CConstaterende datRheden
Koppel je AI →
Document · PDF

14112023 Raadsvoorstel Financiële verordening 2024

Financiële commissie 23 november 2023, gemeente RhedenBij agendapunt: Financiële verordening11.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsvoorstel portefeuillehouder

begrotingsprogramma

draagt bij aan Global Goal(s)

T.A.F.A. Klomberg

Programma 1 t/m 3

16 Vrede, veiligheid en sterke publieke diensten

b en w-vergadering

agendapunt

bijlage(n) ter inzage

14 november 2023

Financiële verordening 2024 FV2024 toelichting wijzigingen

rol raad

soort document

Ter besluitvorming

Raadsvoorstel en -besluit

voorbereidende vergadering

agendapunt

7 december 2023 Raadsvergadering

agendapunt

19 december 2023 onderwerp

Financiële verordening 2024

INHOUD VOORSTEL De Financiële verordening 2024 vaststellen. 1 Waartoe is het voorstel gedaan? In de financiële verordening liggen de financiële beleidskaders vast die we in de gemeente Rheden hanteren. 2 Wat is de aanleiding? De huidige verordening trad in 2019 in werking en dient op diverse onderdelen te worden geactualiseerd. Tevens is in de voorliggende financiële verordening de huidige werkwijze van de planning & control cyclus verwerkt. 3 Wat is het bestaand beleid c.q. kader? Actuele wetgeving (Gemeentewet, Besluit begroting en verantwoording) en werkwijze planning & control cyclus. 4 Wat willen wij bereiken? Wat gaan wij ervoor doen? Wat zijn de financiële consequenties? Met de financiële verordening regelt de raad op hoofdlijnen de spelregels voor het financieel beleid, de financiële organisatie en het financieel beheer. Hiermee kan Pagina 1 van 31 RHD-

invulling worden gegeven aan het voeren van een gedegen en gezond financieel beheer en beleid. 5 Wat zijn de risico’s? Niet van toepassing. 6 Wat is het draagvlak voor dit voorstel? De Financiële verordening 2024 is behandeld in de financiële commissie en sluit aan bij geldende wetgeving en huidige werkwijze. 7 Hoe en met wie wordt er gecommuniceerd? Het besluit wordt na vaststelling digitaal bekendgemaakt en de nieuwe verordening treedt per 1 januari 2024 in werking. De verordening is digitaal raadpleegbaar via de website www.overheid.nl. 8

Wordt er een evaluatie uitgevoerd? Niet van toepassing.

Velp, Burgemeester en wethouders van Rheden, Carol van Eert, burgemeester. Martin Rommers, secretaris.

Pagina 2 van 31 RHD-

de Financiële verordening gemeente Rheden 2024 De raad van de gemeente Rheden; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 14 november 2023; gelet op artikel 212 van de Gemeentewet Besluit vast te stellen: de Financiele verordening gemeente Rheden 2024

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a.

administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het beheersen van de organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd;

b.

BBV: Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten;

c.

college: het college van burgemeester en wethouders;

d.

P&C-documenten: Planning & Control documenten (bestaande uit kadernota, programmabegroting,

e.

jaarstukken: de jaarrekening, het jaarverslag en de bijbehorende stukken van een begrotingsjaar;

f.

overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een

1e en 2e bestuursrapportage en jaarstukken).

personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;

g.

rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het college waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving;

h.

doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van

i.

doeltreffendheid: de mate waarin waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke

j.

streefwaarde: de waarde die bereikt moet worden binnen een bepaalde periode, als maatstaf voor de

k.

structurele baten en lasten: baten en lasten zonder een specifieke einddatum;

middelen;

effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;

beoogde maatschappelijke effecten, doelstellingen en te leveren prestaties;

Pagina 3 van 31 RHD-

l.

organisatieonderdeel: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het directieteam.

Hoofdstuk 2 Begroting en verantwoording Artikel 2 Programmabegroting 1.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode zonodig een gewijzigde programma-indeling voor die raadsperiode vast. Deze indeling is van toepassing voor de begrotingen gedurende de gehele

raadsperiode, tenzij de raad hierover tussentijds een besluit tot wijziging van de programma-indeling neemt. 2.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de thema’s en

3.

Voorafgaande aan het nieuwe begrotingsjaar stelt de raad de begroting voor het nieuwe

taakvelden per programma vast.

begrotingsjaar vast. De begroting wordt opgesteld in overeenstemming met de geldende

voorschriften (BBV) voor gemeenten. De programma’s zijn opgebouwd aan de hand van de

zogenaamde doelenboom (visie, doelen, indicatoren en resultaten waarin de 3W-vragen zijn verwerkt). De raad stelt per programma vast: a. wat willen we bereiken?

b. wat zijn de beoogde resultaten?

c. wat mag het gaan kosten (lasten en baten)? 4.

De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel

bevat tenminste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het BBV.

5.

Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties en beleidsdoelen, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de raad, kan worden getoetst.

6.

De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra

paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3 Inrichting begroting en jaarstukken 1.

Bij de begroting en de jaarstukken worden de baten en lasten per thema en per taakveld weergeven

2.

De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s of de beleidsdoelen van de

onder elk van de programma’s en in het overzicht ‘Taakvelden-Realisatie’ in de jaarrekening.

programma’s voor het lopende jaar bijstelling behoeven. De bestuursrapportages (zie artikel 7) bieden de raad de gelegenheid om doelen en resultaten bij te stellen.

Pagina 4 van 31 RHD-

3.

Het college legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de programma’s op themaniveau. In deze verantwoording geeft het college daarin aan: a.

in hoeverre beoogde doelstellingen zijn bereikt;

b. in hoeverre resultaten hiervoor zijn gerealiseerd; c. 4.

de werkelijke lasten en baten.

Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting wordt inzicht gegeven in: - alle financiële gevolgen van het beleid waartoe de raad heeft besloten;

- de ontwikkeling van het begrotingsresultaat en het saldo van de meerjarenraming ten opzichte van de voorgaande begroting en actuele kadernota;

- nieuwe investeringen voor de komende 4 jaar (investeringsprogramma);

- de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie;

- de ontwikkeling van de reserves en voorzieningen. 5.

In de jaarstukken worden van de investeringen de beschikbaar gestelde investeringskredieten en de

6.

In het verplichte overzicht van incidentele baten en lasten worden ramingen van materiële omvang,

uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.

waarbij een grens wordt gehanteerd van € 50.000 en hoger, voorzien van een toelichting.

Artikel 4 Kaders begroting en meerjarenraming 1.

Het college biedt voor 1 juli aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de

financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 1 augustus vast.

2.

In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen.

Artikel 5 Autorisatie begroting en investeringskredieten 1.

De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma en per

2.

Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later

thema, waarbij inzicht wordt gegeven op het niveau van taakvelden.

tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige

nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3.

Het college informeert de raad als hij verwacht, dat de lasten van een taakveld de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het

geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden of de baten van een taakveld de

geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. De raad geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigigen van de geautoriseerde lasten van het taakveld, het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet of het bijstellen van het beleid. 4.

Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 7, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de

geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met

Pagina 5 van 31 RHD-

een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van

geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 5.

Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een

investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 6.

Indien incidentele middelen in het jaar van beschikbaarstelling niet zijn besteed en daarmee de

doelstelling nog niet is gerealiseerd, mag hiervoor een bestemmingsreserve worden gevormd ter

hoogte van maximaal het niet bestede bedrag met een ondergrens van € 25.000. De gereserveerde

middelen worden toegevoegd aan de begroting van het volgende jaar. Uiterlijk twee jaar na ontstaan van de bestemmingsreserve vervalt de bestemmingsreserve. 7.

Het college kan voor wat betreft de maximale termijn van twee jaar, genoemd in lid 6, gemotiveerd afwijken.

Artikel 6 Autorisatie achteraf 1.

Ten behoeve van een soepele voortgang in de bedrijfsvoering en/of besluitvormingstrajecten is vooraf geen budgetverlening door de raad noodzakelijk voor: a. nieuwe uitgaven met een eenmalig karakter van maximaal € 100.000 exclusief compensabele btw of maximaal € 100.000 inclusief kostprijsverhogende btw;

b. nieuwe structurele exploitatielasten van maximaal € 20.000 (exclusief compensabele btw); c. investeringen van maximaal € 150.000 exclusief compensabele btw, waarvan de structurele kapitaallasten maximaal € 20.000 bedragen. 2.

Van de financiële consequenties van transacties die de in het eerste lid genoemde bedragen niet te boven gaan, worden achteraf in het betreffende begrotingsjaar administratieve begrotingswijzigingen opgesteld of de betreffende financiële consequenties worden meegenomen in één van de tussentijdse rapportages aan de raad, bedoeld in artikel 7, eerste lid en de daaruit voortvloeiende begrotingswijziging.

3.

Bij de bepaling van overschrijding van taakvelden wordt geen rekening gehouden met overschrijdingen, die het gevolg zijn van een hogere toerekening van loonkosten van de eigen organisatie.

4.

Kredietopeningen ten behoeve van grondexploitatie-activiteiten waarvoor een actuele, door de raad vastgestelde exploitatieopzet voorhanden is, kunnen ongelimiteerd door het college worden afgewikkeld, indien deze uitgaven passen binnen de bedoelde exploitatieopzet.

Artikel 7 Tussentijdse rapportage (bestuursrapportages) 1.

Het college informeert de raad tweemaal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de

realisatie van de begroting. Dit betreft de 1e en 2e bestuursrapportage. De 1e bestuursrapportage is gebaseerd op de stand van zaken begin mei. De tweede tussenrapportage is vooral gericht op

financiële afwijkingen en is gebaseerd op de stand van zaken begin augustus. Deze rapportages worden ter vaststelling aan de raad voorgelegd in juni respectievelijk in september.

Pagina 6 van 31 RHD-

2.

De tussenrapportages bevatten een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en lasten per programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat volgend uit de onderdelen d en e; g. investeringskredieten indien van toepassing.

3.

In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van zowel baten als lasten van taakvelden en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 toegelicht.

Artikel 8 Jaarstukken 1.

Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het college aan de raad het voorstel aan over

2.

Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het college aan de

de bestemming van het jaarrekeningresultaat.

raad voorstellen om restantmiddelen op onderdelen van het rekeningresultaat over te hevelen naar het volgende begrotingsjaar.

Artikel 9 Informatieplicht 1.

Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 1.000.000 dan nadat de raad is geinformeeerd over het voornemen en hiermee instemt.

2.

Het grensbedrag als bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op het aangaan van achtervangovereenkomsten met het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, voor zover het de (her)financiering betreft van de in de gemeente gelegen woongelegenheden.

3.

Bij investeringen groter dan € 1.000.000 informeert het college de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente.

Artikel 10 EMU-saldo Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Hoofdstuk 3 Rechtmatigheidsverantwoording Pagina 7 van 31 RHD-

Artikel 11 Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording 1.

De raad stelt vast op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken, naast de verplichte onderdelen van deze paragraaf, wil worden geïnformeerd over rechtmatigheid.

2.

In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het college aan de raad over afwijkingen met een verantwoordingsgrens die ligt tussen de 1% en 3% van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves.

3.

In de paragraaf bedrijfsvoering worden de geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) die groter zijn dan de rapportagegrens nader toegelicht.

Artikel 12 Voorwaardencriterium 1.

Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen / voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.

2.

Het college biedt de raad jaarlijks uiterlijk voorafgaand aan de start van de accountantscontrole ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) weten regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien.

Artikel 13 Begrotingscriterium 1.

Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van

de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en

investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen. 2. 3.

De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is

geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.

Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal

gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.

4.

Uitgangspunt is dat iedere afwijking van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.

Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:

a. Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren;

b. Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c. De overschrijding is geautoriseerd d.m.v. vaststelling van een tussentijdse rapportage of ander raadsbesluit.

5.

Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden

opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden)..

Pagina 8 van 31 RHD-

Artikel 14 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium 1.

Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en gemeentelijke eigendommen bij financiële beheershandelingen.

2.

Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen.

Hoofdstuk 4 Financieel beleid Artikel 15 Waardering en afschrijving vaste activa 1. 2. 3. 4.

Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen

zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening.

De kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Over nieuwe investeringen worden in het jaar, volgende op het jaar van ingebruikname van het actief,

afschrijvingslasten geraamd in de begroting.

In de jaarstukken worden de toe te rekenen rentelasten berekend op basis van de boekwaarde van

het in ontwikkeling zijnde actief op 1 januari van het betreffende jaar. In de jaarstukken wordt de werkelijke afschrijving verwerkt met ingang van het jaar volgende op het jaar van werkelijke ingebruikname van het actief.

5.

Het college zorgt voor een actuele en volledige registratie van bezittingen. In de registratie worden

ook opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en nietgeactiveerde investeringen in de openbare ruimte.

6.

Het college zorgt ervoor dat de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen van de gemeente

systematisch worden gecontroleerd. Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Artikel 16 Waardering debiteuren en overige vorderingen Op basis van een periodieke beoordeling van de inbaarheid van de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd. Voor de openstaande vorderingen waarvan is komen vast te staan dat deze niet inbaar blijken, wordt de vordering als een verlies beschouwd. Het college zal hiertoe besluiten op grond van een ambtelijk voorstel.

Artikel 17 Reserves en voorzieningen 1.

In de begroting en jaarstukken wordt geen rente berekend over de reserves tenzij de reserve in het

leven is geroepen voor de dekking van kapitaallasten.

Pagina 9 van 31 RHD-

2.

Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota

wordt door de raad vastgesteld en hierin wordt behandeld: a. de vorming en besteding van reserves; b. de vorming en besteding van voorzieningen, en

c. bij welke specifiek benoemde taakvelden het verschil tussen het geraamde saldo van baten en

lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mag worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve of voorziening.

3.

Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen

wordt minimaal aangegeven:

a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de maximale looptijd. 4.

Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale

looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd.

Artikel 18 Kostprijsberekening en vaststelling tarieven en heffingen 1.

Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten van de gemeente Rheden die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken, die aantoonbaar samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.

2.

Bij de indirecte kosten worden onder meer betrokken:

- de bijdragen en onttrekkingen aan reserves en voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa;

- de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa;

- voor rioolhefffing en afstoffenheffing de compensabele BTW en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid. 3.

Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten, indirecte kosten en

afschrijvingskosten, de rente voor de financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een

vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van het eigen vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling van de begroting vastgesteld. 4.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden

toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten.

5.

Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart

Pagina 10 van 31 RHD-

geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 6.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de

7.

Het college draagt jaarlijks zorg voor het opstellen en aanpassen van de verordeningen voor de

belastingen, riool- en afvalstoffenheffing en de overige heffingen.

gemeentelijke belastingen en heffingen. De (gewijzigde) verordeningen worden aan de raad ter vaststelling voorgelegd.

8.

Het college neemt jaarlijks in de kadernota op de kaders voor de prijzen voor de levering van

gemeentelijke goederen, werken en diensten aan overheidsbedrijven en derden en voor de huren en de erfpachten.

9.

Het college legt bij een tussentijdse wijziging van prijzen, huren en erfpachten ten opzichte van de kaders uit de kadernota vooraf een besluit voor aan de raad.

Artikel 19 Prijzen economische activiteiten 1.

Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd.

2.

Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd.

3.

Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.

4.

Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en

kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid;

b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden;

d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen;

Pagina 11 van 31 RHD-

g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is;

h. overige door de raad vastgestelde uitzonderingen.

Artikel 20 Financieringsfunctie 1.

Het college draagt zorg voor de uitoefening van de financieringsfunctie, waarbij wordt gezorgd voor het aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige middelen om de programma’s, binnen de door de raad vastgestelde kaders van de begroting, te kunnen uitvoeren.

2.

Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en

b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1c van de Wet financiering decentrale overheden. 3.

Bij het verstrekken van leningen, garanties en risicodragend kapitaal bedingt het college indien

4.

Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste van de begroting gevormd ter

mogelijk zekerheden.

grootte van het risico dat de gemeente met de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in

budget voor deze voorziening dan doet het college vooraf aan de garantieverlening een voorstel aan de raad voor een begrotingswijziging.

Hoofdstuk 5 Paragrafen bij begroting en jaarstukken Artikel 21 Lokale heffingen In de begroting en het jaarverslag wordt op grond van artikel 10 van de BBV een paragraaf lokale heffingen opgenomen. Deze paragraaf behandelt in ieder geval: a. de samenstelling van het pakket aan lokale heffingen en de geraamde inkomsten; b. het tarievenbeleid voor lokale heffingen; c. de ontwikkeling van de lokale lastendruk; d. het kwijtscheldingsbeleid; e. een weergave van actuele ontwikkelingen inzake de lokale heffingen.

Artikel 22 Weerstandsvermogen en risicobeheersing In de paragraaf weerstandvermogen & risicobeheersing bij begroting en jaarstukken neemt het college onder andere de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van de BBV op.

Artikel 23 Onderhoud kapitaalgoederen

Pagina 12 van 31 RHD-

1.

In de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen bij begroting en jaarstukken neemt het college onder

2.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan openbare ruimte aan.

andere de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van de BBV op.

Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud

en de kosten van het onderhoud voor openbaar groen, speelplaatsen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair. De raad stelt het plan vast. 3.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vijf jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het

kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van

de riolering en de kosten van het onderhoud en van de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 4.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.

5.

Bij de begroting en het jaarverslag doet het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen verslag over de beleidsuitgangspunten en de uitvoering betreffende het onderhoud van de kapitaalgoederen en de hieruit voortvloeiende financiële consequenties.

Artikel 24 Financiering In de paragraaf financiering bij begroting en jaarstukken neemt het college onder andere de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van de BBV op.

Artikel 25 Bedrijfsvoering In de begroting en het jaarverslag wordt op grond van artikel 14 van de BBV een paragraaf bedrijfsvoering opgenomen. In de paragraaf bedrijfsvoering wordt ingegaan op de tijdelijke en actuele onderwerpen die

de aandacht behoeven. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen.

Deze paragraaf wordt opgezet aan de hand van de doelenboom (in lijn met Artikel 2 lid 3). Daarbij wordt specifiek aandacht besteed aan: a. personeel & organisatie

b. informatiemanagement & automatisering c. communicatie

d. planning & control

Artikel 26 Verbonden partijen In de begroting en het jaarverslag wordt op grond van artikel 15 van de BBV een paragraaf verbonden partijen opgenomen. In de paragraaf verbonden partijen wordt van elk van de verbonden partijen weergegeven: het openbaar belang, het eigen vermogen, het financieel resultaat en het financieel belang alsmede de financiële rsisico’s en de zeggenschap van de gemeente.

Artikel 27 Grondbeleid Pagina 13 van 31 RHD-

1.

In de paragraaf grondbeleid bij begroting en jaarstukken neemt het college onder andere de verplichte onderdelen op grond van artikel 16 van de BBV op.

2.

Het college biedt de raad ten minste eens in de vier jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In de nota wordt onder andere aandacht besteed aan:

a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten; c. het verloop van de grondvoorraad d. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden. 3.

In de paragraaf grondbeleid van de begroting en het jaarverslag wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid. De paragraaf grondbeleid bevat een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale grondexploitatie gespecificeerd naar complex, een overzicht van geraamde winstnemingen en een overzicht van de verwachte ontwikkeling van de reserve en voorzieningen grondexploitatie.

Artikel 28 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid In de begroting en het jaarverslag wordt op grond van artikel 3.5 van de Wet open overheid (Woo) een openbaarheidsparagraaf opgenomen. In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de voortgang op de beleidsvoornemens.

Hoofdstuk 6 Financiële organisatie en financieel beheer Artikel 29 Administratie De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor: a.

het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de gemeente als geheel en in de teams;

b.

het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden,

c.

het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten

d.

het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot de gemeentelijke productie van

e.

het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid

vorderingen, schulden, en contracten;

en voor het maken van kostencalculaties;

goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;

van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving;

f.

de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie,

alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.

Pagina 14 van 31 RHD-

Artikel 30 Financiële organisatie Het college draagt zorg voor: a. b. c. d. f.

een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een eenduidige toewijzing van de

gemeentelijke taken aan de organisatieonderdelen;

een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de

toegekende bugdetten en investeringskredieten;

de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende

informatievoorziening van de financieringsfunctie;

de te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te leveren prestaties, de daarvoor

beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitnutting van middelen;

g.

de kostenverdeelsleutels voor eenduidig toewijzen van baten en lasten aan de taakvelden;

h.

het beleid en de interne regels voor de inkoop en aanbesteding van goederen, werken en diensten;

i. j.

het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de toekenning van subsidies aan

ondernemingen en instellingen;

het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijke gebruik van

gemeentelijke regelingen en eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.

Artikel 31 Interne controle 1.

Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a, van de Gemeentewet en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de

balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b, van de Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen (zogenaamde Verbijzonderde Interne Controle). Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot herstel. 2.

Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd en registergoederen en bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vier jaar. Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen.

Hoofdstuk 7 Slotbepalingen Artikel 32 Intrekken oude verordening en overgangsrecht Pagina 15 van 31 RHD-

De financiele verordening gemeente Rheden 2019 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarstukken van het begrotingsjaar voorafgaande aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt.

Artikel 33 Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2024. 2. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Financiële verordening gemeente Rheden 2024’. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van: 19 december 2023

Velp,

De raad voornoemd,

voorzitter.

griffier.

Pagina 16 van 31 RHD-

Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 15 Financiele verordening gemeente Rheden 2024 I.

1. 2. 3. 4.

5. 6. 7.

Algemene uitgangspunten

Afschrijving van activa vindt plaats op lineaire basis.

Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 20.000 worden niet geactvieerd, met uitzondering van gronden en terreinen.

Bij het bepalen van de totale afschrijvingslasten wordt indien mogelijk (bijvoorbeeld bij duurzame investeringen) rekening gehouden met een restwaarde.

Voor de aanschaf of vervanging van ICT en overige middelen die vallen onder de

dienstverleningsovereenkomst met De Connectie, gelden de vervangingstermijnen die in de genoemde overeenkomst zijn vastgelegd.

Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden afgeschreven in overeenstemming met de verwachte gebruiksduur van dat actief.

Voor unieke projecten of in bijzondere situaties kan er door de Raad van de afschrijvingstermijn worden afgeweken d.m.v een besluit waarin de afwijking wordt onderbouwd.

II.

