2023-0828 Rapportage Rheden
Tekst van het document
Rheden
financieel vergelijkend perspectief Roel Lauwerier 28 augustus 2023
Inhoudsopgave 1. Vraag en aanpak 2. Context financieel 3. Analyse baten 4. Analyse lasten 5. Verdiepend economie-arbeidsmarkt 6. Verdiepend sociaal domein 7. Aanbevelingen
2
• © TwynstraGudde
Vraag en aanpak
Gestelde vraag In de begroting 2024-2027 wil Rheden komen tot een sluitend structureel begrotingsresultaat, primair gericht op 2024 en in tweede instantie op 2025. Daarbij wordt geconstateerd dat zowel de jaarrekening 2022 als de kadernota 2023 een afwijkend beeld laten zien in vergelijking met andere gemeenten van vergelijkbare omvang. Wij zijn gevraagd een verdiepende vergelijking te maken, gericht op het inzichtelijk maken van deze mogelijke afwijkingen en het waar mogelijk verklaren van de verschillen.
4
• © TwynstraGudde
Aanpak • Een financiële vergelijking met het gemiddelde van de gemeenten van eenzelfde omvang (grootteklasse 25.000-50.000 inwoners) • Een financiële vergelijking met de gemeenten Lingewaard en Overbetuwe (ambtelijk aangedragen) • Financiële vergelijking op basis van openbare, gestandaardiseerde data. Data aangeleverd door gemeenten (Iv3) en publiek toegankelijk gemaakt via waarstaatjegemeente.nl. • Daarbij kijkend naar gerealiseerde lasten en baten (jaarrekening) • Kadernota’s en begrotingen van Rheden, Lingewaard en Overbetuwe • Benchmarks op de verschillende beleidsdomeinen vergelijking op basis van openbare, gestandaardiseerde data. Data aangeleverd door gemeenten (Iv3) en publiek toegankelijk gemaakt via waarstaatjegemeente.nl. Vergelijking met gemiddelde grootteklasse, Lingewaard en Overbetuwe • Ambtelijke gesprekken
5
• © TwynstraGudde
Context financieel
Uitgangspunt kadernota’s 2024 Lingewaard
Overbetuwe
Rheden
7
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Zowel Lingewaard als Overbetuwe laten in de kadernota een sluitend meerjarenperspectief zien voor 2024 en 2025. Voor 2026 en 2027 geldt dit niet, voor deze jaren is een tekort voorzien.
•
Dit sluit aan op het recente VNG-begrotingsadvies om realistisch te begroten en voor de jaren 2026 en verder eventuele tekorten zichtbaar te maken.
•
Ook Rheden volgt deze lijn blijkens de memo Op naar een sluitend meerjarenperspectief: “De focus in de komende twee maanden ligt op het realiseren van een sluitend structureel begrotingsresultaat in de programmabegroting 2024-2027, primair gericht op 2024 en in tweede instantie op 2025.“
•
Let wel… Lingewaard en Overbetuwe hebben in de kadernota maatregelen getroffen om voor 2024 en 2025 tot een sluitend beeld te komen. Ook hun financiële startpositie was, net als voor Rheden, voor die jaren niet sluitend. Rheden heeft in de kadernota geen maatregelen opgenomen waardoor het uiteindelijk financieel beeld verschilt.
•
Maatregelen die ze in hun kadernota’s hebben opgenomen, zijn: -
Niet geheel toekennen/doorberekenen van inflatiecorrectie. (Overbetuwe)
-
Een deel van de geraamde kapitaallasten niet opnemen voor de nu ingeplande jaren, dus investeringen meer spreiden over de jaren. Dit omdat de ervaring hen leert dat investeringen vertragingen oplopen. (Overbetuwe)
-
Het temporiseren van structurele uitgaven, omdat ze verwachten dat deze later uitgegeven gaan worden omdat ze tijd nodig hebben om bijvoorbeeld nieuwe medewerkers aan te trekken en het nieuwe beleid uit te voeren. (Overbetuwe)
8
• © TwynstraGudde
Wat zien we? -
Verhogen van de OZB. (Lingewaard)
-
Verhogen/kostendekkend maken toeristenbelasting. (Lingewaard)
-
Invoeren verblijfsbelasting. (Lingewaard)
-
Op basis van de jaarrekening is gekeken welke budgetten al meerdere jaren een onderbenutting laten zien. (Lingewaard) Na een analyse van deze budgetten is gekomen tot een reductie van de budgetten:
-
-
Hogere opbrengsten bouwleges
-
Lagere kosten ODRA
-
Lagere WMO-kosten (door meer inzet op voorliggend veld, minder maatwerkvoorzieningen)
Inzet van de exploitatiereserve met het oog op de reservepositie die hoger is dan het beleidsmatig uitgangspunt. (Lingewaard)
-
Inzet stelpost prijsontwikkeling als dekking voor het IHP (onderwijs). (Lingewaard)
-
Opdracht voor begroting 2024 om incidentele dekking te bieden voor incidentele kosten IHP. (Lingewaard)
-
Opdracht voor begroting 2024 om incidentele dekking te bieden voor incidentele kosten Omgevingswet. (Lingewaard)
9
• © TwynstraGudde
Financiële kengetallen (Rheden begroting 2023)
10
• © TwynstraGudde
Financiële kengetallen (Lingewaard en Overbetuwe) Lingewaard
Overbetuwe
11
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Rheden weerstandsvermogen voor 2023 categorie uitstekend (ratio 2,2). Hierop voor 2023 geen risico, maar meerjarenperspectief voor weerstandsvermogen niet in beeld in de begroting. Weerstandsvermogen Rheden voor 2023 lager dan Lingewaard en Overbetuwe. Dit biedt hen meer financiële ruimte voor incidentele uitgaven en heeft positief effect op solvabiliteit.
