[RA22.024] - Raadsvoorstel Ontwerpbegroting 2023 Veiligheidsregio Brabant Zuidoost
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Vergaderdatum: Documentnr. Corsa: Case nr. Corsa: Opsteller: Portefeuillehouder:
Ontwerpbegroting 2023 Veiligheidsregio Brabant Zuidoost 24 mei 2022 RA22.024 Z21002686 Leonie van den Borne mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
Voorstel Te besluiten om: 1. kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2023 van de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO); 2. hierop wel een zienswijze in te dienen voor wat betreft de structurele verhoging voor loonkosten. Inleiding De Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeente op de terreinen van brandweerzorg, geneeskundige hulp bij ongevallen en rampen en crisisbeheersing. Het Dagelijks Bestuur van de VRBZO biedt haar ontwerpbegroting 2023 aan de raden van de 21 deelnemende gemeenten aan, welke in de gelegenheid worden gesteld om voor 9 juni 2022 hierop een zienswijze (reactie) kenbaar te maken. Beoogd doel Uw raad heeft door het indienen van een zienswijze de mogelijkheid om invloed uit te oefenen op het (financiële) beleid van VRBZO. De bijdrage aan de VRBZO wordt opgenomen in de gemeentelijke begroting. Argumenten 1.1 De ontwerpbegroting is gebaseerd op de Visie 2025 VRBZO, inclusief uitbreiding Bevolkingszorg De Visie 2025 VRBZO is door het Algemeen Bestuur vastgesteld op 7 april 2021. Over deze visie is uw raad in een raadsbijeenkomst op 16 februari 2021 door de directeur VRBZO, mevrouw De Kam, geïnformeerd en heeft u vragen kunnen stellen. In de vergadering van het Algemeen Bestuur van 7 juli 2021 heeft het bestuur ingestemd met de realisering van verbeteringen in het onderdeel Bevolkingszorg van VRBZO.
De werkzaamheden van het Bureau Bevolkingszorg, welke zorg draagt voor de coördinatie van de gemeentelijke processen van de 21 gemeenten, worden opgenomen als collectieve taak van de veiligheidsregio. Ook is besloten de capaciteit van het Bureau Bevolkingszorg op de eerder afgesproken capaciteit van 4,8 Fte te brengen en de gemeentelijke bijdrage hiervoor te verhogen. Met ingang van het jaar 2023 wordt dit opgenomen in de begroting VRBZO. 1.2 De gevraagde incidentele extra bijdrage van € 600.000 voor 2 jaren voor crisisbeheersing is noodzakelijk gelet op de ontwikkelingen/risico’s in de wereld VRBZO vraagt in de begroting 2023 een incidentele extra bijdrage om de door de coronacrisis ontstane achterstand in de doorontwikkeling van het domein crisisbeheersing, versneld in te lopen. Door de inzet van VRBZO in deze langdurige crisis is de doorontwikkeling van de organisatie op een aantal punten is stilgevallen. VRBZO geeft aan niet anders te kunnen dan dit versneld in te halen als we kijken naar alle risico’s in de wereld. Daarom vraagt VRBZO – in het verlengde van de Kadernota - in deze begroting steun voor incidentele extra middelen om dit te realiseren. VRBZO vraagt in de begroting 2023 voor 2 jaar incidenteel € 600.000 per jaar extra, om de vertraging in te lopen.
