[RA21.081] - Raadsvoorstel Beleidsplan openbaar groen 2022-2031
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp: Datum B&W Besluit: Vergaderdatum: Registratienr.: Opsteller: Portefeuillehouder:
Beleidsplan openbaar groen 2022-2031 12 oktober 2021 16 november 2021 RA21.081 Sjoerd Oomens de heer P.J.M. van de Noort wethouder
Voorstel Te besluiten om: 1. Het Beleidsplan openbaar groen 2022-2031 per 1 januari 2022 voor de periode van 2022 t/m 2031 vast te stellen en daarmee vorm te geven aan de onderstaande punten volgens de in dit beleidsplan opgenomen visie en kaders: 1.1 De groenstructurenkaarten per dorpskern en het buitengebied vast te stellen; 1.2 Binnen inrichting en beheer prioriteit te geven aan biodiversiteit; 1.3 Het groen duurzaam te blijven ontwikkelen ten aanzien van klimaatbijdragen; 1.4 Ruimte te bieden voor Samen Doen in het groen; 1.5 Kwaliteitsgericht en consistent te beheren gericht op duurzaam, veilig en vitaal groen en daarbij het groenkapitaal tijdig te vervangen; 1.6 Normen ten aanzien van een minimaal groenareaal vast te stellen (75 m2 groen per woning en 0,6 boom per inwoner). 2. De bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) gedeeltelijk beschikbaar te stellen bij vaststelling van de programmabegroting 2022-2025, bestaande uit totaal € 680.000,-. Daarmee de inconsistente nuances van versoberd onderhoud op graskanten en stamschot uit te voeren en deze te motiveren in het nader op te stellen Beheerplan openbaar groen. 3.
De kapitaallasten groen jaarlijks te verhogen met € 7.000,- ten behoeve van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000,- om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden. 4. De afschrijftermijn voor het groenareaal onder te verdelen en vast te stellen in de categorieën van 40 en 80 jaar. 5. Met betrekking tot het bijbehorende uitvoeringsprogramma volgens de geprioriteerde beleidsthema’s gedurende de planperiode 2022-2031: 5.1 Uitvoering te geven aan de kostenneutrale projecten; 5.2 Ter uitvoering van de resterende projecten met incidentele en/of structurele projectkosten jaarlijks de actuele projecten hiervan middels de P&C cyclus in te brengen en bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2021 een bestemmingsreserve te overwegen. 6. Bij vaststelling van het Beleids- en Beheerplan openbaar groen de volgende beleidsplannen in te trekken per 29-03-2022: - Beleidsplan groen en verzorging Reusel-De Mierden 2012; - Bomenbeleidsplan gemeente Reusel-de Mierden 2014; - Beleidsplan Bos en natuur Eigendommen gemeente Reusel-De Mierden 2009. Inleiding Het groenbeleid was verdeeld over meerdere plannen en deels verouderd. De huidige wet- en regelgeving vereist echter dat beleid- en beheerplanning periodiek worden getoetst en bijgesteld.
Op basis van het groenplan Reusel-De Mierden 2020 t/m 2024 zijn de benodigde middelen voor het groenonderhoud in beeld gebracht ten opzichte van het te onderhouden areaal (gedeeltelijk verwerkt in de begroting 2020-2024). Destijds was het niet haalbaar om dat groenplan tijdig over de volle breedte op te pakken. In een apart traject zoals begin dit jaar toegelicht in de raadsinformatienota zijn daarom in vervolg hierop binnen het Beleidsplan openbaar groen alle afzonderlijke groenplannen geactualiseerd en samengebracht tot één integraal plan. De groene openbare ruimte is één van de pijlers van onze samenleving en heeft een groot maatschappelijk rendement. Een goed functionerende en aantrekkelijke groene openbare ruimte draagt bij aan actuele thema's, zoals sociale samenhang, veiligheid, gezondheid, biodiversiteit, klimaat, leefbaarheid en vastgoedwaarde. Hiervoor is het van belang dat het openbaar groen vanuit ___________________________ 1 Opgemaakt door Antea in 2019 RA21.081
*RA21.081* 1
een integrale benadering goed wordt beheerd, ingericht en tijdig vervangen, waardoor dit kapitaalgoed duurzaam en functioneel in stand kan worden gehouden. De gemeente Reusel-De Mierden draagt als beheerder van de openbare ruimte de verantwoording om deze aspecten op een goede wijze in haar taakuitvoering op te nemen. Deze taak zal het beste uitgevoerd kunnen worden als daar een integraal beleidsplan aan ten grondslag ligt. Het Beleidsplan openbaar groen vormt naast het wegenbeleidsplan een centraal element in de toekomstige ontwikkelingen, voor wat betreft het beheer en onderhoud van de openbare ruimte binnen de grenzen van de gemeente. Het Beleidsplan openbaar groen bestaat uit een beleids- en beheerdeel. Het beleidsdeel met visie en kaders is ter besluitvorming voor uw raad, het beheerdeel voor ons college. Beoogd doel Een integraal groenbeleidsplan met een heldere lange termijnvisie en de kaders op hoofdlijnen voor een duurzame instandhouding en/of doorontwikkeling van gemeentelijk groen met bijbehorende financiële consequenties. Mede een onderlegger voor het toekomstige Omgevingsplan hetgeen duidelijkheid biedt over groene vraagstukken aan zowel de samenleving als de eigen interne organisatie. Argumenten 1. Op basis van dit integrale Beleidsplan kan de kwantiteit en kwaliteit van het openbaar groen voldoende worden geborgd en kunnen middelen efficiënt worden ingezet.
