CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

2.4 WAS WORDT gemeenschappelijke regeling

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente RhedenBij agendapunt: Wijziging Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie - De Connectie (24.35)5.747 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 – Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden; c. IGUO: intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie; d. medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij de IGUO; e. derden: niet-deelnemers aan de regeling; f. regeling: de gemeenschappelijke regeling IGUO g. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen.

Wordt Gemeenschappelijke regeling De Connectie Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze gemeenschappelijke regeling wordt verstaan onder: a. college: het college van burgemeester en wethouders; b. deelnemers: de aan deze gemeenschappelijke regeling deelnemende colleges van de gemeenten Arnhem, Renkum en Rheden; c.

medewerkers: ambtenaren/medewerkers werkzaam bij De Connectie; d. derden: niet-deelnemers aan de regeling; e. regeling: de gemeenschappelijke regeling De Connectie f. Wgr: de Wet gemeenschappelijke regelingen. Begrippen uit de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet die in deze regeling worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in de Algemene wet bestuursrecht en de Gemeentewet.

Artikel 2 – Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr, genaamd IGUO. 2. De IGUO is statutair gevestigd te Arnhem.

Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie, als bedoeld in artikel 8, derde lid, van de Wgr, genaamd De Connectie. 2. De Connectie is statutair gevestigd te Arnhem.

Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de IGUO

Hoofdstuk 2 Taken en bevoegdheden van de Connectie

Artikel 3 – Doelen en taken Artikel 3 Doelen en taken 1. De IGUO heeft tot doel het behartigen van 1. De Connectie heeft tot doel het behartigen de sturing en beheersing van van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en ondersteunende processen en uitvoeringstaken voor de deelnemers, met uitvoeringstaken voor de deelnemers, met inachtneming van de autonomie van de inachtneming van de autonomie van de deelnemers. deelnemers. 2. De deelnemers bepalen welke taken worden 2. De deelnemers bepalen welke taken worden overgedragen aan de IGUO. overgedragen aan De Connectie.

3. De deelnemers kunnen bij unanimiteit wijzigingen toebrengen in de taken van de IGUO. 4. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de hierboven bedoelde taken, kan de IGUO op verzoek van derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken verrichten.

3. De deelnemers kunnen bij unanimiteit

Artikel 4 – Bevoegdheden deelnemers

Artikel 4 Bevoegdheden deelnemers

1. Aan het bestuur van de IGUO worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers. 2. De deelnemers kunnen ten aanzien van de bij of krachtens artikel 3 aan de IGUO opgedragen taken, bevoegdheden aan de leden van de directie van de IGUO mandateren, met de bevoegdheid tot ondermandaat.

1. Aan het Bestuur van De Connectie worden geen bevoegdheden gedelegeerd door de deelnemers. 2. De deelnemers kunnen ten aanzien van de bij of krachtens artikel 3 aan De Connectie opgedragen taken, bevoegdheden aan de leden van de directie van De Connectie mandateren, met de bevoegdheid tot ondermandaat.

Hoofdstuk 3: Inrichting, samenstelling en werkwijze van het bestuur § 1. Het Bestuur

Hoofdstuk 3: Inrichting, samenstelling en werkwijze van het Bestuur § 1. Het Bestuur

Artikel 5 Samenstelling 1. De deelnemers wijzen uit hun midden elk één lid van het Bestuur aan. 2. De deelnemers wijzen voor de door hen benoemde leden van het Bestuur plaatsvervangende leden aan. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 3. Het Bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan alsmede diens plaatsvervanger. 4. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het Bestuur en de vergaderorde binnen het Bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 8 lid 1. 5. De voorzitter ondertekent de stukken die namens het Bestuur uitgaan.

