CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

20221123 beleidsregels duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten_sjabloon_DEF

Raadsvergadering 20 december 2022, gemeente RhedenBij agendapunt: Bijzondere bijstand duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten2.136 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

beleidsregels bijzondere bijstand duurzame gebruiksgoederen en

overige inrichtingskosten van de gemeente Rheden

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van <datum collegebesluit > gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 35 van de Participatiewet,

overwegende dat het gewenst is om beleidsregels vast te stellen over de bijzondere bijstand voor duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten, overwegende dat deze behoren tot de

incidentele algemene kosten van het bestaan, die uit het periodieke inkomen moeten worden voldaan door daarvoor te reserveren of een lening af te sluiten en overwegende dat er situaties bestaan waarin dit voor een belanghebbende niet of beperkt mogelijk is

Besluit vast te stellen: de beleidsregels bijzondere bijstand duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten van de gemeente Rheden

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Begripsbepalingen 1.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rheden; b. wet: Participatiewet; c. gezin: alleenstaande ouder met zijn minderjarige kinderen, gehuwden en gehuwden met hun minderjarige kinderen, die in dezelfde woning hun hoofdverblijf hebben;

d. Nibud-prijzengids: naslagwerk van NIBUD met een overzicht van de prijzen van artikelen en diensten, etc.

2. alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet.

Artikel 2 bijzondere omstandigheden De kosten van duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten behoren tot de incidenteel

voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Deze kunnen worden voldaan uit een

inkomen ter hoogte van de toepasselijke uitkering algemene bijstand door middel van reservering dan wel gespreide betaling achteraf. Dit betekent dat er in beginsel geen bijstandsverlening mogelijk is voor deze kosten. Alleen indien er sprake is van bijzondere omstandigheden in het individuele geval kan hier van worden afgeweken. En kan bijzondere bijstand worden verleend. Het gaat hier bijvoorbeeld om onderstaande omstandigheden (let op, dit betreft geen uitputtend overzicht): a)

Een onvoorziene verhuizing binnen korte tijd, vanwege zwaarwegende, sociale redenen;

b)

Een eerste huisvesting na het verlaten van een vluchtelingenopvang (AZC).

Artikel 3 noodzakelijke en onvoorziene kosten 1. Het college gaat over tot het verstrekken van bijzondere bijstand nadat de bijzondere omstandigheden waaruit de kosten voortvloeien zijn vastgesteld én indien naar oordeel van het college: a. de gevraagde voorziening naar aard en omvang noodzakelijk is; en b. de kosten niet voorzien waren; en c. de aanschaf niet uitstelbaar is. 2. Er bestaat geen recht op bijzondere bijstand als er een beroep kan worden gedaan op: a. een voorliggende voorziening zoals een lening bij een commerciële bank, de Kredietbank Nederland of een betalingsregeling met een leverancier,

b. de wet maatschappelijke ondersteuning in het geval van woningaanpassingen of een verhuizing om medische redenen.

3. De bepalingen uit artikel 2 gelden niet voor statushouders in geval van een eerste huisvesting na het verlaten van het AZC. Zij kunnen direct een volledige lening aanvragen.

Artikel 4 duurzame gebruiksgoederen 1. Onder de term duurzame gebruiksgoederen worden verstaan stoffering (vloerbedekking en gordijnen), huisraad (meubels, keukenspullen, beddengoed), apparatuur (wasmachine, koelkast, radio etc.).

2. Tot een gebruikelijke woninginventaris wordt gerekend de goederen zoals per ruimte benoemd in de Nibud-prijzengids.

Artikel 5 overige inrichtingskosten 1. Onder overige inrichtingskosten worden verstaan kosten van behang en verf e.d. 2. Tot de gebruikelijke inrichtingskosten worden gerekend de kosten zoals per ruimte benoemd worden in de Nibud-prijzengids.

Artikel 6 volledige woninginrichting 1. Indien het verzoek om bijzondere bijstand betrekking heeft op een volledige inrichting van een kamer welke gehuurd wordt op basis van een commerciële huurovereenkomst, wordt er aan een alleenstaande een bedrag van maximaal € 1.500,00 verstrekt.

