CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 11 24 Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Havikerwaard - D2

Raadsvergadering 19 december 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Ontwerpbestemmingsplan Landelijk gebied, Havikerwaard 8a en omgeving4.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanmeldingsnotitie Onderwerp: Vormvrije m.e.r.-beoordeling Havikerwaard Zuid Projectnummer: 51000862 / 365559 Referentienummer: NL22-648800269-16741 Datum: 27-11-2023

1

Inleiding

De Havikerwaard Zuid wordt heringericht ten behoeve van een betere doorstroming van de IJssel, natuur- en landschapsontwikkeling en recreatieve doelen. In 2017 is het ontwikkelingsplan Havikerwaard Zuid vastgesteld. Onderdelen van dit plan worden gewijzigd. Het gaat om het verplaatsen van een verondiepingsproject en de aanpassing van het bedrijventerrein. Dit leidt tot een ander eindgebruik, welke niet past binnen de vigerende bestemmingen in het bestemmingsplan Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid en het bestemmingsplan Landelijk Gebied, locatie Havikerwaard 8a. De bestemmingsplannen moeten daarom worden gewijzigd. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.-beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen. Achtereenvolgens wordt ingegaan op het voornemen (hoofdstuk 2) de m.e.r.-procedure (hoofdstuk 3) en de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit (hoofdstuk 4). Figuur 1-1 | Ligging plangebied (binnen rode vierkant)

Doesburg

Beinum

Angerlo

Giesbeek

nl_notitie.docx 20161201

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. De Bilt Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Mariska Everts Milieuplanologe T +31 88 811 62 55 M +31 6 20 46 10 30 Mariska.everts@sweco.nl 1 (15)

2

Voornemen

Sinds 2004 wordt gewerkt aan de Visie Havikerpoort (2006) en de realisatie daarvan. Een onderdeel van de visie is de realisatie van een niet aangekoppeld systeem van watergeulen (strang) langs de IJssel. De naam voor dit deelplan is Gebiedsontwikkeling Havikerkwaard Zuid. Het plangebied Havikerwaard Zuid wordt heringericht ten behoeve van een betere doorstroming van de IJssel, natuur- en landschapsontwikkeling en recreatieve doelen. Onderdeel van dit plan betreft het Bbk (Besluit bodemkwaliteit) Verondiepingsproject aan de zuidoever van Plas Bingerden. Voor dit deelplan is in november 2016 het bestemmingsplan 'Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid' vastgesteld. De basis voor dit bestemmingsplan was het Voorkeursalternatief uit de eerdere milieueffectrapportage. De initiatiefnemer wil nu op verzoek van de eigenaar van de plas het (vergunde) Bbk Verondiepingsproject verplaatsten in noordelijke richting, dichter tegen het bedrijventerrein Havikerwaard 8a aan. Daarnaast is er vanuit Rijkswaterstaat (RWS) verzocht om een rivierkundige optimalisatie van het bedrijventerrein aan de Havikerwaard 8a ten behoeve van de doorstroming. Voor dit bedrijventerrein geldt het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Locatie Havikerwaard 8A'.

De verplaatsing van het verondiepingsproject, dichter tegen het bedrijventerrein Havikerwaard 8a aan, biedt gelijktijdig kansen om het bedrijventerrein te herstructureren om zo de huidige logistiek op het bedrijventerrein aan te passen. De optimalisatie van het terrein heeft als bijkomend voordeel dat er meer natuur wordt toegevoegd aan het gebied en gezorgd wordt voor een rivierkundige optimalisatie en doorstroming. Het oppervlak te realiseren moeras neemt iets toe (van 6 naar 6,6 hectare). Op het bedrijventerrein zijn de bedrijven Valewaard en IJsselbeton gevestigd. Het zuidelijk terrein komt daarmee te vervallen als bedrijventerrein, aan de noordkant wordt het terrein wat uitgebreid. Per saldo neemt het oppervlak bedrijventerrein af met circa 0,46 hectare. De hersituering van dit project past in de visie Havikerpoort. De wijziging van het verondiepingsproject en de optimalisatie van het bedrijventerrein leiden tot een ander eindgebruik, wat niet passend is binnen de vigerende bestemmingen in het bestemmingsplan 'Gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid' en het bestemmingsplan 'Landelijk Gebied, Locatie Havikerwaard 8A'. Ten behoeve van de voorgenomen wijzigingen vinden de volgende bestemmingswijzigingen plaats: • Verschuiven Bbk-verondieping: bestemming Water naar Natuur.

