05_Vervolgonderzoek Wet natuurbescherming_GrasAdvies_3jul2023
Tekst van het document
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5, Ellecom Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Colofon Titel:
Rapportage aanvullend soortenonderzoek Wet natuurbescherming Eikenstraat 5, Ellecom
Projectcode Versie: Datum
P05346 Tussenrapportage 03-07-2023
Opdrachtgever:
BOEi Daam Fockemalaan 22 3818 KG Amersfoort
Uitvoerder
Email: Website:
GRAS Advies bv Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo ecologie@grasadvies.nl https://grasadvies.nl/
Contactpersoon: Telefoon: Email:
M. Witjes 074 - 202 02 58 Michael.witjes@grasadvies.nl
Controle Paraaf goedkeuring
XXX
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 1 van 22
Huismanstraat 6 6851 GT Huissen
Inhoudsopgave 1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Inleiding.............................................................................................................................................. 4
1.1
Samenvatting ..................................................................................................................................... 5
1.2
Projectgebied ..................................................................................................................................... 6
1.3
Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden ............................................................................... 7
2
Werkwijze........................................................................................................................................... 9
2.1
Vleermuizen ....................................................................................................................................... 9
2.2
Uilen ................................................................................................................................................... 9
2.3
Huismus ........................................................................................................................................... 10
2.4
Gierzwaluw ...................................................................................................................................... 10
2.5
Rugstreeppad .................................................................................................................................. 10
2.6
Steenmarter ..................................................................................................................................... 10
2.7
Reptielen .......................................................................................................................................... 11
2.8
Uitvoering locatieonderzoeken ........................................................................................................ 11
3
Resultaten ........................................................................................................................................ 12
3.1
Vleermuizen ..................................................................................................................................... 12
3.2
Uilen ................................................................................................................................................. 12
3.3
Huismus ........................................................................................................................................... 12
3.4
Gierzwaluw ...................................................................................................................................... 12
3.5
Rugstreeppad .................................................................................................................................. 13
3.6
Steenmarter ..................................................................................................................................... 13
3.7
Reptielen .......................................................................................................................................... 13
4
Conclusies en advies ....................................................................................................................... 14
5. Bronnen ....................................................................................................................................................... 15
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 2 van 22
Bijlagen Bijlage 1: Wet natuurbescherming Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken Bijlage 3: Plattegrond met waarnemingen Bijlage 4: Registratieformulier
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 3 van 22
1 Inleiding 1.1
Inleiding
In opdracht van BOEi wordt een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de Eikenstraat 5 te Ellecom. De initiatiefnemer is voornemens de turnhal uit 1943 te renoveren. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden, houtopstanden en plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘Natuurbeschermingswet 1998’, ‘Boswet’ en ‘Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie van verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van de verkennende onderzoeken (quickscans) flora en fauna van de verschillende deelgebieden van het projectgebied (GRAS Advies, 2023) blijkt dat in het projectgebied mogelijk vleermuizen, beschermde uilen, huismus, gierzwaluw, rugstreeppad, steenmarter en beschermde reptielen voorkomen.
Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soortgroepen uit te voeren Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de aanwezigheid en aantallen beschermde diersoorten in het projectgebied, de mogelijke functies van het projectgebied voor deze soorten, de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek ). GRAS advies GRAS Advies voert verkennende veldonderzoeken uit volgens de geldende soortprotocollen. De medewerkers van GRAS Advies zijn middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 4 van 22
1.1
Samenvatting
Vleermuizen Er zijn twee verblijfplaatsen aangetroffen van gewone dwergvleermuizen in de nok van de turhal. Dit betreft een zomerverblijf. Exacte locatie van de verblijfplaats is beschreven in hoofdstuk 3. De voorgenomen ontwikkelingen resulteert mogelijk in een verlies van de verblijfsplaats. Er is derhalve sprake van een negatief effect op de aanwezige vleermuizen. Uilen Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van beschermde uilen aangetroffen binnen het projectgebied. Verder is er ook geen essentieel foerageer en/of leefgebied aanwezig binnen het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen resulteren niet in verlies van de nestlocatie en/of essentieel foerageergebied Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op beschermde uilen. Huismus Er is één foeragerende huismus waargenomen binnen het projectgebied. Deze huismus broed onder de dakpannen van een naastgelegen woning. Het projectgebied is geen essentieel foerageergebied. De voorgenomen ontwikkeling resulteert niet in verlies van nestlocaties en/of essentieel foerageergebied en leefgebied van de huismus. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de huismus Gierzwaluw Er zijn geen nestlocaties van gierzwaluwen aangetroffen binnen het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen resulteren niet in het verlies van de nestlocaties en/of essentieel foerageergebied.
Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de gierzwaluw. Rugstreeppad Tijdens de veldbezoeken zijn geen exemplaren en/of ei-snoeren van rugstreeppadden waargenomen. Ook zijn er geen reacties gehoord na het afspelen van rugstreeppad geluiden. De aanwezigheid van rugstreeppadden in het projectgebied is uitgesloten. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de rugstreeppad. Steenmarter Tijdens de locatiebezoeken zijn de aanwezige wildcamera’s gecontroleerd. Vooralsnog is er eenmaal een steenmarter naast de turnhal waargenomen. Het onderzoek loopt nog tot augustus. Reptielen Tijdens de locatiebezoeken zijn geen beschermde reptielen waargenomen onder de neergelegde herpetoplaten. Het onderzoek loopt nog tot oktober. Wet natuurbescherming Vooralsnog is er een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig voor twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, mits de werkzaamheden invloed hebben op deze gevonden verblijfplaatsen. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving.
In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” Advies Geadviseerd wordt de hier bovengenoemde uitgangspunten XXX als verplichting vast te leggen voor de uitvoerende partij.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 5 van 22
1.2
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen aan de Eikenstraat 5 te Ellecom (Afbeelding 1.1). Het gebied grenst aan de zuiden westzijde aan broekbos. Aan de noordzijde ligt een parkeerterrein. Aan de oostzijde bevinden zich voetbalvelden. Het projectgebied heeft een oppervlakte van ca. 6000 m2, en bestaat uit een oude turnhal en twee bijgebouwen (Afbeelding 1.2).
Afbeelding 1.1 Ligging van het projectgebied (rood kader).
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 6 van 22
Afbeelding 1.2 Luchtfoto van het projectgebied (rood kader).
1.3
Voorgenomen ontwikkeling en werkzaamheden
De initiatiefnemer is voornemens om het gebouw, een turnhal uit 1943, te renoveren. De globale plannen zijn: • Kantoren aan de kopse kant bij het sportveld • Twee woningen in de andere kopse kant • Voor de hal in het midden van het gebouw zijn twee scenario’s: tiny houses of zakelijk verhuur (cultureel centrum). De exacte planning van de uitvoering is nog niet bekend.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 7 van 22
Afbeelding 1.3. Schets voorgenomen ontwikkeling.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 8 van 22
2 Werkwijze 2.1
Vleermuizen
Vleermuisonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal en de soort(en) vleermuizen in het projectgebied vast te stellen en om inzicht te krijgen in welke functie(s) het gebied heeft (foerageergebied, vliegroute, verblijfplaats. Van een eventuele verblijfplaats kan worden vastgesteld welke functie(s) het heeft: zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijf. De beschikbare Kennisdocumenten Vleermuizen, waaronder bijvoorbeeld het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) bevelen aan om gebruik te maken van het landelijke Vleermuisprotocol (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). Het vleermuisprotocol is in 2009 ontwikkeld door het Netwerk Groene Bureaus in overleg met de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en Gegevensautoriteit Natuur en vastgesteld door de toenmalige Gegevensautoriteit Natuur. Het protocol wordt jaarlijks in het Vleermuisvakberaad geëvalueerd door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Het vleermuisprotocol voorziet in de volgende locatiebezoeken: • een voorjaarsonderzoek om een mogelijke functie als zomer- en/of kraamverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 3 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal 1 ’s ochtends.