2. Indien het verzoek om bijzondere bijstand betrekking heeft op een volledige inrichting van een woning, wordt er aan een alleenstaande maximaal een bedrag van € 4.700,00 verstrekt.

3. Bestaat het gezin, waarvoor bijzondere bijstand voor een volledige woninginrichting wordt verzocht, uit meerdere personen, dan worden de volgende maximale bedragen verstrekt: Gezinssamenstelling

Totaalbedrag (incl stoffering)

Alleenstaande

€ 1500,-

Alleenstaande zelfst.

€ 4700,-

2 personen

€ 5300,-

3 personen

€ 5800,-

4 personen

€ 6500,-

5 personen e.v.

Vanaf 5 personen iedere

kamerbewoner

huisvesting

extra persoon + € 500,-

4. Indien er sprake is van een echtscheiding of daarmee vergelijkbare situatie, wordt bij de vaststelling van de hoogte van de noodzakelijke kosten ervan uitgegaan dat belanghebbende over de helft van de echtelijke inboedel kan beschikken.

5. De in lid 3 van dit artikel genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de Consumenten Prijs Index van het CBS, met afronding op € 50,-.

Artikel 7 hoogte en vorm

1. De hoogte van de te verstrekken bijstand niet zijnde een volledige woninginrichting, wordt bepaald aan de hand van de richtprijzen zoals vermeld in de Nibud prijzengids, waarbij voor de duurzame gebruiksgoederen wordt uitgegaan van 50% van deze richtprijs.

a. Voor goederen die moeilijk of niet 2e hands te verkrijgen zijn, dan wel waar dit vanuit hygiënische

overwegingen niet wenselijk is, wordt van de (100%) richtprijs uit de Nibud prijzengids uitgegaan. Het gaat om:

•

matrassen

•

beddengoed en kussens

•

kooktoestel, wasmachine en koelkast

2. Ten aanzien van de hoogte van de bijzondere bijstand voor een volledige woninginrichting gelden de maximale bedragen zoals genoemd in artikel 6.

3. De bijstand voor duurzame gebruiksgoederen wordt verleend in de vorm van borgtocht indien de

belanghebbende alleen onder deze voorwaarde een lening kan afsluiten bij de Kredietbank Nederland. a. De bijstand wordt verleend in de vorm van een renteloze geldlening indien borgtocht niet mogelijk is. b. De bijstand voor de overige inrichtingskosten wordt om niet verstrekt. 4. Indien de bijstand in de vorm van een lening wordt verstrekt, wordt de hoogte van de

aflossingsverplichting van de lening vastgesteld op de te verwachten aflossingscapaciteit. De

afloscapaciteit wordt berekend als 36 maal 5% van de op hen van toepassing zijnde bijstandsnorm. Het restant van het bedrag buiten de afloscapaciteit wordt om niet verstrekt.

5. In geval de bijstand is verstrekt aan een belanghebbende met een actieve schuldregeling, wordt de bijstand om niet verstrekt.

6. In geval de bijstand is verstrekt aan een belanghebbende met schuldhulpverlening, maar nog zonder

actieve schuldenregeling, wordt de lening tijdelijk buiten invordering gesteld. De schuld gaat mee in de schuldregeling. Indien de schuldregeling niet tot stand komt wordt de verstrekte bijstand invorderbaar conform lid 4.

Artikel 8 voorwaarden en uitbetaling 1. Belanghebbende dient aankoopbewijzen ten minste 12 maanden gerekend vanaf de maand waarin de

bijzondere bijstand is uitbetaald te bewaren en op verzoek van het college te overleggen zodat aangetoond kan worden dat de verstrekte bijzondere bijstand op correcte wijze is besteed. Er kan steekproefsgewijs een controle uitgevoerd worden.

