CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

20230504 memo minima effect rapportage rheden 2022_versie 2_DEF.docx

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Minima effect rapportage 20221.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo datum

voor

Afdeling/cluster

25 april 2023

College van B&W

Beleid

behandeld door

ons kenmerk

bijlage(n)

T. Mosselman Onderwerp

Minima effect rapportage 2022: conclusies & aanbevelingen

Aanleiding De energiecrisis en de inflatie hebben een groot effect op de bestedingsruimte van onze inwoners met een laag inkomen. De verantwoordelijkheid voor het voeren van inkomenspolitiek ligt bij de rijksoverheid. Gemeenten hebben met hun minimabeleid de mogelijkheid op een aantal onderdelen daarop aan te vullen. Om dit effect nader te kunnen duiden en om na te gaan of ons minimabeleid hier voldoende in ondersteunt, hebben wij Nibud in september 2022 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een minima effect rapportage (mer). De centrale vraag van dit onderzoek luidde: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Rheden? De individuele inkomenstoeslag (IIT) was voor ons een aandachtspunt binnen de mer. Al eerder constateerden we dat deze in Rheden laag is ten opzichte van omliggende gemeenten. Wij wilden graag weten welke rol de IIT in de begrotingen van de verschillende huishoudtypes speelde. Uitgangspunten De mer beschrijft welke groepen huishoudens in de gemeente goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Nibud rekent verschillende inkomensniveaus door: • • • • •

100%: oftewel het inkomen op niveau van de bijstand en daarmee het ‘referentiepunt’ 110%: is het inkomensniveau dat van toepassing is op de individuele inkomenstoeslag (voor inwoners met een langdurig laag inkomen) 120%: is het inkomensniveau dat op diverse minimaregelingen van toepassing is 125%: dit inkomensniveau waarbij het effect van het wegvallen van de minimaregelingen zichtbaar wordt1. 150% is het inkomensniveau voor de Gelrepas voor kinderen van toepassing is.

1 We hebben gekozen voor 125%. Dit percentage geeft iets meer inzicht in hoeverre een kleine inkomensstijging

het gemis aan ondersteuning opvangt. Bij 121 % is de rekensom snel gemaakt. Dan lopen huishoudens immers het totaalbedrag aan inkomensondersteuning mis. Pagina 1 van 5 RHD-

De mer is een generiek onderzoek, wat wil zeggen dat de resultaten betrekking hebben op ‘huishoudtypen’ maar niet één op door vertaald kunnen worden naar het individu. Nibud rekent de begrotingen door op zowel ‘basis uitgaven’ (woonlasten, boodschappen, zorgverzekering, energie etc) als op uitgaven voor ‘sociale participatie’ (uitjes, sport, op bezoek gaan etc). De begrotingen worden op Nibud houdt ik haar methodiek rekening gehouden met ‘reserveringsuitgaven’ (vervangen witgoed, klein onderhoud aan de woning en het eigen risico op de zorgverzekering, etc) maar niet met ‘sparen’. Tot slot gaat de mer in op de ‘armoedeval’, die op kan treden als inwoners uit een uitkering doorstromen naar werk of als inwoners die al werken meer gaan verdienen. De mer is uitgevoerd op basis van het prijspeil van juli 2022. De inflatie is in de periode daarna nog fors opgelopen, dito voor de kosten voor energie. Waar verschillende huishoudtypen een positief saldo op de begroting laten zien, kan dat in de praktijk anders zijn. Aan de andere kant moeten ook de verschillende maatregelen vanuit het rijk ter verbetering van de koopkracht (de meeste per 1-1-23) in acht worden genomen, waardoor sommige huishoudens juist weer positiever in hun begroting uitkomen. Al met al geeft de mer op hoofdlijnen een goed beeld van het effect van het minimabeleid.

Conclusies Alle huishoudens in de gemeente Rheden kunnen basispakket2 bekostigen. Daarnaast kan het gros van de huishoudens ook de uitgaven voor sociale participatie bekostigen. Waarbij opgemerkt moet worden dat gemeentelijke ondersteuning daarbij wel noodzakelijk is om de maandbegroting rond te krijgen. Zonder die ondersteuning kunnen alleenstaanden, paren zonder kinderen en paren met oudere kinderen het basispakket niet bekostigen. Het gemeentelijk minimabeleid slaagt daarmee overall in haar doel, namelijk iedereen mee te kunnen laten doen. Dit geldt echter niet voor de volgende huishoudentypen; zij krijgen de begroting niet rond: • Het paar met oudere kinderen (in de middelbare school leeftijd) heeft op meerdere inkomensgrenzen een tekort op de begroting, na bekostiging van het basispakket en het pakket voor sociale participatie. Op bijstandsniveau komt dit huishouden elke maand € 72 tekort. Op 120% valt het saldo voor dit huishoudtype met €44 per maand positief uit. Bij 125% echter, vallen er tegemoetkomingen vanuit het minimabeleid weg en ontstaat er een tekort van € 129. Dit lost pas op bij een inkomen van 150%, met een mager positief saldo van €12 per maand. • Ook het huishouden waarbij waar één van de twee partners een zorgvraag heeft, heeft een tekort op de begroting, na bekostiging van het basispakket en het pakket voor sociale participatie.