Overzicht afschrijvingstermijnen activa

Omschrijving activa

Afschrijvingstermijn (in jaren)

Apparatuur/voorzieningen (roerend) Kantoormachines

5

Kopieerapparaat

5

Schoonmaakmachines (sportvloeren)

10

Automatisering Beeldschermen

4

Dekstops/laptops

4

I-pads

4

Printer Software, waaronder software centrale systemen Server

5 4a7 4

Bruggen Aanleg bruggen beton/staal

40

Epoxy deklaag

60

Slagbomen

10

Gebouwen Buitenkozijnen

25

Complete verbouwing/restauratie monumenten

25

Dakbedekking pannen

40

Dakbedekking

20

Fietsenstalling

20

Pagina 17 van 31 RHD-

Gebouwen permanent

40

Gebouwen semipermanent

30

Gebouwen inrichting Binnenzonwering

15

Buitenzonwering

10

Inventaris/Meubilair

20

Vloerbedekking

10

Gebouwen/technische voorzieningen (onroerend) C.V. installaties

20

C.V. leidingen, radiatoren

40

Geluidsinstallaties

8

Zonnepanelen

20

Openbaar groen, recreatieplassen begraafplaatsen speeltuinen Aanleg/herinrichting plantsoenen/herplant bomen etc.

30

Banken/picknickplaatsen

10

Hekwerken

10

Renovatie speelplaatsen

20

Speeltoestellen

20

Rijdend materieel Aanhangwagen

15

Bladblazer

15

Bladwagen

15

Cirkelmaaier

10

Reinigingswagen

8

Snipperwagen

15

Takkenversnipperaar

15

Tractor

8

Zoutstrooier

15

Riolen en gemalen Afkoppelen hemelwaterafvoer (termijn afhankelijk van maatregel)

15, 30 of 45

Gemalen (gebouwen)

45

Installaties

15

Vrijvervalriolering

60

Rioolaanleg gebouwen

25

Persrioolleidingen

60

Sportparken en terreinen Aanleg speelvelden, tennisvelden e.d.

25

Pagina 18 van 31 RHD-

Kleedkamers

40

Kunstgrasveld (toplaag)

12

Kunstgrasveld (sporttechnische laag)

20

Kunstgrasveld (onderbouw)

40

Kunststofbaan (atletiekbaan)

25

Renovatie speelvelden

15

Straatmeubilair en -verlichting en verkeersregulering Armaturen en lichtmasten

40

Verkeersborden

10

Wegen, straten en pleinen Asfaltering/herbestrating/reconstructies

60

Asfaltering/herbestrating/reconstructies (levensverlengend)

15

Fietspaden/wegen met betonverharding

60

Fietspaden/wegen met halfverharding (recreatief)

60

Parkeervoorzieningen

10

Rotondes

60

Behoort bij besluit van de gemeenteraad d.d. 19 december 2023 Financiële verordening gemeente Rheden 2024

Pagina 19 van 31 RHD-

Artikelsgewijze toelichting I. Algemeen In deze verordening zijn zoveel mogelijk de artikelen en toelichtingen overgenomen uit de modelverordening 2022 van de VNG. Van onderwerpen, waarvan in andere door de raad vastgestelde verordeningen of beleidsstukken, e.d. zaken al goed en duidelijk zijn geregeld, zijn in deze verordening geen artikelen overgenomen. II. Toelichting op de artikelen. Artikel 1. Begripsomschrijvingen Het begrip administratie is gedefinieerd ten behoeve van artikel 29 van de verordening. De afkorting BBV is als begrip in dit artikel toegevoegd en toegelicht zodat er in de rest van de verordening volstaan kan worden met deze afkorting. Overheidsbedrijf is gedefinieerd om in artikel 19 van de verordening nadere invulling te kunnen geven aan de verplichtingen die volgen uit de Mededingingswet voor het vaststellen van de hoogte van prijzen. Artikel 2. Programmabegroting Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de jaarstukken. De indeling van de programma’s worden bij aanvang van iedere raadsperiode door de raad vastgesteld. Het BBV bepaalt in aanvulling hierop dat de taakvelden aan de programma's moeten worden toegewezen. Het tweede lid regelt dat thema’s en taakvelden op voorstel van het college aan de programma’s worden toebedeeld.

Het vierde lid bepaalt dat op voorstel van het college de raad beleidsindicatoren per programma vaststelt. Het is het zogenaamde SMART maken van de begroting. Wat de verplichte beleidsindicatoren zijn volgt uit de (ministeriele) Regeling vaststelling beleidsindiactoren door gemeenten in programma’s en

programmaverantwoording, welke zijn grondslag vindt in artikel 25, tweed elid, onder a, van het BBV. Overigens bepaalt dit artikel niet dat elke nieuwe raadsperiode de gehele begroting en jaarstukken moet worden herzien. In de meeste gevallen is dit niet raadzaam. Als de indeling en de gebruikte beleidindicatoren de vorige raadsperiode goed zijn bevallen, kunnen deze ongewijzigd opnieuw worden vastgesteld. In andere gevallen zijn (kleine) bijstellingen of wijzigingen meestal voldoende. Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt de raad integraal over een bepaald thema dat dwarsdoor de begroting loopt, geinformeerd. Het zesde lid bepaalt, dat de raad bij aanvang van een nieuwe raadsperiode of tussentijds (als voorbeeld het toevoegen van de paragraaf Corona in de jaarstukken 2020) kan aangeven welke paragrafen hij nog meer wenst.. Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken In dit artikel zijn aanvullend op het BBV bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting. Het artikel schrijft voor, dat de baten en lasten onder de programma’s, in de begroting per taakveld worden weergegeven. In het vierde lid wordt de verplichting in het BBV (artikel 20) om in de begroting aandacht te besteden aan de investeringen, nader uitgewerkt door te bepalen, dat er bij de uiteenzetting van de financiële positie

Pagina 20 van 31 RHD-

een overzicht van de investeringen wordt gegeven. Dit is nodig om ook de autorisatie van investeringskredieten mogelijk te maken. Dit kan op praktische wijze ingevuld worden door in de uiteenzetting van de financiële positie een samenvatting van de nieuwe investeringen op te nemen en voor een specificatie te verwijzen naar een bijlage bij de begroting. Het vierde lid bepaalt tevens, dat in aanvulling op het bepaalde in het BBV de gevolgen van de begroting en meerjarenraming voor de gemeentelijke schuldpositie inzichtelijk worden gemaakt. In het vijfde lid wordt voor de jaarstukken het inzicht in de uitputting van investeringskredieten geregeld. Het zesde lid gaat over de verplichte bijlage van incidentele baten en lasten. Om een goed inzicht te krijgen in het structurele begrotings- en rekeningsresultaat bepaalt de BBV dat de incidentele baten en lasten in een bijlage in beeld gebracht en toegelicht worden. Hierbij wordt een ondergrens voor materiële beïnvloeding van € 50.000 gehanteerd. De bedoeling hiervan is om de begroting en het overzicht niet nodeloos ingewikkeld te maken door een grote hoeveelheid kleine bedragen als incidenteel aan te merken. Dit heeft ook te maken met het uitgangspunt dat alle baten en lasten in principe structureel zijn en dat incidentele baten en lasten dus de uitzondering zijn.