Artikel 5 Samenstelling 1. De deelnemers wijzen uit hun midden elk één lid van het Bestuur aan. 2. De deelnemers wijzen voor de door hen benoemde leden van het Bestuur plaatsvervangende leden aan. Het bepaalde in deze regeling ten aanzien van de leden van het Bestuur is op de plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing. 3. Het Bestuur wijst uit hun midden een voorzitter aan alsmede diens plaatsvervanger. 4. De voorzitter is verantwoordelijk voor de voorbereiding van de vergaderingen van het Bestuur en de vergaderorde binnen het Bestuur, onverminderd het bepaalde bij of krachtens artikel 8 lid 1. 5. De voorzitter ondertekent de stukken die namens het Bestuur uitgaan en

wijzigingen toebrengen in de taken van De Connectie. 4. Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de hierboven bedoelde taken, kan De Connectie op verzoek van derden bedrijfsvoerings- en uitvoeringstaken verrichten.

6. Het Bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het Bestuur te handelen.

vertegenwoordigt De Connectie in en buiten rechte. 6. Het Bestuur kan de voorzitter machtigen om namens het Bestuur te handelen.

Artikel 6 Aanwijzing en ontslag

Artikel 6 Aanwijzing en ontslag

1. De leden van het Bestuur worden aangewezen voor dezelfde periode als waarvoor het betreffende college wordt benoemd. 2. Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt van rechtswege, zodra het lid ophoudt lid van het college te zijn of de deelnemer die het lid heeft aangewezen uittreedt. 3. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Bestuur. Het lid blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Indien noodzakelijk vindt deze waarneming door de burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente plaats. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

1. De leden van het Bestuur worden aangewezen voor dezelfde periode als waarvoor het betreffende college wordt benoemd. 2. Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt van rechtswege, zodra het lid ophoudt lid van het college te zijn of de deelnemer die het lid heeft aangewezen uittreedt. 3. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Bestuur. Het lid blijft zijn functie waarnemen totdat in zijn opvolging is voorzien. Indien noodzakelijk vindt deze waarneming door de burgemeester van de betreffende deelnemende gemeente plaats. 4. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst de daartoe bevoegde deelnemer zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan.

Artikel 7 Bevoegdheden IGUO 1. Het Bestuur heeft de bevoegdheden voor zover benodigd voor de uitoefening van de in artikel 3 lid 2 genoemde taken. 2. Het Bestuur kan haar bevoegdheden mandateren c.q. volmacht verlenen aan de leden van de directie van de IGUO met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7 Bevoegdheden Bestuur 1. Het Bestuur heeft de bevoegdheden voor zover benodigd voor de uitoefening van de in artikel 3 lid 2 genoemde taken. 2. Het Bestuur kan haar bevoegdheden mandateren c.q. volmacht verlenen aan de leden van de directie De Connectie met inachtneming van het bepaalde in hoofdstuk 10 van de Algemene wet bestuursrecht. 3. Onverminderd het bepaalde in de wet worden besluiten niet voor zienswijze aan de raden van de deelnemers voorgelegd.

Artikel 8 Vergaderingen 1. De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders heeft bepaald.

Artikel 8 Vergaderingen 1. De vergaderingen van het Bestuur worden met gesloten deuren gehouden, voor zover het Bestuur niet anders heeft bepaald.

2. Het Bestuur vergadert minimaal tweemaal per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste één lid de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoekt. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 3. De leden van het bestuur hebben ieder één stem. 4. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 5. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 30, en 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. § 2 Secretaris Artikel 9 Secretaris 1. Uit de directie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt een ambtelijk secretaris van het Bestuur aangewezen. 2. De secretaris is tijdens de vergaderingen van het Bestuur aanwezig. 3. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris medeondertekend.

2. Het Bestuur vergadert minimaal tweemaal per jaar en zo dikwijls als de voorzitter dat nodig oordeelt of tenminste één lid de voorzitter schriftelijk en met redenen omkleed hierom verzoekt. In het laatste geval wordt de vergadering binnen veertien dagen na een zodanig verzoek gehouden. 3. De leden van het Bestuur hebben ieder één stem. 4. Besluiten worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen, tenzij in deze regeling anders is bepaald. 5. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 30, en 32 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

§ 2 Secretaris Artikel 9 Secretaris

1. De directeur is als secretaris tijdens de vergaderingen van het Bestuur aanwezig. 2. De stukken die van het Bestuur uitgaan, worden door de secretaris medeondertekend.

4. Het Bestuur regelt de plaatsvervanging van 3. Het Bestuur regelt de plaatsvervanging van de secretaris. de secretaris.