Huidige bestemming ‘Natuur’ wordt op de oude locatie bestemming ‘Water’; • Optimalisatie/verlegging hoogwatervrije bedrijventerrein: Water naar Bedrijf; • Huidige zuidelijke terreininrichting van het bedrijventerrein rivierkundig optimaliseren: bestemming ‘Bedrijf’ naar ‘Natuur’. In totaal omvat de wijziging een oppervlak van 3 hectare.

2 (15)

Figuur 2-1 | Situatie op basis van Ontwikkelingsplan Havikerwaard Zuid uit 2017 (boven) en de situatie na uitvoeren voorgenomen activiteit (onder).

3 (15)

3

Toets aan het Besluit m.e.r.

3.1 Welke m.e.r.-procedure is van toepassing Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieu een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Voor een aantal activiteiten geldt daarom een zogenoemde m.e.r.-plicht. Deze activiteiten worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Voor deze laatste activiteiten geldt een zogenaamde m.e.r.-beoordelingsplicht. Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) geeft in de bijlage in onderdeel C en D aan of voor een project een m.e.r.-(beoordelings)plicht van toepassing is. De onderhavige ontwikkeling betreft twee verschillende activiteiten uit het Besluit m.e.r. (zie tabel 3.1): 1. de realisatie van een natuurgebied door middel van verondiepen van een deel van de plas, wat als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D9; 2. de verplaatsing van een bedrijventerrein, wat als activiteit is opgenomen in de D-lijst onder categorie D11.3. Tabel 3-1 | Activiteit D9 en D11.3 uit het Besluit milieueffectrapportage (d.d.

11-02-2022) Kolom 1 Kolom 2 Kolom 3 Kolom 4 Activiteiten Gevallen Plannen Besluiten D9 Een landinrichtings- In gevallen waarin de De structuurvisie, De vaststelling van project dan wel een activiteit betrekking heeft bedoeld in de het inrichtingsplan, op wijziging of artikelen 2.1, 2.2 bedoeld in artikel 17 1°. een functiewijziging uitbreiding daarvan. met een oppervlakte van en 2.3 van de Wet van de Wet ruimtelijke inrichting landelijk 125 hectare of meer van ordening, en de gebied dan wel een water, natuur, recreatie of landbouw of plannen, bedoeld plan bedoeld in 2°. vestiging van een in de artikelen 3.1, artikel 18 van de glastuinbouwgebied of eerste lid, 3.6, Reconstructiewet bloembollenteeltgebied eerste lid, concentratiegebiede van 50 hectare of meer. onderdelen a en b, n dan wel bij het van die wet, de ontbreken daarvan vaststelling van het het plan bedoeld in inrichtingsplan, artikel 3.6, eerste bedoeld in artikel lid, onderdelen a en 17 van de Wet b, van de Wet inrichting landelijk ruimtelijke ordening gebied, het plan, dan wel bij het bedoeld in artikel ontbreken daarvan 11 van de van het plan, Reconstructiewet bedoeld in artikel concentratiegebied 3.1, eerste lid, van en en het plan die wet. bedoeld in artikel 18 van de Reconstructiewet concentratiegebied en.

4 (15)

D 11.3

Kolom 1 Activiteiten De aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein.

Kolom 2 Gevallen In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.

Kolom 3 Plannen De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Kolom 4 Besluiten De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

