CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

20220095 Rapportage Vergaderwijze Rheden DEF

Informatiebijeenkomst sessie 1 23 januari 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Toelichting evaluatie vergaderwijze Rheden19.756 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vraag 6: Omschrijf in één woord de werkrelatie tussen raad en college Ook in deze woordwolk neemt het woord ‘goed’ de meest prominente plaats in. ‘Constructief’ staat op de tweede plaats, gevolgd door ‘wisselend’. Vooral bij de kleinere woorden wordt de nuance zichtbaar. Daar verschijnen naast ‘respectvol’, ’collegiaal’ en ‘oké’ meer minder positief te duiden woorden omheen. ‘Matig’ en ‘geforceerd’ laten zien dat de relatie ook ‘gespannen’ kan zijn. ‘Aftastend’ en ‘afwachtend’ kan duiden dat het – een jaar na de verkiezingen en bijna even zo lang na de formatie – nog zoeken is de samenwerking in het gemeentebestuur vorm te geven.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 31 van 67

Vraag 7: Omschrijf in één woord de werkrelatie tussen raad en organisaties die namens de gemeente Rheden taken uitvoeren De werkrelatie met gemeenschappelijke regelingen en uitvoeringsorganisaties laat veel te wensen over. In dit beeld is de Rhedense raad niet uniek. Te veel raadsleden beschouwen de verbonden partijen als bakens in de mist. Hoewel het belang van hun werk natuurlijk niet kan worden ontzegd. Er is geen directe aanleiding om in het vergadermodel an sich veranderingen aan te passen om de betrokkenheid bij en van gemeenschappelijke regelingen te vergroten. Wel zouden nevenstaande activiteiten kunnen helpen. Bijvoorbeeld door presentaties waar duidelijk de politieke sturing in naar voren komt, heldere terugkoppeling door rapporteurs van de raad en tijdige agendering van kaderstellende vraagstukken door het (algemeen) bestuur. Ook leden van de raad kunnen met hun agenderende instrumenten onderwerpen uit de gemeenschappelijke regelingen adresseren.

Vraag 8: Omschrijf in één woord de relatie tussen raad en de Rhedense samenleving Voor de Rhedense raad lijkt het soms zoeken naar ‘waar de burger zich bevindt’. De relatie wordt als ‘goed’ en ‘betrokken’ omschreven. Toch nemen woorden als ‘afstand’/‘afstandelijk’ en ‘onvoldoende’ de overhand. Vooral in het licht van de wens van de raad om het aantal participatieve instrumenten te vergroten, neigt deze woordwolk naar de conclusie dat alleen structurele oplossingen daar niet bij gaan helpen. Anders gezegd: met alleen de mogelijkheid tot participeren, zal deze niet toenemen. De raad zal deze participatie ook aan moeten moedigen en moeten enthousiasmeren om deel te nemen. Dit laatste zou wel eens bepalende kunnen zijn voor de structuur. De vorm waaronder deze participatie plaats vindt mag dan ondergeschikt zijn. Vooral ruimte om mogelijkheden tot participatie in te passen, biedt mogelijkheden om binnen voorwaarden maatwerk te leveren.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 32 van 67

Algemene conclusies Vanaf een afstand springt in het oog dat het woord ‘goed’ het vaakst wordt gegeven om de relaties in het gemeentebestuur te duiden. Nu is ‘goed’ een zeer subjectief woord. Een scherper beeld moet worden gevonden in de kleinere woorden uit de woordwolk bieden. Bij de beoordeling van de vergaderingen van de raad en zijn commissies blijft er toch een beeld hangen dat de deelnemers er geen sterke mening over hebben. ‘Goed’ komt met woorden als ‘gezapig’, ‘lief’, ‘prima’, ‘formeel’, ‘ritueel’ eerder over als wel goed, in plaats van een meer uitgesproken goed! De vraagt blijft hangen in welke vergaderingen of op welk moment politieke meningsverschillen worden beslecht. Nu hebben er alleen al in dit eerste jaar van deze bestuursperiode goede vergaderingen (of beter: besluitvormingsprocessen) plaatsgevonden. De vraag moet wel worden gesteld in hoeverre het vergadermodel daar een bijdrage aan heeft geleverd. Culturele aspecten en vaardigheden van de deelnemers zijn immers ook factoren die de kwaliteit van een politiek besluitvormingsproces bepalen. Ook de politieke betrokkenheid en het gevoel van maatschappelijke urgentie spelen een rol. Om de werking van het vergadermodel beter te beoordelen is het nodig naar niet één maar naar alle vergaderingen te kijken.

Helpt het vergadermodel de raad goed met elkaar van mening te verschillen (en dan een afweging te maken) ook wanneer omgevingsfactoren zoals politieke urgentie of contextdynamiek géén rol spelen?

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 33 van 67

Tevredenheid In het tweede deel van de enquête werd de deelnemers gevraagd te reageren op stellingen. Met 32 stellingen over verschillende thema’s, waarbij de deelnemers op een schaal van -5 tot +5 moesten aangeven in hoeverre ze het met de stelling eens of oneens zijn. Waarbij -5 staat voor volledig mee oneens en + 5 voor volledig mee eens. Van elke stelling wordt aangegeven wat de gemiddelde score is. Dat betekent dat de individuele resultaten bij elkaar zijn opgeteld. Dat cijfer wordt gedeeld door het aantal gegeven antwoorden. Daarmee geven de deelnemers als het ware een gezamenlijk cijfer aan de stelling. Met andere woorden: wanneer twee deelnemers de enquête invulden met respectievelijk een ‘+4’ en een ‘-2’, komt het gemiddelde op (4 - 2)/2 = 1. In deze rapportage wordt het gemiddelde met een x̄ (de letter x met een streepje erboven) aangeven.

Het afwijkingsgemiddelde Naast het gemiddelde berekenden we ook het afwijkingsgemiddelde, de zogeheten standaarddeviatie. Dit cijfer geeft aan in hoeverre de meningen van de participanten uiteen liepen. Wanneer een stelling uit de vragenlijst door twee participanten door hen beide met een ‘1’ is beoordeeld, is het gemiddelde (1 + 1)/2 = 1. Hetzelfde cijfer als in het bovenstaande voorbeeld. Maar dat de antwoorden in het eerste antwoord meer uiteenlopen, is van betekenis. De deelnemers uit het eerste voorbeeld zijn het immers oneens met elkaar, terwijl de deelnemers uit het tweede voorbeeld het juist eens zijn. De standaarddeviatie geeft aan in hoeverre de deelnemers het met elkaar (on)eens zijn. In tabellen wordt met de kleine letter δ (delta uit het Griekse schrift) in deze rapportage het afwijkingsgemiddelde aangeduid. Hoe hoger dit cijfer: hoe meer de meningen verschillen. Door verschillende eerdere, vergelijkbare, onderzoeken met gemeenteraden te hebben uitgevoerd, houdt het Periklesinstituut aan dat een afwijkingsgemiddelde groter dan 2,1 hoog te noemen is. Een afwijkingsgemiddelde kleiner dan 1,7 is laag, een afwijkingsgemiddelde tussen 1,7 en 2,1 is normaal.

Symbolen in de diagrammen De resultaten op de stellingen worden steeds in diagrammen weergegeven. De blauwe kolom geeft op de horizontale as het gemiddelde cijfer aan. Het afwijkingsgemiddelde wordt aangegeven met een grijze stip( ). Daarnaast zijn in de diagrammen de hoogst gegeven en laagst geven waarde aangeven. Deze markering zegt niets over de aantallen keren dat een maximum of minimum score is gegeven; één ervan is genoeg. In de diagram wordt hoogst genoteerde waarde aangeven met een groene driehoek met de punt naar benen gericht ( ). Een rode driehoek met de punt naar boven ( ) geeft de laagst gegeven waarde aan.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 34 van 67

Na de diagrammen zijn de resultaten per stelling ook in een tabel opgenomen. In de kolom aangegeven met x̄ staat het gemiddelde opgenomen, in de kolom δ is het afwijkingsgemiddelde genoteerd. 5,0 4,0 3,0

