20220419_Risicoanalyse Gemeente Rheden VTH_
Tekst van het document
1-1
Concept Risicoanalyse VTH Omgevingswet gemeente Rheden
De omgeving, de problemen en de prioriteiten
Inhoud 1
Inleiding en aanleiding
3
2
Wat is een “omgevings- probleem- en risicoanalyse” en welke vormen zijn er?
5
3
Fasering risicoanalyse
6
4 Wat kenmerkt de fysieke leefomgeving van de gemeente Rheden, de omgevingsanalyse en de problematiek 7 4.1 Fysieke Leefomgeving 7 4.2 Profiel gemeente Rheden 7 4.3 De dorpen 8 4.4 Recreatieterreinen 10 4.5 Monumenten en erfgoed 11 4.6 Buitengebied 12 4.7 Natuur 14 4.8 Bedrijvigheid, bedrijventerreinen 15 4.9 Kinderopvang 19 4.10 Water en watersystemen inclusief grondwater 20 4.11 Lucht 24 5 5.1
Instrument Risicoanalyse Prioriteitenstelling
25 25
6 6.1 6.2
Beleidsdoelen algemeen Vergunningverlening Toezicht en handhaving
27 27 27
7 7.1 7.2
De analyse van de problemen en de prioriteiten, de expertmeetings Expertmeetings De resultaten van de eerste stap
28 28 28
8 8.1
Tabel resultaten analyse prioriteiten Risicoanalyse gemeente intern, excl. risicoanalyse VGGM en risicoanalyse ODRA
29 29
9
De prioriteiten voor de gemeente uitgewerkt voor 2022 en volgende jaren
47
10
Relatie Naleefstrategie en prioriteiten
48
11
Bijlage 1 Wetgeving waarvoor de gemeente Rheden bevoegdheid heeft
49
12
Bijlage 2
50
13
Bijlage 3 Risicoanalyse ODRA (samengevat voor de gemeente Rheden)
51
14
Bijlage 4: Risicoanalyse VVGM
53
1
Inleiding en aanleiding
De gemeente Rheden geeft vorm aan de uitvoering van wettelijke taken voor verschillende wet- en regelgeving. Daaronder verstaan we de zgn. medebewind taken (rijksregels) en de autonome taken (bijvoorbeeld de APV). Programmatisch werken (een wettelijk vereiste, zie hoofdstuk 13 Omgevingsbesluit) structureert de strategische en operationele delen van het werk, zoals ook benoemd in het rapport van de Rekenkamer. De gemeente kiest ervoor op alle taakvelden waarin sprake is van vergunningverlening, toezicht en handhaving, de zogenaamde VTH-taken, programmatisch te werken. In dit document wordt beschreven hoe de prioriteiten en operationele doelen op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving voor de gemeente Rheden voor de periode tot en met 2024 tot stand komen. De basis voor deze prioriteitenstelling wordt gevormd door een omgevings-, probleem- en risicoanalyse. Hierin worden de problemen en risico’s binnen de fysieke leefomgeving van de gemeente Rheden in kaart gebracht. Deel van hoofdstuk 13 Omgevingsbesluit art. 13.5 lid 4 De handhavingsstrategie wordt gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen bij de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet. Artikel 13.6 (inhoud uitvoerings- en handhavingsstrategie) art. 13.6 lid 1 De uitvoerings- en handhavingsstrategie biedt in ieder geval inzicht in: a.
de prioriteitenstelling voor het verrichten van de werkzaamheden, bedoeld in artikel 13.5, eerste lid;
In het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma VTH werken wij de prioriteiten en operationele doelen verder uit. In onderstaande figuur is het model van het programmatisch werken onder de Omgevingswet weergegeven met daarin als eerste stap de analyse, de monitoring en evaluatie, van wat nodig is. Het monitoren en evalueren is daarin een essentieel onderdeel. Het is ook het sluitstuk van de beleidscyclus, waarna een volgende cyclus begint.
Analyse
De resultaten van deze analyse vertalen wij jaarlijks naar de VTH uitvoeringsprogramma’s vanaf 2022. Op basis van de risicoanalyse wordt ook de dialoog gezocht tussen de gemeente en organisaties die werk uitvoeren voor de gemeente (ODRA en VGGM) of waar de gemeente mee samen werkt. Samenwerking is een speerpunt van het college en dat hebben wij verder uitgewerkt in het VTH beleid.
2 Wat is een “omgevings- probleem- en risicoanalyse” en welke vormen zijn er? Een risicoanalyse is een overzicht van bekende of potentiële risico's die de fysieke leefomgeving in brede zin kunnen beïnvloeden. Een risicoanalyse is een methode waarbij nader benoemde risico's worden bepaald door het combineren van de kans dat een dreiging (op de thema’s in de relevante regels) zich voordoen en de gevolgen daarvan. Een wat technische benadering: risico= kans (naleefbeeld, overtredingenbeeld) x gevolg. In deze benadering is in dit rapport het naleefbeeld voor de gemeentelijke VTH taken in kaart gebracht. Risicoanalyses kunnen in hoofdzaak op twee manieren worden uitgevoerd: Kwalitatieve methode: er worden op basis van ervaringen van medewerkers (o.a. zogenaamde expertmeetings) en andere bronnen bekende en mogelijke risico’s geanalyseerd en geformuleerd. Kwantitatieve methode: de risico's worden gekwantificeerd via onderzoek en in meetbare criteria weergegeven. Dit vergt nauwkeurig onderzoek en gedetailleerde registratie op criteria gedurende lange tijd. De benodigde betrouwbare registratie is echter in de verschillende taakvelden niet beschikbaar gebleken. Daarom is voor deze analyse als methodiek gekozen voor de kwalitatieve methode, dat wil zeggen dat vooral ingegaan wordt op:
de regelgeving het gebied en de bevoegdheid van de gemeente (competentie als beperking van de analyse) de thema’s veiligheid, gezondheid, duurzaamheid (en klimaatadaptatie), biodiversiteit en milieu de voorkomende naleeftekorten/overtredingsoorten
Hierbij is gebruik gemaakt van wat de medewerkers van de gemeente, de ODRA en de VGGM belangrijk vinden op basis van de resultaten van de afgelopen jaren (bijvoorbeeld de informatie in de jaarverslagen), VTH jaarverslagen en overige bronnen. Deze methodiek hanteert de gemeente voor het eerst, zeker voor vergunningverlening, mede ingegeven door de actualisatie van het VTH beleid, de wettelijke eisen en het rapport van de Rekenkamer.
3
Fasering risicoanalyse
Risicoanalyses worden voor veel beleidsterreinen opgezet vanuit een fasering waarin als eerste stap de wettelijke taken van het bevoegd gezag op een rijtje worden gezet en in dezelfde stap wordt ingegaan op het geografisch (werk)gebied en de specifieke kenmerken van dat gebied. De gebiedsgerichte benadering is ook toegepast bij de analyse voor de gemeente Rheden. Vervolgens wordt als tweede stap ingegaan op: een beknopte probleemanalyse vergunningverlening voor het betreffende taakveld de (bekende of veronderstelde) maatschappelijke problemen/overtredingsoorten in het taakveld, de oorzaak daarvan en de ernst van de problemen het voorstel waarop de komende periode inzet gepleegd wordt: de prioriteiten In de weergave van de overtredingsoorten wordt ook wel gewerkt met de termen “naleefbeeld” of “naleeftekort”.
1 2 3
•Wat zijn de wettelijke taken van de gemeente Rheden (medebewind en autonomie) •Beschrijf de specifieke omgeving, aantallen, soort, ontwikkelingen per taakveld
•Beschrijf het naleefniveau (kwaliteit aanvragen , meldingen, ontheffingen+ naleven regels) + oorzaak overtredingen/knelpunten expertmeetings •Pas de risicoanalyse toe en de methodiek van prioriteiten stellen
•Bepaal (als voorstel) de prioriteiten, Waaraan wordt de komende periode menskracht en geld besteedt? •Vaststelling VTH beleiderdeel risicoanalyse door B&W en ter informatie naar de Raad
In schema: het werkproces van omgevings-, probleem- en risicoanalyse in drie fasen. Opmerking bij het schema: Stap 1, onderdeel de wettelijke taken en bevoegdheid van het college van B&W: in bijlage 1 is een overzicht van de belangrijkste wet- en regelgeving opgenomen, inclusief een korte beschrijving van de wetgeving onder de Omgevingswet Stap 1 van de analyse start in dit document in hoofdstuk 4 met het beschrijven van de specifieke omgeving van de gemeente Rheden m.b.t. VTH taken.