§ 3 Informatie en verantwoording Artikel 10. Informatie en verantwoordingsplicht 1. Het Bestuur verstrekt een deelnemer de verlangde inlichtingen. Een lid van het Bestuur geeft de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden, overeenkomstig het reglement van orde van dat college, verlangde inlichtingen. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk worden ingediend bij het Bestuur. 3. Het Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen schriftelijk of mondeling zo

§ 3 Informatie en verantwoording Artikel 10. Informatie en verantwoordingsplicht 1. Het Bestuur verstrekt een deelnemer de verlangde inlichtingen. Een lid van het Bestuur geeft de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, mondeling of schriftelijk de door één of meer leden, overeenkomstig het reglement van orde van dat college, verlangde inlichtingen. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk worden ingediend bij het Bestuur. 3. Het Bestuur verstrekt de gevraagde inlichtingen schriftelijk of mondeling zo

spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. 4. Een lid van het Bestuur voorziet de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, van alle informatie die, in relatie tot het door het gevoerde en te voeren beleid en de daarbij door het aangewezen lid ingenomen dan wel in te nemen standpunt, noodzakelijk is. 5. Een lid van het Bestuur is aan de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, verantwoording verschuldigd voor de wijze waarop het lid de deelnemer in het Bestuur heeft vertegenwoordigd, naar de door de deelnemer, die hij vertegenwoordigt vastgestelde dan wel te stellen regels. 6. De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing jegens de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.

7. Het bestuur stelt de Rekenkamer of rekenkamercommissie van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in gezamenlijkheid in staat om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke uitoefening van de rekenkamer- of rekenkamercommissietaak nodig is.

spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. 4. Een lid van het Bestuur voorziet de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, van alle informatie die, in relatie tot het door het gevoerde en te voeren beleid en de daarbij door het aangewezen lid ingenomen dan wel in te nemen standpunt, noodzakelijk is. 5. Een lid van het Bestuur is aan de deelnemer, die hij vertegenwoordigt, verantwoording verschuldigd voor de wijze waarop het lid de deelnemer in het Bestuur heeft vertegenwoordigd, naar de door de deelnemer, die hij vertegenwoordigt vastgestelde dan wel te stellen regels. 6. De leden 1 tot en met 5 zijn van overeenkomstige toepassing jegens de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten. 7. Het Bestuur stelt voor het digitaal verstrekken van informatie een Informatieprotocol vast, maar niet nadat raden de gelegenheid is geboden hun zienswijze hierover te geven. 8. Het Bestuur stelt de Rekenkamer van de deelnemende gemeenten afzonderlijk en in gezamenlijkheid in staat om alle informatie te verkrijgen die voor de wettelijke uitoefening van de rekenkamertaak nodig is.

Artikel 10a. Participatie Participatie van ingezetenen en belanghebbenden vindt via de deelnemende gemeente plaats. In uitzonderlijke gevallen kan het Bestuur ingezetenen en belanghebbenden laten participeren in verband met keuzes die te maken hebben op de uitvoering van beleid. Op deze bepaling is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Hoofdstuk 4 Ambtelijke organisatie IGUO Artikel 11 Directie 1. Er is een directie van de IGUO. 2. De directie van de IGUO wordt door het Bestuur benoemd. 3. Het Bestuur kan de leden van de directie schorsen en ontslaan. 4. De directie is belast met de leiding van de IGUO en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.

Hoofdstuk 4 Ambtelijke organisatie De Connectie Artikel 11 Directie 1. Er is een directie van De Connectie. 2. De directie De Connectie wordt door het Bestuur benoemd. 3. Het Bestuur kan de leden van de directie schorsen en ontslaan. 4. De directie is belast met de leiding van De Connectie en de zorg voor een juiste taakvervulling in de organisatie.

Artikel 12 Aanstellen overig personeel 1. Het Bestuur is belast met het aanstellen van medewerkers als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van het personeel van de IGUO. 2. Het Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden, uitgezonderd het schorsen en ontslaan van directieleden, mandateren aan de directie van de IGUO.