•
Rheden schuldquote 2023 categorie B (97/93%, medium risicovol). Neemt in 2026 toe tot 142/138%, categorie C (meest risicovol). Hierop meerjarig risico. De toename lijkt te komen door de investeringen die voor 2023 en verder begroot zijn waarvoor kredieten nodig zijn. Het investeringsplan in de begroting (incl. 2022) laat een totaal aan krediet zien van € 129.741mln. Lingewaard en Overbetuwe hebben in 2023 een schuldquote van 41/36% resp. 126/118% en in 2026 70/66% resp. 122/114% (categorie A resp. B). Lingewaard daarmee veel lagere quote. Overbetuwe beperkt lager, wel in categorie B, waarbij de quote van Overbetuwe de komende jaren afneemt.
•
Ten aanzien van de voorziene investeringen, hebben wij de vraag in welke mate de planning realistisch is. Bij veel gemeenten zien we dat deze investeringsprojecten vaak vertraging oplopen. Onderzoeken of de planning realistisch is en daar zo nodig de planning op aanpassen, kan ertoe leiden dat de investeringen meer verspreid raken over de jaren wat tot financiële ruimte oplevert.
•
Solvabiliteitsratio Rheden 15% in 2023, 10% in 2026. Daarmee is de solvabiliteit van Rheden aanzien lager dan die van Lingewaard 35/29% en nog steeds lager dan die van Overbetuwe (18,5/19,5%). Hierop meerjarig risico; Rheden onderkent dit risico en speelt hierop in met de voorgenomen € 1mln in de begroting ter versterking van de financiële positie.
•
Rheden heeft een laag kengetal grondexploitatie, ook lager t.o.v. de andere gemeenten. Hierop geen risico. Laag percentage laat wel zien dat Rheden weinig gronden in exploitatie heeft en daar dus ook weinig inkomsten op kan genereren. (zie latere analyse baten Rheden).
•
Structurele exploitatieruimte Rheden meerjarig 0%. Hierop geen risico. Lingewaard laat voor 2024 en verder een negatief percentage zien. Overbetuwe m.i.v. 2026. De kadernota Rheden laat zien dat de exploitatie onder druk komt te staan. Dit kan dit kengetal ook onder druk zetten.
•
In de begroting 2023 is in de bijlage te zien dat Rheden vastgoed bezit (12 panden) waaraan geen maatschappelijke functie is gekoppeld. 12
• © TwynstraGudde
Analyse baten
Baten jaarrekening Baten (voor mutaties reserves) Rheden Algemene uitkeringen GF (1) Overige uitkeringen GF Specifieke uitkering BUIG Overige specifieke uitkeringen Onroerendezaakbelastingen Overige belastingen Riool- & afvalstoffenheffing Vergunningen & leges Overige inkomsten
Eenheid
CBS, IV3 2020 2021 2022 25.000 - 50.000 Rheden inwoners 25.000 - 50.000 Rheden inwoners 25.000 - 50.000 inwoners Blauw=meer baten per inwoner dan benchmark
1567 1384 243 221 428 347 20 41 195 227 12 19 229 217 170 211 198 536 3062 3203 € per inwoner
1617 322 373 71 213 14 220 178 230 3238
1412 295 275 53 240 21 229 234 455 3214
Baten (voor mutaties reserves) Rheden Algemene uitkeringen GF (1) Overige uitkeringen GF Specifieke uitkering BUIG Overige specifieke uitkeringen Onroerendezaakbelastingen Overige belastingen Riool- & afvalstoffenheffing Vergunningen & leges Overige inkomsten
Eenheid
2020 Overbetuwe Rheden
1567 1260 243 204 428 281 20 4 195 159 12 8 229 149 170 196 198 345 3062 2606 € per inwoner
1617 322 373 71 213 14 220 178 230 3238
1654 551 341 50 215 19 222 171 194 3417
1436 459 232 143 245 24 226 237 408 3410
Geel=minder baten per inwoner dan benchmark
Baten (voor mutaties reserves) 2022 Overbetuwe 1654 1304 Algemene uitkeringen GF (1) 551 426 Overige uitkeringen GF 341 170 Specifieke uitkering BUIG 50 118 Overige specifieke uitkeringen 215 180 Onroerendezaakbelastingen 19 11 Overige belastingen 222 170 Riool- & afvalstoffenheffing 171 275 Vergunningen & leges 194 265 Overige inkomsten
2021 Overbetuwe Rheden
1277 287 210 8 172 10 172 238 401 2775
3417
2919 Eenheid 14
Rheden
2020 Lingewaard Rheden
1567 1259 243 144 428 246 20 16 195 256 12 11 229 192 170 165 198 456 3062 2745 € per inwoner
2021 Lingewaard Rheden
1617 322 373 71 213 14 220 178 230 3238
1272 258 197 25 268 11 202 194 590 3017
• © TwynstraGudde
1654 551 341 50 215 19 222 171 194 3417
2022 Lingewaar
1299 387 152 110 269 12 220 225 298 2972
COELO woonlasten Gelderland 2023
15
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Rheden heeft meer baten uit algemene uitkering gemeentefonds, overige uitkeringen gemeentefonds en BUIG dan de benchmark. In de begroting Rheden is rekening gehouden met de financiële consequenties van de herverdeling van de algemene uitkering. Rheden anticipeert op een toename van de BUIG-middelen (€ 1,5 mln). Vaak hangen aan hogere baten ook hogere lasten samen. (zie analyse lasten)
•
Overige specifieke uitkeringen heeft Rheden het ene jaar meer, het andere jaar minder. Dat hangt samen met de aard van dit soort uitkeringen.
