[RA23.079] - Programmabegroting 2024-2027
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Vergaderdatum: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa: Portefeuillehouder:
Programmabegroting 2024-2027 7 november 2023 RA23.079 Z23001843 de heer F.P.M. Rombouts wethouder
Voorstel 1. De programmabegroting 2024-2027 vast te stellen. 2. De budgetten en kredieten, zoals opgenomen in de bij de begroting behorende lijst "nieuwe beleid en vervangingsinvesteringen" beschikbaar te stellen. 3. Nadelige saldi te dekken uit het vrij besteedbare deel van de algemene reserve. Inleiding De raad moet op grond van de Gemeentewet jaarlijks een programmabegroting vaststellen voor het eerstvolgende kalenderkaar met een meerjarenbegroting voor de drie daarop volgende jaren. Vaststelling dient op een zodanig tijdstip plaats te vinden dat de begroting vóór 15 november kan worden verzonden aan Gedeputeerde Staten, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het CBS. Nu ligt de programmabegroting 2024-2027 ter vaststelling voor. Argumenten 1.1. Uitgangspunt is bestaand beleid Het bestaande beleid is uitgangspunt geweest voor de begrotingsopstelling. Dit dient als basis om de continuïteit niet in gevaar te brengen. Desalniettemin is ook bestaand beleid niet in beton gegoten en zijn wijzigingen mogelijk. 1.2. Structureel sluitend De begroting moet structureel en reëel sluitend zijn. Simpel gezegd betekent dit, dat de jaarlijks terugkerende uitgaven moeten worden gedekt door jaarlijks terugkerende inkomsten.
Jaarlijks terugkerende salariskosten of onderhoudskosten van wegen mogen bijvoorbeeld niet structureel worden gedekt uit de algemene reserve of uit de verkoopopbrengst van een stuk grond. De regels voor het onderscheid in structureel en incidenteel zijn het afgelopen jaar verder aangescherpt. Uitgangspunt is dat baten en lasten structureel zijn, tenzij er goede redenen zijn om ze als incidenteel te kwalificeren; een goede toelichting is dus belangrijk. Daarbij geldt dat de aard van de last of de baat bepalend is voor de vraag of deze incidenteel of structureel zijn. Incidenteel is alleen mogelijk als er een duidelijke einddatum geldt voor de betreffende last of baat en dat de looptijd dus betrekkelijk kort is (richtinggevend wordt maximaal 4 jaar genoemd, maar daar kan met goede redenen van worden afgeweken). 1.2.1. Meerjarig perspectief In de voorliggende programmabegroting 2024-2027 heeft het jaar 2024 een licht positief saldo. Meerjarig laat de begroting een negatief perspectief zien van afgerond € 3 ton in 2025 tot € 2,2 miljoen in 2026 en 2027. Dit wordt veroorzaakt door enerzijds het uitgavenniveau (extra taken, eigen ambitieniveau enz.) en anderzijds door de doorgevoerde kortingen in het gemeentefonds. Het is niet realistisch te verwachten dat deze kortingen volledig door het Rijk worden gecompenseerd.
Er is een aantal mogelijkheden om toch te kunnen komen tot sluitende begrotingen. Dat kan door (een combinatie van) maatregelen als bijstelling van ambitieniveaus (met de nodige beleidsmatige effecten), grootschalige bezuinigingen en ophoging van lokale belastingen, zijnde de OZB. Ter illustratie: als het nu geschetste tekort in 2026/2027 via alléén OZB-aanpassing opgelost zou worden, zou dat tot een verhoging leiden van circa 70%. Zoals in de voorliggende begroting in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing is benoemd, bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit ruim € 1,6 miljoen. Dat is de ruimte die verplicht benut zou moeten worden voordat je als gemeente op basis van artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet in aanmerking zou kunnen komen voor (tijdelijke) extra middelen vanuit het Rijk. Dat zou een OZB-verhoging van zo’n 51% zijn. 1.3 Gemeentefondsuitkering Het grootste deel van de inkomsten halen gemeenten uit de algemene uitkering van het gemeentefonds. Die uitkering is op basis van de meicirculaire 2023 in de voorliggende begroting verwerkt. De septembercirculaire 2023 is niet in de voorliggende begroting verwerkt omdat deze op het moment van besluitvorming nog verwerkt en geanalyseerd diende te worden. De RA23.079
*RA23.079* 1
