CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

1a. Uitwerking thema Energietransitie

Raadsvergadering 27 januari 2026, gemeente RhedenBij agendapunt: Vaststelling omgevingsvisie9.303 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naast de gebouwenaanpak geeft het programma ook aan welke energie-infrastructuur per gebied wordt ontwikkeld. Dit kan variëren van collectieve warmtenetten in dichtbebouwde wijken tot hybride systemen of individuele voorzieningen in dorpen met verspreide bebouwing. Voor elk gebied wordt duidelijk vastgelegd welke voorziening de basis gaat vormen en hoe de infrastructuur wordt aangelegd en beheerd. Het programma bevat daarnaast een financiële onderbouwing. Voor zowel isolatie als infrastructuur en exploitatie worden kostenramingen opgesteld, waarbij nadrukkelijk aandacht wordt besteed aan de betaalbaarheid voor inwoners en bedrijven. De gemeente legt hiermee verantwoording af over de investeringen die nodig zijn en de consequenties van de gemaakte keuzes. Een ander belangrijk onderdeel is de verwachte warmtebehoefte. Per wijk en dorp wordt de gemiddelde warmtevraag in kaart gebracht en wordt aangegeven hoe deze zich ontwikkelt in de tijd. Zo kan de beschikbare infrastructuur worden afgestemd op de daadwerkelijke vraag, waardoor investeringen doelmatig zijn en over- of ondercapaciteit wordt voorkomen. In overeenstemming met de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en de Wet collectieve warmte (Wcw) kan de gemeente wijken aanwijzen en publieke waarden borgen. Tot slot bevat het Energie- en Warmteprogramma een aanpak voor de monitoring van de voortgang.

Hierin staat hoe resultaten worden gevolgd, hoe updates worden verwerkt en hoe bijsturing plaatsvindt wanneer dat nodig is. Monitoring gebeurt niet alleen op technische indicatoren, zoals het aantal geïsoleerde gebouwen en de gerealiseerde CO₂reductie, maar ook op sociale aspecten, zoals betaalbaarheid, draagvlak en deelname van kwetsbare groepen. De resultaten worden periodiek teruggekoppeld aan de gemeenteraad en vormen de basis voor de verplichte actualisaties. Voor de gemeenteraad betekent dit programma dat zij richting en houvast krijgen bij de uitvoering van de energietransitie. De raad stelt het programma vast en bepaalt daarmee welke buurten prioriteit krijgen, welke warmtevoorzieningen worden ontwikkeld en hoe de kosten en baten verdeeld worden. Ook ziet de raad erop toe dat participatie goed wordt georganiseerd en dat de voortgang periodiek wordt gemonitord. Voor het college vormt het programma het instrument om de uitvoering te sturen. Op basis van de vastgestelde kaders kan het college concrete afspraken maken met woningcorporaties, netbeheerders, bedrijven en bewonersinitiatieven. Zo wordt duidelijk wie welke rol heeft, hoe de middelen worden ingezet en hoe samenwerking wordt vormgegeven. Voor inwoners en ondernemers geeft het Energie- en Warmteprogramma helderheid over wat zij de komende jaren kunnen verwachten en op welke wijze participatie plaatsvindt.

Het programma maakt inzichtelijk wanneer hun wijk of buurt aan de beurt is, welke warmtevoorziening daarbij wordt ingezet en hoe zij worden betrokken bij de keuzes. Ook biedt het ruimte om alternatieve voorstellen in te brengen en ondersteuning te krijgen bij isolatie en verduurzaming. Zo biedt het Energie- en Warmteprogramma op alle niveaus duidelijkheid: de raad bepaalt de koers, het college organiseert de uitvoering en inwoners en ondernemers krijgen perspectief en invloed op de veranderingen in hun eigen leefomgeving. Daarmee vormt het programma de onmisbare schakel tussen uitwerking en praktijk en het fundament voor een haalbare, betaalbare en maatschappelijk gedragen transitie naar duurzame warmte in de gemeente Rheden.

5.4

Omgevingsplan

Bij de Uitwerking van het omgevingsplan worden publieke waarden expliciet en juridisch geborgd. De Wet collectieve warmte (Wcw) en het Besluit collectieve warmte (BCW) verplichten gemeenten ervoor te zorgen dat betaalbaarheid, leveringszekerheid en duurzaamheid leidend zijn bij de aanleg en exploitatie van warmtenetten. Dit betekent dat commerciële belangen nooit mogen overheersen en dat inwoners en bedrijven verzekerd zijn van een betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening. Monitoring richt zich niet alleen op technische resultaten, zoals het aantal geïsoleerde woningen, het aantal aansluitingen op warmtenetten en de gerealiseerde CO₂-reductie. Ook sociale aspecten worden structureel gevolgd: betaalbaarheid voor inwoners, het draagvlak in de wijken en de deelname van kwetsbare groepen. Door deze brede monitoring ontstaat een compleet beeld van de voortgang en kan tijdig worden bijgestuurd wanneer blijkt dat bepaalde groepen dreigen achter te blijven of de kosten te hoog oplopen. De uitkomsten worden periodiek met de gemeenteraad en de samenleving gedeeld, zodat transparantie en verantwoording zijn gegarandeerd. Het omgevingsplan vertaalt de inhoud van het Energie- en Warmteprogramma naar juridische regels. Daarmee wordt vastgelegd welke buurten en dorpen in de komende jaren aardgasvrij worden aangewezen en welke voorzieningen daarvoor beschikbaar komen.

Ook wordt duidelijk welke gebouwen in aanmerking komen voor isolatie, welke infrastructuur wordt ontwikkeld en hoe de verwachte warmtebehoefte per wijk wordt meegenomen in toekomstige ruimtelijke besluiten. Daarnaast heeft ook participatie een plek in het omgevingsplan. Bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties worden actief betrokken en krijgen de mogelijkheid om alternatieve voorstellen te doen. De wijze waarop dit georganiseerd wordt, en hoe de resultaten worden meegenomen in besluitvorming, is expliciet onderdeel van de juridische regeling. Tot slot wordt in het omgevingsplan vastgelegd hoe de uitvoering wordt gevolgd en hoe de voortgang periodiek wordt geëvalueerd. Monitoring van zowel technische resultaten, zoals isolatie en CO₂-reductie, als sociale aspecten zoals draagvlak en betaalbaarheid, maakt het mogelijk om tijdig bij te sturen en het programma elke vijf jaar te actualiseren. Het omgevingsplan is daarmee het instrument waarin de keuzes uit het Energie- en Warmteprogramma hun juridische verankering krijgen. Zo wordt gegarandeerd dat ruimtelijke ontwikkelingen passen bij de koers van de gemeente en dat de Energie- en Warmtetransitie haalbaar, betaalbaar en maatschappelijk gedragen blijft. Voor de gemeenteraad betekent dit dat het omgevingsplan het formele besluitvormingsmoment is.

De raad stelt het plan vast en legt daarmee juridisch vast welke gebieden aardgasvrij worden, welke infrastructuur wordt aangelegd en hoe participatie en monitoring zijn georganiseerd. Daarmee heeft de raad de sleutel in handen om richting te geven aan de uitvoering van de Energie- en Warmtetransitie en om te borgen dat publieke waarden zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en draagvlak centraal blijven staan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=b3cc918f-d2be-4fe8-a191-f7f039b16e4f