Met het beleids- en beheerplan wordt een bestuurlijke, beheersmatige en financiële basis gelegd voor een verantwoord en efficiënt groenbeheer in de komende tien jaar. Naast de verankering van het belang van groen kan op basis van het plan ook sturing worden geven aan behoud en/of ontwikkeling van een bestendige groene gemeente. Daarnaast wordt met het Beleids- en beheerplan openbaar groen het beleid en beheer in lijn gebracht met de andere disciplines binnen Ruimtelijk Beheer ter verbetering van de integrale benadering. 1.1 Een lange termijnvisie op de groenstructuur is cruciaal voor de kwaliteitsborging van de openbare ruimte Het Beleidsplan openbaar groen is een document waarin een integrale lange termijnvisie op het groen en de bomen ruimtelijk is vertaald en uitgewerkt. Binnen dit groene raamwerk kan de specifieke identiteit van de dorpen en het buitengebied, evenals de mogelijkheden/waarden ten aanzien van de in het plan opgenomen thema’s verder worden benut/versterkt. 1.2 Verbetering biodiversiteit is van groot belang voor een toekomstbestendige/duurzame leefomgeving Door naast het behoud van bestaande (natuur)waarden bij (her)inrichting en beheer kansen ten aanzien van biodiversiteit binnen het groene raamwerk op de groenstructuurkaarten verder te benutten werken we samen continue aan de verbetering van een toekomstbestendige/ duurzame (openbare) buitenruimte.
1.3 Groen kan op verschillende manieren worden ingezet voor klimaat adaptieve maatregelen Behoud en versterking van een robuust groen verbonden raamwerk met onder andere ruimte voor waterberging en verkoeling vormen de basis voor een duurzame en uitnodigende groene leefomgeving. 1.4 Het openbaar groen is voor ons allemaal Door ruimte te bieden voor Samen Doen in het groen creëren we meer draagvlak en betrokkenheid bij de inrichting en het beheer van een aantrekkelijke groene leefomgeving, hetgeen tevens een positief effect heeft op de sociale cohesie binnen de lokale samenleving. 1.5 Vanuit onze inwoners wordt een aantrekkelijke en veilige groene leefomgeving verlangd. Met kwaliteitsgericht en consistent beheer (helder, meetbaar en eenduidig) op basis van landelijk beproefde methodes, gecombineerd met tijdige vervanging, kan goed gestuurd worden op de voorgestelde onderhoudsniveaus/-methoden (A, B en C volgens CROW 2 en geïntegreerd bosbeheer). Met deze consistente beheerwijzen creëren we meer draagvlak bij onze inwoners en investeren we, naast verdere ontwikkeling, in een duurzaam en veilig behoud van ons waardevolle groenkapitaal.
_______________________ 2 Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) is een Nederlandse stichting die zich opstelt als kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid.
RA21.081
*RA21.081* 2
Vanuit een veilige en uitnodigende groene leefomgeving zal tevens minder overlast worden ervaren. 1.6 Met de groennormen kan er worden gestuurd op de kwantiteit van het groenareaal bij nieuwe ontwikkelingen/reconstructies Door de omvang van de voorgestelde groennormen vast te stellen onder de huidige gemiddelde waardes van de kernen tezamen borgen we het huidige groenareaal binnen de directe leefomgeving van onze inwoners en hebben we een instrument om dit binnen of rondom nieuwe ontwikkelingen te kunnen voortzetten. De groennorm van 75 m2 per woning komt overeen met het landelijke kengetal en ligt iets beneden het bepaalde gemiddelde van al onze kernen tezamen (75,19 m2 per woning). De groennorm van 0,6 boom per inwoner ligt boven het landelijke kengetal van 0,5, maar ruim onder het bepaalde gemiddelde van al onze kernen tezamen (0,67 boom per inwoner). 2. De voorgestelde middelen voor het regulier groenonderhoud zijn minimaal benodigd om de gewenste kwaliteitsslag te behalen. Uitgaande van een voortzetting van de huidige gunstige aanbestedingen is binnen voorliggend beleidsplan bepaald dat met de voorgestelde middelen het regulier groenonderhoud en de vervanging (inclusief achterstand) op een efficiënte en gedragen wijze op orde kunnen worden gebracht en gehouden. Hierbij wordt dan onder andere gestuurd op het beheersen van risico's (bijv.
samenhangend snoeibeheer) en kan de door de inwoners en experts gewenste differentiatie en verbetering in onderhoudskwaliteit per gebied voldoende worden gerealiseerd. Binnen de kaders die in dit beleidsplan zijn opgenomen kan het college uitvoering geven aan het beheerplan en daarmee verder zorg dragen voor een verantwoord groenbeheer. Met een goede uitvoering van beleid en beheer wordt voorkomen dat, door het te laat uitvoeren van onderhoudsmaatregelen, een toename volgt in bijvoorbeeld aansprakelijkheidsstellingen en/of kapitaalvernietiging. 3. De voorgestelde vervangingsinvesteringen zijn noodzakelijk voor de duurzame instandhouding en/of doorontwikkeling van het gemeentelijke groene kapitaalgoed Met het ter beschikking komen van een vervangingsbudget voor groen kunnen naast de vervanging van bestaand groen ook de grotere reconstructieprojecten beter integraal worden opgepakt en kan zo verantwoord en efficiënt worden omgegaan met het kapitaalgoed groen. Met het herstel of vervanging van overig versleten plantsoen is tevens de verwachting dat beeldkwaliteit weer voldoende op orde kan worden gebracht en gehouden op basis van de voorgestelde kwaliteitsgerichte beheer. 4.1 Afstemming afschrijvingstermijn op andere vakdisciplines komt ten goede aan de efficiëntie.