Het Besluit m.e.r. geeft onder ‘gevallen’ per activiteit aan wat de relevante drempel is voor een m.e.r.-(beoordelings)plicht. Daarbij kunnen de volgende situaties zich voordoen (zie ook figuur 3.1): 1. Een project zit boven drempelwaarde van een activiteit uit de C-lijst. In dat geval geldt een rechtstreekse m.e.r.-plicht voor plannen en besluiten uit kolom 3 en 4. 2. Een project zit onder de drempelwaarde van een activiteit uit de C-lijst, maar boven de drempelwaarde van een activiteit uit de D-lijst. In dat geval geldt voor een plan dat is aangewezen in kolom 3 een directe m.e.r.-plicht. Voor besluiten die zijn aangewezen in kolom 4 geldt een formele m.e.r.-beoordelingsplicht. 3. Een project blijft onder de drempelwaarde van de activiteit uit de D-lijst. Voor die projecten moet via een (‘vormvrije’) m.e.r.-beoordeling worden bepaald of een MER nodig is. Voor beide activiteiten geldt dat de (indicatieve) drempelwaarden uit het Besluit m.e.r. niet worden overschreden, aangezien het planvoornemen voor de landinrichting en de aanpassing van het bedrijventerrein 3 hectare betreft. Op basis hiervan geldt er geen m.e.r.plicht.

Indien een activiteit een omvang heeft die onder de drempelwaarden ligt, dient op grond van de selectiecriteria in de ‘Europese richtlijn milieueffectbeoordeling’ te worden vastgesteld of belangrijke nadelige gevolgen van de activiteit voor het milieu kunnen worden uitgesloten, een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.- beoordeling'. Pas als dat het geval is, is de activiteit niet m.e.r.-plichtig. In figuur 3-1 is schematisch weergegeven wanneer een m.e.r.-plicht, m.e.r.beoordelingsplicht of een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling van toepassing is.

Figuur 3-1 | Schematische weergave m.e.r.-beoordeling (Kenniscentrum InfoMil)

5 (15)

3.2

Te nemen besluiten en te volgen procedure

Te nemen besluiten De plicht om een m.e.r.-beoordeling uit te voeren geldt alleen in combinatie met een besluit of een plan dat voor de betreffende activiteit in kolom 3 of 4 is aangewezen. In het geval van de voorgenomen activiteit is het bestemmingsplan het plan/besluit waarvoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht kan gelden. De ontwikkeling past niet in het vigerende bestemmingsplan. Er moet daarom een planologische procedure doorlopen worden. De ontwikkeling wordt planologisch mogelijk gemaakt via een bestemmingsplanprocedure. Omdat het bestemmingsplan de ontwikkelingen rechtstreeks mogelijk maakt1, is het een ’besluit' in kolom 4 (zie ”artikel 3.1, eerste lid” uit de Wet ruimtelijke ordening in tabel 1.1). De procedure Met deze aanmeldingsnotitie verzoekt de initiatiefnemer het bevoegd gezag om te beoordelen of een m.e.r.-procedure nodig is. Voor dit project is het college van B&W van de gemeente Rheden bevoegd gezag. In deze aanmeldingsnotitie is de benodigde informatie opgenomen die voor deze beoordeling nodig is. Op basis van deze aanmeldingsnotitie dient het bevoegd gezag een beslissing te nemen of voor deze activiteit, omwille van belangrijke nadelige gevolgen die zij voor het milieu kan hebben, een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Het bevoegd gezag neemt uiterlijk zes weken na de datum van ontvangst van de aanmeldingsnotitie een m.e.r.-beoordelingsbeslissing2.

Dit besluit moet in ieder geval zijn genomen voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan. Het besluit wordt niet gepubliceerd in de Staatscourant 3. Op dit besluit is geen bezwaar/beroep mogelijk. Eventuele bezwaren kunnen worden ingediend in de procedure van het bestemmingsplan. 3.3 Doel van de aanmeldingsnotitie De (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. In het kader van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld. In een aanmeldingsnotitie wordt op objectieve wijze de informatie verzameld en gepresenteerd die voor deze afweging noodzakelijk is. Op basis van de informatie in de aanmeldingsnotitie besluit het bevoegd gezag of een uitgebreide m.e.r-procedure nodig is. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag expliciet te beoordelen of zij het noodzakelijk acht om de m.e.r.-procedure te doorlopen. Er kunnen twee uitkomsten zijn: • belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden → er dient een m.e.r.-procedure te worden doorlopen; • belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op → er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r.-procedure wordt doorlopen. Het uitgangspunt bij deze beoordeling is: Nee, tenzij …. (zie hiervoor verder kader 3.1).

