CConstaterende datReusel-De Mierden
Koppel je AI →
Document · PDF

[RA21.094] - Raadsvoorstel Aanpassing algemene subsidieverordening

Gemeenteraad 22 februari 2022, gemeente Reusel-De MierdenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Algemene subsidieverordening3.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp: Datum B&W Besluit: Vergaderdatum: Registratienr.: Opsteller: Portefeuillehouder:

Aanpassing algemene subsidieverordening 18 januari 2022 22 februari 2022 RA21.094 Tessa Waale de heer M.P.M. Maas wethouder

Voorstel Te besluiten om: De Algemene Subsidieverordening Reusel-De Mierden vast te stellen en de Algemene Subsidieverordening Reusel-De Mierden 2018 in te trekken. Inleiding De Algemene subsidieverordening (ASV) is de grondslag op basis waarvan subsidies worden verstrekt. De ASV wordt vastgesteld door de gemeenteraad. In de ASV krijgt het college de bevoegdheid om nadere regels vast te stellen. Er zijn een aantal aanleidingen waarom de Algemene subsidieverordening (ASV) moet worden herzien. Vanuit de accountants is opgemerkt dat het interne subsidieproces aandacht behoeft. We moeten namelijk uitvoeren wat we hebben vastgelegd. Op een aantal punten is het niet mogelijk om na te komen wat we hebben vastgelegd. Daarnaast is er ook een juridische noodzaak: feitelijk klopten een aantal zaken in de verordening niet meer, waarvoor door de Vereniging Nederlandse Gemeenten een verbetersuggestie is gedaan. Subsidie ontvangende organisaties zijn middels een digitale vragenlijst bevraagd over hun ervaringen met de huidige regelingen. Over het algemeen waren de organisaties positief: informatie is goed vindbaar, men weet bij welke medewerker ze terecht kunnen bij vragen, en de deadlines die horen bij het subsidieproces zijn helder. Wel werd door organisaties aangegeven dat momenteel een grote administratieve last wordt ervaren.

In de argumenten wordt op bovenstaande signalen verder ingegaan. Het is goed om te benoemen dat veruit de meeste wijzigingen slechts kleine, administratieve wijzigingen zijn. Daarnaast zijn een aantal aanpassingen gedaan die de administratieve werkzaamheden voor de aanvragers gaan beperken. Een overzicht van de wijzigingen is terug te vinden in het overzicht in bijlage 1. Beoogd doel Het vaststellen van de nieuwe ASV zorgt voor een degelijk raamwerk op basis waarvan we de komende jaren subsidies kunnen verstrekken. Argumenten 1.1 We maken de ASV weer juridisch kloppend. Als basis is hiervoor de meest recente modelverordening van de VNG gebruikt. Toevoegingen die juridisch moeten worden gedaan zijn bijv. het aanpassen begripsdefinitie de-minimisverordening (wordt vervangen door de-minimissteun, welke is gericht op het voorkomen van staatssteun), uitbreiding begripsomschrijving Europees steunkader en aanpassen verwijzingen naar diverse wetsartikelen. 1.2 We verbeteren het interne subsidieproces en daarmee een rechtmatige subsidieverstrekking. De accountants hebben de afgelopen jaren kritische opmerkingen geplaatst bij het interne subsidieproces. Deze zijn ook opgenomen in de managementletter behorend bij de jaarrekening. Uitgangspunt van de accountants is dat we moeten doen wat op papier staat, daar controleren zij op.

In de verordening die op dit moment nog geldt zijn zaken opgenomen die in de praktijk niet of heel lastig te controleren/uit te voeren zijn. Voorbeeld hiervan is het toetsen van het eigen vermogen bij grote organisaties. Deze ontvangen vaak van meerdere gemeenten subsidies. Daarbij is het lastig te bepalen welk bedrag in het eigen vermogen ‘toebehoort’ aan de gemeente Reusel-De Mierden. Dat is niet objectief vast te stellen. Volgens de huidige verordening zouden we daar op moeten controleren, maar in de praktijk kan dat dus niet. Daarom adviseert de accountant om deze passage te verwijderen uit de ASV. Daarnaast hebben we de subsidiestaat (een Excel bestand dat we jaarlijks aan de accountants toesturen in het kader van de interne controle) verbeterd. Deze is overzichtelijker gemaakt en er zijn extra controlepunten ingevoerd om RA21.094