Door de gemiddelde levensduur van een groot deel van het groen in overeenstemming te brengen met de afschrijvingstermijn binnen andere relevante vakdiscipline(s), zoals onder andere het wegenbeheer kan dit groen eenvoudig integraal worden uitgevoerd binnen dergelijke uitvoerings/reconstructie werkzaamheden en kan hiermee het technisch onderhoud op efficiënte wijze op orde worden gehouden. Door de afschrijving van een substantieel deel vast te stellen op 40 jaar zitten we afgerond op het gemiddelde zoals door Antea berekend in Groenplan 2020-2024. Voor de overige groenvoorzieningen stellen we voor deze af te schrijven over 80 jaar. Dit betreft veelal de meer robuuste groenvoorzieningen die vaak onderdeel uitmaken van de hoofdgroenstructuren overeenkomstig de vast te stellen groenstructuurkaarten per dorpskern en het buitengebied. 4.2 Afschrijftermijnen sluiten aan bij de levensduur van het groen Voor het groenareaal is per beheergroep een theoretische levensduur aangegeven. Daarbij zijn grofweg twee groepen te onderscheiden. Eén cluster bestaat uit beheergroepen die een lange levensduur hebben (tevens een deel wat geen structurele vervanging behoeft). Het andere cluster bestaat uit beheergroepen welke vaker vervangen dienen te worden om de kwaliteit te kunnen borgen.
Op basis van het areaal en bijbehorende kosten is binnen deze twee clusters een gewogen gemiddelde bepaald op basis waarvan vervolgens de betreffende twee afschrijftermijnen zijn bepaald.
RA21.081
*RA21.081* 3
Vanuit de voorschriften uit het BBV, gecombineerd met een uitvoerbare werkwijze, zijn deze groepen gecombineerd tot een afschrijftermijn van 80 jaar en respectievelijk 40 jaar. 5.Middels deze werkwijze blijft de focus binnen het uitvoeringsprogramma steeds liggen op de realisatie van de belangrijkste ambities binnen de verschillende beleidsthema’s Met het vaststellen van het Beleidsplan openbaar groen worden de kaders/uitgangspunten gesteld voor het uitvoeringsprogramma. De uitvoeringsprojecten dragen in belangrijke mate bij aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen en/of onderdelen uit het coalitieprogramma. In het coalitieprogramma 2018-2022 zijn onder andere opgenomen: Het ‘Samen Doen’ verder vorm te geven door een proactieve houding aan te nemen naar initiatieven van inwoners en ondernemers en verdere vergroening van de kernen en verbloeming van het buitengebied na te streven. Binnen het uitvoeringsprogramma zijn projectkosten geraamd om hier vanuit de discipline groen uitvoering aan te kunnen geven. Veel onderdelen van het uitvoeringsprogramma zijn ook afzonderlijk uit te voeren. 5.1 Deze projecten dragen zonder extra kosten bij aan de realisatie van de beleidsdoelstellingen Een aantal projecten binnen het uitvoeringsprogramma welke bijdragen aan de realisatie van de thematische ambities kunnen kostenneutraal worden gerealiseerd.
Met name in combinatie met de voorgestelde vervangingsinvestering en/of andere vakdisciplines kan bijvoorbeeld een groot deel van de kostenneutrale projecten worden gerealiseerd. 5.2 In het kader van het uitvoeringsprogramma is ten aanzien van extra uitvoeringskosten jaarlijks een integrale afweging wenselijk Gelet op de financiële positie van de gemeente is het van belang om aanvullende projectkosten (incidenteel en/of structureel) ten gevolge van het uitvoeringsprogramma jaarlijks gemeente breed te kunnen laten afwegen. Om binnen het uitvoeringsprogramma onder andere beter te kunnen inspelen op actuele/ incidentele kansen (eventuele subsidies e.d.) is het voornemen om bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2021 apart voor te stellen een aan het college te mandateren bestemmingsreserve in te richten met een nader te bepalen budget. Deze bestemmingsreserve dan efficiënt in te kunnen zetten voor de realisatie van de belangrijkste beleidsambities op basis van de door de raad geprioriteerde beleidsthema’s. 6. Het Beleids- (en Beheerplan) openbaar groen vervangt de voorgaande groenbeleidsplannen Met de vaststelling van het Beleidsplan (en beheerplan) openbaar groen, waarin de verschillende verouderde groenbeleidsplannen zijn geactualiseerd dienen de benoemde beleidsplannen te worden ingetrokken.
