economische uitvoerbaarheid te worden onderzocht in het kader van het bestemmingsplan. De Wet ruimtelijke ordening verplicht de gemeente tot het verhaal van kosten die tot de grondexploitatie behoren op basis van een exploitatieplan. De gemeente kan hiervan afzien indien: a. het verhaal van de kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, en b. het bepalen van een tijdvak of fasering niet noodzakelijk is, en c. het stellen van eisen, regels of een uitwerking van regels aan het bouwrijp maken, de aanleg van nutsvoorzieningen, en het inrichten van de openbare ruimte en woningbouwcategorieën niet noodzakelijk is, of d. één van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen van toepassing is, te weten: het totaal der wettelijk te verhalen exploitatiebijdragen bedraagt minder dan € 10.000,00, of er geen verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening aan de orde zijn, of de verhaalbare kosten in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op de nutsvoorzieningen betreffen. De Wet ruimtelijke ordening kent voorts een regeling welke voorziet in een tegemoetkoming in schade indien deze boven het normale maatschappelijke risico uitstijgt.
Burgemeester en wethouders hebben ter zake van planschade een verordening vastgesteld.
beoordeling Onderhavig bestemmingsplan betreft een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen. In beginsel worden bestaande rechten uit deze plannen, het bestaande legale gebruik van gronden en gebouwen gerespecteerd.
conclusie Het verhaal van kosten is voldoende verzekerd, een exploitatieplan hoeft niet te worden vastgesteld. In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat gezien de beperktheid van de aanpassingen in de regels en verbeelding en de voorbereiding van onderhavig bestemmingsplan geen zodanige waardeveranderingen worden voorzien dat zij niet gedragen kunnen worden. Gelet op het vorenstaande is de economische uitvoerbaarheid verzekerd.
66
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Hoofdstuk 8 8.1
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
Inspraak
kader De gemeente kent op grond van de Gemeentewet een inspraakverordening. Deze verordening verplicht niet tot het geven van inspraak bij de voorbereiding van bestemmingsplannen. Gezien de gewenste participatie van inwoners, ondernemers en organisaties is het voorontwerpbestemmingsplan voor inspraak ter inzage gelegd. Ook is een inloopavond georganiseerd. In de Nota inspraak en vooroverleg en ambtshalve wijigingen is inhoudelijk ingegaan op de inspraakreacties.
8.2
Vooroverleg
kader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening wordt vooroverleg gepleegd met de besturen van de betrokken gemeenten, waterschappen en met diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor een goede ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in geding zijn. Het vooroverleg vindt gelijktijdig met de inspraak plaats. In het kader van het vooroverleg zijn de volgende instanties in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op het voorontwerpbestemmingsplan: a. het waterschap Rijn en IJssel; b. de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland Midden; c. provincie Gelderland. In de Nota inspraak en vooroverleg en ambtshalve wijigingen is hierop ingegaan.
8.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan wordt weer ter inzage gelegd, waarbij een ieder de mogelijkheid heeft een zienswijzen omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren te brengen.
Toelichting (ontwerp)
67
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
68
Toelichting (ontwerp)
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Bijlagen bij de toelichting
Toelichting (ontwerp)
69
bestemmingsplan Velp-Centrum 2023
Bijlage 1 M onumentenlijst gemeente Rheden 2014
70
Toelichting (ontwerp)
RIJKS- EN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN IN DE GEMEENTE RHEDEN Bijgewerkt 21 november 2013
(uitdraai d.d. 12-05-14)
1
Bentincklaan 04
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
2
Bentincklaan 05
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
3
Bentincklaan 06
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
4
Bentincklaan 07
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
5
Bentincklaan 08
