[RA23.105] - Eerste wijziging Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad Reusel-De Mierden
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Vergaderdatum: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa: Portefeuillehouder:
Eerste wijziging van het Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad Reusel-De Mierden 30 januari 2024 RA23.105 Z21002086 de heer P.J.M. van de Noort wethouder
Voorstel 1. De ‘Eerste wijziging van het Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad Reusel-De Mierden’ vast te stellen. Inleiding Op 15 november 2022 heeft de raad het ‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad Reusel-De Mierden’ vastgesteld. In dit besluit heeft de raad aangegeven in welke gevallen zij een bindend advies wil geven voordat een omgevingsvergunning wordt verleend voor afwijken van het omgevingsplan. Het besluit is zo geformuleerd dat de raad over alle activiteiten die in strijd zijn met het (tijdelijke) omgevingsplan een bindend advies wil geven, met uitzondering van de genoemde gevallen in onderdeel A tot en met C (zie bijlage 1, overzicht met wijzigingen). Hierbij is aansluiting gezocht bij de systematiek onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), die bij schrijven van dit voorstel nog van kracht zijn. Op grond van artikel 2.27 Wabo heeft de raad eind 2012 de ‘Categorieën lijst verklaring van geen bedenkingen omgevingsvergunning voor strijdig planologisch gebruik’ vastgesteld. De lijst bevat de zogenaamde vvgb’s die de raad wil afgeven vóór een uitgebreide omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan wordt verleend.
De uitgebreide omgevingsvergunning met vvgb is de afgelopen jaren maar minimaal voorgekomen, de meeste ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk gemaakt met bestemmingsplanwijzigingen. Om zoveel als mogelijk beleidsneutraal over te gaan naar de Omgevingswet is de vvgb-lijst bijna 1-op1 overgenomen in het ‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad Reusel-De Mierden’. Er zijn enkele aanscherpingen doorgevoerd naar aanleiding van een werkbijeenkomst met de raad op 6 september 2022 en een amendement tijdens de raadsvergadering van 15 november 2022. Wegvallen kruimelgevallenregeling Besluit omgevingsrecht (Bor) Gebleken is dat met de huidige opzet van het ‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad Reusel-De Mierden’ veel meer plannen aan de raad moeten worden voorgelegd dan het geval was onder de Wro/Wabo. Dit heeft te maken met het volgende. Op grond van de Wabo waren er tot 1 januari 2024 3 mogelijkheden om plannen te realiseren die afwijken van het bestemmingsplan: 1. Omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken onder de voorwaarden die in het bestemmingsplan zijn genoemd1. Beslistermijn was 8 weken (de korte reguliere voorbereidingsprocedure zonder ontwerpbesluit). 2. Omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken voor gevallen aangewezen in artikel 4 bijlage II Besluit omgevingsrecht2. Dit zijn de zogenaamde ‘kruimelgevallen’.
Beslistermijn was 8 weken (de korte reguliere voorbereidingsprocedure zonder ontwerpbesluit). 3. Omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken van het bestemmingsplan, indien de motivering een goede ruimtelijke onderbouwing bevat3. Dit is de zogenaamde ‘uitgebreide omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan’ waarvoor voorheen een vvgb 1 artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 1° Wabo 2 artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 2° Wabo 3 artikel 2.12, lid 1 onder a, onder 3° Wabo
1
van de raad nodig kon zijn. Beslistermijn was 26 weken (de uitgebreide voorbereidingsprocedure waarbij eerst een ontwerpbesluit ter inzage werd gelegd voordat een definitief besluit werd genomen). Per 1 januari 2024 is de Wabo vervallen. De omgevingsvergunning voor binnenplans afwijken (onder 1) blijft als instrument onder de Omgevingswet bestaan. De omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken van het bestemmingsplan (onder 3) is de Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) geworden. De kruimelgevallenregeling (onder 2). is in zijn geheel verdwenen. De reden hierachter is dat voor deze gevallen een Bopa verleend kan worden, waarvoor per 1 januari 2024 ook een beslistermijn geldt van 8 weken en eenzelfde voorbereidingsprocedure wordt gevolgd. De wetgever heeft het niet nodig geacht een aparte regeling te treffen als opvolger van de kruimelgevallenregeling. Het staat gemeenten vrij om de kruimelgevallen in het omgevingsplan op te nemen, zodat deze vergunningvrij zijn of na het verlenen van een binnenplanse omgevingsvergunning zijn toegestaan. Aangezien de huidige kruimelgevallen niet in het ‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad Reusel-De Mierden’ zijn opgenomen, moeten al deze gevallen worden voorgelegd aan de raad. Het zijn kleine afwijkingen, die in verhouding een beperkte impact hebben op de omgeving.