Dit huishoudtype komt op bijstandsniveau elke maand € 67 te kort. Op 150% is er weer een positief saldo van € 55 per maand. De volgende huishoudtypen krijgen de begroting wel rond, maar zijn financieel kwetsbaar: • De alleenstaande oudere met een zorgvraag heeft op bijstandsniveau geen tekort op de begroting, na bekostiging basispakket en het pakket voor sociale participatie. Maar een positief saldo van € 6 per maand is erg mager en maakt dit huishouden erg kwetsbaar. Als er 2 De maandbegrotingen zijn opgebouwd uit een basispakket aan minimaal onvermijdbare uitgaven, aangevuld

met een pakket met uitgaven voor sociale participatie. Daaronder vallen contributies en abonnementen, bezoek ontvangen, uitjes, vakantie etc.

Pagina 2 van 5 RHD-

•

sprake is van hogere meerkosten in verband met de zorgvraag, dan zal dit al snel leiden tot grotere tekorten. Ook het paar zonder kinderen is kwetsbaar: dit huishoudtype kan de begroting wel rond krijgen, maar met een beperkt saldo van € 46 per maand (na bekostiging basispakket en het pakket voor sociale participatie) blijft dit huishoudtype financieel kwetsbaar.

Wat betreft de armoedeval concludeer Nibud dat er zowel sprake is van een uitstroomval als een doorstroomval: •

De uitstroomval3 doet zich voor bij het paren zonder en met kinderen bij een inkomen van 125% van het minimum. Deze huishoudens hebben te maken met relatief hoge uitgaven voor een extra volwassene en voor de kinderen in combinatie met veel vergoedingen uit het minimabeleid. Op het moment dat die wegvallen blijft er minder bestedingsruimte over dan op bijstandsniveau. De energietoeslag speelt hierbij een belangrijke rol. Zonder die energietoeslag zou er geen uitstroomval zichtbaar zijn.

•

Bij de meeste huishoudtypen er sprake is van een doorstroomval op 125% van de geldende bijstandsnorm. Zij hebben minder ruimte in hun budget dan huishoudens met een inkomen op 120% omdat de meeste gemeentelijke regelingen lopen tot een inkomen van 120%. De regelingen voor kinderen lopen door tot een inkomen van 150% procent, wat ervoor zorgt dat de armoedevallen bij gezinnen wordt gedempt. Daarnaast komen huishoudens met een inkomen tussen 121%-150% in Rheden ook in aanmerking voor de energietoeslag 2023. Dit heeft voor dit jaar een dempend effect op de doorstroomval.

De meeste voorbeeldhuishoudens komen in de berekeningen van Nibud rond. Nibud houdt in de berekeningen rekening met een aantal reserveringsuitgaven (voor witgoed, kleding etc). Er is echter geen ruimte om te sparen en daarmee een financiële buffer op te bouwen. Daarbij gaat Nibud er ook uit van uit dat de inwoner aan een aantal ‘basisvoorwaarden’ voldoet: de inwoner maakt gebruik van alle voorzieningen, kan goed met geld omgaan en wordt niet geconfronteerd met onvoorziene kosten. Vanuit de praktijk weten we dat deze ‘ideale omstandigheden’ voor veel inwoners niet het geval zijn. En dat het ontbreken van een buffer inwoners bij onvoorziene kosten in de problemen kan brengen (bezuinigen op uitgaven zoals voeding, betalingsachterstanden, schulden). De individuele inkomenstoeslag (IIT) is er voor inwoners die langer dan drie jaar van een laag inkomen rond moeten komen. Deze toeslag stelt inwoners in staat om (enige) financiële buffer op te bouwen. De IIT is door Nibud meegenomen in alle berekeningen. Hoewel Nibud laat zien dat de IIT een positief effect heeft de bestedingsruimte (a.g.v. de IIT slaat bijvoorbeeld bij het echtpaar met twee oudere kinderen bij zowel 100% als 110% het saldo van negatief naar positief) in verschillende van de voorbeeldbegrotingen, moet bovenstaande wel in acht worden genomen.