1

er zijn geen binnenplanse wijzigingsbevoegdheden opgenomen (Wro artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a) en het is niet een nader uit te werken plan (Wro artikel 3.6, eerste lid, onderdelen b). 2 Indien het bevoegd gezag tevens initiatiefnemer is, neemt het in een zo vroeg mogelijk stadium de m.e.r.beoordelingsbeslissing. 3 Dit is bepaald in het Besluit m.e.r. in artikel 2.5 onder b.

6 (15)

Dit uitgangspunt betekent dat er geen nadere m.e.r. nodig is, tenzij er sprake is van mogelijke ‘belangrijke nadelige gevolgen’ voor het milieu op basis waarvan een dergelijke procedure wel noodzakelijk moet worden geacht. Deze ‘belangrijke nadelige gevolgen’ moeten worden beoordeeld op basis van het toetsingskader van Bijlage III EU richtlijn milieubeoordeling projecten. Het project dient te worden getoetst aan: 1. Kenmerken van de activiteit a: Omvang van het project b: Cumulatie met andere projecten c: Gebruik natuurlijke hulpbronnen d: Productie afvalstoffen e: Verontreiniging en hinder f: Risico op ongevallen g: Risico voor de menselijke gezondheid 2. Plaats van de activiteit a: Bestaand grondgebruik b: Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied c: Opnamevermogen milieu met aandacht voor specifieke gevoelige gebieden 3. Kenmerken van het potentiële effect a: Bereik van het effect b: De aard van het effect c: Grensoverschrijdend karakter d: Orde van grootte en complexiteit effect e: Waarschijnlijkheid effect f: Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect g: De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten h: De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen In hoofdstuk 4 wordt de toetsing behandeld.

Eerst wordt een beschrijving gegeven van de kenmerken van de activiteit en de plaats van de activiteit en de potentiële effecten die daaruit naar voren komen. Vervolgens wordt ingegaan op de kenmerken van de gevolgen van deze effecten. Hierbij wordt gekeken of er mogelijk (belangrijke) nadelige milieugevolgen ontstaan en of er verzachtende mitigerende maatregelen kunnen worden genomen om eventueel het milieueffect te verminderen of teniet te doen.

7 (15)

KADER 3.1: UITLEG AANMELDINGSNOTITIE Zoals aangegeven is het uitgangspunt bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling het ‘nee, tenzij’ principe. Dit heeft gevolgen voor inhoud en diepgang van deze aanmeldingsnotitie. In dit kader wordt kort toegelicht hoe deze aanmeldingsnotitie is opgebouwd en op welke wijze naar de inhoud moet worden gekeken. Waarom Nee, tenzij? Dat het ‘nee, tenzij’ principe geldt, vloeit voort uit het feit dat het een activiteit betreft uit de D-lijst van het Besluit m.e.r., waarvoor tevens geldt dat de activiteit onder de drempelwaarde ligt zoals in deze D-lijst genoemd. In het Besluit m.e.r. zijn alle activiteiten die mogelijk gevolgen hebben op het milieu verdeeld over twee lijsten: de C en de D lijst. Activiteiten uit de C-lijst worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Voor deze activiteiten geldt dan ook een directe m.e.r.-plicht. Voor activiteiten uit de D-lijst geldt dat deze afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Wanneer de activiteit op de D-lijst staat én onder de drempelwaarde blijft zoals in die lijst opgenomen, is de verwachting dat deze activiteit waarschijnlijk geen belangrijk nadelige milieugevolgen oplevert. Op voorhand geldt voor deze activiteiten daarom ook geen m.e.r.-plicht.

Dit moet echter wel worden getoetst middels de vormvrije m.e.r.-beoordeling. In bepaalde gevallen kan een activiteit met een kleinere omvang namelijk wel degelijk belangrijke nadelige milieugevolgen hebben. Dat kan bijvoorbeeld doordat die activiteit in of bij een kwetsbaar gebied is gepland. Inhoud aanmeldingsnotitie Voor een aanmeldingsnotitie die wordt opgesteld in het kader van de vormvrije m.e.r.beoordeling bestaan geen vereisten voor de diepgang van het onderzoek. In de meeste gevallen kan de vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gebaseerd op ‘expert judgement’, zonder (model)berekening of (veld)onderzoek. Het uitgangspunt is dat de aanmeldingsnotitie kort en bondig is en alleen inzoomt op die kenmerken en gevolgen die mogelijk kunnen leiden tot nadelige gevolgen voor het milieu. In veel gevallen zal snel helder zijn dat een activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft (vanwege grote afstand tot gevoelige gebieden, de locatie en de omgeving hebben geen bijzondere kenmerken waardoor er een verwaarloosbare kans is op belangrijke nadelige effecten, de activiteit leidt niet tot grote emissies, heeft een klein ruimtebeslag e.d.). Dan is ook geen uitgebreide motivering nodig: er wordt dan beknopt beschreven dat naar alle Europese criteria is gekeken