4 Wat kenmerkt de fysieke leefomgeving van de gemeente Rheden, de omgevingsanalyse en de problematiek In het model bestaat de eerste fase uit de omgevingsanalyse. De term omgevingsanalyse is niet wettelijk omschreven of afgebakend. De analyse levert informatie op over de taken van de gemeente en een algemeen beeld van de fysieke leefomgeving van de gemeente. Voor het VTH werk leveren de kernopgaven van de gemeente feitelijk werk op. Bijvoorbeeld voor het herstructureren van bedrijventerreinen zal sloop plaats vinden, zullen bouwaanvragen binnen komen en zullen ingrepen nodig zijn voor betere bereikbaarheid. Bij de herinrichting zal meer dan in het verleden gekeken worden naar biodiversiteit en inpassing van activiteiten. In de analyse worden onderwerpen benoemd waar de VTH-taakuitvoering mee te maken krijgt en een bijdrage kan leveren aan de realisatie van de opgaven. De uitkomsten zijn gebundeld in één overzicht als input voor het VTH beleid en de prioritering. Voor de gemeente is dit de eerste keer dat een dergelijke analyse opgesteld is. De uitvoering van de milieutaken ligt bij de ODRA. De uitvoering van de brandveiligheidstaken ligt bij de VGGM. Voor de risicoanalyse voor deze taakbestanddelen van de gemeente hebben deze diensten de benodigde informatie voor de analyse aangeleverd.
4.1 Fysieke Leefomgeving Voor de indeling van de onderdelen van de omgevings- en risicoanalyse is aansluiting gezocht bij de indeling van de fysieke leefomgeving zoals dat in artikel 1.2 Omgevingswet is opgenomen. Dat artikel beschrijft de bestanddelen van de fysieke leefomgeving. Het betreffen de volgende bestanddelen:
Bouwwerken: beschreven via de dorpen en bedrijventerreinen Infrastructuur: Watersystemen en water Natuur Bodem Lucht Landschappen (buitengebied) Cultureel erfgoed
4.2 Profiel gemeente Rheden 4.2.1 Algemeen Rheden is een gemeente met platteland en daarnaast verstedelijkt gebied (Velp/Arnhem). Het landschap wordt gekenmerkt door rivierenland overgaand in de Veluwezoom. Een deel van dit landschap ligt in Natura 2000 gebied, waar het accent ligt op landschaps- en natuurbeheer. Natura 2000 en stikstofdepositie hebben een steeds grotere impact op ontwikkelingen. Het landschap wordt in grote mate bepaald door kleinschalig agrarisch gebruik en recreatief gebruik. De economische betekenis van de landbouw is de laatste decennia afgenomen. Oorzaken hiervan zijn het kwetsbare landschap en de aanwezigheid van natuurgebieden die schaalvergroting niet mogelijk maakt. De sectoren recreatie, horeca en dienstverlening en onderwijs, gezondheidszorg en welzijn bieden de meeste arbeidsplaatsen. De werkgelegenheid concentreert zich met name in de dorpen Rheden, Dieren, Spankeren en Velp en inwoners werken daarnaast veel in de regio Arnhem en vice versa. Samen met ondernemers werkt de gemeente aan het revitaliseren, verduurzamen en vernieuwen van winkelcentra en bedrijventerreinen.
De gemeente heeft veel monumenten. Dat maakt de gemeente i.c.m. de aanwezige natuur aantrekkelijk voor toerisme maar het brengt ook vraagstukken met zich op het raakvlak van monument en duurzaamheid van het gebouw. 4.2.2
Dorpen, gebieds- en bedrijventerreinanalyse1
Voor het overzicht en het verkrijgen van inzicht in de gemeente Rheden geven wij hierna een globaal beeld weer van de dorpen, de openbare ruimte, de bedrijventerreinen, het buitengebied, de natuur en de monumenten. Daarbij komen doelen en aandachtspunten voor VTH werk naar voren. 4.3
De dorpen
De gemeente Rheden bestaat uit zeven dorpen waarvan Velp, Rheden en Dieren de grootste zijn. 4.3.1 De Steeg In De Steeg is het gemeentehuis gevestigd. Het dorp ontwikkelde zich vanaf de 19e eeuw tot een woon- en vakantiedorp met villa’s en buitenverblijven van de meer gefortuneerde bewoners van de steden. Het heeft een groot aantal rijks- en gemeentelijke monumenten. Aan de noordzijde van de spoorlijn is een opvallend woonmonument ‘Het strooien dorp’. Dit bestaat uit 16 aan elkaar gebouwde woningen met een strooien dak. Vanaf de heuvel zijn de IJssel en de uiterwaarden zichtbaar. Het Kasteel Middachten dateert in zijn huidige gedaante uit het eind van de 17e eeuw, maar de eerste melding van het kasteel is al van 1190. In De Steeg is verder landgoed Rhederoord gelegen. Net boven het dorp ligt parkeerplaats De Lappendeken. Dit is het startpunt voor verschillende gemarkeerde wandelroutes door het bosrijke gebied van de Veluwezoom. Hier is sprake van toenemende recreatiedruk. De bedrijvigheid in De Steeg bestaat vooral uit horeca, verblijfsrecreatie en zakelijke dienstverlening. Daarnaast is De Steeg is een forensendorp en een plaats waar ZZP-ers vanuit huis werken. 4.3.2 Dieren Het dorp Dieren ligt als het ware ingeklemd tussen de IJssel en de Veluwe. In dit deel van In het dorp komt de tweezijdigheid van het landschap mooi naar voren.
In het winkelcentrum is het beeld van Piet Pelle (op z’n Gazelle) te bekijken: hét symbool van de Gazelle fietsenfabriek, die in Dieren staat. Tot het begin van de 20e eeuw was er alleen het Dieren-Zuid zoals dat nu wordt genoemd. Dieren Zuid is een beschermd dorpsgezicht. Vanaf de aanleg van de spoorlijn werd Dieren een vervoersknooppunt van mensen en goederen en breidde het dorp zich uit naar het noorden. Behalve een NS station is Dieren ook opstappunt voor de Veluwsche Stoomtreinmaatschappij (VSM). Industrie en handel vestigden zich in het dorp. De groei zette zich na WO II explosief door. In het Apeldoorns kanaal is sprake van watersport. Dit kanaal is gesloten voor scheepvaart en dus te bevaren met waterfietsen en kano’s. De pont over de IJssel -voor auto, fiets en wandelaar- vormt de verbinding met Bronckhorst, Doesburg en de Achterhoek. Ten zuidwesten van Dieren ligt het Landgoed Hof te Dieren, met een ommuurde moestuin en wijngaard. Binnen de wijngaard worden proeverijen en rondleidingen verzorgd. Dieren bevat zowel industrie als ook horeca, dienstverlening en zorginstellingen. Daarnaast is een groot areaal aan bedrijventerrein gelegen in Dieren (Dieren Oost). Dieren heeft ook de beschikking over een regionaal winkelcentrum (Callunaplein).
Verder zijn te noemen de toeristische activiteiten rondom Polysport, de Dierense speeltuin (waar veel mensen met kinderen uit de wijde omgeving naartoe komen) en De Spelerij. Met name voor de laatste komen veel bussen voor schoolreisjes. Daarnaast staat Dieren natuurlijk bekend om zijn crematorium en is er veel sportaanbod. Dieren ligt binnenkort geheel in een grondwaterreserveringsgebied en ligt
1 Zie voor meer informatie de Structuurvisie’s
nu deels al in het grondwaterbeschermingsgebied. Dieren kent ook verblijfsrecreatie in de vorm van B&B, een vakantiepark en een camping. 4.3.3 Ellecom Ellecom is één van de oudste nederzettingen op de Veluwe. Het oude kerkje in het (aanvankelijk boeren)dorp is een belangrijk monument. Net als De Steeg ontwikkelde Ellecom zich vanaf de 19e eeuw tot een woon- en vakantiedorp met villa’s, hotels en pensions. In het dorp bevonden zich maar liefst 6 buitenplaatsen, waardoor het dorp nog steeds het karakter van een groene buitenplaats heeft. Het dorp ligt ingeklemd tussen de rijksmonumenten Middachten en het Hof te Dieren. Tussen De Steeg en Ellecom bevindt zich de Middachter Allee. Deze laan, van oost naar west, is aan het einde van de 17e eeuw aangelegd en vormt door de beukenbomen een barrière tegen de zandverstuiving van de Veluwe naar de IJssel. Ellecom is een belangrijk toeristisch knooppunt. In Ellecom is vooral de zakelijke dienstverlening vertegenwoordigd (ZZPérs) en is er daarnaast horeca. De agrariërs voeren er ook economische activiteiten uit. Ellecom ligt binnenkort ook in een grondwaterreserveringsgebied, momenteel in grondwaterbeschermingsgebied. 4.3.4 Laag-Soeren Laag-Soeren was in de vorige eeuw bekend door kuuroord Bethesda, tegenwoordig een mooi appartementengebouw. Laag Soeren heeft een beschermd dorpsgezicht.