Daarbij wordt nagestreefd het Beheerplan openbaar groen uiterlijk voor eind maart 2022 te hebben afgerond en vastgesteld (voor de verkiezingen in 2022). Consequenties 1.1 Schaduwrijke (hoofd)boomstructuren verminderen het rendement van zonnepanelen. Het daadwerkelijke rendementsverlies van zonnepanelen blijkt in de praktijk beperkt. Daarnaast is uit de inwonersenquête naar voren gekomen dat het algemeen belang van bomen boven het individueel belang gesteld dient te worden.
RA21.081
*RA21.081* 4
1.2 Een ecologische/ biodiverse inrichting kan niet overal op draagvlak rekenen Natuurontwikkeling binnen of buiten de bebouwde kom (bijv. in de vorm van overstaand bloemrijk grasland) is niet algemeen geaccepteerd en zal daar soms stuiten op verdeeld draagvlak. Daarnaast is er een onjuist beeld dat een ecologische inrichting in bebouwde omgeving een goedkopere onderhoudstaak met zich meeneemt. Zorgvuldige locatiekeuzes, communicatie en Samen Doen zullen hier echter aan bijdragen. Binnen de inwonersenquête heeft een ruime meerderheid onder andere aangegeven open te staan voor meer biodiversiteit/ natuur binnen de kernen. 1.4 Samen Doen in het groen vergt doorgaans extra tijd en middelen Participatietrajecten nemen vaak relatief veel tijd in beslag en resulteren vaak in aangepaste werkvormen en/of extra regelgeving. Als hiervoor geen/onvoldoende middelen beschikbaar zijn bestaat tevens het gevaar dat dit soort trajecten in een teleurstelling eindigen. Daartegenover hebben we zeker ook een aantal goede succesvolle voorbeelden binnen onze gemeente waarbij vrijwilligers zeer actief en betrokken zijn met/in de openbare ruimte, hetgeen daarbij ook positieve effecten heeft op de sociale cohesie.
1.5 De beeldbepalende locaties worden niet op een hoger niveau onderhouden De meerkosten met betrekking tot de door de samenleving aangedragen beeldbepalende locaties (keuzeonderdeel binnen het uitvoeringprogramma) zijn bij een verhoogd onderhoudsniveau (B naar A) geraamd op structureel €75.000,-. Dit is meer dan 10% van het totaal benodigde budget voor het totale groenonderhoud ten opzichte van ongeveer 1% van het groenareaal. Tijdens de raadsbijeenkomst op 13 april 2021 gaf daarnaast een kleine meerderheid tijdens een peiling aan tevreden te zijn over de huidige verdeling van de onderhoudsniveau ’s. De inschatting van de experts is dat met het herstellen van de technische kwaliteit van plantvakken (vanuit de voorgestelde vervangingsinvestering) de kwaliteit voldoende op niveau kan worden gebracht. Vanaf 2012 is namelijk niet/ nauwelijks meer geïnvesteerd in het op orde houden van de technische kwaliteit van beplantingen vanwege het ontbreken van een vervangingsbudget. Dit vormt daarmee ook deels de aanleiding van de huidige situatie en dient los te worden gezien van de onderhoudsintensiteit/ verschillende onderhoudsniveaus. De extra kosten die de eventuele uitbreiding van de beeldbepalende locaties met zich meebrengt zijn dus geen onderdeel van beslispunt 2 maar van het uitvoeringsprogramma.
1.6 normen ten aanzien van een minimaal groenareaal zijn mogelijk soms onaantrekkelijk voor projectontwikkelaars Mogelijk wordt het aandeel uitgeefbare grond door het toepassen van groennormen in sommige situaties kleiner. Echter is dit samen wel zodanig in te richten dat dit financieel is te compenseren, waardoor bijvoorbeeld de groennorm buiten een projectlocatie kan worden gecompenseerd of hiermee bijvoorbeeld projecten vanuit het uitvoeringsprogramma kunnen worden gerealiseerd. Met de minimale normen kan worden gestuurd op de kwantiteit ten behoeve van een gezonde groene leefomgeving voor de toekomstige bewoners/gebruikers. Vanuit de expertgroep is enkel positief gereageerd op de inzet van deze gangbare normen. 2.1 Met het afwijken van de oorspronkelijk geraamde middelen (marktconform) wordt een risico genomen Indien bijvoorbeeld het verwachte aanbestedingsvoordeel uitblijft vanwege de huidige krapte op de arbeidsmarkt of bijvoorbeeld beplantingen vanwege droogte eerder vervangen dienen te worden kan niet meer al het onderhoud, vervanging en of ambities worden gerealiseerd binnen de voorgestelde middelen. Ook vanuit KempenPlus is het signaal afgegeven dat zij op termijn de scherpe geïndexeerde inschrijving van 2014 niet kunnen handhaven. In 2022 loopt het contract hen af. De verwachting nu is echter dat ook na die tijd de voorgestelde middelen nog toereikend zijn.