•
Rheden heeft minder baten uit ozb dan Lingewaard en gemiddelde grootteklasse. Rheden heeft meer baten uit ozb dan Overbetuwe.
•
Kijkend naar de totale woonlasten (COELO) zit Rheden onder het gemiddelde.
•
Overige belastingen, zoals toeristenbelasting, heeft Rheden minder dan gemiddelde grootteklasse en meer dan Lingewaard en Overbetuwe.
•
Riool- & afvalstoffenheffing heeft Rheden meer/minder dan gemiddelde grootteklasse. En meer dan Lingewaard en Overbetuwe. Deze heffing hangt samen met een gesloten exploitatie. Oftewel, de heffing mag niet aan andere doelen worden uitgegeven.
•
Rheden heeft minder baten uit vergunningen en leges dan de benchmark. Bij Lingewaard is dit met ingang van 2021 (zie hun bijstelling in de kadernota). Deze post gaat niet alleen over bouwleges maar over alle leges dus ook die voor bijvoorbeeld paspoorten. Lagere baten kunnen voortvloeien uit een minder kostendekkende tarieven en bijvoorbeeld minder aanvragen van bouwvergunningen doordat er minder bouwinitiatieven zijn. In gesprekken wordt aangegeven dat Rheden inderdaad minder bouwinitiatieven kent. We bevelen aan de kostendekkendheid van de tarieven te onderzoeken.
•
Overige inkomsten heeft Rheden minder dan de benchmark. Hieronder valt de grondexploitatie. Rheden heeft weinig inkomsten uit grondexploitaties (zie ook financiële kengetal grondexploitatie). Hierop is overigens weinig bijstelling mogelijk of je moet middelen hebben om bijvoorbeeld gronden te verwerven.
16
• © TwynstraGudde
Analyse lasten
Lasten jaarrekening Lasten (voor mutatie reserves) Rheden Bestuur Veiligheid Verkeer & vervoer Economie Onderwijs Sport, cult. & recr. Participatie MO & jeugdzorg Vlksgzhd & milieu Volkshsvstng, RO & SV
Eenheid
2020 2021 2022 CBS, IV3 25.000 - 50.000 Rheden inwoners 25.000 - 50.000 Rheden inwoners 25.000 - 50.000 inwoners
522 580 92 91 98 158 7 68 98 116 204 234 732 602 827 680 278 285 100 228 2958 3042 € per inwoner
655 97 114 10 113 223 688 831 272 103 3106
639 97 159 80 124 246 526 706 295 237 3109
644 93 117 14 131 222 772 851 278 118 3240
741 104 165 59 128 255 550 753 294 259 3308
Rheden
Eenheid
Geel=meer lasten per inwoner dan benchmark
Lasten (voor mutatie reserves)
Lasten (voor mutatie reserves)
Bestuur Veiligheid Verkeer & vervoer Economie Onderwijs Sport, cult. & recr. Participatie MO & jeugdzorg Vlksgzhd & milieu Volkshsvstng, RO & SV
Blauw=minder lasten per inwoner dan benchmark
2020 Overbetuwe Rheden
522 592 92 80 98 99 7 13 98 114 204 185 732 442 827 793 278 209 100 86 2958 2613 € per inwoner
655 97 114 10 113 223 688 831 272 103 3106
2021 Overbetuwe Rheden
703 83 111 37 119 185 378 739 209 125 2689
2022 Overbetuwe 644 784 Bestuur 93 89 Veiligheid 117 111 Verkeer & vervoer 14 59 Economie 131 133 Onderwijs 222 235 Sport, cult. & recr. 772 419 Participatie 851 782 MO & jeugdzorg 278 216 Vlksgzhd & milieu 118 72 Volkshsvstng, RO & SV
3240
2900 Eenheid 18
Rheden
2020 Lingewaard Rheden
522 495 92 81 98 116 7 103 98 87 204 186 732 452 827 614 278 248 100 123 2958 2505 € per inwoner
2021 Lingewaard Rheden
655 97 114 10 113 223 688 831 272 103 3106
585 89 125 298 87 207 393 637 252 167 2840
• © TwynstraGudde
644 93 117 14 131 222 772 851 278 118 3240
2022 Lingewaar
568 94 131 85 100 216 427 683 264 142 2710
Wat zien we? •
Meer/minder lasten op bestuur dan gemiddelde grootteklasse, minder dan Overbetuwe en meer dan Lingewaard. Geen nadere analyses nodig.
•
Meer/minder lasten op veiligheid dan gemiddelde grootteklasse en Lingewaar, iets meer dan Overbetuwe. Geen nadere analyses nodig.
•
Verkeer & vervoer minder lasten dan gemiddelde grootteklasse en Lingewaard, meer/minder dan Overbetuwe. In gesprekken is aangegeven dat de onderhoudsniveaus in eerdere jaren naar beneden zijn bijgesteld wat leidt tot minder lasten. Geen nadere analyses nodig.
•
Rheden geeft minder uit aan economie dan de benchmark. In 2022 €14 per inwoner t.o.v. €59 en €85. De benchmark geeft hieraan ruim 4 tot 6 keer meer uit. In gesprekken wordt aangegeven dat niet zozeer een recente, expliciete afweging aan te grondslag ligt. Veeleer is dit budget historisch bepaald. In een volgende slide gaan we verdiepend in op economie aan de hand van een paar indicatoren, vooral t.a.v. arbeidsmarkt.
