RA22.095 RV en RB rapport RKC Omgevingswet.docx
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp:
Rapport Rekenkamercommissie "Omgevingswet in de Kempengemeenten” 13 december 2022 RA22.095
Vergaderdatum: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa: Portefeuillehouder: Voorstel Gelezen het Rapport Rekenkameronderzoek Omgevingswet, en de bestuurlijke reactie daarop vanuit het college. Te besluiten om: 1. de conclusies in het Eindrapport "Omgevingswet in de Kempengemeenten" van de Rekenkamercommissie Kempengemeenten (Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden) te onderschrijven; 2. de aanbevelingen aan de gemeenteraad over te nemen; 3. het college te verzoeken aan het rapport waar mogelijk, dan wel nog niet gedaan, een vervolg te geven; 4. het college te verzoeken de raad over de voortgang te blijven informeren. Inleiding De wettelijk verplichte Rekenkamercommissie (RKC) vormt het sluitstuk van de controle op rechtmatigheid en doelmatigheid door de raad en levert een bijdrage aan het leervermogen van de gemeenteraad. De commissie ondersteunt daarmee de gemeenteraad bij zijn volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol, als ook bij het uitvoering geven aan het budgetrecht van de raad. De RKC heeft tot taak onderzoek te doen naar: - de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en - de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beheer en van de gemeentelijke organisatie, evenals van (gesubsidieerde) instellingen, waarvan de activiteiten mede door de gemeente worden bekostigd. Argumenten 1.
Inhoud rapport De centrale vraag betreft een onderzoek met als vraagstelling : Zijn de Kempengemeenten klaar voor de invoering van de Omgevingswet ? 2. Conclusies ten aanzien van Reusel-De Mierden 1. De gemeente Reusel-De Mierden is (nog) niet klaar voor de invoering van de Omgevingswet. Om de Omgevingswet te kunnen implementeren en te voorkomen dat het niveau van dienstverlening op het terrein van vergunningverlening minimaal gelijk blijft aan het bestaande niveau op het moment van inwerkingtreding van de wet, is binnen Reusel-De Mierden al een stevig fundament gelegd. Dit neemt niet weg dat nog een eindsprint moet worden ingezet om op 1 januari 2023 echt klaar te zijn. Extra inzet is specifiek nodig op de volgende onderdelen: ● Het invoeren van de gegevens in het nieuwe digitale systeem (DSO) en het oefenen ermee. ● Knopen doorhakken over de taak -en verantwoordelijkheidsverdeling in het vergunningverleningsproces en ook met dat proces oefenen (intake- en omgevingstafels). ● Aandacht voor het werken met het nieuwe (tijdelijke) omgevingsplan, met specifiek aandacht voor het omgaan met afwijkingen (behandelen via vergunningverlening of aanpassingen van het omgevingsplan).
In oktober staan nog twee raadsbesluiten op de agenda (adviesrecht en eventueel verplichte participatie bij bepaalde initiatieven) die gevolgen kunnen hebben voor de definitieve inrichting van het vergunningverleningsproces. 2. Meeste raadsbesluiten in de voorbereiding moeten nog genomen worden, maar met de nodige bijeenkomsten en kennissessies, lijkt dit goed te komen. Over het delegatiebesluit, adviesrecht en verplichte participatie bij buitenplanse initiatieven moet in RA22.095
*RA22.095* 1
het najaar van 2022 nog een beslissing worden genomen. Ter voorbereiding op de besluitvorming in het najaar is het college van plan om de raad middels zogenaamde werkateliers op de hoogte te brengen van de stand van zaken ten aanzien van de Omgevingswet, de te nemen besluiten en de mogelijke implicaties van de keuzes die de raad maakt. De raad is erg tevreden met deze vorm van voorbereiding op de besluitvorming. De raad is daarbij bevraagd over wat zij verwachten en vooral ook wat de raad wil. Het feit dat veel besluiten nog dit najaar genomen moeten worden, baart de raad geen zorgen. 3. Reusel-De Mierden levert een constructieve bijdrage aan de samenwerking met andere Kempengemeenten en binnen de regio Zuidoost Brabant. De veranderingen die de Omgevingswet met zich meebrengt zijn gericht op het omgaan met maatschappelijke opgaven zoals de demografische ontwikkelingen, klimaatveranderingen en de relatie tussen inwoners en de overheid. Participatie en samenwerking zijn daarom belangrijke pijlers van de wet. Samenwerking met zogenoemde ketenpartners (provincie, Omgevingsdienst, waterschap en GGD) is nodig om aan complexe vraagstukken invulling te kunnen geven en is een formeel onderdeel van het vergunningverleningstraject onder de wet.