Laag-Soeren ligt in een dal aan 2 Sprengenbeekjes die verder stroomafwaarts samengaan als de Soerense Beek. De sprengen zijn nog steeds stroomopwaarts te volgen tot aan de bron. Dit zijn belangrijke landschappelijke en natuurwaarden. Delen van Laag-Soeren zijn ‘grondwatergevoelig’, illustratief is o.a. nieuwbouwwijkje ‘Nimmer Dor’. Het dorp had eerst geen echte kern, maar bestond uit een aantal verspreid liggende boerderijen. Laag-Soeren vormt het startpunt voor veel verschillende wandel-, fiets- en paardrijdroutes. Er is een dependance van het bezoekerscentum van Natuurmonumenten. Daarnaast heeft Laag Soeren 2 vakantieparken (Jutberg en HAL-huisjes) en een camping. Ook is in Laag-Soeren de toegang richting de Veluwezoom via parkeerplaatsen De plaggenrak en De Elsberg. Bij dit laatste is ook een uitzichtpunt. Door deze toegang is het met name geliefd bij wielrenners die doorsteken naar De Posbank. Verder is er amper horeca. 4.3.5 Rheden Rheden ligt aan het spoor en heeft een NS treinstation, detailhandel, supermarkten, restaurants, zaterdagmarkt, een jachthaven, een schaapskudde en het Veluwezoomtransferium Posbank. In Rheden zijn twee (private) zwembaden. Het dorp Rheden bestond vroeger uit de kern Rheden en de kern Worth-Rheden en had tot 1900 vooral een agrarisch verleden. De industrie rond 1900 (steen- en betonfabrieken) maakte van het dorp steeds meer een industriedorp.
De monumentale dorpskerk is van oorsprong romaans en de romaanse toren is nog altijd aanwezig. Rheden is de ‘poort’ naar de Posbank in het Nationaal Park Veluwezoom. De Posbank is momenteel een overbelast deel v.w.b. recreatiedruk. Ook is er een veerdienst (1 april tot 1 oktober) die reizigers, lopend of met fiets, over de IJssel naar Rhederlaag brengt. Hier is sprake van verschillende vormen voor waterrecreatie. Het dorp Rheden kent een klein winkelgebied. Daarnaast is het welbekende Haveland bedrijventerrein gelegen in het dorp Rheden. Het dorp Rheden kent relatief ook veel ZZP’ers in de zakelijke dienstverlening. 4.3.6 Spankeren Spankeren is van oorsprong een agrarische nederzetting met eromheen Landgoed De Bockhorst, het Hof te Loo en de Gelderse Toren uit 1868. De kerk in Spankeren stamt waarschijnlijk al uit de 10e eeuw. Het dorp ligt op de grens van een stuwwal en de IJsselvallei. In het zuiden wordt Spankeren begrensd door de IJssel met zijn uiterwaarden. In het oosten ligt het kanaal, met het fietspad naar Apeldoorn. Bij de Sluis is sprake van waterrecreatie door de scouting. In Spankeren liggen
verschillende bedrijventerreinen (Kanaal I en II Met grote bedrijven als Rotocoat en Thomassen. Daarnaast zijn de agrariërs ook goed vertegenwoordig in het dorp Spankeren. Het dorp kent geen voorzieningen als winkels, en beperkt horeca. 4.3.7 Velp Statige villa's, oude gebouwen, een levendig centrum en de groene omgeving bepalen de karakteristieke sfeer van het dorp Velp dat is ontstaan rond de kerk, de Oude Jan, de bijnaam van de Mattheuskerk. In het centrum van Velp is sprake van winkels, speciaalzaken, restaurants, terrassen en op donderdagochtend is er markt. Velp beschikt over een treinstation. Ook heeft Velp een watermolen, een monument dat nog in werking is. In Velp ligt het gemeentelijke zwembad. Velp was voorheen vooral een agrarische nederzetting met boerderijen en arbeiderswoningen; omgeven door diverse landgoederen, zoals Larenstein, Daalhuizen, Overbeek, Biljoen (met kasteel), Beekhuizen en Overhagen. Vanaf de 18e eeuw ging het accent steeds meer richting een woondorp/forensendorp. In het begin zorgden de hogere inkomensgroepen voor het statige gezicht. De aanleg van het spoor zorgde rond 1865 voor uitbreiding van het dorp. De beek uit de Velper bossen, een waardevol landschappelijk element, is te volgen per fiets langs kasteel Biljoen tot aan de IJssel bij de Lathumseveerweg.
In de bossen rondom Velp is een openluchttheater, De Pinkenberg, waar in de zomer toneelstukken en kindervoorstellingen worden gehouden. In Velp ligt het regionaal bedrijventerrein De Beemd. Dit betreft een bedrijventerrein waar ook de hogere milieu categorieën gevestigd mogen zijn (hoger dan categorie 3). Ook zijn er overnachtingsmogelijkheden in Velp, is er horeca en een museum. In Velp zijn verschillende wijken met verschil in aanwezigheid van overlast en openbare ruimte problematiek. 4.4 Recreatieterreinen Rheden heeft als toeristische gemeente meerdere recreatieterreinen. Deze variëren van terreinen voor dagrecreatie (zonder nachtverblijf), campingterrein tot bungalows. Ook de grootte is sterk variërend en loopt uiteen van een grootschalige vorm tot kamperen bij de boer. De grootste terreinen zijn Vakantiepark De Jutberg en Buitenplaats Beekhuizen. Daarnaast kennen we hotels, B&B’s en AirBnB. Een aandachtspunt voor handhaving is de verhuur van vakantiewoningen en – appartementen volgens AirBnB en dergelijke verhuursites. In de regio is een onderzoek gaande om dat aan banden te kunnen leggen. In tegenstelling tot de andere accommodaties betalen zij geen toeristenbelasting en wordt er niet gecontroleerd op veiligheid en overlast. Dat is oneerlijke concurrentie, geen level playing field.
4.5 Monumenten en erfgoed Een Rijksmonument is een pand van minimaal 50 jaar oud dat door cultuurhistorische waarde en schoonheid van nationaal belang is. Rijksmonumenten worden door de rijksoverheid beschermd met als doel de monumentale waarde ervan te behouden. Nederland heeft ongeveer 55.000 rijksmonumenten. Rijksmonumenten vallen onder de Erfgoedwet, straks Omgevingswet en Bal. Een gemeentelijk monument is een pand dat geen nationaal belang heeft, maar wel van plaatselijk of regionaal belang is. Deze monumenten vallen onder de Erfgoedwet en straks onder de Omgevingswet en het Omgevingsplan. Rheden is rijk aan erfgoed. Vanwege het bijzondere landschap werd de aanvankelijk agrarische gemeente al snel een vestigingsplaats voor welgestelden en een toeristische trekpleister. Het cultuurlandschap, de boerderijen, villa’s, hotels en pensions, landgoederen en buitenplaatsen die het verleden ons heeft overgeleverd, zijn beeldbepalend en voor de gemeente Rheden een unique sellingpoint. Met inzet van verschillende, niet alleen sectorale, beleidsinstrumenten wordt het erfgoed beschermd. Ten eerste door aanwijzing als beschermd monument. Rheden telt 766 monumenten, waarvan 212 Rijksmonumenten. De gemeente onderscheidt zich door de aanwezigheid van
cultuurhistorisch groen. Ca. 10% van het gemeentelijk grondgebied is beschermd als groen rijksmonument. Concreet gaat het om Middachten, Biljoen-Beekhuizen, De Gelderse Toren, Hof te Dieren, De Valkenberg en Rhederoord. Het buitengebied van Laag-Soeren, villapark Overbeek in Velp en Dieren-Zuid zijn door het Rijk aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Hier geldt verplicht een beschermend bestemmingsplan en het hoogste niveau qua welstandstoets. Naast de genoemde gezichten en het landelijk gebied zijn ook de historische dorpskernen van Velp, De Steeg en Ellecom en de omgeving van de middeleeuwse kerken van Rheden en Spankeren cultuurhistorisch belangrijk. Beeldbepalende panden (een soort ‘gevelmonumenten’) zijn als zodanig opgenomen in de gemeentelijke welstandsnota en kennen een hoger toetsingsniveau. Gemeenten in Nederland zijn verplicht in bestemmingsplan rekening te houden met de in een gebied aanwezige cultuurhistorische waarden boven en onder de grond. Dat komt in Rhedense bestemmingsplannen bijvoorbeeld tot uitdrukking met een aanduiding als cultuurhistorisch waardevol gebied of buitenplaats. De cultuurhistorie onder de grond (het ‘archeologisch bodemarchief’), waarvan kasteel Overhagen een markant voorbeeld is, is ook in het bestemmingsplan geborgd.