2,1

2,0

1,8 1,6

1,4 1,4

1,9 1,8 1,8

1,7 1,5

1,9 1,8

1,5

1,8

1,5

2,0 1,9 1,2 1,3

1,2

1,5

1,8 1,7 1,9 1,7 1,9

2,3 1,6

2,1

2,1 1,2 1,4

1,0 0,0 -1,0 -2,0 -3,0 -4,0 -5,0

1

2

3

4

5

6

7

8

9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32

Algemene conclusies De beantwoording van deze set vragen sluit aan bij de vorige uitkomst. Men is kritisch op de kwaliteit van de vergaderingen (0,0-0,5). Dit ligt niet aan de rol van het college (0,1 - dev.1,4). Maar wellicht wel aan een gebrek aan interactie (0,3 - dev. 1,9) tussen de fracties. Ook op de hoofdlijnen blijven is hierbij een belangrijk gedeeld aandachtspunt (3,2 - dev. 1,5). De verhoudingen onderling spelen een rol in de besluitvorming (1,2 - dev. 1,8), maar men voelt zich in behoorlijke mate verantwoordelijk voor een genomen besluit (2,9 - dev. 1,5). Het besluit is een redelijk heldere opdracht waarvan men de afweging kan uitleggen (1,1-1,4), alleen naar buiten toe niet altijd duidelijk. Het vergadermodel zou de kwaliteit van de vergaderingen kunnen verbeteren door enerzijds de interactie tussen fracties te stimuleren en anderzijds deelnemers te dwingen op hoofdlijnen te blijven. De resultaten van de stellingen laten weinig grote uitschieters zien. De grootste maximum scores zijn voor het recht op informatievoorziening (stelling 13, gemiddelde 3,7), informatieverspreiding (stelling 21, gemiddelde -3,4) en de stelling dat de raad vaker op hoofdlijnen moet blijven (3,2). Dit zijn de enige gemiddelde waarden boven 3. De gemiddelde van alle gemiddeld scores is 1,0. Ook de standaarddeviaties zijn relatief laag.

Het gemiddelde ervan is 1,7, waarmee het meningsverschil over de stellingen aan de onderzijde van de marge normaal uitkomt. Dit houdt in dat de meeste antwoorden van de deelnemers rondom de nul zijn gegeven. Natuurlijk zijn er maximale waarden geven – zeker de +5 is in bijna 4/5e van de gevallen genoteerd – maar het merendeel van de antwoorden scoorde dichter bij de middenlijn.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 35 van 67

Daarnaast valt op dat de deelnemers minder vaak de maximum negatieve waarde hebben aangevinkt. Deze stellingen scoren minder vaak extreem negatieve waarden dan extreem positieve waarden. Bij de stellingen over de rolopvatting van de raad wordt de waarde -5 bij slechts één stelling gegeven (stelling 19, ‘Informatie verkrijgen vind ik een taak van individuele raadsleden’). De meeste van de stellingen zijn positief geformuleerd (zoals ‘de raad is goed in staat zijn eigen agenda te bepalen’, stelling 24). In de regel worden de stellingen door de deelnemers even boven de nullijn gewaardeerd. Met andere woorden, de stellingen steeds met een weinig uitgesproken voldoende worden beantwoord, zonder grote meningsverschillen.

<>

σ

1 Ik ben tevreden over de kwaliteit van onze oriënterende vergaderingen.

0,5

2,1

2 Ik ben tevreden over de kwaliteit van onze voorbereidende raadsvergaderingen.

0,4

1,8

3 Ik ben tevreden over de kwaliteit van onze raadsvergaderingen.

0,2

1,6

4 Het college heeft een té prominente rol tijdens de raadsvergaderingen.

0,1

1,4

5 Aan het eind van een raadsbesluit heb ik het gevoel goed op andere fracties te hebben kunnen reageren.

1,2

1,4

6 Er is voldoende interactie tussen fracties tijdens vergaderingen.

0,3

1,9

7 Alleen wanneer de verhoudingen onderling in de raad goed zijn, kan de raad gezamenlijk optreden en daarmee besluiten nemen.

1,2

1,8

8 Als de raad een besluit heeft genomen, is voor de raad de opdracht aan het college duidelijk.

1,1

1,8

9 Als de raad een besluit heeft genomen, is voor het college de opdracht aan het college duidelijk.

0,9

1,7

10 Ik voel me verantwoordelijk voor de besluiten van de raad.

2,9

1,5

11 Als de raad een besluit heeft genomen, is de afweging voor iedereen duidelijk.

0,6

1,9

12 Als de raad een besluit heeft genomen, kan ik zijn afweging uitleggen aan anderen.

1,4

1,8

13 We moeten vaker op de hoofdlijnen blijven tijdens de vergaderingen.

3,2

1,5

14 De raad beschikt op tijd over voldoende kennis/informatie om tot politieke besluiten te komen.

0,1

1,8

15 Werkbezoeken zijn essentieel om je te laten informeren over een komend raadsbesluit.

1,7

1,5

16 (Informele) informatiesessies van de ambtelijke organisatie zijn essentieel om je te laten informeren over een komend raadsbesluit.

2,3

1,2

17 (Informele) informatiesessies van de collegeleden zijn essentieel om je te laten informeren over een komend raadsbesluit.

1,8

1,3

18 Ik ga liever met mijn fractie dan met andere leden van de raad op werkbezoek.

-1,3

2,0

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 36 van 67

<>

σ

19 Informatie verkrijgen vind ik vooral een taak van fracties en individuele leden.

0,0

1,9

20 Ieder raadslid heeft er recht op over dezelfde informatie te beschikken.

3,7

1,2

21 Als ik een (technische) vraag heb gesteld aan het college of een ambtenaar zou het antwoord alleen aan mij ter beschikking moeten worden gesteld.

-3,4

1,5

22 De grif e behoort de bewaker te zijn van de kwaliteit van de informatie.

1,8

1,8

23 De raad bepaalt zijn eigen agenda.

1,9

1,7

24 De raad is goed in staat zijn eigen agenda te bepalen.

0,3

1,9

25 De raad heeft voldoende instrumenten om zijn eigen agenda te bepalen.

1,5

1,7

26 Ik heb een goed overzicht op de besluiten die de raad het komende jaar moet gaan nemen.

-0,5

1,9

27 Technische vragen moeten altijd voorafgaand aan een vergadering zijn beantwoord.

2,1

1,6

28 Het college wordt van tevoren geattendeerd op mondelinge vragen.

0,6

2,3

29 Het college krijgt mondelinge vragen van tevoren in te zien.

-0,6

2,1

30 Moties worden van tevoren rondgestuurd naar andere fracties.

2,3

1,2

31 Amendementen worden van tevoren rondgestuurd naar andere fracties.

2,3

1,4

32 Een 'motie-vreemd' is een ongebruikelijke manier om iets op de agenda te krijgen.

-1,8

2,1

fi

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 37 van 67

Conclusie per onderwerp De stellingen lijst is in onder te verdelen in drie thema’s. Het eerste deel behandelt de politieke besluitvorming, waarmee inbegrepen de rolopvatting van de raad (of de opvatting van de andere doelgroepen daarvan) en de kwaliteit van de politieke besluitvorming. Daarna worden stellingen over informatiepositie en de agendabepaling behandeld.

Rolopvatting De deelnemers geven aan een groot verantwoordelijkheidsgevoel te hebben. De stelling daarover (stelling 10 Ik voel me verantwoordelijk voor de besluiten van de raad) wordt met een gemiddelde van 2,9 beoordeeld. Het afwijkingsgemiddelde is laag (1,5). Stelling

x̄

σ

1 De gemeenteraad zit aan de knoppen bij politieke besluiten.

1,5

1,6

2 Als de gemeenteraad vergadert is het duidelijk dat het hoogste orgaan spreekt.

1,0

1,5

3 Als raad kunnen we goed duidelijk maken wat we van het college willen.

1,2

1,5

4 De taak van het college is om de raad ervan te overtuigen dat een raadsvoorstel een goed idee is.

1,2

2,0

5 Een raad die gericht is op het college straalt meer gezag uit dan een raad waar de raadsleden zich op elkaar richten.

0,2

2,0

6 De kwaliteit van het debat is sterk afhankelijk van de opstelling van het college.

0,4

1,9

7 Als de raad een voorstel bespreekt, voldoet het altijd aan de kaders die de raad zelf heeft gesteld.

-0,2

1,7

8 Besluitvormende raadsvergaderingen zijn de facto overbodig.

-2,5

2,1

9 Raadsvolgers zijn noodzakelijk voor het functioneren van de gemeenteraad.

2,6

2,1

10 Ik beschouw fractievolgers als collega-raadsleden.

2,0

2,7

11 Ik ben tevreden over de kwaliteit waarop raads- en besluitvoorbereidende vergaderingen worden voorgezeten.

1,1

1,6

12 De voorzitter van de vergadering moet meer handhaven op de regels.

0,8

1,2

13 De voorzitter geeft mij voldoende ruimte om mijn vragen te stellen.

2,3

1,6

14 De voorzitter geeft mij voldoende ruimte om mijn opmerkingen te plaatsen.

2,0

1,3

15 De voorzitter geeft mij voldoende ruimte om interrupties te plaatsen.

2,2

1,3

16 De voorzitter moet de vergadering strakker leiden.

0,9

1,9

17 We moeten vaker luisteren als de voorzitter optreedt.

1,0

1,4

Het oordeel geeft aan dat de deelnemers over het algemeen met tevredenheid terugkijken op een politiek proces, ook wanneer men bijvoorbeeld tegenstemde, of door concessies of compromissen niet alles heeft binnen gehaald. Daar moet bij worden geconstateerd dat stelling 11 Als de raad een besluit heeft genomen, is de afweging voor iedereen duidelijk fors lager scoort (0,6) en met een hoger meningsverschil (afwijkingsgemiddelde 1,9). Hoewel men zich verantwoordelijk acht, is het moeilijker om de gemaakte afweging te zien of uit te leggen