Artikel 12 Aanstellen overig personeel 1. Het Bestuur is belast met het aanstellen van medewerkers als ambtenaar, het tewerkstellen op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht en het schorsen en ontslaan van het personeel van De Connectie. 2. Het Bestuur kan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden, uitgezonderd het schorsen en ontslaan van directieleden, mandateren aan de directie van De Connectie.

Artikel 13 Rechtspositie personeel Het Bestuur stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast.

Artikel 13 Rechtspositie personeel Het Bestuur stelt de rechtspositieregeling van het personeel vast.

Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen

Hoofdstuk 5 Financiële bepalingen

Artikel 14 Organisatie financieel beheer 1. Het Bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het geldelijk beheer van de IGUO. 2. Bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt bepaald welke ambtenaren van de IGUO met het doen van ontvangsten en betalingen voor de IGUO en met zorg voor de boekhouding zijn belast.

Artikel 14 Organisatie financieel beheer 1. Het Bestuur stelt de nodige voorschriften vast met betrekking tot de organisatie van de financiële administratie en het geldelijk beheer van De Connectie. 2. Bij de in het eerste lid bedoelde voorschriften wordt bepaald welke ambtenaren van De Connectie met het doen van ontvangsten en betalingen voor De Connectie en met zorg voor de boekhouding zijn belast.

Artikel 15 Procedure begrotingsbehandeling 1. Het Bestuur voorziet de ramingen in de ontwerp-begroting als bedoeld in artikel 35

Artikel 15 Procedure begrotingsbehandeling 1. Het Bestuur voorziet de ramingen in de ontwerp-begroting als bedoeld in artikel 35

eerste lid van de Wgr van een behoorlijke toelichting. 2. Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting aan de raden van de gemeenten toe voor 1 mei voorafgaand aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft.

3. De gemeenteraden kunnen hun zienswijze omtrent het ontwerp van de begroting, indien zij dit in de nota van wijziging aan de orde gesteld wensen te hebben dan wel een nadere toelichting van het Bestuur verlangen, binnen acht weken na de verzending ervan aan het Bestuur kenbaar maken. 4. Het Bestuur zendt het ontwerp van de begroting onder bijvoeging van de zienswijzen van de gemeenteraden, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging uiterlijk drie weken voor de voorgenomen datum van vaststelling aan de gemeenteraden. Artikel 35, tweede lid van de Wgr is ten aanzien van dit commentaar en de nota van wijziging van overeenkomstige toepassing. 5. Het besluit tot vaststelling van de begroting wordt genomen bij meerderheid en kan uitsluitend genomen worden bij voltallige aanwezigheid van het Bestuur. Voor zover het een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor de deelnemende gemeenten betreft, dient de meerderheid als bedoeld in de vorige volzin te worden behaald met stemmen van leden van het Bestuur die ook een meerderheid in inwonersaantallen vertegenwoordigen. Artikel 16 Procedure bij wijziging begroting 1. Het bepaalde in artikel 35, eerste en derde lid van de Wgr is niet van toepassing op afen overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerpwijzigingen voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit. 2.

Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid worden door het bestuur vastgesteld.

eerste lid van de Wgr van een behoorlijke toelichting. 2. Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting aan de raden van de gemeenten toe voor 1 mei, maar tenminste twaalf weken voor vaststelling van de begroting, voorafgaand aan het begrotingsjaar waarop zij betrekking heeft. 3. De gemeenteraden kunnen hun zienswijze omtrent het ontwerp van de begroting binnen twaalf weken na de verzending van de ontwerpbegroting aan het Bestuur kenbaar maken.

4. Het Bestuur zendt de begroting nadat deze is vastgesteld onder bijvoeging van de zienswijzen van de gemeenteraden, zijn commentaar daarop en zo nodig een nota van wijziging aan de gemeenteraden. Artikel 35, tweede lid van de Wgr is ten aanzien van dit commentaar en de nota van wijziging van overeenkomstige toepassing. 5. Het besluit tot vaststelling van de begroting wordt genomen bij meerderheid van stemmen en kan uitsluitend genomen worden bij voltallige aanwezigheid van het Bestuur. Voor zover het een verhoging van de gemeentelijke bijdrage voor de deelnemende gemeenten betreft, dient de meerderheid als bedoeld in de vorige volzin te worden behaald met stemmen van leden van het Bestuur die ook een meerderheid in inwonersaantallen vertegenwoordigen.