Voor ingrepen die bepaalde oppervlakte- en dieptecriteria overschrijden, is de initiatiefnemer verplicht onderzoek te doen. Bij gebieden met de hoogste trefkans zijn de maximale oppervlakte- en dieptematen voor ingrepen in de grond waarvoor geen omgevingsvergunning voor de archeologie nodig is het kleinst; bij gebieden met de laagste trefkans het grootst. Erfgoed en VTH aspecten: Aantasting monument, verappartementisering, BWT, onoordeelkundige verduurzaming, aantasting bodemarchief zonder onderzoek en Bestemmingsplan Monumenten en VTH aspecten: Aantasting monument, verappartementisering, BWT, verduurzaming en Bestemmingsplan 4.6 Buitengebied Het buitengebied van Rheden is een van de mooiste buitengebieden van Nederland. Dat mooie gebied maken en beheren we samen: burgers, bedrijven, overheden en andere organisaties. Want ook al ziet het er ‘natuurlijk’ uit, het ontstaat niet vanzelf. Verandering is de basis voor duurzaam behoud. Voortdurende aanpassing aan nieuwe omstandigheden houdt ons gebied vitaal én duurzaam aantrekkelijk. Verandering is bij ons bijna altijd maatwerk, het omgaan met kwaliteiten staat centraal. 4.6.1 Speerpunten Voor het buitengebied gelden de volgende speerpunten:
Een sterke maatschappelijke samenhang tussen het gebied en de mensen die er leven, wonen, recreëren en werken. We willen de samenleving een actievere rol geven in het nadenken over de ontwikkeling van ons gebied. We stellen ons daarbij een ‘permanent gesprek’ (participatie) voor. Een sterke beleefbare samenhang op de overgangen tussen hoog en laag. We denken dan onder andere aan ecologische, cultuurhistorische en toeristisch-recreatieve samenhang Een goede en duurzame samenhang tussen gebruik, fysieke kenmerken en de kwaliteiten van ons gebied. Denk daarbij aan robuuste natuur, natuur inclusieve landbouw, beheerste recreatiestromen, meer aandacht voor beweging, duurzaam vervoer, benutten van natuurlijke grondwaterstromen en duurzame energie. een vitale functionele samenhang. Ons gebied is druk en wordt gevarieerd en intensief gebruikt. Daardoor zijn er veel mogelijkheden voor functionele verban- den en dit kunnen er meer worden. Denk bijvoorbeeld aan landbouwproductie met zoveel mogelijk lokale afzet,
aan meer toeristisch- recreatieve arrangementen tussen verschillende plekken, voorzieningen en bedrijven en aan meer verbanden tussen de dorpen en het buitengebied. Omgaan met kwaliteiten. We zetten in op verschillende strategieën om onze kwaliteiten duurzaam in stand te houden. Ten eerste gaan we in de gebiedstafels ‘kwaliteitsinclusief ontwikkelen’. Dat doen we door een meer ontwerpende (hoe kan het wél) en minder toetsende houding te kiezen (wat kan er niet). En we gaan kwaliteiten als leidend principe aan de voorkant van het planproces meenemen. Ieder initiatief zien we als een kans om nieuwe kwaliteiten te maken en bestaande kwaliteiten meer betekenis te geven. Ook zetten we in op kennisontwikkeling over de kwaliteiten als werkbasis voor initiatiefnemers en de gebiedstafels. Vervolgens zullen we ook meer inzetten op een actief toezicht en handhaving van onze gebiedskwaliteiten en deze zullen we ook borgen in het omgevingsplan.
4.6.2 Vier gebieden met een eigen ontwikkelrichting Een groot deel van ons buitengebied bestaat uit heide en bossen op het plateau van de Veluwe. Op de hellingen komen daar ook de buitenplaatsen bij. Het ‘bewoonde’ deel van ons gebied is een relatief smalle zone tussen de IJssel en het bos. Die zone bestaat uit de uiterwaarden, de oude bouwlanden en delen van de hellingen. De grote dorpen Velp, Rheden en Dieren omvatten bijna de hele breedte van deze zone waardoor het cultuurlandschap tussen de dorpen min of meer zelfstandige gebieden zijn geworden meteen eigen samenhang. Zo ontstaan vier logische deelgebieden in het buitengebied van de gemeente: het landschap van Velp tot Rheden, het landschap van De Steeg tot Dieren, het landschap van Spankeren tot Laag-Soeren en het landschap van het Veluweplateau. Gebiedsdeel Velp-Rheden: ‘De historie ontwikkelt door’. We gebruiken de historie als vertrekpunt voor het recreatief beleven, economisch ontwikkelen en natuurlijk verbinden van Veluwe tot IJssel. Voor het landschap tussen Velp en Rheden zien we een doorontwikkeling van het historische landschap uit de 17-19 de eeuw naar de moderne tijd als de hoofdrichting. Het gebied kan een op beleving gerichte ‘tijdmachine’ zijn waarin kwaliteiten van de verschillende perioden worden benut, herkenbaar blijven en daardoor elkaar versterken. Gebiedsdeel De Steeg-Dieren: ‘Landgoederen verbinden’.
De landgoederen zijn een duurzaam verbindende schakel in recreatieve en economische opgaven. Hierin zijn de historische en natuurlijke kwaliteiten van Veluwe tot IJssel sturend. De schaal van de uiterwaarden zien we als geschikt gebied voor robuuste groene en blauwe opgaven. Tussen De Steeg en Dieren zien wij vooral de duurzame continuïteit van een landgoedland- schap als richting. Het gebied ontwikkelt zich naar een goed voorbeeld van een ‘duurzaam buitengebied’ zoals we dat in Nederland graag willen hebben. Financieel duurzaam, ‘natuurinclusief’, maatschappelijk duurzaam, veilig en circulair (gesloten productie- en consumptieketens). Gebiedsdeel Spankeren-Laag-Soeren, “Het verhaal van ontginning en beek weer boven”. We zien de gave ontginnings- geschiedenis van de Veluwerand als leidraad voor een historisch landschapspark waarin ruimte is voor economische ontwikkeling van recreatie en landbouw. En waar de Soerense beek een ecologisch en landschappelijk verbindend element vormt. Het gebied van Spankeren tot Laag-Soeren bevat bijna alle kenmerken van de landschappen die typerend zijn voor de rand van de gehele Veluwe. Het gebied is daarom geschikt om het ‘verhaal van de Veluwe’ te vertellen. Denk dan aan soorten landbouw, soorten natuur, watermolens, landgoederen en industrie uit verschillende tijdvakken en oude dorpjes.
Dat verhaal van de Veluwe willen we hier verder ontwikkelen. Gebiedsdeel Veluweplateau. Voor de Veluwe zelf, het plateau, zien wij een ontwikkeling van een natuurpark (huidige situatie) naar wildernis. Steeds meer zelfregulerend en inherent robuust. De heidevelden zijn een vorm van cultuur-natuur die maatschappelijk zeer hoog gewaardeerd wordt en
actief in stand gehouden worden. Dit zijn blijvende natuurparkdelen te midden van steeds natuurlijker wordende bossen.