•
Meer/minder lasten onderwijs en sport/cultuur/recreatie dan benchmark. Geen nadere analyse nodig.
•
Ten opzichte van benchmark heeft Rheden meer lasten participatie, mo en jeugdzorg, oftewel sociaal domein. Rheden geeft in 2022 per inwoner €772 uit aan participatie (baten BUIG: €341) en €851 aan mo en jeugdzorg. Bij gemiddelde grootteklasse ligt dit op €550 en €753. Bij Lingewaard op €427 en €683. Bij Overbetuwe op €419 en €782. In een volgende slide gaan we verdiepend in op het sociaal domein.
19
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Minder lasten op volksgezondheid & milieu dan gemiddelde grootteklasse, meer dan Overbetuwe en meer dan Lingewaard. Geen nadere analyses nodig.
•
Minder lasten op Volkshuiv, RO & Sted. Vern. dan gemiddelde grootteklasse en Lingewaard. Meer/minder dan Overbetuwe. In gesprekken wordt aangegeven dat Rheden niet veel eigen capaciteit heeft op gebiedsontwikkelingen wat zich vertaalt in deze lasten. De afgelopen jaren is het aantal afgegeven bouwvergunningen beperkt. In het fysieke domein landen op dit moment grote transities. Met name de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en de Omgevingswet. Dit kan leiden tot een vraag naar meer middelen. Geen nadere analyses nodig.
20
• © TwynstraGudde
Verdiepend economiearbeidsmarkt
22
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Het aandeel hoogopgeleiden in de beroepsbevolking is hoger dan de gemiddelde grootteklasse.
•
Het aantal banen per 1000 inwoners (15-74 jaar) ligt lager.
•
De ontwikkeling van het aantal vestigingen (bedrijven) volgt de stijgende trend van de gemiddelde grootteklasse maar ligt wel lager.
•
De werkloosheid volgt de dalende trend van de gemiddelde grootteklasse maar ligt wel hoger.
•
Het percentage werkloze jongeren is hoger.
•
Het aandeel huishoudens met een laag inkomen is hoger dan de gemiddelde grootteklasse. Het aandeel huishoudens met een hoog inkomen ligt lager.
•
De arbeidsmarktdeelname in de afgelopen 4 jaar ligt lager. 18,7% heeft niet voortdurend gewerkt of is geheel niet werkzaam geweest. Tegenover 13,1% bij de gemiddelde grootteklasse. (Lingewaard: 9,9%) (Overbetuwe: 11%)
•
Meerdere beleidsdomeinen hebben invloed op werkgelegenheid, arbeidsmarkt en arbeidsmarktdeelname en bedrijvenvestigingen en groei. Niet alleen economie, maar bijvoorbeeld ook werk en inkomen, ruimte en bereikbaarheid. We hebben wel de vraag of de inzet op economie in combinatie met arbeidsmarkt(deelname) proportioneel is gelet op de weergegeven indicatoren. Dit verdient in onze ogen verdiepend onderzoek. (zie ook sociaal domein, specifiek participatie)
23
• © TwynstraGudde
Verdiepend sociaal domein
25
• © TwynstraGudde
26
• © TwynstraGudde
27
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Op bijna alle indicatoren die kunnen leiden tot hogere lasten in het sociaal domein, wijkt Rheden af van de benchmark. Dit geldt overigens ook voor andersoortig zorggebruik, zoals Wlz
•
Dit is terug te zien in het totaal op de taakvelden in de begroting 2023: € 66.750.00 aan lasten sociaal domein t.o.v. € 47.269.000 Lingewaard en € 53.193.000 Overbetuwe.
•
Voor samenkracht, burgerparticipatie, toegang en eerstelijnsvoorzieningen liggen de lasten lager. Binnen deze taakvelden vallen vaak de lasten die samenhangen met preventie en algemene voorzieningen alsook lichte vormen van begeleiding en ondersteuning door of via de toegang. Het verdient nadere studie wat deze lagere lasten verklaart en wat de impact is van minder uitgaven aan dit onderdeel van het sociaal domein.
•
Rheden heeft een benchmarkonderzoek laten uitvoeren naar de formatie van de teams Jeugd, WMO (samen de toegang) en team beleid van de afdeling Samenleving waaruit blijkt dat de hogere lasten niet te verklaren zijn door hogere kosten voor de eigen organisatie (memo Berenschot Samenleving). Begrote directe personele kosten bij jeugd 56% lager t.o.v. referentiegemeenten en bij WMO 10% lager. Overheadpercentage is ook relatief laag (jeugdhulp 53% lager, WMO 38% lager).
28
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
We hebben gekeken of en hoe Lingewaard en Overbetuwe expliciet sturen op de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein. Lingewaard heeft daartoe een taskforce sociaal domein ingesteld, heeft maatregelen getroffen en deze (deels) vertaald naar een financiële doelstelling en heeft beheersbare kosten in het sociaal domein als expliciet doel in de begroting opgenomen. Overbetuwe heeft met het beleidsplan sociaal domein als een van de doelen geformuleerd: Voorzieningen en ondersteuning zijn betaalbaar, toegankelijk en kwalitatief goed. In het plan zitten meerdere maatregelen die ook moeten leiden tot beheersbare kosten. Dat komt ook terug in de monitoring en in de begroting zijn de effecten van de maatregelen en investeringen die nodig zijn om de kosten van de Wmo en Jeugdzorg terug te brengen financieel vertaald.