Artikel 16 Procedure bij wijziging begroting 1. Het bepaalde in artikel 35, eerste en derde lid van de Wgr is niet van toepassing op afen overschrijvingen op de posten van de begroting, alsmede op andere ontwerpwijzigingen voor zover daaruit geen verhoging van de gemeentelijke bijdragen voortvloeit. 2. Wijzigingen als bedoeld in het eerste lid worden door het Bestuur vastgesteld.

Artikel 17 Gemeentelijke Bijdragen 1. In de begroting van inkomsten en uitgaven wordt de raming van de verschuldigde bijdrage van elke gemeente voor het jaar waarvoor de begroting dient opgenomen. 2. Het bestuur stelt richtlijnen vast voor de kostenverdeelsleutel zoals deze jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de deelnemers er steeds zorg voor zullen dragen dat de IGUO te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 3. Het besluit bedoeld in het tweede lid wordt met meerderheid van stemmen vastgesteld. 4. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot, jaarlijks vóór 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober telkens één vierde gedeelte van de voor dat jaar geraamde bijdrage. 5. Bij het niet overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid tijdig voldoen van de voorschotten kan aan die gemeente rente in rekening worden gebracht. Het bestuur stelt hiertoe nadere regels vast in de richtlijnen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 18 Informatievoorziening 1. Het bestuur rapporteert voor 1 maart en voor 1 september van elk lopend boekjaar over de voortgang van de uitvoering van de begroting inclusief te verwachten ontwikkelingen voor het desbetreffende jaar. 2. Het bestuur geeft voor 1 maart van elk lopend boekjaar inzicht in te verwachten ontwikkelingen alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het opvolgende jaar, teneinde de gemeenten in staat te stellen daar in hun begrotingscyclus op te anticiperen.

Artikel 17 Gemeentelijke Bijdragen 1. In de begroting van inkomsten en uitgaven wordt de raming van de verschuldigde bijdrage van elke gemeente voor het jaar waarvoor de begroting dient opgenomen. 2. Het Bestuur stelt richtlijnen vast voor de kostenverdeelsleutel zoals deze jaarlijks in de begroting wordt opgenomen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de deelnemers er steeds zorg voor zullen dragen dat De Connectie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. 3. Het besluit bedoeld in het tweede lid wordt met meerderheid van stemmen vastgesteld. 4. De gemeenten betalen bij wijze van voorschot, jaarlijks vóór 15 januari, 15 april, 15 juli en 15 oktober telkens één vierde gedeelte van de voor dat jaar geraamde bijdrage. 5. Bij het niet overeenkomstig het bepaalde in het vierde lid tijdig voldoen van de voorschotten kan aan die gemeente rente in rekening worden gebracht. Het Bestuur stelt hiertoe nadere regels vast in de richtlijnen, bedoeld in het tweede lid.

Artikel 18 Informatievoorziening 1. Het Bestuur geeft voor 1 maart van elk lopend boekjaar inzicht aan de raden in te verwachten ontwikkelingen alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders voor het opvolgende jaar, teneinde de gemeenten in staat te stellen daar in hun begrotingscyclus op te anticiperen. 2. Het Bestuur rapporteert aan de raden voor 1 mei en voor 15 september van elk lopend boekjaar over de voortgang van de uitvoering van de begroting inclusief te verwachten ontwikkelingen voor het desbetreffende jaar. (Is omgewisseld in verband met volgtijdelijkheid)

Artikel 19 Aanbieding rekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur over het dienstjaar verantwoording gedaan onder overlegging van de rekening en het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de krachtens artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet aangewezen deskundigen. 2. Het Bestuur zendt de in het eerste lid bedoelde stukken aan de raden van de gemeenten toe voor 15 april van het jaar dat volgt op het dienstjaar waarop zij betrekking hebben.