2.2 Bij het niet beschikbaar stellen van de voorgestelde middelen zal er nog meer worden ingeleverd op de huidige kwaliteit Als de voorgestelde middelen met betrekking tot een verbeterd regulier groenonderhoud inclusief vervanging niet ter beschikking worden gesteld zal de kwaliteit geleidelijk aan verder achteruit gaan. Op basis van eerdere bezuinigingsopgaven is sinds 2012 binnen kwaliteitsscenario 2 (Beleidsplan groen en verzorging 2012) bij enkele beheergroepen vastgehouden aan bepaalde concessies op de onderhoudsniveau ‘s. Voorgaande onder de naamgeving “Sober en genuanceerd”. In de praktijk is gebleken dat bepaalde nuances echter tot minder veilige en/of disfunctionele situaties en een
RA21.081
*RA21.081* 5
ongewenst beeld leiden, hetgeen ook vanuit verschillende kanten is bevestigd vanuit het participatietraject. Deze situaties zullen in aantal toenemen als er geen extra middelen ter beschikking worden gesteld voor kwaliteitsgericht groenonderhoud inclusief vervanging. Het niet beschikbaar stellen van de juiste middelen kan ook kapitaalvernietiging betekenen wanneer bijvoorbeeld de groenvoorziening het aflegt tegen ongewenste soorten. 2.3 Dit voorstel is niet volledig in lijn met het vanuit het participatietraject gewenste (volledig kwaliteitsgericht en consistent) groenonderhoud In onderstaande tabel zijn (volgens de bij raadsbijeenkomst van 21 september opgehaalde prioritering) de verschillende onderhoudsmaatregelen weergegeven ten aanzien van de (vanuit het participatietraject) gewenste kwaliteitsverbetering. Gelet op de financiële positie van de gemeente in combinatie met deze resultaten, wordt in lijn met de huidige conceptbegroting voorgesteld enkel middelen ter beschikking te stellen voor de drie hoogst geprioriteerde onderhoudsmaatregelen. De verwachting is met deze selectie de beoogde kwaliteitsslag ten aanzien van een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud voldoende te kunnen bewerkstelligen. De bijbehorende middelen voor het groenonderhoud komen hiermee uit op totaal € 680.000,- (€ 615.000,- + € 65.000,-).
Ten aanzien van de instandhouding van de inconsistente nuances (laagst geprioriteerde onderhoudsmaatregelen ten aanzien van graskanten à €25.000,- (S) en stamschot à €15.000,-(S)) wordt hierbij voorgesteld deze nader toe te lichten binnen het Beheerplan openbaar groen. De meldingen omtrent de graskanten en stamschot zijn in de praktijk beperkt. peiling Overzicht geprioriteerde onderhoudsmaatregelen groen kosten/ jaar raad € 20.000,14x 1. Intensivering kniponderhoud beukenhagen (nu slechts 1x/jaar) (verbetering zicht, verkeersveiligheid en toegankelijkheid trottoirs) € 25.000,13x 2. Intensivering onderhoudssnoei cultuurlijke beplanting (randen en vakken) (verbetering uitstraling en toegankelijkheid trottoirs) 3. Gefaseerd/gedifferentieerd maaibeheer bermen (prioriteit Biodiversiteit, verbetering natuurlijk evenwicht) 4. Intensivering onderhoud graskanten (nu slechts 1x/jaar) (verbetering uitstraling)
€ 20.000,-
10x
Geen onderdeel
7x
5. Intensivering verwijderen stam- en wortelschot bomen (beperkte verbetering toegankelijkheid/ zicht)
Geen onderdeel
6x
Subtotaal kwaliteitsverbetering intensivering groenonderhoud
€ 65.000,-
3.1 Zonder vervangingsinvesteringen kan het groenareaal niet duurzaam in stand worden gehouden Als beplantingen niet tijdig kunnen worden vervangen als deze zijn afgeschreven of eerder zijn afgestorven door onvoorziene (weers)omstandigheden dan gaat de beeldkwaliteit van het groen langzaam verder achteruit en zullen de onderhoudskosten gaan stijgen. 3.2 het jaarlijkse vervangingskrediet wordt mogelijk niet elk jaar volledig uitgegeven Het nadeel van jaarlijkse vervangingskredieten is dat deze bijna nooit voor 100% aansluiten op de werkelijke uitgaven. Dit budget is benodigd voor een duurzame instandhouding van het groene kapitaalgoed op basis van de berekende vervanging in het betreffende beleidsplan. Dat de werkelijke uitgave niet volledig aansluit komt doordat deze zo efficiënt en integraal mogelijk wordt ingezet. Daardoor is het soms beter om de vervanging van een bepaald kapitaalgoed (in dit geval groenvoorziening) wat naar achter te schuiven of naar voren te halen. Bij het afzonderlijk voorbereiden en aanvragen van projectbudgetten is de kans op afwijking kleiner maar ontstaat, naast de extra benodigde voorbereidingstijd/-kosten, ook het risico op, sterke fluctuatie, kapitaalvernietiging of ‘incomplete’ reconstructies (wegen zonder nieuwe groenvoorziening).