2. De bijzondere bijstand die conform deze beleidsregel is verleend kan geheel of gedeeltelijk

teruggevorderd worden indien de aanvrager onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt en dit heeft geleid tot het ten onrechte of tot een te hoog bedrag verlenen van de bijzondere bijstand. Dit geldt ook als de bijstand voor een ander doel is gebruikt dan waarvoor deze is verleend. Bijzondere bijstand die ten

onrechte is toegekend wordt niet kwijtgescholden. Indien de bijzondere bijstand om niet is verstrekt wordt dit terggevorderd bij de aanvrager. Voor de terugvordering zijn de Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ van toepassing.

3. De bijzondere bijstand wordt in overleg met belanghebbende overgemaakt naar belanghebbende zelf of

de leverancier, behalve indien naar het oordeel van het college redenen aanwezig zijn om aan te nemen dat belanghebbende(n) niet tot verantwoorde besteding van de bijzondere bijstand over zal gaan. In dat laatste geval wordt de bijzondere bijstand zonder overleg overgemaakt aan de leverancier.

Artikel 9 draagkracht 1. Bij de verstrekking van de bijzondere bijstand wordt rekening gehouden met de draagkracht van

belanghebbende(n) conform de draagkrachtberekening bijzondere bijstand, zoals vastgelegd in artikel 19 van beleidsregels Participatiewet gemeente Rheden.

2. Bij de verstrekking van de bijzondere bijstand voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen en

overige inrichtingskosten worden alle aanwezige spaargelden aangemerkt als middelen. In dit geval wordt het aanwezige budget (totaalsom op de rekening, inclusief spaartegoeden minus 1,5x de geldende

bijstandsnorm) gezien als draagkracht. Artikel 31 lid 2 van de Participatiewet is wel van toepassing.

Artikel 10 hardheidsclausule Het college kan in individuele bijzondere situaties ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze beleidsregel, indien toepassing van deze beleidsregel tot onbillijkheden van overwegende aard, leidt.

Artikel (11) Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2023. 2. Deze beleidsregels worden aangehaald als ‘beleidsregels bijzondere bijstand duurzame gebruiksgoederen en overige inrichtingskosten van de gemeente Rheden’.

Aldus vastgesteld in de openbare collegevergadering van [datum]

Het college voornoemd,

Burgemeester,

Secretaris

Artikelsgewijze toelichting Artikelen 1 tot en met 5 Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.

Artikel 6. volledige woninginrichting De bedragen zijn gebaseerd op de Nibud Prijzengids 2021-2022. Hieronder wordt de berekening toegelicht. Stoffering: Voor stoffering wordt een vast bedrag van € 1400,- gerekend, ongeacht huishoudgrootte of aantal

kamers. Dit bedrag is gebaseerd op ervaring(scijfers) en volstaat voor de bedekking van wand, vloer en raam.

•

Wand: behang en lijm of verf. Hiervoor wordt € 200,- gerekend. Dit valt onder de ‘overige inrichtingskosten’ en wordt om niet verstrekt.

•

Vloer: vloerbedekking, vinyl of laminaat.

•

Raam: gordijnen of jaloezieën. Voor vloer en raam samen wordt € 1200,- gerekend. Dit wordt in de vorm van een lening verstrekt.

Goederen nieuw: Voor de volgende goederen wordt het niet wenselijk geacht deze (hygiëne, duurzaamheid/energiegebruik, garantie) 2e hands aan te schaffen. Het gaat om de volgende apparaten waarvoor de volledige Nibud nieuwprijs gehanteerd wordt: Kookplaat

€ 349,-

Koelkast

€ 230,-

Wasmachine € 479,matras pp

€ 120,-

beddengoed* pp € 86,TOTAAL

€ 1264,-

*dekbed 1p. € 20, kussen € 20, hoeslaken € 8 x2, dekbedovertrek € 15 x2

Dit resulteert in de volgende tabel (afronding op tiental)

Aantal

Berekend

Bedrag

1

€ 1264,-

€ 1260,-

2

€ 1470,-

€ 1470,-

3

€ 1676,-

€ 1680,-

4

€ 1882,-

€ 1880,-

personen

bedrag

afgerond

Tabel 1 nieuwgoederen

Goederen 2e hands: Voor de overige goederen wordt uitgegaan van het Nibud inventarispakket (Nibud prijzengids 2021-2022). Hierbij wordt het uitgangspunt gehanteerd dat al deze goederen 2e hands te verkrijgen zijn, waardoor gerekend kan worden met 50% van deze Nibud prijs. Aantal

personen

Nibud

inventaris pakket

1

€ 6672,-

2

€ 7649,-

3

€ 8541,-

4

€ 9740,-

Tabel 2 Nibud inventarispakket (prijzengids 2021-2022)