In 2023 en 2024 kan VRBZO dan alsnog de benodigde omslag realiseren en elders in de organisatie structureel ruimte creëren. Met de toestemming voor extra middelen in 2023 en 2024, kan VRBZO in 2022 al starten met de voorbereidingen. Gezien de ontwikkelingen in de wereld acht het college deze extra incidentele middelen noodzakelijk voor een goede voorbereiding op crises in de toekomst. 2.1 De gevraagde structurele extra bijdrage van € 300.000 voor loonkosten is niet acceptabel Door ontwikkelingen van buitenaf waar VRBZO zelf geen invloed op heeft, is een onbalans in de begroting ontstaan. VRBZO heeft te maken met forse stijgingen van loonkosten en wettelijke verplichtingen, bijvoorbeeld om informatie te beveiligen. Een deel hiervan vangt VRBZO zelf op RA22.024
*RA22.024*
1
binnen de bestaande begroting en zonder haar ambities bij te stellen. VRBZO geeft aan echter de verwachte loonontwikkeling niet zelf te kunnen opvangen. De begroting is lean en mean en de loonsom is bijna 70% van het totaal. VRBZO stelt daarom voor een aanvullende indexering toe te passen voor de stijging van loonkosten van € 300.000. Het college acht deze aanvullende indexering niet acceptabel en onvoldoende onderbouwd. VRBZO heeft zelf invloed op de loonkosten, gelet op de hoeveelheid medewerkers die worden ingezet, het bijbehorende functieniveau en specifieke afspraken over de beloning van medewerkers. Dit is iets waar alle GR-en rekening mee moeten houden om de loonkosten beheersbaar te houden. Verder sluit deze indexering niet aan bij de uitgangspunten die de vier grote GR-en, waaronder VRBZO, hebben vastgelegd over indexering van loon- en overige kosten. Kort gezegd komen die uitgangspunten erop neer dat de index wordt toegepast conform de gegevens van het CPB en dat daarop géén nacalculatie plaatsvindt. Wat VRBZO nu doet wijkt af van dat beleid en komt feitelijk toch neer op nacalculatie. Dit is ook reeds in onze reactie op de Kadernota 2023 aan de VRBZO medegedeeld. Daarnaast valt ons op dat in de ontwerpbegroting met verschillende percentages en bijbehorende bedragen wordt gerekend.
De VRBZO stelt onder paragraaf 2.3 (loonontwikkeling) dat de loonkosten rond de 70% van de begroting uitmaken. Dat past niet bij de 62,5% die in paragraaf 2.1 (indexering) wordt genoemd bij de weging van de indexpercentages. Alleen al dit verschil in percentages (70 t.o.v. 62,5%) geeft een verschil van ruim € 4 miljoen in loonkosten. Maar ook ten opzichte van andere cijfers in de begroting kan dat percentage niet kloppen. Zo staat in paragraaf 5.5 (bedrijfsvoering) dat de kosten van externe inhuur € 700.000 bedragen en dat bedrag 2,17% van de loonsom is. Als dat zo is, bedraagt de loonsom € 32.258.065. Ruim € 1,5 miljoen méér aan verschil ten opzichte van 70% van de begroting. VRBZO heeft in de begroting 2021 een correcte index op loonkosten toegepast van 2,8% en in 2022 van 1,8%. Samen dus 4,6%. Lonen stijgen echter niet met indexpercentages maar op basis van CAO-afspraken. De verhoging op basis van de CAO-afspraken moet dus afgezet worden tegenover de 4,6% die al via de indexering is ingecalculeerd. In paragraaf 2.3 (loonontwikkeling) wordt verder genoemd dat de gemeenten een aanvullende bijdrage hebben gegeven als prijs en loonkosten onvoldoende werden gecompenseerd via indexering.
Het is bijzonder dat specifiek de jaren 2018 en 2019 worden genoemd waarin een aanvullende bijdrage is gegeven en in dat kader de jaren 2020 en 2021 niet worden benoemd, omdat de algehele bijdragen in die jaren aan de VRBZO van gemeenten ook zijn gestegen. 2.2 Wel een zienswijze indienen Het college stelt uw raad gelet op het bovenstaande voor om wel een zienswijze in te dienen. Allereerst spreken wij in de zienswijze zeker onze waardering uit voor het werk van VRBZO en de wijze waarop hieraan invulling wordt gegeven in deze moeilijke tijd gelet op de crises die elkaar in rap tempo opvolgen. De coronacrisis is nog niet achter de rug of de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne dient zich al aan. Anderzijds geven we in onze zienswijze ook aan dat we kritisch zijn op de financiële middelen die daarmee van onze gemeente gemoeid zijn en om die reden niet kunnen instemmen met een structurele verhoging van € 300.000 voor loonkosten. Consequenties 1.1 Een aantal grote ontwikkelingen is nog te onzeker om daarop al te anticiperen Landelijke spelen diverse zaken die hogere kosten met zich mee brengen. In haar begroting benoemt VRBZO de volgende onzekerheden: - Verloop van vrijwilligers. Een hogere instroom van nieuwe vrijwilligers leidt tot hogere kosten, onder meer bij vakbekwaamheid. VRBZO probeert actief de vrijwilligers te boeien en te binden.