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
6
Bentincklaan 09
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
7
Bentincklaan 10
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
8
Bentincklaan 11
6994 CK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
9
Bentincklaan 12
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel),
10
Bentincklaan 13
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel),
11
Bentincklaan 14
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
12
Bentincklaan 15
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
13
Bentincklaan 16
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
14
Bentincklaan 17
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
15
Bentincklaan 18
6994 CL
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooien Dorp (deel)
16
Bentincklaan 19
6994 CL
De Steeg
Rijksmonument
17
Diepesteeg 01
6994 CC
De Steeg
Gemeentelijk monument
Strooiendorp (deel) Tuinmuur = Rijksmonument Pastorie
18
Diepesteeg 02a
6994 CD
De Steeg
Rijksmonument
Huis 'Ortrud' (met Hoofdstraat 17)
19
Diepesteeg 02d
6994 CD
De Steeg
Gemeentelijk monument
Woning aan pand nr 4
20
Diepesteeg 02e
6994 CD
De Steeg
Gemeentelijk monument
Kantoorruimte in bestaand pand 2d
21
Diepesteeg 04
6994 CD
De Steeg
Gemeentelijk monument
Voormalig school met kruisgebouw
22
Diepesteeg 23
6994 CC
De Steeg
Rijksmonument
Boerderij 'Neerbosch'
23
Diepesteeg 40
6994 CD
De Steeg
Rijksmonument
"Villa Boschlust
24
Diepesteeg 42
6994 CD
De Steeg
Rijksmonument
Villa "Klein Duimpje"
25
Havikerwaard 48
6994 JH
De Steeg
Gemeentelijk monument
Dienstwoning (landarbeiderswoning)
26
Havikerwaard 49
6994 JH
De Steeg
Gemeentelijk monument
Boerderij
27
Havikerwaard 51
6994 JH
De Steeg
Rijksmonument
28
Havikerwaard 51a
6994 JH
De Steeg
Rijksmonument
29
Havikerwaard 55
6994 JH
De Steeg
Gemeentelijk monument
Voorm. boerderij, nu dubbel woonhuis (met 51a) Voorm. boerderij, nu dubbel woonhuis (met 51) Boerderij 'De Pol', thans tweede woning
30
Hoofdstraat 01
6994 AB
De Steeg
Rijksmonument
Woonhuis (portierswoning Rhederoord)
31
Hoofdstraat 02
6994 AR
De Steeg
Gemeentelijk monument
Woning met bedrijferuimte 'Veluwezoom'
32
Hoofdstraat 04
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
TC, voormalig gemeentehuis
33
Hoofdstraat 05
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Sonneheerdt" (appartementen)
34
Hoofdstraat 05a
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa “Sonneheerdt" (appartementen)
35
Hoofdstraat 05b
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Sonneheerdt” (appartementen)
36
Hoofdstraat 05d
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
villa "Sonneheerdt" (appartementen)
37
Hoofdstraat 05e
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
villa "Sonneheerdt" (appartementen)
38
Hoofdstraat 06
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
vm (dienst)woning bij vm. gem.huis,
39
Hoofdstraat 08
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
vm gemeentehuis
40
Hoofdstraat 130
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
"Villa Nova" (pension "lindenhove")
41
Hoofdstraat 136
6994 AK
De Steeg
Rijksmonument
Woonhuis bij Middachten (vm. Smidse)
42
Hoofdstraat 15
6994 AB
De Steeg
Gemeentelijk monument
R.K. Kerk
43
Hoofdstraat 17
6994 AC
De Steeg
Rijksmonument
Huis 'Ortrud' (met pand Diepesteeg 2a)
44
Hoofdstraat 19
6994 AC
De Steeg
Rijksmonument
Hotel, 'Wapen van Athlone'
45
Hoofdstraat 21
6994 AC
De Steeg
Rijksmonument
Voormalig postkantoor annex woning
46
Hoofdstraat 23
6994 AC
De Steeg
Gemeentelijk monument
Woonhuis "Welgelegen"
47
Hoofdstraat 29
6994 AC
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Casa Cara"
48
Hoofdstraat 30
6994 AH
De Steeg
Rijksmonument
Dubbel woonhuis (met 32)
49
Hoofdstraat 32
6994 AH
De Steeg
Rijksmonument
Dubbel woonhuis (met 30)
50
Hoofdstraat 34
6994 AH
De Steeg
Rijksmonument
Dubbel woonhuis (met 36)
51
Hoofdstraat 36
6994 AH
De Steeg
Rijksmonument
Dubbel woonhuis (met 34)
52
Hoofdstraat 38
6994 AH
De Steeg
Gemeentelijk monument
Huize 'Rhederpark'
53
Hoofdstraat 48
6994 AH
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Rhederdal"
54
Hoofdstraat 58
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
55
Hoofdstraat 60
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
56
Hoofdstraat 62