•
Sturen op de financiële beheersbaarheid heeft impact op de vorm en omvang van de zorg en ondersteuning die wordt geboden en die inwoners vaak ook zullen merken. Zo is bij gemeenten te zien dat de verordening wordt bijgesteld (bijv. op algemeen gebruikelijke voorzieningen, scherper normenkader huishoudelijke hulp etc.), wordt gezocht naar alternatieve vervoersvoorzieningen, wordt o.a. hulp bij huishouden en dagbesteding als algemene voorzieningen aangeboden,
•
Rheden zet maatregelen in die ook bij andere gemeenten worden ingezet. Zoals doorbraakmethode, inzet algemene voorzieningen etc. Door raad en college is financiële beheersbaarheid (of een variant daarop) in het huidige beleid niet expliciet als doel geformuleerd. Op dit moment wordt gewerkt aan een nieuw koersdocument dat in een interactief proces met stakeholders en inwoners wordt opgesteld. Doel hiervan is om meerjarige inhoudelijke keuzes te maken, politiek gelegitimeerd. In februari 2024 wordt het voorgelegd aan de raad. Het gewenste financieel kader is onderdeel van dit proces.
•
De lasten sociaal domein waar Rheden mee te maken heeft, kunnen in onze ogen niet alleen worden verklaard door bijvoorbeeld het wel/niet expliciet sturen op financiële beheersbaarheid. In de volgende slide brengen we daarom indicatoren in beeld ten aanzien van sociaaleconomische kenmerken van Rheden. 29
• © TwynstraGudde
30
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Wat leeftijdsopbouw heeft Rheden relatief minder jongeren onder de 18 jaar en vooral een groter aandeel ouderen boven de 75 jaar. 14% t.o.v. 10% gemiddelde grootteklasse. De grijze druk is dan ook hoger. Met name de groep van 75 jaar en ouder kan zorgen voor een groter beroep op de WMO. Maar natuurlijk ook op bijvoorbeeld de Wlz, wat zichtbaar is in de cijfers.
•
Voortijdig schooluitval ligt hoger dan bij gemiddelde grootteklasse met 2,2% t.o.v. 1,6%.
•
Ook het aandeel huishoudens met problematische schulden ligt hoger.
•
Arbeidsmarktdeelname ligt lager, als eerder aangegeven.
•
Het aandeel koopwoningen ligt bijna 10 procentpunten lager dan bij gemiddelde grootteklasse met 55,2% t.o.v. 65,5%. Het aandeel corporatiewoningen en overige huur liggen hoger.
•
De sociaaleconomische status (SES-WOA) is een indicator om de maatschappelijke positie van personen of huishoudens te bepalen. De SES wordt doorgaans ontleend aan het opleidingsniveau of inkomen van mensen. De sociaal economische status heeft een sterke relatie met gezondheidsverschillen tussen gemeenten, wijken, of buurten. Het CBS heeft een SES-score ontwikkeld, die is gebaseerd op Welvaart, Opleiding en Arbeid (WOA). Voor elke gemeente, wijk en buurt is een gecombineerde score berekend op basis van gegevens over elk huishouden. Omdat de sociaaleconomische status van een wijk door meer kenmerken wordt bepaald dan alleen welvaart, opleidingsniveau en arbeidsverleden, is er gekozen voor de term ‘SES-WOA score’. Het doel van de SES-WOA score is om inzicht te krijgen in de sociaaleconomische ontwikkelingen, de verschillen tussen de gebieden in de gemeente en de mogelijke kwetsbaarheid binnen wijken.
•
Gemiddelde grootteklasse laat een SES-WOA score zien die boven het landelijk gemiddelde ligt. Voor Rheden ligt de SES-WOA score onder het landelijk gemiddelde. Net als bij gemiddelde grootteklasse verbetert deze score de afgelopen jaren. Het verschil tussen Rheden en gemiddelde grootteklasse blijft echter hetzelfde.
•
Dergelijke indicatoren laten zien dat de hogere lasten sociaal domein in ieder geval deels verklaard worden door sociaaleconomische kenmerken van Rheden t.o.v. de benchmark. Of deze de hogere lasten geheel verklaren, vergt meer onderzoek. De indicatoren laten een beeld zien die in onze ogen eerder past bij een grotere gemeente. Daarom maken we in volgende slides een vergelijk met gemiddelde grootteklasse 50.000-100.000. 31
• © TwynstraGudde
Lasten (voor mutatie reserves) Rheden Bestuur Veiligheid Verkeer & vervoer Economie Onderwijs Sport, cult. & recr. Participatie MO & jeugdzorg Vlksgzhd & milieu Volkshsvstng, RO & SV
Eenheid
2020 2021 2022 50.000 - 100.000 Rhedeninwoners 50.000 - 100.000 Rhedeninwoners 50.000 - 100.000 inwoners
522 92 98 7 98 204 732 827 278 100
674 105 183 82 136 276 716 809 286 248
655 97 114 10 113 223 688 831 272 103
726 111 187 81 143 286 641 820 295 248
644 93 117 14 131 222 772 851 278 118
756 112 183 89 149 284 634 848 289 234
€ per inwoner
32
• © TwynstraGudde
Wat zien we? •
Rheden scoort op de weergegeven indicatoren gelijk aan of wijkt af van gemiddelde grootteklasse 50.000-100.000.
•
Ook de SES-WOA score van Rheden ligt lager. Gemiddelde grootteklasse 50.000-100.000 ligt in 2021 op +0,046. Rheden ligt op -0,055.