Kaart: de gemeente en de terrein beherende organisaties waar de gemeente mee samen werkt. NB: Voor een beschrijving van het buitengebied van de gemeente Rheden en de gebiedsdoelen die ook leidend zijn voor VTH verwijzen wij naar de in 2019 opgestelde Omgevingsvisie buitengebied I en II. Belangrijkste aandachtspunten VTH en buitengebied: natuur, milieu, BWT en Bestemmingsplan (Omgevingsplan), bouwen zonder vergunning, zonder (aanleg-)vergunning verwijderen, aantasten of veranderen van natuur-, cultuurhistorische en/of landschapselementen, planologisch strijdig gebruik en het vergroten van tuinen en erven ten koste van de agrarische bestemming. 4.7 Natuur De gemeente Rheden heeft een bijzondere verantwoordelijkheid als het gaat om natuur. Grote delen van haar grondgebied bestaat uit beschermd natuurgebied (Natura 2000) of kent een planologische bescherming binnen het Gelder Natuurnetwerk. Voor het ecologisch functioneren op gemeenteschaal kunnen grofweg drie gebieden worden onderscheiden:
De bossen, heiden en stuifzanden op de stuwwal van de Veluwe; De flanken van de Veluwe met dorpen en landgoederen; De uiterwaarden van IJssel en het omliggende agrarische buitengebied.
Deze drie gebieden hebben allerlei onderlinge verbindingen die onderdeel vormen van leefgebieden van verschillende soorten. 4.7.1 Verbeteren van toezicht en handhaving in de natuurterreinen. Er is een landelijk signaal dat het toezicht en de handhaving in en om natuurgebieden steeds minder toereikend zijn om natuurwaarden te kunnen beschermen en bezoekers een veilig welkom te geven. De gemeente Rheden vormt hierop geen uitzondering. Voor natuurtoezicht werkt de gemeente samen met de provincie en natuurorganisaties. Der gemeente heeft beperkte bevoegdheid, de provincie is het bevoegde gezag voor de Wet natuurbescherming. De druk op de beschikbare fysieke en financiële capaciteit voor toezicht en handhaving bij terreinbeheerders neemt toe. Oorzaken zijn de groeiende aantallen bezoekers en de overtredingen die daarmee gepaard gaan, recreantenstromen die elkaar vaker in de weg zitten, toenemend verbaal en fysiek geweld. Het aantal recreanten in natuurgebieden is de afgelopen jaren toegenomen. Het coronavirus zorgde voor meer drukte én overlast dan voorgaande jaren. Groene handhaving is ook belangrijk in het kader van biodiversiteit. Dat wil zeggen de naleving op de wet- en regelgeving vanuit o.a. de bestemmingsplannen buitengebied (Omgevingsplan), Omgevingsverordening van de provincie (signaaltoezicht), bescherming bijzondere bomen etc.
Landschapsversterkende maatregelen als voorwaardelijke verplichting in een overeenkomst behoeven controle en toezicht. De komende jaren komen er meer locaties waar het op basis van een vergunning of een bestemmingsplan verplicht is om bebouwing landschappelijk en natuurvriendelijk in te passen. Verder is aantasting te noemen door illegaal rooien van singels, houtwallen, bomen in het buitengebied, “landje pik situaties” waarbij gerooide stukken, gemeentelijke bloemrijke bermen betrokken worden bij agrarische percelen of bij particuliere tuinen. De gemeente Rheden heeft een BOA die voor 0.2 fte handhaving en faunabeheer doet op het Rozendaalsveld. Dat is te weinig om aan de vraag te kunnen voldoen. De gemeente loopt achter op faunabeheer en op het handhaven in het groen. De toegewezen aantallen afschot worden bij lange na niet gehaald. De handhaving op los lopende honden, moutainbikers, crossers en ruiters die buiten de paden lopen schiet te kort door het tekort aan personeel. Een inhaalslag in capaciteit is nodig. 4.7.2 Masterplan Veluwezoom Het doel van het Masterplan Veluwezoom is het brengen van ‘Meer evenwicht tussen recreatie, natuur en omgeving’. De colleges van Rheden en Rozendaal hebben een scenario gekozen dat de basis zal vormen voor het Masterplan zodat er in de toekomst een betere balans komt tussen recreatie, natuur en omgeving in dit deel van de Veluwezoom.
De gemeenteraad heeft eind 2021 gekozen voor het zogenaamde scenario D als basis voor het Masterplan. Dit scenario D komt in hoofdlijnen neer op het op drukke momenten onmogelijk maken van rondjesrijden over de Posbank. Het scenario gaat uit het van het afsluiten van wegen in de weekenden, in de periode tussen ongeveer april en oktober. Een verdergaande afsluiting bleek niet haalbaar. VTH aspecten en Natuur: beschermen, tegengaan van verstoring, overlast/recreatiedruk, afval 4.8 Bedrijvigheid, bedrijventerreinen2 De ambities van de gemeente waren in het verleden gericht op het bieden van ruimte voor groei van de werkgelegenheid. Dit streven liep parallel met de ontwikkeling van het inwonertal dat begin jaren '70 boven de 50.000 kwam en nog verder leek toe te nemen. Ook het weghalen van hinder uit de woonwijken door bedrijfsverplaatsing was belangrijk. Sinds de jaren '80 verschoof de nadruk van expansie naar vernieuwing en herstructurering van bedrijfsterreinen, vooral in Dieren. Daar liggen nog steeds ongebruikte percelen grond. Voor
2 Bron o.a. beleidsnota economie gemeente Rheden 2016-2020
verplaatsing, vervanging en vernieuwing bleef nieuw werkterrein nodig. Daarom werd indertijd geïnvesteerd in een forse nieuwe locatie in Velp, 'de Beemd'. Met een ligging aan de A 12, een hoofdas van het wegennet, is het aloude element van aan- en afvoer weer gewaarborgd. Dat zo'n locatie niet alleen voor Rhedense bedrijvigheid gereserveerd bleef, ligt voor de hand. Vernieuwing van de werkgelegenheid kan niet zonder impulsen van bedrijven van buiten de gemeente. In 2020 waren er ca ……..bedrijven in de gemeente Rheden gevestigd, variërend in grootte van enkele honderden medewerkers tot veel zelfstandigen zonder personeel met …..medewerkers. In 1998 waren dat nog ca 1830 bedrijven met ongeveer 15.700 medewerkers. De gemeente beschikt momenteel over relatief veel, maar vooral ook veel verschillende typen bedrijventerreinen. De kwaliteit van (een aantal delen van) de bedrijventerreinen staat onder druk, zoals gedetailleerd is aangegeven in de bedrijventerreinenvisie. Dit heeft onder andere te maken met de ouderdom van de terreinen, met het vertrek van grootschaligere bedrijven, met de courantheid van bedrijfspanden, met de komst van andere typen bedrijvigheid, etc. De nadruk op de kwaliteit van de bestaande bedrijventerreinen heeft tevens te maken met de discussies in de regio over overaanbod aan bedrijventerreinen.
Hierdoor zal naar verwachting de gemeente aangewezen zijn op de nog niet uitgegeven bedrijventerrein Kanaal II. Het is nog niet zeker of dit gebied ontwikkeld wordt tot een nieuw bedrijventerrein. 4.8.1 Speerpunten bedrijventerreinen De volgende algemene speerpunten gelden voor de Rhedense bedrijventerreinen:
Robuuste, duurzame en innovatieve economie Kansen circulaire economie benutten Behoud van in de regio gevestigde bedrijven Alles op alles zetten behoud van bedrijven Proactieve houding naar bedrijven Bereikbaarheid bedrijventerreinen optimaliseren PvA Herstructurering bedrijventerreinen (zie hierna) Rode loper uit voor nieuwe bedrijven Optimale dienstverlening richting bedrijven Bedrijven optimaal faciliteren bij vraagstukken Onderzoek naar accommodaties starters en ZZP-ers Benutten kansen in de toeristische-recreatieve sector Masterplan Recreatie en toerisme samen met ondernemers Promoten van gemeente Rheden
4.8.2 Typen herstructurering De term herstructurering wordt vaak gebruikt als aanduiding om aan te geven dat sprake is van een verouderd bedrijventerrein waarvan de kwaliteit moet worden verbeterd om in de toekomst weer aan te kunnen sluiten op de behoeften van ondernemers. Maar niet alle verouderde bedrijventerreinen zijn hetzelfde en/of worden geconfronteerd met dezelfde vormen van veroudering. De volgende typen veroudering worden onderscheiden: 1. 2. 3. 4.