Artikel 19 Aanbieding rekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van de bedrijfsvoeringsorganisatie wordt door het Bestuur over het dienstjaar verantwoording gedaan onder overlegging van de rekening en het verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de rekening, ingesteld door de krachtens artikel 213, tweede lid van de Gemeentewet aangewezen deskundigen. 2. Het Bestuur zendt de in het eerste lid bedoelde stukken aan de raden van de gemeenten toe voor 30 april van het jaar dat volgt op het dienstjaar waarop zij betrekking hebben.

Artikel 20 Vaststelling rekening 1. Het Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 1 juli van het jaar volgende op dat waarop zij betrekking heeft. 2. Het Bestuur zendt de rekening aan Gedeputeerde Staten. 3. In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.

Artikel 20 Vaststelling rekening 1. Het Bestuur onderzoekt de rekening zonder uitstel en stelt haar vast voor 1 juli van het jaar volgende op dat waarop zij betrekking heeft. 2. Het Bestuur zendt de rekening aan Gedeputeerde Staten. 3. In de rekening wordt de door elk der gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.

Hoofdstuk 6: Geschillen en aansprakelijkheid

Hoofdstuk 6: Geschillen en aansprakelijkheid

Artikel 21 – Geschillen De deelnemers zullen geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wgr in onderling overleg proberen op te lossen, alvorens deze voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland.

Artikel 21 Geschillen De deelnemers zullen geschillen als bedoeld in artikel 28 van de Wgr in onderling overleg proberen op te lossen, alvorens deze voor te leggen aan Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland.

Artikel 22 – Aansprakelijkheid De IGUO verzekert zich tegen: a. Civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. Wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.

Artikel 22 Aansprakelijkheid De Connectie verzekert zich tegen: a. Civielrechtelijke aansprakelijkheid (wettelijke en contractuele aansprakelijkheid) voor schade aan personen en goederen; b. Wettelijke aansprakelijkheid voor vermogensschade.

Hoofdstuk 7: Archief

Hoofdstuk 7: Archief

Artikel 23. Zorg voor archiefbescheiden 1. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de IGUO en haar organen. 2. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid bedoelde zorg. 3. De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de IGUO en haar organen, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. De gemeentearchivaris van de gemeente Arnhem oefent toezicht uit op het in het derde lid bedoelde beheer. 5. De kosten voor de in het eerste lid bedoelde zorg komen ten laste van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem en worden vervolgens met de andere deelnemers in de regeling verrekend.

Artikel 23 Zorg voor archiefbescheiden 1. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem is belast met de zorg voor de archiefbescheiden van De Connectie en haar organen. 2. Gedeputeerde Staten oefenen toezicht uit op de in het eerste lid bedoelde zorg. 3. De directie is belast met het beheer van de archiefbescheiden van De Connectie en haar organen, voor zover deze niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. De gemeentearchivaris van de gemeente Arnhem oefent toezicht uit op het in het derde lid bedoelde beheer. 5. De kosten voor de in het eerste lid bedoelde zorg komen ten laste van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Arnhem en worden vervolgens met de andere deelnemers in de regeling verrekend.

Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing

Hoofdstuk 8: Wijziging, toetreding, uittreding en opheffing

Artikel 24 – Wijziging van de regeling 1. Deze regeling kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden gewijzigd. 2. Een wijziging van de regeling vereist unanimiteit, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald. 3. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders is bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging is bekendgemaakt. Onder wijziging van de regeling wordt mede verstaan opheffing alsmede het toetreden tot en het uittreden uit de regeling. 4. Het Bestuur is belast met de toezending van de gewijzigde regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Gelderland en met bekendmaking van de gewijzigde regeling.

Artikel 24 Wijziging van de regeling 1. Deze regeling kan door de deelnemers op voorstel van elke deelnemer worden gewijzigd. 2. Een wijziging van de regeling vereist unanimiteit, tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald. 3. De wijziging van de regeling treedt, tenzij anders is bepaald, in werking op de dag volgend op die waarop de wijziging is bekendgemaakt. 4. Onder wijziging van de regeling wordt mede verstaan opheffing alsmede het toetreden tot en het uittreden uit de regeling. 5. Het Bestuur is belast met bekendmaking van de gewijzigde regeling.