Voor veel inwoners met een langdurig laag inkomen is de IIT de enige manier om enige buffer op te bouwen. 3 Uitstroomval: armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk. Doorstroomval: armoedeval

bij het meer gaan verdienen.

Pagina 3 van 5 RHD-

Aanbevelingen Het Nibud adviseer het bestaande minimabeleid (inclusief de hogere inkomensgrens voor kinderen) te handhaven en in te blijven zetten op maximalisering van het gebruik van de minimaregelingen. Het continueren van het beleid hebben we vastgelegd in het beleidskader ‘mimimabeleid en schuldhulpverlening 2021-2024’. Inzetten op meer gebruik doen we onder andere door de inzet van bereken-uw-recht en door het informeren van inwoners over ons aanbod via onder andere de Geldkrant. Daarnaast blijven we inzetten op ondersteuning van inwoners waar het gaat om goed om te (leren) gaan met geld. Dat doen we samen met onze welzijnspartner Incluzio, bijvoorbeeld door de training ‘Voor hetzelfde geld’. Het Nibud doet daarnaast de volgende aanbevelingen: 1. De veronderstelde draagkracht binnen de bijzondere bijstand is relatief hoog; onderzoek hoe de draagkracht op dusdanige wijze bepaald kan worden dat deze beter aansluit bij de financiële situatie van inwoners; 2. Verhoog de tegoeden van de Gelrepas, in ieder geval om de gestegen kosten voor sociale participatie op te vangen: Voor 2023 hebben we het tegoed eenmalig aangevuld met € 50, vanuit het pakket ‘ondersteunende maatregelen energiearmoede’. De financiële consequenties van een verhoging van de tegoeden voor 2024 zullen nader onderzocht moeten worden. 3.

Houdt bij de berekening van de betalingscapaciteit voor de gemeentelijke lasten al rekening met andere belastingaanslagen (waterschapslasten): GBLT4 heeft aangegeven geen samenwerking (bestandsuitwisseling) aan te willen gaan op dit onderwerp. Er zijn echter wel mogelijkheden om de bestaande werkprocessen binnen de Connectie hierop aan te passen. Dit vraagt nog nader onderzoek (ook ten aanzien van de financiële consequenties). 4. Onderzoek hoe paren met oudere kinderen extra ondersteund kunnen worden: We hebben in 2020 de smartphone aan het Kindpakket toegevoegd. Het is mogelijk het Kindpakket aanvullend daarop uit te breiden met, met kosten specifiek voor het voortgezet onderwijs. Andere optie is het schoolkostentegoed via de Gelrepas voor het middelbaar onderwijs te verhogen. Tot slot is het ook mogelijk de inkomensgrens van het Kindpakket te verschuiven van 120% naar 150%. Wij stellen voor deze opties in overleg met Stichting Leergeld nader te verkennen. 5. Onderzoek de mogelijkheid huishoudens met hoge zorgkosten meer te ondersteunen. Dat doen we nu via de gemeentepolis, die aanvullende vergoedingen biedt voor inwoners met hoge zorgkosten. We kunnen hier aanvullend op inzetten door de wijze waarop we draagkracht berekenen binnen de bijzondere bijstand, te actualiseren. In de huidige berekening wordt namelijk draagkracht verondersteld die er in de praktijk niet is.

Daarnaast stellen we stellen we voor het beleid bijzondere bijstand ten aanzien van zorgkosten te

4 Uitvoeringsorganisatie waterschapsbelasting voor o.a. de waterschappen actief in de gemeente Rheden, Rijn

en IJssel en Vallei en Veluwe.

Pagina 4 van 5 RHD-

herijken. Waardoor het beter aansluit op de vergoedingen vanuit de gemeentepolis en meer recht doet aan inwoners die niet via dit aanbod verzekerd kunnen of willen zijn. Dit vraagt nader onderzoek. 6. Pas een inflatiecorrectie toe op de IIT en onderzoek hoe verhoging van de IIT kwetsbare huishoudens (waaronder het paar met twee oudere kinderen) verder kan ondersteunen: Hier zetten we nog niet op in. We zien dat de IIT in Rheden lager is dan bij gemeenten in de regio. We stellen voor nader onderzoek te doen naar de hoogte van de IIT, i.r.t. het kunnen opbouwen van een financiële buffer. Vervolg Wij stellen voor om de rest van dit jaar te benutten om bovenstaande aanbevelingen nader te onderzoeken en uit te werken (inclusief de financiële consequenties). We zullen hier de maatschappelijke partners ook bij betrekken. Maatregelen die hieruit volgen kunnen vanaf 2024 doorgevoerd worden.

Pagina 5 van 5 RHD-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=230c5483-3ef9-4982-b169-76fde753a502