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 38 van 67

(stelling 12 Als de raad een besluit heeft genomen, kan ik zijn afweging uitleggen aan anderen, gemiddelde 1,4) De relatief hoge waarde bij de stelling We moeten vaker op de hoofdlijnen blijven tijdens de vergaderingen. (Stelling 13, gemiddelde 3,2, afwijkingsgemiddelde 1,5) wijst aan dat de deelnemers constateren dat vergaderingen nog al eens in details kunnen verzanden. Deze uitkomst kan naast de uitslagen over de uitkomst van vergaderingen er op wijzen dat de deelnemers eerder afwegingen op kleinere details zien dan dat politieke kwesties worden afgewogen. Met andere woorden, besluiten van de raad laten minder goed zien welke politieke keuzes zijn gemaakt, en duiden vaker termen als uitvoerbaarheid of mate van (maatschappelijke) acceptatie.

Tevredenheid politieke besluitvorming Bij de stellingen over de tevredenheid van de politieke besluitvorming vallen de verschillen in de waardering op. Kort door de bocht gezegd wordt men minder tevreden, hoe dichterbij de besluitvorming komt. Het afwijkingsgemiddelde daalt, dus in de matige tevredenheid is men het vaker eens. Met het verzamelen van informatie en het vormen van beelden begint de raad goed aan het besluitvormingsproces, maar tot een naar ieders tevredenheid lopende besluitvorming leidt het niet. Vooral de mate van interactie lijkt een oorzaak te zijn. In de raadsvergaderingen is te weinig tijd om de afwegingen goed uit te spreken, in de oordeelvorming komen ze nu niet goed tot hun recht.

Informatiepositie De deelnemers zijn niet zo heel tevreden over hun informatiepositie. De stelling De raad beschikt op tijd over voldoende kennis/informatie om tot politieke besluiten te komen soort met 0,1 net boven de nullijn. Het afwijkingsgemiddelde (1,8) erbij valt binnen de marge van wat normaal mag worden geacht, al is het voor deze resultaten relatief hoog. Men hecht enorm aan een gelijk speelveld voor wat betreft informatie (3,7 - dev. 1,2) en beantwoording van vragen moet dan ook gedeeld worden (-3,4 - dev. 1,2). Men laat zich ook graag over de fracties heen informeren (-1,3 - dev. 2,0), alhoewel de meningen daar verdeelder zijn. Positief wordt er gesproken over werkbezoeken (stelling 15, gemiddelde 1,7), over vooral de noodzaak van informatiesessies van de ambtelijke organisatie (stelling 16, gemiddelde 2,3) ) en – iets minder – door collegeleden (stelling 17, gemiddelde 1,8). De respondenten zijn het relatief eens met elkaar dat verschillende technische sessies belangrijk zijn om zich te laten informeren (1,7-2,3 - dev. 1,2-1,5) en dat de grif e een rol heeft in het bewaken van de kwaliteit van de informatie (1,8 - dev. 1,8). Maar men mist een bepaald volume. Ook de bruikbaarheid van informatie kan hier het oordeel beïnvloeden. ‘Informatie’ is op zich een nog ruim begrip.

De informatie die door of via het college wordt aangereikt, of op andere manier door raadsleden of raadsvolgers wordt verzamelt moet ook bruikbaar zijn voor het politieke debat. Men is het niet met elkaar eens als het gaat om de eigen verantwoordelijkheid bij het verkrijgen van informatie (0,0 - dev. 1,9).

Pagina 39 van 67

fi

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Belangrijkste vraag die de raad moet beantwoorden is in hoeverre het vergadermodel de informatievraag moet ondersteunen. Is dit een verantwoordelijkheid van de raad gezamenlijk of individueel? En waar legt men de grens?

Kwaliteit raadsvoorstellen Als onderdeel van de enquête werd de deelnemers gevraagd de kwaliteit van de raadsvoorstellen te beoordelen. Een kleine meerderheid beschouwt deze als voldoende (52 procent). De lengte en het detailniveau scoren een kleine voldoende, respectievelijk 57,1 en 57,8 op een schaal van 0 tot 100). Over de volledigheid is men iets minder tevreden, de score is met 53,1 onvoldoende. De publieksvriendelijkheid scoort ruim onvoldoende (44,8).

Agendabepaling Getuige de uitkomsten zou de raad graag meer gebruik willen maken van zijn mogelijkheden de agenda te bepalen. De deelnemers zijn er als eerste wel normatief in. De stelling De raad bepaalt zijn eigen agenda (stelling 23) krijgt een 1,9. Ook lijkt men tevreden over de mogelijkheden daartoe. Stelling 25 De raad heeft voldoende instrumenten om zijn eigen agenda te bepalen wordt een 1,5 gegeven (afwijkingsgemiddelde 1,7). Het vergadermodel zou dus ondersteunend moeten zijn ten opzichte van het gebruik van een termijnagenda. Descriptief is er meer ontevredenheid over de invloed op de agenda. Minder tevreden is met over het daartoe in staat zijn (stelling 24). Het gemiddelde is met 0,3 ink lager. Het afwijkingsgemiddelde is óók hoger: 1,9. Dit zou ook het relatief hogere afwijkingsgemiddelde bij stelling 23 kunnen verklaren. Stelling

x̄

σ

23 De raad bepaalt zijn eigen agenda.

1,9

1,7

24 De raad is goed in staat zijn eigen agenda te bepalen.

0,3

1,9

25 De raad heeft voldoende instrumenten om zijn eigen agenda te bepalen.

1,5

1,7

26 Ik heb een goed overzicht op de besluiten die de raad komend jaar moet gaan nemen.

-0,5

1,9

27 Technische vragen moeten altijd voorafgaand aan een vergadering zijn beantwoord.

2,1

1,6

28 Het college wordt van tevoren geattendeerd op mondelinge vragen.

0,6

2,3

29 Het college krijgt mondelinge vragen van tevoren in te zien.

-0,6

2,1

30 Moties worden van tevoren rondgestuurd naar andere fracties.

2,3

1,2

31 Amendementen worden van tevoren rondgestuurd naar andere fracties.

2,3

1,4

32 Een 'motie-vreemd' is een ongebruikelijke manier om iets op de agenda te krijgen.

-1,8

2,1

Middelen om de agenda te bepalen hebben, is immers niet hetzelfde als in staat zijn ze te kunnen gebruiken. Ook kunnen er andere omstandigheden zijn die het gebruik niet effectief maken. Bij de beoordeling van de raadsinstrumenten in deel X van de enquête komen deze mogelijkheden meer gedetailleerd aan bod.

Pagina 40 van 67

fl

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Bestuurlijke rollen en beleidsvorming In het besluitvormingsproces onderneemt de raad verschillende activiteiten. Naast het formele vergaderen zijn er kennisbijeenkomsten en werkbezoeken. Daarnaast zijn er informele contacten tussen de fracties, bijvoorbeeld over de inzet van raadsinstrumenten. Ook deze bezigheden zijn onderdeel van de politieke besluitvorming. In dit deel vroegen we de deelnemers in welke fase van het besluitvormingsproces ze het inzetten van raadsinstrumenten en andere activiteiten plaatsen. Dit geeft een beeld over de perceptie van de inrichten van de verschillende soorten vergaderingen.