Vanwege een beleidsneutrale overgang naar de Omgevingswet had het in de rede gelegen deze kruimelgevallen uit te zonderen van het adviesrecht. Ten tijde van het schrijven van het raadsvoorstel van 15 november 2022 was er (ambtelijk) nog te beperkte kennis aanwezig wat er met de kruimelgevallenregeling zou gebeuren en wat de gevolgen zijn van het verdwijnen van de regeling. Vandaar de reparatie die nu wordt voorgesteld. In de reparatie wordt naast de toevoeging van lid D tevens op enkele plekken het woord ‘bestemmingsplan’ vervangen door ‘omgevingsplan’. Argumenten 1.1. De kruimelgevallen van artikel 4 bijlage II Besluit omgevingsrecht zijn kleine afwijkingen van het bestemmingsplan (per 1 januari 2024 omgevingsplan van rechtswege). De kruimelgevallen betreft plannen waarvoor geen binnenplanse afwijkingsbevoegdheid is opgenomen in het bestemmingsplan (per 1 januari 2024 het omgevingsplan van rechtswege). De wetgever heeft het voor deze plannen ook niet redelijk geacht een uitgebreide omgevingsvergunningprocedure te volgen waarbij een uitgebreide ruimtelijke onderbouwing nodig is. Daarom gold sinds 2014 de kruimelgevallenregeling; een middenweg voor plannen die net niet in het bestemmingsplan passen maar die wel (na een toets aan voorwaarden) aanvaardbaar worden geacht.
Het gaat bijvoorbeeld om het toestaan van kleine extra bouwwerken, het wijzigen van het gebruik van een bestaand pand of het tijdelijk toestaan van gebruik of bouwwerken. De kruimelgevallen zijn opgenomen in het Besluit omgevingsrecht (artikel 4 bijlage II Bor). Zie ook bijlage 1, overzicht met wijzigingen onder onderdeel C in rood. Er zijn de laatste jaren veel omgevingsvergunningen verleend met gebruikmaking van de kruimelgevallenregeling, vanwege de snelle procedure van 8 weken en relatief weinig onderzoekslasten voor de initiatiefnemer. De kruimelgevallen hebben een beperkte impact op de omgeving, waarbij geen volledige toets hoeft plaats te vinden op een ‘goede ruimtelijke ordening’, oftewel een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgens de Omgevingswet. Het college beoordeelt de aanvaardbaarheid van deze ontwikkelingen aan de hand van de Beleidsregel kleine afwijkingen van bestemmingsplannen 2013, welke nadere toetsingscriteria geeft voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Deze beleidsregel kan voorlopig nog worden gehanteerd. 1.2. Het opnemen van de kruimelgevallen in het Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad doet recht aan de ambitie om zoveel mogelijk beleidsneutraal over te gaan naar de Omgevingswet.
De gemeente Reusel-De Mierden heeft voor de implementatie van de Omgevingswet de ambitie uitgesproken om in eerste instantie zoveel mogelijk beleidsneutraal over te gaan. Door het opnemen van de kruimelgevallenregeling in het Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad blijft het college besluiten over deze omgevingsvergunningen zoals tot 1 januari 2024 ook het geval was.