*RA21.094*

1

ons subsidieverstrekking- en vaststellingsproces beter af te stemmen op de aanbevelingen van de accountant. Wel vragen we in de nieuwe ASV een overzicht van banksaldi over de voorgaande twee jaren. Dit om het verloop te kunnen zien van deze saldi, en te bepalen of een subsidieaanvraag te rechtvaardigen is. 1.3 We verminderen met de nieuwe ASV administratieve lasten voor aanvrager en medewerker. Voorgesteld wordt om het bedrag waarbij een subsidie direct wordt vastgesteld te verhogen van € 5.000,- naar € 10.000,-. Op dit moment stellen we voor 21 organisaties de subsidie direct vast, dat worden er met voorgenoemde verandering 29 (zie tabel 1 in bijlage 1). Procentueel is dit een toename van 25% in het aantal subsidiebeschikkingen die direct worden vastgesteld. Hierdoor hoeven subsidieontvangers geen aparte vaststellingsaanvraag meer in te dienen, wat voor hen behoorlijk wat tijd kost. Wanneer daar aanleiding toe is (bijvoorbeeld indien de banksaldi een stijgende lijn laten zien) kan echter wel worden besloten om organisaties toch te verplichten een vaststellingsaanvraag in te dienen. Hierdoor behouden we als gemeente de flexibiliteit om controle op kleine, lokale organisaties aan te scherpen indien hier een aanleiding voor is.

Consequenties Het wijzigen van de ASV betekent ook dat de subsidieregelingen die daar onder vallen moeten worden herzien (de grondslag van die subsidieregelingen is immers gewijzigd). Deze bevoegdheid ligt bij het college. Financiën Dit voorstel heeft geen financiële consequenties Samen Doen Organisaties die van ons subsidie ontvangen zijn middels een vragenlijst bevraagd over het subsidieproces. In totaal hebben 14 organisaties de vragenlijst ingevuld. De input die hieruit is voortgekomen is verwerkt bij het aanpassen van de regelingen. Het gaat hier met name om het verminderen van administratieve rompslomp. Vervolg Na vaststelling van de ASV door de gemeenteraad volgt een nieuw collegevoorstel om de subsidieregelingen die onder de ASV hangen gewijzigd te laten vaststellen. Bijlagen 1. Overzicht van wijzigingen (21.19068) 2. Algemene Subsidieverordening gemeente Reusel-De Mierden (21.19071)

het college van burgemeester en wethouders,

mr. R.P.B.M. Brekelmans secretaris

mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester

RA21.094

*RA21.094*

2

Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Registratienummer:

29 november 2021 Aanpassing algemene subsidieverordening

De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 29 november 2021 gelet op artikel artikel 149 van de Gemeentewet Besluit vast te stellen de:

Algemene subsidieverordening gemeente Reusel-De Mierden

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen Artikel 1. Definities In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr.

717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2); - Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr.

702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); - onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent; - Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEU C 326/47); - Awb: Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 2. Reikwijdte 1. Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is).

RA21.094

*RA21.094*

3

2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de awb (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Subsidieregelingen Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4. Staatssteun 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen. 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader. 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader. 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader. 5. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor zover de subsidieverstrekking voldoet aan de voorwaarden van het desbetreffende steunkader.

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als: a. het plafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; en b. de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd. 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen. 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Hoofdstuk 2: De subsidieaanvraag Artikel 6. Aanvraag 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens over: a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen; c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten onder vermelding van de stand van zaken daarvan; d. In aanvulling op lid c. een overzicht van de eigen middelen (banksaldi) van de afgelopen 2 jaar met als peildatum 31-12. d. als de aanvrager een onderneming is: 1°. een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; RA21.094

*RA21.094*

4

2°. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (deminimisverklaring); 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, legt tevens over: een exemplaar van de oprichtingsakte of de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening of de balans van het voorgaande jaar. 4. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 7. Aanvraagtermijn 1. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 30 april voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft. 2. Een aanvraag om een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, wordt uiterlijk 12 weken voorafgaand aan dat boekjaar ingediend. 3. Andere aanvragen om subsidie worden ingediend uiterlijk 8 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Hoofdstuk 3: Besluitvorming Artikel 8. Beslistermijn 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend. 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede en derde lid, binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld. 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de awb weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader. 3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b.