Het gebruik van raadsinstrumenten De respondenten geven aan dat moties en amendementen vaak vooraf tussen de fracties gedeeld worden (2,3 met dev. 1,2 en 1,4). Een ‘motie-vreemd’ is hierbij een gebruikelijke manier om iets op de agenda te krijgen, alhoewel niet iedereen het daarmee eens is (-1,8 met dev. 2,1). Verder is men het eens met de uitspraak dat technische vragen altijd voorafgaand aan een vergadering moeten zijn beantwoord (2,1 met dev. 1,6). Men verschilt echter fors van mening of het college van tevoren wordt betrokken bij mondelinge vragen (0,6 en -0,6 met dev. 2,3 en 2,1).

veel te weinig

te weinig

genoeg

vaak

8

16

veel te vaak

Moties Amendementen Agenda-initiatieven Interpellatie Initiatiefvoorstellen Schriftelijke vragen Mondelinge vragen Raadsonderzoeken Moties vreemd Verzoeken om ambtelijke bijstand 0

24

32

Initiatiefvoorstellen en verzoeken om ambtelijke bijstand zouden volgens de respondenten vaker moeten worden gebruikt door de raadsleden. In mindere mate geldt dit ook voor agenda-initiatieven, interpellatie en raadsonderzoeken. Het zou minder mogen met de inzet van schriftelijke en mondelinge vragen en in mindere mate moties vreemd.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 41 van 67

De vraag is in hoeverre een model hier aan oplossing voor kan bieden. Het te veel of te weinig gebruiken van raadsinstrumenten is eerder een uiting van vaardigheden en cultuur dan de uiting van een gebruikt vergadermodel. Moties tenslotte worden primair gebruikt om beleid veranderd te krijgen. Daarnaast ook om te laten zien wat er speelt in de samenleving of om onderwerpen op de politieke agenda te zetten. Ook vaak hoog genoemd is de overweging om politieke idealen in iets praktisch om te zetten. Politiek scoren, anderen strategisch voor te blijven of fouten van het college tegengaan wordt het laagst beoordeeld in de overwegingen. Er blijken verschillende interpretaties te zijn over wanneer welk instrument moet worden ingezet of wanneer welke activiteit moet worden ontplooit. Tijdens de raadsbijeenkomst merken enkele leden op dat dezelfde instrumenten verschillende doelstellingen kunnen hebben. Net als verschillende activiteiten. Dat is correct. De vraag is of deze verschillen dan altijd duidelijk zijn, en of doelstelling van instrumenten of activiteiten wel door alle leden hetzelfde worden geïnterpreteerd.

Activiteiten in fasering Over een aantal onderdelen zijn de respondenten eensgezind over in welke fase van de besluitvorming dit thuishoort. Over een aantal andere onderdelen bestaat een ink verschil van inzicht. Standpuntbepaling van de fractie wordt door 50% in de oordeelvormende fase en door 45% in de besluitvormende fase geplaatst. Het indienen van moties en amendementen wordt door 40% in de oordeelvormende fase en door 60% in de besluitvormende fase geplaatst. Het spreekrecht van burgers en het stellen van technische vragen aan het college wordt door 65% in de beeldvormende fase geplaatst en door 35% in de oordeelvormende. Het stellen van politieke vragen aan het college en aan andere fracties wordt door 35% in de beeldvormende fase en door 65% in de oordeelvormende fase geplaatst. Beeldvorming

Oordeelsvorming

Besluitvorming

Werkbezoek met de hele raad Werkbezoek met de fractie Meningsvorming binnen de fractie Standpuntbepaling van de fractie Indienen van moties/amendementen Onderhandelen over moties/amendementen Spreekrecht burgers Technische vragen stellen aan het college Politieke vragen stellen aan het college Politieke vragen stellen aan andere fracties 0

8

16

32

Pagina 42 van 67

fl

Evaluatie vergaderwijze Rheden

24

Voordat een uitspraak gedaan kan worden over welk model het meest passend is, zou over de plaats van de deliberatie een breder gedragen gemeenschappelijk beeld moeten zijn.

Snap ik het voorstel Snap ik waarom het voorstel gedaan wordt Begrijp ik de maatschappelijke doelstelling van het voorstel Heb ik een mening gevormd over het voorstel Weet ik met welke andere fractie ik in debat moet Heb ik me een beeld gevormd over het draagvlak in de samenleving Weet ik wat me te doen staat voor de raadsvergadering 0

Eerste keus Zesde keus

Tweede keus Zevende keus

Derde keus

8

Vierde keus

16

24

32

Vijfde keus

In een vraag over de gewenste opbrengst van de besluitvoorbereidende vergaderingen komt eenzelfde onevenwichtig beeld. De ondervraagden die menen dat besluitvoorbereiding vooral de ruimte moet hebben geboden om vragen te stellen is net zo groot als de groep die juist ziet dat er een beeld van de voor- en tegenargumenten moet zijn ontstaan. Slechts het innemen van een voorlopig standpunt scoort laag. Ook bij de stelling wat de persoonlijke opbrengst van de besluitvoorbereiding moet zijn, is het antwoord sterk wisselend. De voorbereidende vergaderingen hebben als effect dat de respondenten vooral snappen welk voorstel gedaan wordt en tot op zekere hoogte ook waarom. Sommige respondenten hebben zich een mening kunnen vormen. De maatschappelijke implicaties zijn echter minder helder, net als het beeld op draagvlak in de samenleving. Onduidelijk is met welke fracties er een

32%

13%

32%

23%

Fracties kunnen vragen stellen over de agendapunten Fracties kunnen vragen stellen aan andere fracties Iedere fractie geeft een voorlopige mening over het besluit Iedere fractie moet een beeld hebben van de voor- en tegenargumenten

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 43 van 67

meningsverschil is over het voorstel. Een aanpassing aan het vergadermodel zou meningsvorming en onderling debat in deze fase moeten ondersteunen. Dezelfde verschillen zijn merkbaar in de antwoorden op de stellingen met betrekking tot de bestuurlijke verhoudingen. De raad stelt tevreden te zijn over de mate waarin hij zich op kan stellen als ‘het hoogste bestuursorgaan’. De stellingen over het gepercipieerd gezag scoren een voldoende met lage afwijkingsgemiddelden. De meningsverschillen nemen toe wanneer men de rol van de besluitvormende vergaderingen beoordeeld. De stelling Besluitvormende raadsvergaderingen zijn de facto overbodig scoort ruim negatief (-2,5); men ziet de behoefte van een vergadering aan het eind van het besluitvormingsproces. De stelling wordt echter wel een hoger afwijkingsgemiddelde gegeven (2,1). Ook bij stellingen over de rol van het college in het besluitvormingsproces kent grotere afwijkingsgemiddelde. De stelling De taak van het college is om de raad ervan te overtuigen dat een raadsvoorstel een goed idee is (stelling 4. Gemiddelde 1,2, afwijkingsgemiddelde 2,0) wordt niet geheel eenduiding beantwoord. Zo bestaat er verschil van inzicht of het de taak van het college is de raad te overtuigen dat een raadsvoorstel een goed idee is (1,2 dev.

2,0) en of een raad die zich richt op het college meer gezag uitstraalt dan een raad die zich voornamelijk op elkaar richt (0,2 dev. 2,0). Dit wordt nog ondersteund door de beantwoording dat de kwaliteit van het debat sterk afhankelijk is van de opstelling van het college (0,4 dev. 1,9).

De raadsvolgers Tot slot valt op dat er verschillend wordt gedacht over de rol die de raadsvolgers innemen. Alhoewel raadsvolgers gemiddeld genomen als belangrijk voor het functioneren van de gemeenteraad gezien wordt, wordt dit niet door iedereen zo gezien (2,6 dev. 2,1). Ditzelfde beeld rijst op uit de beantwoording van de vraag of raadsvolgers als collega-raadsleden gezien worden (2,0 dev.2,7).