8 (15)

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

1. Kenmerken van het project

Omvang van het project (relatie met drempel D lijst)

Herinrichting Havikerwaard 8a, De Steeg Het project omvat de ontwikkeling van natuur en de aanpassing van een bedrijventerrein. De ontwikkeling wordt mogelijk gemaakt via een bestemmingsplan. Het betreft een project (kolom 4) in de zin van het besluit m.e.r.. - Activiteit D.9 uit Besluit m.e.r.. Drempelwaarden zijn: 1°. een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw of; 2°. vestiging van een glastuinbouwgebied of bloembollenteeltgebied van 50 hectare of meer. - Activiteit D.11.3 uit het Besluit m.e.r.. Drempelwaarden is: 1°. een oppervlakte van 75 hectare of meer. Dit initiatief omvat: 1°. Natuurontwikkeling 2°. Aanpassing bedrijventerrein

Cumulatie met andere projecten

Gebruik natuurlijke hulpbronnen4

Productie afvalstoffen5 Verontreiniging en hinder

Conclusie: het totaal oppervlak van de gewijzigde ontwikkeling is circa 3 hectare. Het project blijft onder de drempelwaarden van zowel D.9 als D.11.3. Daarom is voor dit project geen ‘formele’ m.e.r.-beoordeling maar een ‘vormvrije’ m.e.r.beoordeling nodig. Het project maakt voor wat betreft de verondieping en hersituering hiervan onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid. Deze ontwikkeling is reeds vergund. De ontwikkeling wordt gezien als autonome situatie en daarom niet meegenomen als cumulatief project. In het project wordt voor de verondieping en aanpassing van het bedrijventerrein gebruik gemaakt van niet vermarktbare fracties zand uit het plangebied zelf en van overtollige (niet vermarktbare) grond en waterbodem van elders. Er zijn geen andere natuurlijke hulpbronnen in het gebied aanwezig die invloed ondervinden van de voorgenomen activiteit. Er is geen sprake van productie van (gevaarlijke) afvalstoffen met nadelige milieugevolgen. Verontreiniging: Tijdens de realisatiefase wordt zand opgespoten voor de verondieping en de aanpassing van het bedrijventerrein. Voor de van buiten het plangebied aan te voeren grond en waterbodem is in 2019 een nota bodembeheer opgesteld. Hierin is beschreven welke klasse grond gebruikt mag worden en dat dit binnen de plas veilig gedaan kan worden. Door de verschuiving van de verondieping

4 Toelichting: Van gebruik van natuurlijke hulpbronnen kan sprake zijn als een ontwikkeling gevolgen heeft voor op,

of in de nabijheid van, de locatie aanwezige natuurlijke hulpbronnen. Denk bijvoorbeeld aan de onttrekking van grondwater of het delven van grondstoffen zoals zand of klei. Ook het kappen van bos als leefomgeving voor dieren of recreatiegebied voor mensen valt hieronder. Dit criterium is vooral van belang bij industriële activiteiten. 5 Afvalstoffen zijn stoffen (preparaten of voorwerpen) waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen (artikel 1.1, lid 1 Wet milieubeheer). Nadelige milieugevolgen kunnen ontstaan bij het vrijkomen van gevaarlijke afvalstoffen.

