RA24.077 Raadsvoorstel en -besluit Programmabegroting 2025-2028
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Vergaderdatum: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa: Portefeuillehouder:
Programmabegroting 2025-2028 5 november 2024 RA24.077 Z24001558 de heer F.P.M. Rombouts wethouder
Voorstel 1. De programmabegroting 2025-2028 vast te stellen. 2. De budgetten en kredieten, zoals opgenomen in de bij de begroting behorende lijst "nieuw beleid en vervangingsinvesteringen" beschikbaar te stellen. Inleiding De raad moet op grond van de Gemeentewet jaarlijks een programmabegroting vaststellen voor het eerstvolgende kalenderjaar met een meerjarenbegroting voor de drie daarop volgende jaren. Vaststelling dient op een zodanig tijdstip plaats te vinden dat de begroting vóór 15 november kan worden verzonden aan Gedeputeerde Staten, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het CBS. Nu ligt de programmabegroting 2025-2028 ter vaststelling voor. Argumenten 1.1 Uitgangspunt is bestaand beleid Het bestaande beleid is uitgangspunt geweest voor de begrotingsopstelling. Dit dient als basis om de continuïteit niet in gevaar te brengen. Desalniettemin zijn ook op bestaand beleid wijzigingen mogelijk. 1.2 Structureel sluitend De begroting laat de volgende saldi zien: Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Structureel Saldo
313.262
1.215.092-
503.771-
323.963-
Incidenteel Saldo
454.500
230.000
69.000
94.000
Saldo baten en lasten
767.762
985.092-
434.771-
229.963-
(bedragen in €)
In de voorliggende programmabegroting 2025-2028 heeft het jaar 2025 een licht positief structureel saldo. In huidige begroting 2024-2027 werd voor jaarschijf 2025 een structureel tekort voorzien van € 718.000. Doordat we onder andere vanwege het nog vast te stellen wegenbeheerplan, vanuit de Gemeenschappelijke Regelingen en in het Sociaal Domein ook nog hogere lasten verwachten, is in werkbijeenkomsten afgelopen maanden hierover al overleg geweest. Na de werkbijeenkomsten zijn er nog meevallers geconstateerd, met name in de gemeenschappelijke regelingen en personeelskosten, waardoor het structureel saldo, ook meerjarig, er beter uit ziet dan destijds besproken, maar er blijft een grote opgave zichtbaar voor begrotingsjaar 2026. Voorliggende begroting bevat onder de noemer ‘Spoor 1’ al stappen om te komen tot een sluitende eerste jaarschijf 2025. Op deze manier heeft de gemeente Reusel-De Mierden een structureel en reëel sluitende begroting. De hoofdregel is dat jaarlijks terugkerende lasten zoals salariskosten of onderhoudskosten wegen niet mogen worden gedekt uit incidentele middelen zoals de algemene reserve of opbrengsten van verkoop grond. Onze jaarlijkse structurele lasten zijn gedekt door jaarlijkse structurele baten in de eerste jaarschijf van de begroting, voor de Provincie als toezichthouder is dat voldoende.
In het Bestuurlijk Overleg Financiële verhoudingen van 21 november 2023 is door VNG en toezichthouders (Provincies) de notitie incidenteel/structureel vastgesteld. In dit overleg is een afspraak gemaakt dat het onder voorwaarden (voldoende solvabiliteit, maximaal 10% vrij beschikbare algemene reserve) toch mogelijk is om een deel van de algemene reserve te gebruiken ter dekking van structurele lasten. Voor Reusel-De Mierden zou dit gaan om een bedrag van ca. € 1,1 miljoen. Met de voorliggende begroting in deze inzet niet noodzakelijk. RA24.077
*RA24.077*
1
1.3 Meerjarig perspectief Meerjarig laat de begroting nog een negatief perspectief zien van afgerond € 1,2 miljoen in 2026 en € 0,5 miljoen in 2027. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds het uitgavenniveau en anderzijds door de doorgevoerde kortingen in het gemeentefonds. Het is niet realistisch te verwachten dat deze kortingen volledig door het Rijk worden gecompenseerd. Onder ‘Spoor 1’ is er kritisch gekeken naar ruimte op bestaande posten met weinig beleidsmatig effect. Omdat daarmee het negatieve saldo van 2026 nog niet opgelost is en we toch ons voorzieningenniveau op peil willen houden, wordt voorgesteld om de onroerendezaakbelasting extra op te hogen naar het landelijk gemiddelde (+23%). Dat dit noodzakelijk is, is heeft natuurlijk te maken met geldstromen in het kader van de algemene uitkering uit het gemeentefonds in relatie tot het gemeentelijke takenpakket. Daar hanteren wij voor onze lasten en voor de ophoging van onze belastingtarieven indexeringspercentages die in de meicirculaire bekend worden gemaakt en welke gebaseerd zijn op de Macro Economische Verkenningen (MEV) van het Centraal Planbureau. Waar bij de belangrijkste baten (de algemene uitkering) met deze indexering wordt gerekend, is het logisch om dat ook voor de lasten te doen.