Technische veroudering Economische veroudering Ruimtelijke veroudering Maatschappelijke veroudering
Omdat er verschillende typen veroudering zijn, is het logisch dat ook de benodigde ingrepen die gepleegd zouden moeten worden om de kwaliteit van het bedrijventerrein te verbeteren verschillend zijn. Daarom worden de volgende typen herstructurering onderscheiden: Facelift: Bij een facelift gaat het vooral om een grote opknapbeurt als er sprake is van fysieke veroudering van de openbare ruimte en van gebouwen. Revitalisering: Revitalisering is aan de orde als er sprake is van (dreigende) leegstand en achteruitgang van het bedrijventerrein. Het terrein behoudt zijn economische functie als bedrijventerrein. Bij revitalisering gaat het om (zware) ingrepen om infrastructuur, openbare ruimte en private ruimte te verbeteren. Er vinden ingrepen plaats als bodemsanering, sloop van opstallen en aanleg van nieuwe infrastructuur. Herprofilering: Herprofilering betreft zware revitalisering in combinatie met functiewijziging, maar met behoud van de werkfunctie. Er is sprake van upgrading van het type bedrijvigheid. Dit schept kansen voor waardecreatie. De locatie krijgt een nieuwe werkfunctie zoals kantoren, leisure en detailhandel. Vaak gaat het gepaard met nieuwe infrastructuur en verwerving / sloop van verouderde of leegstaande panden.
Transformatie: Bij transformatie worden ook niet-werkfuncties op een bedrijventerrein toegelaten of krijgt een bedrijventerrein een totaal nieuwe functie, meestal met wonen als dominante functie, maar vaak wel in een mix met kantoren, detailhandel, leisure en culturele voorzieningen. De gemeente Rheden beschikt over meerdere bedrijventerreinen die verspreid gelegen zijn over de verschillende kernen. Naast de gemeentelijke bedrijventerreinen Kanaal I + II, Kanaal II uitbreiding, Dieren Oost, Haveland en De Beemd, beschikt de gemeente nog over bedrijventerreinen die volledig in handen zijn van particuliere partijen zoals het terrein IJsselstein en enkele kleinschalige bedrijfsterreinen (solitaire bedrijfslocaties). 4.8.3 Kanaal I Dit is overduidelijk een ‘echt’ bedrijventerrein. Wat opvalt is dat de leegstand toeneemt en dat het gebruik van de openbare ruimte de dynamiek op het terrein belemmert. De aanwezige doodlopende straat lijkt hier mede debet aan. Er is vooral sprake van een economische veroudering. Maar hier en daar is tevens sprake van technische en ruimtelijke veroudering. Indien op korte termijn een aantal ingrepen gepleegd wordt, zal de veroudering naar verwachting niet verder doorzetten. Het betreft dan vooral ingrepen in de openbare ruimte, waardoor sprake is van een lichte vorm van revitalisering op delen van het bedrijventerrein.
Aandachtspunten VTH en bedrijventerrein Kanaal I: de ontsluiting en de bereikbaarheid van beide delen van het bedrijventerrein en de openbare ruimte moeten worden aangepast aan de wensen bedrijven. Hierbij moet de functionaliteit voorop staan. 4.8.4 Kanaal II Ook dit bedrijventerrein is een ‘echt’ bedrijventerrein. Door de toenemende leegstaand is sprake van de eerste verschijnselen van economische veroudering. Een punt van zorg betreft de ontsluiting van vooral het rechter deel. Ook hier is sprake van een doodlopende weg, tenminste voor auto’s en vrachtwagens. Herstructurering is echter niet aan de orde. Aandachtspunten VTH en bedrijventerrein Kanaal II: de ontsluiting en de bereikbaarheid van beide delen van het bedrijventerrein en de openbare ruimte moeten worden aangepast aan de wensen bedrijven. Hierbij moet de functionaliteit voorop staan.
4.8.5 De Beemd Er is geen sprake van enige vorm van veroudering. Ten aanzien van het noordelijk deel van het terrein moet echter worden opgemerkt dat hier economische veroudering op de loer ligt. Herstructurering is (vooralsnog) niet aan de orde. Uiteraard zijn er wel zaken die van belang zijn om de kwaliteit van het terrein te behouden en kunnen/zullen verbeteren. Aandachtspunten VTH en bedrijventerrein De Beemd: de ontsluiting en de bereikbaarheid van beide delen van het bedrijventerrein en de openbare ruimte moeten worden aangepast aan de wensen bedrijven (formeel is dit een provinciale aangelegenheid). Er is een toenemende leegstand op het noordelijk deel van het terrein. De openbare ruimte noordelijk deel van het terrein heeft aandacht nodig en daarnaast is er een verwilderde groenstrook die terrein in tweeën deelt. 4.8.6 Haveland Bedrijventerrein Haveland Bedrijventerrein Haveland behelst zowel de kant van De Meteoor als de overkant waar Ansaldo Thomassen en wat andere bedrijven zijn gevestigd. Het bedrijventerrein Haveland beslaat een omvangrijk en vrijwel aaneengesloten gebied ten noorden van de dorpskern. Het bedrijventerrein manifesteert zich met relatief grootschalige bebouwing en opslag ook nadrukkelijk aan de rand van de historische dorpskern. Slechts een klein deel van het bedrijventerrein wordt gekenmerkt door een meer kleinschalige invulling.
In een strook langs de Havelandseweg ligt een vrijwel van de dorpskern geïsoleerd complexje vooroorlogse en deels naoorlogse woningen in tuindorpsfeer. Het bedrijventerrein wordt grotendeels in beslag genomen door opslag en overslag van goederen (betonwaren en pijpen). Deze worden geproduceerd in grote bouwwerken die opgetrokken zijn in een gesloten en sobere vormgeving. Incidenteel komen kantoorgebouwen, kleine bedrijfsgebouwen en woonhuizen met bedrijfsruimte voor. Een menginstallatie en enkele overslagkranen accentueren het industriële karakter van deze omgeving. Het wooncomplex aan de Havelandseweg wijkt in schaal en uitstraling sterk af van het algemene bebouwingsbeeld van dit deelgebied. Dit complex valt op door zijn stedenbouwkundige en architectonische samenhang en zijn karakteristieke vormgeving, kenmerkend voor de vooroorlogse en kort-naoorlogse bouwperiode. Uitgangspunten welstandsbeleid Haveland Aangaande het gehele bedrijventerrein kan gesteld worden dat met name sprake is van technische en ruimtelijke veroudering. Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat de bereikbaarheid van het oostelijk deel van het terrein (vooral vanwege de te smalle wegprofielen) niet optimaal aansluit op de wensen en behoeften van de daar gevestigde bedrijven. Dit geldt in mindere mate eveneens voor het midden deel. De meeste problemen doen zich voor op het zuidelijk deel.
Op dit deel van het bedrijventerrein is revitalisering en mogelijk zelfs transformatie aan de orde. Nader (milieutechnisch) onderzoek naar de gesteldheid van de specifieke locatie ligt in dit verband voor de hand. Tevens worden de ingrepen beïnvloed door de mate waarin de gemeente invulling geeft aan de voorgestelde functieverruiming op dit deel van het bedrijventerrein. Aandachtspunten VTH en bedrijventerrein Haveland: de ontsluiting en bereikbaarheid van (alle drie de in de bedrijventerreinenvisie onderscheiden delen van) het bedrijventerrein. Leegstand op het zuidelijk deel van het terrein. En de gevolgen c.q. benodigde ingrepen i.v.m. voorgestelde functieverruiming. Meest voorkomende werkvelden VTH: milieu, sloop, BWT, brandveiligheid, biodiversiteit, bereikbaarheid.
4.8.7 Dieren Oost Dit bedrijventerrein bestaat uit meerdere delen die allen zeer divers zijn en duidelijk van elkaar verschillen. Reeds eerder heeft de gemeente toegestaan dat zich hier op een aantal delen en onder bepaalde restricties ook detailhandel mag vestigen. In de bedrijventerreinenvisie wordt een verdere c.q. bredere functieverruiming voorgesteld. De kwaliteit staat duidelijk onder druk. Dit heeft onder meer te maken met de toenemende leegstand, de inrichting van de openbare ruimte en met het gebruik van de openbare ruimte op delen van het terrein. Het bedrijventerrein heeft dan ook te maken met meerdere typen veroudering. Het betreft vooral technische, economische en ruimtelijke veroudering. Met uitzondering van bepaalde delen van het bedrijventerrein, zoals bijvoorbeeld het Gazelle terrein en het gedeelte dat wel wordt aangeduid als bedrijventerrein Industrielaan, is sprake van revitalisering en mogelijk zelfs herprofilering in combinatie met een gedeeltelijke transformatie. Bij deze laatste vorm van herstructurering moet worden opgemerkt dat de functie wonen niet wordt toegestaan. Aandachtspunten VTH en bedrijventerrein Dieren Oost: de ontsluiting en de bereikbaarheid van alle delen van het bedrijventerrein. Verbeteren bereikbaarheid op het terrein; waar mogelijk doortrekken doodlopende straten. Aanpassen verkaveling (kleinschaliger).