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
57
Hoofdstraat 64
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
58
Hoofdstraat 66
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
59
Hoofdstraat 68
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
Aan deze lijst kunnen geen rechten worden ontleend
Pagina 1
RIJKS- EN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN IN DE GEMEENTE RHEDEN Bijgewerkt 21 november 2013
(uitdraai d.d. 12-05-14)
60
Hoofdstraat 70
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
61
Hoofdstraat 72
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
62
Hoofdstraat 74
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
63
Hoofdstraat 76
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
64
Hoofdstraat 78
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
65
Hoofdstraat 80
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Kastanjeoord" (deel)
66
Hoofdstraat 82
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Avondrood" (deel)
67
Hoofdstraat 84
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Avondrood" (deel)
68
Hoofdstraat 86
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Avondrood" (deel)
69
Hoofdstraat 88
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Avondrood" (deel)
70
Hoofdstraat 90
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Avondrood" (deel)
71
Hoofdstraat 92
6994 AK
De Steeg
Gemeentelijk monument
Villa "Avondrood" (deel)
72
Landgoed Middachten 03
6994 JC
De Steeg
Rijksmonument
Kasteel, Middachten
73
Landgoed Middachten 03a
6994 JC
De Steeg
Rijksmonument
74
Landgoed Middachten 07
6994 JC
De Steeg
Rijksmonument
Landhuis (bijgebouw kasteel), tijdelijk verblijf Boerderij
75
Oversteeg
6994 AS
De Steeg
Gemeentelijk monument
Woonhuis bij Middachten
76
Oversteeg 14
6994 AT
De Steeg
Gemeentelijk monument
Boerderij "De Hoppenkamp"
77
Oversteeg 45
6994 AS
De Steeg
Rijksmonument
Boerderij "Oud Middachten"
78
Parkweg 04
6994 CN
De Steeg
Gemeentelijk monument
Schoolgebouw (voormalig MULO)
79
Parkweg 17
6994 CM
De Steeg
Rijksmonument
Tuinmanswoning van Rhederoord
80
Parkweg 19
6994 CM
De Steeg
Rijksmonument
81
Parkweg 21
6994 CM
De Steeg
Rijksmonument
Rhederoord+historische aanleg buitenplaats Portierswoning van Rhederoord
82
Parkweg 27
6994 CM
De Steeg
Rijksmonument
Koetshuis van Rhederoord
83
Smidsallee 18
6994 BJ
De Steeg
Rijksmonument
Rentmeesterswoning bij Middachten
84
Aan ´t Veer 2
6953 BJ
Dieren
Gemeentelijk monument
Villa
85
Aan ’t Veer 02
6953 BJ
Dieren
Gemeentelijk monument
Villa
86
Arnhemsestraatweg 12 ,14
6953 AX
Dieren
Rijksmonument
Woning, Bombergse Huis
87
Arnhemsestraatweg 10
6953 AX
Dieren
Rijksmonument
Tuinmanswoning + schuur
88
6953 AX
Dieren
Rijksmonument
89
Arnhemsestraatweg/Doesburgsedijk Armhemsestraatweg
6953 AX
Dieren
Rijksmonument
90
Bernard Zweerslaan 01
6953 BM
Dieren
Gemeentelijk monument
Tuinmuur Hof te Dieren, koningsmuur enz. Historische buitenplaats; diverse onderdelen Joodse begraafplaats
91
Harderwijkerweg 03
6953 AB
Dieren
Gemeentelijk monument
Cafe
92
Harderwijkerweg 220
6953 AR
Dieren
Gemeentelijk monument
‘Hoeve Heidelust’
93
Harderwijkerweg 52
6953 AK
Dieren
Rijksmonument
Algemene begraafplaats
94
Harderwijkerweg 66
6953 AL
Dieren
Rijksmonument
95
Hoflaan 01
6953 AL
Dieren
Rijksmonument
bejaardewoningen Schwer bey der Becke stichting Herenhuis/winkel pakhuis
96
Hoflaan 03
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
Villa
97
Hoflaan 07
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
Herenhuis
98
Hoflaan 09
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
Voormalig pension Juliana
99
Hoflaan 11
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
Villa 'Mignon'
100
Hoflaan 13
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
Dubbele villa (met 15 en 15a)
101
Hoflaan 15
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
Dubbele villa (met 13 en a5a)
102
Hoflaan 15a
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
schuur bij 13 en 15
103
Hoflaan 17
6953 AL
Dieren
Gemeentelijk monument
alleen hekwerk gem.monument
104
Hoflaan 26
6953 AM
Dieren
Rijksmonument
Villa 'Seringenhof'
105
Hoflaan 28
6953 AM
Dieren
Rijksmonument
Villa 'De Peppel'
106
Hoflaan 30
6953 AM
Dieren
Rijksmonument
Dubbele villa 'Daniél'
107
Hoflaan 32
6953 AM
Dieren
Rijksmonument
Dubbele villa 'Daniél'