9% 28% Experts op deelgebieden Plaatsvervangers van de raadsleden Ondersteuners van de raadsleden Anders, namelijk

38% 25%

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 44 van 67

Uit de enquête – en de terugkoppeling – blijkt dat de fracties in Rheden verschillend omgaan met hun raadsvolgers. De stelling Ik beschouw raadsvolgers als collega-raadsleden heeft een voor deze resultaten zeer hoog afwijkingsgemiddelde (2,7). De ene fractie stelt raadsvolgers bij wijze van spreken voor als ‘raadsleden maar dan zonder stemrecht’, de andere ziet een meer onderzoekende rol en verwacht dat het debat pas door raadsleden wordt gevoerd. Voor beide manieren is iets te zeggen (ze hebben beide voordelen en kennen beide bezwaren) maar dat de modellen naast elkaar bestaan kan een goed gebruik van het vergadermodel in de weg staan. Het is belangrijk in ieder geval enige overeenstemming over de rol van de raadsvolgers én daarmee de rol van de oordeelvormende vergaderingen te bereiken. Bij de stellingen over de bestuurlijke verhoudingen werd de deelnemers ook gevraagd de manier van het voorzitten van de commissie- en raadsvergaderingen ter beoordelen. Men geeft aan er in grote lijnen tevreden over te zijn. Al kan wel gezegd worden, dat de voorzitter veel verantwoordelijkheden toegeschreven krijgt. Dat vraagt voor de voorzitter een goede balans, en vaardigheden deze taken naast elkaar uit te voeren. Bovenstaande conclusie wordt ondersteund door de beoordeling van de verschillende aspecten van het voorzitterschap: deze scoren gemiddeld allemaal voldoende.

Aandachtspunten zijn het bewaken van de tijd, het bewaken van de kwaliteit van de vergadering en mindere mate het bewaken van de kwaliteit van de vergaderopbrengst. Vooral de eerste twee krijgen een hoge prioriteit van de respondenten. Het bewaken van de orde scoort wat prioriteit betreft het allerhoogst, het bewaken van de tijd haalt de op een na hoogste.

De Agendacommissie De Agendacommissie wordt in de enquête een brede rol toegedicht. Als belangrijkste taken van de agendacommissie zien de respondenten de taken die met planning te maken hebben. De Raadsleden eerstvolgende cyclus plannen wordt het Ervaren raadsleden meest genoemd (90%), met daarna de controle of het college zich aan de Fractievoorzitters planning van de bespreekstukken houdt (85%). Toch ziet een ruime meerderheid Een afspiegeling van de raad ook een taak als het gaat om het Commissievoorzitters bespreken van de kwaliteit van de 0 8 16 24 32 vergaderingen (60%). Een meerjarige planning bijhouden kan op actieve steun van 60% van de respondenten rekenen, terwijl 20% het hiermee niet eens is. De grif e wordt genoemd in drie van de vier vrije antwoorden. Naast de planning van de eerstvolgende cycli vinden de deelnemers dat de Commissie zich ook m het richten op het bijhouden van een meerjarige planning. Een meerderheid van de geënquêteerden (57 procent, guur [NUMMER] vindt dan ook dat de raad zo’n meerjarenplanning er op na moet houden.

Pagina 45 van 67

fi

fi

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Ook moet de commissie evaluatief naar de vergaderingen kijken, al hoeft zij de kwaliteit niet te borgen. De respondenten zien de agendacommissie het liefst bemenst met fractievoorzitters en het minst graag met commissievoorzitters. Een afspiegeling van de raad en ervaren raadsleden zijn de twee meest genoemde andere opties. Dit beeld komt terug in de beantwoording van de open vraag. De meeste ondervraagden, ruim 61 procent ervan, geven aan dat het belangrijk is dat in de Agendacommissie alle fracties plaatsnemen. Ruim een kwart vindt dit zelfs noodzakelijk. Uit de open vragen blijkt dat men vooral op zoek is naar senioriteit en een houding van ‘boven de partijen’ van de deelnemers. Ook wordt er voor een roulatiesysteem gepleit.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 46 van 67

Participatie De raad is het hoogste orgaan, maar natuurlijk omdat hij de volksvertegenwoordiging is. Het is dus volstrekt logisch dat een gemeenteraad ook na de verkiezingen naar manieren zoekt om deze samenleving bij de beleids- en besluitvorming, en zelfs de uitvoering ervan, te betrekken. De behoefte inwoners beter of anders te betrekken bij beleidsvorming is goed begrijpelijk. Inwoners geven steeds vaker zelf al aan bij beleid betrokken te worden. Veranderende wetgeving, zoals de Participatiewet, heeft ook bijgedragen aan een groei van de wens zelfredzaam te zijn. Daarnaast zijn de mogelijkheden tot een bredere participatieagenda aangemoedigd door de debatten over de toekomstige Wet Versterking participatie en de Omgevingswet. Stelling

x̄

σ

1 Onze burgers zijn niet geïnteresseerd in de gemeentepolitiek.

0,4

1,7

2 Onze burgers snappen onze raadsbesluiten.

-1,3

1,5

3 Als de raad een besluit heeft genomen, kan ik uitleggen of toelichten hoe dat tot stand is gekomen.

1,5

1,3

4 Ik heb het gevoel dat de samenleving betrokken is bij mijn raadswerk.

-0,3

1,5

1,1

2,1

0,9

1,7

0,0

1,1

0,4

1,4

1,1

1,1

10 De betrokkenheid in politieke besluiten is groot in onze gemeente.

-1,2

1,4

11 Burgers hebben onvoldoende invloed op het politieke proces.

0,8

1,7

12 Vragen van inwoners kan ik kwijt in mijn raadswerk.

1,5

1,5

13 Onze gemeenteraad betrekt onze inwoners in voldoende mate bij de beleidsvorming.

-0,7

1,5

14 Onze gemeenteraad betrekt onze inwoners in voldoende mate bij de besluitvorming.

-0,7

1,6

5 Het spreekrecht is een effectieve manier voor inwoners om invloed uit te oefenen op de beleidsvorming. 6 Het spreekrecht is een effectieve manier voor inwoners om invloed uit te oefenen op de besluitvorming. 7 Ik stel geregeld mijn mening bij nadat er is ingesproken. 8 Ik merk dat andere raadsleden/fracties geregeld hun mening bijstellen nadat er is ingesproken. 9 Als ik uitleg of toelicht hoe een besluit tot stand is gekomen, begrijpen mensen die uitleg.

15 Met welke middelen zou je de inwoners de komende periode willen betrekken (max. 300 tekens)?

In dit deel ondervroegen we de deelnemers over hun beleving bij de betrokkenheid van de samenleving, en de mogelijkheden om hen m eer en/of beter te betrekken bij beleids- en besluitvorming. Op het moment ervaart de raad maar weinig betrokkenheid van die samenleving. Uit de in deel 1 van de enquête opgestelde woordwolk blijkt al afstand. Ook bij de stellingen over de relatie met de samenleving blijkt weinig gepercipieerde betrokkenheid. Begrip over het raadswerk scoort negatief (Stelling 2. Gemiddelde -1,3). Uitleg door een raadslid lijkt wel een positieve bijdrage te leveren aan het begrip over raadsbesluiten. Men geeft in de

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 47 van 67

terugkoppelingsbijeenkomst aan dat deze uitleg niet zo zeer argumentatief is (‘Welke afweging is er gemaakt?”) dan wel procedurele (‘Op welke manier is dit besluit tot stand gekomen?’). De effecten van het spreekrecht worden niet echt gemerkt. De leden geven aan dat spreekrecht niet per se een krachtig element is. Al wordt over de effectiviteit van het spreekrecht wel wisselend gedacht. Naar de perceptie van de deelnemers stellen de leden niet heel vaak hun mening bij in de besluitvorming. In de open vragen geven de deelnemers wel aan naar andere vormen op zoek te zijn om de samenleving te betrekken, zoals burgerberaden en informerende bijeenkomsten. Uit de enquête blijkt dat er op het moment nogal wat distantie wordt ervaren. Het toevoegen van instrumenten of mogelijkheden voor inwoners om te participeren alleen zal daarom de mate van participatie niet meteen vergroten. Dat hier in de perceptie van de respondenten ook een rol bij de raad ligt, blijkt uit de negatieve scores op de vraag of de raad de bewoners voldoende betrekt (-0,7 dev.1,5-1,6). De raad kan overwegen extra initiatieven te ontplooien om eventuele nieuwe methoden om te participeren in de beleidsvoering onder de aandacht te brengen. En helder communiceren over de effectiviteit van de input. Tegelijkertijd is voorzichtigheid passend.

Evaluaties van vormen van meervoudige democratie laten zien dat de deelname vaak geen goede afspiegeling van de samenleven participeert aan deze inspanningen. De raad, als hoogste orgaan eindverantwoordelijk voor de besluitvorming, zal hier waakzaam op moeten zijn.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 48 van 67

Organisatie van de vergaderingen Om betere afspraken te maken over de momenten waarop wordt vergaderd, beantwoorden de geënquêteerden enkele vragen over de vergaderorganisatie. Daaruit blijkt een ruime voorkeur voor disdag als vast vergaderdag. Bij de vraag of vergaderingen ook overdag kunnen worden georganiseerd zijn de stemmingen bijna gelijk verdeeld.