We zien met name de laatste jaren echter vrij forse verschillen tussen de (vooraf bepaalde) MEV-percentages en bijvoorbeeld de (achteraf berekende) CPI-index van het CBS: Jaar Toegepaste MEVCPI-jaarmutatie index 2020 1,5% 1,3 2021 1,7% 2,7 2022 1,4% 10,0 2023 2,3% 3,8 2024 3,9% 3,7 Aangezien in contracten e.d. toch vaak de CPI-index wordt toegepast voor tariefaanpassingen, wijkt de werkelijke kostenontwikkeling dus sterk af van de MEV-percentages. Mede daarom is er ook een lobby gaande richting het Rijk om een betere systematiek te vinden voor de aanpassing van de algemene uitkering. Zolang dat niet gebeurt, zullen wij zelf oplossingen moeten bedenken. Als we dan ons voorzieningenniveau op peil willen houden, moeten we onze eigen inkomsten ophogen. Ook voor van de toeristenbelasting wordt voorgesteld om over te gaan tot een verhoging naar het landelijk gemiddelde (+37%). Voor 2025 was al een reguliere indexering over de jaren 2022 t/m 2025 gepland voor 2025 volgens de aangenomen motie behorende bij raadsbesluit RA21.086 (vaststelling van de belastingverordeningen 2022). Dat zou een verhoging van ruim 10% geven tot € 1,76 per overnachting. Ophoging naar het landelijk gemiddelde geeft een tarief van € 2,34. Deze maatregelen maken dat de saldi verbeteren. Desalniettemin blijft er voor 2026 een structureel tekort zichtbaar van € 1,2 miljoen.
Dat is op zichzelf nog steeds een fikse opgave. 1.4 Gemeentefondsuitkering Het grootste deel van de inkomsten halen gemeenten uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Die uitkering is op basis van de meicirculaire 2024 in de voorliggende begroting verwerkt. De septembercirculaire 2024 is niet in de voorliggende begroting verwerkt omdat deze op het moment van besluitvorming nog verwerkt en geanalyseerd diende te worden. De septembercirculaire verwerken we in de 2e Berap van 2024. Uw raad ontvangt een oplegnotitie waarin de gevolgen van de septembercirculaire voor de jaren 2025-2028 zijn verwerkt. 2.1 Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen De lijst “nieuw beleid en vervangingsinvesteringen” maakt onderdeel uit van de begroting. Met de vaststelling van de begroting stelt de raad ook de budgetten vast uit die lijst. Dat betekent dat exploitatiebudgetten beschikbaar worden gesteld en de investeringskredieten voor het begrotingsjaar 2025. Investeringskredieten voor de jaren daarna komen opnieuw in de lijst nieuw beleid bij de volgende begroting. Indien uw raad het ten aanzien van een of meerdere onderwerpen, bijvoorbeeld bepaalde investeringsbudgetten, belangrijk vindt daarover nog afzonderlijk te spreken vóórdat het betreffende budget definitief beschikbaar wordt gesteld, dan kan dat bij de vaststelling van de begroting worden aangegeven. RA24.077
*RA24.077* 2
Kanttekeningen Vaststelling van de programmabegroting 2025-2028 betekent dat u zich bewust bent van het feit dat het doorzicht naar de jaren 2026 en volgende negatieve saldi te zien geeft. Daarvoor hebben we met uw raad gesproken over te nemen maatregelen in Spoor 2. Mocht daarna nog een negatief saldo resteren dan zal daarvoor de algemene reserve aangesproken moeten worden. Dat wordt pas duidelijk bij de vaststelling van de begroting 2026. Daadwerkelijke belasting van de reserve in verband met negatieve saldi vindt uitsluitend plaats als de jaarrekeningen nadelige totaalsaldi vertonen. Vaststelling van de begroting betekent tevens dat het college van de raad de opdracht krijgt deze begroting uit te voeren binnen de kaders die de raad daarbij aangeeft. Financiën De saldi van de voorliggende begroting zijn hiervoor al aangegeven. Vervolg Over de uitvoering wordt gerapporteerd via de Bestuursrapportages (Beraps), tussentijdse informatieverstrekking en begrotingswijzigingen en uiteindelijk wordt eindverantwoording afgelegd in de jaarrekening. Na vaststelling wordt de begroting toegezonden aan Gedeputeerde Staten en aan het CBS en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bijlagen Programmabegroting 2025-2028 (corsa 24.18688) Het college van burgemeester en wethouders,
Dhr. J.P.P.S. Ruyters, secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven, burgemeester
RA24.077
*RA24.077* 3
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa
5 november 2024 Programmabegroting 2025-2028 RA24.077 Z24001558
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 oktober 2024
Besluit 1. De programmabegroting 2025-2028 vast te stellen. 2. De budgetten en kredieten, zoals opgenomen in de bij de begroting behorende lijst "nieuwe beleid en vervangingsinvesteringen" beschikbaar te stellen. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. L. van Leersum
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA24.077
*RA24.077* 4