9 (15)

verandert deze conclusie niet. De conclusie uit de rapportage is dat er geen kwetsbare objecten in de nabijheid van plangebied Havikerwaard Zuid aanwezig zijn. Bovendien is vanuit de geohydrologie sprake van een veilige situatie. Eventueel uitlogende stoffen worden niet verder verspreid naar het grondwater in de omgeving. Voor het verondiepen wordt gebruik gemaakt van groot materieel voor vervoer en aanbrengen zand/grond. Hierdoor kan een tijdelijke verslechtering van de luchtkwaliteit optreden. In de gebruiksfase kunnen op het nieuwe bedrijventerrein werkzaamheden plaatsvinden met machines die tot verslechtering van de luchtkwaliteit kunnen leiden. Op de effecten op de luchtkwaliteit wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. De ontwikkeling zal verder niet leiden tot een andere vorm van verontreiniging.

Risico voor ongevallen Risico voor de menselijke gezondheid

2. Plaats van de projecten Bestaande grondgebruik

Rijkdom aan en kwaliteit en regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied

Opnamevermogen milieu met aandacht voor wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, H/V richtlijngebieden, gebieden waar milieunormen worden overschreden, gebieden met hoge bevolkingsdichtheid, landschappelijk historisch cultureel of archeologische gebieden van belang.

Hinder: Tijdens de realisatiefase kan als gevolg van het bouwverkeer en de werkzaamheden lokaal verkeershinder en geluidhinder optreden. Het bedrijventerrein is gezoneerd. Mogelijk leidt de aanpassing van het bedrijventerrein tot verandering van geluidhinder naar de omgeving. Op de geluidseffecten wordt nader ingegaan onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’. Er wordt geen toename van het risico op ongevallen verwacht omdat er geen sprake is van een risicovolle inrichting. Toename van de geluidbelasting en verslechtering van de luchtkwaliteit kan van invloed zijn op de gezondheid. Er wordt geen toename van het risico voor de menselijke gezondheid verwacht als gevolg van het planvoornemen. Zowel de locatie waar de verondieping moet plaatsvinden als de locatie waar het bedrijventerrein wordt aangepast zijn momenteel in gebruik als water. In het bestemmingsplan hebben ze ook de bestemming water. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op het zuidelijk deel van het bedrijventerrein worden bosschages verwijderd ten behoeve van een betere doorstroming bij hoog water. In het plangebied komen verder geen bijzondere natuurlijke hulpbronnen voor. Natuur Het plangebied ligt in Natura 2000-gebied Rijntakken, Uiterwaarden IJssel. Op ruim 3 kilometer afstand ligt Natura 2000-gebied Veluwe.

Daarnaast ligt het plangebied binnen de Groene ontwikkelingszone (GO) en in Ganzenrustgebied uit de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland. Het plangebied ligt, voor zover het bedrijfsactiviteiten betreft, niet in het Gelders natuurnetwerk (GNN). In het plangebied komen mogelijk beschermde soorten flora en fauna voor. Op de gebieden en soorten kunnen mogelijk effecten optreden, hier wordt onder ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan.

10 (15)

Landschappelijke en cultuurhistorische waarden Het plangebied ligt in het Nationaal Landschap ‘Veluwe’. Omdat het gebied ook valt onder de Groene Ontwikkelingszone (GO), is de GO leidend voor wat betreft het beschermingsregime. Het plangebied maakt verder deel uit van het inundatiegebied van de IJssellinie. Het plangebied kent verder geen landschappelijke of cultuurhistorische waardevolle punt, lijn, of vlakelementen. Archeologie Op basis van het MER Havikerwaard Zuid (2013) en de gemeentelijke verwachtingskaart wordt geconstateerd dat de archeologische verwachtingswaarde voor het plangebied laag is. Overige aandachtsgebieden De voorgenomen activiteiten leiden mogelijk tot verandering van geluidhinder naar de omgeving. In de directe omgeving bevinden zich geen grote woongebieden (Gielsbeek ligt het dichtstbij, op circa 800 meter aan de andere kant van de IJssel). Doel van het ontwikkelingsplan Havikerwaard Zuid is o.a. een betere doorstroming van de IJssel. Voorgestelde wijzigingen leveren een verbetering op van de beoogde doorstroming, doordat de doorstroming via het zuidelijke deel van het bedrijventerrein (verwijderen bosschages) en de Zuidplas (verplaatsing verondieping) wordt geoptimaliseerd. Overige waardevolle of kwetsbare gebieden liggen niet in of in de nabijheid van het plangebied.