Andere disciplines hebben bijvoorbeeld ook onderhoudsplichten/ calamiteiten die niet altijd kunnen wachten, waardoor dan bij het ontbreken van bepaalde vervangingskredieten zaken niet integraal/efficiënt kunnen worden opgepakt. 4. Door de afschrijftermijnen van de verschillende groenvoorzieningen onder te brengen in twee categorieën loopt dit bij enkele kleine beheergroepen uit de pas met de daadwerkelijke afschrijving. RA21.081
*RA21.081* 6
In het kader van de BBV is het niet toegestaan de afschrijftermijn hoger vast te stellen dan het gemiddelde. Echter zijn deze beheergroepen zeer minimaal qua omvang, waardoor het risico verwaarloosbaar is. Om de situatie werkbaar en overzichtelijk te houden is de onderverdeling in de twee categorieën van 40 en 80 jaar gewogen levensduur goed te motiveren. Het gelijk stellen van de afschrijftermijn (40 jaar) van een groot deel van het groenkapitaal aan bijvoorbeeld het kapitaalgoed wegen heeft op deze wijze overwegend voordelen. 5. Beleidsambities vanuit de niet-kostenneutrale projecten kunnen mogelijk ondanks hun hoge prioriteit in eerste instantie niet worden gerealiseerd. De mate van realisatie van deze projecten zal jaarlijks integraal worden afgewogen binnen de P&Ccyclus. Financiering kan dan afhankelijk van het karakter (incidenteel en/of structureel) al dan niet geschieden vanuit een mogelijk toekomstig in te richten bestemmingsreserve. Financiën Binnen deze paragraaf zijn de huidige kosten en toekomstige kosten op basis van het Beleidsplan openbaar groen weergegeven. Binnen de conceptprogrammabegroting 2022-2025 die in november zal worden behandeld door uw raad is reeds rekening gehouden met de voorgestelde vervangingsinvesteringen en de financiële consequenties met betrekking tot de voorgestelde kwaliteitsverbetering binnen het regulier onderhoud.
Met betrekking tot het bijbehorende uitvoeringsprogramma wordt voorgesteld de consequenties van het besluit jaarlijks middels de P&C cyclus te verwerken in de begroting. De huidige budgetstructuur (groenvoorzieningen binnen en buiten de kom) van de gemeente ReuselDe Mierden sluit niet aan op de CROW onderhoudsgroepen en BBV regelgeving. Geadviseerd wordt om de budgetstructuur aan te passen en hierbij onderscheid te maken in de volgende budgetten. 1. Vervangingsinvesteringen groen: twee kredieten (40 en 80 jaar) voor het vervangen van versleten/ dode beplanting en het uitvoeren van reconstructies (waar mogelijk integraal met bijvoorbeeld weg/rioolreconstructies). 2. Regulier groenonderhoud: voor het uitvoeren van klein- en/of grootschalig groenonderhoud; Grofweg kan (naast het reguliere groenonderhoud) vanuit de discipline groen, op basis van de vervangingsinvesteringen, de technische kwaliteit van de groenvoorzieningen in overeenstemming met het beleidsplan op orde worden gebracht en gehouden. Waar mogelijk zal dit integraal worden uitgevoerd met de vervangingswerkzaamheden van de andere beheerdisciplines. Hierdoor ontstaat ook na de grote reconstructies een mooi groen straatbeeld. Daarnaast kan er bijvoorbeeld middels de vervangingsinvesteringen ook vorm worden gegeven aan bepaalde kostenneutrale projecten binnen het uitvoeringsprogramma.
Vervangingsinvesteringen groen De benodigde vervangingsinvesteringen voor de instandhouding van het kapitaalgoed groen kan je op twee manieren inrichten. Jaarlijks via P&C-cyclus aanvragen of middels een jaarlijks vast bedrag op basis van de BBV methode ( Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten). Onder andere om goed aan te kunnen sluiten bij de werkwijze met betrekking tot de overige kapitaalgoederen binnen Ruimtelijk Beheer wordt de laatste methode voorgesteld. Vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, waaronder groen, kunnen op basis van de BBV worden ingericht als investeringen met afschrijvingstermijnen die niet groter zijn dan de levensduur van de betreffende assets. De voorgestelde gewogen afschrijvingstermijnen van de twee hoofdcategorieën bedragen 40 en 80 jaar en liggen daarmee gemiddeld gelijk aan de in het Groenplan 2020-2024 bepaalde levensduren.
In lijn met de reeds binnen het groenplan/begroting 2020-2024 gereduceerde budgetten is de verwachting op de oorspronkelijk begrote kosten voor regulier groenonderhoud en vervanging te kunnen bezuinigen door: - Maximaal werk met werk te maken door projecten integraal uit te voeren en te co-financieren met andere (beheer)disciplines; - vergelijkbare aanbestedingsvoordelen te behalen, zoals in de huidige situatie; - waar technisch en qua veiligheid mogelijk, levensduur verlengende maatregelen toe te passen. Daarmee is de verwachting een bezuiniging van ruim 25% te kunnen bewerkstelligen op de oorspronkelijk door Antea bepaalde totale vervangingsinvestering (€427.000,- op basis van hun marktconforme kengetallen en een gewogen afschrijvingstermijn van 48 jaar). Geadviseerd wordt voor RA21.081
*RA21.081* 7
het volledige groenareaal de jaarlijkse groenkredieten van totaal afgerond €310.000,- voor vervanging en reconstructies beschikbaar te stellen. Voorgesteld wordt deze vervangingsinvesteringen op basis van de BBV te kapitaliseren en hierbij het groenkapitaal in twee categorieën af te schrijven over 40 en 80 jaar, waardoor dit voor een groot deel gelijk ligt aan de afschrijving van wegen (integrale aanpak reconstructies) en daardoor tevens kapitaalvernietiging wordt voorkomen. Voor de begroting van 2022 resulteren de twee bovenvermelde vervangingsinvesteringen in een totale kapitaallast van afgerond €7.000,-. Doordat sprake is van jaarlijkse vervangingskredieten is sprake van een cumulerend effect op de kapitaallasten. Deze nemen jaarlijks toe met €7.000,- (dus €14.000 in 2023, €21.000 in 2024 enz.). Regulier groenonderhoud In combinatie met bovenstaande vervangingsinvesteringen zijn de reguliere onderhoudskosten (waarbij de genuanceerde onderhoudsmaatregelen deels zijn losgelaten ten behoeve van een kwaliteitsgericht en consistent beheer) naar verwachting te reduceren tot €680.000,- per jaar. Bij een vergelijkbaar toekomstig aanbestedingsvoordeel en tijdige vervanging is voornoemde reductie verder met name te realiseren op basis van voorgestelde integrale werkwijze.