• Een najaarsonderzoek om een mogelijke functie als paar- en/of winterverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 augustus en 1 oktober. • Een onderzoek naar de aanwezigheid van (massa)winterverblijfplaatsen. Dit onderzoek bestaat uit 2 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 1 augustus en 10 september met tenminste 10 dagen tussen ● beide locatiebezoeken. De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met een Pettersson D240x batdetector. Dit apparaat zet de ultrasone geluiden van vleermuizen om in voor mensen hoorbare tonen. Tevens kunnen de geluiden vertraagd (time-expansion) worden opgenomen voor analyse achteraf, omdat sommige soorten moeilijk te determineren zijn in het veld. Het gebruik van een Pettersson D240x batdetector is conform de voorwaarden voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol. Bij onderzoek naar massawinterverblijf wordt ook gebruik gemaakt van een verrekijker en felle zaklamp. Aangezien niet alle holle ruimtes in spouwmuren en achter dakbeschot te bekijken zijn, heeft geen visuele inspectie plaatsgevonden in de overwinteringsperiode omdat eventuele overwinterende vleermuizen dan toch niet zichtbaar zijn. Wanneer gedurende het seizoen een verblijfplaats van vleermuizen wordt aangetroffen, wordt er vanuit gegaan dat vleermuizen ook in het betreffende gebouw overwinteren.
2.2
Uilen
Uilenonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal uilen en nestplaatsen in het projectgebied en de specifieke functies van het gebied voor deze uilen vast te stellen. Om bovengenoemde functies vast te stellen worden 3 gerichte locatieonderzoek uitgevoerd in meest optimale periode, van 15 februari tot 15 april. De inventarisatie moet vinden tijdens goede weersomstandigheden en in een geschikt biotoop plaats. De locatieonderzoeken worden uitgevoerd: • in de avondschemer, tussen een halfuur na zonsondergang en middernacht of • in de ochtendschemer, van anderhalf uur voor zonsopkomst tot zonsopkomst. Tijdens de locatiebezoeken zal de baltsroep van steen- bos en ransuil worden afgespeeld. Kerkuil reageert niet op baltsroep. Tijdens de quickscan is gezocht naar zaken die op de aanwezigheid van een territorium duiden, bijvoorbeeld braakballen en krijtsporen. Vooraf is in een bureaustudie waarnemingendata verzameld (NDFF; waarneming.nl). Er zijn in totaal 4 locatieonderzoeken uitgevoerd: 2 avondonderzoeken, 1 ochtendonderzoek en 1 onderzoek naar sporen overdag (Tabel 2.1).
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 9 van 22
2.3
Huismus
Huismusonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal huismussen en nestplaatsen in het projectgebied en de specifieke functies van het gebied voor huismussen vast te stellen. Het Kennisdocument Huismus (BIJ12, 2023) schrijft het volgende voor: • 2 locatieonderzoeken in de periode 1 april tot 15 mei. • Tussen beide bezoeken moet minimaal 10 dagen zitten. • De inventarisaties moeten bij voorkeur uitgevoerd worden tijdens gunstige omstandigheden: geen regen, geen kou en/of een maximale windsterkte van windkracht 4, of te hoge temperaturen. • De inventarisaties moeten plaatsvinden op geschikte momenten op de dag: vaak enkele uren na zonsopkomst wanneer de temperatuur als opgelopen is (huismus is een warmteminnende soort). De inventarisaties van huismus zijn uitgevoerd door te kijken naar nest-indicatief gedrag zoals de aanwezigheid van zingende mannetjes, bedelende jongen, voedselvluchten of transport van nestmateriaal wat duidt op de aanwezigheid van nesten. Daarnaast is gekeken naar de aanwezigheid van struiken en andere schuilgelegenheid. Er worden in totaal 2 locatieonderzoeken uitgevoerd (Tabel 2.2).