Op basis van (1.) de kenmerken en (2.) de plaats van het project zijn de volgende mogelijk belangrijk nadelige gevolgen naar voren gekomen: • Aantasting van waardevolle gebieden (Natura 2000, GO en Ganzenrustgebied) en beschermde soorten; • Overlast door geluidhinder; • Verslechtering luchtkwaliteit. Op deze mogelijke gevolgen wordt bij ‘3. Kenmerken van het potentiële effect’ ingegaan. Overige belangrijke nadelige gevolgen zijn niet te verwachten. 3. Kenmerken van het potentiële effect Bereik van het effect (geografisch en In alle gevallen zullen potentiële effecten lokaal optreden, in of grootte getroffen bevolking) direct aangrenzend aan het plangebied. Hinder voor omwonenden in de gebruiksfase wordt niet verwacht. De aard van het effect De effecten zullen beperkt van aard zijn. Zie ook onder ‘orde van grootte en complexiteit effect’. Grensoverschrijdend karakter Er zijn geen landsgrensoverschrijdende effecten. Orde van grootte en complexiteit effect Natuur Gebiedsbescherming Natura 2000-gebied, Groene ontwikkelingszone en Ganzenrustgebied De wijzigingen vinden plaats binnen Natura 2000-gebied Rijntakken, Uiterwaard IJssel, tevens begrensd als

11 (15)

Vogelrichtlijngebied. Dit gebied is tevens onderdeel van de Groene ontwikkelingszone (GO) en Ganzenrustgebied. Het oppervlak dat binnen Natura 2000-gebied valt is netto 2,44 ha. In een natuurtoets is gekeken naar de effecten op dit beschermde gebied (Kurstjens, januari 20226). Uit de toets blijkt dat er geen significant negatieve effecten worden verwacht op beschermde vogelsoorten. Wel verdwijnt 2,44 ha diep water (wordt industrieterrein). Omdat er door de gebiedsontwikkeling Havikerwaard Zuid ca 65 ha nieuw diep water wordt gerealiseerd is er geen sprake van significant negatieve effecten op vogels waarvoor het Natura 2000-gebied is aangewezen. Stikstofdepositie kan leiden tot negatieve effecten op Natura 2000-gebied. Om te bepalen of de nieuwe situatie leidt tot meer stikstofdepositie, is voor de gebruiksfase een verschilberekening uitgevoerd7. Daarin is de stikstofdepositie als gevolg van het planvoornemen vergeleken met de stikstofdepositie in de referentiesituatie8. Uit de verschilberekening blijkt dat in geen van de onderzochte Natura 2000-gebieden sprake is van een toename aan stikstofdepositie, en dat op sommige plekken sprake is van een afname (tot maximaal 1,63 mol/ha/jr).

De nieuwe locatie van het Bbk-verondiepingsproject en de nieuwe locatie voor (een deel van) het bedrijventerrein zijn gelegen in Ganzenrustgebied, waar de functie van rustgebied voor overwinterende ganzen centraal staat. De ontwikkeling leidt per saldo tot een lichte afname van oppervlak Ganzenrustgebied. Dit is in het MER Havikerwaard Zuid (2013) voor het oorspronkelijke plan uitvoerig onderzocht. In het MER is o.a. geconstateerd dat er per saldo grote natuurwinst wordt geboekt, zowel binnen het GNN als de GO. De afname aan Ganzenrustgebied is feitelijk geconstateerd, maar is acceptabel bevonden in het licht van de totaalontwikkeling. Daarnaast wordt ruimschoots voldaan aan de randvoorwaarde dat minimaal 500 hectare Ganzenrustgebied behouden blijft. Het verleggen van Bbk-project past zowel binnen de in 2013 door de Provincie Gelderland afgegeven verklaring van geen bedenkingen voor handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden als binnen de bestaande vergunning in het kader van de voormalige Natuurbeschermingswet voor het project Havikerwaard Zuid. Net als bij het oorspronkelijke Bbkproject is er geen sprake van significant negatieve effecten op

6

Natuurtoets hersituering BBK en optimalisatie bedrijfsterrein in Havikerwaard-Zuid i.r.t. Wet natuurbescherming, Kurstjens Ecologisch Adviesbureau, januari 2022 7 AERIUS kenmerk: RgGbVJY3X1tX, d.d. 4 februari 2022. Voor de aanlegfase hoeft geen Wnb-vergunning meer te worden aangevraagd, daarom is daarvoor geen berekening uitgevoerd. 8 Dit is de situatie zoals als laatst vergund in de revisievergunning uit 2010 (Notitie ‘Wet natuurbescherming’ – Havikerwaard, 13 november 2020).