Maximaal te verstrekken bedragen: Het maximaal te verstrekken bedrag wordt als volgt berekend: Van het Nibud inventarisbedrag (tabel 2) wordt het vaste bedrag t.b.v. de stofferingskosten en de kosten voor de nieuwgoederen (tabel 1) af getrokken. De uitkomst wordt door twee (i.v.m. het hanteren van de

helft van de nieuwprijs) gedeeld. Bij deze uitkomst worden vervolgens de stofferingskosten en de kosten voor de nieuwgoederen weer opgeteld.

Rekenvoorbeeld voor een huishouden van 3 personen: Nibud inventaris 3p. € 8541 - €1400 stoffering - €1680 nieuwgoederen = € 5461, 50% daarvan = € 2730,50.

€ 2730,50 + € 1400 + € 1680 = € 5810,50.

Op deze wijze zijn voor de verschillende huishoudens, de volgende bedragen tot stand gekomen (afgerond op honderdtal)

Aantal personen

Totaalbedrag

Totaalbedrag

Alleenstaande

€ 1500,-

€ 1500,-

Alleenstaande zelfst.

€ 4666,-

€ 4700,-

2 personen

€ 5259,50

€ 5300,-

3 personen

€ 5810,50

€ 5800,-

4 personen

€ 6510,-

€ 6500,-

kamerbewoner

huisvesting

berekend

afgerond

5 personen*

€7000,-

6 personen

€7500,-

Huishoudens van 5 personen of meer: * Vanaf 5 personen rekenen we voor iedere extra persoon € 500,- Hieruit kunnen volgende kosten (per persoon) voldaan worden:

Beddengoed € 86 + ledikant plus lattenbodem 50% Nibud nieuwprijs + € 100, kledingkast 50% Nibud

nieuwprijs + € 70 +matras € 120 + overige goederen (stoel, servies, handdoeken enzovoort) € 125 = € 500. 15)

Artikel 7. hoogte en vorm In geval van verstrekking van een lening door de Kredietbank Nederland, zal er voor dat betreffende bedrag geen lening meer worden verstrekt door de gemeente.

Bij de berekening van de afloscapaciteit wordt wel rekening gehouden met de aflossing van gemeentelijke schulden. Er wordt géén rekening gehouden met overige schuldeisers.

In geval van gezinshereniging wordt de lening voor de partner en eventuele minderjarige kinderen

vastgesteld op 5% van het verschil tussen de alleenstaandennorm en de echtparennorm. Voor de duur wordt aangesloten bij de lopende lening van de inwoner die zich hier al gevestigd heeft.

In geval van gezinshereniging of in geval het gaat om de vestiging van een gezin met een of meer meerderjarige kinderen, kan de volledige woninginrichting als volgt verstrekt worden: •

de hoogte van de bijstand wordt vastgesteld aan de hand van het totaal aantal gezinsleden;

•

aan de meerderjarige kinderen wordt conform dit beleid een bedrag verstrekt conform de norm ‘een extra persoon’. Dit bedrag wordt afgetrokken van de totale verstrekking aan de ouder(s).

Rekenvoorbeeld: een huishouden bestaande uit 4 personen: vader, moeder, een kind van 16 en een kind van 20. Het totaal te verstrekken bedrag wordt dan € 6500,- Het kind van 20 ontvangt een bedrag voor

inrichtingskosten ter hoogte van €500,- , waarvan de lening wordt bepaald op 5% aflossing van 5% o.b.v. de jongerennorm. De ouders krijgen dan € 6500 - € 500= € 6000.

Artikelen 8 tot en met 11 Deze artikelen spreken voor zich en behoeven geen nadere toelichting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=06879da7-c719-4dc1-8d63-e089472a2e27