RA23.105
*RA23.105*
2
1.3. Deze wijziging voorkomt capaciteitsproblemen en volle agenda’s voor de commissie Ruimte en de raad met voorstellen over (relatief) kleine plannen. Indien de raad toch een advies wil geven over deze plannen dan vraagt dit naar verwachting veel extra capaciteit van het team ruimtelijke ontwikkeling voor het voorbereiden van het adviesrecht. Daarnaast zullen de commissie- en raadsvergaderingen snel vol raken met deze voorstellen. Ook is het denkbaar dat wettelijke beslistermijnen niet gehaald gaan worden. 1.4. Bij het verder uitwerken van het omgevingsplan wordt het lot van de kruimelgevallen verder bepaald. In de transitiefase tot 2032 wordt het omgevingsplan uitgewerkt voor het hele grondgebied. Gedurende deze periode zal ook worden bepaald hoe met de voormalige kruimelgevallen wordt omgegaan. Deze gevallen kunnen: 1. Vergunningvrij worden gemaakt in het omgevingsplan. 2. Via een binnenplanse omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt onder voorwaarden. 3. Niet in het omgevingsplan worden opgenomen, waardoor in alle gevallen een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (bopa) aangevraagd moet worden. Afhankelijk van deze keuzes zal het ‘Besluit omgevingsplanactiviteiten voor bindend advies raad’ in de transitiefase worden geactualiseerd. Kanttekeningen 1.1.
Het kruimelgeval van lid 10 van artikel 4 bijlage II Bor is niet overgenomen in het concept ‘Eerste wijziging van het Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad Reusel-De Mierden’ Lid 10 van artikel 4 bijlage II Bor bevatte het volgende kruimelgeval: het gebruiken van een recreatiewoning voor bewoning, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. de recreatiewoning voldoet aan de bij of krachtens de Woningwet aan een bestaande woning gestelde eisen; b. de bewoning niet in strijd is met de bij of krachtens de Wet milieubeheer, de Wet geluidhinder, de Wet ammoniak en veehouderij en de Wet geurhinder en veehouderij gestelde regels of de Reconstructiewet concentratiegebieden, c. de bewoner op 31 oktober 2003 de recreatiewoning als woning in gebruik had en deze sedertdien onafgebroken bewoont, en d. de bewoner op 31 oktober 2003 meerderjarig was; In dit lid wordt verwezen naar wetgeving die deels is opgegaan in de Omgevingswet. Het gaat om het permanent toestaan van bewoning in een recreatiewoning. Hiermee wordt feitelijk een woonbestemming toegekend. Deze omgevingsvergunning is nooit toegestaan aangezien dit is uitgesloten in de Beleidsregel kleine afwijkingen van bestemmingsplannen 2013. Indien een aanvraag wordt ingediend voor permanente bewoning in een recreatiewoning wordt voorgesteld dit te laten verlopen met een Bopa met bindend adviesrecht van de raad.
Voor de overige kruimelgevallen is de regeling 1-op-1 overgenomen (zie bijlage 1, overzicht met wijzigingen in rood). 1.2. In de periode 1 januari 2024 – 30 januari 2024 wordt in overleg getreden met aanvragers. Vanaf 1 januari 2024 kunnen Bopa’s worden aangevraagd waarvoor het bindend adviesrecht geldt. Zolang er nog geen besluit is genomen om de kruimelgevallen uit te zonderen van het adviesrecht, moeten in principe de voorbereidingen worden gestart om een bindend adviesrecht van de raad te vragen. In de periode tot aan besluitvorming door de raad op 30 januari 2024 en bekendmaking van het besluit wordt daar praktisch mee omgegaan door in overleg te treden met aanvragers. De aanvraag kan worden ingetrokken en op een later moment worden ingediend of voor een bepaalde tijd worden aangehouden. Indien de raad besluit om deze wijziging niet vast te stellen zal uiteraard de route voor een bindend adviesrecht worden gevolgd.