De gemeente Reusel-De Mierden levert aan de diverse overleggen een constructieve bijdrage en richt zich op het bereiken van een effectiefwerkproces, zowel in de GR VTH als in het overleg met ketenpartners. 4. De gemeente(raad) wil beleidsneutraal overgaan. De gemeenteraad van Reusel-De Mierden wil op een constructieve en praktische manier invulling geven aan de implementatie van de Omgevingswet. De raad streeft niet naar grote veranderingen maar biedt ruimte om de benodigde aanpassingen in het werkproces en de dienstverlening door te voeren. De acties die in de voorlopige plannen en besluiten zijn opgenomen, betreffen de minimale acties. Dat sluit aan op het ambitieniveau van de gemeente Reusel-De Mierden: doen wat noodzakelijk is en zo veel mogelijk beleidsneutraal overgaan van de huidige naar de nieuwe situatie. Dit is niet formeel door de raad besloten, maar het is wel gedeeld met de raad via een raadsinformatienota en in informatiesessies. 5. De raad wil ondanks de beleidsneutrale overgang, wel meer regie gaan voeren, wat onherroepelijk leidt tot meer werk. Uit het onderzoek blijkt dat de raad voornemens is om straks meer regie te gaan voeren op vergunningen en bestemmingsplannen. De raad is hiermee terughoudender in het creëren van ruimte dan men verstaat onder ‘beleidsneutraal’ en wat de intentie is van de Omgevingswet.
De raad heeft aangegeven dat ze het delegatie-/mandaatbesluit zo veel mogelijk bij zichzelf willen houden. Als de raad echter alle/zoveel mogelijk buitenplanse initiatieven van advies wil voorzien, dan betekent dat wel wat voor de raadsagenda, maar ook ambtelijk. Dat is in het licht van de huidige capaciteitsproblemen een flinke uitdaging. Er is namelijk een ‘ruime werkvoorraad’ bij Reusel- De Mierden en op dit moment hiervoor eenvoudigweg te weinig personele capaciteit. De raad zou dus meer gebruik kunnen maken van de ruimte die de Omgevingswet biedt, door de uitvoering meer bij het college te laten en de beschikbare tijd te besteden aan de grote maatschappelijke vraagstukken. 6. De raad wordt (door het college) in staat gesteld om te kaderstellen en controleren, maar voelt zich nog niet senang in die rol. Uit het onderzoek blijkt dat de raadsleden zelf vinden dat ze door het college tot nu toe voldoende in stelling worden gebracht om te kunnen kaderstellen en controleren. De informatievoorziening hiervoor is op orde. Desondanks vinden de meeste raadsleden het een lastig en complex verhaal dat voor een lekenbestuur moeilijk is te doorgronden. Er is dus niet zo zeer twijfel over de vraag of de raad goed in stelling wordt gebracht om te kunnen kaderstellen en te controleren, maar er is eerder onbehagen over de omvang en complexiteit van de wet en de mogelijke implicaties.
De samenhang tussen al deze instrumenten is nog niet voor alle raadsleden helder. Dit is ook het geval bij de voorliggende raadsbesluiten die genomen moeten worden voordat de wet in werking treedt. Uit het onderzoek blijkt kortom dat de raad op dit moment vooral nog (vrij reactief) aan het controleren is, maar zich ook nog niet volledig geëquipeerd voelt in die rol. Zo is er door de raad ook geen gebruikgemaakt van (bij)sturingsinstrumenten ten aanzien van de Omgevingswet. 7. De informatievoorziening is op orde, maar het implementatieproces blijft lastig te volgen. Uit de online vragenlijst en uit de gesprekken blijkt dat de informatievoorziening vanuit het college RA22.095
*RA22.095* 2
over de invoering van de Omgevingswet als ‘ruim voldoende/goed’ wordt beoordeeld door de raad (gemiddeld geven raadsleden een 7,5). In Reusel-De Mierden wordt veel informatie met de raad gedeeld via informatienota’s (RIN’s) en er zijn in het verleden ook regelmatig werkateliers over de Omgevingswet gehouden. Er zijn werkateliers geweest over de informatievoorziening, de communicatie, participatie en de omgevingsdialoog. De raad is daarbij bevraagd over wat de verwachting en wensen zijn. Als het gaat om de kwaliteit van de informatie dan worden zowel de tijdigheid als de juistheid en de volledigheid als (zeer) goed beoordeeld. Wel wordt hierbij opgemerkt dat volledigheid een lastig begrip is: “je weet natuurlijk niet wat je eventueel mist”. Kijken we naar hiaten in de informatievoorziening, dan valt het op dat met name inzichten in de te verwachten effecten en resultaten en de consequenties van de besluiten worden gemist. Dit is in lijn met hetgeen eerder werd geconstateerd, namelijk dat raadsleden het lastig vinden om de implicaties van de wet en de daarbij behorende besluiten te overzien. 8. Er is op dit moment geen regionale samenwerking tussen de gemeenteraden. Samenwerking is een essentieel onderdeel van een succesvolle implementatie en daarop volgende uitvoering van de Omgevingswet.
