[RA25.025] Zienswijzen conceptbegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Vergaderdatum: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa: Portefeuillehouder:
Zienswijzen conceptbegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven 27 mei 2025 RA25.025 Z25001488 de heer F.P.M. Rombouts wethouder
Voorstel 1) Kennis te nemen van de conceptbegroting Metropoolregio Eindhoven 2026; 2) Een zienswijze hierop in te dienen. Inleiding Op 13 maart 2025 heeft het Dagelijks Bestuur van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) de conceptbegroting 2026 MRE aangeboden. In de begroting 2026 is de financiële uitwerking van het Samenwerkingsakkoord 2023-2026 opgenomen. Uw raad is uitgenodigd een zienswijze te geven op programmabegroting 2026. De programmabegroting 2026 bestaat uit een overzicht van de programma’s, de financiële begroting en de (voorgeschreven) paragrafen. De Kempengemeenten zoeken afstemming op inhoudelijke onderwerpen van het MRE. Argumenten 1.1 Algemeen In de begroting MRE 2026 zijn 3 programma’s onderscheiden: 1. Metropoolregio Eindhoven, bestaande uit de thema’s: • Regionale strategie en samenwerking, incl. Landgoed Gulbergen • Ruimte en wonen • Mobiliteit , incl. GGA • Energietransitie • Economie, inclusief Investeringsfondsen en bijdrage Brainport Development • Vitaal landelijk gebied 2. Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) 3. Overhead De programmabegroting 2026 bestaat uit een overzicht van de programma’s, de financiële begroting en (voorgeschreven) paragrafen. In deze paragrafen worden een aantal aspecten van de financiële huishouding toegelicht, zoals weerstandsvermogen, financiering en bedrijfsvoering.
Tevens wordt informatie gegeven over de verbonden partijen en grondbeleid. 1.1 Financiële uitgangspunten en analyse De financiële uitgangspunten voor het opstellen van de begroting zijn vastgesteld in de Kadernota 2026. Gelet op de financiële positie van gemeenten heeft het Algemeen Bestuur daarnaast verzocht een analyse uit te voeren naar de mogelijkheden van besparingen op taakniveau. 1.1.1. Indexering De gemeentelijke bijdrage voor 2026 wordt conform de vastgestelde systematiek voor de Regionale opgaven, Brainport Development en het RHCe geïndexeerd met 4,5%. De concrete betekenis hiervan voor de gemeente Reusel-De Mierden wordt onder de paragraaf Financiën hieronder uitgewerkt. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen met het verzoek om geen indexering toe te passen voor 2026 en 2027 en daarnaast de indexeringsmethodiek te onderzoeken en aan te passen.
RA25.025
*RA25.025*
1
1.1.2. Opgaven in het kader van de schaalsprong In 2024 en 2025 zijn een aantal besluiten genomen om op regionaal niveau de krachten te bundelen voor de opgaven in het kader van de schaalsprong. Dit heeft geleid tot het versterken van de basisorganisaties van de MRE en Brainport Development. Aangegeven wordt dat de regionale uitvoeringskracht van de 21 deelnemende gemeenten naar verwachting zowel organisatorisch als financieel verdere versterking vereist. Er is daarom een bestemmingsreserve van € 4 miljoen gevormd voor de doorontwikkeling van de regionale opgaven. De focus ligt verder op het verkrijgen van aanvullende middelen uit Rijks-, Provinciale en Europese programma’s, en private bijdragen vanuit Brainport Partnerfondsen. Hierdoor kan een verdere verhoging van de inwonerbijdrage uitblijven. 1.1.3. Overige uitgangspunten Zowel de ondersteuning van de organisatie als de taken van het RHCe raken de ondergrens en vragen in principe om aanvullende middelen. De verwachting is dat deze binnen de bestaande begroting op te lossen zijn door het zo efficiënt mogelijk samenvoegen van de bedrijfsvoering. In de conceptbegroting wordt benoemd dat bij het heroverwegen van prioriteiten binnen de regionale opgaven de keuze bestaat tussen vertraging, uitstel of het verlagen van het ambitieniveau.