Is overdag vergaderen een optie?

0

8

16

24

32

Men lijkt geen voorkeur te hebben voor een spreektijdenregeling in de besluitvoorbereidende vergaderingen. De helft van de deelnemers ziet wel de meerwaarde van een spreektijdbeperking in de raadsvergaderingen. Over de effecten van een spreektijdenregeling hebben de deelnemers naar het zich laat aanzien geen sterke mening. Wel is er twijfel over of de vaardigheden om kort te spreken op orde zijn. Het gemiddelde op de stelling Onze raadsleden zijn spreekvaardigheid genoeg om met een spreektijdregeling om te gaan is met 0,6 niet nog en kent een relatief hoog afwijkingsgemiddelde (2,0). Voorbereidende

Oriënterende

Raad

Maandag

Maandag

Maandag

Dinsdag

Dinsdag

Dinsdag

Woensdag

Woensdag

Woensdag

Donderdag

Donderdag

Donderdag

Vrijdag

Vrijdag

Vrijdag

0

8

16 24 32

Evaluatie vergaderwijze Rheden

0

8

16 24 32

0

8

16 24 32

Pagina 49 van 67

Bijlage 2 Soorten democratie Democratie kent meerdere vormen. Allereerst zijn er verschillende democratische structuren — de democratie van de VS is anders georganiseerd dan in Nederland. Dichter bij huis zijn er ook opmerkelijke verschillen in democratische structuren van gemeenten ten opzichte van de om ons heen liggende landen: wel of niet een r e c h t s t r e e k s g e k o z e n b u r g e m e e s t e r, d u a l e o f m o n i s t i s c h e s t e l s e l s , verantwoordelijkheden, enzovoorts. Naast de democratische structuur kan ook de democratische cultuur verschillen. Democratische cultuur is niet zo zeer de manier waarop de democratie is vormgeven, maar hoe mensen hem beleven. Hier zijn vier typologieën2 voor te geven. Elk van deze soorten komen in zuivere vorm niet echt voor. Het zijn modellen, dus slechts een simpli catie van de werkelijkheid en nooit een beschrijving ervan. De vier modellen beschrijven in grote lijnen hoe met name de deelnemers van democratie haar zien, en welke verwachtingen ze er bij hebben. De indeling geschied langs twee lijnen. De eerste beschrijft in twee uitersten. De eerste is de vraag hoe de volksvertegenwoordiger zich tot de samenleving verhoudt.

Ligt de verantwoordelijkheid voor het debat bij volksvertegenwoordigers of zijn zij ‘slechts’ de spreekbuis van hun achterban? De tweede beschrijft of een meerderheidsbesluit of unanimiteit het streven moet zijn. Is democratie per de nitie de stem van een meerderheid of moet je altijd proberen iedereen mee te krijgen?

Vier soorten democratie

2 Uit Vitale democratie, Frank Hendriks. AUP (2006)

Pagina 50 van 67

fi

fi

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Om duidelijk te maken welke verwachtingen volksvertegenwoordigers van hún democratie hebben, zijn de modellen goed bruikbaar. De typologieën zijn dan de start van het gesprek over hoe de raadsleden zich willen verhouden tot elkaar en tot de bevolking. Ze spreken daarmee verwachtingen uit over de vorm en omvang van het onderling debat en het belang om en de wijze waarop de samenleving te willen betrekken bij de beleidsvorming. In de praktijk zullen bestaande democratische culturen een mengvorm zijn. Daarnaast is het ene onderwerp meer geschikt voor een bepaalde vorm dan een andere. Een burgerberaad organiseren over een onderwerp wat breed leeft in de samenleving is makkelijker dan voor een onderwerp wat weinig tot de verbeelding spreekt. Naast de praktische bruikbaarheid, hebben mensen vaak een voorkeursvorm. Deze is ingegeven door een eigen politieke oriëntatie maar ook weerspiegelt deze keuze de politieke en parlementaire cultuur van de eigen gemeente. Deze keuzes zijn bepalend voor de manier waarop politici hun deliberatie willen voeren, bijvoorbeeld welke ruimte de oordeelvormende fase in het vergadermodel in hoort te nemen. Ook zegt het niets over de omvang en vormen van participatie die de raad graag ziet georganiseerd. Door middel van het beantwoorden van dilemma-stellingen gaven de deelnemers aan welke ‘soort’ democratie zij zelf het beste bij de gemeente vinden passen.

Uit paren van stellingen moesten ze steeds kiezen welke stelling het best past. Uit deze antwoorden is de aggregatie gemaakt welke ‘soort’ democratie het best bij hun beleving en verwachtingen hoort. In deze enquête worden alleen de gezamenlijke resultaten gegeven. Zo worden de voorkeuren van alle leden duidelijk.

Penduledemocratie

In een penduledemocratie geldt het recht van de grootste. De uitkomst wordt bepaald door de stem van de meerderheid. Een voorbeeld van de penduledemocratie vind je in het Verenigd Koninkrijk of de VS. Maar ook in de meer pluriforme meerpartijendemocratie van Nederland kan een penduledemocratie voorkomen. De meerderheid is dan niet één grootste fractie maar een coalitie van fracties, soms met een middenpartij die in beide ‘kampen’ kan optreden. Bij een penduledemocratie wordt de uitkomst meer door de macht van het getal bepaald dan door inhoudelijk debat. De term penduledemocratie slaat op de beweging die deze vorm van democratie vaak maakt na verkiezingen. Nadat de ene meerderheid een bestuursperiode heeft geregeerd, zal vaak de minderheid, de oppositie, groeien en het regeerstokje overnemen. Een proces wat zich na volgende verkiezingen weer kan herhalen, waardoor een slingerbeweging ontstaat.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 51 van 67

Consensusdemocratie

Het typische kenmerk van een consensusdemocratie is overleg. De bestuurders hebben veelvuldig overleg met belangengroepen, vakverenigingen en zelfs particuliere organisaties. Dit wordt het maatschappelijk middenveld genoemd. De deliberatie gaat vaak gepaard met onderhandelingen met deze organisaties, en minder in het parlement. Het inhoudelijke overleg zijn al vóór de besluitvormende vergadering gevoerd. De beraadslaging bij de besluitvormende vergadering is meestal ter legitimering. Het parlement legt uit hoe de overeenstemming tot stand is gekomen. Waar er consensus over is, maar ook welke concessies zijn gedaan en welke compromissen zijn bereikt. Politici in een consensusdemocratie zien zichzelf daarom meer als scheidsrechter van het politieke spel dan als speler er in. De legitimiteit van de zorgvuldige procedure staat voorop.

Kiezersdemocratie

Luisteren naar de burger, dat is de mores in een kiezersdemocratie. Vooral naar het oordeel van de burger. Voorstanders van deze vorm van democratie zijn propagandisten van het inzetten van aanvullingen op de parlementaire democratie zoals peilingen en referenda. Deze uitkomsten zijn leidend voor de stemming. De kiezersdemocratie heeft er baat bij de kiezer goed te informeren; ze heeft kwalitatieve massamedia nodig waarmee kiezers snel een eigen mening kunnen vormen. In traditionele en sociale media zullen deskundigen en opiniemakers de hoofdrol spelen. Ook politici zelf hebben daar een rol. Hun bijdrage in en om het parlement is niet zozeer op het parlement gericht, maar op de meningsvorming bij de bevolking. Het debat is niet intern – erop gericht om opponenten te overtuigen – maar om de achterban aan te moedigen. Ze doen dat met felle retoriek, populistische technieken worden daarbij niet geschuwd.

Participatiedemocratie

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Samen komen we er wel uit, zeggen voorstanders van de participatiedemocratie. Dat samen, moet je letterlijk nemen. Politici van de participatiedemocratie organiseren graag meervoudige democratie zoals

Pagina 52 van 67

fl

hoorzittingen, burgerberaden, buurtpanels en andere deliberatieve vormen. Daar geldt dat iedere inbreng gelijk of gelijkwaardig is. In deze vorm zien politici er op toe dat de participatie rechtmatig en rechtvaardig verloopt. Als een egalitaire bijdrage om de een of andere reden niet mogelijk is, gaat dat ten koste van de kwaliteit en legitimiteit van de uitkomst. Daarnaast doet participatiedemocratie een ink beroep op de tijd en politieke vaardigheden van kiezers. In feite wordt in een kiezersdemocratie de verantwoordelijkheid van het parlement teruggelegd bij de inwoners. Zij delibereren, de politici zijn er om die dialoog aan te moedigen en meesprekers te ondersteunen of te begeleiden. Maar de bewoners doen het werk.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 53 van 67

Bijlage 3 Raadsconferenties Tijdens de raadsconferentie in september 2023 spraken de deelnemers middels het Meetlintdebat over de organisatie van de politieke besluitvorming en de samenwerking tussen raad en college. Het Meetlintdebat is een debatvorm waarbij deelnemers hun positie kiezen langs een lint. Een letterlijk lint met aan de ene zijde een plus en aan de andere zijde een min. Na het noemen van de stelling wordt de deelnemers gevraagd fysiek op het lint plaats te nemen op een plek die het meest overeenkomst met hun gevoel. Dat hoeft niet helemaal ‘voor’ of ‘tegen’ te zijn, maar kan ook met reserves, nuances en andere mitsen en maren zijn. Juist over die nuances hoort immers te worden gesproken.