•
Ook de lasten sociaal domein liggen per inwoner hoger dan gemiddelde grootteklasse 50.000-100.000.
•
Dergelijke indicatoren laten zien dat de hogere lasten sociaal domein in ieder geval deels verklaard worden door sociaaleconomische kenmerken van Rheden t.o.v. gemiddelde grootteklasse 50.000-100.000. Of deze de hogere lasten geheel verklaren, vergt meer onderzoek.
•
Rheden lijkt te maken te hebben met een sociaaleconomische problematiek die groter is dan verwacht mag worden gelet op de omvang van Rheden.
•
Dit heeft Rheden zelf eerder ook geconstateerd in de Memo Benchmarkonderzoek teams Samenleving: “We kunnen daarnaast stellen dat de gemeente Rheden voor een deel ook te maken heeft met grootstedelijke problematiek vanwege de ligging naast de buurgemeente Arnhem. De wijk Arnhem-Oost is in 2022 een van de 20 wijken in Nederland die aangewezen is vanuit het Landelijk Programma Leefbaarheid en Veiligheid om door middel van dit programma om de wijk weer leefbaar en veilig te maken.” Daarom gaan we op de volgende slide kort in op Arnhemse indicatoren.
33
• © TwynstraGudde
Arnhem
34
Wat zien we? •
Arnhem kent een grotere sociaaleconomische problematiek. Het percentage jongeren met jeugdhulp Rheden is in de laatste meting (2e half jaar 2022) hetzelfde als in Arnhem. Over heel 2021 en 2022 bezien, heeft Rheden een hoger percentage jongeren met jeugdhulp dan Arnhem. 2021: Rheden 14,9%, Arnhem 14,1%. 2022: Rheden 15%, Arnhem 14,7%.
•
Wat in gesprekken werd aangegeven, wordt onderschreven door de geografisch weergave schuldenproblematiek en SESWOA score: het lijkt alsof de grootstedelijke problematiek overloopt in Velp.
•
Nader onderzoek is nodig om deze hypothese te valideren.
•
Arnhem zet met een gebiedsgericht programma in op de versterking van Arnhem-Oost.
•
We bevelen aan om met Arnhem in gesprek te gaan om van elkaar te leren en om te verkennen of het mogelijk is om op onderdelen tot een gezamenlijke aanpak te komen.
35
• © TwynstraGudde
Hoofdboodschap en aanbevelingen
Hoofdboodschap De financiële startpositie voor de kadernota’s van Lingewaard en Overbetuwe laten net als Rheden een meerjarig financieel tekort zien. Verschil is dat in hun kadernota’s al financiële maatregelen zijn opgenomen waardoor ze een uiteindelijk een sluitend financieel perspectief zien voor 2024 en 2025, niet voor 2026 en 2027. Uit de analyse van de baten en lasten en de door Lingewaard en Overbetuwe in de kadernota opgenomen maatregelen blijken mogelijke aangrijpingspunten om te komen tot meer inkomsten en lagere lasten. Deze vergen veelal wel politiek-bestuurlijke afweging. Denk aan het verhogen van de OZB. En aan de keuze om wel of niet politiek-bestuurlijk expliciet te gaan sturen op de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein. Sturen op de financiële beheersbaarheid heeft impact op de vorm en omvang van de zorg en ondersteuning die wordt geboden wat inwoners vaak ook zullen merken. Los van dergelijke politiek-bestuurlijke afwegingen, lijkt Rheden een aanzienlijk grotere sociaaleconomische problematiek te hebben dan mag worden verwacht gelet op de omvang van de gemeente Rheden. Afhankelijk van verdiepende analyses, is dit een opgave die concernbreed, in samenwerking met alle betrokken beleidsdomeinen moet worden opgepakt.
37
• © TwynstraGudde
Aanbevelingen 1.
Weeg bestuurlijk en politiek af: Wil je, als bestuur en politiek, expliciet sturen op de financiële beheersbaarheid van het sociaal domein? En accepteer je dat dit impact heeft op de vorm en omvang van de zorg en ondersteuning die wordt geboden.
2.
Zo ja, neem dat mee in het nieuwe koersdocument en werk dit daarin verder uit. Begin met het financieel vertalen van maatregelen en interventies in het sociaal domein. Breng verder in beeld of in voldoende mate wordt geïnvesteerd in preventie en algemene voorzieningen. Alsook een verdiepende analyse op de verschillende onderdelen van het sociaal domein en op basis daarvan in beeld brengen welke (aanvullende) genomen kunnen worden.
3.
Breng verdiepend de sociaaleconomische problematiek in Rheden in beeld. Heeft Rheden daadwerkelijk te maken met een sociaaleconomische problematiek die groter is dan verwacht mag worden gelet op de omvang van Rheden en wat zijn daarvan de oorzaken? Spitst dit zich toe in specifieke gebieden of is dit verspreid over de hele gemeente? In welke mate kan de gemeente hierop invloed uitoefenen en vergt dit aanpassing van beleid en beleidsuitvoering? Oftewel, moet de gemeente wat anders gaan doen? En vanuit financieel perspectief: in welke mate verklaart deze problematiek geheel het grotere beroep op en hogere lasten voor het sociaal domein?
4.
Afhankelijk van de analyse onder 3, ga met Arnhem in gesprek om van elkaar te leren en om te verkennen of het mogelijk is om op onderdelen tot een samenwerking te komen, aansluitend op hun gebiedsgericht programma Arnhem Oost.
5.