2.4
Gierzwaluw
Onderzoek naar de gierzwaluw is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal gierzwaluwen, nestplaatsen en functioneel leefgebied van de gierzwaluw vast te stellen. Het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) beveelt aan om gebruik te maken van het Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus (2017). Het Aanwezigheidsprotocol en het Kennisdocument Gierzwaluw (BIJ12, 2017) schrijven voor om tijdens 3 locatieonderzoeken in de periode 1 juni – 15 juli (waarvan minimaal 1 keer tussen 20 juni en 7 juli) te inventariseren op gierende en in- en uitvliegende dieren. Tussen de bezoeken dient minimaal 10 dagen te zitten. De veldbezoeken dienen van 2 uur voor zonsondergang tot zonsondergang uitgevoerd te worden tijdens goede (droge) weersomstandigheden. Vooraf is in een bureaustudie met behulp van informatiebronnen en kaartmateriaal onderzocht welke gebouwen geschikt zijn als nestplaats. Tevens zijn waarnemingendata verzameld (NDFF; waarneming.nl). Er zijn in totaal drie locatieonderzoeken uitgevoerd (Tabel 2.2).
2.5
Rugstreeppad
Onderzoek naar de rugstreeppad is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal rugstreeppadden en de aanwezigheid van voortplantingsplaatsen aan te tonen. Het Kennisdocument Rugstreeppad (BIJ12, 2017) beveelt aan om de aanwezigheidsprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus (NGB) te gebruiken. Het is echter niet verplicht om deze te gebruiken. Het Aanwezigheidsprotocol schrijft voor om tijdens 2 locatiebezoeken in de periode half april t/m mei en tijdens 1 locatiebezoek in de periode half juni tot begin augustus de aanwezigheid van rugstreeppadden te inventariseren. De eerste twee locatiebezoeken dienen een uur na zonsondergang plaats te vinden waarbij geluisterd moet worden naar de roep/koor activiteit waarbij eventueel afgespeelde geluiden gebruikt kunnen worden om dit uit te lokken. Het derde veldbezoek dient voor zonsondergang uitgevoerd te worden om de geschikte voortplantings-wateren te onderzoeken op de aanwezigheid van ei-snoeren of larven van de rugstreeppad. Vooraf is in een bureaustudie met behulp van informatiebronnen en kaartmateriaal onderzocht wat de kansrijke gebieden zijn voor voortplantingsbiotopen en overwinteringsbiotopen. Tevens zijn waarnemingendata verzameld (NDFF; waarneming.nl). Er zijn in totaal drie locatieonderzoeken uitgevoerd (Tabel 2.2).
2.6
Steenmarter
Om de aan/afwezigheid van de steenmarter te bevestigen wordt onderzoek gedaan met wildcamera’s. Een wildcamera maakt beelden (foto’s of video’s) van langslopende diersoorten, zonder zelf heel opvallend te zijn. Zo kan de camera ook schuwe en nacht-actieve diersoorten steenmarter op beeld krijgen. Er kan eventueel lokmiddel gebruikt worden om de trefkans te vergroten. Uit een voorstudie (La Haye et al. 2015) is gebleken dat met behulp van cameravallen deze soorten (indien aanwezig) efficiënt kunnen worden aangetoond. De camera dient minimaal 6 weken op locatie te staan. Naast het plaatsen van een cameraval wordt bij het veldbezoek gecontroleerd op sporen van de steenmarter. Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 10 van 22
2.7
Reptielen
Onderzoek naar beschermde reptielen is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken. Tijdens de locatieonderzoeken wordt gekeken naar de aan- of afwezigheid van ringslang en hazelworm. Om de aan- of afwezigheid van deze reptielen aan te tonen wordt gebuikt gemaakt van de soortinventarisatieprotocollen van Netwerk Groene Bureaus (NGB). Deze protocollen schrijven voor minimaal 3 locatieonderzoeken moet worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid te bepalen in de periode april tot september. Om de aan- of afwezigheid te bepalen wordt gebruik gemaakt van herpetoplaten. Deze worden half april neergelegd, daarna worden ze drie keer bekeken. Tussen het eerste en het laatste bezoek moet minimaal 1 maand zitten. Tabel 2.1. Overzicht locatieonderzoeken reptielen. April