Artikel 25 – Toetreding door andere gemeenten 1. Toetreding van een gemeente tot deze regeling geschiedt door een unaniem besluit van de deelnemers. 2. De deelnemers kunnen bij hun besluit de voorwaarden bepalen waaronder de toetreding van een gemeente mogelijk is. 3. Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure: a. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld van een advies doorstuurt aan de overige deelnemers; b. de deelnemers beslissen over de in het eerste lid bedoelde instemming; c. het Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder b. 4. De toetreding treedt in werking met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die, waarin het Bestuur de wijziging van de regeling aan gedeputeerde staten heeft toegezonden.

Artikel 25 Toetreding door andere gemeenten

Artikel 26 – Uittreding 1. Een deelnemer kan vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze regeling uittreden door een daartoe strekkend besluit van die deelnemer. 2. De deelnemers beslissen na toestemming van hun raden over de afwikkeling van de financiële en organisatorische gevolgen van de uittreding, waaraan de uittredende deelnemer gebonden is (uittredingsplan). 3. Indien een deelnemer uit de regeling wenst te treden, zal het Bestuur in het kader van de in het tweede bedoelde afwikkeling van de financiële gevolgen daarvan op basis van een sociaal plan personeel aan deze deelnemer toewijzen en is deze deelnemer een compensatie verschuldigd voor de overige rechten en verplichtingen. 4. De uittreding kan slechts plaatsvinden, met inachtneming van een termijn van aanzegging van het besluit aan de andere deelnemers van

Artikel 26 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling na een daartoe strekkend besluit van de deelnemer. 2. Voor uittreding geldt een opzeggingstermijn van een minimaal 1 jaar, met ingang van 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar na de genoemde opzeggingstermijn. 3. De financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties worden, binnen zes maanden na opzegging, door het Bestuur in een uittredingsplan in kaart gebracht. Bij het in kaart brengen van deze consequenties is een onafhankelijke deskundige betrokken. 4. De deelnemers beslissen, na toestemming van hun raden, tot het vaststellen van het uittredingsplan.

1. De deelnemers kunnen bij besluit de voorwaarden bepalen waaronder de toetreding van een gemeente mogelijk is. 2. Toetreding van een gemeente is gebonden aan de volgende procedure: a. het verzoek tot toetreding wordt ingediend bij het Bestuur, dat zo spoedig mogelijk dit verzoek vergezeld van een advies doorstuurt aan de deelnemers; b. de deelnemers beslissen over de in het eerste lid bedoelde instemming; c. het Bestuur stelt de verzoekende gemeente in kennis van de genomen besluiten, als bedoeld onder b.

minimaal één jaar, met ingang van 1 januari van het opvolgende jaar. 5. Het bestuur besluit bij unanimiteit tot het vaststellen van een uittredingsplan. Het Bestuur kan een onafhankelijke derde opdracht geven een uittredingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht instemming is verkregen van het college van de uittredende deelnemer. De financiële gevolgen van de uittreding zullen voor rekening van de uittredende partij te komen. De kosten van het inschakelen van de onafhankelijke derde zijn voor rekening van de uittredende deelnemer(s).

5. De uittredingskosten worden ten laste van de uittredende gemeente gebracht. Tot deze uittredingskosten behoren: a. de incidentele kosten die rechtstreeks verband houden met de ontvlechting van deze gemeente uit de regeling b. de kosten die verband houden met de (afbouw van de) ontstane overcapaciteit Tot de ontvlechtingskosten worden eveneens gerekend de kosten die worden gemaakt voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. Basis voor de berekening van de kosten van de ontstane overcapaciteit is het aandeel in de laatst vastgestelde begroting en hieruit volgende (langjarige) verplichtingen. 6. De kosten voor uittreding worden gebaseerd op de feiten en omstandigheden die gelden op het moment van uittreding. Wijzigingen die zich voordoen of opkomen na het moment van de daadwerkelijke uittreding kunnen niet (alsnog) worden betrokken bij de bepaling van de hoogte van de uittredingskosten. 7. Op basis van een sociaal plan zal personeel aan de uittredende partij worden toegewezen. De hiermee verbonden rechten en verplichtingen worden hiermee eveneens aan de uittredende partij overgedragen. 8. Bedrijfsmiddelen die uitsluitend en exclusief door de uittredende partij worden gebruikt, worden door de uittredende partij tegen de resterende boekwaarde hiervan overgenomen. 9.