Bij de stellingen vraagt de gespreksleider bij de deelnemers door naar het ‘waarom’ van de gekozen positie. Hierdoor worden niet alleen posities zichtbaar, maar juist ook nuances, zorgen en overwegingen. Wanneer een van de raads- of collegeleden in het Meetlintdebat bijvoorbeeld met zijn positie kenbaar maakt dat de interactie onvoldoende is, wordt hem gevraagd uit te leggen hoe de vergaderingen beter worden wanneer de interactie toeneemt.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 54 van 67

1. Het college speelt een te prominente rol tijdens vergaderingen Een kleine meerderheid van de deelnemers gaat bij deze stelling op de eerste helft van de pluszijde staan. ‘De intentie van de collegeleden is de goede,’ zegt een van de deelnemers. Maar men constateert wel dat er heel veel informatie wordt gegeven tijdens de vergaderingen. De iets kleinere groep staat vanaf het midden aan de minzijde. Ze wijzen erop dat de leden zélf veel vragen. ‘Wij stellen ons graag op als dienaars van de raad,’ zegt een collegelid met lichte ironie. ‘Als het college al een prominente rol heeft, dan is dat om dat wij hen die geven,’ vat een raadslid samen. Het beter vormgeven van de raadsinformatie zou wel kunnen helpen, meent een deelnemer. Dat levert niet per se meer of betere informatie op, maar wel voor de raad meer bruikbare informatie.

2. Het is de eigen verantwoordelijkheid van een raadslid of fractie om over voldoende informatie te beschikken in iedere fase van het besluitvormingsproces De stelling levert een evenredige verdeling op, met een grotere groep verzameld rondom het midden. De deelnemers aan de minzijde wijzen op de rol van het college om de raad ‘alle informatie te verstrekken die hij nodig heeft voor de besluitvorming’ zoals de Gemeentewet het zegt. ‘Je weet niet wat je niet weet,’ zegt een deelnemer erbij. De leden aan de pluszijde leggen de benaderbaarheid van het college voor. ‘Je kunt de wethouder even bellen.’

Aan beide zijden van het lint blijkt er toch een bepaalde behoefte te zijn aan meer informatiemanagement. ‘We moeten wel snappen waarom een voorstel wordt gedaan op de manier waarop we het krijgen.’

3. Nieuwe argumenten horen in principe niet thuis bij besluitvormende raadsvergaderingen Met een aanzienlijke meerderheid staan de deelnemers aan de pluszijde. ‘In principe ben ik het er mee eens,’ ligt iemand toe. Er zijn immers altijd gevallen denkbaar waar een raadslid pas op een laat moment nieuwe informatie krijgt. Deelnemers aan de minzijde leggen uit er op dat dit vaker voorkomt — wellicht vaker dan de leden aan de pluszijde denken. De leden aan de minzijde werpen echter tegen dat er vaak pas laat aan de standpuntbepaling wordt begonnen, soms pas na de Voorbereidende vergadering. Dan kunnen argumenten niet meer voor de besluitvorming ter overweging worden ingebracht. Hoe dan ook moet een raadslid altijd de ruimte hebben om tijdes de raadsvergadering iets nieuws in te brengen, maar blijft er onenigheid over hoe ‘gewoon’ zo iets is.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 55 van 67

4. Aan het eind van de voorbereidende vergaderingen behoor ik te weten wat de argumenten van andere fracties zijn Voor deze stelling neemt de groep aan de pluszijde zelfs toe. ‘Dat zou mooi zijn,’ zegt een deelnemer. De leden aan de minzijde wijzen op amendementen en moties. Die worden pas tijdens de raadsvergadering ingebracht. Al hoeven de argumenten die daarbij horen niet nieuw te zijn, reporteren de deelnemers aan de pluszijde.

5. Aan het eind van de voorbereidende vergaderingen behoor ik te weten wat de standpunten van andere fracties zijn Het viel de gespreksleiders op dat in het gesprek bij de vorige stelling op dat de woorden ‘standpunt’ en ‘argument’ door elkaar worden gebruikt. Deze stelling geeft een duidelijker beeld van het verschil. De meeste deelnemers staan aan de minzijde van het lint. ‘We moeten elkaars argumenten hebben gehoord,’ zegt een deelnemer. Deze bijdragen van anderen kan dan na de vergadering worden besproken en gewogen in bijvoorbeeld een fractievergadering. In de raad worden dan de standpunten gedeeld.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 56 van 67

Bijlage 4 Interviews In de periode van 30 oktober tot 8 november 2023 interviewde het Periklesinstituut raadsleden van de gemeenteraad van Rheden. In totaal werden 10 raadsleden geïnterviewd, één uit elke fractie. Als basis voor het gesprek diende de beelden en informatie die eerder opgehaald waren met een enquête en een tweetal bijeenkomsten met de gemeenteraad. De interviews diepten de belangrijkste hieruit naar voren gekomen onderwerpen uit, en gingen daarnaast over de ervaringen met de huidige vergaderwijze en hoe de raad van Rheden er verbeteringen in kan aanbrengen.

In goede verhoudingen Men is duidelijk te spreken over de onderlinge verhoudingen. ‘De sfeer is goed,’ zeggen vrijwel alle deelnemers. De geïnterviewden vinden hun collega’s in de raad benaderbaar en constructief ‘Iedereen kan mee doen, en iedereen wordt gehoord,’ omschreef een van de leden het. Ook na de vergadering zijn de onderlinge verhoudingen over fracties heen goed, Dat maakt het prettig werken. Een enkeling verwijst naar bestuursperioden waar het politiek bedrijven door slechtere verhoudingen betrekkelijk stroever verliep. ‘De samenstelling is veranderd,’ legt iemand uit. ‘En diverser geworden.’ De betere verhoudingen hebben er ondermeer toe geleid dat het gemeentebestuur deze bestuursperiode met een hoofdlijnenakkoord werkt. Dit hoofdlijnenakkoord zorgt er ook voor dat men beter met elkaar om kan gaan. Toch mist men nog steeds het debat. ‘Het was eerder nog wel eens dichtgetimmerd.’ In die periodes kwamen politieke discussies de achterkamertjes niet uit. Dat zorgde nog wel voor frustratie en verslechterde omgangsvormen. Werken met een hoofdlijnenakkoord wordt als een prima bestuurlijke innovatie ervaren, maar de impact ervan is nog niet overal doorgewerkt. Waaronder in de vergaderwijze. ‘Dit model past niet bij een hoofdlijnenakkoord,’ vindt een geïnterviewde. Men mist gezamenlijke oordeelvorming, een agendastellende en kaderstellende rol van de raad.