Betrek bij de voorgaande stappen of de huidige aanpak vanuit economie nog steeds passend is met het oog op de Rhedense economie en arbeidsmarkt(deelname). Het ligt voor de hand om vanuit participatie en economie samen te werken ter versterking van de sociaaleconomische kracht van Rheden. Verken in navolging van de resultaten van de voorgaande stappen of het zinvol is te komen tot een concernbrede, gebiedsgerichte samenwerking. Dit hoeft niet vanzelfsprekend de inzet van extra eigen middelen te betekenen, maar noodzakelijk kan het afhankelijk van inhoud en aanpak wel zijn. Verken welke mogelijkheden er zijn om hiervoor fondsen aan te spreken (regio, provincie, Rijk). Bijvoorbeeld in het kader van arbeidsmarktbeleid. 38
• © TwynstraGudde
Aanbevelingen 6.
Weeg af of de maatregelen die in de kadernota’s van Lingewaard en Overbetuwe staan, toepasbaar zijn voor Rheden. Deze maatregelen terughalend: -
Niet geheel toekennen/doorberekenen van inflatiecorrectie: Hierbij past de kanttekening dat dit een indirecte bezuiniging is die waarschijnlijk verspreid over alle beleidsdomeinen doorwerkt. Met veelal hogere lasten gepaard gaande met lagere baten door deze maatregel, kan dit invloed hebben op omvang en inhoud van beleid en beleidsuitvoering. Dit maakt expliciete besluitvorming, ook over mogelijke indirecte impact, noodzakelijk.
-
Een deel van de geraamde kapitaallasten niet opnemen voor de nu ingeplande jaren, dus investeringen meer spreiden over de jaren. Dit omdat de ervaring hen leert dat investeringen vertragingen oplopen: Te overwegen en kan direct voor de begroting 2024 voordeel opleveren. In veel gemeenten lopen investeringsprojecten vertraging op. Onderzoek of dit ook geldt voor Rheden, mede gelet op de omvang van het investeringsplan. Op dit punt reëel begroten en mogelijk daardoor lagere kapitaallasten begroten, creëert financiële ruimte. Deze maatregel zou ook een positief effect kunnen hebben op de schuldquote en solvabiliteitsratio.
-
Het temporiseren van structurele uitgaven, omdat ze verwachten later uitgegeven gaan worden omdat ze tijd nodig hebben om bijvoorbeeld nieuwe medewerkers aan te trekken en het nieuwe beleid uit te voeren: Te overwegen en kan direct voor de begroting 2024 voordeel opleveren. Dit gaat dus met name over nieuw beleid en beleidsintensiveringen. In het kader van reëel begroten ligt het verkennen van deze optie voor hand. Wel met een kanttekening. Rheden heeft echter al eerder stappen gezet in reëel begroten, dus de vraag is wel in welke mate dit daadwerkelijk tot financiële ruimte leidt.
39
• © TwynstraGudde
Aanbevelingen -
Verhogen van de OZB: Te overwegen en kan direct voor de begroting 2024 voordeel opleveren. Dit vergt politiekbestuurlijke afweging. Gemeenten verhogen de OZB of hebben deze eerder extra (bovenop inflatiecorrectie) verhoogd. Uit de analyse van de baten in vergelijkend perspectief is te zien dat Rheden met de OZB per inwoner minder inkomsten heeft en de woonlasten in Rheden onder het gemiddelde ligt. De riool- & afvalstoffenheffing is in Rheden hoger dan in Lingewaard en Overbetuwe. Overwogen kan worden te onderzoeken in welke mate er ruimte zit in de lasten ten grondslag liggend aan de riool- & afvalstoffenheffing. Deze ruimte zou eventueel kunnen worden ingezet om een eventuele stijging van de woonlasten (deels) te compenseren. Begroting 2023 laat op onderdelen afval en riolering voor alle jaren lagere lasten dan baten zien.
-
Verhogen/kostendekkend maken toeristenbelasting: Te overwegen en kan direct voor de begroting 2024 voordeel opleveren. Hierbij merken we op dat dit breder getrokken moet worden door te kijken naar het geheel aan vergunningen en leges. In hoeverre zijn deze kostendekkend? Hieronder vallen niet alleen bouwleges maar bijvoorbeeld ook leges voor paspoorten.
-
Invoeren verblijfsbelasting: Te overwegen maar een mogelijk voordeel volgt in latere jaren. Lingewaard wil dit gaan doen gekoppeld aan hun beleidsplan huisvesting arbeidsmigranten. Hieraan ligt derhalve een beleidsinhoudelijk uitgangspunt ten grondslag. En ze houden rekening met een voorbereidings- en implementatietijd. Inkomsten uit verblijfsbelasting voorzien zij daardoor in 2026 en verder.
40
• © TwynstraGudde
Aanbevelingen -
Op basis van de jaarrekening is gekeken welke budgetten al meerdere jaren een onderbenutting laten zien: Te overwegen en kan direct voor de begroting 2024 voordeel opleveren. Hierbij past de kanttekening dat nadrukkelijk onderzocht moet worden of en waarom sprake is van onderbenutting. Nu korten terwijl al bekend is dat het budget later echt nodig is, leidt later weer tot een vraag naar extra middelen. Tevens heeft Rheden eerder ingezet op realistisch begroten waardoor er waarschijnlijk al minder ‘lucht’ in de begroting zit.
-
Na een analyse van deze budgetten is gekomen tot een reductie van de budgetten: -
Hogere opbrengsten bouwleges: Te overwegen en kan direct voor de begroting 2024 voordeel opleveren. Wel met een kanttekening. Het is de vraag of dit voor Rheden leidt tot extra inkomsten. Daarvoor zijn (meer) bouwinitiatieven nodig.