Dit betreft een bestuurlijke afweging, waarbij personele kosten op korte termijn vaak niet direct kunnen worden afgebouwd. Hoewel schrappen van ambities ook tot de mogelijkheden behoort, wordt die niet genoemd in de conceptbegroting. Voorgesteld wordt een zienswijze hierop in te dienen. 2.1. Nieuwe ontwikkelingen Naast de doorontwikkeling van reeds eerder ingezette activiteiten rondom de verschillende programma’s en thema’s, zijn er ook een aantal ontwikkelingen van recentere datum opgenomen in de conceptbegroting 2026. 2.1.1. Regionale strategie en samenwerking: bovenregionale samenwerking De MRE-regio wordt wel gezien als een ‘daily urban system’: een gebied waarbinnen de belangrijkste dagelijkse verplaatsingen plaatsvinden (woon-werk, studie, sport, cultuur, etc.). Dit gebied beperkt zich echter niet tot de geografische grenzen van de MRE-regio. In 2024 heeft het Algemeen Bestuur van de MRE daarom opdracht gegeven tot een verkenning van mogelijke bovenregionale samenwerkingen. In dat kader hebben inmiddels (verkennende) gesprekken plaatsgevonden met Meierijstad, Venlo, Weert, Vlaanderen, Tilburg en Den Bosch.
De verkenningen richting Meierijstad, Weert en Venlo hebben daarbij reeds geleid tot bestuurlijke gesprekken met het DB van de MRE, welke dermate positief zijn gebleken dat vanuit alle partijen ruim voldoende inhoudelijke potentie wordt gezien om deze afspraken vast te leggen in een samenwerkingsovereenkomst. Ambtelijk wordt inmiddels gewerkt aan de eerste conceptteksten om mogelijke afspraken vorm en invulling te geven. Dergelijke afspraken kunnen al snel leiden tot een aanvang van daadwerkelijke uitvoering. Aangezien de MRE een proces-/programmaorganisatie is zal voor die uitvoering ambtelijke capaciteit van de deelnemende gemeenten benodigd zijn, terwijl deze gemeenten capaciteitsproblemen kennen door de huidige arbeidsmarkt en de financiële malaise die in het vooruitzicht ligt. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen om terughoudend te zijn met de (capaciteits)inzet op de bovenregionale samenwerking tot de regionale basis op orde is. 2.1.2. Ruimte en wonen: versnelling woningbouw In 2023 is, samen met de provincie en waterschappen, de Ontwikkelstrategie Zuidoost-Brabant opgesteld gericht op de thema’s wonen, werken, mobiliteit en brede welvaart. Om de huidige krapte op de woningmarkt aan te pakken, en om de groei van de regio te faciliteren, wordt nu op verschillende manieren stevig ingezet op het versnellen van de woningbouw. 2.1.3.
Mobiliteit: programmeren regionale mobiliteit Binnen de MRE-regio wordt gewerkt naar een mobiliteitstransitie met behulp van een nieuwsamenhangend mobiliteitssysteem voor de hele regio. Uitvoering hieraan wordt gegeven door onder andere de uitvoering van het Meerjarig MultiModaal Mobiliteitspakket (MMMP) en het Regionaal Mobiliteitsplan die naar verwachting in 2025 worden vastgesteld. Het thema mobiliteit hangt nauw samen met bovenregionale samenwerking, omdat mobiliteit zich niet beperkt tot de geografische grenzen van de MRE-regio.