Met dit artikel wordt invulling gegeven aan de aanbevelingen uit de notitie ‘Verduidelijking structurele en incidentele baten en lasten – Handreiking 2021’ uitgebracht door de gezamenlijke provincies. Artikel 4. Kaders begroting Artikel 4 biedt de kaders voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Hierin staan uitgangspunten die het college bij het opstellen van deze stukken in acht moet nemen. Dit in aanvulling op de bepalingen van de artikelen 189 en 193 van de Gemeentewet en het BBV. Het eerste lid van het artikel bepaalt, dat de gemeenteraad vooraf aan het opstellen van de begroting een kadernota vaststelt, waarin de hoofdlijnen voor het beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. Deze kaders worden opgenomen in de jaarlijkse kadernota en geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en de meerjarenraming. Het tweede lid is n.a.v. artikel 8 van het BBV waarin staat dat een bedrag voor onvoorzien moet zijn opgenomen in het programmaplan/de begroting. In onze gemeente is het gebruikelijk een vast bedrag op te nemen in de begroting en meerjarenraming. Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten Artikel 5 bevat regels voor de autorisatie van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Op grond van artikel 189 van de Gemeentewet berust het budgetrecht bij de raad.

De raad neemt uiteindelijk de beslissing welke bedragen zij voor taken en activiteiten op de begroting beschikbaar stelt. Gedurende het begrotingsjaar kan de raad op grond van artikel 192 van de Gemeentewet besluiten nemen voor het wijzigen van de begroting. De gemeente kan slechts uitgaven doen voor de bedragen die hiervoor op de begroting zijn gebracht (derde lid van artikel 189 van de Gemeentewet). De raad kan kiezen op welk niveau hij budgetten beschikbaar stelt. Autorisatie door de raad van de baten en de lasten vindt plaats op het niveau van programma’s en thema’s die weer onderverdeeld zijn naar taakvelden (eerste lid). Naast lopende uitgaven doet een gemeente investeringen. Ook uitgaven voor investeringen moeten door de raad worden geautoriseerd. Voor de autorisatie van deze investeringskredieten is er voor gekozen deze bij de begrotingsbehandeling mee te nemen (tweede lid). Wel kan de raad bij de begrotingsbehandeling aangegeven, welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek belangrijke investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke

Pagina 21 van 31 RHD-

kant van het investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel op de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de uitgaaf nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan te gaan. Het college dient dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten en investeringskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde baten bij het bekend worden aan de raad te melden (lid 3), zodat de raad kan besluiten of het budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden bijgesteld. Voor het behandelen van de daadwerkelijke tussentijdse budgetaanpassingen en bijstellingen van beleid is er in lid 4 voor gekozen deze mee te nemen bij de behandeling van de tussenrapportages. Meestal komen gedurende het begrotingsjaar nieuwe investeringsvoornemens op tafel, die bij het opstellen van de begroting niet waren voorzien. Het vijfde lid van het artikel regelt de autorisatie van de investeringskredieten anders dan bij vaststelling van de begroting, dus voor investeringen die zich pas in de loop van het begrotingsjaar aandienen. Artikel 6. Autorisatie achteraf Zoals eerder vermeld, is het beschikbaar stellen van budgetten op basis van de Gemeentewet een exclusief recht van de raad, dat niet kan worden overgedragen aan het college.

Dit betekent dus dat het college bij alle onverwachte zaken en/of noodzakelijke kleine nieuwe verplichtingen die extra geld kosten formeel geredeneerd eerst moet wachten op een raadsbesluit. In dit artikel is geregeld binnen welke grensbedragen het college mag besluiten tot het doen van niet in de programmabegroting geraamde eenmalige en structurele uitgaven. In die gevallen worden de verplichtingen dus al wel door het college aangegaan en/of de uitgaven al gedaan en wordt er pas achteraf bij een zogenaamde “administratieve” wijziging vastgesteld of wordt er bij één van de tussentijdse rapportages alsnog door de raad ingestemd met het benodigde aanvullende budget. Het college moet er bij deze procedure op kunnen vertrouwen dat de raad hier soepel mee omgaat en dergelijke zaken niet zwaar inhoudelijk gaat beschouwen. Anderzijds moet het college ook het vertrouwen, dat de raad door vaststelling van dit artikel aan het college geeft, niet schaden en dus artikel 6 alleen toepassen in die situaties waarvoor dit artikel is bedoeld. Indien de in dit artikel vermelde grensbedragen niet worden overschreden mag het college in eerste instantie dus besluiten tot het doen van uitgaven, waarvoor nog geen budgetten beschikbaar zijn. Boven die grensbedragen moet altijd vooraf krediet worden gevraagd aan de raad (m.u.v.