Openbare ruimte aanpassen aan eisen in bedrijventerreinenvisie voorgestelde nieuwe activiteiten. 4.8.8 Bedrijventerrein Apeldoornskanaal De bedrijvigheid langs het Apeldoorns Kanaal haakte aan bij deze vaarweg. Daar groeide in de loop van de jaren een zeer veelzijdig werkgebied met bedrijven als Lepper zadels en spatborden (1897), houthandel Hupkes (1918), De Verzinkerij Dieren en Linde gassen in de jaren '60 en '70), Vitatron pacemakers (1956) en Albany International, toeleverancier van de papierindustrie. Het v.m. Albanyterrein Spankeren en Vitatronterrein Dieren zijn inmiddels ingevuld Later kwamen er ook autobedrijven, een grote bouwmarkt van Praxis en groen- en bouwondernemingen. Sinds de jaren '50 sluit het gebied bij de Industrielaan, met van oudsher bekende namen als Donkers chocolade en suikerwerken (1955) en Reinbouw er ruimtelijk bij aan. Dat geldt ook voor de locatie IJsselsteyn die aan het eind van de vorige eeuw werd ontwikkeld. Het terrein van de voormalige accufabriek 'de Komeet' tussen spoor en autoweg, kreeg na een grondige bodemsanering in het begin van de jaren '90 een bestemming voor kleinere bedrijven.
Meest voorkomende werkvelden VTH: milieu, BWT, brandveiligheid Belangrijkste aandachtspunten VTH en Bedrijventerreinen: Hennepkwekerijen, inbraken, overlast van hard rijdende auto’s, vrachtwagenchaffeurs die overnachten op parkeerplaatsen op bedrijventerreinen, overlast van hangjeugd in winkelgebieden, ondermijning 4.9 Kinderopvang Rheden heeft 23 BSO en 23 KDV en 1 gastouderbureau. Daarnaast hebben we 51 gastouderopvang. Het aantal gastouders kan erg wisselen omdat gastouders komen en gaan. Een overzicht van locaties en kindplaatsen in onderstaande tabel. Opvang:
Aantal locaties:
Kindplaatsten:
-
BSO
-
23
-
922
-
KDV
-
23
-
706
-
Gastouderbureau
-
1
-
0
-
Gastouders
-
51
-
270
Alle opvanglocaties zijn bekend en is geen vermoeden van illegale opvang. De gemeente Rheden en Rozendaal laten alle kinderopvanglocaties (KDV, BSO, gastouderbureau en gastouders) inspecteren door de VGGM. Vanaf 2022 inspecteren we 50% van alle gastouders omdat het rijk hier extra financiële middelen voor heeft vrijgemaakt. Zo worden alle gastouders iedere twee jaar geïnspecteerd. De KDV en BSO worden jaarlijks geïnspecteerd.
4.9.1 Kinderopvang en gezonde lucht In de regio hebben gemeenten gezamenlijk een voorstel opgesteld om te komen tot gezonde kinderopvang voor wat betreft luchtverontreiniging. Daarbij zijn de GGD richtlijn medische milieukunde Luchtkwaliteit & GGD richtlijn medische milieukunde Veehouderij en Gezondheid toegepast. Belangrijk bij dit onderwerp zijn de volgende aspecten:
In de Ow is het mogelijk maatwerk op te stellen. De GGD en de Omgevingsdienst ODDV werken hiervoor een methode uit om toe te passen bij kinderopvang binnen 250 meter van een pluimveehouderij of varkenshouderij. In de beoordeling moet een absolute afstand van 100 meter aangehouden worden tussen de kinderopvanglocatie en de kavelgrens van de veehouderij. Maatwerk bij kinderopvang vlakbij een drukke weg is vooralsnog niet aan de orde. Daarbij wordt de GGD richtlijn gebruikt. Bij kinderopvang (nieuw of wijzigende omgevingsfactoren) beoordeelt de GGD de luchtkwaliteit en geeft indien nodig een negatief advies. Met de Kinderopvanglocaties communiceert de gemeente over deze problematiek.
Via de Omgevingsvisie, de omgevingswaarden en het Omgevingsplan ontwikkelt de gemeente aankomende jaren de aanpak met betrekking tot kinderopvang bij drukke wegen of veehouderijen. Zie verder het eindadvies van de Werkgroep Gezonde Kinderopvang (april 2021). 4.10 Water en watersystemen inclusief grondwater Een deel van onze gemeente ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Vanaf medio 2022 ligt het grootste gedeelte van onze gemeente in verschillende Grondwaterreserveringsgebieden. In al deze gebieden gelden extra regels ter bescherming van de grondwaterkwaliteit. Gemeente Rheden ligt (grotendeels) op de stuwwallen van het Centraal Veluws Natuurgebied. Deze zijn ontstaan door opschuivende ijsmassa’s in de één na laatste ijstijd. De zuidelijke Veluwe is een gebied waarin op relatief korte afstand grote hoogteverschillen aanwezig zijn. Het stuwwallengebied gaat in zuidoostelijke richting over in de uiterwaarden van de IJsselvallei. De bodem van dit stuwwallengebied bestaat uit matig grof tot grof zand en grind, met plaatselijk klei- of keileemlagen en aan de randen overgaand in dekzanden. In de (deels voormalige) uiterwaarden wordt hoofdzakelijk rivierklei aangetroffen. Het gebied kan grofweg worden verdeeld in een inzijgingsgebied (het gebied gelegen op de stuwwal) en een gebied waar plaatselijk kwel voorkomt.
Kwel wordt met name in de uiterwaarden en in de komkleigebieden aangetroffen. Tijdens de stuwing in de ijstijd zijn grondlagen dakpansgewijs over elkaar geschoven. Sommige lagen zijn kleihoudend. Deze kleischotten houden het grondwater tegen. Aan de randen van de Veluwe kunnen boven grotere aaneengesloten slecht doorlatende lagen schijngrondwaterspiegels ontstaan, waarvan het water niet in direct contact staat met het eigenlijke grondwater. Verreweg de meeste beken op de Zuid-Veluwe worden gevoed vanuit die schijngrondwaterspiegels. De beken en
sprengen in de gemeente Rheden ontspringen op de zuidelijke Veluwe, hebben een noord-zuid verloop en monden uit in de IJssel. De Rozendaalse- en Beekhuizense Beek bij Velp zijn zogenoemde sprengenbeken. De afvoer van een sprengenbeek wordt voornamelijk bepaald door grondwater. De spreng op Heuven bij Rheden is een zeer korte spreng die een tweetal vijvers van water voorziet. Bij Ellecom ligt de Ruitersbeek, die wordt gevoed door bron-/kwelwater vanuit de ecologisch bijzondere bronbossen tussen De Steeg en Ellecom. De Ruitersbeek en de waterlopen in de Havikerwaard zijn gewaardeerd als HEN-wateren (Hoogst Ecologische Niveau). De Soerensebeek bij Laag Soeren is een sprengenbeek. Het oppervlak van het stroomgebied is te beperkt om een substantiële invloed van de neerslag te verwachten. Als gevolg daarvan is de afvoer gedurende het jaar vrij constant. Op drainerende trajecten treedt grondwater uit en stroomt af via de beek. Op infiltrerende trajecten zijgt beekwater via de bodem of het talud in de grond en ‘verliest’ de beek water. De (periodieke) drainage is niet beperkt tot de beekloop maar komt voor in een zone waar het grondwater tot aan of in het maaiveld reikt. Deze zone kan westelijk van het Apeldoorns kanaal worden verwacht. Het Apeldoorns Kanaal is een gegraven watergang en bij Dieren opgeleid.
Het Apeldoorns Kanaal ligt met zijn noord-zuid richting, loodrecht op het zwak hellende gebied tussen het Veluwemassief en de oostelijk gelegen IJsselvallei. Karakteristiek hieraan is dat het Apeldoorns Kanaal daardoor alleen vanaf de westzijde wordt gevoed door de aangesneden waterlopen. Door het hoogteverschil treedt er plaatselijk kwelwater uit en worden lokaal natte vegetatietypen aangetroffen. De laaggelegen gebieden kenmerken zich mede daarom door hoge grondwaterstanden met name in het voor- en najaar. In de uiterwaarden worden de wateren sterk beïnvloed door de IJssel. 4.10.1 Het stedelijk gebied In het stedelijke gebied is de waterhuishouding in eerste instantie gericht op het voorkómen van grondwateroverlast. In de lagere delen van het stedelijke gebied zijn waterpartijen aanwezig die de grondwaterstand op een voldoende laag niveau kunnen houden. Overtollig hemelwater wordt vanouds en in de regel via straatputten en leidingen afgevoerd. Op diverse locaties voert het overtollige hemelwater af via een afzonderlijk hemelwaterriool. Gescheiden inzameling van huishoudelijk afvalwater en hemelwater is wenselijk en ook goed mogelijk. Hemelwater kan infiltreren in de bodem of afvoeren naar een waterpartij. Het ingezamelde afvalwater in het plangebied voert af naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie van het waterschap die het effluent uiteindelijk loost op de IJssel.