Mei
Juni
Juli
Augustus
September
Ringslang
Ringslang
Hazelworm + ringslang
Hazelworm + ringslang
Hazelworm + ringslang
Hazelworm + ringslang
Zonnende dieren Neerleggen platen
Zonnende dieren Check platen
Zonnende dieren Check platen
Zonnende dieren Check platen
Zonnende dieren Check platen
Zonnende dieren Check platen
2.8
Uitvoering locatieonderzoeken
De weersomstandigheden en andere informatie van elk locatieonderzoek is weergegeven in tabel 2.2. Tabel 2.2. Overzicht locatieonderzoeken. Datum
Soort
Tijdstip
Weersomstandigheden
15-03-2023
Uilen
19.11 – 21.45
7° C, onbewolkt, droog, wind O, 1 Bft
27-03-2023
Uilen
21.43 – 23.33
4° C, bewolkt, droog, wind NO, 3 Bft
03-04-2023
Huismus
10.31 – 11.45
3° C, onbewolkt, droog, wind O, 4 Bft
19-04-2023
Huismus & Reptielen
09.55 – 11.33
9° C, onbewolkt, droog, wind NO, 4 Bft
19-04-2023
Uilen & Rugstreeppad
20.55 – 23.44
10° C, onbewolkt, droog, wind NO, 2 Bft
24-04-2023
Steenmarter
15:50 – 16:30
10° C, licht bewolkt, motregen, wind W, 2 Bft
02-05-2023
Steenmarter
11:56 – 13:00
9° C, licht bewolkt, droog, wind N, 2 Bft
15-05-2023
Steenmarter & Reptielen
11:30 – 13:46
16° C, onbewolkt, droog, wind NW, 2 Bft
17-05-2023
Vleermuizen & Gierzwaluw
21.19 – 23.19
12° C, onbewolkt, droog, wind N, 3 Bft
31-05-2023
Gierzwaluw
20.41 – 22.17
24° C, onbewolkt, droog, wind NO, 2 Bft
06-06-2023
Reptielen
08.22 – 09.20
11° C, onbewolkt, droog, wind N, 3 Bft
21-06-2023
Vleermuizen & Gierzwaluw
21.31 – 00.10
26° C, onbewolkt, droog, wind ZW, 1 Bft
22-06-2023
Vleermuizen
03.16 – 05.30
18° C, onbewolkt, droog, wind NO, 1 Bft
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 11 van 22
3 Resultaten 3.1
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar zijn twee invliegende vleermuizen waargenomen in het projectgebied. De aanwezigheid van een zomerverblijfplaats in het projectgebied is daarmee niet uitgesloten. Deze invliegers zijn waargenomen in de nok van de turnhal. Tussen balken en riet. De najaarsrondes volgen nog. De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen effect op een eventueel aanwezige vliegroute of foerageergebied. Effectenbeoordeling Als er werkzaamheden plaatsvinden aan de nok van het dak van de turnhal is er sprake van een negatief effect op een tweetal zomerverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is dan voor de uitvoering van de werkzaamheden vereist.
3.2
Uilen
Nestlocatie en foerageergebied Er zijn tijdens de veldbezoeken op 15-03-2023, 27-03-2023 en 03-04-2023 geen waarnemingen van beschermde uilen gedaan binnen het projectgebied. Echter is er wel een dode bosuil aangetroffen in het pand. Deze heeft hier waarschijnlijk enkele dagen gezeten zonder een uitgang te kunnen vinden. Verder is er tijdens de locatiebezoeken en baltsende bosuil en een krijsende kerkuil waargenomen in de omgeving van het projectgebied. Beide soorten lijken geen nest en/of rustplaats binnen het projectgebied te hebben. Overige beschermde uilen zien niet aangetroffen. Tijdens de locatieonderzoeken zijn geen verse sporen aangetroffen (ontlasting, veren, prooiresten). Effectenbeoordeling Door de afwezigheid van beschermde uilen en/of bijbehorende functies in het projectgebied, is een negatief effect uitgesloten. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is daarmee niet nodig.
3.3
Huismus
Nestlocatie en foerageergebied Tijdens de locatiebezoeken is eenmaal een huismus waargenomen in het projectgebied, deze was aan het foerageren op een vetbol. De aangetroffen huismus is afkomstig van het huis tegenover het projectgebied. De huismus heeft hier een nestlocatie onder de dakpannen. Uit eerder waarnemingen zijn ook geen huismussen in het projectgebied of de directe omgeving bekend (NDFF;waarneming.nl). Gebruik van het projectgebied door huismussen is derhalve uitgesloten. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op huismussen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor de huismus niet nodig.