RA23.105
*RA23.105*
3
Financiën Niet van toepassing. Vervolg Na vaststelling door de raad wordt de ‘Eerste wijziging van het Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad’ bekendgemaakt op www.overheid.nl en een korte verwijzing in d’n Uitkijk. Een dag later treedt het besluit in werking. Bijlagen 1. Overzicht met wijzigingen (23.20440)
het college van burgemeester en wethouders, {{esl: Signer1:signature:size(200,50)}}
{{esl: Signer2:signature:size(200,50)}}
dhr. J.P.P.S. Ruyters secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA23.105
*RA23.105*
4
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa
30 januari 2024 Eerste wijziging Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad Reusel-De Mierden RA23.105 Z21002086
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 december 2023 gelet op artikel 16.15 van de Omgevingswet Besluit vast te stellen de: Eerste wijziging van het Besluit omgevingsplanactiviteiten bindend advies raad Reusel-De Mierden Artikel I Onder onderdeel A, B en C het begrip ‘bestemmingsplan’ of ‘bestemmingsplannen’ te vervangen door ‘omgevingsplan’ Artikel II Een nieuw onderdeel D toe te voegen dat luidt: D. Heel grondgebied Op gronden gelegen binnen het hele grondgebied mogen in afwijking van het omgevingsplan de volgende projecten worden gerealiseerd, die voorheen mogelijk waren op grond van de zogenaamde kruimelgevallenregeling van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2° van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (vervallen): 1. een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, tenzij sprake is van een kas of bedrijfsgebouw van lichte constructie ten dienste van een agrarisch bedrijf, b. de oppervlakte niet meer dan 150 m 2; 2.
een gebouw ten behoeve van een infrastructurele of openbare voorziening voor zover het betreft een bouwwerk ten behoeve van een nutsvoorziening, de waterhuishouding, het meten van de luchtkwaliteit, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer of het weg-, spoorweg-, water- of luchtverkeer, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 5 m, en b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 3. een bouwwerk, geen gebouw zijnde, of een gedeelte van een dergelijk bouwwerk, mits wordt voldaan aan de volgende eisen: a. niet hoger dan 10 m, en RA23.105
*RA23.105*
5
b. de oppervlakte niet meer dan 50 m²; 4. een dakterras, balkon of andere niet op de grond gelegen buitenruimte aan of op een gebouw, een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding van een gebouw, de uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard dan wel voorzieningen gericht op het isoleren van een gebouw; 5. een antenne-installatie, mits niet hoger dan 40 m; 6. een installatie bij een glastuinbouwbedrijf voor warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van de Elektriciteitswet 1998; 7. een installatie bij een agrarisch bedrijf waarmee duurzame energie wordt geproduceerd door het bewerken van uitwerpselen van dieren tot krachtens artikel 5, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet aangewezen eindproducten van een krachtens dat artikellid omschreven bewerkingsprocedé dat ziet op het vergisten van ten minste 50 gewichtsprocenten uitwerpselen van dieren met in de omschrijving van dat procedé genoemde nevenbestanddelen; 8. het gebruiken van gronden voor een niet-ingrijpende herinrichting van openbaar gebied; 9.
het gebruiken van bouwwerken, eventueel in samenhang met bouwactiviteiten die de bebouwde oppervlakte of het bouwvolume niet vergroten, en van bij die bouwwerken aansluitend terrein, mits, voor zover gelegen buiten de bebouwde kom, het uitsluitend betreft een logiesfunctie voor werknemers of de opvang van asielzoekers of andere categorieën vreemdelingen; 10. (niet opgenomen) 11. ander gebruik van gronden of bouwwerken dan bedoeld in de onderdelen 1 tot en met 10, voor een termijn van ten hoogste tien jaar. Artikel III Onderdeel D te vervangen in onderdeel E. Artikel IV Dit besluit treedt in werking op de dag na bekendmaking. Aldus besloten in de vergadering van 30 januari 2024. De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. J.M. van Dongen-Hermans
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA23.105
*RA23.105*
6