Zo hoeven bijvoorbeeld bij groot onderhoud/ vervanging verhardingen maar een keer open en kunnen grondwerkzaamheden en/of uitwisseling grondstoffen optimaal worden gecombineerd. Het resterende verschil verwachten we met een beperkt frequentie gestuurd onderhoud (hetgeen de voorgestelde onderhoudsniveau ’s nauw benaderd) of met levensduur verlengende maatregelen te kunnen behalen. Een en ander zal nader worden uitgewerkt in het Beheerplan openbaar groen. Uitvoeringsprogramma 2022-2031 Met betrekking tot het uitvoeringprogramma worden binnen dit voorstel ten aanzien van de begroting 2022 geen extra incidentele en/of structurele middelen voorgesteld. De realisatie van de beleidsambities beperkt zich in eerste instantie tot de uitvoering van kostenneutrale projecten, waar mogelijk, op basis van de in de raadsbijeenkomst van 21 september 2021 bepaalde prioritering. Overige incidentele- en/of structurele kosten zullen naar prioriteit/actualiteit via de P&C-cyclus jaarlijks ter integrale afweging worden voorgelegd. Om met het uitvoeringsprogramma onder andere beter te kunnen inspelen op actuele/ incidentele kansen (eventuele subsidies e.d.) is het voornemen om buiten dit voorstel om bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2021 voor te stellen een aan het college te mandateren bestemmingsreserve in te richten met een nader te bepalen budget.
Deze bestemmingsreserve dan efficiënt in te zetten voor de realisatie van de belangrijkste beleidsambities op basis van de door de raad geprioriteerde beleidsthema’s. Waar mogelijk deze bestemmingsreserve middels de P&C-cyclus te voorzien van middelen voortkomende uit bijvoorbeeld eventuele onvoorziene overschotten binnen de begroting. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan eventuele onvoorziene toekomstige meeropbrengsten uit houtverkoop uit de gemeentelijke bossen. Daarbij deze bestemmingsreserve indien toereikend eveneens in te kunnen zetten voor eventuele onvoorziene minderopbrengsten uit de gemeentelijke houtverkoop. Samenvatting financiën 2022 Het huidig budget voor regulier groenonderhoud (gebaseerd op gunstige aanbestedingen) in de begroting bedraagt afgerond €615.000,- (groenvoorzieningen binnen en buiten de kom, exclusief inkomsten bosbeheer). Ten aanzien van dit voorstel bedraagt het verschil met betrekking tot het regulier onderhoud en vervanging in 2022 € 72.000,- ( € 680.000,- + € 7.000,-(kapitaallast 2022) €615.000,-). Binnen de verschillende disciplines van Ruimtelijk Beheer is op dit moment geen dekking voor de bovenvermelde extra benodigde middelen te vinden.
RA21.081
*RA21.081* 8
Resumé structurele lasten volgens voorstel Exploitatielasten begroting 2021 1. Kapitaallast vervangingsinvestering € 0,2. Reguliere onderhoudskosten € 615.000,3.1 Uitvoeringsprogramma: kostenneutrale projecten/i.c.m. vervangingsinvesteringen € 0,3.2 Uitvoeringsprogramma (I en/of S) Integrale afweging via jaarlijkse P&C-cyclus/ bestemmingsreserve € 0,Conceptbegroting 2022 € 615.000,-
2022 € 7.000,€ 680.000,-
Verschil € 7.000,€ 65.000,-
€
0,-
€
0,-
€ n.t.b. € 687.000,-
€ €
n.t.b. 72.000,-
Ten opzichte van de jaarrekening 2020 is het verschil nog wat groter. De lagere uitgave t.o.v. de begroting 2020 is destijds verklaard in de betreffende jaarrekening. Naast dat 2020 in verband met de coronaomstandigheden geen representatief jaar was is in voorliggend voorstel (tijdige vervanging in combinatie met kwaliteitsgericht en consistent beheer) sprake van een andere werkwijze waardoor dit niet direct met elkaar is te vergelijken. Samen Doen Zoals voorafgaand aangekondigd via de RIN (corsa-nr. 21.00252) en weergegeven in het beleidsplan is het voorgestelde participatietraject doorlopen met de verschillende partijen. Na vaststelling van het Beleidsplan openbaar groen en het mogelijk ter beschikking komen van de benodigde middelen ten behoeve van bijbehorend uitvoeringsprogramma kan verder vorm worden gegeven aan de realisatie van de beleidsambities volgens de opgehaalde prioritering ten aanzien van de verschillende beleidsthema’s. Vervolg De praktische/inhoudelijke vertaling van dit groenbeleid vindt plaats binnen het Beheerplan openbaar groen. Dit beheerplan zal na vaststelling van dit Beleidsplan openbaar groen door het college worden vastgesteld volgens de kaders in bijgaand beleidsplan. Na vaststelling door het college zal het Beheerplan openbaar groen ter kennisname aan uw raad worden aangeboden.