12 (15)

instandhoudingsdoelstellingen van vogels waarvoor de Rijntakken zijn aangewezen. Op basis van veldonderzoek is geconcludeerd dat er in het kader van soortbescherming van de nieuwe Wet Natuurbescherming geen ontheffing nodig is. De aanpassing van het bedrijfsterrein heeft geen negatieve effecten op beschermde soorten. Geluid Gezien de beperkte wijzigingen ten opzichte van het huidige ontwikkelingsplan Havikerwaard Zuid, wordt in de realisatiefase geen wezenlijk andere hinder verwacht als gevolg van geluid en treden er geen belangrijk nadelige effecten op. De geluidzone van het bedrijventerrein verschuift niet. Door de uitbreiding aan de noordkant, zullen er aan de noordkant wel meer activiteiten ontstaan. Het totale oppervlak bedrijventerrein blijft echter gelijk. Veranderingen in geluidemissie zullen daarom beperkt zijn. Aangezien de omgeving van het plangebied dun bevolkt is, zullen veranderingen in geluidemissie niet leiden tot belangrijk nadelige effecten. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing voor de planologische procedure, is een geluidonderzoek uitgevoerd (LBP Sight, 1 december 2021). Dit onderzoek onderschrijft deze conclusie. In het onderzoek wordt wel aangegeven dat daarvoor mogelijk enkele mitigerende maatregelen nodig zijn (geluidsisolerende omkasting van de brekers, investering in stille loskranen en mogelijk geluidschermen langs de zeven).

Daarmee blijven geluidbelastingen op omliggende woningen beneden richtwaarden (woningen buiten de geluidzone) en streefwaarden (woningen binnen de geluidzone).

Waarschijnlijkheid effect

Duur, frequentie en omkeerbaarheid effect De cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten De mogelijkheden om de effecten doeltreffend te verminderen

Luchtkwaliteit In de realisatiefase verschuiven de werkzaamheden van de verondieping in noordelijke richting. Deze verschuiving betreft 200 tot 300 meter. De werkzaamheden in de realisatiefase zijn van tijdelijke aard. Er vinden als gevolg van de werkzaamheden en de gebruiksfase geen overschrijdingen van grenswaarden plaats. In aansluiting op het MER uit 2013 worden geen belangrijke nadelige effecten verwacht voor de luchtkwaliteit. De beschreven effecten in de aanlegfase als gevolg van de werkzaamheden zullen optreden. In de gebruiksfase worden geen belangrijk nadelige effecten verwacht. De effecten hangen samen met menselijke activiteiten in het plangebied en zijn tijdelijk. Deze activiteiten kunnen weer beëindigd worden en zijn dus omkeerbaar. Er zijn geen projecten bekend waarmee cumulatieve effecten kunnen ontstaan. Er zijn geen maatregelen nodig om effecten te compenseren of mitigeren ten einde belangrijk nadelige effecten te voorkomen.

13 (15)

Geluidemissie van het nieuwe bedrijventerrein kan gedeeltelijk worden gemitigeerd (geluidsisolerende omkasting van de brekers, investering in stille loskranen en mogelijk geluidschermen langs de zeven). Benodigde geluidmaatregelen zullen worden geborgd via de te verlenen omgevingsvergunning milieu. Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en te verwachten effecten, zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu uit te sluiten.

14 (15)

Verantwoording

Titel

Aanmeldingsnotitie Havikerwaard Zuid

Projectnummer

51008132

Referentienummer

NL22-648800269-16741

Revisie

D2

Datum

27-11-2023

Auteur

Matthijs Vrij Peerdeman

E-mailadres

Matthijs.vrijpeerdeman@sweco.nl

Gecontroleerd door

Nienke van Beek

Goedgekeurd door

Lourens Hogenbirk

15 (15)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=a9803e1a-c727-405a-8ea0-f163af30fbc2