Dit bewustzijn is aanwezig binnen de ambtelijke organisatie en ook bij de raad; dit besef is ook meer aanwezig bij Reusel-De Mierden dan in de andere Kempengemeenten. De raad kan de komende jaren in zijn besluitvorming het belang van samenwerking zowel op het gebied van het omgaan met maatschappelijke opgaven, als op het gebied van effectieve bedrijfsvoering mee blijven wegen naast lokale eigenheid en zelfstandigheid. 3. Aanbevelingen 1. College en raad: Benoem in de nog te nemen raadsbesluiten de concrete consequenties voor niveau van dienstverlening en capaciteit. Nog niet alle besluiten die de raad moet nemen voor de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn inmiddels genomen of met de raad voorbesproken en in een advies uitgewerkt. Dit gaat bijvoorbeeld om besluiten over het adviesrecht en delegatie en eventueel verplichte participatie bij buitenplanse activiteiten. Door in de adviezen de samenhang te beschrijven met de dienstverlening aan initiatiefnemers en andere betrokkenen en dit te koppelen aan de benodigde capaciteit binnen de ambtelijke organisatie, kan de raad een afgewogen besluit nemen en de (financiële) consequenties overzien. 2. College: Geef prioriteit aan besluiten ten aanzien van taken en verantwoordelijkheden in het vergunningverleningsproces. Vanuit het SSC is voor alle vier de Kempengemeenten de technische koppeling met het DSO geregeld.
Dit is een belangrijke voorwaarde voor het verstrekken van vergunningen. Het aanpassen van het vergunningverleningstraject ligt voor een groot deel bij VTH en de uitvoering ervan bij GR de Kempen. Met name bij de meer complexe vergunningaanvragen staat het behandelproces niet los van de gemeente zelf. De verdeling van de werkzaamheden en verantwoordelijkheden tussen Ruimtelijke Ordening bij de gemeente en VTH De Kempen moet op korte termijn duidelijk worden zodat intake en omgevingstafels goed kunnen worden ingericht en het mandaat helder is. 3. College: Ga uit van “het hoeft niet af te zijn om klaar te zijn”. Niet alles hoeft op papier tot in de puntjes uitgewerkt te zijn. Van belang is om de nieuwe softwaresystemen te vullen en er net als met de omgevings- en intaketafels, zo snel mogelijk mee te gaan oefenen om vanaf de datum van inwerkingtreding zo weinig mogelijk tegen kinderziektes aan te lopen. Oefenen met zowel de systemen als nieuwe overlegvormen (zie ook de vorige aanbeveling) levert sneller en duidelijker inzichten op en maakt de implementatie voor alle betrokkenen minder theoretisch en meer realiteit. Alles wat daarvoor geoefend kan worden draagt bij aan de kwaliteit van dienstverlening na 1 januari 2023. 4. College: Stel een handboek “werken met het omgevingsplan” op. Reusel-De Mierden heeft gekozen voor een beleidsneutrale overgang van de regelgeving.