septembercirculaire verwerken we in de 2e Berap van 2023. Uw raad ontvangt een oplegnotitie waarin de gevolgen van de septembercirculaire voor de jaren 2024-2027 zijn verwerkt. 2.1. Nieuw beleid en vervangingsinvesteringen De lijst “nieuw beleid en vervangingsinvesteringen” maakt onderdeel uit van de begroting. Met de vaststelling van de begroting stelt de raad ook de budgetten vast uit die lijst. Dat betekent dat exploitatiebudgetten beschikbaar worden gesteld en de investeringskredieten voor het begrotingsjaar 2024. Investeringskredieten voor de jaren daarna komen opnieuw in de lijst nieuw beleid bij de volgende begroting. Indien uw raad het ten aanzien van een of meerdere onderwerpen, bijvoorbeeld bepaalde investeringsbudgetten, belangrijk vindt daarover nog afzonderlijk te spreken vóórdat het betreffende budget definitief beschikbaar wordt gesteld, dan kan dat bij de vaststelling van de begroting worden aangegeven. 3.1 Nadelige saldi uit reserve De begroting laat de volgende saldi zien: Bedragen in €
Structureel saldo Incidenteel saldo TOTAAL SALDO
2024 51.271 -596.500 -545.229
2025 -336.791 -152.000 -488.791
2026 -2.215.500 -81.000 -2.296.500
2027 -2.184.461 -47.000 -2.231.461
In structurele zin is de voorliggende begroting sluitend voor 2024. De jaren 2025 t/m 2027 laten een structureel tekort zien. Dat wordt enerzijds veroorzaakt doordat de algemene uitkering op basis van de meicirculaire 2023 ingaande het jaar 2026 sterk afneemt, omdat het kabinet heeft besloten om de toename van het gemeentefonds niet door te laten lopen in de jaren ná deze kabinetsperiode. Het is aannemelijk dat in latere jaren dit nog wel wordt hersteld, maar omdat het zo opgenomen is in de meicirculaire, moeten we nu de verlaagde uitkering ook ramen. Anderzijds spelen ook sterk gestegen kosten een rol, waaronder energiekosten, maar ook salariskosten als gevolg van de CAO-gemeenten. In de cijfers zit ook het nieuw beleid verwerkt, waaronder de kosten die verbonden zijn aan het robuuster maken van de organisatie. Door de invloed van incidentele baten en lasten is het totaalsaldo van de begroting in 2024 t/m 2027 negatief. Formeel moet dan besloten worden hoe dat wordt opgelost en daarvoor biedt dan het vrij besteedbare deel van de algemene uitkering een oplossing. Kanttekeningen Vaststelling van de programmabegroting 2024-2027 betekent dat u de gemeenteraad ermee instemt dat voor negatieve totaalsaldi een beroep wordt gedaan op de algemene reserve. Dat is op basis van de voorliggende begroting het geval in de jaren 2024 en 2027.
Daadwerkelijke belasting van de reserve in verband met negatieve saldi vindt overigens uitsluitend plaats als de jaarrekeningen nadelige totaalsaldi vertonen. Vaststelling van de begroting betekent tevens dat het college van de raad de opdracht krijgt deze begroting uit te voeren binnen de kaders die de raad daarbij aangeeft. Financiën De saldi van de voorliggende begroting zijn hiervoor al aangegeven. Vervolg Over de uitvoering wordt gerapporteerd via de Bestuursrapportages (Beraps), tussentijdse informatieverstrekking en begrotingswijzigingen en uiteindelijk wordt eindverantwoording afgelegd in de jaarrekening. Na vaststelling wordt de begroting toegezonden aan Gedeputeerde Staten en aan het CBS en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
RA23.079
*RA23.079* 2
Bijlagen Programmabegroting 2024-2027
het college van burgemeester en wethouders, {
{{ Signer2:signature:size(200,50)}}
dhr. J.P.P.S. Ruyters secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA23.079
*RA23.079* 3
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa
7 november 2023 Programmabegroting 2024-2027 RA23.079
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 september 2023
Besluit 1. De programmabegroting 2024-2027 vast te stellen. 2. De budgetten en kredieten, zoals opgenomen in de bij de begroting behorende lijst "nieuwe beleid en vervangingsinvesteringen" beschikbaar te stellen. 3. Nadelige saldi te dekken uit het vrij besteedbare deel van de algemene reserve.
De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. J.M. van Dongen-Hermans
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA23.079
*RA23.079* 4