Na vaststelling van het integrale Beleidsplan openbaar groen en het beschikbaar komen van de hiervoor benodigde middelen, zal in afstemming met de betreffende uitvoeringsorganisatie(s) worden bekeken hoe eventuele wijzigingen kunnen worden doorgevoerd binnen de bestaande overeenkomst(en) om onder andere de voorgestelde verschuivingen in kwaliteitsniveaus/ onderhoudsintensiteit zo snel mogelijk te kunnen realiseren. Vanaf 2022 kan dan ook de uitvoering starten van de benodigde werkzaamheden. Tot die tijd is er wel afstemming over de toekomstige werkzaamheden met de andere (beheer)disciplines om een goede aansluiting te bewerkstelligen. In enkele gevallen kan al met de voorbereiding begonnen kunnen worden. Het Beleids- en beheerplan is openbaar en kan door iedereen (online) worden ingezien. Indien geïnteresseerden (inhoudelijke) vragen hebben, dan worden deze uiteraard door het team Ruimtelijk Beheer nader toegelicht.
RA21.081
*RA21.081* 9
Bijlagen 1. Beleidsplan openbaar groen 2022-2031 (inclusief onderstaande kaartbijlagen) (21.17989) - BIJLAGE V.1 BOG Groenstructuurkaart Reusel (corsa-nr. 21.17990) - BIJLAGE V.2 BOG Groenstructuurkaarten Hooge Mierde, Lage Mierde en Hulsel (21.17991) - BIJLAGE V.3 BOG Groenstructuurkaart Buitengebied (corsa-nr. 21.17992) 2. RIN (corsa-nr. 21.00252)
het college van burgemeester en wethouders,
mr. R.P.B.M. Brekelmans secretaris
mw. A.J.M.H. van de Ven burgemeester
RA21.081
*RA21.081* 10
Raadsbesluit Vergaderdatum: Onderwerp: Registratienummer:
16 november 2021 Beleidsplan openbaar groen 2022-2031 RA21.081
De raad van de gemeente Reusel-De Mierden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 12 oktober 2021 Besluit Te besluiten om: 1. Het Beleidsplan openbaar groen 2022-2031 per 1 januari 2022 voor de periode van 2022 t/m 2031 vast te stellen en daarmee vorm te geven aan de onderstaande punten volgens de in dit beleidsplan opgenomen visie en kaders: 1.1 De groenstructurenkaarten per dorpskern en het buitengebied vast te stellen; 1.2 Binnen inrichting en beheer prioriteit te geven aan biodiversiteit; 1.3 Het groen duurzaam te blijven ontwikkelen ten aanzien van klimaatbijdragen; 1.4 Ruimte te bieden voor Samen Doen in het groen; 1.5 Kwaliteitsgericht en consistent te beheren gericht op duurzaam, veilig en vitaal groen en daarbij het groenkapitaal tijdig te vervangen; 1.6 Normen ten aanzien van een minimaal groenareaal vast te stellen (75 m2 groen per woning en 0,6 boom per inwoner). 2. De bijbehorende middelen voor een kwaliteitsgericht en consistent groenonderhoud (volgens de onderhoudsniveau ’s A, B en C) gedeeltelijk beschikbaar te stellen bij vaststelling van de programmabegroting 2022-2025, bestaande uit totaal € 680.000,-. Daarmee de inconsistente nuances van versoberd onderhoud op graskanten en stamschot uit te voeren en deze te motiveren in het nader op te stellen Beheerplan openbaar groen. 3.
De kapitaallasten groen jaarlijks te verhogen met € 7.000,- ten behoeve van de jaarlijkse vervangingsinvesteringen van totaal € 310.000,- om het kapitaalgoed groen duurzaam in stand te houden. 4. De afschrijftermijn voor het groenareaal onder te verdelen en vast te stellen in de categorieën van 40 en 80 jaar. 5. Met betrekking tot het bijbehorende uitvoeringsprogramma volgens de geprioriteerde beleidsthema’s gedurende de planperiode 2022-2031: 5.1 Uitvoering te geven aan de kostenneutrale projecten; 5.2 Ter uitvoering van de resterende projecten met incidentele en/of structurele projectkosten jaarlijks de actuele projecten hiervan middels de P&C cyclus in te brengen en bij de resultaatbestemming van de jaarrekening 2021 een bestemmingsreserve te overwegen. 6. Bij vaststelling van het Beleids- en Beheerplan openbaar groen de volgende beleidsplannen in te trekken per 29-03-2022: - Beleidsplan groen en verzorging Reusel-De Mierden 2012; - Bomenbeleidsplan gemeente Reusel-de Mierden 2014; - Beleidsplan Bos en natuur Eigendommen gemeente Reusel-De Mierden 2009. Aldus besloten in de vergadering van 16 november 2021,
De raad voornoemd, de griffier,
de voorzitter,
dhr. J.C.M. van Berkel
mw. A.J.M.H. van de Ven
RA21.081
*RA21.081* 11