de afwijkende regeling voor grondexploitatie met vastgestelde exploitatieberekeningen, zie lid 4). Lid 3 is opgenomen met het oog op de rechtmatigheid. Daarin is geregeld, dat bij de bepaling van de mate van overschrijding van taakvelden geen rekening wordt gehouden met verschuivingen in de toerekening van loonkosten tussen het ene en het andere taakveld. Formeel geredeneerd is elke overschrijding van een taakveld namelijk onrechtmatig; bij deze beoordeling houdt de accountant er geen rekening mee dat andere taakvelden met dezelfde bedragen aan loonkosten zijn onderschreden. Bij tussentijdse rapportages zal overigens wel worden nagegaan in hoeverre het mogelijk en zinvol is om de ramingen van de toerekening van de eigen loonkosten af te stemmen op de werkelijke toerekeningen. Lid 4 heeft betrekking op beschikbaar stellen van kredieten voor grondexploitatie-activiteiten. Voorzover hiervoor actuele door de raad vastgestelde exploitatieopzetten voorhanden zijn, is de bevoegdheid om krediet voor de daadwerkelijke uitvoering daarvan beschikbaar te stellen, volledig in handen van het college. De raad heeft immers bij de vaststelling van de exploitatie-opzetten ingestemd met de uitvoering

Pagina 22 van 31 RHD-

en de daarin opgenomen kosten van bouwrijp maken, etc. Het is dan ook praktisch om de uitvoering hiervan, binnen de kaders van die exploitatieopzetten aan het college over te laten. Indien er geen actueel vastgestelde exploitatieopzet voorhanden is, geldt de procedure, zoals beschreven in het 1e en 2e lid van dit artikel. Artikel 7. Tussentijdse rapportage De tussentijdse rapportages zijn een belangrijk onderdeel van de planning- en control cyclus voor de raad. Op basis van de tussenrapportages wordt de raad op hooflijnen geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de voortgang van de uitvoering van het beleid. In de vorige verordening was nog sprake van vier rapportages per jaar. Met het oog op het actuele stuurmodel werken we met ingang van 2020 met twee rapportages per jaar. Het tweede lid bevat bepalingen over de minimale inhoud van het financiële deel van de rapportages. Het derde lid bepaalt welke afwijkingen ten opzichte van de begroting door het college in de tussenrapportages moeten worden toegelicht. Artikel 8. Jaarstukken Dit artikel geeft aan dat het college bij het aanbieden van de jaarstukken ook een voorstel doet voor de bestemming van het rekeningresultaat. Artikel 9. Informatieplicht Het betreft hier een uitwerking van het vierde lid van artikel 169 Gemeentewet.

Dat artikel van die wet verplicht het college vooraf aan het aangaan van bepaalde verplichtingen de raad inlichtingen te verstrekken indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening van deze bevoegdheden van het college ingrijpende gevolgen heeft voor de gemeente. In artikel 9 van de Financiële verordening verzoekt de raad het college om informatie vooraf aan het aangaan van de opgesomde rechtshandelingen met een financieel gevolg, indien het aangaan van deze verplichtingen de in het artikel genoemde bedragen overschrijden. De te hanteren uitgangspunten voor het verstrekken van leningen en garantstellingen worden verwoord in de paragraaf financiering van de gemeentebegroting. De bepalingen uit het artikel ontslaan het college niet van de informatieplicht in andere gevallen. Ook moeten besluiten van het college voor het doen van privaatrechtelijke rechtshandelingen passen binnen de kaders van het beleid dat door de raad is uiteengezet. Lid 2 heeft betrekking op de achtervang overeenkomsten, die het college tot nu toe altijd heeft gesloten voor woningbouw. Formeel zou dit telkens vooraf aan de raad voorgelegd moeten worden, hetgeen mede met het oog op de beperkte risico’s niet praktisch zou zijn.

Lid 3 geeft aan dat bij investeringen groter dan € 1.000.000 het college de raad in het betreffende voorstel informeert over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente. Dit kan door het vermelden van de ontwikkeling van de solvabiliteitsratio en de netto-schuldquote als gevolg van de betreffende investering. Artikel 10. EMU-saldo Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën vastgelegd, dat ze een aandeel hebben in het plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten overschreden, dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of

Pagina 23 van 31 RHD-

tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. Maar het kan ook zijn, dat de overschrijding niet tot aanvullend beleid van het Rijk of Europa leidt. Gemeenten krijgen in het voorjaar van het Rijk bericht of het gemeentelijk aandeel in het nationale toegestane EMU-tekort met de lopende begroting dreigt te worden overschreden. Ook wordt dan duidelijk of daarop actie van gemeenten is gewenst. Pas als dit laatste het geval is, moeten gemeenten met een individueel EMU-saldo hoger dan de gemeentelijke EMU-referentiewaarde hun begroting neerwaarts bijstellen om de overschrijding van het collectieve aandeel ongedaan te maken. In het artikel is opgenomen dat het college de raad informeert als de gemeente van het Rijk een bericht heeft ontvangen dat het toegestane EMU-tekort voor alle gemeenten dreigt te worden overschreden. Als daarop actie nodig is van de gemeente, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting. Artikel 11. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording Bij de verantwoording over rechtmatigheid wordt gekeken naar negen criteria. Het college legt verantwoording af over alle negen criteria in de jaarrekening. Zie Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021, blz. 9 e.v. voor de criteria en bijbehorende toelichting. De eerste zes criteria zijn niet opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording.

Deze betreffen verantwoording met betrekking tot getrouwheid en rechtmatigheid. Ze komen tot uitdrukking in de balans en het overzicht van baten en lasten. Dit zijn het calculatiecriterium, valuteringcriterium, adresseringscriterium, volledigheidscriterium, aanvaardbaarheidscriterium en leveringscriterium. Daarnaast is er een aantal criteria waarbij de verantwoording specifiek gaat over rechtmatigheid. Deze komen wel tot uitdrukking in de rechtmatigheidsverantwoording: -

begrotingscriterium: de financiële handelingen passen binnen het kader van de geautoriseerde begroting;

-

voorwaardencriterium: voorwaarden in wet- en regelgeving worden nageleefd, zoals subsidievoorwaarden;

-

misbruik en oneigenlijk gebruik criterium: er vindt een toetsing op juistheid en volledigheid van gegevens die door derden zijn verstrekt plaats, met het oog op het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik.