als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; c. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; d. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; e. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; f. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

Hoofdstuk 4: Verplichtingen van de subsidieontvanger RA21.094

*RA21.094*

5

Artikel 10. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan burgemeester en wethouders. 2. Een subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over: a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon; b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden; c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen; d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 11. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 1. Bij subsidies verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd. 2. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 3. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. 4. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan burgemeester en wethouders een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de awb. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 12. Verantwoording Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 13. Verantwoording subsidies tot en met € 10.000,-

1. Subsidies tot en met € 10.000,- worden door burgemeester en wethouders direct verleend en vastgesteld, tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid. 2. Als bij verleningsbeschikking de subsidieaanvrager wordt verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 12 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 14. Verantwoording subsidies tussen €10.000,- en €50.000,-

1. Bij subsidies van meer dan € 10.000,- en ten hoogste € 50.000,- dient de subsidieontvanger uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar een vaststellingsaanvraag (verantwoording) in. 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan. Bij de verantwoording worden de volgende documenten aangeleverd: een activiteitenverslag en jaarrekening. 3. Indien de onder artikel 14 lid 2 genoemde documenten voldoende worden beoordeeld wordt de subsidie vastgesteld. 4. Indien blijkt dat de verleende subsidie niet, of niet volledig, overeenkomstig haar bestemming is gebruikt, of geheel of gedeeltelijk aan de reserve is toegevoegd, kan het college besluiten tot

RA21.094

*RA21.094*

6

vaststelling op een ander bedrag dan het bedrag dat vermeld is in de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 15. Verantwoording subsidies meer dan € 50.000,-

1. Bij subsidies van meer dan € 50.000,- dient de subsidieontvanger een vaststellingsaanvraag (verantwoording) in: a. in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 30 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar; b. in geval van een subsidie die per boekjaar wordt verstrekt, uiterlijk 12 weken na afloop van het betrokken boekjaar; c. in andere gevallen uiterlijk 12 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. 2. De aanvraag bevat: a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan; b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening); c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; d. Voor subsidies tot €100.000,- een samenstellingsverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. e. indien de subsidie meer dan € 100.000,- bedraagt een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant. 3. Indien bovengenoemde documenten voldoende worden beoordeeld wordt de subsidie vastgesteld. 4.

Indien blijkt dat de verleende subsidie niet, of niet volledig, overeenkomstig haar bestemming is gebruikt, of geheel of gedeeltelijk aan de reserve is toegevoegd, kan het college besluiten tot vaststelling op een ander bedrag dan het bedrag dat vermeld is in de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 16. Subsidievaststelling voor subsidies boven de € 10.000,-

1. Burgemeester en wethouders stellen een subsidie van meer dan € 10.000,- vast binnen 12 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij subsidieregeling anders is bepaald. 2. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 4 weken worden verdaagd. 3. Bij subsidieregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend. 4. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling. 5. Indien blijkt dat de verleende subsidie niet, of niet volledig, overeenkomstig haar bestemming is gebruikt, of geheel of gedeeltelijk aan de reserve is toegevoegd, kan het college besluiten tot vaststelling op een ander bedrag dan het bedrag dat vermeld is in de beschikking tot subsidieverlening.

Hoofdstuk 5: Slotbepalingen Artikel 17. Hardheidsclausule 1. Als een bij of krachtens verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de te dienen belangen, kunnen burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen. 2. In een subsidieregeling kan worden bepaald dat door burgemeester en wethouders van een of meer bepaalde artikelen of artikelleden van die regeling kan worden afgeweken als daaraan vasthouden voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zouden zijn tot de daarmee te dienen belangen.

Artikel 18. Inwerkingtreding en intrekking RA21.094

*RA21.094*

7

1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. 2. De Algemene subsidieverordening gemeente Reusel-De Mierden 2018 wordt ingetrokken met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt. 3. Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor het jaar 2022 zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Reusel-De Mierden 2018 van toepassing. Aanvragen die in 2022 worden ingediend en betrekking hebben op 2023 worden behandeld volgens deze ASV. 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Reusel-De Mierden .

Aldus besloten in de vergadering van 25 januari 2022,

De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

dhr. J.C.M. van Berkel

mw. A.J.M.H. van de Ven

RA21.094

*RA21.094*

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=ReuselDeMierden&id=29f5b95e-4d92-4f80-8334-643602d6d683