3.4
Gierzwaluw
Nestlocatie en foerageergebied Tijdens de veldbezoeken zijn geen gierzwaluwen waargenomen binnen het projectgebied. Echter zijn er wel waarnemingen van gierzwaluwen in de omgeving van het projectgebied in de afgelopen 5 jaar. Deze gierzwaluwen broeden en foerageren voornamelijk in het dorp Ellecom. (NDFF; waarneming.nl). De aanwezigheid van nestlocatie of functie als foerageergebied voor de gierzwaluw is derhalve uitgesloten. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op gierzwaluwen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor gierzwaluwen is derhalve niet nodig.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 12 van 22
3.5
Rugstreeppad
Leefgebied en voortplantingsbiotoop Tijdens de veldbezoeken zijn geen exemplaren of ei-snoeren van rugstreeppadden waargenomen. Ook zijn er geen reacties gehoord na het afspelen van rugstreeppad geluiden. Uit eerdere waarnemingen is bekend dat de rugstreeppad bij plassengebied Rhederlaag in een straal van 2 km van het projectgebied voorkomt. Er zijn geen waarnemingen bekend van rugstreeppad binnen het projectgebied (NDFF; waarneming.nl). De aanwezigheid van rugstreeppadden in het projectgebied is uitgesloten. Effectenbeoordeling De voorgenomen ontwikkelingen hebben geen negatief effect op rugstreeppadden. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor rugstreeppadden is derhalve niet nodig.
3.6
Steenmarter
Leefgebied en voortplantingsbiotoop Tijdens de locatiebezoeken zijn de aanwezige wildcamera’s gecontroleerd. Vooralsnog is er eenmaal een steenmarter naast de turnhal waargenomen. Het onderzoek loopt nog tot augustus.
3.7
Reptielen
Leefgebied en voortplantingsbiotoop Tijdens de locatiebezoeken zijn geen beschermde reptielen waargenomen onder de neergelegde herpetoplaten. Het onderzoek loopt nog tot oktober.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 13 van 22
4 Conclusies en advies Vleermuizen Er zijn twee verblijfplaatsen aangetroffen van gewone dwergvleermuizen in de nok van de turhal. Dit betreft een zomerverblijf. Exacte locatie van de verblijfplaats is beschreven in hoofdstuk 3. De voorgenomen ontwikkelingen resulteert mogelijk in een verlies van de verblijfsplaats. Er is derhalve sprake van een negatief effect op de aanwezige vleermuizen. Uilen Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van beschermde uilen aangetroffen binnen het projectgebied. Verder is er ook geen essentieel foerageer en/of leefgebied aanwezig binnen het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen resulteren niet in verlies van de nestlocatie en/of essentieel foerageergebied Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op beschermde uilen. Huismus Er is één foeragerende huismus waargenomen binnen het projectgebied. Deze huismus broed onder de dakpannen van een naastgelegen woning. Het projectgebied is geen essentieel foerageergebied. De voorgenomen ontwikkeling resulteert niet in verlies van nestlocaties en/of essentieel foerageergebied en leefgebied van de huismus. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de huismus Gierzwaluw Er zijn geen nestlocaties van gierzwaluwen aangetroffen binnen het projectgebied. De voorgenomen ontwikkelingen resulteren niet in het verlies van de nestlocaties en/of essentieel foerageergebied.
Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de gierzwaluw. Rugstreeppad Tijdens de veldbezoeken zijn geen exemplaren en/of ei-snoeren van rugstreeppadden waargenomen. Ook zijn er geen reacties gehoord na het afspelen van rugstreeppad geluiden. De aanwezigheid van rugstreeppadden in het projectgebied is uitgesloten. Er is derhalve geen sprake van een negatief effect op de rugstreeppad. Steenmarter Tijdens de locatiebezoeken zijn de aanwezige wildcamera’s gecontroleerd. Vooralsnog is er eenmaal een steenmarter naast de turnhal waargenomen. Het onderzoek loopt nog tot augustus. Reptielen Tijdens de locatiebezoeken zijn geen beschermde reptielen waargenomen onder de neergelegde herpetoplaten. Het onderzoek loopt nog tot oktober. Wet natuurbescherming Vooralsnog is er een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig voor twee zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, mits de werkzaamheden invloed hebben op deze gevonden verblijfplaatsen. Advies Geadviseerd wordt de resultaten en conclusies voor te leggen aan het bevoegd gezag, de provincie Gelderland. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving.