-
Lagere kosten ODRA: hierbij valt een kanttekening te plaatsen. Dit hangt sterk af van de wijze waarop de kosten t.a.v. de omgevingsdienst voorheen (realistisch) werden begroot. Er zijn namelijk ook genoeg gemeenten die te maken hebben met stijgende bijdragen aan hun omgevingsdienst. In algemene zin kan wel worden gekeken of en in welke mate (uitgaven aan) verbonden partijen een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het financieel tekort.
-
Lagere WMO-kosten (door meer inzet op voorliggend veld, minder maatwerkvoorzieningen): Te overwegen maar heeft pas later effect. Deze keuze is afhankelijk van de politiek-bestuurlijke afweging t.a.v. het sociaal domein (zie aanbeveling 1). Dit is breder te trekken door naast WMO ook naar jeugd te kijken. Ook daar kan inzet van algemene voorzieningen/benutten voorliggend veld, helpen bij het verminderen van het beroep op maatwerkvoorzieningen. In de begroting 2023 voor Rheden is bijvoorbeeld ook als doel opgenomen: In 2023 heeft tenminste 80% van de jeugdige inwoners die ondersteuning krijgen uit de sociale basis geen of minder maatwerkvoorziening meer nodig. De bredere inzet op algemene voorzieningen met als doel het verminderen van het beroep op maatwerkvoorzieningen (WMO en jeugd) kan ook worden vertaald in een financiële doelstelling. 41
• © TwynstraGudde
Aanbevelingen -
Inzet van de exploitatiereserve met het oog op de reservepositie die hoger is dan het beleidsmatig uitgangspunt: Niet te overwegen omdat Rheden niet over een exploitatiereserve beschikt. Nog los van het feit dat de schuldquote en de solvabiliteitsratio te nadelig zijn waardoor het minder/niet voor de hand ligt reserves hiervoor aan te wenden.
-
IHP Onderwijs (inzet stelpost prijsontwikkeling als dekking voor het IHP en opdracht voor begroting 2024 om incidentele dekking te bieden voor incidentele kosten IHP): Niet te overwegen. Speelt niet in Rheden.
-
Opdracht voor begroting 2024 om incidentele dekking te bieden voor incidentele kosten Omgevingswet: Mogelijkerwijs anticiperen ze op deze manier op middelen die vanuit het Rijk gaan komen t.b.v. Omgevingswet maar dit is niet expliciet zo benoemd. Het Rijk heeft inmiddels (incidentele) middelen toegezegd voor gemeenten voor de implementatie van de Omgevingswet. Voor zover deze niet reeds zijn verwerkt in de Meicirculaire en de nog te verschijnen Septembercirculaire, kan beter worden overwogen om anticiperend daarop een stelpost rijksmiddelen Omgevingswet op te nemen voor het te ontvangen (incidentele) bedrag. Vanzelfsprekend is overleg met de provincie raadzaam.
42
• © TwynstraGudde
Aanbevelingen 7.
Voor zover nog niet gebeurd, onderzoek de mogelijkheid om vastgoed te verkopen dat de gemeente nu nog in bezit heeft en dat niet maatschappelijk benut wordt en dat geen strategische functie (meer) heeft. Het gaat om het vastgoed dat nu onder kopje ‘Overig vastgoed’ opgenomen staat in het overzicht in de bijlage bij de begroting. Als het desbetreffende vastgoed wel maatschappelijk wordt benut, kan worden bekeken of die functie ook in ander vastgoed een plek kan krijgen. Sowieso geldt dat als het vastgoed maatschappelijk benut wordt, het in een andere categorie hoort te staan. De verkoop zorgt voor investeringsmiddelen en bespaart lasten.
8.
Blijf inzetten op het verbeteren van de solvabiliteit en de schuldquote. Met de voorgenomen € 1mln in de begroting ter versterking van de financiële positie is hierin voorzien. Of deze versterking daadwerkelijk wordt gerealiseerd, is afhankelijk van de resultaten (jaarrekening). De weerstandsratio hangt nauw samen met de solvabiliteit en schuldquote. We zien in de begroting dat de weerstandsratio niet meerjarig in beeld wordt gebracht voor de doorlooptijd van de begroting. We raden aan dat wel te doen.
9.
Het realiseren van een andere manier van werken, de implementatie van ruimtescheppende maatregelen en het doorvoeren van wijzigingen in beleid en organisatie die moeten leiden tot verbeteringen en besparingen, vergen vaak incidentele middelen (transitie- en frictiekosten). Mogelijkerwijs kan de dekking voor deze kosten worden gevonden in een combinatie van voorziene (tijdelijke) onderbenutting van middelen, ruimte in reserves en de opbrengsten uit de verkoop van vastgoed.
43
• © TwynstraGudde
Bij TwynstraGudde werken adviseurs en managers aan veel van de grote en urgente thema’s van deze tijd. Denk aan veiligheid, energie, klimaat, digitalisering, mobiliteit, duurzaamheid, financiën en gezondheid. We bieden onze opdrachtgevers binnen zowel de overheid als het bedrijfsleven unieke, werkbare oplossingen en brengen complexe projecten en programma’s tot een goed einde. Iets creëren van blijvende waarde, daar gaan we voor. Daardoor hebben we een directe impact op (toekomstige) maatschappelijke en economische ontwikkelingen. En dus een grote impact op morgen. Alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot deze presentatie berusten bij TwynstraGudde. Niets uit deze presentatie mag worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van TwynstraGudde.