RA25.025
*RA25.025* 2
2.1.4. Economie: voorzieningen Vanuit het thema Economie wordt gestreefd naar een goede balans tussen wat nodig is om de mainportstatus verder door te ontwikkelen en dat wat lokaal en subregionaal gewenst is vanuit een duurzame, gezonde en inclusieve samenleving. Ten aanzien van dit laatste onderdeel wordt gekeken naar de versterking van het voorzieningenniveau in de Metropoolregio en met de uitvoering van de Regiodeal ‘Thuis in Brainport’ geïnvesteerd in een aantal belangrijke voorzieningen met regionale impact. Ook wordt ingezet op het regionaal meegroeien van de (basis, regionale en top-) voorzieningen in de regio. 2.1.5. Economie: Brainport Development Brainport Development NV is een vennootschap met Triple Helix-aandeelhouders, waarbij het overheidsaandeel 50 procent is. Brainport Development is gericht op het structureel verankeren van de Brainport Next Generationstrategie. Gelet op de regionale opgave van Brainport Development wordt de financiering verkregen via een inwonerbijdrage en treedt de MRE op als enige subsidiënt en vervult zij de rol van regionale betaalautoriteit. De vier gemeenten (Eindhoven, Helmond, Best en Veldhoven) die ook in het aandelenkapitaal van Brainport Development NV deelnemen, worden op grond van de gemeenschappelijke regeling om een extra bijdrage gevraagd op basis van hun specifiek belang.
De MRE heeft een aantal instrumenten voor de beïnvloeding van en de sturing op Brainport Development: • Aan de voorkant, als het gaat om het programma en de aard van de activiteiten. Dit gebeurt in het thema Economie door de afgesproken consultatie over het jaarplan. Daarnaast is de MRE vertegenwoordigd in het bestuur van de Stichting Brainport en heeft een formele rol als aandeelhouder. • Bij de financiering, waarbij het gaat om de omvang van de uit te voeren activiteiten in relatie tot het budget. De hoogte van de financiering ligt vast in het meerjarenfinancieringsplan 2026-2028. Voorgesteld wordt een zienswijze in te dienen om alle gemeenten frequenter en eerder te verbinden op de uitvoering van het Meerjarenplan Brainport Development 2025-2032. 2.1.6. Vitaal landelijk gebied: transitie voedselketen Naast een aantal andere doelen wordt met het thema Vitaal landelijk gebied gewerkt aan een toekomstbestendig landelijk gebied en een transitie van de voedselketen. Hiermee wordt mede getracht te komen tot een grondverbonden vitale agrarische sector die in toenemende mate bijdraagt aan regionale ketens van eiwitproductie en teelt van gewassen die in de regio de eindbestemming hebben. Om hiertoe te komen worden de regionale voedselketens versterkt, waardoor meer ondernemers afzet dichterbij kunnen realiseren en er gezond en betaalbaar voedsel voor alle inwoners binnen bereik is.
2.2. Thema Energietransitie, RHCe en overhead Rondom het thema Energietransitie, het RHCe en de overhead gebeurt veel, maar er zijn geen relatief recent opgestarte ontwikkelingen te melden. 2.3 Gezamenlijk opgestelde concept zienswijze op de begroting 2026 MRE De gezamenlijke bestuursadviseurs van de 21 deelnemende gemeenten constateren al enige tijd een aantal vraagstukken rondom de MRE die ook naar voren komen in de voorgelegde concept programmabegroting 2026 en in de hierboven genoemde ontwikkelingen. Deze vraagstukken hebben betrekking op: - de toenemende kosten van de MRE (en andere GR’en) in relatie tot de financiële problemen bij de deelnemers vanaf 2026; - de focus van de organisatie op het aantal onderwerpen en het gebrek aan prioriteren daarin; - de van de deelnemende gemeenten gevraagde ambtelijke capaciteit (vaak ‘uitvoeringskracht’ genoemd) voor realisatie van de schaalsprong; - het doorsijpelen van vervolgactiviteiten die nodig zijn in de MRE op basis van ambities die op een ander niveau (zoals Brainport Development) opgesteld worden. Op basis hiervan is gezamenlijk een conceptzienswijze opgesteld die via de colleges als voorstel aan de raden van de deelnemende gemeenten kan worden voorgelegd. Hoewel elke gemeente en elk RA25.025