In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 14 van 22
5. Bronnen Literatuur • GRAS Advies, Rapportage quickscan flora & fauna Eikenstraat 5 te Ellecom, 2023 • Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis, BIJ12, 2017 • Soortenstandaard Gewone Dwergvleermuis RVO, 2014 • Kennisdocument Gewone grootoorvleermuis, BIJ 12, 2017 • Soortenstandaard Gewone grootoorvleermuis, RVO, 2014 • •
Kennisdocument Rugstreeppad, BIJ12, 2017 Soortenstandaard Rugstreeppad, RVO, 2014
• • • • • • • •
Kennisdocument Huismus, BIJ12, 2017 Soortenstandaard Huismus, RVO, 2014 Kennisdocument Kerkuil, BIJ12, 2017 Soortenstandaard Kerkuil, RVO, 2014 Kennisdocument Steenuil, BIJ 12, 2017 Soortenstandaard Steenuil, RVO, 2014 Kennisdocument Gierzwaluw, BIJ12, 2017 Soortenstandaard Gierzwaluw, RVO, 2014
• • • •
Handreiking kleine marters, Provincie Noord-Brabant, 2017 Brochure soortenbescherming, Provincie Overijssel, 2019 Handreiking wezel, hermelijn en bunzing, Provincie Noord Holland, 2017 La Haye, M., V. Dijkstra & H. Hollander (2015). Meetnetontwerp bunzing, boommarter en eikelmuis. Ten behoeve van NEM-Zoogdieren. Rapport 2015.28. Bureau van de Zoogdiervereniging, Nijmegen.
• •
Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus, 2017 Aanwezigheidsprotocol van het Netwerk Groene Bureaus, 2017
• •
Vleermuisprotocol, 2017, Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus 2017 Vleermuisprotocol 2021, Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureau 2021
•
ArcGIS (2022). Geografisch informatiesysteem met kaarten van Esri, Natura2000 en NNN. Datum geraadpleegd: 03-07-2023 Hunnink, S. (2022). Lijst beschermde soorten Wet natuurbescherming. Natuurinclusief, Borculo. 13 p.
•
Internet http://kadviewer.map5.nl Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 03-07-2023 Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) In de NDFF zijn waarnemingen beschikbaar met exacte locatiegegevens. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://www.waarneming.nl Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://www.telmee.nl Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 15 van 22
Database van voorkomen van flora- en fauna in Nederland. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://www.sovon.nl Sovon.nl is een kenniswebsite met informatie over vogels. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://www.vogelbescherming.nl De Vogelbescherming is een kenniscentrum met informatie over vogels. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://www.ravon.nl RAVON is een kenniscentrum voor reptielen, amfibieën en vissen. Geraadpleegd op 03-07-2023 https://www.stichtingkleinemarters.nl SKM doet onderzoek naar kleine marterachtigen (bunzing, wezel en hermelijn). Geraadpleegd op 03-07-2023
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 16 van 22
6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.
Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht: ▪ Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 17 van 22
Bijlage 1: Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht. Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin: ▪ Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats; ▪ Begrenzing; welk areaal is beschermd. ● Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld.
Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie. Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap. Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen.
Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden: ▪ Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken) ▪ Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd ▪ Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer ▪ Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee ▪ Alle Natura 2000-gebieden
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 18 van 22
Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.
Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.
• Soorten van de Vogelrichtlijn • Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn • Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan. • Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is • Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv. volksgezondheid of openbare veiligheid) • De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzijprincipe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 19 van 22
planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen.
lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a.
In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode). Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen.
Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 20 van 22
Bijlage 2: Stappenplan Ministerie van Economische Zaken
Projectcode: P05346 Versie: Tussenrapportage
Pagina 21 van 22