Eerste lid In relatie tot de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is in het eerste lid opgenomen dat de raad bij aanvang van iedere raadsperiode vaststelt op welke wijze hij door middel van de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken geïnformeerd wil worden over rechtmatigheid (Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021).

Tweede lid In het tweede lid stelt de raad de verantwoordingsgrens vast, waarboven het college moet rapporteren aan de raad (Kadernota rechtmatigheid 2023, augustus 2021). Deze grens moet tussen 1% en 3% liggen van de totale lasten van de gemeente, inclusief de dotaties aan de reserves. De te hanteren grens wordt via het (meerjarig) controleprotocol accountantscontrole vastgesteld. Voor het boekjaar 2023 geldt een verantwoordingsgrens van 3%.

Derde lid

Pagina 24 van 31 RHD-

Het derde lid geeft aan boven welk bedrag afzonderlijke afwijkingen nader moeten worden toegelicht (rapportagegrens). Dit grensbedrag wordt vastgelegd in het (meerjarig) controleprotocol accountantscontrole. Artikel 12 Voorwaardencriterium

Eerste lid In het eerste lid wordt de definitie weergegeven van het voorwaardencriterium, het zogenaamde “normenkader”.

Tweede lid Artikel 12 geeft aan dat jaarlijks het normenkader ten aanzien van de rechtmatigheidsverantwoording door de gemeenteraad moet worden vastgesteld en tijdig aan de raad moet worden aangeboden. Artikel 13 Begrotingscriterium

Eerste lid Artikel 13 gaat expliciet in op de begrotingsrechtmatigheid. In het eerste lid wordt het begrip begrotingsrechtmatigheid gedefinieerd.

Tweede t/m vijfde lid De baten en lasten moeten zich bewegen binnen de door de raad goedgekeurde en vastgestelde budgetplafonds. Indien er een overschrijding plaatsvindt is er in principe sprake van een begrotingsonrechtmatigheid. Hoe hiermee om te gaan is geregeld in het tweede t/m vijfde lid. Artikel 14 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium

Eerste lid Dit artikel voorziet in het zogenaamde “misbruik en oneigenlijk gebruik criterium”. In het eerste lid wordt het criterium gedefinieerd. Van misbruik is sprake bij het opzettelijk niet, niet tijdig, onjuist of onvolledig verstrekken van gegevens met als doel ten onrechte overheidssubsidies of -uitkeringen te verkrijgen of niet dan wel een te laag bedrag aan heffingen aan de overheid te betalen. Van oneigenlijk gebruik is sprake indien bij het aangaan van rechtshandelingen, al dan niet gecombineerd met feitelijke handelingen, het verkrijgen van overheidsbijdragen of het niet dan wel tot een te laag bedrag betalen van heffingen aan de overheid, in overeenstemming met de bewoordingen van de regelgeving is maar in strijd met het doel en de strekking daarvan is.

Tweede lid Aan het college wordt opgedragen om regels op stellen voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en eigendommen. Artikel 15. Waardering & afschrijving vaste activa In het tweede lid, onder a, van artikel 212 van de Gemeentewet is opgenomen, dat de financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving van activa bevat. Hieraan is in artikel 15 invulling gegeven. Voor de bepalingen over afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen van de materiële en immateriële vaste activa wordt in de verordening verwezen naar de bijlage bij de verordening. In de bijlage zijn de methodiek en de afschrijvingstermijnen voor de verschillende categorieën activa opgenomen. Vanaf 1 januari 2017 is ook het activeren van investeringen met maatschappelijk nut verplicht. Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf vaststellen van de eigen

Pagina 25 van 31 RHD-

afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen. Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen op de verwachte gebruiksduur. Artikel 16. Waardering debiteuren en overige vorderingen Voor de openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. Bij het opstellen van de jaarstukken zal de hoogte van de voorziening worden beoordeeld. Een bijstelling van deze voorziening wordt ter besluitvorming aan het college voorgelegd. Artikel 17. Reserves en voorzieningen In het eerste lid wordt bepaald dat alleen de rente van bestemmingsreserves die in het leven geroepen zijn voor de dekking van kapitaallasten, wordt toegerekend aan de taakvelden. Het tweede lid bepaalt, dat het college eens in de vier jaar een nota over de reserves en voorzieningen aan de raad aanbiedt. Met het vaststellen van deze nota stelt de raad de kaders vast voor de vorming van reserves en voorzieningen. Voor een investeringsvoornemen kan de raad een bestemmingsreserve vormen. Een deel van de algemene reserve wordt hiervoor afgezonderd.

Hiermee wordt op de balans van de gemeente tot uitdrukking gebracht, dat een toekomstige investering in de loop van de jaren door de afschrijvingen een beslag op het eigen vermogen gaat leggen. In het derde lid zijn de voorwaarden voor een dergelijke bestemmingsreserve opgenomen. Investeringsvoornemens leiden niet altijd tot investeringen. Er bestaat het gevaar, dat bestemmingsreserves op de balans blijven staan waar tegenover in het geheel geen investeringsvoornemens meer bestaan. Door voor elke nieuwe bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen een maximale “houdbaarheidsdatum” op te nemen kan dit worden voorkomen. Hiervoor is in de verordening de bepaling (vierde lid) opgenomen dat bestemmingsreserves die de houdbaarheidsdatum hebben overschreden, vervallen en weer aan de algemene reserve worden toegevoegd. Artikel 18. Kostprijsberekening, tarieven en heffingen Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en van tarieven voor rechten als bedoeld in artikel 229b en heffingen als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Rheden&id=ed20f9a4-4b1c-455d-88b8-c6ca27036f72