4.10.2 relevante waterhuishoudkundige aspecten bij ruimtelijke initiatieven Aan de hand van de Handreiking Watertoets wordt al in de initiatieffase het aspect water meegenomen. Doel van het watertoets proces is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze meewegen bij alle ruimtelijke initiatieven, plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding. Bij alle plannen is het omgaan met hemelwater aan de orde. In dat verband wordt gehanteerd de volgorde: water zoveel mogelijk vasthouden, vervolgens het overtollig water tijdelijk bergen en in de laatste plaats het afvoeren van water. Het beleid omtrent lozing van hemelwater is aangegeven in de ' Verordening afvoer hemelwater en grondwater Rheden 2015' en het Activiteitenbesluit. Slechts indien geen voorziening op het eigen terrein mogelijk is, kan van deze verplichting ontheffing worden verleend. Dan kan bijvoorbeeld hemelwater geloosd worden op een vijver of watergang, na instemming van de eigenaar (waterschap). Een andere mogelijkheid is dat, na instemming van de gemeente, het hemelwater wordt geloosd op ons gescheiden rioolstelsel indien dit aanwezig is. 4.10.3 Grondwater en drinkwater Voor Water in de gemeente Rheden is verder van belang de Visie op Ontwerpbesluit Aanvullende Strategische Voorraden (ASV) drinkwater van de Provincie Gelderland
Om in de toekomst voldoende drinkwater te hebben is nieuwe drinkwaterwinning nodig. Om de kwaliteit -en daar mee de betaalbaarheid- van dat water goed te houden zijn extra beschermende maatregelen nodig. Een groot deel van de gemeente Rheden valt straks of in grondwaterbeschermingsgebied of in drinkwaterreserveringsgebied. De gemeente Rheden gaat een belangrijke leverancier van drinkwater worden. Dit betekent dat andere gemeenten het profijt hebben doordat ze ‘ons’ schone grondwater drinken, waarbij gemeente Rheden samen met onze inwoners en ondernemers, de lasten heeft en de nadelen daarvan ondervinden.
Er zijn 3 ASV-gebieden binnen onze gemeente : 1. Olburgen-Doesburg; 2. Velp-Doesburg en; 3. Liemers-West. Bovengenoemde ASV-gebieden zijn aanvullend op de twee bestaande drinkwaterwinningen binnen gemeente Rheden: 4. Ellecom-Dieren en; 5. Pinkenberg. Het ASV-gebied Olburgen-Doesburg heeft de grootste impact voor onze gemeente, omdat hierin beide dorpen Dieren en Spankeren vallen. Door de aanwijzing en de daarbij behorende voorwaarden voorzien we negatieve gevolgen voor onze bedrijvigheid/economie en voor de (versnellings)opgaven zoals de warmte-/energietransitie en klimaatadaptatie. De gevolgen van de aanwijzing zijn in deze gebieden groter bij bebouwd gebied dan bij landelijk gebied. De aanwijzing van ASV gebieden heeft impact op de thema’s Bodem, Economie (beperking van activiteiten en koppeling aan vergunningplicht), Ruimtelijke ordening en klimaatadaptatie (beperking WKO in SVO gebieden. 4.10.4 Waterberging Net als vele andere gemeenten heeft de gemeente Rheden te maken met de extremen en de gevolgen van de klimaatverandering, zoals hevige buien met wateroverlast tot gevolg en langere perioden van droogte en hitte. In orde van grootte heeft gemeente Rheden deze opgaven in de dorpen Velp, Dieren, Rheden en vervolgens de kleinere kernen.
Dieren en Spankeren vallen volledig binnen de kartering van het ASV-gebied Olburgen-Doesburg, met de daarbij behorende aanvullende voorwaarden en verboden (zoals diepinfiltratie). Door de aanvullende voorwaarden/regels wordt de klimaatadaptatie-opgave en bepaalde gemeentelijke taken zoals het omgaan met afvloeiend hemelwater, complexer en (nog) duurder. Daarnaast is (extra) maatwerk en afstemming benodigd (langere procedures). 4.10.5 Bodem en ondergrond Een gezonde bodem is belangrijk voor onze inwoners, nu en in de toekomst. Om dat te bereiken richten we ons op:
Het voorkomen van nieuwe aantastingen van de bodem; Het beheer en de aanpak van bestaande bodemverontreiniging; Het vastleggen van bodemgegevens in het bodeminformatiesysteem en het verstrekken van informatie hieruit.
4.10.6 Voorkomen nieuwe aantastingen bodem Bij nieuwe aantastingen kan bijvoorbeeld gedacht worden aan verontreinigingen door: Bedrijfsactiviteiten
Calamiteiten (ongelukjes op het spoor, het verkeer, een gesprongen hydraulieksysteem enz.); Dumping van afval, waaronder drugsafval; Onzorgvuldig omgaan met materialen, zoals asbest; Infiltreren van afspoelend hemelwater; Toepassen verontreinigde grond (grondverzet); Aanleg, gebruik en onklaar maken van Bodemenergiesystemen.
Onder de Omgevingswet zijn regels opgesteld m.b.t. milieubelastende activiteiten; daaronder vallen ook de bodembedreigende activiteiten. Toezicht op grondverzet (onder de Omgevingswet de milieubelastende activiteiten: Toepassen en Opslaan) en bedrijfsactiviteiten (Omgevingswet: diverse milieubelastende activiteiten) behoort tot de Basistaak van de ODRA. Toezicht op bodembescherming bij calamiteiten ligt ook bij de Omgevingsdienst. In het belang van het vasthouden van zoveel mogelijk water op de plek waar het valt, wordt veel water per wadi, infiltratiekrat of -riool in de bodem gebracht. Afspoelend hemelwater is echter lang niet altijd schoon waardoor op termijn ophoping plaatsvindt van deze verontreiniging en in sommige gevallen kan dit het grondwater verontreinigen. De infiltratie voorzieningen in de openbare ruimte zijn gemeentelijk eigendom. De aanleg van bodemenergiesystemen is verboden in het Grondwaterbeschermingsgebied en de Grondwaterreserveringsgebieden (ASV, zie ook thema Water) die in 2022 zullen worden aangewezen. Voor wat betreft de aanleg van bodemenergiesystemen buiten die gebieden, gelden de regels uit de Omgevingswet, de ODRA ziet op aanleg, gebruik en buiten gebruik stelling toe. 4.10.7 Beheer en aanpak bestaande bodemverontreiniging Tot nu toe (2021) wordt de aanpak van bestaande bodemverontreinigingen geregeld in de Wet bodembescherming.
De provincie Gelderland is bevoegd gezag. Met inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt de Wet bodembescherming. De provincie blijft in het kader van het overgangsrecht verantwoordelijk voor een aantal lopende dossiers. De gemeente wordt bevoegd gezag voor alle overige bodemdossiers. In de Omgevingswet zijn regels opgenomen die de Wet bodembeschermingsregels min of meer vervangen. Het gaat dan om de Milieubelastende activiteiten: Graven en Saneren. De gemeente is verantwoordelijk en stelt in het Omgevingsplan regels op, de ODRA zorgt voor het toezicht en de handhaving. Bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw zijn in de Omgevingswet regels gesteld m.b.t. het uitvoeren van voorafgaand bodemonderzoek. De gemeente moet in het Omgevingsplan aangeven welke Waarden Toelaatbare Kwaliteit worden gehanteerd. Indien uit voorgaand onderzoek blijkt dat de Waarden Toelaatbare Kwaliteit worden overschreden, moet er gesaneerd worden. De bouw mag niet eerder starten dan dat het evaluatierapport van de sanering is goedgekeurd. 4.10.8 Het vastleggen van bodemgegevens en het verstrekken van informatie. Toezicht en handhaving niet van toepassing. Bij aanvragen kan dit een rol spelen. Bodemtoezicht: Asbest: de staat van, aan de buitenruimte grenzend, toegepast asbest. Handhavend optreden als het asbest een verweerde of beschadigde indruk maakt.