*RA25.025* 3
(bestuurlijk) gremium zijn autonome bevoegdheid heeft om tot een uiteindelijke zienswijze te komen, wordt gestreefd om tenminste het karakter van de concept zienswijze te behouden bij het vaststellen daarvan door de individuele gemeenteraden. Daarmee krijgt de zienswijze zoveel mogelijk kracht richting de MRE. Ons college is van mening dat het hanteren van de oorspronkelijke tekst van de in gezamenlijkheid opgestelde conceptzienswijze het sterkste overkomt. Voorgesteld wordt dan ook aan uw raad om deze versie van de zienswijze vast te stellen. Deze zienswijze is opgenomen in de brief die als bijlage bij dit voorstel is opgenomen. Kanttekeningen 1.1. Eventuele andere zienswijzen Aan de hand van dit voorstel en de conceptbegroting 2026 MRE kan uw raad besluiten over bepaalde zaken een (andere) zienswijze in te dienen. De kans bestaat dat een of meerdere gemeenten binnen de MRE zich niet kunnen vinden in de voorgestelde programmabegroting 2026. Een zienswijze om niet in te stemmen heeft voornamelijk effect als deze door een meerderheid van de 21 gemeenten wordt gesteund. Een zienswijze kan leiden tot een gewijzigd besluit van het algemeen bestuur van het MRE. Het algemeen bestuur van het MRE zal alle reacties/zienswijzen van de raden betrekken bij de vaststelling van de begroting op 2 juli 2025.
De indexatie van de programmabegroting 2026 is volgens de vastgestelde kadernota en de afspraken van de gemeenschappelijke regelingen MRE.
Financiën De indexatie van de programmabegroting 2026 is volgens de vastgestelde kadernota en de afspraken van de gemeenschappelijke regelingen MRE. Rekening houdende met de indexering van 4,5% en de geactualiseerde inwonersaantallen bedraagt de bijdrage voor de gemeente Reusel- De Mierden in 2026 als volgt: Regionale opgaven Brainport Development Regionaal Stimuleringsfonds Regionaal Historisch Centrum
2026 €78.805 €51.635 €34.351 €63.327
2025 € 75.662 € 49.576 € 34.159 € 60.165
Totaal
€228.118
€ 220.011
Deze lastenstijging van €8107 wordt meegenomen in de Tweede Berap van 2025.
Vervolg Communicatie De MRE wordt schriftelijk op de hoogte gesteld van uw zienswijze. Uitvoering De MRE verzoekt alle gemeenten voor 10 juni 2025 een zienswijze in te dienen op deze begroting. Vaststelling van de programmabegroting 2026 door het Algemeen Bestuur van de Metropoolregio vindt, o.a. na behandeling door de Adviescommissie Financiën op 25 juni 2025, plaats op 2 juli 2025.
RA25.025
*RA25.025* 4
Bijlagen 01. Aanbiedingsbrief conceptbegroting MRE 2026 voor zienswijzen (25.07836) 02. Conceptbegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven (25.07837) 03. Conceptbrief met zienswijze conceptbegroting 2026 MRE (25.07829) het college van burgemeester en wethouders, {{esl: Signer1:signature:size(200,50)}}
{{esl: Signer2:signature:size(200,50)}}
dhr. J.P.P.S. Ruyters secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA25.025
*RA25.025* 5
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa
27 mei 2025 Zienswijzen conceptbegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven RA25.025 Z25001488
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 april 2025 gelet op artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven; Besluit 1. Kennis te nemen van de conceptbegroting 2026 Metropoolregio Eindhoven; 2. Een zienswijze hierop in te dienen.
De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. I.A.C. de Groot
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA25.025
*RA25.025* 6