Dit betekent dat de bestaande bestemmingsplannen en de bruidsschat worden overgenomen in het tijdelijk omgevingsplan. Beleidsneutraal betekent niet dat er niets verandert. Zo is er straks nog maar één omgevingsplan in plaats van verschillende bestemmingsplannen en komt de kruimelregeling te vervallen. Afwijken kan nog via het verlenen van een vergunning of via aanpassen van het RA22.095
*RA22.095* 3
omgevingsplan. Beide varianten vragen aandacht voor participatie. Door de werkwijze vast te leggen in een handboek wordt aan alle medewerkers duidelijkheid geboden. 5. College en raad: Heb aandacht voor het capaciteitsprobleem De verwachting is dat de gemeente Reusel-De Mierden niet op 1 januari 2023 in formele zin voldoet aan alle eisen die de Omgevingswet stelt, tenzij nog een stevige eindsprint wordt ingezet. De capaciteit voor het doorvoeren van de benodigde acties vraagt de aankomende maanden nog aandacht. Het gaat daarbij zowel om de benodigde uren als het eigen maken van kennis en vaardigheden binnen de eigen organisatie. Daarnaast is een aantal zaken met betrekking tot samenwerking in de regio nog onduidelijk en zijn nog niet alle raadsbesluiten (met betrekking tot de minimale acties) genomen, terwijl dit wel van invloed kan zijn op de bezetting. 6. College en raad: Zorg voor een meerjarenplanning met doelstellingen voor de komende drie tot vijf jaar. De bestaande plannen richten zich op het projectmatig implementeren van de wet om klaar te zijn op de datum van inwerkingtreding. Echter, vanaf die datum begint het anders werken onder de Omgevingswet pas. Het is van belang ook voor de eerste jaren (de transitieperiode) een plan van aanpak te hebben om goed te kunnen sturen.
Bovendien geven doelstellingen voor de wat langere termijn richting aan de besluiten die op korte termijn nog genomen moeten worden. Wanneer hieraan periodieke rapportages worden toegevoegd kan de raad de controlerende taak beter uitvoeren. 7. College en raad: Zorg voor een regionaal platform of meer samenwerking voor raadsleden. Het zou de grip voor de raad op strategisch niveau enorm versterken als er een platform of een andere vorm van samenwerking wordt georganiseerd op regionaal niveau. Via dit platform zouden raadsleden informatie kunnen uitwisselen, zienswijzen, moties en amendementen kunnen doornemen, maar ook technische vragen kunnen voorbereiden. Op dit vlak zou ook de griffie een rol kunnen spelen. 8. College en raad: Laat de gemeenteraad beter informeren over de Omgevingswet en de implicaties van de keuzes die de raad op het punt staat te maken, bijvoorbeeld via expertsessies. De Omgevingswet is een complex onderwerp. Om de kaderstellende en controlerende taak goed uit te kunnen voeren, is naast voldoende informatie ook voldoende begrip van de Omgevingswet nodig om deze informatie te duiden. De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in een expertsessie of in regionale bijeenkomsten (met ook onafhankelijke experts van buiten), beter laten informeren.
Het gaat hier nadrukkelijk niet over de Omgevingswet an sich, maar vooral over de gevolgen van keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien van het delegatiebesluit en de participatie. Kanttekeningen Tijdens de looptijd, van dit onderzoek, is de invoering van de Omgevingswet (weer) uitgesteld. Deze keer naar 1 juli 2023. Daarmee ontstaat er meer ruimte, voor de ambtelijke organisatie, om (vooraf) te oefenen en lopende zaken af te ronden, en dus wel op tijd klaar te zijn voor de invoering van de Omgevingswet. Financiën De werkzaamheden heeft de Rekenkamercommissie Kempengemeenten binnen de beschikbare budgetten uitgevoerd. Verder geeft dit voorstel in directe zin geen financiële gevolgen. Vervolg 1. Na besluitvorming door de raad kunnen raad en college concreet uitvoering gaan geven aan de aanbevelingen. 2. De Rekenkamercommissie wordt over het raadsbesluit geïnformeerd. Bijlagen - Aanbiedingsbrief Rekenkamercommissie d.d. 11-11-2022 - Bestuurlijke reactie college op eindrapport rekenkamer onderzoek Omgevingswet - Rapport rekenkameronderzoek Omgevingswet d.d. 27-09-2022
RA22.095
*RA22.095* 4
het presidium,
Mw. J.M. van Dongen-Hermans raadsgriffier
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA22.095
*RA22.095* 5
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa
13 december 2022 Rapport Rekenkamercommissie "Omgevingswet in de Kempengemeenten RA22.095
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; Gelezen het Rapport Rekenkameronderzoek Omgevingswet d.d. 27 september 2022, en de bestuurlijke reactie daarop vanuit het college d.d. 2 november 2022.
Besluit 1. de conclusies in het Eindrapport "Omgevingswet in de Kempengemeenten" van de Rekenkamercommissie Kempengemeenten (Bladel, Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden) te onderschrijven; 2. de aanbevelingen aan de gemeenteraad over te nemen; 3. het college te verzoeken aan het rapport waar mogelijk, dan wel nog niet gedaan, een vervolg te geven; 4. het college te verzoeken de raad over de voortgang te blijven informeren.
De raad voornoemd,
de voorzitter,
de griffier, mw. J.M. van Dongen-Hermans
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA22.095
*RA22.095* 6