Het aandeel in contractuele verplichtingen met leveranciers worden, waar mogelijk en in overleg met deze leveranciers, aan de uittredende partij overgedragen. 10. Kosten en verplichtingen die niet rechtstreeks aan de uittredende partij kunnen worden toegerekend en/ of overgedragen, worden naar rato van

het aandeel in de dienstverlening, tegen de contante waarde hiervan, bij de uittredende partij in rekening gebracht. 11. Het aandeel van de uittredende partij in de reservepositie van De Connectie wordt, waar mogelijk rechtstreeks en zo nodig naar rato van haar aandeel hierin, berekend en in mindering gebracht op de te betalen uittredingskosten. 12. Het Bestuur van De Connectie doet redelijkerwijs al het mogelijke om de kosten voor de uittredende gemeente zo laag mogelijk te houden. Daartoe doet het Bestuur met de uittredende deelnemer onderzoek naar de mogelijkheid om uittredingskosten te verminderen.

Artikel 27 – Opheffing 1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven. 2. De deelnemers nemen geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden. 3. De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin het Bestuur de opheffing openbaar heeft bekendgemaakt, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang heeft. 4. Indien op grond van het eerste lid de regeling wordt opgeheven, geeft het Bestuur een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht bij gewone meerderheid van stemmen instemming is verkregen van de deelnemers. 5. Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing. Het bepaalde in het vierde lid van artikel 26 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 27 Opheffing 1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven. 2. De deelnemers nemen geen besluit als bedoeld in het eerste lid dan nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun raden. 3. De opheffing gaat in op de eerste dag van de maand, volgend op die waarin het Bestuur de opheffing openbaar heeft bekendgemaakt, tenzij het besluit tot opheffing een latere datum van ingang heeft. 4. Indien op grond van het eerste lid de regeling wordt opgeheven, geeft het Bestuur een onafhankelijke derde opdracht om een opheffingsplan op te stellen, nadat op de inhoud van deze opdracht bij gewone meerderheid van stemmen instemming is verkregen van de deelnemers. 5. Het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid, voorziet in ieder geval in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing van de regeling en in de personele gevolgen van de opheffing. Het bepaalde in het vierde lid van

6. Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het Bestuur. 7. Het Bestuur is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid. 8. Bij ontbinding van de IGUO in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft de IGUO voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is.

artikel 26 is van overeenkomstige toepassing. 6. Het opheffingsplan wordt vastgesteld door het Bestuur. 7. Het Bestuur is belast met de uitvoering van het opheffingsplan, bedoeld in het vierde lid. 8. Bij ontbinding van De Connectie in verband met opheffing van de regeling of anderszins, blijft De Connectie voortbestaan voor zover dat voor de vereffening van zijn vermogen noodzakelijk is.

Hoofdstuk 9: Slotbepalingen

Hoofdstuk 9: Slotbepalingen

Artikel 28 – Duur van de regeling Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd.

Artikel 28 Duur van de regeling Deze regeling wordt getroffen voor onbepaalde tijd. Artikel 29 Evaluatie Het Bestuur draagt zorg voor een vierjaarlijkse evaluatie van de samenwerking van De Connectie.

Artikel 29 – Toezending en bekendmaking Arnhem is belast met de toezending van deze regeling aan gedeputeerde staten van de provincie Gelderland en met bekendmaking als bedoeld in artikel 26 van de Wgr. Artikel 30 – Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2016 Artikel 34 – Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling intergemeentelijke uitvoeringsorganisatie

Artikel 30 Bekendmaking De gemeente Arnhem is belast met de bekendmaking van de regeling zoals bedoeld in artikel 26 van de wet. Artikel 31 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking op 1 maart 2016 en is gewijzigd op …. Artikel 32 Citeerwijze Deze regeling wordt aangehaald als Gemeenschappelijke regeling De Connectie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=804efb41-d7ec-4a7d-a1e2-bc7271166aea