Waar is de oordeelvorming gebleven? In het huidige vergadermodel komt vooral de gezamenlijke oordeelvorming er bekaaid vanaf. In de Voorbereidende vergaderingen worden vooral vragen aan het college gesteld. Aan het eind heeft deze vergadering wél opgeleverd dat iedere woordvoerder beter is gaan begrijpen wat een collegevoordracht behelst, maar een politieke afweging is er niet gemaakt. In de raad komt het er dikwijls ook niet van. ‘Dan merk je goed dat iedere fractie zijn positie al heeft ingenomen,’ zegt een geïnterviewde. ‘Een vertoning,’ noemt een deelnemer het. Vreemd is dat overigens niet: bij de besluitvormende vergadering hoort het ook dat de kaarten al redelijk geschud zijn. Overleg is er overigens wel – de raadsleden vinden elkaar tenslotte benaderbaar en constructief – maar niet tijdens een oordeelvormende vergadering. De cultuur

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 57 van 67

is dan wel de achterkamertjes uit, maar niet verder gekomen dan de wandelgangen. De transparantie nodig voor politieke legitimiteit is er dus nog niet. De constatering lijkt dat de huidige Voorbereidende vergaderingen vooral beeldvormend zijn, de raadsvergaderingen zijn – uiteraard – besluitvormend. Dat is ook de afspraak. De burgemeester corrigeert wel eens met de woorden ‘debat had in de Voorbereidende vergadering gemoeten’. En dan mist in het model de oordeelvorming. Of liever: in de uitvoering van het model. Enkele deelnemers vinden dat juist de oordeelvorming – het inhoudelijk debat – in de besluitvormende raad plaats moet vinden. ‘Inwoners kijken naar de raadsvergaderingen,’ weet een deelnemer. ‘Wanneer daar alleen besluitvorming plaatsvindt, krijgen ze niet het volledige beeld mee.’ Het ontbreken van de oordeelvorming is de meest geuite tekortkoming aan de huidige vergaderwijze. Hoewel enkele deelnemers er óók op willen wijzen dat een besluitvormingsproces enige exibiliteit moet kennen. Men wijst op de uitgangspunten van het model zoals de gemeenteraad van Arnhem het hanteert. Men kiest daar per dossier of het beeld- of oordeelvorming behoeft. Als een onderwerp naar oordeel van de vergadering geen oordeelvorming behoeft, moet de agendacommissie er niet rigide aan vasthouden.

Feitelijk werken de meeste raden met een vergadermodel waar beeld-, oordeel- en besluitvorming duidelijk is gefaseerd op die wijze. In bijvoorbeeld Hoeksche Waard of Sliedrecht kiest men ook op basis van het onderwerp de behandelintensiteit. De raad moet zelf kunnen bepalen welke besluitvormingsprocedure het best past bij een dossier. Als er geen politieke meningsverschillen worden gesignaleerd, kun je het debat ook niet afdwingen. Hoewel een dergelijke aanpassing goed rekening moet houden met voorwaarden voor een goed debat, anders dan belegd in de vergaderstructuur: vergadercultuur en vergadervaardigheden.

Wie volgt de raadsvolgers? Dat het nu niet tot debat komt, ligt deels aan de manier waarop de raad informatie krijgt. ‘Vaak heb je bij de Voorbereidende vergaderingen er net van gehoord, dus stel je eerst vragen,’ legt een ondervraagde deelnemer uit. Ook de manier waarop de vergaderingen zijn gepland kunnen een beperking zijn. Om het aantal vergaderdagen te beperken, worden vergaderingen parallel gepland. ‘Dan zit niet altijd de woordvoerder aan tafel.’ Wat daarbij een rol speelt is de samenstelling van de Voorbereidende vergaderingen. Daar zit vaak de Raadsvolger aan tafel. Dat zijn vaker de minder ervaren deelnemers aan het gemeentebestuur, legt een ondervraagde uit; het raadsvolgerschap wordt vaak als voorbereiding op hogere plek op de kieslijst gezien. Een andere deelnemer wijst erop dat het niet de rechtstreeks gekozen leden zijn. ‘Van hen mag je niet altijd verwachten dat ze de last van de hele fractie op zich nemen', zegt deze persoon, zeker als het om een betrekkelijk nieuw dossier gaat. Daarnaast zijn sommige raadsvolgers meer technische mensen, de fractiespecialisten. Dat zijn niet de mensen die politiek bedrijven, legt iemand uit. ‘Raadsvolgers laten zich leiden door wat op de agenda staat.’ De grote lijnen

fl

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 58 van 67

zouden dan kunnen worden gemist. Dit beeld is niet éénduidig, maar de zorgen over een te grote verantwoordelijkheid van de Raadsvolgers wordt door alle ondervraagden wel gedeeld. Toch moeten Raadsvolgers namens hun fracties kunnen spreken, zegt een meerderheid van geïnterviewden, maar niet áls raadsleden. ‘Ze zijn niet op het niveau van raadsleden en kunnen dus ook niet zo functioneren.’ Het huidige model maakt hun verantwoordelijkheid te solitair en vraagt te veel van ze. Er is alleen tussen beeldvorming van de Voorbereidende vergadering en de besluitvorming tijd om kwesties in de fractie te overleggen. Dit beperkt het onderling debat tussen fracties. ‘Het zou beter zijn als de beeldvormende fase een expliciete plaats krijgt,’ vindt een ondervraagde. Dit zou er toe leiden dat ook de oordeelvorming een betere plaats krijgt in het model. Moeten de Raadsvolgers zich verder ontwikkelen? Als verkenners van de politieke besluitvorming in de Oriënterende en Voorbereidende vergaderingen functioneren ze prima. Maar overleg met de fractie en begeleiding is écht wel nodig om de oordeelvorming goed te organiseren. Enkele geïnterviewden zeggen daarnaast ook vakspecialisten uit de fractie te missen. En wijzen erop dat de planning van de Voorbereidende vergaderingen het niet toelaat als woordvoerder specialistisch op te treden; daar is de agendering te variabel voor.

Een ander wijst er op dat een commissiemodel juist het voordeel van een programmatische aanpak heeft.

Verkennen is het nieuwe oriënteren Volgens de deelnemers kunnen de Oriënterende vergaderingen de rol van de beeldvorming niet innemen. ‘Dat zijn onderwerpen met meer afstand,’ legt iemand uit. De oriënterende fase is geen formeel onderdeel van de cyclus en wordt ad hoc op onderwerpen ingezet. Zonder directe gevraagde beslissing of een beleidsvoornemen. De vergaderingen zijn verkennend. ‘Vaak is de portefeuillehouder van het college er ook niet bij.’ De afstemming tussen de Oriënterende vergaderingen en de reguliere besluitvormingsprocessen zou wel beter kunnen, vindt men. Hoewel de geïnterviewden er geen concrete ideeën over uiten, zou programmering door de agendacommissie dit mogelijk kunnen maken. Deze commissie kan dan zorgen voor afstemming op een verkennende fase én de prioritering van politieke dossiers. Een van de geïnterviewden herhaalt de in een raadsbijeenkomst al geuite wens om vaker met de raad onderwerpen verkennend te bespreken, ook mét de wethouder. Zonder gevraagde beslissing eens doorpraten over dilemma’s van de lange termijn.

Verschillen in van mening verschillen De besluitvorming verloopt overigens niet altijd volgens bovenstaand patroon. Er zijn dossiers waar de ervaring met de inhoud wat groter is, en er in de Voorbereidende vergaderingen best gedebatteerd zou kunnen worden. Of onderwerpen waar het voorafgaand aan de raadsvergadering nog ongewis is, bijvoorbeeld door ingediende amendementen of moties, en er een debat in de raadsvergadering plaats zou kunnen vinden. Ook dan komt het niet goed tot debat. Debat betekent hier: ingaan op elkaars argumenten.

Evaluatie vergaderwijze Rheden

Pagina 59 van 67

‘We schuwen de scherpte,’ vindt een ondervraagde. De sfeer is goed, en voelt de behoefte deze ook goed te houden. ‘We streven ernaar een grotere meerderheid te zoeken dan de helftplus-1,’ zegt een ander. Besluiten van de raad zijn daardoor gedragen, maar misschien ook ‘te compromis-gericht’, vinden enkelen. De goede sfeer wordt als een kwaliteit gezien; het gevolg is dat men niet echt wil of durft, problemen op te lossen. Een nieuwe vergaderwijze — of aanpassingen aan de huidige – zou de leden meer moeten stimuleren om op elkaars argumenten in te gaan. Een enkeling vermoed dat aanpassingen in het model er niet in gaan helpen. ‘De politieke cultuur is veel te veel naar binnen gericht.’ Juist het ontwikkelen van vaardigheden kan de raad helpen beter tot debat te komen en hoofd- en bijzaken te scheiden. Anderen wijzen op de opzet van de collegevoordrachten. ‘Er wordt nooit een alternatief geschetst,’ merkt een deelnemer op. Raadsstukken en college voordrachten moeten óók meer het onderling debat stimuleren. ‘Je wordt toch vaak op een ambtelijk spoor gezet,’ zegt iemand. De opstellers van de stukken voor de raad zouden deze met een beter ontwikkelde ‘politieke antenne’ op moeten stellen. Het college heeft dat ook opgepakt, maar de resultaten zijn nog niet voldoende. ‘Het college zou meer transparant moeten zijn over de mogelijkheden,’ zegt iemand.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=f3fbc860-c11d-4e80-a0f8-080f2f601521