- Tweede loopbaanbeleid beroepsbrandweer. Medewerkers die vanaf 2006 in dienst kwamen, werken in principe maximaal 20 jaar in een repressieve functie. Deze groep medewerkers moet op tijd hun tweede loopbaan voorbereiden. Dit brengt kosten met zich mee. Voor de begroting van 2023 gaat VRBZO nog uit van beperkte meerkosten. VRBZO verwacht hier in de begroting van 2024 een beter beeld bij te hebben. - Loonkosten vrijwilligers. Op dit moment is de invoering van de Wet normalisering rechtpositie ambtenaren (WNRA) uitgesteld voor medewerkers van veiligheidsregio’s. Er wordt landelijk
RA22.024
*RA22.024*
2
onderzoek gedaan naar het effect van de invoering en naar manieren om daar invloed op uit te oefenen. 3.1 Na het opmaken van de ontwerpbegroting 2023 is een begrotingswijziging 2022 vastgesteld waarin investeringen worden verschoven In de begrotingswijziging 2022 die op 7 april 2022 door het Algemeen Bestuur is vastgesteld, ontstaat een voordeel op kapitaalslasten voor 2023 van € 150.000. VRBZO adviseert om dit voordeel niet te gebruiken voor het inlopen van de achterstanden die ontstaan zijn door de bestrijding van de coronacrisis. Wanneer het voordeel op kapitaalslasten zou worden ingezet voor het inlopen van de effecten van de coronacrisis, dan wordt de druk op de exploitatie verhoogd, terwijl daar in feite al geen ruimte meer is. De jaarrekening 2021 kent immers geen overschot meer en ook de eerste beelden van 2022 laten geen positief saldo zien. De gevraagde incidentele extra bijdragen van € 600.000 voor 2023 en 2024 om de door de coronacrisis ontstane achterstand in de doorontwikkeling van het domein crisisbeheersing, versneld in te lopen, zijn bedoeld voor activiteiten die bovenop de reguliere activiteiten komen. Financiën De bijdrage van Reusel-De Mierden aan VRBZO voor 2023 komt op basis van deze ontwerpbegroting uit op een bedrag van € 873.529. De bijdrage 2022 was € 834.876. Dit is een verschil van € 38.653.
Van dat verschil wordt € 17.031 veroorzaakt door toepassing van de reguliere indexering (in 2023 voor VRBZO 2,04%). Meerkosten tot een bedrag van € 21.622 worden dus door andere zaken veroorzaakt. In onze meerjarenbegroting hebben wij voor 2023 een bijdrage van € 846.564 geraamd (een deel van de inflatiecorrectie hadden wij al geraamd). Dit betekent dat onze bijdrage aan de VRBZO in onze begroting nog met een bedrag van €26.965 moet worden verhoogd, als de ontwerpbegroting 2023 VRBZO ongewijzigd wordt vastgesteld. Samen Doen Om raadsleden nader te informeren over de ontwerpbegrotingen zijn in april in samenwerking met GGD Brabant-Zuidoost, Metropoolregio Eindhoven en Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant informatiebijeenkomsten georganiseerd. Vervolg De zienswijze moet voor 9 juni 2022 bij de VRBZO zijn ingediend. De ingekomen zienswijzen worden door het Algemeen Bestuur van de VRBZO meegenomen bij de behandeling van de begroting 2023 welke is gepland op 7 juli 2022. Bijlagen 1. Aanbiedingsbrief VRBZO (corsanr: 22.06727); 2. Ontwerpbegroting 2023 VRBZO (corsanr: 22.06728); 3. Conceptbrief zienswijze ontwerpbegroting 2023 VRBZO (corsanr: 22.07635).
het college van burgemeester en wethouders,
mr. R.P.B.M. Brekelmans secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA22.024
*RA22.024*
3
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Documentnr. Corsa.: Case nr. Corsa
24 mei 2022 Ontwerpbegroting 2023 Veiligheidsregio Brabant Zuidoost RA22.024 Z21002686
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 april 2022;
Besluit Te besluiten om: 1. kennis te nemen van de ontwerpbegroting 2023 van de Veiligheidsregio Brabant Zuidoost (VRBZO); 2. hierop wel een zienswijze in te dienen voor wat betreft de structurele verhoging voor loonkosten.
De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
mw. J.M. van Dongen-Hermans
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA22.024
*RA22.024*
4